Nieuwsbrief Nr. 92 - maart 2016

Workshop porseleinen bloemetjes handen werden uit de mouwen gestoken


Zaterdag 13 februari: Acht Grafzerkjes, zeven “actieven” en een toekijker: de voorzitter, waren paraat om een workshop bij te wonen van Frederik Roggeman. Dat deze sympathieke jongeman twintig jaar ervaring met zich meedraagt inzake restauratie van porselein hadden we al vlug door. Frederik begon met het verschil uit te leggen tussen aardewerk en porselein. Hij wist te vertellen dat klei lager gebakken wordt dan porselein. Porselein werkt veel stugger omdat het zo zuiver is. Hij stelde dat er twee manieren zijn om te restaureren en opteerde voor de “veilige manier” omdat de andere werkwijze veel te veel giftige stoffen bevat. Verder zegde hij dat eventueel pigmentpoeder toegevoegd mocht worden indien kleur gewenst wordt. Frederik ging verder over hoe men te werk gaat : na het boetseren alles laten drogen. Dan wordt alles een eerste keer gebakken op 1000 graden. Nadien kan nog kleur aangebracht worden. Een tweede keer wordt er gebakken op 1260 graden. Hij stelde ook dat er rekening dient gehouden te worden dat de gebakken voorwerpen krimpen. Een bloem van 10 centimeter wordt na het eerste baksel 9 centimeter en na het tweede baksel blijft er nog acht centimeter over. Frederik demonstreerde aan de aandachtige toehoorders hoe zo’n bloemetje te maken.

Dan was het de beurt aan de Zerkjes om hun kunnen te tonen. Eerst werd er met klei gewerkt en Frederik Roggeman was enthousiast over het door de Zerkjes afgeleverde werk. Het kan natuurlijk ook zijn dat Frederik een beleefd iemand is. Nadien werd er gewerkt met echt porselein en vlug bleek dat dit veel stugger werkte. Maar sommige deelnemers konden beter uit de voeten met het porselein dan met de klei.

Na bijna drie uur zat de workshop er op. Afgesloten werd met een drankje en met zalig smakende koffiekoeken. We namen afscheid van Frederik Roggeman, niet zonder hem uitvoerig te danken voor het overbrengen van zijn expertise. Frederik maakte al een afspraak om binnen enkele weken eens te tonen wat het resultaat is van het werk van onze Zerkjes. Dan zijn hun “werkstukjes” gebakken en kunnen ze het resultaat bewonderen. Ik ben echt benieuwd en zal, zoals vandaag, van op een ruime afstand toekijken.

Jacques Buermans.

