Nieuwsbrief Nr. 104 - maart 2018

Parkbegraafplaats Tereken


Zaterdag 27 januari, ondanks het kille, grijze weer maken twintig Grafzerkjes  hun opwachting voor een rondleiding. Onze gids is Marcella Piessens, een oude bekende voor sommigen onder ons.


De begraafplaats dateert uit 1878 en kende twee uitbreidingen. Zij is 8 ha groot, gelijk aan driemaal de oppervlakte van de  Grote markt in Sint-Niklaas.  Voordien begroef men rond de hoofdkerk Onze-Lieve-Vrouw, men zegt dat er tot 60000 mensen lagen.
De voorbije jaren evolueerde Tereken van begraafplaats naar parkbegraafplaats. Indien er plaats voorzien is, kan begraven nog steeds. Ook religieuze ordes geldt deze regel. Zij staan zelf wel in voor het onderhoud. Bij het ruimen van zerken en vervallen concessies hield men rekening met historisch waardevolle grafzerken. Een werkgroep bekeek wat de link met de stad was, hoe groot de bijdrage in de geschiedenis was. Sommigen graven kregen een opkuisbeurt doch geen restauratie. Gras verving de kiezelpaden en kleurrijke bloemenvelden liggen her en der verspreid. “Komen kijken wanneer alles bloeit,” raadt Marcella ons aan. Over de begraafplaats verspreid, vindt men ook land-art. Dit werd gerealiseerd in samenwerking met JOMI ( jobs en milieu). Stammenmuurtjes slingeren doorheen de perken. Zij onderbreken de paden zodat je moet omlopen. Voor de enthousiaste deelnemers aan het project betekende deze aanleg dat zij via een omweg terug op het rechte pad kwamen. Op de nu te ruimen perken haalt men de foto’s weg en er wordt ter plaatse vermaald. De begraafplaats heeft ook een bomendokter. Na het groen verhaal, dat van de overledenen.
We starten bij priester Hemelaer, het graf werd overgebracht van een andere begraafplaats evenals vijf zerken van enkele rijke weldoeners waaronder Boëyé , burgemeester en ooit bewoners van het Walburgkasteel. 
De geschiedenis van de succesrijke familie Nobels eindigde in mineur. Door verkeerde beleggingen  ging dit metaalconstructie bedrijf failliet. Zij leverden onder andere enkele bollen van het atomium, ons allen bekend van expo 58. Bij het graf van pastoor De Meerleer , maakt Marcella ons attent op de symboliek. Boven het dubbele zerk prijken twee handen, dit omdat zowel  pastoor De Meerleer als het echtpaar ernaast stichters waren van Vincentius à Paulo. Een ander fenomeen is De Donder, pastoor in de hoofdkerk. Hij krijgt de opdracht een kerk te bouwen  in de werkmanswijk Tereken. Een rijke jonkvrouw schenkt alles aan het arme mensenwerk en daardoor lukt het hem. Er zitten 1 miljoen bakstenen in de Sint-Jozefkerk. Detail, koning Leopold II kwam niet naar  de inhuldiging maar ging wel naar de inhuldiging van de Onze-Lieve-Vrouwkerk. Bij de grafkapel Janssens de Varebeke vernemen we dat er 30 lichamen in de kelder liggen. Hij gaat niet meer open en familieleden worden nu begraven naast het monument. De Piëta die het graf siert is van Frans Van Havermaet. Textielbaron Meerte, vrijmetselaar. Bij zijn begrafenis lieten de mensen hun rolluiken neer of keerden zij de rug toe naar de stoet toen deze door de straten stapte. 
We komen langs de dodenmaskers van Odilon en Gabriël De Pauw, beiden kunstenaars.  Op naar het columbarium. De goedkeuring tot bouwen nam twee legislaturen in beslag daar de katholieken tegen waren.  Gemeenteraadslid Goeman, vurige verdediger kreeg er als eerste een plaatsje.  Een apart verhaal wacht ons bij de familie Van Huffel. De zoon overleed tijdens zijn legerdienst aan de gevolgen van een blindedarmontsteking. Daar het Frans voertaal was, leverde men het stoffelijk overschot af in Saint-Nicolas. Om 10 uur was er dus geen stoffelijk overschot voor de dienst. Het kwam pas in de late avond aan in Sint-Niklaas. De ouders kregen een pakketje met spullen en de melding dat hun zoon een natuurlijke dood stierf.
. Een imposant beeld van August Nobels siert het monument voor alle oorlogsslachtoffers. Nobels was priester in het college en aalmoezenier tijdens W.O I . Hij leerde de mensen lezen en schrijven, speelde toneel. An Hernalsteen vertelde er nog bij dat Nobels begraven ligt in haren hof. Mariakerke, blijkt nadien. Wij komen aan het perk voor gesneuvelde Britse soldaten. Hun vliegtuig stortte in 1944 neer en ze werden door de Duitsers naar de begraafplaats gebracht in houten bakken.  Kostprijs, 250 frank per stuk. 
Anders verloopt het Lance R Thomson. Hij lag gewond in een veldhospitaal waar de Duitsers hem achterlaten en hij sterft. Hij maakte deel uit van  Black Watch, een Koninklijk Schots regiment. Op 11 november brengt een doedelzakspeler hulde aan het graf. Even consternatie onder de ‘zerkjes’. Bij het graf een plaatje om een virtuele bloem aan te maken. Allez!
De stad herdenkt ook ieder jaar haar burgerslachtoffers. Op een arbeiderswijk aan de gasmeterstraat viel een bom. Slechts een overleefde de aanval en bewaarde een stukje van de bom. Heden bevindt dit stukje zich in een herdenkingsmonument aan de Broederschool. Speciaal is het verhaal van Laurent Joos. Hij ‘sneuvelde’ einde 1918. Joos kreeg een kogel in hoofd en buik, was niet dood maar wel zijn identificatieplaatje kwijt. Hij werd  meegenomen naar Noord Frankrijk maar bleef een man zonder naam. Hersteld, keert hij tenslotte naar huis terug. In 1926 richtte men een monument op voor de gesneuvelden waarop eveneens zijn naam. Hij ging er ook naartoe,  dronk eerst  wat pintjes en gooide er dan zijn schoenen tegenaan. 
De familiekelder van de protestante baron Prisse is imposant. Het staat op wat men vroeger het hondenkerkhof noemde. Daar kreeg het uitschot, niet-christelijken en zelfmoordenaars hun laatste rustplaats. Prisse kreeg de grond wel gratis. We eindigen zonder hoofdpijn bij Tuypens, uitvinder van het poeder Wit kruis. 
Marcella geeft ons nog mee dat Sint-Niklaas een stad is van breigoedfabrikanten en art deco, een bezoek meer dan waard. Na deze boeiende rondleiding laten we de parkbegraafplaats achter ons en vertrekken naar het Walburgkasteel voor het vervolg van het programma.
 
Tekst en foto’s: Mieke Versées.