Nieuwsbrief Nr 86 - maart 2015

Begraafplaats Hasselt Regen en sneeuw konden ons niet deren


Zaterdag iets vóór zeven uur naar de bakker in de regen. Terug thuis een SMS’je vanuit het Gentse: slecht weer, moeten spijtig genoeg afhaken. Een half uur later viel de sneeuw er bij bakken uit. Gevolg: een mailtje vanuit Nederland: sneeuw, zien het niet zitten. Om acht uur in de sneeuw, stapvoets naar de autostrade. Onderweg een volgende SMS’je: zijn teruggedraaid, proberen later nog eens om naar de algemene vergadering te komen. Op de autostrade was het doenbaar omdat iedereen zich, gelukkig, aan de opgelegde snelheid van 70 kilometer per uur hield. Waar sneeuw al niet goed voor kan zijn. Waar het in de provincie Antwerpen redelijk rijden was, was het eens de provincie Limburg binnen gereden van dat: er was niet gestrooid, het was filerijden en het ging traag. Gevolg: tegen 10.15 uur waren we in taverne Dusart aangekomen waar we warm ontvangen werden en waar een warme drank deugd deed. Eens curieus wie er allemaal tegen 10.30 uur aan het oud kerkhof zou staan. Toch nog 24 deelnemers waren op het appel. We dachten met de regen en de sneeuw het ergste gehad te hebben maar dat was zonder de gids gerekend. Een stadsgids - er is dringend werk aan de winkel in de stad Hasselt -  stond de geschiedenis van het begraven wat af te rammelen.
Na dit verplicht nummertje gingen we op stap.
Gelukkig konden we genieten van prachtige winterse beelden.
De gids vertelde over een graf van een ziek kindje waarvan de ouders naar de dokter gingen. Deze weigerde te komen en het kindje overleed. Waar het graf zich bevond moesten we zelf maar uitzoeken en dat terwijl we passeerden langs enkele prachtige kindergraven.
Nadat onze gids wist te vertellen dat veel graven beschadigd waren omdat men vanop de graven over het muurtje keek naar het voetbalveld. Onze gids liep straal voorbij een honingboom
maar Marie Claire wist te vertellen dat die, net als de treurwilg, droefheid en dood symboliseert. Dan kregen we een uitleg van de gids waar ik nu niet goed van was. Bij een rode beuk vertelde hij, kan nog kloppen, dat het een funeraire boom is omdat rood de kleur van de dood is maar, nu komt het dat het ook is omdat de boom met zijn wortels in de grond steekt en het kruin bovenaan is! Dit moet toch een zeldzaamheid zijn want ken alleen maar bomen die met het kruin in de grond gestoken worden??? Funeraire symboliek, daar had de man nog nooit van gehoord. De bekendste bewoner is, sorry was, Valentinus Paquay, het Heilig Paterke overleden in 1905. Zijn lichaam werd overgebracht naar de Minderbroederskerk waar hij nog steeds vereerd wordt.
Een van de grootste grafmonumenten kreeg burgemeester Stellingwerff.. Daarnaast het graf voor pastoor Vaesen en aan de overzijde een herdenkingszuil voor oudgedienden onder Napoleon Deplee bleek een familie van speculoosmakers te zijn en de familie Brauns waren ondernemers.
Zelf ontdekten we het graf voor Veronica Bollen ,een graf met een “kloppertje”. Pieter Jan Willems was een veelzijdig man. Hij was jeneverstoker, gynaecoloog en dierenarts. Hij vond een vaccin uit. Aan de overzijde ging onze gids gewoon voorbij het graf van de familie Fryns, jeneverstoker. In een hoekje enkele Joodse graven.
De familie de Corswaren leverde een aantal volksvertegenwoordigers en hun wapenschild wordt gedragen door twee griffioenen. De grafkapel was van de hand van grafmaker Douha te zijn. Onze gids hoorde het in Hasselt donderen toen Marie Claire vertelde dat Douha het “pseudoniem” voor Guillaume Douchar bleek te zijn die voor zichzelf vlakbij een prachtige grafkapel vervaardigde. Eindigen deden we bij het graf voor Frans Massy, een kapper die als spion werd opgepakt.
Hier eindigde een wandeling langs een mooie begraafplaats ondergedompeld in een winterse sfeer. Ik ben er van overtuigd dat onze Marie Claire het tien keer beter zou gedaan hebben dan onze gids maar van één ding kunnen we zeker zijn: hij heeft enorm veel bijgeleerd dankzij onze Grafzerkjes.
 
Jacques Buermans.

Hasselt : begraafplaats en Algemene Vergadering Een dagje Hasselt


De rondleiding op het oud-kerkhof in Hasselt was meer dan ontgoochelend. En ja, er lag sneeuw maar dat mag een gids er niet van weerhouden toch een verhaal mee te geven, vind ik.
Gelukkig is er nadien de after party in bistro Dusart met lekkere broodjes, soep en véél taart. Na al dat lekkers, tijd voor ernst.
De gebruikelijke nieuwjaarswensen krijgen we van onze voorzitter, Jacques Buermans. An Hernalsteen licht met haar welluidende stem de uitstappen toe.
Zeker niet te missen, de rondleiding in Evere door Stefan Van Camp! De aanwezigen hebben een beentje voor, zij kunnen reeds inschrijven.
Na een korte pauze, roept bellenvrouw Tamara ons tot de orde. Tamara Ingels, kunsthistorica, lesgeefster met een kleine beet voor funeraire kunst en nieuw bestuurslid.
Zij licht met groot enthousiasme het restauratieproject voor 2 graftrommels toe. Tamara werkt daarvoor samen met Lin, schilderes.
Vrijwilligers zijn meer dan welkom en krijgen vooraf een workshop restaureren. Je kunt je ook vrijkopen door sponsoring.
Op 29 maart gaat de jaarlijkse processie door in Hallaar. Het is de bedoeling die dag een tentoonstelling te organiseren in het parochiehuis rond het project en zo fondsen te werven.
 
