Nieuwsbrief Nr. 104 - maart 2018

Parkbegraafplaats Tereken


Zaterdag 27 januari, ondanks het kille, grijze weer maken twintig Grafzerkjes  hun opwachting voor een rondleiding. Onze gids is Marcella Piessens, een oude bekende voor sommigen onder ons.


De begraafplaats dateert uit 1878 en kende twee uitbreidingen. Zij is 8 ha groot, gelijk aan driemaal de oppervlakte van de  Grote markt in Sint-Niklaas.  Voordien begroef men rond de hoofdkerk Onze-Lieve-Vrouw, men zegt dat er tot 60000 mensen lagen.
De voorbije jaren evolueerde Tereken van begraafplaats naar parkbegraafplaats. Indien er plaats voorzien is, kan begraven nog steeds. Ook religieuze ordes geldt deze regel. Zij staan zelf wel in voor het onderhoud. Bij het ruimen van zerken en vervallen concessies hield men rekening met historisch waardevolle grafzerken. Een werkgroep bekeek wat de link met de stad was, hoe groot de bijdrage in de geschiedenis was. Sommigen graven kregen een opkuisbeurt doch geen restauratie. Gras verving de kiezelpaden en kleurrijke bloemenvelden liggen her en der verspreid. “Komen kijken wanneer alles bloeit,” raadt Marcella ons aan. Over de begraafplaats verspreid, vindt men ook land-art. Dit werd gerealiseerd in samenwerking met JOMI ( jobs en milieu). Stammenmuurtjes slingeren doorheen de perken. Zij onderbreken de paden zodat je moet omlopen. Voor de enthousiaste deelnemers aan het project betekende deze aanleg dat zij via een omweg terug op het rechte pad kwamen. Op de nu te ruimen perken haalt men de foto’s weg en er wordt ter plaatse vermaald. De begraafplaats heeft ook een bomendokter. Na het groen verhaal, dat van de overledenen.
We starten bij priester Hemelaer, het graf werd overgebracht van een andere begraafplaats evenals vijf zerken van enkele rijke weldoeners waaronder Boëyé , burgemeester en ooit bewoners van het Walburgkasteel. 
De geschiedenis van de succesrijke familie Nobels eindigde in mineur. Door verkeerde beleggingen  ging dit metaalconstructie bedrijf failliet. Zij leverden onder andere enkele bollen van het atomium, ons allen bekend van expo 58. Bij het graf van pastoor De Meerleer , maakt Marcella ons attent op de symboliek. Boven het dubbele zerk prijken twee handen, dit omdat zowel  pastoor De Meerleer als het echtpaar ernaast stichters waren van Vincentius à Paulo. Een ander fenomeen is De Donder, pastoor in de hoofdkerk. Hij krijgt de opdracht een kerk te bouwen  in de werkmanswijk Tereken. Een rijke jonkvrouw schenkt alles aan het arme mensenwerk en daardoor lukt het hem. Er zitten 1 miljoen bakstenen in de Sint-Jozefkerk. Detail, koning Leopold II kwam niet naar  de inhuldiging maar ging wel naar de inhuldiging van de Onze-Lieve-Vrouwkerk. Bij de grafkapel Janssens de Varebeke vernemen we dat er 30 lichamen in de kelder liggen. Hij gaat niet meer open en familieleden worden nu begraven naast het monument. De Piëta die het graf siert is van Frans Van Havermaet. Textielbaron Meerte, vrijmetselaar. Bij zijn begrafenis lieten de mensen hun rolluiken neer of keerden zij de rug toe naar de stoet toen deze door de straten stapte. 
We komen langs de dodenmaskers van Odilon en Gabriël De Pauw, beiden kunstenaars.  Op naar het columbarium. De goedkeuring tot bouwen nam twee legislaturen in beslag daar de katholieken tegen waren.  Gemeenteraadslid Goeman, vurige verdediger kreeg er als eerste een plaatsje.  Een apart verhaal wacht ons bij de familie Van Huffel. De zoon overleed tijdens zijn legerdienst aan de gevolgen van een blindedarmontsteking. Daar het Frans voertaal was, leverde men het stoffelijk overschot af in Saint-Nicolas. Om 10 uur was er dus geen stoffelijk overschot voor de dienst. Het kwam pas in de late avond aan in Sint-Niklaas. De ouders kregen een pakketje met spullen en de melding dat hun zoon een natuurlijke dood stierf.
. Een imposant beeld van August Nobels siert het monument voor alle oorlogsslachtoffers. Nobels was priester in het college en aalmoezenier tijdens W.O I . Hij leerde de mensen lezen en schrijven, speelde toneel. An Hernalsteen vertelde er nog bij dat Nobels begraven ligt in haren hof. Mariakerke, blijkt nadien. Wij komen aan het perk voor gesneuvelde Britse soldaten. Hun vliegtuig stortte in 1944 neer en ze werden door de Duitsers naar de begraafplaats gebracht in houten bakken.  Kostprijs, 250 frank per stuk. 
Anders verloopt het Lance R Thomson. Hij lag gewond in een veldhospitaal waar de Duitsers hem achterlaten en hij sterft. Hij maakte deel uit van  Black Watch, een Koninklijk Schots regiment. Op 11 november brengt een doedelzakspeler hulde aan het graf. Even consternatie onder de ‘zerkjes’. Bij het graf een plaatje om een virtuele bloem aan te maken. Allez!
De stad herdenkt ook ieder jaar haar burgerslachtoffers. Op een arbeiderswijk aan de gasmeterstraat viel een bom. Slechts een overleefde de aanval en bewaarde een stukje van de bom. Heden bevindt dit stukje zich in een herdenkingsmonument aan de Broederschool. Speciaal is het verhaal van Laurent Joos. Hij ‘sneuvelde’ einde 1918. Joos kreeg een kogel in hoofd en buik, was niet dood maar wel zijn identificatieplaatje kwijt. Hij werd  meegenomen naar Noord Frankrijk maar bleef een man zonder naam. Hersteld, keert hij tenslotte naar huis terug. In 1926 richtte men een monument op voor de gesneuvelden waarop eveneens zijn naam. Hij ging er ook naartoe,  dronk eerst  wat pintjes en gooide er dan zijn schoenen tegenaan. 
De familiekelder van de protestante baron Prisse is imposant. Het staat op wat men vroeger het hondenkerkhof noemde. Daar kreeg het uitschot, niet-christelijken en zelfmoordenaars hun laatste rustplaats. Prisse kreeg de grond wel gratis. We eindigen zonder hoofdpijn bij Tuypens, uitvinder van het poeder Wit kruis. 
Marcella geeft ons nog mee dat Sint-Niklaas een stad is van breigoedfabrikanten en art deco, een bezoek meer dan waard. Na deze boeiende rondleiding laten we de parkbegraafplaats achter ons en vertrekken naar het Walburgkasteel voor het vervolg van het programma.
 