Blankenberge begraafplaats, voordracht en bezoek aan het lapidarium


Begraafplaats

19 deelnemers  voor het bezoek aan de stedelijke begraafplaats van Blankenberge van zaterdag 23 januari. Onder de kundige leiding van Cis Kennesbezochten we deze begraafplaats. Het vorige kerkhof verdween omdat toeristen bij het uitstappen van de trein al meteen met hun neus op het kerkhof keken. Deze begraafplaats kwam op het grondgebied van Uitkerke. De overbrenging gebeurde ’s nachts en de monumenten werden overgebracht … op carnavalswagens.
Gestart werd bij Victor Dumon . Hij werkte zich op tot een van de grootste werkgevers  van de streek. Hij bouwde de rotonde van Wenduine, het kanaal van Willebroek, Brussel-Zeehaven en deed veel aan weldadigheid. Het graf voor dokter Verhaeghe  is getooid met een kalvarie met Maria en Johannes naast het kruis. Hij bezat een hotel . Naast toeristen verzorgde dokter  Verhaeghe ook eenvoudige schippers. Maria De Meulenaere  was de dochter van één van de redders die omkwamen bij de ramp met de Nominoë, een Franse bark. De redding mislukte door een misverstand tussen de (Franstalige) opdrachtgever en de ‘inlandse’ vissers. Het feit greep haar zo sterk aan dat zij allerlei historische gegevens begon te verzamelen over Blankenberge, in de eerste plaats om aan haar leerlingen door te geven. Dit werd de basis van de geschiedschrijving over de stad. Felix Cosman  was architect die privé en als stadsarchitect heel wat bouwde in Blankenberge, waarvan sommige panden in art nouveau. Een opvallend graf met zandloper met vleugels voor Leopold Konkelberge een man die op tal van vlakken actief was zoals het ‘Conscience’s Taalgenootschap’, De Werkmanskring, directeur van het Casino, liberaal gemeenteraadslid en fervent carnavalist. Hij is hier begraven samen met burgemeester Mamet, met wiens dochter hij huwde. Elie Squélard was de eerste directeur van de Rijksmiddelbare school van Blankenberge in de Onderwijsstraat , nu omgevormd tot bibliotheek. We stonden in bewondering voor een van de, door de “vriendenkring stadsgidsen van Blankenberge”, gerestaureerde graftrommel . Prachtig werk werd hier geleverd. Ook het monument voor Jozef Hoste werd dankzij diezelfde ‘vriendenkring’ knap gerestaureerd. Jozef Hoste vestigde zich aanvankelijk als architect in Schaarbeek, maar na zijn scheiding verhuisde hij naar Blankenberge. Hij is  één van de belangrijkste architecten van Blankenberge: bouwde de meisjesschool, het slachthuis, de Sint-Rochuskerk, de vismijn, een verplaatsbare kiosk en de rijksmiddelbare school.
De familie Dryepondt verloor vier kinderen door het eten van ijs met salmonella. Een ‘ingepakt’ beeld van de Duitse beeldhouwer Carl Cauer. Van dit model zijn er slechts twee in België gekend. Hij leverde modellen voor Villeroy & Boch. Het beeld kreeg een winterbescherming omdat het grote scheuren vertoonde. Juliaan Vandepitte werd in WO I tijdens zijn legerdienst ‘gepakt door de gas’. Hij was de stichter van de eerste Katholieke Vlaamse Radio-omroep, maar stierf net voor de officiële oprichting ervan. De originele steen werd ‘door onbekenden’ vernield en ook de brokstukken verdwenen spoorloos. In de plaats werd een heldenzerkje opgericht
Op een militair perk troffen we het prachtige beeld “moedersmart” van de hand van de Brusselse beeldhouwer Guillaume Charlier aan. Marcel Hoste , neef van Joseph Hoste, was eveneens architect. Hij bouwde het Grand Hotel op de dijk en het Excelsior Hotel. Dikwijls verwerkte hij art nouveau tegeltableau’s in de gevel. Marie-Louise Mazeman-Noterman  ging, naar aanleiding van het vroege overlijden van haar zoon, in de weerstand bij de plaatselijke afdeling van ‘Vrij België’. Deze groep organiseerde sabotagedaden, zorgde voor vluchtroutes, voerde en spionageopdrachten uit. Na de oorlog kreeg ‘Madame Jean’ als kapitein van de Belgische Veiligheidsdienst de hoogste Belgische onderscheidingen en het Amerikaanse Victory Cross. Verschillende elementen van haar graf zijn ontvreemd. 
Jeanne Vande Putte  studeerde aan het ‘Heilig Graf’ in Turnhout en zij was een tijdlang secretaresse van burgemeester Frans Van Cauwelaert in Antwerpen, maar al gauw vertoonden zich de eerste tekenen van tuberculose. Postuum is nogal wat proza  van haar verschenen, naast dagboekfragmenten en brieven. Op de laatste rustplaatsen Fransoo  en Lauwereyns  troffen marbriet aan. Na een kleine twee uur aan de lippen van Cis Kennes gehangen te hebben kregen we nog een toemaatje: Cis  droeg een eigen gedicht voor. Mooie afsluiter van een geslaagde rondleiding.
 

Algemene vergadering en voordracht

Na een broodjesmaaltijd  was er de jaarlijkse Algemene Vergadering . Elk bestuurslid ging even dieper in over de dingen die in de toekomst verwezenlijkt kunnen worden. Zieke voorzitter Jacques Buermans beet de spits af met zijn traditionele Nieuwjaarsbrief. Dat die steeds korter wordt ligt in de eerste plaats aan het feit dat de vereniging het goed doet. Bij An Hernalsteen , ondervoorzitster, hingen alle belangstellende aan haar lippen want ze stelde het programma voor de rondleidingen voor 2016 voor. 
Tamara Ingels  ging dieper in op het educatief project dat zij op poten wil stellen. Lin Verbeeme) gaf toelichtingen bij “haar” graftrommelproject dat nu toch op kruissnelheid begint te komen. Nieuwkomer Dirk Joos  lichtte toe hoe de financiële kant in mekaar zit met, zeker niet onbelangrijk, de toekomstige samenwerking met een boekhoudster. De namiddag werd opgeluisterd met een interessante voordracht over graftrommels en grafkransen door Alberta Van Asbroeck.
 

