Nieuwsbrief Nr. 95 - september 2016

Veenhuizen, het graftrommelparadijs ! Twee graftrommelaars op werkbezoek in het graftrommelmuseum van Veenhuizen.


Mark Sweertvaegher en ikzelf trokken het verlengde weekend van 15 augustus richting Veenhuizen op werkbezoek bij Pieke van Doorn, de eigenaresse van het graftrommelmuseum.
Het was ver maar de 370 kilometer afstand hield ons niet tegen!
 
Het eerste wat we zagen toen we het grondgebied van Veenhuizen binnenreden was een toeristi-sche gevangenisbus… Ja, in het verleden werden hier de koloniën van Weldadigheid gesticht door ene Generaal van den Bosch, waar ook Wortel en Merksplas toe behoren.
M.a.w., als je hier terechtkwam had je iets uitgestoken of je was landloper en je moest heropgevoed worden.
De kolonie bestond uit 3 gestichten, nu heeft Veenhuizen 2 moderne gevangenissen waarvan een gevangenis wordt verhuurd aan de Noorse Justitie. Sindsdien wordt dit ook beschouwd als Noors grondgebied!
 
Enfin, genoeg geschiedenis want we kwamen eigenlijk om te werken én gewerkt hebben we!
 
Kort na de middag maakten we kennis met Pieke en na een korte bespreking van foto’s en onze krans werden we zonder pardon aan het werk gezet.
Allereerst werd het hoopje oud ijzer ontleedt en daaruit leerden we dat de krans werd opgebouwd uit groepjes bladeren van twee, drie of vier stuks met onderaan de zwaartepunten.
Toen gingen we de laspunten tellen en kwamen we tot de ontdekking dat we amper een drietal blaadjes te kort kwamen!
Vorige zomer echter, hadden Jos Donny en ikzelf alle blaadjes met een borstel proper gemaakt. Elk blaadje en afgebroken stukjes apart in zakjes gestopt en bleven al die tijd met de schrik zitten omdat we die ooit eens aan elkaar moesten gaan solderen. Niks van, gewoon de afgebroken stukjes links laten liggen en de bladeren gebruiken zoals ze zijn want er is geen mens die het verschil zal opmerken.
Om terug te komen op de ontleding van de krans: aan de hand van de dikte van de ijzerdraadjes ontdekten we perfect waar de bloemetjes hadden vastgezeten. Jammer genoeg zijn we van deze porseleinen bloemetjes wel een aantal kwijtgeraakt.
Geen nood, in april hadden we al een workshop porseleinen bloemen maken en hadden al wat op reserve opgebouwd. Vermits drie verschillende bloemen in de trommel werden teruggevonden houden we ons daaraan en is het de kunst om zo correct mogelijk alles weer op z’n plaats te krijgen.
Maar er is natuurlijk een kleurverschil tussen de oude en de nieuwe… Bleek ook weer heel simpel op te lossen want onze mooie nieuwe bloemen werden een nacht in de thee gelegd. ’s Anderdaags verontschuldigde Pieke zich wel dat ze in de groene thee gelegen hadden wegens gebrek aan zwarte thee.
En inderdaad je ziet het verschil niet!
Om zes uur mochten we beschikken en namen op aanraden van Pieke onze intrek in het hotel Bitter en Zoet.
Vroeger hadden alle gebouwen en woningen allemaal een eigen naam en ons hotel is onderge-bracht in een aantal dienstwoningen van het vroegere hospitaalcomplex. Bitter was de naam van de apotheek en Zoet de naam van de dokterspost en wij sliepen in het pand met de toepasselijke naam Toewijding.
 
De tweede dag werden we om 10u00 verwacht en het was alweer werken geblazen. We kregen elk een tak, bladeren, een soldeerbout, tin en we mochten beginnen.
Tijdens de arbeid werden we geëntertaind met de geschiedenis en enkele anekdotes, waaronder het verhaal dat het de inwoners van Veenhuizen verboden werd om de was buiten te hangen. Een ontsnapte gevangene had het wel eens in zijn hoofd kunnen krijgen om de klederen van de was-draad te stelen en zo ongestoord de vrijheid tegemoet te wandelen.
Na de lunch nam Leo, haar echtgenoot ons mee naar zijn werkhuisje en werden onderlegd in het restaureren van de trommels. Zij hadden voor ons een trommel als voorbeeld kunnen bemachtigen want de onze kregen we vanwege de grootte niet in de auto.
Wat leek het weer eenvoudig. Eerst schoonmaken met een bus St. Marc, stukadoorsgaas, auto-plamuur en spatel…
 
Rond zes uur werd er vriendelijk gevraagd of we gingen aanschuiven maar we hadden de hint begrepen. Trouwens we hadden al een afspraak, we kregen namelijk bezoek van Henk Rook en Ella Eefting, twee Terbinthers die op 10 kilometer afstand in Asse wonen.
Wederom werd er die avond uitgebreid over de geschiedenis verteld met de nodige anekdotes, waaronder het verhaal van het warm water.
Hoe dichter je tegen de gevangenis woonde, hoe groter het huis en uiteraard was je dan ook heel belangrijk! Omdat er in de beginjaren geen waterleiding met warm water was, werd er op een cen-trale plaats op maandag, water gekookt. Ja, op maandag was het wasdag.
Dat water werd dan rondgedragen en hoe belangrijker je was, kreeg je niet alleen meer liters maar werd je ook eerst bediend. De minder belangrijken moesten het dan stellen met lauw water.
 
De volgende dag werden we weer om 10u00 bij Pieke verwacht indien we nog vragen hadden, en die hadden we maar zij had die middag alweer een andere afspraak en onze tijd was op.
We mochten nog even graaien tussen de mallen en stansen
 
 
Jammer…
Maar, op aanraden van zowel Pieke als van Henk en Ella brachten we voor we definitief naar België terugreden nog een bezoek aan de begraafplaats.
Dat was pas het paradijs, niet meer dan 27 gerestaureerde graftrommels lagen daar te pronken waarvan er 6 door de Stichting werden gerestaureerd!