Tekst en foto’s: Mieke Versées.


Ledenbijeenkomst in kasteel Walburg


De jaarlijkse ledenbijeenkomst vond dit jaar plaats in het kasteel van het Walburgpark in Sint-Niklaas. Een beetje nostalgie voor mij want ik kreeg er mijn eerste kus.
Bij een nieuw jaar horen beste wensen en die kregen we van onze voorzitter Jacques na een heerlijke maaltijd. Alles peis en vree, klonk het uit zijn mond. Een dankwoord ging naar Tamara, Lin, Patrick, Mark, die nog vergast werd met een “specialleke”, Paul, Edgard en Leen. Een dankjewel ook voor de Grafzerkjes die massaal artikels insturen. Maar dat las u natuurlijk reeds allemaal in de vorige Nieuwsbrief.


Een meer dan interessante toelichting kregen we over de nieuwe wet op de privacy die ingaat op 25 mei 2018. Die heeft een impact op de werking. De statuten wo
rden dan ook aangepast. Een ding weet ik zeker, fotograferen zal nooit meer hetzelfde zijn.
Het programma voor dit jaar oogt fantastisch met als uitschieters de  crypte van Laken en een nieuwe poging voor een bezoek aan Doornik.
Voor de nieuwsgierigen onder ons: op 26 januari 2019 gaat de jaarvergadering door in Antwerpen.
Jacques brengt tevens hulde aan de onlangs overleden Willem Houbrechts, lid van het eerste uur.