Lapidarium


 
Als afsluiter van deze geslaagde dag gingen we nog even naar de Sint-Rochuskerk waar, onder impuls van de Werkgroep Funerair Erfgoed een lapidarium werd opgericht. Er worden grafrelicten  onder de aandacht van het publiek gebracht, die afgenomen werden van graven waarvan de concessie verlopen was. Een viertal gietijzeren kruisen en een graftrommel die door de Vriendenkring Stadsgidsen werd gerestaureerd vormen hier de blikvangers. Een mooie afsluiter van een geslaagde dag
Jacques Buermans.
 
Foto’s: Leen Otte, Edgard Maes, Philippe Theys en Jacques Buermans.

Korte hulde bij Edward Keurvels


Vrijdagmorgen 29 januari had op het ereperk van de begraafplaats Schoonselhof een hulde plaats bij het graf van componist Edward Keurvels. Het was dag op dag 100 jaar geleden dat Keurvels overleed. Het bestuur van het Peter Benoit Fonds wou op voorstel van de heer Frits Celis, componist en ere-dirigent van de Vlaamse Opera, deze verjaardag met het nodige respect voor de stichter van het Peter Benoit Fonds herdenken. Dit Fonds werd in 1902 opgericht door componist Edward Keurvels, die vertrouwensman en privé-secretaris was van Peter Benoit, stichter van het Conservatorium van Antwerpen. 
Zo’n 15 aanwezigen trotseerden de vroegte. Wilfried Westerlinck , secretaris van het Peter Benoit Fonds, heette de aanwezigen welkom. Hij wees er op dat het goed is dat een vereniging stilstaat bij zijn geschiedenis en herinneringen ophaalt aan personen die een cruciale rol hebben gespeeld. Zo iemand is Edward Keurvels. Het is dankzij hem dat het erfgoed van Benoit behouden blijft door de verspreiding, het verzamelen, het uitgeven en het uitvoeren van het werk van zijn groot voorbeeld. Wilfried Westerlinck moest wel toegeven dat het creatief oeuvre van Edward Keurvels ondertussen ondergesneeuwd is geraakt. 
Nadien werden bloemen neergelegd door de heer Freddy Marien, voorzitter van het Peter Benoit Fonds en door de heer Michaël Scheck , oud-voorzitter van het Peter Benoit Fonds. Een uitgebreid slotwoord kwam er van de heer Frits Celis, componist en initiatiefnemer. Hij stelde dat Benoit reeds vroeg het talent van Edward Keurvels ontdekte. Verder sprak hij over de inspanningen gedaan door Keurvels en baszanger Henry Fontaine, die vlak over Keurvels zijn laatste rustplaats kreeg, om in Antwerpen een “Vlaamse” opera op te richten als tegenhanger van de Franse opera. Er mocht geen werk van Franse of Italiaanse operacomponisten opgevoerd worden en er bestonden toen nog geen Nederlandstalige opera’s of libretti. Als eerste werd Der Freischütz” van Carl Maria von Weber opgevoerd

Jacques Buermans

Gentbrugge storm en regen werden getrotseerd !


Vreemd: een rondleiding op een Gentse begraafplaats zonder de onvolprezen An Hernalsteen als gids. De honneurs werden deze keer waargenomen door de voorzitter van Familiekunde Vlaanderen – regio Gent, Félix Waldack .
 
Naast een viertal Grafzerkjes trotseerden nog een achttal “lokalen” de hevige wind. Ons gids wist te vertellen dat de gemeente en uiteraard ook het kerkhof systematisch vergroot werden dankzij de industrialisering en de ligging vlakbij de Scheldeboorden. Een weetje: A. A. Gent en Racing Gent, blijkbaar twee voetbalploegjes, werden hier gesticht.
Er werd gestart vlakbij de kerk  uit de jaren 1870. Een eerste graf was dat voor Leon Elaut , arts en een van de promotoren van de Vlaamse beweging. Een weinig bijzonder graf maar de persoon was wel een meer dan lokale bekendheid. Frans Slimbroeck bezat een borstelbedrijf. Doordat ik de lokale taal niet machtig was verstond ik eerst “borstenbedrijf” maar ons aller Leen, die het plaatselijke dialect perfect beheerste, corrigeerde. Tegen de kerkmuur: Ange Buysse , bestuurder bij de zusters van Sint Jozef. De familie Van de Velde, juristen, schonken gronden waarop het kerkhof kon gebouwd worden. Een van de mooiere graven was dit voor Napoleon De Pauw. Alhoewel ik ooit een ander verhaal hoorde zegde Félix Waldack dat de liberale familie actief was in de wegenbouw. Adolphe Samuel  was directeur van het Gentse muziekconservatorium en de man achter de promenadeconcerten. Een eigenaardigheidje op het graf Blommaert: vrijmetselaarssymbolen en een kruis? Daarnaast de laatste rustplaats voor  Van Holle . Hier wist ik, dankzij An, dat het bronzen beeld van een engel in zithouding met bazuin ooit gestolen werd en dat het nu veilig in het bezit van de familie is.
 
