Nieuwsbrief Nr. 108 - november 2018

Alveringem: een kerkhof met een kwinkslagJohan, onze gids voor vandaag, stelt zich voor, en na een korte toelichting over de gemeente starten we met de rondleiding


.
Tekst en fotos: Veerle Audenaert en
Frans Van de Vondel

Op het kerkhof stoppen we bij het kindeperkje. Je wordt stil bij het lezen van de data. Luc Liefooge stierf aan de valse kroep, vandaag dag op dag 57 jaar geleden. Marleen Maenhout mocht maar 12 dagen leven en ligt onder een gietijzeren kruis, wit-blauw geschilderd met, op de uiteinden van het kruis, de symbolen van de 4 evangelisten. Het graf van Willem Verschave springt in het oog, er ligt een zwerfsteen op, de kalligrafie werd gekapt door Pieter Boudens. Op veel kindergrafjes staan witte porseleinen engeltjes. Bloemen staan er ook, zelfs op oudere graven.
Verspreid over het ganse kerkhof staan nog 28 gietijzeren kruisen. Nestor Martin, bekend door de kachels, goot ook gietijzeren kruisen. Betonnen boomkruisen zijn typisch voor de Westhoek. Hier op het kerkhof staan er nog een vijftigtal.
Notaris Fraeys was vrijmetselaar en werd daarom begraven in ongewijde grond. Er gaat een verhaal dat tijdens de begrafenis de veldwachter spuwde in het open graf.
 Van Stechelman-Lava, van hem komt de bewering dat het eerder vernoemde beeld vóór de begraafplaats wees naar de cabardoeskes. Door de vele tegenslagen was hij zelf een stevige drinker.
Gabrielle Vanheule werd vermoord, amper 21 jaar oud. Zij had plannen om in het klooster te gaan en ging elke morgen om 7 uur naar de vroegmis. Op een zekere dag werd zij opgewacht door Jozef Verbaere die het niet kon verkroppen dat zij het klooster verkoos boven hem. Na haar vermoord te hebben beroofde hij zich van het leven door in het kanaal te springen. Op de plaats waar hij haar opwachtte werd een kapelletje gebouwd.
Op het graf van Vandermeeren-Desmedt, stichter van de nog bestaande meubelfabrieken, staat een engel met bazuin.
Valerie Beauprez was afkomstig van Houthulst. Haar ouders hielden café De Zwaan samen met hun 7 dochters. Valerie overleed aan de Spaanse griep op 21/10/1918.

Sylvain Degheele, burgemeester, liet de ringen in de kerkhofmuur aanbrengen voor de Stierenmarkt, die tot in 1993 gehouden werd.
We passeren een pissijn, de urine werd vroeger verkocht als meststof aan de boeren.
Dokters hadden veel ongeluk in Alveringem. Aloïs Pieters, geneesheer, en zijn zoon Omer Pieters, die sneuvelde in Stuivekenskerke in 1916, 21 jaar oud, liggen naast elkaar begraven. Dokter Gustaaf Vandemaele pleegde zelfmoord. Vijf van zijn zes kinderen overleden op jonge leeftijd, de zesde, Emiel, overleed enkele weken na zijn vader. Dokter Heughebaert en zijn dochter verongelukten toen zij met hun auto op een onverlichte bietenwagen botsten.
Het meest monumentale graf is een creatie van atelier “Pick” te Brugge. Het betreft het familiegraf van familie De Ruysscher en De Breyne. Arthur De Ruysscher, burgemeester van Alveringem van 1885 tot 1889 en niet getrouwd, liet na zijn dood alles na aan zijn neef Robert De Breyne, een notoir vrouwenliefhebber. Hij ging elk jaar zelf de pacht ophalen en werd daarbij het liefst te woord gestaan door de boerinnen. Hij was een begunstiger van de ULB. Van hem is het fonds Breyne, ter waarde van 250 euro.
Voorwaarde om in aanmerking te komen: geboren zijn in Alveringem, geslaagd zijn en les volgen in het officieel onderwijs.

Een opvallend eigentijds graf is dat van Marcel Ureel-Suzanne Selschotter. Het is van de hand van Marc Cordenier en kreeg als naam: “Het huis van de hoop”. Hun dochter was Lut Ureel, zij schreef op basis van zijn dagboeken in de Grooten Oorlog het boek “De kleine man in de grote oorlog”. Zij was de kleindochter van Meester Selschotter en getrouwd met Miel De Keyser, voormalig journalist bij de BRT. Zij werden beiden ook in Alveringem begraven.
Adèle Van Wecxtenhoven, was afkomstig van Diksmuide. Zij stierf op de vlucht voor de gevechten in Diksmuide.

Tussendoor een eigenaardigheidje. De fout op het graf van Lucienne Kinget: “geboren 1912-overleden 1000”. Dat moest uiteraard 2000 zijn. De fout werd nooit rechtgezet.
Een rij van 9 kruisjes van burgerslachtoffers, 6 van hen zijn gestorven tijdens een bombardement op 29/5/1940, de 3 andere overleden in de daaropvolgende dagen.
Pastoor Ghyselen en Pastoor De Meulemeester rusten onder het Calvariekruis afkomstig uit de nalatenschap van de Arme Claren te Nieuwpoort.
 
