Nieuwsbrief Nr. 95 - september 2016

De Reis van Paneb – deel III Naar het hiernamaals


Sinds enige tijd volgen we de begrafenis van de Oude Egyptenaar Paneb, uit de 21e Dynastie.  In delen I en II zagen we hoe Paneb gemummificeerd werd, en hoe de begrafenisstoet van zijn woning naar zijn graf trok.  Dat was echter de materiële reis van Paneb’s lichaam.  Deze keer gaan we wat dieper in op zijn spirituele reis.
Tekst en foto’s: Daniël Coninx (2009)
Oude Egyptenaren waren extreem pragmatische mensen. Het Hiernamaals leek als twee druppels water op het leven zoals zij dat kenden (al was het dan wel zonder de dagelijkse ongemakken of problemen). Al vroeg hadden ze begrepen dat het allemaal heel mooi is als ziel naar dat Hiernamaals te gaan, maar wat kan men daar eigenlijk aanvangen zonder lichaam ? Men redeneerde dus dat de Ka (de ziel) niet zonder lichaam kon. Maar als dat lichaam nu dood is, wat dan ? Dan moet dat lichaam dus eerst en vooral goed bewaard worden (vandaar de mummificatie), en ten tweede, moet het weer tot leven gewekt worden. Dat dat onmogelijk is, was hen ook wel duidelijk, maar men maakte dankbaar gebruik van een verschil tussen “levend” in de letterlijke zin, en “levend in het hiernamaals”. Door middel van rituelen werd de mummie weer tot “leven” gewekt, om te kunnen leven in het hiernamaals.
Het ritueel van het Openen van de Mond was voor elk individu het belangrijkste, want door de mond ademt men, eet men en communiceert men. Zonder dit ritueel sterft de mens definitief. Het verbieden van dit ritueel bij de terechtstelling/begrafenis van zware criminelen, was de ergste straf die uitgesproken kon worden. Samen met het afnemen van de naam zorgde het er symbolisch voor dat de misdadiger onbekend, onbemind, en onbestaand verklaard werd. De schuldigen voor de moord op Ramesses III bijvoorbeeld, worden in de processtukken nooit met hun naam aangeduid, maar slechts met “De Kwaadaardige”, “De Vervloekte”, “De Gehate”, enzovoort.
Hoe ging dit ritueel in zijn werk ?
Alleszins niet zoals zovele lokale gidsen in Egypte goedgelovige toeristen proberen wijs te maken. Men brak niet letterlijk met een hamer en een beitel de mond van de mummie open. Eerst 70 dagen al dat meticuleuze werk doen, om dan als een vandaal die mummie zo toe te takelen ? Soyons serieux, hé zeg !
Dit is, reeds in Paneb’s tijd, een millennia-oud ritueel, diepzinnig en fijngevoelig, overgeleverd uit de prehistorie en verfijnd door de eeuwen. Het betreft trouwens niet alleen het openen van de mond, maar van alle openingen in het hoofd (al is en blijft de mond het belangrijkste). Gelukkig heeft ook Paneb deze ceremonie op de wanden van zijn graf laten vereeuwigen, zodat wij, 3.000 jaar later, een duidelijk beeld hebben van hoe dit ritueel verliep. Aangezien het doel van de hele oefening was, de dode weer levend te maken, moesten de gevolgen van de mummificatie (op zijn minst symbolisch) weer ongedaan gemaakt worden. Tijdens het mummificatieproces waren de mond, ogen, oren en neus dichtgemaakt. Die moeten nu weer geopend worden. In Paneb’s geval wordt de Sem-priester (die steeds een priester van Ptah is) bijgestaan door twee andere priesters : één van Toth, de God van het schrift, wetenschap en wijsheid (een belangrijke God voor een handelaar als Paneb), en één van Ma’at, de Godin van het kosmische evenwicht, de rechtvaardigheid en het mededogen. Rijkere burgers hebben soms wel tien priesters voor dit ritueel, terwijl een arme duts het met één moet stellen. Paneb is hiermee tegen de traditie (en tegen zijn zoon) ingegaan, trouwens. Als er al meerdere priesters bij het ritueel betrokken worden, zijn het doorgaans een priester van Osiris (die de overledene symboliseert), en een priester van Horus (die de zoon van de overledene voorstelt). Paneb was echter te verknocht aan Toth en Ma’at, en zijn zoon is niet tegen zijn wensen ingegaan (aangezien dat ongeluk zou brengen), maar gelukkig is hij er allerminst mee. Dat hij, als zoon, op deze wijze “gepasseerd” wordt, is een blaam die velen zich nog lang zullen herinneren, en zal een sterke invloed op zijn sociale status hebben.
