Nieuwsbrief Nr. 11 - mei 2003

Stukjes NapoleonRindert Brouwer pleegde een artikel over “stukjes” van de grote Franse keizer.


Naar aanleiding van de Frankrijkreis meldde Rindert Brouwer, dé organisator van funeraire reizen voor de Nederlandse Terebinth, mij dat hij een leuk artikeltje had gepleegd over delen van het lichaam van de grote keizer Napoleon. Lid zijnde van de Grafzerkjes wist hij wel dat een ludiek stukje in de Nieuwsbrief niet zou misstaan en hij stelde voor dat wij het publiceerden. Soms ben ik aan de sportieve zijde en ik vond dat de primeur van het artikel de deelnemers aan de Frankrijkreis toekwam. Nu de reis naar Frankrijk achter de rug is, het verslag staat elders in deze Nieuwsbrief, stuurde Rindert mij het stukje over het stukje, of liever de stukjes, van “Napi” zoals wij deze grote kleine man zijn gaan noemen.

STUKJES NAPOLEON

De dood van Napoleon op 5 mei 1821 is door mysteries omgeven. Er deden en doen allerlei complottheorieën de ronde over zijn dood. Ook bestaat er bij sommigen twijfel over of het wel Napoleon was die in 1840 werd overgebracht naar de Dôme des Invalides in Parijs.
Het is wel zo goed als zeker dat Napoleon niet compleet in zijn kist rust.
Napoleon wilde dat men na zijn dood een autopsie op zijn lichaam uitvoerde, opdat voor het geval bij hem daadwerkelijk maagkanker werd vastgesteld, men een middel vond om zijn zoon deze ziekte te besparen.
Bij de autopsie werden verschillende stukjes Napoleon verwijderd.

HET HART VAN NAPOLEON
 
Aan het voeteneinde van Napoleon in de Dôme des Invalides zijn de urnen met zijn hart en ingewanden geplaatst.
Napoleon had tegen zijn adjudant generaal Henri Bertrand de wens geuit, dat men na zijn dood zijn hart, geconserveerd in ethylalcohol, naar zijn echtgenote Marie-Louise in Parma zou brengen: 'Zeg tegen haar dat ik haar teder bemind heb en nooit ben opgehouden haar te beminnen'. De ex-keizerin regeerde in het kleine hertogdom Parma, Piacenza en Guastalla, dat men haar had gelaten bij het verdrag van Fontainebleau. Marie-Louise wees echter dit aandenken van en aan haar dode man af; veel tijdgenoten vonden overigens dat ze dat ook niet had verdiend. Ze had namelijk al twee kinderen, in 1817 en 1819, bij haar opperhofmeester Adam Albrecht Graf von Neipperg en trouwde hem al drie maanden na de dood van Napoleon.
Een van de (on)smakelijke verhalen rond de dood van Napoleon vertelt dat het hart van Napoleon door ratten zou zijn opgevreten, toen de artsen na de autopsie hun middagpauze hielden; het zou toen vervangen zijn door een kalfshart.
 
NB. Napoleon II (1811-1832), de zoon van Napoleon Bonaparte en Marie-Louise van Habsburg ligt hier juist zonder hart. Bij de eerste verbanning van Napoleon in 1814 werd hij door zijn moeder meegenomen naar het hof in Wenen, waar hij op 21-jarige leeftijd aan tuberculose stierf. Hij werd in Wenen in drie delen begraven, zoals gebruikelijk was bij de Habsburgers: zijn lichaam in de Kaisersgruft van de Kapuzinerkirche, zijn hart in de Herzgruft van de Augustinerkirche en zijn ingewanden in de Alte Herzogsgruft in de Katakomben van de Stephansdom. In 1940 werd zijn lichaam door Hitler aan Frankrijk 'geschonken'. Zijn hart en ingewanden bleven in Wenen.
 
DE PENIS VAN NAPOLEON
 
Alhoewel het officiële Britse sectierapport -Napoleon stierf in Britse gevangenschap- daarover niets meldt, schijnt men bij de autopsie de penis van de keizer te hebben afgeknipt. Waar is die penis nu?
 
Op basis van veel literatuur en eigen onderzoekingen heeft Boudewijn Büch (1948-2002) de zwerftocht van de penis van Napoleon weten te reconstrueren.
  • Francesco Antommarchi (1789-1838) was lijfarts van Napoleon en een van de mannen die deelnamen aan de autopsie na de dood van Napoleon op 5 mei 1821. Hij zou de penis hebben afgesneden en hebben doorgegeven aan Napoleons kamerdienaar Louis Etienne 'Ali' Saint-Denis (1788-1856) en de Corsicaanse priester Angelo Vignali (1789-1836), de biechtvader van de keizer. De kamerdienaar meldde in een postuum gedenkschrift dat hij en Vignali 'kleine stukjes van Napoleons lichaam wegnamen tijdens de autopsie'.
  • Lange tijd werd niets meer vernomen. Maar toen kocht in 1924 de bekende boekenantiquaar dr. A.S.W.Rosenbach op een veiling in Londen een aantal spulletjes van kapelaan Vignali, waaronder 'een onplezierig stukje vergaan weefsel, een soort gemummificeerd spierachtig deeltje'.
  • In de Tweede Wereldoorlog kwam het orgaan in bezit van de verzamelaar Donald Hyde.
  • Na zijn dood verkocht de weduwe het aan Rosenbachs biograaf Fleming, die hem ook opvolgde als directeur van het antiquariaat.
  • In 1961 was handschriftenhandelaar Bruce Gimelson de eigenaar.
  • Daarna bewaarde een bibliofiel echtpaar de penis een tijd in een doosje.
  • In 1969 werd de penis geveild bij Christie's als 'een klein, opgedroogd object, elegant omschreven als gemummificeerd spierweefsel, genomen van 's keizers lichaam tijdens de sectie' en bracht 4000 dollar op.
  • In 1977 werd de penis geveild in Parijs en ging voor 6000 francs in andere handen over.
  • In 1992 kocht de Amerikaanse uroloog dr. John Kingsley Lattimer naar eigen zeggen de penis van een Parijse handelaar en nam hem mee naar New York, waar hij deel ging uitmaken van Lattimers collectie 'souvenirs uit de geschiedenis van de duistere kanten van de wereld'
bronnen:
Boudewijn Büch: Steeds verder weg (Amsterdam/Antwerpen 2002).
Armin Dietz: Ewige Herzen. Kleine Kulturgeschichte der Herzbestattungen (München 1998)