Nieuwsbrief Nr. 103 - januari 2018

Graftrommelsniet zomaar een grafversiering!


Naast symbolen, epigrafieën en heel veel bloemen kan je op begraafplaatsen ook nog tal van ander funerair erfgoed vinden. Sommige vormen van erfgoed zijn vandaag in de vergetelheid geraakt, de tradities die ze vertegenwoordigden bestaan niet meer en de kennis over hun bestaan slinkt in de loop der tijd. Eén van die erfgoedpareltjes zijn graftrommels. Geen muzikale trommels, maar wel ‘dozen’ met bloemenkransen erin, die ons doen denken aan blikken koekentrommels met daarin kransen in metaal en porselein, maar dan met een afdekplaat in glas of een ander transparant materiaal (zodat we de krans kunnen zien). Graftrommels kunnen gezien worden als kransen (die we ook vandaag nog op graven leggen, maar dan met echte bloemen), die een duurzamere uitwerking kregen, zodat ze de tand des tijd langer konden doorstaan. Volgens Kennes  komen graftrommels courant voor vanaf 1870, maar zijn ze vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw (tot voor de Tweede Wereldoorlog) erg populair. Sommigen zien deze trommels als een populair en volks gebruik, al bewijzen tal van oude foto’s van begraafplaatsen dat graftrommels op alle types van graven konden voorkomen (al zat er mogelijk wel verschil in de uitvoering ervan). Er is bijzonder weinig onderzoek en lectuur beschikbaar over graftrommels, waardoor we de datering en het gebruik maar moeilijk met zekerheid kunnen documenteren. Archiefdocumenten, reclamefolders en oude foto’s van begraafplaatsen zijn meestal nog de beste aanknopingspunten.
In Nederland lijkt het gebruik voor te komen op zowel protestantse als katholieke graven en begraafplaatsen, in België lijkt het gebruik vooral te kaderen in een katholieke traditiesfeer. Het einde van de traditie wordt gekoppeld aan diverse redenen. Zo werden er naar verluidt in Nederland al in 1920 maatregelen genomen tegen de ‘excessen’ van de graftrommels , maar ook tegen de verwaarlozing die toen al duidelijk zichtbaar was bij vele exemplaren. De komst van plastic kransen en bloemen en de beperkte concessietermijnen hebben het gebruik waarschijnlijk nog verder ondergraven. Het feit dat materialen zoals ijzer en zink onderhevig zijn aan corrosie onder invloed van de weersomstandigheden heeft ongetwijfeld een sterke impact gehad in het overleven van veel kransen, en maakt dat vandaag weinig exemplaren nog in aanmerking komen voor restauratie. Graftrommels zijn zeker bekend in Nederland en België, maar ook in verschillende andere landen in Europa is het gebruik gekend.
De ovale of ronde vorm, de diepe ijzeren of zinken dozen en de glazen afdekplaat deden velen denken aan een trommel of een doos, wat mogelijk de meest courante naam ‘graftrommel’ kan verklaren. Binnenin werden in de meeste gevallen kransen geplaatst, die vervaardigd waren uit zink, aluminium, stof, porselein of zelfs kraaltjes, al waren ook andere objecten zoals foto’s en beeldjes niet uitzonderlijk. De ovale vorm was naar alle waarschijnlijkheid de meest populaire, al zijn er andere vormen bekend (rond, hartvormig, kruisvormig, enz.). Er werden heel veel verschillende formaten teruggevonden, waardoor het onwaarschijnlijk is dat de trommels het resultaat waren van een grote industriële productie; sommige graftrommels die wel goed gedocumenteerd konden worden blijken gemaakt te zijn geweest door lokale ambachtslieden, zoals smeden of metaalbewerkers. De blaadjes in de kransen werden in veel gevallen met de hand beschilderd, en de kransen werden meestal op maat en op aanvraag vervaardigd. Bij latere exemplaren (vooral in de twintigste eeuw), werden zinken letters vaak vervangen door aluminium- of plasticletters. De trommel zelf kon gemaakt worden in ijzer (blik) of zink, maar mogelijk werden vroege negentiende-eeuwse exemplaren nog in hout gemaakt. 
De graftrommels konden diverse doelen dienen: in veel gevallen ofwel werden ze bij graven geplaatst, gehangen of gelegd, waardoor het gebruik sterk lijkt op het plaatsen van kransen die vervaardigd zijn van verse bloemen en bladeren of (latere) vervangers in kunststof. Er zijn echter ook voorbeelden van graftrommels bekend die als grafteken dienden – waaronder twee bijzondere exemplaren in Hallaar (bij Heist-op-den-Berg) .
De verkoopplaatsen van deze trommels zijn niet altijd bekend, uit verschillende voorbeelden weten we dat familieleden de trommels konden aankopen bij firma’s zoals ijzerwarenhandelaars, smederijen, bloemenverkopers of steenhouwers. Het feit dat bloemenverkopers deze kransen soms verkochten hoeft ons niet te verbazen. De bloemen, blaadjes en takken waaruit de kransen werden samengesteld verwezen naar specifieke funeraire symboliek. Zo zien we vaak hulst, eikenbladeren, wijnranken, palmtakken en roosjes terugkeren, stuk voor stuk planten die in de negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse symboliek verwezen naar de eeuwigheid, de trouw, de liefde en de verdienstelijkheid. Uit een studie van Bok en Halkus  blijkt dat er een heel scala aan bloemen en planten kon gekozen of vervaardigd worden, maar ook dat het soort bloemen of planten niet altijd met zekerheid te bepalen valt. Een zekere artistieke vrijheid staat dus buiten kijf. Naast de rijke plantensymboliek werden ook rouwlinten, spreuken en foto’s toegevoegd aan kransen, zodat elke krans een persoonlijke toets meekreeg. Sta ons toe u het verhaal te vertellen van een wel heel markante graftrommel.