Op dit kerkhof liggen verschillende adellijke families: de la Kéthulle, Le Fèvere de ten Hove, de Neve de Roden  en Hamelinck. Ons lid Stefan Crick, een fan van heraldiek, zou hier zijn gading wel vinden. Roger D’Hondt was aardappelhandelaar. Een mooie rechtstaande figuur met kind in de armen van is van de hand van beeldhouwer Emiel Poetou. Op de laatste rustplaats voor Margueritte Speltinckx een gestileerd beeld van Geo Verbanck . In de omgeving ligt gewichtheffer Marcel Panen. Aan de bronzen buste te zien moet hij toch dikwijls gewichten op zijn hoofd hebben gekregen.
De wind blies ons naar de bekendste bewoner van het kerkhof: Wilfried Morbée, beter bekend als John Massis . Een, door hemzelf, bewerkte ijzeren staaf sierde het monument. Na nog een aantal militairen en oudstrijdersgraven zat het bezoek er op. We dankten Félix Waldack en “vlogen” huiswaarts.
 

Jacques Buermans.
 
Foto’s Maria Nuyts en Leen Otte.

De graftrommels De graftrommels, ja, de graftrommels


Een jaartje geleden werd er via vzw Grafzerkje een project opgericht; ze zouden twee graftrommels restaureren. Ze zagen er niet uit, die dingen. Oud, deuken, kapot, kortom: ze hingen nog met flarden aan elkaar . Niets voor mij - dacht ik.
Algemene vergadering in Blankenberge. Ik was er net op tijd geraakt; de groep was al op weg naar de begraafplaats. Wat stond daar, op die begraafplaats? Juist, een graftrommel. Een mooi gerestaureerd exemplaar.
Konden ze er dat van maken? Ook van die gedeukte dingen van ons?
Op diezelfde algemene vergadering was er dan nog een uiteenzetting over graftrommels en rouwkransen - gerestaureerde en andere. Knap werk zat daar tussen en mooie dingen.
Alsof dat nog niet genoeg was, kwam Lin vertellen dat er een workshop was om porseleinen bloemetjes te leren maken in het kader van de herstelling van die graftrommels. Mijn belangstelling was gewekt; en ja, ik kon nog aansluiten; het was nog niet volzet. In eerste instantie wou ik wel die herstellingen leren doen omdat er op Schoonselhof ook wel wat kransen zijn waar enkele brokken af zijn en misschien kwamen die technieken wel van pas om daar hier en daar iets te herstellen. En aangezien er op onzen hof in de winter toch weinig tot niets te doen is rond onderhoud, had ik tijd om er iets bij te nemen.
Enkele weken later, met onze voorzitter, op weg naar Heist-op-den-berg, naar de workshop voor de bloemetjes. Tom-Tom, en wij dus, hadden het lastig om de exacte plek te vinden, maar we kwamen terecht bij Frederik. Dat bleek Frederik Roggeman te zijn; een man met twintig jaar ervaring in herstellingen van allerhande kostbare zaken. Nu, die man kon in de eerste plaats met veel overtuiging vertellen over porselein en daarnaast kon die gewoon toveren. Die veranderde een bol klei in een vingerknip in een prachtig bloemetje. Het was de bedoeling dat wij dat ook zouden gaan doen - of toch iets dat er een beetje op kon lijken....
Frederik zou ons helpen om onze bloemen te bakken en ons dan nog te tonen hoe we er kleur moesten op aanbrengen. Er moesten dus bloemen gemaak worden - en veel ook.
Wij dus, een week later aan de slag, onder het toeziend oog van Filemon
Aangezien het nog niet genoeg bloemen waren (we waren maar met vier en we werken nog lang niet zo snel als Frederik) hebben we dat de week nadien nog es herhaald.
Het is nu spannend afwachten om te zien hoe onze productie een verblijf in de oven gaat overleven en wat we terecht brengen van het kleuren.
Besluit: ik ben zeker niet de handigste en klei of porselein zijn zeker geen 
grondstoffen waar ik al mij hele leven zat op te wachten, maar het is leuk. Het is leuk om iets heel nieuws te leren en enkele mensen anders te leren kennen. Er zijn er vb die tegen hun bloemen gaan praten als het niet echt goed gaat... Het feit dat we nadien een hapje gaan eten, maakt het nog leuker. 
Als je zin moest hebben om ons te komen versterken - we vragen geen engagementen tot het einde van de werkzaamheden, maar alle hulp is welkom - laat dan iets weten aan Lin; zij coördineert het boeltje.
Leen Otte