Volgt dan het boeiende verhaal over het monumentale grafmonument van Hubert Ysebrant de Lendonck. Het staat op de begraafplaats van Sint-Katelijne Waver.
Een zeer bevlogen Tamara geeft ons een stukje biografie mee van Hubert Ysebrant en vertelt de geschiedenis van dit familiegraf. Het is een gigantische namaakgrot met bovenop een Heilig Hart beeld.
De buitenzijde van het monument werd gerestaureerd in 2014; de restauratie van de binnenzijde laat voorlopig op zich wachten. Binnenin is er kwistig met spreuken gestrooid. Ondanks dat er plaats voorzien werd voor de ganse familie, ligt niet iedereen er begraven.
Bijzonder is dat enkel de graaf horizontaal ligt. De andere kisten werden verticaal in schachten neergelaten. Dit gegeven vereist zelfs een demonstratie om het te visualiseren.
De lijdensweg voor de restauratie is al even boeiend. Fondsen verkrijgen, het is geen kattenpis.
In 2017 zal enkel de buitenkant klaar zijn.
Het applaus voor de voordracht is welverdiend. Het werd nog een aangename en interessante namiddag.

Funerair Erfgoed in de Antwerpse kathedraal Een nieuwe grafsteen voor Charlotte van Bourbon, derde echtgenote van Willem van Oranje


 
Charlotte van Bourbon (1546/1547 - Antwerpen, 5 mei 1582) was de dochter van Lodewijk III van Bourbon-Vendôme, hertog van Montpensier en Jacqueline de Longwy, gravin van Bar-sur-Seine. Charlotte was sinds 1575 de derde echtgenote van Willem van Oranje.
Charlotte ging in 1559, onder druk van haar ouders, in het klooster Abbaye Notre-Dame-de-Jouarre, bij Parijs en dit onder de hoede van haar tante Louise, die daar abdis was. Volgens haar vader had dat het voordeel dat Charlotte dan niet kon delen in de erfenis, die hij bij zijn enige zoon François in betere handen vond. Haar tante stierf echter al spoedig. Charlotte liet merken dat zij geen non wilde worden en evenmin abdis. Tevens maakte zij duidelijk dat zij haar erfenis wilde opgeven. Niettemin werd zij in 1565 aangesteld als abdis. In tegenstelling tot haar vader, die tijdens de godsdienstoorlogen vanaf 1561 aan de zijde van de katholieken vocht, vatte Charlotte sympathie op voor de hugenoten.
In 1572 vluchtte Charlotte uit het klooster en zocht op advies van Johanna van Albert, koningin van Navarra, bescherming in Heidelberg bij de calvinistische Frederik III van de Palts (Louise Juliana, de oudste dochter van Charlotte, zou later trouwen met diens kleinzoon) en ging over tot het calvinisme. Daar ontmoette zij enkele weken later Willem van Oranje. Twee jaar later vroeg die haar via zijn vertrouweling Marnix van Sint-Aldegonde ten huwelijk.
Het huwelijk van Willem van Oranje met Charlotte van Bourbon op 12 juni 1575 stuitte bij velen om een aantal redenen op onbegrip. Niet alleen zat Willem diep in de schulden, maar ook was Charlotte als afvallige non onterfd door haar vader en kreeg zij natuurlijk geen bruidsschat mee. De familie van Anna van Saksen wees erop, dat er in 1571 weliswaar een scheiding van tafel en bed tot stand was gekomen, maar dat er van een formele echtscheiding geen sprake was. Dit derde huwelijk van Willem was dan ook geen huwelijk uit berekening, zoals gewoonlijk in die dagen, maar uit wederzijdse liefde en genegenheid. Hun briefwisseling laat dit zien. Charlotte steunde Willem krachtig in zijn Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd. Zij liet zich, als Willem op pad was, door brieven op de hoogte houden en fungeerde als verbindingspersoon tussen Willem en het leger. In de zeven jaren van hun huwelijk baarde zij hem niet minder dan zes kinderen, die allen volwassen zijn geworden.
Als prinses van Oranje en landsvrouwe der Nederlanden verbleef ze met haar gezin in Antwerpen.
Na de eerste mislukte aanslag op Willems leven op 18 maart 1582 verzorgde Charlotte haar man intensief, waardoor zij zelf erg verzwakt raakte.
Ze overleed op 5 mei van datzelfde jaar aan een longontsteking. Charlotte van Bourbon is begraven in de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen in een graf dat tegenwoordig niet terug te vinden is. De oorspronkelijke grafsteen die in de toenmalige Besnijdeniskapel van de protestants geworden kathedraal, werd vernield tijdens de Contra-reformatie die volgde op de val van Antwerpen in 1585.
Charlotte en Willem trouwden in Den Briel op 12 juni 1575. Uit dit huwelijk werden zes dochters geboren, waarvan drie in Antwerpen:
•             Louise Juliana (1576-1644) gehuwd met Frederik IV van de Palts
•             Elisabeth (1577-1642) gehuwd met Hendrik de La Tour d'Auvergne
•             Catharina Belgica (Antwerpen, 1578-1648) gehuwd met Filips Lodewijk II van Hanau-Münzenberg
•             Charlotte Flandrina (Antwerpen,1579-1640)
•             Charlotte Brabantina (1580-1631) gehuwd met Claude de la Trémoille
•             Emilia II  (Antwerpen,1581-1657) gehuwd met Casimir van Palts-Landsberg.
Na het overlijden van Charlotte en Willem in respectievelijk 1582 en 1584 komen drie van de dochters terecht in Frankrijk en de overige 3 in Duitsland.

Het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV), afdeling Vlaanderen heeft jaren geleden op initiatief van toenmalig voorzitter ere-ambassadeur Theo Lansloot het plan opgevat voor een nieuwe grafsteen in de kathedraal, om te herinneren aan het verblijf van het gezin van Oranje in Antwerepen, de verbondenheid van de Lage Landen te beklemtonen en de oecumenische gedachte in praktijk te brengen.
Het project heeft ruime financiële ondersteuning gekregen van de stad Antwerpen, de Vlaamse regering, de Nederlandse regering, het ANV, de Marnixring-Internationale serviceclub, de provincie Antwerpen, de Stichting Noord-Zuid en de Belgisch-Nederlandse Vereniging (BENEV).
 
Op zaterdag 24 januari 2015 werd tijdens een oecumenische plechtigheid de grafzerk onthuld in de Sint-Antoniuskapel in de kathedraal en dit door de bisschop van Antwerpen, mgr. Johan Bonny, de burgemeester van Antwerpen, de heer Bart De Wever, Marc Van Peel, schepen en de vertegenwoordiger van de protestantse kerken van de stad, Ds. Dr. Dick Wursten.
 
