Nieuwsbrief Nr. 96 - november 2016

Week van de Begraafplaatsen in Antwerpensuccesvolle finale


ondagmorgen tien uur. Bijna 50 deelnemers voor de rondleiding “Beroemd Antwerpen” op Schoonselhof. Gidsen van dienst Tamara Ingels en Jacques Buermans beiden bestuursleden van vzw Grafzerkje. Ik diende een keuze te maken en volgde het begin van de rondleiding van Jacques. Hij stond stil bij het tragische einde van Maria ’s Heeren  die omkwam in de lichtstoet van 1902. Natuurlijk kwam Peter Benoit , de man van de grote orkestwerken, aan de beurt. Nieuw voor mij was een passage bij Pieter Dens waar Jacques wees op het verschil in symboliek tussen het eerder gepasseerde graf van een vrijmetselaar (passer en winkelhaak) en de symbolen eigen aan een architect (passer, winkelhaak, meetlat en schietlood). De er soms nog gerestaureerd wordt bleek uit het graf voor Evert Larock  waar de mensen van Levanto prachtig werk leverden. Bij Jan Van Rijswijck zijn er altijd een aantal uit de groep die denken dat dit de burgemeester van Antwerpen is maar onze gids vertelde dat het de vader van de burgemeester betrof. Natuurlijk moet er bij “beroemd Antwerpen” langs het graf voor Hendrik Conscience  stilgestaan worden.
Bij het zeer eenvoudige stadsmonument voor schilder Henri Leys  maakte ik de overstap naar Tamara Ingels. Via het monumentale graf voor burgemeester Leopold De Wael betrad Tamara het ereperk. “dat mensen dat ’t welga” lazen we op de laatste rustplaats voor schrijver Gerard Walschap. Dichter Paul Van Ostaijen en schrijver Willem Elsschot liggen pal over mekaar. Vandaar ging ze naar de kunstenaars waar het graf voor Julien Schoenaerts heel wat bijval oogstte. Ook het nieuwe graf voor schrijver Herman De Coninck  droeg de goedkeuring van de deelnemers weg. Via de “wereldbekende” Ferre Grignard werd het kunstenaarsereperk verlaten.
Tamara trok nog naar het kasteel waar ze de geschiedenis van het domein Schoonselhof vertelde. Op het eind van de rondleiding begroetten beide gidsen mekaar zeer hartelijk. Het klikt duidelijk goed tussen die twee.

Marc De Meyer, foto’s Marc De Meyer.