De beurt aan Lin .
Zij brengt uitgebreid verslag over de evolutie van het graftrommelproject. Een werk met vallen en opstaan, met studie en lichamelijke ongemakken. Zelfs een cursus ‘meubelen verouderen’ stond op het programma om de trommels er op z’n best te laten uitzien. Ondanks de vele obstakels leverden de vrijwilligers zeer mooi werk zoals te zien op de dia’s en ook Jef kreeg een pluim voor zijn expertise. Voor de rommelmarktbezoekers onder ons volgt nog een oproep om op jacht te gaan naar oude tricolore linten.
Applaus voor deze zeer geslaagde namiddag.
 
Mieke Versées.
 
Foto’s: Mieke Versées en Michaël Devisscher.
 

Funeraire symboliek: De engel met bazuin... Een foto van kunstenaar Walter Brems:


Het uit het oud-Grieks afkomstige woord ‘àngelos’ (engel), stond voor boodschapper. Het waren Angeloi (in het oud testament de ‘maleachim’), boden, bemiddelaars of gezanten. De engel is in navolging van Hermes-psychopompos in funeraire betekenis de begeleider van de psuchè (de ziel) naar het hiernamaals. In de joods/christelijke iconografie werd dit de aartsengel Michael…
 
De engel verschijnt in onze cultuur in oorsprong als een ongevleugeld mannelijk wezen tot hij in de 4e eeuw (na de kerkvrede van Constantijn) geslachtloos werd, maar hiervoor wel gecompenseerd werd met een stel vleugels.
 
Op vele grafmonumenten bemerken we de aartsengel die op de laatste dag de wederopstanding zal aankondigen met een bazuin.
Vaak wordt hier Gabriël (Nuntius, de boodschapper Gods) voorgesteld. Deze engel, in de Islam Djibriel, wordt daar als de belangrijkste der engelen aanzien, al wordt de bazuin bij hen eerder aan Israfil toebedeeld… 
Uit bijbelse teksten kunnen we opmaken dat er bij het einde der tijden 7 bazuinen zullen schallen. Het is echter enkel de laatste of zevende bazuin die we op grafmonumenten aantreffen.
 
www.walterbrems.be
 
 
Foto: Marmeren grafsculptuur (19e eeuw) op het wondermooie Cimitero di Staglieno in Genova (Genua) Italië.

Toegangshek van de R. K. begraafplaats van Coevorden Een foto van onze Noorderbuur Wim Vlaanderen


Een verlengde van “Heden ik, morgen gij” en Memento Mori - vaak gebruikt als grafschrift.
 
 
 

Argyle Homestead Museum nabij Kununurra in West-Australië


De familie Durack, naar Australiê uitgeweken Ieren, pioniers uit de streek Queensland (Oost-Australië) trokken in de jaren 1880 met 2000 stuks vee te voet doorheen gans het land naar West-Australië, streek van Argyle nabij Kununurra. Diverse generaties overleefden de soms harde leefomstandigheden van een dergelijk groot veebedrijf. Toen in de jaren 1960/1970 de Argyle dam op de Ord River werd aangelegd, stopte de bedrijvigheid van de familie, waarvan er intussen nog weinigen overbleven en werd hun huis (homestead)  verplaatst en omgevormd tot museum. 
In de tuin van het museum liggen de graven van de laatste familieleden.  


Tekst en foto's : Marie-Louise Franken & Leo Serneels

IJsland heeft weinig eerbied voor zijn graven


Ijsland, een paradijs voor natuurliefhebbers, fascinerend, de Ijslanders koesteren het echt, een ECOLAND. Eerbied voor de graven van hun overledenen is minder. Als Antwerpse stadgids, die ook regelmatig het Schoonselhof gidst, vond ik het een verplichting ook daar de begraafplaats te bezoeken.
Een ontluisterende vaststelling, geen enkel graf is onderhouden. Het was ook een donkere regenachtige dag en dat maakte het nog troostelozer. Een zoektocht naar hun beroemde kunstenaars was niet eenvoudig, niets is aangeduid, oppassen of je struikelt over boomwortels die tussen de graven en paden hun weg gezocht hebben. Zo vonden we het graf van één van hun beroemde schilder Johannes Sveinsson Kjarval  (1885-1972). 3350 schilderijen en tekeningen heeft hij nagelaten en zijn te bewonderen in een speciaal aan hem gewijd museum. 
Grote bomen groeien op hun stoffelijke resten en de inscripties waren niet meer te lezen .
Blijkbaar geeft men meer aandacht aan hun standbeelden in de stad Reikjavik. Als men soms teveel kritiek heeft over de verwaarloosde graven op het Schoonselhof (terecht of onterecht)
Dan kan je verwijzen naar Ijsland: erbarmelijk.
 