 
Jef Van Leeuw is de beeldhouwer die het nieuwe grafmonument van Charlotte van Bourbon vervaardigde. Oorspronkelijk was de opdracht en de bedoeling  om het arduinen grafmonument van 2.51 m bij 1.37 m te plaatsen met als afbeelding bovenaan links het herkenbare hoofd van Charlotte van Bourbon en rechts dit van Willem de Zwijger, evenals de jaartallen van haar geboorte en overlijden en haar wapenschild of de wapenschilden van dit echtpaar.
De nieuwe grafsteen geeft de volledige tekst weer van de oorspronkelijke grafsteen, aangetroffen in de Nederlandsche Geschiedzangen van J. van Vloten (Uitgave Frederik Muller, Amsterdam, 1852):
 
Int bloeisel van haer jaren; Charlotte van Bourbon,
wettige huisvrouwe van Nassouwe,
Vruchtbarighe ranke, totter doot getrouwe, manierich van seden;;
Haer presentie was soet boven’s hemels douwe,
Den vijfden dach Mey sy haer einde dede, met geduldichede,
En was begraven tot deser stede
 
De uiteindelijke gebeeldhouwde tekst wijkt of van dit voorstel. Het wapen in brons van Charlotte van Bourbon werd weerhouden op de nieuwe grafsteen.
Jef Van Leeuw, beeldhouwer-kunstenaar. http://www.vanleeuwjef.be
De kunstenaar heeft een voorliefde voor marmer en brons, maar hij schuwt evenmin andere materialen: Franse steen, arduin, enz. polyester, hout of klei. Zijn grote werkkracht resulteert, voorlopig althans, in een 150-tal figuratieve beelden van vrouwen en dierenfiguren, evenals niet-figuratieve en abstracte werken. Voorts werkt hij ook in opdracht aan tuin- en graf ornamenten, die in allerlei materialen kunnen uitgewerkt worden. Naast zijn beeldhouwwerken is hij actief met juweelontwerpen, die variëren van figuratief tot abstract en op vraag in zilver of goud uitgevoerd worden.
Stefaan Crick
Februari 2015
 
 
Bronnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Charlotte_de_Bourbon
Informatienota & Uitnodiging Onthulling van de grafsteen van Charlotte van Bourbon in de kathedraal van Antwerpen.
Dhr. Marc Van de Cruys, Wijnegem. Heraldicum Disputationes
Rob Van Roosbroeeck, Willem de Zwijger, Mercatorfonds, Antwerpen, 1974.

Funerair Erfgoed Het obiit van Theresia Maria van Susteren (1721-1742)


De ’s Gravenwezelse heemkring “De Drie Rozen vzw.” wist onlangs een interessant 18de-eeuws rouwbord te verwerven. De titularis ervan is een telg uit een vooraanstaande Antwerpse familie: Maria Theresia van Susteren.  Het was een alerte sympathisant, de heer Hugo Lambrechts-Augustijns, die dit funerair wapenbord ontdekte en de heemkring hiervan op de hoogte bracht om de aankoop ervan te overwegen. Er bestond het gevaar dat het wapenbord via een buitenlands veilinghuis verkocht zou worden. Dan zou weer eens een funerair relict in een buitenlandse verzameling terecht komen. Gelukkig besliste de heemkring dit lijkblazoen aan te kopen om het daarna een opvallende plaats te geven in hun museum.

Waarom is dit rouwbord, niet alleen van lokaal, maar ook van ruimer belang? Daarvoor moeten we in de geschiedenis van de familie van Susteren duiken.
Theresia Maria van Susteren was de kleindochter van Melchior van Susteren.
De naam van Susteren was lange tijd verbonden met de Brabantse stad ’s Hertogenbos, waar deze familie het brouwersambacht uitoefende.
Behoorlijk zakelijk doorzicht en hard werken waren de oorzaak van een hoge dosis familiale welstand. Maar voor Gisbert van Susteren, gehuwd  met een stadsgenote, Helena Donckers, was ’s Hertogenbosch vermoedelijk te kein geworden. Hij verhuisde naar Amsterdam, vestigde er zich als handelaar en deed er gouden zaken. Samen met zijn broer Franciscus werd hij in 1674 door Karel II van Spanje, in de adelstand verheven.
Gisbert en Helena kregen twee kinderen, Hendrik Jozef en Meclhior. De oudste zoon koos voor een religieus leven en bracht het tot bisschop van Brugge. Melchior volgde zijn vader op en vergrootte het familiefortuin. De familie van Susteren was rooms-katholiek en allicht daarom is Melchior van het hervormde noorden naar Antwerpen getrokken.

Melchior van Susteren was afkomstig uit Amsterdam, waar hij in 1660 geboren werd. Hij huwde er in 1691 met Maria Constantia Barbou, dochter van de koopman Charles Barbou en van Corenlia Tensini. Hij was koopman, bankier en scheepsverzekeraar en hij bevrachtte schepen voor de vaart op Spanje en West-Indië. De zeer vermogende familie van Susteren heeft haar fortuin vergaard met het brouwen van bier en  handel te drijven in de Republiek der Verenigde Nederlanden.

In 1728 kocht hij de heerlijkheid met het kasteel van ’s Gravenwezel.(1)  Het kasteel liet hij ingrijpend verfraaien door de gekende bouwmeester Jan Peter van Baurscheit. Kort nadat hij zijn testament ten voordele van zijn twee kleinkinderen had opgesteld, stierf hij op 6 april 1740.
Volgens zijn wens werd hij begraven in het hoogkoor van  de Antwerpse Sint-Jacobskerk.(2)
In zijn nalatenschap bevonden zich behalve de heerlijkheid en het kasteel de huizen De Zwaan aan de Brabantse Korenmarkt en de Kleine Moriaan in de Lange Brilstraat te Antwerpen. In 1722 had hij ook een huis gekocht op de Antwerpse Meir.

