Nieuwsbrief Nr. 97 - januari 2017

In Paradisumeen interessante funeraire dag:


Het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur vzw zette in het Heilig Hartinstituut in Heverlee het funerair erfgoed in de kijker. De oproep naar onze leden toe kende een succes want bij de meer dan 100 deelnemers bevonden zich een tiental leden van vzw Grafzerkje.
Jean-Luc De Meulemeester mocht de spits afbijten en meteen viel al op dat de dag een schot in de roos zou worden. Hij onderhield ons met een lezing “Begraven tijdens de late Middeleeuwen in West-Europa”. Hij had het tijdens zijn rijk geïllustreerde voordracht onder meer over het gebruik om de stervende een doodskaars in de hand te geven, in die kaars zat een penning met een kruis er op. Een kaars was in die tijd erg duur. De penning wordt na de begrafenis aan een arme gegeven. De kaars is heden ten dage nog dikwijls aanwezig en in sommige steden bestaat er nog steeds de traditie om na de begrafenis brood te geven aan de armen.
Ons lid Stefan Crick, van het Jacques Baron le Roy Genootschap sprak over obiits en rouwgebruiken bij de adel. Leden van vzw Grafzerkje konden Stefan zijn, uitgebreidere, voordracht reeds aanhoren tijdens onze ledenbijeenkomst in het Antwerpse crematorium. Het voeren van een rouwbord zou voortvloeien uit de riddertijd. De obiits werden na de rouwdienst in de kerk gehangen.
Annemie Van Dyck had het over textiel in de gebruiken bij het overlijden en bij de uitvaart. In vroegere tijden was de hele directe omgeving van de overledene betrokken denk maar aan de inrichting van rouwkapellen. Zwart was de rouwkleur bij uitstek later werd ook paars een rouwkleur. Annemie stelde dat vele van deze gebruiken volledig in onbruik geraakt zijn en concludeerde dat dit dan ook tot het meest bedreigde kerkelijk erfgoed is.
Kathia Glabeke, Leuvense Gidsenbond, gaf informatie over de begraafplaats van de Commonwealth, in de volksmond het “Engels kerkhof” genaamd. We kregen heel veel interessante informatie over wie hier terecht kwam maar ook over de werking van CWGC, de Commonwealth War Graves Commision. Een aantal van de deelnemers konden de begraafplaats onder haar kundige leiding bezoeken na de lunch.
Wij, Leen Otte en mezelf, verkozen een bezoek aan de begraafplaats van de Zusters Annuntiaten. Gids Ria Christens vertelde dat de Calvarie, uit 1905, en die geschonken werd door de toenmalige leerlingen er reeds stond voor er sprake was van een begraafplaats. De begraafplaats kwam er op een, eerder door de hertogen van Arenberg, rondpunt en dateert van 1952. Ze werd ingewijd in 1953 en telt 400 plaatsen. Toen we op de begraafplaats stonden viel Christine helemaal stil en onderhield ze enkel de mensen die het dichtst bij haar stonden. Spijtig.
Linda Van Santvoort, Universiteit Gent en voorzitter vzw Epitaaf  vertelde over het beeldhouwersatelier Salu (Laken 1872 – 1983). Ernest Salu I was leerling van Guillaume Geefs met belangrijk werk vertegenwoordigt op de Lakense begraafplaats denken we maar aan het prachtige beeld voor La Malibran en het, sterk verwaarloosde, grafmonument voor graaf Coghen. In het atelier bevinden zich ook een aantal gipsen van de hand van Geefs. Uniek is dat het atelier tot vandaag quasi intact bewaard is. Vzw Epitaaf draagt zorg voor dit erfgoed.
Julie Aerts gaf een korte toelichting bij de verschillende initiatieven en daarbij werd onze vzw Grafzerkje niet vergeten.
Rob Belemans, KU Leuven en Directeur Kunst & Erfgoed, had het over koffietafels en rouwmaaltijden. “Eten” is belangrijk en staat voor het leven. “Het samenzijn” geeft de mogelijkheid om herinneringen aan de overledene op te halen en contacten te zoeken en te bespreken hoe het nu verder moet, zonder de overledene. Heel tof was dat de spreker linken legde met het gegeven in de literatuur maar ook in televisie en film.
Voor de laatste spreker Bert Broeckaert, KU Leuven, dienden we verstek te laten gaan omdat we, in Antwerpen, een cursus gegeven door ons bestuurslid Tamara Ingels, wilden bijwonen. Bert Broeckaert ging het hebben over rituelen rond sterven en dood in multireligieus België.
 
Een zeer interessante dag was achter de rug!
 
Jacques Buermans, foto’s: Leen Otte.