Tekst en foto's : Françine Van Overloop.
 

Met de grote graftrommel op werkbezoek naar Veenhuizen Zijn het nu bloemen of zijn het nu geen bloemen… ...that’s the question


Het graftrommelverhaal werd een constante in het leven van drie vrijwilligers en hun familie, die in de mate van het mogelijke elke donderdagochtend hun vaste afspraak hebben en daarbij horen soms uitstapjes.
 
 
Tekst: Lin Verbeemen
Fotos: Pieke van Doorn en Lin Verbeemen

Het gaat zelfs zover dat Jenny, de echtgenote van Jos, me al lachend vroeg of we geen ’dagske’ langer konden blijven want om gedurende enkele dagen het rijk voor jezelf te hebben klonk vrij aanlokkelijk!
Dat kon niet en gingen we ‘maar’ voor drie dagen op werkbezoek richting Veenhuizen, het graftrommelmuseum en restauratieatelier van Pieke.

Omdat we in een nieuwe fase van ons project kwamen vast te zitten mochten we nog eens langskomen en huurden we voor deze trip een Vito of in verstaanbare taal, gewoon een camionette. We kregen namelijk de grote graftrommel met zijn doorsnede van een kleine 1m20 en bijhorend afdakje niet op de achterbank.
Drie dagen voor ons vertrek kreeg ik een kort berichtje van Pieke met de mededeling dat Rtv Drenthe ging langskomen voor een reportage. En of we daar niets op tegen hadden want uiteindelijk was het toch wel nieuws dat drie Belgen helemaal naar Veenhuizen afzakten om wat bij te leren!
Ja, daar kun je weinig op tegen hebben…
Een dag voor vertrek verscheen een berichtje van Mark in de mailbox met de melding dat hij het heel verschrikkelijk vond maar de griep had ook hem te pakken gekregen en het ging echt niet goed met hem.
Stiekem verdachten we hem d’er wel van dat hij die bewuste griep als excuus aanwendde vanwege de aangekondigde reportage, maar hij was écht ziek en door de gemaakte afspraken besloten we met twee op stap te gaan.
Dus vertrokken Jos en ik op donderdag 8 februari in de vroege ochtend, met een camionette volgeladen met een graftrommel, materiaal en afgewerkte bloemen en bladeren.
Althans dat dachten we, maar daarover zo dadelijk meer.
Bij aankomst waren Pieke en haar echtgenoot Leo bijzonder verbaasd over de grootte van onze trommel, ondanks dat ze net een negental trommels uit Deinze ter restauratie hadden ontvangen. Stuk voor stuk grote exemplaren, maar den ’onze’ was toch nog imposanter, vooral vanwege het ’dakje’. Ook zijn ze in een betere staat dan ons gedeukt exemplaar.
Bij aanvang van het project gingen we blijkbaar gelijk met de moeilijkste trommels aan de slag omdat ze ons op dat moment werden aangeboden. Een harde leerschool...


Verschil tussen Belgische en
Nederlandse graftrommels
Tenslotte is er een wezenlijk verschil tussen de Nederlandse en Belgische graftrommels. De Nederlandse trommels werden vaak in serie geproduceerd en zijn over het algemeen kleiner,  zilverkleurig gekleurd. Terwijl de Belgische, meestal grotere trommels, altijd uniek zijn. De kransen zijn volumineuzer en bestaan in diverse uitvoeringen - soms afzonderlijk gebruikt - en meer kleurvarianten kennen. Op de koop toe werd in Wallonië meer gebruik gemaakt van kralen kransen terwijl deze in het Vlaamse landsgedeelte minder gekend zijn.
In België werden de trommels vaak in groep aan een muur bevestigd ter bescherming of stonden op een staak zoals onze trommels uit Hallaar. Terwijl Nederland eerder een staander of driepikkel werd gebruikt.