Reeds 2700 personen op website Schoonselhof + nog bijna 3000 personen op de andere Antwerpse begraafplaatsen:


Wat misschien weinige leden van vzw Grafzerkje weten is dat, naast de website www.grafzerkje.be, ook de website www.schoonselhof.be in handen is van onze vzw Grafzerkje. De Schoonselhofwebsite, gestart in december 2002, lag zelfs aan de oorsprong van, toen nog, Grafzerkje. Tot november 2004 was www.schoonselhof.be de enige website. Dan werd www.grafzerkje.be in het leven geroepen. Tot begin 2007 was Willy Cornelissens webmaster van beide websites. Deze pionier leverde prachtig werk. Half mei 2007 werd zijn taak als webmaster Schoonselhof overgenomen door Paul die dat tot op heden nog steeds doet tot eenieders tevredenheid. De website Grafzerkje werd een taak van Erika Raven tot die er, om persoonlijke reden, mee stopte half 2013. Daarna werd haar taak overgenomen door Mark Sweertvaegher.
De website www.schoonselhof.be bleef tot 2014 een website van mij persoonlijk. Toen werd aan vzw Grafzerkje gevraagd om de website onder te brengen onder de vleugels van vzw Grafzerkje in de eerste plaats om ervoor te zorgen dat de website kan blijven bestaan indien er met mij iets overkomt. Zo ver is het gelukkig nog niet. In november 2009 vierden we met Joannes Slabbekoorn de 2000ste persoon op de website van de begraafplaats Schoonselhof.
 
In maart 2016 mochten we, met Susse Morin, muzikant en een van mijn beste vrienden, nummer 2700 begroeten. Susse Morin speelde viool, dwarsfluit, klarinet en saxofoon. Hij werkte in niet de minste orkesten: Eddie De Latte, Janot Morales, Caravelli, Jef Derwey en de Metropool Big band. Hij begeleidde Sadi, Toots Thielemans, Catharina Valente, Edith Piaf en Barry White. Susse Morin werd uitgestrooid op de nieuwe strooiweide van de begraafplaats Schoonselhof.

Voor de 14 andere begraafplaatsen van Antwerpen zijn we nu al met bijna 3000 personen. Natuurlijk zijn het niet altijd mensen die de laatste jaren overleden zijn maar ook, dankzij diverse leden, mensen die nog niet op de website stonden. Via deze weg wil ik ook deze mensen danken voor hun inbreng. Het is maar dankzij deze mensen dat deze website van “dode mensen” levendig blijft. Dank!!!

Jacques Buermans.

Foto’s: Leen Otte.

Wie gaat er mee naar funerair Parijs met de Thalys? Wanneer: zaterdag 3 september, zaterdag 17 september of zaterdag 1 oktober 2016.


Hoe ziet de dag er uit?

Thalys van 7:45 uur in Brussel-Zuid

Paris-Nord: aankomst 9:05 uur

Metro naar begraafplaats Père-Lachaise

Door mezelf gegidste rondleiding op Père Lachaise – duur: 2:45 uur. Wie ligt daar, onder andere, Frédéric Chopin; Oscar Wilde; Edith Piaf  en Jim Morrison .

Middagmaal in de buurt van de begraafplaats

Metro naar begraafplaats Montmartre

Door mezelf gegidste rondleiding op Montmartre – duur 2:15 uur. Wie ligt daar, onder meer, Dalida , Emile Zola , Alexandre Dumas en Adolphe Sax.

Metro naar Paris-Nord
Thalys van 18:20 uur
Brussel-Zuid: aankomst 19:47 uur.
 
Kostprijs:
– Thalys vanaf Brussel-Zuid: minimumtarief is 59 Euro als we ruim 4 maanden vooraf kunnen reserveren met een groep van minimum 15 personen + 3 Euro per persoon dossierkost.
– Metro: ongeveer 5 Euro voor drie biljetten
– Gids per rondleiding: 5 Euro voor leden vzw Grafzerkje, 7 Euro voor niet-leden
Samengeteld geeft dat minimum 77 Euro per persoon.
 
