Nieuwsbrief Nr. 91 - januari 2016

Heist-op-den-Berg en een toemaatje


Tamara Ingels, bestuurslid en gids van dienst, kon 17 Grafzerkjes begroeten. Dat we in Heist-op-den-Berg waren hadden we al ondervonden en dat het er koud was bemerkten we toen we in de open vlakte stonden te luisteren naar de inleiding van Tamara. Ze wist te vertellen dat Heist maar liefst 14 begraafplaatsen telde. We waren nog maar juist begonnen of we moesten de klim naar de kerk maken. Het kerkhof aldaar verdween eind van de 19de eeuw. Rond de kerk waren er nog enkele restanten van graven die ooit in de kerk stonden te bewonderen.
We zakten terug af naar de hoofdingang van de begraafplaats. De monumentale inkompoort was een werk van Leonard Blomme. De begraafplaats was volledig omheind.  Petrus Vrancx was weldoener. Op zijn grafsteen zagen we omgekeerde toortsen : de vlam gaat uit en het leven stopt. Wat verderop vonden we een monument voor enkele gefusilleerde Heistenaren. Nog wat verder, aan het – volgens sommigen, lelijke – columbarium wist Tamara te vertellen dat ook hier crematie in de lift zit. Meer dan 65% van de inwoners laat zich vandaag cremeren.
Iets lager op de "berg" liggen de graven van oud-strijders uit W.O. I, begraven in volle grond, met enkele gietijzeren kruisen voor “onbekende” soldaten. De familie Van de Weyer – Dens leverde een aantal burgemeesters en provincieraadsleden. Daarnaast een met klimop overwoekerd grafmonument met bidbankje. Tijd voor ons aller An om in actie te schieten en de klimop direct te lijf te gaan. Enkele kindergraven liggen verder op de middengang. Onze gids wist te vertellen dat vroeger de kindjes bij de ouders begraven werden. Op één van de graven de afgeknotte zuil, het vroeg beëindigde leven. Theofiel Anthoni  was componist 
Op de begraafplaats liggen ook een aantal familieleden van de rector van de universiteit: Rik Torfs. Wat verder een graf met klimop en de papaverbol . Uit steen gehouwen, deze keer. Hier hoefde An niet tussenbeide te komen. Wat verder een monument met slang. Dat moest toch eens van nabij bekeken worden want het was zeker geen arts of apotheker die hier rust. Daarnaast een engel met afgebroken vingers. Schuld van de hoveniers die het bij het snoeien van de vlakbij gelegen boom niet al te nauw nemen.
De calvarie is een ontwerp van Alfons Van Beurden. De uitvoering ervan berustte bij de firma Van Aerschot. Tamara Ingels deed wat opzoekwerk en ontdekte dat er twee verschillende bedrijven “Van Aerschot” waren, familie van mekaar. Tamara was gecharmeerd, niet geheel ten onrechte, door de engel  uitgevoerd in Euville zandsteen. Compte de Saint Phalle, stinkend rijk, moest het doen met een, ondertussen fameus vervallen, betonnen grafmonument. Het mooie kruis op het monument maakt wel één en ander goed. De familie Onzea  ligt onder een massief kruis. Renaat Lambrechts was voorzitter van de heemkring. 
Vandaar gingen of bibberden we naar het moderne gedeelte. Ik dacht even dat de aluminium stangen bedoeld waren om de doden wat “gymnastiek “ te laten doen maar het bleek een fietsstalling te zijn. Naar de afbeelding op het graf te zien moet Dieter Bercx een raar iemand te zijn geweest. Henri Verbeeck, muzikant in het orkest van Micha Marah, kwam om in een auto-ongeval. Antoon Verschueren, hoofdopziener bij het stedelijk onderwijs, bezit een van de zeldzame medaillons die te vinden zijn op deze begraafplaats. Hier stelde Tamara duidelijk dat we goed voor ogen moesten houden dat we hier niet op een stadsbegraafplaats, maar in een dorp waren. Ten slotte een houten kruis op het graf Henderickx.
Met de wagen deden we nog een korte verplaatsing naar het kerkhof van Hallaar. Alle monumenten lagen enige tijd geleden nog plat. De restauratie is nog vrij recent, ze had nog plaats tijdens de inventarisopdracht, al werd het dossier al heel wat jaren voordien opgestart. Tamara liet ons enkele oude foto’s zien waarop de graftrommels, die door onze vzw-vrijwilligers gerestaureerd worden, te zien waren. Een bereidwillige ziel legt nu bloemen op de plek waar ze oorspronkelijk stonden. Na nog enkele gietijzeren kruisen bekeken te hebben eindigde onze tocht bij het graf van arrondissementscommissaris Proost.
De kou had onze ledematen aangetast maar dankzij de warme vertelstijl van onze bevlogen gids, Tamara Ingels, voelden we de koude niet aan. Maar toch waren we uiterst tevreden toen we in het Cultureel Centrum van een deugddoende warme maaltijd konden genieten.