Uit Melchiors eerste huwelijk ontsproot hun enige zoon die naar zijn grootvader werd genoemd:
Gisbertus Franciscus van Susteren, ridder en heer van ’s-Gravenwezel, geboren in Amsterdam op 20 november 1692. Hij huwde er in 12 juli 1717 met de Antwerpse patriciërsdochter Helena Maria Roose, dochter van Jan Alexander Roose, majoor van Antwerpen en van Isabella Victoria de Renialme, gezegd de Cordes. Gisbertus van Susteren overleed in Antwerpen op 24 april 1723.
Uit dit huwelijk stammen drie kinderen:

1. Melchior Josephus van Susteren, in Antwerpen gedoopt op 13 april 1718. Hij huwde op 7 april 1739 met Regina Thérèse du Bois de Vroylande en overleed op 6 april 1740. Zijn weduwe, geboren in Antwerpen op 15 februari 1718 als dochter van Arnold Martin Louis du Bois en Marie Catherine Vecqemans, hertrouwde op 3 juli 1755 met Alexander Marie Joseph della Faille (1718-1763), kolonel van een compagnie grenadiers bij de Waalse garde.

2. Johan Alexander van Susteren, ridder, heer van ’s Gravenwezel werd op 30 april 1719 te Antwerpen gedoopt. Nog voor zijn tiende verjaardag wordt de kleine Johan Alexander wees. Hij studeerde aan de universiteit van Leuven en stierf, ongehuwd op 7 mei 1764.
Zijn zus en broer sterven op respectievelijk 21- en 22-jarige leeftijd. Als enige erfgenaam van deze welstellende familie beschikt hij over een gigantisch fortuin.Van zijn grootvader Melchior van Susteren erfde hij onder meer twee huizen op de Meir, waaraan hij in 1727 een derde en in 1744 een vierde huis toevoegde. Hij liet deze panden in 1745 verbouwen door Jan Peter van Baurscheit tot één stadspaleis,in rococostijl, waarvan de bouwwerkzaamheden duurden tot aan zijn overlijden. Het vorstelijck huys werd in 1777 ver onder de prijs verkocht voor 80.000 gulden en was van 1815 tot 1969 een koninklijk paleis. Hierin werd latet het I.C.C., Iinternationaal Cultureel Centrum gevestigd. Ook het Groot kasteel van ’s-Gravenwezel werd door van Baurscheit in opdracht van Johan Alexander onder handen genomen. Hij was enorm rijk, mede door zijn grootaandeelhouderschap van de Bank of England, waar hij vermogend genoeg was om vermeld te worden als capable to be chosen governor.
De totale nalatenschap was meer dan twee miljoen gulden waard.
De familie van Susteren behoorde in de 18de eeuw tot  de Antwerpse financiële elite.(3) 

3. Theresia Marie van Susteren, over wie dit artikel gaat, werd te Antwerpen gedoopt op 3 september 1721. Zi jliet op haar ziekbed op 4 augustus 1740 te Antwerpen haar testament opmaken. Zij wilde begraven worden in het familiegraf op het hoogkoor van de Antwerpse Sint-Jacobskerk. Paul Jacobs, de boekhouder van haar familie, verkreeg 3000 gulden. Aan de douairière van Susteren, haar schoonzus schonk zij haar zilveren toilet met alle toebehoren. Haar huishoudster Anna Hermans en Elisabeth Bellens, haar dienstmeid in ’s Gravenwezel, werden ieder met 1000 gulden bedacht. Kleinere bedragen gingen naar voormalige personeelsleden en naar haar biechtvader. Moeder Helena Maria van Susteren, abdis van het Ursulinenklooster bedacht zij met een lijfrente van 300 gulden. Haar broer Johan Alexander benoemde zij tot haar universele erfgenaam en executeur van haar nalatenschap.
Zij stierf op 12 augustus 1742.(4)  en werd bijgezet in de familiekelder in de Sint-Jacobskerk.
Tijdens het onderzoek op dit rouwbord werden volgende technische vaststellingen gedaan:
Op de voorzijde:
Het materiaal waarop het wapen van de titularis op een lichte achtergrond is aangebracht, is ruitvormig. De drager bestaat uit een paneel dat echter overlangs is gespleten. Alleszins werd geen hoogwaardige houtsoort gebruikt.
De lijst in lichte kleur, die veel verfverlies vertoont, heeft een vergulde binnenbies en meet 1,06 m bij 1.06 m.
Op de voorzijde staat in gouden letters en cijfers vermeld: in de tophoek A°, in de linker zijhoek 17, de rechterzijhoek 42. Onderste hoek: OBIIT 17 AUGUSTI
Het afgebeelde wapen, gevat in een ovalen schild is gekwartileerd op 1 & 4 is het familiewapen van van Susteren; volgens Rietstap: EC. 1+4 du gu. au Chev., acc. En chef de deux têtes et cols de cerft et en p. d’une tête de léopard le tout d’or aux é et 3 d’azur à une roue deux cq.
De kwartieren 2 & 3 het wapen van de familie Roose: rood beladen met een zilveren keper vergezeld van drie rozen van hetzelfde.
Een gouden gevlochten liefdeknoop, met onderaan kwasten, omvat het geheel. Bovenop een onbekend (5)  gouden ornament met een omgekeerde arabesk.
Op de achterzijde
In de tophoek werd een gesmede haak aangebracht, terwijl de andere hoeken voorzien werden van haakse gesmede verstevigingen.
Waterschade overlangs het paneel, dat echter niet volledig in de lijst gevat is.
Twee etiketten zijn aangebracht :
Eén (naar aanleidiing van de  tentoonstelling in 1970 Koninklijk Paleis Bouwer en Bewoners) met de tekst:

ICC ministerie van nationale opvoeding en nederlandse cultuur
CULTUREELCENTRUM
Kon. paleis meir 50 b 2000 antwerpen

titel                       rouwbord van theresia maria van  susteren
auteur
eigenaar              J. Gilles de Pélichy  ’s gravenwezel
tentoonstelling    Kon. Paleis Bouwer en Bewoners
Op een tweede blauw omlijnd etiket staat vermoedelijk een aanduiding die niet kon worden ontleed.

Algemene vaststelling: dit rouwbord is duidelijk voor een professionele restauratie vatbaar.
De herkomst van het rouwbord:

Een duidelijke verwijzing naar de eigenaar J. Gilles de Pélichy, kan worden bevestigd door het volgende:
In één van de kelders van het “Groot Kasteel” in ’s Gravenwezel had baron José Gilles de Pélichy een interessant museum aangelegd. Talrijke oude voorwerpen die tot het kasteel interieur behoorden, had hij er samengebracht.  Die merkwaardige verzameling werd door de erven Gillès de Pélichy geschonken aan de heemkundige kring “De Drie Rozen”.(6)
Vermoedelijk kwam het rouwbord van Theresia Marie van Susteren door overerving in zijn verzameliing terecht.