De porseleinen bloemen
Heel fier toonden we onze bloemen en takken en werd er door een medewerkster van Pieke, fijntjes opgemerkt dat de viooltjes niet bij de hulstbladeren hoorden (!?). Daar hoorden besjes bij en dan nog liefst rode!
Bleek dat wij tijdens onze zoektocht naar de (voor ons) juiste restauratietechnieken, onze natuurkennis volledig uit het oog waren verloren - totaal geen rekening mee gehouden. De kleuren en technieken primeerden en de rest was duidelijk bijzaak.
Toen begon de discussie of de porseleinen bloemen nu eigenlijk viooltjes of orchideeën waren want volgens Jos hebben viooltjes geen rechtopstaande stampers en orchideeën wel. Waarop de medewerkster dan weer repliceerde dat het wel viooltjes waren want er zat een blauw kleurtje op…
Uiteindelijk zwakte Pieke onze vergissing af door ons te verzekeren dat alle takken, bladeren en bloemen sowieso toch in het geheel zouden opgaan.
Iedereen tevreden maar deze vergetelheid zou ons toch achtervolgen!


Enfin, ’s anderendaags hadden we tegen de middag afspraak met een team van de regionale TV, want wij waren nieuws omdat we helemaal naar Nederland kwamen om iets bij te leren én we hadden zelfs ons eigen lesmateriaal meegebracht.
En wederom, er werd gesproken over ons vergissinkje en de reporter had vanaf dat ogenblik voor niks anders meer oor. Ze had haar verhaallijn gevonden - de bloemetjes en takjes klopten niet!
Tijdens het interview deed ik nog wel het verhaal over onze graftrommelsoldaat, gesneuveld bij Dikkebus in de Westhoek, het dagboek van de aalmoezenier, enz…
Niks aan te doen: wij waren daar om te leren!


Na thuiskomst vond ik in de graftrommelbijbel op blz 83 van Leon Bok en Evert-Jan Halkus dit citaatje:
In veel gevallen zijn de bloemen als soort niet te herkennen: het zijn louter florale vormen.
Eigenlijk gaat het om interpretatie!
 
Na alle drukte konden we dan toch weer verder met onze vragen en oplossingen, tenslotte was dat het doel van onze reis.
Jos kan weer verder met beide trommels die een tijdelijk onderkomen vonden in zijn garage, ik kan verder met m’n soldeerbout en de Mark: die gaat onvervaard verder in zijn zoektocht naar nog betere oplossingen en droomt in stilte al van een nieuw project.
 
Het interview over ons bezoek aan het graftrommelmuseum werd zowel op de site als op de radio aangekondigd en op zondag 11 februari, werd het 3 minuten durende verslag uitgezonden tot ieders tevredenheid.  
Een verslag over restauratie, leerprocessen en uitwisseling van kennis.
 
Voor de geïnteresseerden voeg ik hierbij de link:

http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/131172/Belgische-restaurateurs-krijgen-les-in-Veenhuizen

Bronnen
Graftrommesls en (kunst)grafkransen in Nederland - Leon Bok en Evert-Jan Halkus, uitgegeven door Stichting Dodenakkers.nl

Een tweede Graftrommelsoldaat

Momenteel zijn een 8-tal medewerkers en bestuursleden van de Geschied- en Heemkundige Kring Triverius Brakel bezig met het samenstellen van een boek met als thema “Oorlogsdoden” afkomstig uit Groot Brakel. Het is de bedoeling, naar aanleiding van de herdenking 100 jaar WO.I, dit boek in november van dit jaar nog te kunnen uitgeven. 
 
Info: Frans Roman

In dat project is ons lid Frans Roman verantwoordelijk voor het hoofdstuk over de overleden militairen (gesneuvelden) afkomstig uit de deelgemeente Nederbrakel.
 
Onder hen Julien Denie.
Hij werd geboren te Nederbrakel op 25 juli 1891. Zoon van Frans en Marie Machtelinckx.
 
Julien Denie, van de klas 1911, nam dienst op 1 januari 1912  met stamnummer 101/58406.  Hij werd opgeroepen in 1914 als soldaat 2de klas bij het 1ste Linieregiment.
Hij sneuvelde te Westvleteren (Boezinge ‘t Sas) op 6 juni 1916.
Hij werd 24 jaar en ligt begraven op de Belgische militaire begraafplaats te Westvleteren Graf Nr. 135.
 
Zijn naam wordt herdacht op het oorlogsmonument aan de kerk te Nederbrakel en op het oorlogsgedenkteken aan de Sint-Jozefkapel te Nederbrakel.
 
Via Rudy De Mets, bestuurslid van de G.H.K. Triverius Brakel en medewerker opmaak boek “Oorlogsdoden” kregen ze een foto met het graf (Kruis) met graftrommel van de voormelde persoon.