Een graftrommel voor een gesneuvelde soldaat

In het voorjaar van 2015 werden twee oude graftrommels teruggevonden in Hallaar. Ze waren jaren geleden van het oude kerkhof weggenomen omdat ze in bijzonder slechte staat verkeerden: het glas was gebroken en de inhoud lag ten dele verspreid rond de graftrommels. Niemand kreeg het echter over het hart om de trommels definitief te vernietigen, en zo werden ze voor enkele decennia gestockeerd, in de hoop dat er ooit iemand gevonden werd die ze in ere kon herstellen. Beide graftrommels vertelden een tragisch verhaal: de grootste behoorde toe aan de gesneuvelde soldaat Jan Amand Verhaegen (1889-1916), de andere aan Joannes Jozef Ceulemans (1905-1929), die mogelijk aan TBC op veel te jonge leeftijd overleed. De dood van beide jonge mannen schokte het kleine dorp Hallaar en een lokale metaalbewerker (mogelijk de toenmalige lokale smid Van Leemputten, die echter moeilijk te documenteren valt) maakte naar alle waarschijnlijkheid beide graftrommels.  Beide graftrommels hadden nog één markante eigenschap gemeen: ze stonden niet op een stenen grafmonument als permanente bloemenkrans, maar ze vormden het effectieve grafmonument. Beiden waren gemonteerd op een staak, die het graf markeerde.

De graftrommel van Jan Amand Verhaegen

 en het verhaal erachter kon – mits enkele jaren speurwerk – uitvoerig gedocumenteerd worden. Een verhaal dat samenvalt met de Grote Oorlog en de nasleep ervan. Oude foto’s laten ons zien dat deze graftrommel (maar in feite ook die van J.J. Ceulemans) een goed zichtbare plaats had gekregen aan de voorzijde van het oude kerkhof, en in de onmiddellijke nabijheid stond van andere oorlog gerelateerde graven. De grafrommel kreeg een bijzonder groot formaat (meer dan 150 cm hoog, meer dan 100cm breed en 35 cm diep), en was duidelijk zo ontworpen dat voorbijgangers langs de straatkant nog steeds een glimp konden opvangen van het trieste aandenken aan de dood van een jonge man. Het bijzonder grote formaat en de – met eer verbonden – locatie, zorgde ervoor dat de graftrommel meermaals in beeld kwam bij het nemen van foto’s van het oude kerkhof en activiteiten die in de nabijgelegen straat plaatsvonden (en die op de achtergrond een zicht boden op het oude kerkhof). Figuur 3: De graftrommel (nu tussen nieuwe grafmonumenten in Belgische Blauwe Hardsteen) is opnieuw duidelijk zichtbaar op deze ongedateerde foto. De kap hangt schuin over het glas, dat reeds op dit ogenblik een grote barst lijkt te vertonen (foto: collectie Ludo Verhaert, Hallaar).
 De graftrommel is binnenin versierd met bladeren van de druivelaar, de beuk, blaadjes van hulst (allen in zink) en viooltjes  en roosjes in biscuit. De symboliek van deze blaadjes verwijst naar het overleven van de dood (de druivelaar lijkt in de winter dood, maar draagt elk jaar weer vruchten in de zomer), troost (beuk), de eeuwigheid (de groenblijvende hulst), de bescheidenheid en jeugdigheid (viooltje). De foto’s doen vermoeden dat de weinig blaadjes en bloemen die overgebleven zijn waarschijnlijk veel talrijker aanwezig waren dan vandaag het geval is. 
 