Hoe de obiit uit deze verzameling verdween is een mysterie…


Stefaan Crick
februari 2015

Bronnen:
Rijksarchief Antwerpen.
Archief Jacques baron le Roy Genootschap vzw.
Verzameling der Graf- en Gedenkschriften van de provincie Antwerpen, Buschmann,  Antwerpen, 1863.
J.B. Rietstap, Armorial Général, Gouda G.B. Van Goor Zonen, 1884-1887.
J. Van den Bergh, Alhier tot Sgravenwezele, ’s-Gravenwezel, 1991.
Paul Arren, Van Kasteel naar Kasteel, 2, Hobonia HK Kapellen- Hoogboom, 1997.
Karel Degryse, De Antwerpse fortuinen: kapitaalsaccumulatie,-investering en –rendement  te Antwerpen in de 18de eeuw, Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis, Universiteit Antwerpen Centrum voor Stadsgeschiedenis 88ste jaargang, aflevering 1-4, - 2005
Roland Baeten, e.a., Het ‘soete’ buitenleven, Hoven van Plaisantie in de provincie Antwerpen 16de-20ste eeuw, uitg. Pandora, Antwerpen, 2013.
http://www.paleisopdemeir.be/page/beleef/het-paleis-op-de-meir-een-rijke-geschiedenis/illustere-bewoners/johan-alexander-van-sust
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/14377
http://www.bossche-encyclopedie.nl/personen/susteren%20(algemeen).htm?p1=_index.1.htm?title=Personen&t1=Personen&title=Van%20Susteren%20(algemeen)


Foto’s:
-voorzijde rouwbord: Henri Van Beneden,
-alle andere foto’s zijn van de auteur.
 (1) Jan Van den Bergh in: Alhier tot Sgravenwezele, Enkele historische aspecten van de Parel der Voorkempen, Rococokunst uit de pruikentijd, blz.87 ’s-Gravenwezel, 1991
(2) Verzameling der Graf-en Gedenkschriften van de provincie Antwerpen – S. Jacobus,…: deel 1, Antwerpen, Drukkerij J.-E. Buschmann, 1863,op blz. 20/21 Grondteekening… 49, en op blz. 31 Zerksteen Melchiorus van Susteren.
(3) Karel Degryse, in Bijdragen to de geschiedenis, De Antwerpse fortuinen: de kapitaalsaccumulatie, -investering-en rendement te Antwerpen in de 18de eeuw, blz.24, Genootschap voor Antwerpse geschiedenis, Universiteit Antwerpen, 88ste jaargang – 2005.
(4)  Paul Arren in: Van Kasteel naar Kasteel, Hobonia Heemkring Kapellen-Hoogboom, 1987, in deel 2, vermeldt op blz. 222 een afwijkende sterfdatum: 19 augustus 1742.
 (5)   Navraag bij mevr. Griet Blanckaert, Universiteit Antwerpen, een juiste bepaling van deze versiering kon niet worden medegedeeld.
 (6) Ib.Paul Arren in Van Kasteel naar Kasteel 2, blz.226,

Project Graftrommels Draag uw steentje bij. Maak de Graftrommel toonbaar!


vzw Grafzerkje steekt de handen uit de mouwen in het belang van ons funerair erfgoed. En daarmee bedoelen we het restaureren van graftrommels.


Wat zijn graftrommels?

Bij begrafenisplechtigheden is het de gewoonte een bloem of krans na te laten, vroeger gebeurde dat soms in een permanentere vorm. Toen werden vaak dozen in de vorm van een trommel op de graven ter nagedachtenis geplaatst: Een zinken omhulsel, afgedekt met glas, bevatte vaak een krans, een foto, de naam van de persoon of een spreuk. Zo bleven de bloemen jaren in weer en wind bij het graf staan. Veel graftrommels zijn vandaag echter verdwenen, heel wat exemplaren zijn - omwille van het metaal - uiteindelijk op de schroothoop beland.

Hoe het allemaal begon?

We namen tip contact op met Evert-Jan Halkus, een Nederlander die zich in deze materie al jaren verdiept. Ons nieuwste bestuurslid Tamara Ingels ontdekte bij een inventarisatieproject in Hallaar (Heist-op-den-Berg) twee graftrommels. Het gaat hierbij om zeldzame exemplaren, die bijzonder groot zijn en voorzien zijn van een kap. Ze stonden bovendien op de graven van twee jonge mannen die sneuvelden in de loop van de Eerste Wereldoorlog. De moeite waard dus om met deze trommels aan de slag te gaan!

Hoe moet het verder?
 
Vrijwilligers!
 
In de eerste plaats gaan we op zoek naar vrijwilligers. We willen hen graag in de loop van het voorjaar betrekken bij een workshop onder leiding van Evert-Jan Halkus om te kunnen starten met de restauratie van de twee graftrommels.
Wie zoeken we?
Mensen met nuttige vaardigheden (glassnijden, zinkbewerking, enzovoort) zijn uiteraard welkom, en iedereen die voor dit project graag de handen uit de mouwen steekt!
Wat brengt het op? Financieel niets, vermits het vrijwilligerswerk is. Vrijwilligers krijgen wel de mogelijkheid om de workshop met Evert-Jan Halkus te volgen, ter voorbereiding van de eigenlijke restauratie die we samen zullen uitvoeren. Wat we wel kunnen bieden is de zekerheid op plezier en verdieping tijdens het restaureren. Mogelijk zullen we af en toe eens vloeken als iets niet meteen lukt, maar gelukkig hebben we een expert die ons daarin met raad en daad zal blijven bijstaan. Evert-Jan Halkus beweerd ongeveer een 40-tal uur werk te hebben om een graftrommel weer presentabel te maken. Voor ons waarschijnlijk een 100 uur omdat we de knowhow nog niet hebben. De graftrommels keren na restauratie terug naar de lokale gemeenschap, die ondertussen ook de  nodige stappen neemt om op alle vlakken medewerking te verlenen aan dit project. Een onderkomen wordt momenteel gezocht in de onmiddellijke omgeving van de oorspronkelijke locatie van de graftrommels, zodat de context en de nagedachtenis aan de jonge soldaten bewaard kan blijven.
Waar vindt de workshop en de restauratie van de graftrommels plaats? De restauratie wordt voorzien op locaties in Putte, bij Mechelen, en in Bekkevoort, Vlaams-Brabant.
 
