S heeren Maria

Eigenlijk: 'S heeren Maria

16 – 12 – 1884 / 16 – 8 – 1902
 
Het monument, op perk Y, rij 28, werd in 2004 een eerste keer gerestaureerd door vzw Grafzerkje. Enkel tijd na de herinhuldiging werd de marborieten plaat hersteld. Toen ontdekten we de originele plaat. De marborieten plaat werd gerestaureerd en achteraan het monument geplaatst. In 2010 vernielden vandalen de plaat. In 2011 werd door originele grafplaat herkapt door ons lid Jef van Leeuw en werd het monument in peterschap genomen door vzw Grafzerkje.
 
Het monument, opgericht door de maatschappij Leopold, vermeldt dat Maria, amper 17 jaar oud, omkwam tijdens de lichtstoet van 15 augustus 1902, het feest van de Hemelvaart van Onze-Lieve-Vrouw, de patroonheilige van de stad. De lichtstoeten werden georganiseerd vanaf 1890. De maatschappij Leopold was al drie keer als eerste geëindigd. De praalwagen van 1902 stelde een Noords ijskasteel voor en droeg de naam ‘Fantazij op de Winter’. Hij was opgemaakt uit gaas dat was bedekt met doeken. Het geheel werd langs de onderkant verlicht met benzinelampen, de bovenzijde was voorzien van elektrische verlichting, olielampjes en kaarsen. Een tiental kinderen strooide papieren sneeuwvlokjes vanaf de wagen. Maria vertolkte de rol van de bruid van Koning Winter. Gracieus troonde zij hoog op de wagen, zes meter boven de grond. Uit veiligheidsoverwegingen was zij vastgesnoerd op haar troon. Op de Sint Kathelijnevest stopte de stoet en vatte de praalwagen plots vuur. Omstanders konden iedereen bevrijden maar met Maria lukte dit niet, zij kon zich onmogelijk losmaken. Maria S’ heeren overleed de volgende dag in het Sint Elisabethziekenhuis. Zij gold als een symbool van onschuld en werd op 18 augustus door duizenden Antwerpenaars als een martelares ten grave gedragen. Het stadsbestuur en de maatschappijen die aan de optocht meededen zorgden ervoor dat de naaister, die uit een kroostrijk gezin kwam, een vorstelijke uitvaart kreeg. Langs het hele traject van het St-Elisabethziekenhuis naar de Kielbegraafplaats stonden die namiddag rouwende Antwerpenaars. Twee jaar na Maria’s overlijden had men genoeg geld ingezameld voor een waardig gedenkteken, dat besteld werd bij de beste steenhouwer Clement Jonckheer fils. Maria werd overgebracht uit het graf in gewone grond waarin ze sinds 1902 rustte, naar de kosteloze vergunning. De engel duidt op het jonge leven dat plotseling werd weggerukt.