Nieuwsbrief Nr. 11 - mei 2003

Reactie van Grafzerkjes


Grafzerkje Johan stuurde het volgende funerair doordenkertje:
 
"Waarom wordt het deksel van een doodskist zo stevig vastgeschroefd?"
 
Grafzerkje Philippe Theys gaf, naar aanleiding van het artikel Belgian connection op Père Lachaise in de vorige Nieuwsbrief volgende aanvulling:
 
Voor wie nog meer "inside" informatie wil over Jacques-Louis David  kan ik je melden dat het woonhuis (of beter gezegd de ruïne die ze op dit ogenblik nog is !!) waar de grootmeester zijn laatste adem uitblies te bekijken valt in de Leopoldstraat te 1000 Brussel. Dit is het straatje achter de Muntschouwburg - tussen de Wolvengracht en de Schildknaapstraat. Op de gevel kan men nog op een marmeren plaat lezen dat in dit huis de schilder Jacques-Louis David gewoond heeft. Het huizenblok staat al meer dan 20 jaar ombewoond en wacht op ofwel renovatie of, wat zeker zal gebeuren, afbraak en vervanging door een nieuw complex.
 
Ikzelf ontdekte iets vreemds tijdens het bezoek aan de begraafplaats van Roeselare:
 
Tijdens onze rondleiding werd ik opgeschrikt door een, nogal lawaaierige, groep mensen die, naar ik eerst veronderstelde, een bezoek brachten aan de oude begraafplaats. Wanneer de groep onze groep naderde bleken het Franstaligen te zijn. Een van hen droeg een asurne onopvallend achter zijn rug verborgen! Dieven van urnen? Zou kunnen maar dan loop je toch niet midden in de dag met een urne de gehele begraafplaats rond. Mensen die een, eerder naar huis genomen, urne willen herbegraven? Ook niet zo evident lijkt mij. In dat geval wendt men zich toch tot de beheerder of de verantwoordelijke die de klus, zo discreet mogelijk, klaart. Andere Grafzerkjes die het tafereel aanschouwden begonnen te gissen. Ik denk dat ik de oplossing gevonden heb: het was een begraafplaatsfanaat (waarom geen Grafzerkje of een Terebinther) die het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld. En die vroeg aan zijn vrienden om hem van tijd tot tijd eens mee te nemen op hun uitstapje naar een of andere dodenakker. Bij de Grafzerkjes heb ik al een slachtoffer gevonden voor het geval mij iets overkomt: Rudy D’Hooghe is zo vriendelijk om mij, in mijn asurne uiteraard, regelmatig mee te nemen op een tocht doorheen zijn Westerbegraafplaats of op een Grafzerkjesactiviteit. Bij deze vraag ik dan ook vriendelijk aan Rindert Brouwer of ik mij kan inschrijven voor de funeraire Terebinthreis van 2044? Ik beloof hem plechtig, alhoewel dit in mijn geval geen grote zekerheid biedt, dat ik mij ga gedragen en dat ik tevreden ben met een plaatsje in het bagageruim van Ruud zijn autobus. Maar liefst niet naast de oploskoffie dit om vergissingen te voorkomen. Als dat moest kunnen? Ik kijk er al naar uit.
 
Op 16 april kreeg ik enkel mailtjes van Grafzerkjes die mij op VTM in de nieuwsuitzendingen over de verkiezingen in het gezelschap van Patrick Janssens, de misschien toekomstige burgemeester van Antwerpen zagen:
 
Sommigen vroegen zich af of ik sympathieën voor de SP-a zou hebben. Mijn zoon kreeg deze vraag en beantwoordde de vraagstellers heel kordaat met: “mijn vader heeft geen sympathieën voor iemand, hij is tegen alles”. Volgens mij sloeg hij spijkers met koppen. Wat ik wel kwijt wil is dat Patrick Janssens, die ik enkele weken voordien op het Schoonselhof ontmoette, bijna 15 minuten naar mij luisterde en dat ik de gelegenheid kreeg om hem te vertellen dat de schepen eerst begraafplaatsen wil “saneren” in plaats van eerst een beleidsplan op te stellen. Janssens vond ook dat dit een foutieve volgorde is. Baat het niet, schaadt het niet.