Niet inbegrepen: eventuele verplaatsing tot Brussel-Zuid, middagmaal en consumpties.
 
En nu?
Wees er als de kippen bij als je geïnteresseerd bent en laat dit zo snel mogelijk weten aan Jacques,[email protected]. Zeg eventueel welke van de drie data NIET passen. Ik beantwoord alle vragen en houd iedereen op de hoogte of er genoeg belangstelling is. Begin april zou geweten moeten zijn of de trip doorgaat dit om van het meest gunstige tarief te kunnen genieten.
Het is de bedoeling dat we samen vertrekken, ons samen verplaatsen en samen terugkomen. Maar het is mogelijk om maar één rondleiding te volgen. Zorg dan wel dat je tijdig ter plekke bent om terug mee aan te sluiten.
 
Jacques Buermans.

Funerair Erfgoed: Obiits in Beernem, Oedelem en Sint-Joris Hoe een restaurateur zich kan vergissen…


In het Westvlaamse Beernem met de deelgemeenten, Beernem, Oedelem en Sint-Joris  worden merkwaardige funeraire relicten bewaard obiits of rouwborden. Het was mevr. Anne-Mie Havermans, kunsthistorica, die mij hierop attent maakte.
 
In de Sint-Lambertuskerk in Oedelem hangen acht gerestaureerde obiits. Zij hangen boven de ingang van de rouwkapel. Deze obiits behoren toe aan de familie de Meester de Ravenstein. De oudste is gedateerd 1843, de jongste werd in 1968 vervaardigd.
In de parochiekerk van Sint-Joris-ten-Distel die volgens “Onroerend Erfgoed” in de periode 1958-1960 grondig gerestaureerd werd, hangen twee gerestaureerde rouwborden van de familie Triest. De familienaam  Triest is volgens Frans Debrabandere te verklaren als Triest, Driest: dor onbebouwd land. Deze naam komt frequent  voor in Oost-Vlaanderen, Assenede, Wielsbeke, Bavikhove, Oostnieuwkerke enz.
 
In Epitaphes nobles et patriciennes, 1878, wordt vermeld dat in de kerk voor het hoofdaltaar een witte marmeren steen met twee wapenschilden ligt:  het eerste schild  verwijst naar de familie Triest, het andere naar het wapen van de familie Stappens.
Voor de deur die naar de sacristie leidt, treffen we het funerair blazoen aan van de familie Triest en van  Gits  gedateerd:  Obiit 18 martii anno 1791 en Obiit 9 junii anno 1891. Beide rouwborden werden onderzocht en heraldisch en genealogisch toegelicht.
Het rouwbord met datum 1891 bezorgde ons echter wel wat kopzorgen.
 

Eerst leek het onmogelijk de titularis van het jongste rouwbord te achterhalen. Met de medewerking van de heer Werner Papeians, Seneffe werd de hele Triest-stamboom onder de loep genomen en zo kon het raadsel worden opgelost.
Volgens de  ‘Etat présent de la noblesse belge’. blijkt  de familie Triest, die uit drie takken bestond : Triest et de Gits, Triest, en Triest  in 1934 uitgestorven.
Aartshertog Albrecht van Oostenrijk verleende in 1600 de riddertitel aan Philippe Triest en aan zijn neef Antoine Triest. Andere leden van de familie Triest verkregen ook nog deze riddertitel.  In 1628 volgde nog verheffing van de heerlijkheid Auweghem tot baronie van Nicolas Triest.
 
Drie familietakken
Volgens de Etat présent de la Noblesse Belge, die bevestigt  dat deze familie in  1934 uitstierf, waren er drie familietakken ‘Triest’:
De eerste tak genoemd ‘Triest et de Gits met als protagonist: Jean-François Triest et de Gits (1744-1821).
De tweede tak: ‘Triest’ geleid door
Eloy-L.-Jacques Triest 1751-1824).
De derde tak Triest met Charles-Jean-Léonard Triest (1748-1833).
 