Vrijwilligers kunnen zich nog altijd aandienen bij de projectleidster Lin Verbeemen, op [email protected] of op 0496/47 07 46. We vragen wel dat wie de workshop volgt ook de moeite neemt om de handen uit de mouwen te steken..
 
Sponsoren!
 
In Verstraete & Vanhecke, reeds jarenlang toonaangevend in grote nieuwbouw, renovatie- en restauratiewerken, vonden we een belangrijke sponsor om het project tot een goed eind te brengen. Waarvoor onze immense dank!
 
Daarnaast zijn alle bedragen welkom. Onder het motto “Draag uw steentje bij. Maak de Graftrommel toonbaar!” We streven alvast naar een bedrag van € 500, waarmee we een deel van de materialen die nodig zijn voor de restauratie kunnen aanschaffen. Kandidaat sponsoren kunnen hun bijdrage, hoe gering ook, storten op rekeningnummer BE37 7360 0104 4028 met de vermelding “project Graftrommels”.
 
Ik durf te verhopen op een resem vrijwilligers en op vele gulle sponsoren.
 
Lin Verbeemen, projectleidster Graftrommels.
Foto’s: Lin Verbeemen en Jacqueline Timmerman

Sinds donderdag 23 april is de site over graftrommels terug actief !


U kunt dit vinden onder;

 groningergraftrommels.esy.es

Van Hoboken naar Montparnasse


Elke rechtgeaarde Hobokenaar weet dit uiteraard. Er is een link tussen een familie uit Hoboken en Montparnasse. Als niet-Hobokenaar speelde het toeval een rol in mijn ontdekking. Wachtende op de trein besloot ik van de tijd gebruik te maken om een wandeling te maken in het idyllische Hoboken. Kuieren rond de kerk. Grafzerken bekijken. En toen kwam ik mevrouw Scholte tegen. Nu ja, niet de levende dame, maar haar zerk. Mevrouw Scholte, echtgenote van Herman Scholte werd in Antwerpen geboren op 30 maart 1836, onder de naam Sophie Emilie Gheyskens. Later, toen zij mevrouw Herman Scholte was, overleed zij in Parijs, op 19 mei 1904. Daar werd zij begraven op de begraafplaats Montparnasse. Ze wordt herinnerd op de zerk van de familie Scholte op de kerk van Hoboken.
Johan Moeys

Korte funeraire weetjes uit Venetië


In de lagune rond Venetië liggen verschillende eilanden. Het eiland Lido, bekend van zijn Hôtel des Bains, en het boek “De dood in Venetië” van Thomas Mann, heeft twee joodse begraafplaatsen. Ze liggen beide in San Nicolo. De oude begraafplaats werd geopend in 1386. Achter de hoek ligt de nieuwe joodse begraafplaats. Denk bij nieuw niet aan recent, want de monumenten zijn ook al ettelijke jaren verweerd.
Een van de meer gekende laguna-eilanden is San Michele, het begraafeiland. Bijna het volledige eiland is ingenomen door de begraafplaats. Zoals in de meeste andere landen werden de Venetianen destijds begraven op kerkhoven in de stad, maar door plaatsgebrek en om hygiënische redenen werden San Michele en een ander naburig eilandje gekozen tot begraafplaats. De kerk, San Michele in Isola staat bij de aanlegsteiger. Overal vind je er cipressen. Het eiland is omkaderd door hoge terracottamuren. De bekendste bewoners zijn Ezra Pound, Sergei Diaghilev en Igor Stravinsky. Sommigen blijven ongestoord liggen, anderen worden na tien jaar opgegraven. De botten gaan nadien naar het knekeleiland Sant’Ariano.
Marco Polo werd in de wijk Cannaregio geboren rond 1254. Hij verliet Venetië voor een langdurige reis naar het hof van Kublai Khan. Na zijn verblijf keerde hij in 1295 terug naar Venetië, na een carrière van twintig jaar rondreizend diplomaat. Hij kon daar adembenemende verhalen over vertellen. Vele Italianen geloofden zijn verhalen niet. Zijn bijnaam werd Marco Il Milione, Marco van de miljoen leugens. De nu geseculariseerde kerk San Lorenzo in het district Castello zou de begraafplaats van Marco Polo zijn, maar er is zoveel verbouwd dat er geen bewijzen van zijn. De sarcofagen zijn verdwenen bij de verbouwingen van 1592.
De algemene regel op alle begraafplaatsen is verbod op piknikken, honden, fotograferen….
 