 
Jacques Buermans.
 
Foto’s: Leen Otte, Edgard Maes.
 

Onder de sterren van Noet!


Ons lid Joeri Mertens stelde voor om voor vzw Grafzerkje een rondleiding te verzorgen. In een mum van tijd waren de 20 plaatsen ingenomen en stelde het bestuur voor om Joeri te vragen of hij nog eens 20 leden een rondleiding wou aanbieden. Dus op 6 en op 13 december namen telkens twintig leden van vzw Grafzerkje deel aan de rondleidingen Sarcophagi onder de titel “Onder de sterren van Noet!”; De tentoonstelling is samengesteld uit topstukken van de Egyptische collectie van het Jubelparkmuseum.
 
Joeri begon met te vertellen dat er 70 dagen verstrijken tussen het overlijden en de uiteindelijke begrafenis. Dit heeft alles te maken met  mummificatie. Allereerst zagen we vier rouwende figuren met de handen voor het gezicht en met gescheurde kledij. Noet, de hemelgodin, was gehuwd met haar broer Geb, de aarde.  Hun zoon Osiris, de God van de wedergeboorte was dan weer gehuwd met zijn zuster Isis. Maar het zat blijkbaar in de familie want zijn broer Seth was gehuwd met zijn zuster Neftis. Horus, voorgesteld met het hoofd van een jakhals was de zoon van Osiris en Isis. Elke rijke Egyptenaar liet zich mummificeren en wil zo een Osiris worden. 
Een mummie werd in minstens twee kisten begraven. In het graf komen offergaven. We bewonderden een tafereel  met pleuranten die offergaven bij zich hadden en met een slee naar het graf trokken. Wanneer de familie geen albasten vaas kon bekostigen werd een houten vaas beschilderd alsof het albast was.In het Nieuwe Rijk gingen figuurtjes mee in het graf: zij gingen werken voor de overleden. In een rechthoekige lijkkist zagen we een dode liggen in foetushouding . Datering 3000 vóór Christus. 
We zagen een lijkkist met deksel die aanvankelijk waarschijnlijk als ‘kast’ gebruikt werd. Uit 1500 vóór Christus zagen we een kist met beschilderde ogen. Het verhaal daarachter was dat het toeliet aan de overledene, liggend op zijn linkerzijde, om naar de opkomende zon en de toekomst te kijken. De lotus staat symbool voor de wedergeboorte. Uit een latere periode dateert een sarcofaag uit kalksteen;  Een prachtig dodenmasker uit de collectie van Leopold II. Een perfect gelaat, ruime pruik met golvende lokken versierd met lotusbloemen en kralen “eregoud” toegekend aan hogere functionarissen. We bewonderden deksels van terracotta en maskers met gekruiste handjes.
Dan een lijkkist uit klei met een rood beschilderd gezicht met pruik, kleine baard met daaronder een handvat. Mummieplanken zorgden er voor  dat het hoofd en de schouders bedekt werden. Een tweede deel bedekte de rest van het lichaam. We bewonderden nadien  het bovenste deel van een lijkkist. Het blijkt een voorbeeld van “bruikleen”. De kist was oorspronkelijk bedoeld voor een priester en hergebruikt voor een zangeres . Voor haar werden er oorbellen in ‘papier maché’ aan gevoegd en werden de herenvuisten vervangen door gestrekte vingers. 
We stonden in bewondering voor een sarcofaag waar een dodenprocessie op afgebeeld werd: pleuranten, runderen, dragers, priesters die zich op een schip bevonden en voeren naar het riet van de Nijl. Prachtig! Pleuranten hieven een klaagzang maar ook een vreugdezang aan, offers werden meegenomen in het graf. Op de afbeelding een offerandescene waarbij de overledene wordt gewassen. Hathor, de moeder van de goden, wordt afgebeeld als een koe. Een mummieplank van een vrouw met een pruik getooid met een bloeiende lotus waaruit de zon opkomt. Nog wat verder een mummie uit een latere tijd, 742 tot 322 vóór Christus is een kist met beschilderde motieven. Een kist uit de Romeinse periode. Onderaan gaten in de kist. De kist werd namelijk ooit gebezigd als kippenhok zo wist Joeri te vertellen. 
Wat verder zagen we en Romeinse mummie met verguld masker en windsels in de vorm van ruiten. Wat verder een lijkkist met de mummie van een kind . Ook zagen we mummies van dieren, katten bijvoorbeeld. Zij verdreven slangen. Ook huisdieren werden soms mee gemummificeerd, andere dieren werden als offerande gemummifieerd.  Er was veel activiteit te bespeuren bij het restauratieatelier waar Italiaanse doctoraatsstudenten hert beste van zichzelf gaven. Eindigen deden we bij een beeld van Osiris. Osiris, god van de Doden: het gaat u goed Osiris!
Veel wijzer en zeker in bewondering voor onze gids Joeri Mertens en diens bevlogenheid en alwetendheid (in een materie die toch niet zo evident is) namen we afscheid. Joeri, meester over het Egyptische dodenrijk: het gaat u goed!