Op het bewuste rouwbord, met de zestien kwartieren waarvan de titularis niet te identificeren was, werd een vergelijkend onderzoek in de  genealogie van de  familieleden  Triest gevoerd.
Het obiit gedateerd  9 JUNII 1891 waarvan de titularis onbekend was, zou een kind kunnen zijn uit het gezin:
 
I.    Jean-Bernard  Triest (1670-1743) huwde te Brugge in 1719 met Eléonore van de Berghe dite de Praet (-1749)
 Hun kinderen waren:
 Jean-François, die volgt onder II,
 Charles-Louis Triest (1722-1789).
 Hij huwde in 1748 met Jeanne Peellaert (1722-1801);
 Antoine-Bernard Triest, huwde in 1753 met Elénonore-Philippinede Crombrugghe (1727). Zij bleven zonder nageslacht.
 Macaire Triest (-1743), zonder alliantie.
 Eléonore-Ermelinde Triest (1727-) huwde met Ignace-Joseph Pardo
 
II.   Jean-François Triest, heer van Terwalle werd geboren in Brugge op 17 augustus 1720 en stierf in de parochie van  Sint-Donaat, Brugge op 18 maart 1791.
 In 1753 verkreeg hij van de keizerin Maria-Theresia de erfelijke titel van baron. Hij was raadsman in Brugge in 1743, gouverneur van de Bogaerdeschool, lid van de Edele Broederschap van het H. bloed en van het Ridderlijk Gezelschap Sint-Joris.
 Hij was burgemeester van het Brugse Vrije en Kamerlid aan de Staten van Vlaanderen.  Op 8 december 1743 huwde hij in Brugge met Jeanne-Thérèse Stappens (1723-1803.
 Hun kinderen waren:
 Jean-François, die volgt in III,
 Philippe-Léonard-Jean Triest (1747-), luitenant van de Gardes wallonnes.
 Eloi-Louis-Jacques Triest.
 Marie-Jeanne Triest (1754-)
 
III.    Jean-François-Léonard Triest en Gits, raadsheer van Brugge, verkreeg door het Collectief besluit van 1816 de adelserkenning als Triest de Gits et Saint-Georges, als baron, titel overdraagbaar volgens de mannelijke eerstgeborenen. Geboren in Brugge in 1744 en overleden in Gent in 1821. Hij huwt in 1770 met Isabelle-Charlotte-Joseph Coppieters (1748-1814).
 François-Xavier-Jean-J. Triest, baron, geboren in Kortrijk in 1771,is  overleden in Willebroek in 1847. Hij huwde te Gent in1808 met Henriette-M.-G. de Lichtervelde (1773-1862).
 
Volgens de heer Werner de Papeians, Seneffe, was het obiit met de 16 kwartieren bestemd voor Jean-François. Nadien heeft dit gediend voor zijn zoon Jean-François-Léonard. Alleen de datum werd gewijzigd. Het was toen ook niet ongebruikelijk bestaande rouwborden van overleden familieleden te recycleren!
Alleen heeft de restaurateur van dienst dit door zijn artistieke vrijheid verkeerd geïnterpreteerd en ingevuld!
 
Door een foutieve inschatting heeft hij iedereen op een dwaalspoor gezet…
 
Stefan Crick
1 maart 2016

Wapenbeschrijving & Heraldische commentaar

Op 26 mei 1753 verleende keizerin Maria-Theresia de titel van baron (overdraagbaar bij eerstgeboorte) aan jonkheer Jean-François-Léonard Triest, heer van Terrewalle, schepen van het Brugse Vrije.
 
Volgens Duerloo & Janssens:
 de sable à deux cors en chef dargent, embouchés, virolés et enguichés dor, et en pointe un lévrier courant dargent, accollé de gueules. couronne ou bonnet de baron [Supports:] deux lévriers dargent, accollés de gueules, tenant une bannière, celle à dextre chargée des armes de l’écu, et celle à senestre de celles de van den Berghe de Praet, qui seroient dor, au sautoir de gueuls, chargé de cinq  annelets ou anneaux dargent.        
 
Zwart, in het hoofd twee gouden jachthoorns beslagen  met gouden mondstuk
en in het schildpunt een zilveren, lopende hazewind met een gouden halsband.
Schildhouders twee staande zilveren naar mekaar gewende hazewinden, de linkse houdt het bannier met het wapen van de familie Triest zoals op het schild, de rechtse bannier is het wapen van de familie van den Berghe de Praet.overtopt door een baronnenkroon.
Op het obiit  (verkeerdelijk) anno 1891: de juiste overlijdensdatum van Jean François Triest en Gits, is 9 juni 1821:
 
De randkwartieren, links, langs vaderszijde:
Triest & van der Beken;
d’ Anthin & Villegas;
Parmentier & Anchement.,
 
Langs moederszijde:
van den Berghe & Ryeel;
Blomme & Marievoorde;
Vilters & Schotte;
Anchement & La Motte.
 
