Nieuwsbrief Nr. 95 - september 2016

Sterven in het paradijs (2)Curaçao deel 2


Een eiland in de blauwe Caraïbische Zee, heerlijke stranden, palmbomen wuiven, een subliem hotel, 32 graden celcius, kolibries en papegaaien fladderen rond – of vallen om van de warmte –, leguanen zitten in de schaduw,  een zwembad om te verkoelen, Agatha Christies ‘Murder in the Caribean’ op het nachtkastje. Wat wil een mens meer op z’n huwelijksreis in Curaçao? Niets .... tenzij je lid van Grafzerkje bent! Dan ga je op zoek naar de dichtstbijzijnde begraafplaats om te kijken hoe het leven eindigt in het paradijs.
In het vorige artikel behandelden we de verrassingen. Deze keer volgen we braaf de reisgids (niet echt m’n beste karaktertrek) naar de Joodse begraafplaats beth Haim.

Beth Haim

De Joodse aanwezigheid is van groot belang voor Curaçao. Sefardische Joden verlieten in de 17de eeuw Spanje onder andere naar de vrije Noordelijke Nederlanden. Via Amsterdam kwamen ze in Curaçao terecht waar ze een nieuw leven opbouwden. Anderen trokken naar Zuid-Amerika maar toen Spanje ook daar orde op religieuze zaken begon te stellen staken de Joden de 60 km brede zee tussen Venezuela en Curaçao over om zich vooral in Willemstad te vestigen. Hun handelsinstinct kwam de Nederlanders goed van pas. Het waren de Joden die van Curaçao een bloeiende handelspost maakten in de routes tussen Europa, Afrika en Amerika. Die Joodse gemeenschap heeft prachtige herenhuizen, dé oudste nog gebruikte synagoge ter wereld én een fraaie begraafplaats achtergelaten. De Joodse Begraafplaats ‘Beth Haim’ stond wel in de reisgids dus stond ze natuurlijk met stip op het programma. Maar niets kon ons voorbereiden op het hallucinante schouwspel dat we daar gepresenteerd kregen.
Beth Haim, wat vertaald kan worden als Hoop van Israël, werd gesticht in 1659. De stichtingsdatum valt samen met de aankomst van de eerste Joden op Curaçao. Het eiland was zo’n 25 jaar eerder door de Zeven Provincien veroverd op Spanje. De oudste bekende bijzetting is die van Nunes de Fonseca op 18 januari 1668. Tegen de 18de eeuw maakten Joden de helft van de blanke bevolking uit en werden ze rijk door de handel. De aangroei van de Joodse kolonie en het feit dat Joden niet ontgraven worden, betekende dat de begraafplaats regelmatig werd uitgebreid. Dat gebeurde in 1726, 1750, 1800 en een laatste keer in 1822. In 1726 werd de stenen ommuring gebouwd die vervolgens bij elke uitbreiding vergroot werd. Momenteel is de begraafplaats iets groter dan 1 hectare.
 