Bronnen:

Rudy De Mets - Frans Roman
   Geschied- en Heemkundige Kring Triverius   
   Brakel

Foto’s en info: Rudy De Mets (graf) en
   Frans Roman (bidprentje, zie site)

9 graftrommels uit Deinze naar Veenhuizen ter restauratie

Tekst: Lin Verbeemen  -
Fotos en info: Pieke van Doorn, Leon Bok en Cis Kennis

Het verhaal van de graftrommels uit Deinze begon al enkele jaren terug…
 
Leon Bok (Funerair deskundige en erfgoedspecialist NL), kreeg een achttal jaar terug een tip van Cis Kennis uit Blankenberge over een aantal graftrommels in Deinze. Ook leverde hij de Belgische input voor het graftrommelboek.
In 2014 nam Leon hierover contact op met de gemeentelijke diensten met weinig reactie tot gevolg.
Pas nadat Evert-Jan Halkus begin 2017, in naam van de Stichting van het Graftrommelmuseum, contact opnam met de gemeente werd uiteindelijk in september van hetzelfde jaar de restauratieopdracht gegeven en toestemming verleent om de trommels op te halen.

Sinds die tijd zijn de trommels ter restauratie bij Pieke ondergebracht en hoopt zij deze op haar beurt eind dit jaar af te leveren.
In totaal 9 trommels van de begraafplaats op de hoek van de Peter Benoitlaan en de Leon Declercqstraat, dichtbij het centrum. Trouwens een van de weinige begraafplaatsen die het belang van de graftrommels besefte. Een vijftal trommels hingen steeds in groep bij elkaar aan de muur, onder een speciaal gemaakt afdakje, waardoor ze nog in uitstekende staat verkeerden met inhoud van metalen bladeren en teksten in Markill-letters. Een zesde bewaarde men ondertussen in een werkhuis vanwege het gebroken glas en de laatste drie hingen ook in groep aan de muur bij een ander graf.
Vier kralenkransen werden door Evert-Jan meegenomen ter restauratie en het graftrommelmuseum neemt de vijf overige metalen kransen voor haar rekening.



Ondertussen werden al 8 van de 9 trommels opgeknapt en startte Pieke, samen met haar medewerkers, met de restauratie van de eerste metalen krans.