Voor het ritueel worden verschillende werktuigen gebruikt. Het belangrijkste hieronder is een dissel. Bij zeer uitgebreide ceremonies werden zelfs meerdere dissels gebruikt. Verder werden een grote hoeveelheid vazen, zagen, sjerpen, vuurstenen messen, zalven en wierook gebruikt. Mochten ook niet ontbreken : water, wijn en bier ! Van een aantal voorwerpen weten we thans helemaal niet meer waarvoor ze dienden. Waarvoor dienden in Godsnaam een gouden vinger, of een houten ossepoot ? Het volgende is dan ook een reconstructie van het ritueel op basis van onze ongetwijfeld zeer schetsmatige kennis. Kijken we naar de ceremonie door de ogen van Nefer, Paneb’s volwassen kleinzoon.
“De priesters staan klaar.  De priester van Toth heeft de wierook ontstoken, en de priesteres van Ma’at houdt water, wijn en bier gereed.  Met wolken wierook wordt grootvaders mummie gereinigd.  De priesteres van Ma’at besprenkeld hem met water, bier en wijn om boze geesten te verdrijven.  Wat nu ?
Oja, de ossen moeten worden geslacht, want de priesters hebben een ossehart nodig.  Dat zal even duren.  Ondertussen praten we over grootvader met onze vrienden.  Dan gaat het ritueel verder.
De Sem-priester heeft de dissel ter hand genomen, en maakt ingewikkelde, rituele gebaren.  Ik snap er niets van, maar vader heeft me verzekerd dat met deze gebaren de priester ervoor zorgt dat grootvader, in het hiernamaals, zal kunnen eten, drinken, en spreken.  Ik vermoed dat hij dit ritueel herhaalt met een zaag, om zeker te zijn…
Dit is belangrijk : met een gouden vinger, het vlees van de Goden, raakt hij de mond van de mummie aan.  Grootvader opent voor de eerste keer zijn mond in het hiernamaals.  Hij is aangekomen !  De Goden zij dank !  Aangezien het al meer dan 70 dagen geleden is dat hij gegeten heeft, hebben de priesters voor grootvader druiven meegebracht.  Zo kan hij ook aan gene zijde van zijn eten genieten.  Hij krijgt ook een beker wijn aangereikt, zodat hij kan drinken.  Opdat hij zou kunnen ademen aan de andere kant, wuiven ze hem met een struisvogelveer lucht toe.  Het duurt allemaal erg lang, en dat in deze hitte.  Ik moet er niet aan denken dat die hele ceremonie voor elke lichaamsopening nog eens herhaald gaat worden.  Pas dan, nadat de mummie nog eens met wierook, water, wijn en bier gereinigd is, kunnen we grootvader uitnodigen met ons een laatste maal aan tafel te gaan.
Hoezeer de mens een gewoontebeest is, blijkt uit wat volgt op het ritueel van het Openen van de Mond: de tot op de dag van vandaag gebruikelijke koffietafel.  Toegegeven, in Paneb’s tijd was er geen koffie, en er werd ook niet aan een tafel gegeten.  De keuze was ook groter dan tussen koffiekoeken of sandwiches met hesp of kaas, maar de idee was dezelfde.  Tijdens een groot feestmaal, voorgezeten door de mummie, werden herinneringen aan de overledene opgehaald, werd er gelachen, trof men vrienden en familie die men soms jaren niet meer gezien had.  Veel verschil met nu is er dus eigenlijk niet.  Op voorwaarde dat men niet teveel rekening houdt met die mummie aan de kop van de tafel…
De grafdelvers wachten tot het feest voorbij is.  Dan pas kunnen zij aan de slag voor het laatste, en zwaarste deel : de sarcofaag moet nog in het graf, en zoals steeds, is het ook dit keer weer een passemaatje.  Wie in Deir el Medina ooit de particuliere graven bezocht heeft, zal zich ongetwijfeld afgevraagd hebben hoe men die volumineuze sarcofagen in die grafkamers heeft gekregen.  Het lijkt soms wel of het graf rond de sarcofaag is gebouwd.  Het antwoord is nochtans eenvoudig : met (veel) bloed, zweet en vloeken.  Eens de sarcofaag op haar plaats stond, konden de grafgiften, canopen, vaatwerk, enz. ook gestapeld worden.