Vlaamse-Nationalisten
We komen aan bij de Vlaams-Nationalistische hoek. Als eerste een recent graf: Frank Godderis, voorzitter van het Verschaeve-comité. Dan Robert Leuridan, een militant van het Verdinaso, naast zijn stenen graf staat een houten kruis. Dat kruis is wellicht het enige in Vlaanderen met het embleem van deze organisatie: rad, zwaard en ploeg.
Voor ons ligt het ereperk van Cyriel Verschaeve (1874-1949), onderpastoor in Alveringem van 1911 tot 1939. Na 15 jaar als leraar in het college van Tielt, werd hij min of meer verbannen naar de Westhoek. Daar werd hij onderpastoor bij pastoor Aloïs Volbout van 1911 tot 1936.
In WO I nam hij de laatste biecht af van soldaten die veroordeeld waren tot de dood met de kogel en was een steun voor Vlaamse studenten aan het front. In de jaren ‘30 zette hij zich in voor de Vlaamse gedachte, maar geraakte meer en meer geradicaliseerd. In WO II zette hij veel jonge mannen aan zich aan te melden om als oostfronter te gaan vechten tegen het communisme. In 1946 werd hij veroordeeld wegens collaboratie, maar hij was in 1945 kunnen vluchten naar Oostenrijk waar hij in 1949 stierf.
In 1973 groef een VMO-commando het stoffelijk overschot van Verschaeve in Oostenrijk op en smokkelde het naar België Eerst werd het ondergebracht in de abdij van de trappisten van West-Vleteren. Uiteindelijk werd hij op 23 juni begraven op het parochiekerkhof van Alveringem. ’s Anderendaags werd hij terug opgegraven voor een autopsie in het Academisch Ziekenhuis van Gent. Na de lijkschouwing werd de kist verzegeld en teruggebracht naar Alveringem. Op vrijdag 3 augustus werd hij uiteindelijk in alle stilte begraven op de huidige plek. Er werd zes ton beton in de put gegoten en een houten kruisje met zijn naam rondde het geheel af. Op zijn graf staat nu een buitenmaatse heldenhuldenzerk, met als opschrift priester-dichter-denker. Het kreeg het gezelschap van 8 heldenhuldezerkjes, 7 van soldaten, 1 van een burger.

Heldenhuldezerkjes zijn een ontwerp van J. English, veel van die kruisjes verdwenen bij de aanleg van de militaire begraafplaatsen.
Op het graf van het echtpaar Samaey-Ryckewaert en hun zoon Marcel, ligt een nog intacte kransendoos (ook gekend onder de benaming graftrommel) geschonken door de Vissersgilde. Hendrik Fayat, ereburger van Alveringem, was minister van buitenlandse zaken in de regering van Theo Lefèvre en later minister van buitenlandse handel. Omdat hij mooie herinneringen had aan zijn vakanties die hij doorbracht bij zijn grootouders, Beghein-Viaene, wilde hij in Alveringem begraven worden.
Op het graf van Omer Dierckx van herberg “De Snoek”, bemerken we een roerstok en hoppebladeren. Hij verkocht in 1925, als eerste, bier in flessen in de Westhoek. Emiel Selschotte, was hoofdonderwijzer en de opa van Lut Ureel, die we reeds vernoemden.
Leon Amatus Groensteen, was 40 jaar burgemeester.
 

Na deze interessante wandeling op het kerkhof gaan we de kerk binnen.

Daar zien we portretten van pastoors waarvan we buiten het graf gezien hebben.
8 Grafplaten tegen de kruisingspijlers verwijzen naar prominenten. De funeraire symbolen en beroepsattributen wijzen naar de verschillende personen, zoals de brouwersbenodigheden voor de familie Merlevede of een kelk voor priester Delsou.

In 1936 werd een houten altaar geïnstalleerd naar aanleiding van het zilveren ambtsjubileum van pastoor Volbout, onderpastoor Verschaeve, kerkbaljuw Stangé en koster Vandeweghe.
Door het plotse overlijden van pastoor Volbout, kwam er van feesten niet veel in huis. Centraal op het altaar prijkt een schilderij van Karel De Bondt. Het stelt Cyriel Verschaeve voor als de H. Kristoffel. De 3 kruisen die hij draagt zouden staan voor zijn leraars-, bestuurs- en herdersambt.
Vigor Boucquet, uit Veurne, schilderde het doopsel van de zoon van Adalfridus door bisschop Audomarus. Het kindje was blind geboren maar kon zien na de handoplegging van Audomarus.
Als laatste staan we stil bij het beeld van de H. Cornelis met rund. Hij wordt aanroepen tegen runderziekten. Maar ook tegen kinderziekten, daardoor krijgen veel kinderen als derde naam Cornelis.
Na ruim anderhalf uur naar een boeiende uiteenzetting geluisterd te hebben, een ware verrijking voor ons intellect, wordt het tijd om aan de innerlijke mens te denken. Dankzij een korte wandeling, een honderdtal meters verderop, genieten we van enkele streekgerechten die voor ons klaarstaan en wordt nog duchtig nagekaart over alle impressies en wetenswaardigheden die ons vanmorgen werden ingeprent.
Het was een zeer leerrijke dag, we zien al uit naar de volgende.