 
Jacques Buermans
Foto’s Maria Nuyts, Leen Otte, Johan Duyck.
 

Dodencultus in Mexico


Beste Grafzerkers 
Tijdens mijn reis door Mexico en Guatemala (periode 15/10 tot 01/12/2015) werd ik voortdurend geconfronteerd met de ongelooflijke manier waarop Mexicanen met de dood omgaan. Het is wel zo dat dit uitsluitend in Mexico zo wordt beleefd, terwijl Guatemala meer aansluit bij een Europese doodscultuur (denk ik, want ik heb er niet kunnen over praten gezien mijn belabberde Spaans. Ik ga af op wat ik zag)
Overal in Mexico zie je doodshoofden of geraamtes en dit vindt zijn oorsprong bij de kunstenaar Jose Guadalupe Posada (1852-1913)die satirische beelden maakte van skeletten aangekleed als extravagante modepoppen ( tot jarretelles toe), of met beroepskledij aan, kortom je kan het zo gek niet bedenken of hij beeldde het uit…. 
Zijn meest beroemde werk is LA CALAVERA DE LA CATRINA, een zinken ets die een skelet met een mooie hoed op voorstelt. Catrina komt van Catrin wat de elegante betekent. Het zijn meestal weelderig uitgedoste skeletten, waarmee de kunstenaar wellicht bedoelde dat ook  de rijken de dood niet uit de weg konden gaan.
Deze poppen staan overal in de winkels van minuscule sleutelhangertjes tot levensgrote skeletten. Wat verder ook overal ligt zijn doodshoofden van gewone witte tot de meest extravagante exemplaren 
Eén november is de dag van de overleden kinderen en twee december die van de overleden volwassenen, deze wordt dan ook de DIA DE LOS MUERTOS genoemd ( alhoewel we misschien reeds beter van de “noche de los muertos” zouden spreken). 
In prekoloniale tijden waren er reeds doodsrituelen. Bij de kolonisatie heeft de kerk deze reeds bestaande gebruiken ingekapseld in haar kerkelijke feesten, net zoals ze hier in het westen Kerstmis heeft omgevormd van een heidens feest naar het geboortefeest van Christus…
In veel huizen wordt een soort van altaar opgericht met daarop  suikeren doodshoofden, het dodenbrood (pan de los muertos) en andere offergaven plus gebruiksvoorwerpen die aan de overleden hebben toebehoord. 
De nabestaanden versieren dan de graven zoals je op bijgaande foto’s kan zien. Dit  is te vergelijken met wat wij doen op Allerzielen, alleen veel kunstzinniger. De foto’s die je ziet zijn genomen rond 20 november en dan is natuurlijk reeds veel verwelkt. 
Je ziet ook een oud vrouwtje dat aan de opkuis begonnen is  maar ze zal zich moeten haasten want aan dat tempo heeft ze volgend jaar nog niet gedaan.
Ik heb echter de indruk dat de viering zich vooral verplaatst heeft naar de kerkhoven waar de familie de ganse nacht waakt bij de graven van hun diebaren met de nodige drank en voedsel. Ikzelf heb het niet meegemaakt op het kerkhof zelf, maar het drinkgedrag van de Mexicanen  kennende én de vreselijke boel die ze achterlieten op het kerkhof (plastic bekers, zakken chips, allerlei flessen en andere rommel) doen mij besluiten dat ook dit een beetje ontaard is. Verder zijn ook de traditionele Mexicaanse orkesten de "MARIACHI" aanwezig om de sfeer nog wat extra te verhogen
Conclusie zijn jullie op één en twee november in Mexico ga dan zeker ‘s avonds naar het kerkhof .
In een volgende verslag zal ik rapporteren over mijn bezoek aan het MUSEO DE LOS MUERTOS  en geef ik ook een impressie van de kerkhoven van GUANAGUATO  en ANTIGUA.

Met  ware doodsverachting teken ik,


Karel Polet.