Paneb’s familie wacht hier niet op.  Alvorens het graf afgesloten wordt, zal het nog minstens een paar dagen duren tot de laatste items op hun plaats staan.  Uiteindelijk sluit de meester-metselaar het graf af, in de hoop/wetenschap alles gedaan te hebben om de overledene het eeuwige leven te garanderen.  Zodra iedereen weg was, nagenoeg zonder uitzondering, de volgende gasten : de grafrovers…
Was het dat dan ?
Al dat werk om die mummie te maken, dat graf, die begrafenisstoet… waarom ?  Iedereen voelt natuurlijk al met zijn of haar ellebogen dat er meer achter schuilt.
Als wij, mensen van de 21e eeuw, sterven, dan geloven wij dat één van de volgende dingen gebeurt, naargelang onze persoonlijke overtuiging :
n De atheïst gaat dood, en dat is het einde van de reis.  Geen ziel, geen hiernamaals, alleen het zoete niets.
n Een goeie katholiek gaat naar de hemel om daar ten eeuwigen dage God te aanbidden en driemaal daags rijstpap met gouden lepeltjes te eten.  De slechte katholiek gaat naar de hel om daar voor eeuwig en drie dagen te branden.  Al de rest gaat naar het vagevuur in afwachting van een definitieve bestemming.
n De Jood doet ongeveer hetzelfde (maar dan zonder rijstpap).
n De Moslim wordt opgenomen in Allah (al dan niet met 70 maagden).
n Boeddhisten worden herboren of gaan over naar een hoger niveau van “zijn”, net zoals de Hindu’s.
Over één ding zijn ze het allemaal echter roerend eens : alle anderen gaan naar de hel, en een flink pak van de eigen geloofsgenoten trouwens ook.
En bij de Oude Egyptenaar ?
Die pragmatische Oude Egyptenaar ziet het tegelijk veel eenvoudiger, en daardoor ook een pak ingewikkelder…
Ten eerste is er voor hem niets als een eeuwigdurende hel.  Dat maakt het hiernamaals veel eenvoudiger.  Ten tweede heeft een mens twee soorten “zielen”, wat het dan weer een pak ingewikkelder maakt.  De mens bestaat uit drie delen, die geen van allen zonder de twee anderen kunnen.
De Ka is de onsterfelijke ziel, de persoonlijkheid, het wezen van de mens.
De Ba is zijn levensenergie, die niet onuitputtelijk is, maar eindig, al is de Ba, op een ander niveau, dan weer wel onsterfelijk.  Als “container” voor de levensenergie is de Ba onsterfelijk, maar zonder deze energie is een lege doos ook maar een lege doos.
Het lichaam is het huis waarin die twee wonen.  Als de mens sterft, is het eigenlijk de Ba (de levensenergie) die sterft.  Die dood is echter van korte duur, en kan veeleer als een metamorfose gezien worden.  De Ba, die voorheen Ka en lichaam van energie voorzag, zal in de toekomst alleen nog de Ka bedienen.
De Ka verlaat, bij de dood, het lichaam en wordt door Anubis naar Osiris gebracht.  Anubis wordt vaak als de Egyptische dodengod gezien, maar dat is eigenlijk niet correct.  Anubis is de gids.  Osiris is de god van het dodenrijk.  Alvorens voor Osiris te verschijnen, wordt het hart van de overledene afgewogen tegen een veer van de godin Ma’at, de reden waarom het hart in de mummie is gebleven.  Dit is het moment waarop de “positieve biecht” van de overledene aan bod komt.  Wij biechten (als we al biechten) onze zonden, wat doorgaans een korte lijst is.  Dit noemt men een “negatieve biecht”.  De Oude Egyptenaar deed het tegenovergestelde, en somde al het goede op wat hij gedaan had, en al het slechte dat hij niet gedaan had.  Als geheugensteun kreeg hij die lijst mee in zijn srcofaag.  Een riskante bedoening, want wie bijvoorbeeld vergat te vermelden dat hij nooit gemoord had, gaf, bij omissie, toe dat hij wel gemoord had.  Zo groeide de lijst van “Ma’at’s Biecht” van een povere 42 punten uit tot een boekwerk met ettelijke duizenden vergrijpen.