In 1826 werd het Casa de Rodeos opgericht. Het is een Sefardische gewoonte om voor de begrafenis zeven keer in processie rond het lichaam van een overledene te lopen voor de teraardebestelling. Zo’n 30 jaar later volgde het Huis van de Cohens. Deze afstammelingen van de priesterklasse mogen geen begraafplaats betreden en voor hen werd een huis net buiten de begraafplaats gebouwd waar ze konden bidden voor hun overleden familieleden.
Van de 5000 graven op de begraafplaats heeft ongeveer de helft een grafteken. De oudste graftekens zijn vervaardigd uit koraal of terracotta. De groeiende rijkdom van de gemeenschap in de 18de eeuw liet toe om Blauwe Hardsteen uit Henegouwen en Carrara-marmer via Amsterdam naar Curaçao te transporteren. Ze werden rijkelijk gedecoreerd met een mix van Joodse en Christelijke symbolen. Naast de traditionele symbolen zijn er verwijzingen naar het beroep van de overledene (vb. een schip voor handelaars), de sociale status, typisch Joodse sterfbedscènes, verwijzingen naar de verhalen uit de Torah, bekende doodssymboliek (skelet, zuil, schedels, …). Tegen de 19de eeuw werden de internationale funeraire modes ook in Beth Haim gebruikt. De epitafen zijn opgesteld in het Nederlands, Engels, Frans, Hebreeuws, Portugees, Spaans en Yiddish en getuigen van de internationale Joodse migratie naar het eiland.
.
In 1916 zat Curaçao economisch aan de grond. Iedereen was dan ook zeer blij dat Shell zich op het eiland kwam vestigen. De raffinaderij vestigde zich in de natuurlijke baai bij Willemstad, midden het eiland. Beth Haim werd opgeslokt door de fabriek en ligt nu midden in de raffinaderij. 100 jaar van zure regen hebben de stenen zwaar aangetast en het sissen en blazen van de fabriek is oorverdovend. De stank is er penetrerend. Na 10 minuten krijg je er barstende hoofdpijn. De Joodse begraafplaats ligt nu op de meest vervuilde plek van het eiland! De stenen begonnen zeer snel te vervallen, letterlijk op te lossen,  en een noodzaak tot inventarisatie van de site drong zich op. De begraafplaats werd geïnventariseerd (2500 grafplaten) door Isaac S. Emmanuel in 1939-1941. De vergankelijkheid van het leven wordt er in de aangetaste grafstenen pijnlijk zichtbaar.

Nog een Belgische band ...

Helemaal afzonderlijk, net buiten de Joodse begraafplaats, eveneens door een gewit muurtje omringd, ligt het graf voor Louis Brion. Pedro Louis Brion (1782 – 1821) was admiraal ter zee en vocht samen met de Simon Bolivar in Venezuela tegen de Spanjaarden. Hij wordt als een echte nationale held vereerd. Zijn grootouders kwamen uit Thimister nabij Luik. De familie Brion trok in 1766 naar Amsterdam. Pedro’s vader vertrok in 1777 naar Curaçao. Als gevolg van de Amerikaanse burgeroorlog en de Spaans-Engelse conflicten was de handel op dat ogenblik booming business. Vader Pierre Brion bouwde een fortuin op dat zoon Louis zou besteden aan de Zuid-Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlogen in Venezuela en Colombia (1805-1819).
Conclusie
Als onze reis naar Curaçao ons al iets geleerd heeft, is dat Curaçao een heerlijk eiland is waar je bij de ondergaande zon en onder de palmbomen op het strand, rustig de dood kan vergeten. Overdag kan je dan lekker uitzweten op geasfalteerde begraafplaatsen van Christenen, Joden, slaven en vrijheidsstrijders waar de zon je bruin brandt. Net als op het Oude Continent, creëerden geld en macht er samen prestigieuze graftekens met een internationale vormentaal. Met name de begraafplaats in Willemstad en Beth Haim herbergen fraaie 19de-eeuwse graftekens. Het gebruik van Blauwe Hardsteen, Italiaans Carrara-marmer en ‘onze’ Europese funeraire symboliek, aan de andere kant van de wereld, herinnert aan de Europese tradities die mee getransporteerd werden naar het Caraïbisch gebied en er vermengd werden met nieuwe gewoontes in een nieuwe omgeving. Samen met onze nationale funeraire steen, werd blijkbaar ook het Belgische surrealisme geïntroduceerd want anders kan je Beth Haim onder de rook en het geluid van de raffinaderij niet noemen.
Tekst : Joeri Mertens – foto's : Joris De Kegel 


Bibliografie
DE HISTORIECIE, Kamphuis M. 2001: The Jewish Cemetery Beth Haim Curaçao, Willemstad.
KAMERBEEK E., Mooij J. 2014: Landhuis Ascencion, Vormingscentrum Koninklijke Marine, s.l.
SCHELLEKENS J. 2012: De rijke geschiedenis van Curaçao Indianen, de WIC en invasies, Amsterdam.