Johan Moeys

Begraafplaats van Caux


Caux, een charmant middeleeuws stadje in de Languedoc met ongeveer 3000 inwoners.
Ik ging er voor het tweede jaar op rij met vakantie. De omgeving, eindeloze wijngaarden en velden, is een wandelparadijs. Cap d’Agde ligt op 20 km.
Tijdens mijn verblijf bezocht ik de begraafplaats en maakte ik kennis met de vereniging “Le Souvenir Français”.
Maar eerst een kijkje nemen op de begraafplaats. Benieuwd wat die in petto heeft.
Na een blokje verloren lopen vind ik ze. Beetje bergop en dan stap ik in de deugddoende koelte van de cipressen. De zon brandt al is het midden september.
De begraafplaats is veel groter dan ik dacht. Het eerste wat me opvalt, is de overvloed aan bloemen, beeldjes, fotokaders en de vele namen op de zerken.
“Zou dat allemaal familie zijn”?
“Wordt er niet gestolen, niets stuk gemaakt”?
“Hoe kom ik erachter waar iemand begraven ligt”?
“Bestaat er een archief”?
“Amaai, hoe komen al die Spanjaarden hier”?
“Hoelang begraaft men hier al”? Deze vragen flitsen door mijn hoofd.
Buiten enkele grafkapellen, waarvan sommigen in verval, bespeur ik weinig grandeur. Wat ik niet kan misslopen is het grote Mariabeeld en het monument voor de oorlogsslachtoffers. Dit laatste is écht kolossaal.
Rondom pronkt menig Franse vlag. Jaarlijks houdt men hier herdenkingsmomenten voor de gesneuvelden en legt men bloemen neer. Daarover later meer.
Het oudste gedeelte ligt er zeer goed onderhouden bij. Voor de zerken geldt geen onderhoudsplicht maar daar is niets van te merken.
Het nieuwere gedeelte bekoort me maar matig. Ik vind het een rommeltje al zit er waarschijnlijk wel een visie achter. De “coin du souvenir” vind ik het mooist én het grandioze uitzicht over de omgeving.
Ook geen schaduw hier en kiezelsteentjes die in mijn schoenen kruipen. Tijd om naar huis te wandelen.
Op weg naar de uitgang, bemerk ik aan de overzijde van de baan langs de begraafplaats, een verdwaald grafzerk. Het staat in de tuin van de garagist maar groot onderhoud kreeg het zeker niet.
“Zouden ze de begraafplaats in twee gesneden hebben?” Nog een vraag erbij. Een laatste verrassing wacht me buiten de begraafplaats. Tegen de afsluitmuur, vind ik nog een outsider.
Terug beetje bergop en ik lees: Famille Gauch. Oei en hij ligt rechts van de muur.
Mijn vragen en ik kunnen eindelijk naar huis. Antwoorden zoeken komt wel. Het is ondertussen 14 uur en dan loopt er trouwens geen kat over straat en zijn alle winkels dicht.
Bijna alle vragen krijgen een antwoord. Men bekijkt mij wel wat vreemd, interesse in een begraafplaats…
De verklaring voor het aantal Spanjaarden is eenvoudig. Tijdens de dertiger jaren kwamen velen naar deze streek om er te werken en bleven er. Nu nog woont hier een grote Spaanse gemeenschap. De vader van de huidige burgemeester Martinez strandde ooit ook in Caux. Zoeken waar je familie ligt, dat wordt moeilijker. Er wordt vertwijfeld naar mekaar gekeken. De burgemeester brengt redding. Enkel de naam van de eerste concessiehouder is gekend. Basta. Een archief bestaat waarschijnlijk wel, niemand kan me echter vertellen waar het zich bevindt. Resten de 2 verdwaalde grafzerken: de familie Gauch wordt verondersteld protestants te zijn en vroeger gebeurde het vaker dat men overledenen op het domein van de familie begroef. In een boek vind ik de naam van de garagelogé: François Viguier, schrijnwerker. Een gedenkplaatje vermeldt: “Mort pour la patrie”, met dank aan mijn goede telelens. Ik kom te weten van de onderhoudsploeg dat de poort van de begraafplaats NOOIT dichtgaat, dat er niets verdwijnt noch stuk geslagen wordt. Geweldig toch.
Mijn honger naar informatie is niet volledig gestild. Niet wanhopen, ik ga terug met vakantie naar Caux.
 
Mieke Versées

Begraafplaats Wijnegem tram 10


In september staat de tentoonstelling “W.O. I een monument” op het programma. In het kader daarvan brengt bus, trein of tram me naar de monumenten die ik selecteerde. Voor alle duidelijkheid: ik beperk me tot de provincie Antwerpen.
 
Zo belandde ik onlangs in Wijnegem waar, tegenover het monument voor 14-18, de begraafplaats ligt. Het is fris maar zonnig, binnenspringen dus.
De wapenschilden vliegen me om de oren. Grafmonumenten gaan van groot naar grootst met klinkende namen als A.R.de Villers du Fourneau en H.J.J.G van der Fosse. Ook de families Van Havre en Meeùs lijken mij families met invloed. Tussen al dat onbekende ontdek ik Karel Verbist, wielrenner die verongelukte op een piste in Brussel. Eindelijk ken ik nu de man uit het liedje dat mijn grootvader altijd zong: “Charelke, Charelke, Charelke Verbist. Hadde nie gereën in de pist’ dan hadden nie gelegen in de kist”. Geweldig.
Verderop ligt Georges De Hasque, stichter van de katholieke scouts Vlaanderen in 1913 en van de Baden-Powell zeescouts Antwerpen in 1916. Tristesse bij het graf van de gebroeders Leo en Louis Joris. Respectievelijk 10 en 7 jaar toen zij overleden beiden bij een terreuraanslag op 10.02.1945. Onderaan de steen staat nog de naam van kleine Johnny Joris. Zijn naam zag ik pas toen ik de foto vergrootte.
Verrassende grafzerken zijn deze van Kamiel de Smet en Herman C Van de Perre.
Mysteries, ik ben er dol op en ook nu vind ik er een. Het symbool bij Gysbrecht Guens. Rarara.
Zoals op elke begraafplaats kun je hier ook niet aan beide wereldoorlogen voorbij.
Ik word er altijd stil van net zoals van een kindergraf.
De begraafplaats van Wijnegem is zeer goed onderhouden. Het is een aangename plek om rond te wandelen en te ontdekken. Een uitstap die de moeite loont. Ik ben ervan overtuigd dat het archief van die grote families een must is. Dat is voor later want binnenkort is er eerst vakantie.
 
 
Mieke Versées
 

Voorsmaakje Milaan en Genua Met de Italiëreis voor ogen, waar ik jammer genoeg niet bij kan zijn, viste ik dit verslag op uit de vergeetput van 2011


Ik droomde er reeds 15 jaar van om de begraafplaats Staglieno in Genua te verslaan met mijn fototoestel. Eindelijk ging het gebeuren en omdat Jacques zo aandrong, nam ik er Milaan óók maar bij. Veel overtuigingskracht was niet nodig. Een fotoboek volstond.
Miereninvasies, honderd muggenbeten en duizenden foto’s later, kan ik zeggen: “ Pure waanzin!” Maar ik loop op de zaken vooruit. Eerst bezocht ik:
 