Gelukkig was er voor Ma’at nog een andere manier om na te gaan of de overledene een rechtschapen persoon was geweest.
“Het hart van een rechtschapen man is lichter dan een veer van de kroon van Ma’at.”
Het hart van de overledene ging aan de ene kant de weegschaal in, en werd afgewogen tegen een veer van de hoofdtooi van Ma’at.  Sloeg de weegschaal door naar het hart, mocht de Ka voor Osiris verschijnen.  Sloeg de weegschaal door naar de andere kant… dan zat naast de weegschaal een honderdogig monster dat Ka’s vrat.  Voor de Oude Egyptenaar was dit de ultieme dood : eens de Ka vernietigd was, was de mens voor eeuwig verloren.
Paneb is echter altijd een goed en devoot man geweest, en dus is iedereen ervan overtuigd dat Ma’at hem zonder problemen zal doorlaten.  Ook Osiris, die het laatste woord heeft, verwelkomt de Ka van Paneb met open armen.  Nog is Paneb echter niet in het hiernamaals aangekomen.  Elke dag, tegen zonsondergang, verzamelen Osiris en Anubis de doden van die dag op een schip.  Daarmee varen ze door de onderwereld naar het uiteindelijke hiernamaals.  Deze plaats is zowat de enige die met onze hel te vergelijken is.  Het is letterlijk de onderkant van de wereld.  Een ondergrondse rivier leidt door grotten en spelonken naar “de andere kant”, waar men bij dageraad zal aankomen.  Een symbolische wedergeboorte in de wereld van het hiernamaals.  Geen hel zonder zijn duivels, uiteraard, en voor de Egyptenaren is deze onderwereld dan ook bevolkt met ontelbare monsters en demonen.  De belangrijkste daaronder is Apepi (in het Grieks Apophis, wat bekend zal klinken aan fans van de TV-reeks “Stargate”), een gigantische slang.  Gelukkig hebben Osiris en Anubis de hulp van Osiris’ kleinzoons Amset (de bewaker van de canope met de maag), Kehbensenef (de bewaker van de levercanope), Duamutef (longen) en Hapi (dunne darm).  Ook de beschermgodinnen Serket, Neith, Nephtys en Isis staan mee in voor een behouden vaart. 
Bij dageraad komt Paneb’s Ka aan in het hiernamaals… dat er identiek uitziet als de wereld die hij net verlaten heeft.  Zo zagen de Oude Egyptenaren hun hemel : het beste van wat het leven te bieden had.  Er is toch niets mooier dan in vrede en welvaart aan de oevers van de Nijl te leven, dus waarom zou het hiernamaals anders zijn ?  Die instelling toont ons een fundamenteel onderscheid : de Oude Egyptenaar was tevreden met zijn leven, en het was zijn ultieme wens dat leven eeuwig verder te zetten.  Wij, anderzijds, creëren een hemel die fundamenteel verschilt met het leven dat we leiden.  Wij zijn blijkbaar, over het algemeen, zeer ontevreden met ons leven.
In het hiernamaals zal Paneb uiteindelijk tevreden leven met zijn familie.  Zijn ushebti’s zullen voor hem het werk doen, en zoalng zijn vrouw en kinderen nog leven zal Paneb’s Ka hen bezoeken.  Daarom is het belangrijk dat de mummie zo goed bewaard blijft, want hij is Paneb’s huis op Aarde.  Zolang die behouden blijft, kan Paneb’s Ka zijn familie bezoeken.
Zo.
Paneb is aangekomen.  Zijn reis is ten einde, en dus is voor ons de tijd gekomen afscheid van hem te nemen.  Het was mij een genoegen U te begeleiden op deze bijzondere reis, en ik sluit af met de woorden van mijn goede vriend Jacques : “Voila, dat was het.  Tot volgende keer, en vergeet de gids niet…”.

Tekst en foto's : Daniël Coninx