Nieuwsbrief Nr. 96 - november 2016

Parijs op zaterdag 17 september 2016


Lang voor dag en dauw pikten we onze voorzitter en gids van de dag op om de trein te nemen naar Brussel. Na een beetje zoeken en wachten in Brussel, vonden we de overige leden van groep en met de Thalys vertrokken we, stipt op tijd naar Parijs. Nog geen anderhalf uur later stonden we op het perron van de Gare Du Nord, waar we, na de nodige instructies van Jacques, de metro indoken om na een overstap terug boven te komen, vlak aan onze bestemming: Père Lachaise. 
Het blijft een indrukwekkende plek. Je komt uit de drukte van de metro en belandt in een oase van rust en schoonheid. Het begint al aan de ingang zelf. De indrukwekkende poort met de zandlopers met vleugels en de fakkels .
Telkens als ik er kom, heb ik hetzelfde verwarrende gevoel, nl. waar moet ik hier beginnen; ik kan nooit alles zien. Je botst van de ene grote naam op de andere.
Dan is het aangename gezelschap van een topgids zéér nuttig. Jacques Buermans kent de plek als zijn broekzak en nam ons mee op ronde.
Een toevallig, maar aangenaam intermezzo in deze rondleiding was het feit dat het crematorium open was. Er was net een dienst afgelopen en we deden een poging om ook de binnenkant van het gebouw te bekijken, maar die poging werd snel afgebroken. Het was een privédienst en we mochten terug vertrekken. Er waren toch enkelen die een foto van de binnenkant van dat crematorium hebben kunnen maken.
at opviel, was het aantal bezoekers, oftewel, het gebrek hieraan. Het was zeer rustig en waar je anders moet aanschuiven om sommige graven te bekijken of waar je anders van ver kunt vermoeden dat er een bekendheid te bewonderen valt, konden we nu overal direct terecht. Zelf bij Morrison, waar het anders drummen kan zijn, waren nu enkele bezoekers.
et bezoek was mooi, leerrijk, aangenaam maar lang. Vanaf een gegeven moment, lukte het mij niet meer om de informatie te incasseren. Ik was moe en had honger en dorst. Al goed dat de rondleiding op zijn einde liep en we konden aanschuiven aan te de tafel die Jacques gereserveerd had.
Die middagpauze mocht, wat mij betreft, minstens twee keer zo lang duren, maar we zetten na de maaltijd onze tocht verder. We doken terug de metro in en vlak aan de begraafplaats Montmartre kwamen we terug boven. Bij de ingang van deze begraafplaats maakte ik direct een nieuwe vriend. Een mooie poezenvent kon mijn gezelschap op prijs stellen.
et bezoek was mooi, leerrijk, aangenaam maar lang. Vanaf een gegeven moment, lukte het mij niet meer om de informatie te incasseren. Ik was moe en had honger en dorst. Al goed dat de rondleiding op zijn einde liep en we konden aanschuiven aan te de tafel die Jacques gereserveerd had.
Die middagpauze mocht, wat mij betreft, minstens twee keer zo lang duren, maar we zetten na de maaltijd onze tocht verder. We doken terug de metro in en vlak aan de begraafplaats Montmartre kwamen we terug boven. Bij de ingang van deze begraafplaats maakte ik direct een nieuwe vriend. Een mooie poezenvent kon mijn gezelschap op prijs stellen.
Hier terug, trap op, berg af of berg af en trap op, van het ene prachtige monument naar het andere. De fut was een beetje uit de groep. Ze volgden nog wel – alhoewel, soms was het wachten geblazen.
De begraafplaats is niet zo indrukwekkend als Père Lachaise, maar toch zeker ook de moeite waard.
Na een tweetal uren wandelen, was het vat helemaal af. We hadden nog tijd zat om iets te drinken. Op het terras werd besloten om te voet naar het station te gaan. Het is uiteindelijk maar enkele metrohaltes verder, maar bovengronds wandel je door een andere wereld. We zijn de Moulin Rouge gepasseerd en de concertzaal Cigale, waar net een optreden zou starten. We kwamen ontelbaar veel winkels tegen waar ze trouwkledij verkochten – gewoon de ene naast de andere; er liep zelf een koppel in trouwkledij gewoon over de straat. De korte wandeling dompelde ons onder in een mengelmoes van kleuren en culturen. Het smaakte naar meer, naar verder de stad intrekken, maar we moesten de trein halen. De Thalys terug naar Brussel, de trein terug naar Berchem, de auto terug naar Hoboken en zo stonden we ‘moe maar voldaan’ na een lange, aangename dag terug thuis.
P. S.: een opsomming van de lading bekendheden met uitermate mooie laatste rustplaatsen is terug te vinden in eerdere verslagen.
 
Leen Otte.
 
Foto’s: Leen Otte, Marleen Bruynseels, Pela De Kinder, Michael Devisscher en Jacques Buermans.