IL MONUMENTALE MILANO    
 
De begraafplaats situeert zich in het noorden aan de rand van de stad. Het openbaar vervoer is schitterend georganiseerd en zeer frequent. Voor ik het besef ben ik ter plaatse. Eerst een paar bouwwerven overwinnen en dan duik ik de begraafplaats in. Omdat deze amper 23 ha groot is, zou ik de klus wel klaren in een dag, dacht ik. Dat idee laat ik echter onmiddellijk schieten. In welke richting ik ook kijk, zonder bewegen, zie ik beelden op me afkomen. Het overspoelt mij. Ik vergaap mij aan groot, groter, grootst. Mooi, overweldigend, decadent, kitsch. Resultaat: ik weet niet hoe beginnen.
In mijn jaszak zit een plan met daarop de absolute toppers, zegt men. Ik weet echter dat afwijken verrassend kan zijn. Komt daarbij dat “plankijken” mij hindert bij het fotograferen. Op goed geluk dan maar mijn buikgevoel achterna. Eerst noteer ik nog zorgvuldig de naam van de familie of overledene. Vlug realiseer ik me dat dit niet vol te houden is. Weg ermee. Ik ontdek prachtige beelden met waarheidsgetrouwe details, moeders met kind, engelen, mozaïeken, kleurige glasramen, overdadige versieringen, post in de kapellen. Vrouwenfiguren met uitdrukkingen van smart, angst, overgave en erotiek. Verbluffend mooi. Ik wandel tussen huizenhoge ‘grafkastelen’, obelisken en piramides. Hier en daar spot ik een moderne creaties. Dit is écht een dodenstad én openluchtmuseum. Vele architecten en beeldhouwers spreidden hier hun vakmanschap tentoon. Een museum volstaat niet om al deze beeldhouwwerken onderdak te bieden. Op ieder moment zit aan het einde van mijn beeld een ander. Echt fotoweer is het niet. Geen straaltje zon en af en toe probeert het te regenen. Hordes toeristen met gids komen langs; Engelsen, Duitsers. Italianen. ZIJ halen wél de toppers binnen…op een drafje. Het hoogtepunt is het monument van de familie Davide Campari( lekker met sinaasappelsap). Levensgrote beelden stellen het Laatste Avondmaal voor met Campari als de Christusfiguur. 
Twee dagen lang dragen mijn benen me uren rond. Ik voel de vermoeidheid maar doorgaan is de boodschap. Ik heb een enorme dorst, het halve litertje water is al lang op. Af en toe verfris ik me aan de mooie waterpompen, ervan drinken durf ik niet. Later vertelt een vriendelijke meneer me dat het drinkbaar water is. Joepie! Honger heb ik niet, de omgeving vult mij. Ik lever verder nog strijd met zwarte mieren die met garnizoenen grafzerken, wegen én mijn benen inpalmen. Die kolonies vergen dus aandacht en eens ik hun reisroute ontdek, let ik er op die niet te blokkeren. Het helpt…een beetje. Het zijn zwarte dagen voor de mieren want velen sneuvelen onder mijn sandalen. 
Monumentale: ik zag veel maar nog meer niet, vermoed ik. Een gevolg van àlles te willen ontdekken. Met Campari, Besenzanica,  Bruni, Bocconi, Omodeo, Macario, Casati…schoot ik toch een paar hoofdvogels. Ik ben dus tevreden met de oogst. Il Monumentale willen fotograferen: gekkenwerk.
En toen kwam Genua…De treinreis naar Genua verloopt aangenaam. Ik logeer in een B&B op wandelafstand van de begraafplaats. Daar gaat het morgen naar toe.
 
Cimetero Staglieno
 
De officiële inhuldiging van het nog onafgewerkte Staglieno, vond plaats op 1 januari 1851.
Het ontwerp is van architect Carlo Barabino (1768-1835). Giovanni Battista Resasco maakt het verder af. De structuur van het origineel concept is vierhoekig. De uitbreidingen die gedurende decennia volgden, maakt dat deze begraafplaats een oppervlakte heeft van 3 km².
Toch lijkt het niet zo groot vanwege de perfecte samenvloeiing van natuur en grafzerken. Want groen is het er! Jawel Jacques, veel groen. Drie dagen zal ik er ronddwalen
Na Milaan brengt deze begraafplaats rust in mijn hoofd. Het is er weidser, overzichtelijker, met meer schaduw. 
Bij de ingang krijg ik een verzorgd gidsje. Verschillende kunstenparcours wijzen je de weg van Classisisme, Romantiek, Realisme, Art Déco tot Art Nouveau. Naar gewoonte verdwijnt het plan in mijn zak. Sporadisch gun ik het een blik; om niet teveel te verdwalen en om voor sluiting buiten te geraken. De eerste dag neem ik alles op als een spons tot ik er tegen de avond een indigestie en muggenbeten aan overhoud. Begraafplaatsen fotograferen is beestjes trotseren.
De indrukwekkende grafmonumenten zitten ze onder het stof. Onderhoudsplicht geldt niet. Bij sommigen stel ik me wel vragen over de goede smaak. Meer dan een eerbetoon aan de overledene, lijkt het mij het ultieme bewijs van rijkdom en status van de familie. Een “selfmade” gids klampt me aan en wil me voor 10 €  wel wat bijzonders tonen. Hij vertelt me dat zo’n monument in die tijd 500.000 lire kostte. Ondanks zijn boeiende verhalen wil ik hem wel kwijt na een uur want we komen amper vooruit.
Staglieno is niet enkel grandeur. Ik verlaat de platgetreden wegen en klim omhoog langs de hellingen. Ik vind er verwaarlozing en verval. Toch zitten daar pareltjes weggemoffeld tussen het groen. Dag twee pak ik het wat systematischer aan omdat ik anders niet meer weet wat ik zag en wat niet. Ik ontdek het Pantheon, het WAR CEMETERY, in restauratie, de kinderperken, verlaten en vervallen maar toch verwonderlijk. En dan is er Madre Teresa Solari een populaire halte bij de bevolking, zij verrichtte mirakels. Niet te missen is echter Caterina Campodinico. Een eenvoudige notenverkoopster die het klaarspeelde ook een grafmonument te laten maken.
’s Namiddags is het te heet om rond te dwalen maar in de Galleria is het koel. Hier tiert overdaad en de vele beelden overweldigen mij. Ik weet niet waar eerst kijken. Aandacht eveneens voor de kleine gedenkplaten tussen de monumentalen. Ze zijn soms van uitzonderlijke schoonheid. Verschillende galerijen zijn afgesloten wegens gevaar of in herstel. Men wordt bewust van de toeristische aantrekkingskracht van Staglieno.
Je kunt hier dagen rondlopen en vraag me af of het mogelijk is de ganse begraafplaats te ontdekken.
Staglieno is een avontuur, een uitputtingsslag, een ontdekkingsreis. Staglieno is bewondering voor de kunde van de beeldhouwers, is verwondering..
Er rijdt een busje rond, het water is niet drinkbaar. Aan de ingang liggen bloemenkransen op een hoop.‘s Avonds verdwijnen ze in de vuilniskar. Waarom, daar kwam ik niet achter.
Ik heb vooral lekkere herinneringen aan de “bar” bij de ingang van de begraafplaats. Ze verkopen er heerlijke panino con coteletto met pommodori. Smakelijk.
 
Mieke Versées