Adolf Loos


De passie voor  begraafplaatsen kreeg mij te pakken –ondertussen al een paar decennia geleden- toen ik toevallig  op het Zentralfriedhof van Wenen terechtkwam.
Het monument dat mij vooral trof op het ereperk was dat van Adolf Loos.
Tussen al de overdadig versierde grafmonumenten van de beroemde Wenenaars viel dit -door hemzelf ontworpen- monument op door zijn eenvoudige  kubusvorm.  
Ik kende wel een aantal gebouwen die hij had gerealiseerd in Wenen maar zijn geschiedenis was mij toen onbekend.
Ondertussen weet ik dat Adolf Loos geboren werd  in 1870 in Brno (Tsjechië) als zoon van een steenhouwer en stierf in 1933 in Wenen als wereldberoemd  architect.  Na zijn studies (technische bouwopleiding, geen architectuur) gaat hij naar Amerika.   De Amerikaanse  architectuur kan hem echter maar matig boeien; hij is meer gefascineerd door de alledaagse gebruiksvoorwerpen zoals bijv. valiezen, klederdracht.
Terug in Wenen zet hij zich af tegen de “valse façades” van de toenmalige nieuwe  Ringstrasse alsook tegen de Jugendstil.  Hijzelf gaat voor strengheid en volharding tegen de stroom in.
Hij verwerpt puur decoratieve versiering,  gaat voor functionaliteit, zakelijke eenvoud en geometrische helderheid in woord en bouw.  Voor hem is architectuur geen kunst omdat architectuur  een functie heeft.  Hij oordeelt dat enkel in het graf en het monument architectuur kunst kan zijn “het roept dan een andere wereld op”.
Hij concentreert zich 13 jaar op schrijven en ontwerpt slechts sporadisch interieurs.   Hij pleit voor efficiëntie, preciesheid, spaarzaamheid met weinig ornament. Hij gebruikt ruwe materialen omwille van hun eenvoud en schoonheid.  Hij zal zich de rest van zijn leven consequent houden aan datgene wat hij in zijn jonge jaren neerpent.
Vanaf 1907 ontwerpt hij een aantal gebouwen en woningen  in Wenen, Praag  en Parijs.  Zo ontwerpt hij ook een woning voor Josephine Baker  (nooit uitgevoerd).   Loos ziet zichzelf liever  niet als architect, hij schat het beroep van architect niet hoger in dan dat van bordenwasser.
In zijn persoonlijk leven laat hij zich omringen door jonge, artistieke vrouwen die steeds jonger worden naarmate hij ouder wordt en zij  introduceren hem in de kunstzinnige netwerken van die tijd, zowel in Parijs als in Wenen.   Oskar Kokoschka en Arnold Schoenberg zullen Loos ondanks zijn eigenzinnigheid levenslang steunen.   Zijn respectievelijke vrouwen, Lina Loos, Bessie Bruce, Elsie Loos en Claire Beck houden het nooit langer dan een paar jaar vol met hem….
 De laatste jaren van zijn leven is hij ziekelijk en tijdens een verblijf in een sanatorium in 1931 schetst hij zijn grafmonument op een kladje  papier. Daarna geeft hij precieze instructies aan zijn laatste vrouw Claire over de uitvoering.  Er moet grijze graniet gebruikt worden en de afmetingen zullen afhankelijk zijn van de hoeveelheid geld dat er op dat moment is “maar het mag ook niet te klein zijn want dan lijkt het op een grote inktpot”.   Er moet in ieder geval “honorary grave” op vermeld worden zodat de Wenenaars niet anders kunnen dan hem een plaats geven op het ereperk! Loos sterft echter zo arm als een kerkrat en geld voor een grafmonument is er niet.
Claire (fotograaf en schrijver) schrijft  een boek over haar leven met “Dolfie” om fondsen te werven voor het monument en gaat ook op bedeltocht  bij vrienden en vroegere opdrachtgevers.   Zijn lichaam wordt in 1934 overgeplaatst naar het ereperk van het Zentralfriedhof  maar pas in 1956 word het monument gerealiseerd.  Claire zelf is Joodse en eindigt in een massagraf samen met haar familie.

Jenny Bonnast
 
Bronnen

Adolf Loos.  A private portrait. By Claire Beck Loos, DoppelHouse press, Los Angeles, California, 2011

Foto’s : Wikipedia

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Adolfloos.2.jpg,

 https://www.bildarchivaustria.at/Pages/ImageDetail.aspx p_iBildID=10829008 

Syllabus Frank De Groeve, Amarant, Een geschiedenis van de  moderne architectuur, 2017.








De onbekende man 2008 Een foto van Patrick Janssens


Een foto van Patrick Janssens

Tijdens zijn wandelingen over mooie begraafplaatsen trok een een eenvoudig graf zijn aandacht, wat hem aanzette tot een persoonlijk gesprek over de huidige samenleving met zichzelf:
Het zien van dit graf geeft toch stof tot nadenken, een onbekende man en dat in onze moderne tijd, zonder twijfel een armengraf. Waar heeft men de man gevonden? Hoe is hij gestorven?
Wie is zijn familie? Zoeken ze naar hem? Wachten ze elke dag op nieuws? Hoe eenzaam moet deze man geweest zijn? Onder welke omstandigheden heeft hij zijn laatste dagen moeten doorbrengen? Allemaal vragen die onbeantwoord blijven.
Ik heb gezocht op internet maar kon de juiste plaats en datum dat de man stierf niet achterhalen.
Ik vind dat erg dat in onze moderne samenleving nog zo iets mogelijk is als een onbekende man. Dood, de eenzame dood.
 
 
 
http://www.janssens-patrick.com

Foto genomen op de begraafplaats Cantincrode te Mortsel

Ronse: Diefstal van twee arduinen sierpotten en een gietijzeren grafkruis.


Yari Gielen van de werkgroep Funerair erfgoed Ronse meldt:
In de week van 22/01/18 werd op de oude stedelijke begraafplaats van Ronse 2 arduinen sierpotten gestolen
Helaas is dit niet het eerste geval van dit soort op onze oude begraafplaats. In het voorbije jaar
constateerden we helaas een 10 tal van deze feiten.
Ook werd er een militair graf geschonden door het gietijzeren grafkruis te stelen.

Tekst en foto's : Yari Gielen