Boven de wapenschilden worden de respectievelijke namen van de gerelateerde families op een zilveren listel vermeld.
 
Het bijgevoegd overzicht van de heer Werner de Papeians geeft een duidelijk heraldisch beeld van de verwantschappen.
 
Het geheel rust op een groene voorgrond. Het rouwbord meet ca. 1 m bij 1 m, met zwarte lijst  (met dakje)en gouden binnenbies. Gouden letters en cijfers en boven het wapen een zilveren listel met de tekst:
I PLYGHT I PLYGHT.
 
 
 
BESLUIT
 
De obiit met de 16 kwartieren was  bestemd voor Jean-François en diende  later ook voor zijn zoon Jean-François-Léonard; alleen de datum werd gewijzigd .
De restaurateur, heeft zich vergist. Bekijk de twee obiits, waarschijnlijk van zelfde schilder, de 9 van 9 juni, de 9 van 1791, en de 9 van 1891; de laatste 9 is niet duidelijk.
 
 
Datering van de rouwborden:
De datum op het obiit :                 9 juni 1891
De datum van het overlijden van Jean-François:                                                   18 maart 1791
De datum van het overlijden van
Jean-François-Léonard:                9 juni 1821
 
 
 
Bronnen
http://gw.geneanet.org/mariepaulek?lang=nl&p=jean+francois+leonard&n=triest
http://gw.geneanet.org/antterli?lang=nl&p=jean+francois&n=triest&oc=2
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/89389
 
Etat présent de la Noblese Belge.
Baron de Ryckman de Betz, Armorial Général de la Noblesse Belge, H. Dessain, éditeur à Liège, sprl, 1941.
 
Arthur Merghelynck, Epitaphes nobles et patriciennes des églises de St. André, St. Michel, Oostcamp, Beernem & George près de Bruges, Ed. Gaillard, imprimerie, Bruges, 1878.
 
Luc Duerloo, Paul Janssens, Wapenboek van de Belgische Adel van de 15de tot de 20ste eeuw, Gemeentekrediet, Brussel 1992, deel N-Z, blz.652-654.
 
Frans Debrabandere, Woordenboek van de Familienamen in België & Noord-Frankrijk, L-Z, Gemeentekrediet, Brussel 1993.
 
Werner Papeains, notities en correspondentie 2015-16.
 
Fotos portretten: Bureau voor Iconografie VALB vzw, Brussel

Oude verdwenen graven komen weer boven


Een deel van mijn roots ligt in het landelijke Wolfsdonk. Jaarlijkse familiebezoeken, feesten, begrafenissen, we hebben het allemaal gezien daar. Toevallig kwam ik vele jaren geleden te weten dat rond de kerk nog enkele van mijn voorouders begraven liggen. Onder een zandterp met een verweerd houten kruis. Een typisch graf, dat meestal de tand des tijds niet erg lang doorstaat. Wat ook duidelijk was bij de rest van het kerkhof. Vele lege plaatsen, het zand vervlogen, het kruis vergaan. Enkel de stenen zerken houden het langer vol. Maar ook deze moesten verdwijnen. Enfin, dat was ooit de bedoeling. Grote kuis op ’t kerkhof. Er waren diverse opties: je kon het grafmonument zelf meenemen, je kon laten herbegraven op de gemeentelijke begraafplaats of je kon het overlaten aan de gemeente (dixit: monument weg, geen herbegraving). Ik vroeg en kreeg toelating om de houten kruisjes van mijn familieleden mee te nemen. Maar een tijdje later waaide er een andere wind en besloot men het over een andere boeg te gooien. Ze gingen voor de erkenning als dorpszicht. Gelieve dus alle meegenomen stukken terug te brengen.
Nadat ik enkele jaren niet meer op het kerkhof was geweest leek Allerzielen me een ideaal moment om nog eens op “familiebezoek” te gaan. Het bleek dat ze het echt meenden met die herwaardering. Grondig onderzoek leidde tot het in stand brengen van het kerkhof zoals het destijds was: originele beplanting, verdwenen graven schoten uit de grond, en dit alles werd bekroond met een boek. In “de kleine gids voor de Sint-Antonius Abt kerk en het plattelandskerkhof te Wolfsdonk” kan je alles vernemen over de kerk en het kerkhof. Tijd dat ik nog eens op bezoek ga, maar dit keer met de gids in de hand.

Johan Moeys