Maar wie was Jan Amand Verhaegen? En waarom kreeg hij zo’n grote graftrommel? Op zijn bidprentje, dat bewaard is gebleven zien de jongeman in uniform. Hij was soldaat bij de artillerie van het Belgisch leger en overleed te Dikkebus (nabij Ieper) op 4 mei 1916. Hij werd aanvankelijk begraven te Poperinge en na de oorlog op 14 oktober 1921 herbegraven in Hallaar. 
Pas als we inzage krijgen in zijn militair dossier komt een klein stukje van het verhaal naar boven. Zijn registratieformulier van het artillerieregiment geeft flink wat informatie. De jonge knaap met blauwe ogen en kastanjebruin haar was voordien tewerkgesteld geweest als landbouwer en trad in dienst op 8 juni 1909, bij het 4de regiment van de artillerie. Enkele maanden later, in oktober kwam hij effectief in actieve dienst. Gedurende zijn dienst werd hij verscheidene keren overgeplaatst: in 1910 naar het 2de  regiment, in 1913 naar het 1ste  regiment en in maart 1915 naar het 7de regiment van de artillerie, waar hij bij zijn dood behoorde tot de 1ste groep. 
Het dossier bevat tal van boeiende persoonlijke details. Voor de oorlog keerde hij verschillende keren opnieuw naar Hallaar, telkens voor een verblijf van 5 dagen tot enkele weken. Hij verbleef in november 1911 mogelijk enkele dagen in het ziekenhuis, en kort nadien, begin 1912, verblijft hij vijf maanden in het buitenland (de reden is onbekend, mogelijk gezondheidsredenen?). Hij kreeg tijdens zijn dienst voor de oorlog ook enkele keren arrest, meestal voor het te vroeg verlaten van zijn wachtdienst of zijn werk. Het kostte hem telkens 4 tot 8 dagen politiezaal. 
Op 1 augustus 1914 werd hij opgeroepen voor de oorlog. Zijn dossier geeft vanaf dan bijzonder weinig informatie vrij. Tijdens de oorlogsjaren staat er geen enkel verlof meer beschreven in zijn dossier, noch enige strafmaatregel. Bij zijn overlijden krijgen we in de documenten wat zicht op enkele andere persoonlijke gegevens. Op het ogenblik van zijn overlijden was hij ongehuwd, en had hij één jaar, negen maanden en 4 dagen anciënniteit opgebouwd in oorlogsdienst – en zoals zijn dossier doet vermoeden – was hij die 21 maanden waarschijnlijk in dienst zonder enige onderbreking. Zijn overlijdensakte werd op 4 mei opgemaakt om 13u, er is daar geen reden van overlijden genotuleerd. Er is wel een inventaris van de weinige objecten die hij bezat, waaronder sporen (voor paarden), een mondharmonica, sigaretten en een portefeuille met brieven en de geldsom van 31 frank en 20 centimen. Hij werd na zijn dood begraven op de (militaire) begraafplaats van Poperinge (au cimetière anglo-franco-belge).
De doodsoorzaak vonden we uiteindelijk ook, en wel in het dagboek van Achiel Van Walleghem, die pastoor was in de oorlogsjaren en nauwgezet een dagboek bijhield. Hij beschreef de dood van ‘onze soldaat’ als volgt: Om 1 ure namiddag wordt de hoeve van Maurits Lemahien geweldig gebombardeerd. Daar verblijven immers verschillige Belgische officieren van den 1ste groep, waaronder doktoors en aalmoezenier E.H. Peeters. (…) 25 bommen vallen op en rond de hoeve, waarvan 3 op de gebouwen. De soldaten komen met hunne peerden gevlucht tot bij de hoeve van Dalle. Ongelukkiglijk een belgisch soldaat wordt getroffen in de ’t deurgat van ’t huis en sterft eenige oogenblikken nadien . Vanaf 1919 deed zijn vader aanvragen om de ereonderscheidingen van zijn zoon alsnog postuum te mogen ontvangen: Ridder in de Leopold II orde met palm en het Oorlogskruis. Op 10/10/1921 werd hij officieel begraven in Hallaar , en kort nadien werd de grote graftrommel opgericht. Zijn graftrommel bevatte op het moment dat hij in 2015 gevonden werd geen foto meer (en het is de vraag of die er ooit was), maar bevatte wel grotendeels verteerde resten van een lint … met de Belgische driekleur.
 
 
 

foto 's :

Foto 1 :Tijdens de beruchte klokkenroof in Hallaar (1943-1944) werden foto’s genomen van de menigte vanop het oude kerkhof. Daarbij komt niet alleen de graftrommel van Jan Amand Verhaegen in beeld, maar ook die van Joannes Ceulemans (foto: collectie Ludo Verhaert, Hallaar)

Foto 2 : De graftrommel (nu tussen nieuwe grafmonumenten in Belgische Blauwe Hardsteen) is opnieuw duidelijk zichtbaar op deze ongedateerde foto. De kap hangt schuin over het glas, dat reeds op dit ogenblik een grote barst lijkt te vertonen (foto: collectie Ludo Verhaert, Hallaar).
 De graftrommel is binnenin versierd met bladeren van de druivelaar, de beuk, blaadjes van hulst (allen in zink) en viooltjes  en roosjes in biscuit. De symboliek van deze blaadjes verwijst naar het overleven van de dood (de druivelaar lijkt in de winter dood, maar draagt elk jaar weer vruchten in de zomer), troost (beuk), de eeuwigheid (de groenblijvende hulst), de bescheidenheid en jeugdigheid (viooltje). De foto’s doen vermoeden dat de weinig blaadjes en bloemen die overgebleven zijn waarschijnlijk veel talrijker aanwezig waren dan vandaag het geval is. 
Tamara Ingels en Lin Verbeemen