Nieuwsbrief Nr. 84 - november 2014

Merksem onze voorzitter kroop terug in zijn pen….


Merksem: veel te weinig bekend maar zeker de moeite:
 
Slechts 15 Zerkjes voor het bezoek aan de oude begraafplaats aan de Van Heybeeckstraat te Merksem. Lia Somers, voorzitster van de lokale Heemkundige Kring, begroette ons. Omdat het district besloten had om de jaarlijkse hulde aan de gesneuvelden met een week te vervroegen stelde Lia voor om eerst naar het monument van die gesneuvelden te gaan. Maar daarvoor gaf Rudi Nys van Mechamusica, www.mechamusica.be, nog wat interessante informatie bij het door hen in peterschap genomen grafmonument voor orgelbouwer Mortier.
Het monument voor de gesneuvelden is van de  hand van architect Max Winders. Winders huwde met de dochter Carlier, directeur van de Nationale Bank, en verkreeg daardoor veel opdrachten. Maar hij redde ook veel monumenten tijdens de Eerste Wereldoorlog en bracht de goudvoorraad in veiligheid naar Groot-Brittannië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Max Winders betrokken bij het terughalen van veel kunstschatten. Het beeld op het monument van de gesneuvelden is van de hand van Willy Kreitz. Die was dan weer gehuwd met een kleindochter van Emiel Beuckeleers waar we later nog zouden over hebben. Een mooi monument voor Karel en Isabella Mortelmans , de ouders van componist Lodewijk Mortelmans en bloemenschilder Frans Mortelmans. August Borms werd lid van de Frontbeweging omwille van het feit dat soldaten door Nederlands onkundige officieren bevolen werden. Hij werd ter dood veroordeeld maar zijn straf werd omgezet in levenslang. In 1928 kwam hij vrij. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij terug ter dood veroordeeld en deze keer werd het vonnis uitgevoerd. De familie Van Praet, eigenaars van het kasteel Bouckenborg, kreeg een groot monument vol heraldiek en een omgekeerde toorts. Het monument kwam van het kerkhof aan de Sint-Bartholomeuskerk. Hier vertelde Lia Somers wat over het ontstaan van deze begraafplaats. Tot 1926 werd er begraven in en rond de Sint-Bartholomeuskerk. De gemeente zocht grond voor een begraafplaats en eerst had men die gevonden in Schoten. Na protest van de inwoners van Merksem werden gronden aangekocht van de familie Joossens, die als eerste hier begraven werd. Hier vertelde Lia een anekdote van de familie Zeeland. Zij wensten in de kerk begraven te worden maar daar was geen plaats. Ze kregen dan maar een grafmonument tegen de buitenmuur van de kerk. Op een bepaald moment diende de kerk vergroot te worden en dat kon niet aan de zijde van de Bredabaan. De achterzijde was aangewezen en de kerk werd met dertig meter vergroot. Het grafmonument werd terug tegen de achtermuur geplaatst maar de familie Zeeland ligt nu toch … in de kerk.
Een gedenksteen voor de gesneuvelden van 1914 – 1918 sierde oorspronkelijk het gemeentehuis. In het gigantisch grafmonument Wybouw zou enkel het driejarig zoontje liggen. Petrus Vandonnick , politieagent die overleed toen hij laffelijk werd neergeschoten door een overvaller. Een leuke verrassing: het monument voor Joz De Swerts van beeldhouwer Albert Poels was volledig bomenvrij gemaakt. De Swerts tekende karikaturen in Tijbaart de Kater en in Pallieter en was illustrator voor onder meer Zonneland.
Bij Hermanneke Wijns  vertelde Lia het hele droeve verhaal. Wijns viel in mei 1941 met zijn been door een glazen plaat. Herman Wijns kreeg na zijn overlijden geen lijkstijfheid, zijn oogjes “braken” niet, hij bleef de blos behouden op zijn wangen en zijn lipjes bleven vuurrood ondanks het grote bloedverlies door zijn ongeval. Hij werd zaligverklaard omdat er een aantal mirakels gebeurden na zijn overlijden. Zo hing er een seringengeur in de kamer terwijl er geen seringen in de omgeving waren en werd er regelmatig met de brievenbus geklepperd, wat Hermanneke ook deed omdat hij niet aan de bel kon. Sindsdien is zijn laatste rustplaats een “bedevaartsoord” geworden. Meer dan 4.000 bedankingsplaatjes voor verkregen genezingen sieren het graf dat zich oorspronkelijk elders op deze begraafplaats bevond. Een mooi monument voor Frans Wagemans, schapenboer.
Vandaar trok het groepje naar Karel Van Damme, socialistisch voorman. Lia Somers vertelde hier het verhaal van de opkomst van de socialisten en de tegenkantingen die ze kenden van katholieke zijde. Er was zelfs een heus “omkoopschandaal” waar “gratis” drankbonnetjes verkocht werden om van de opbrengst ervan een vlag aan te schaffen. In het begin dienden mensen die naar de bijeenkomsten van de socialisten kwamen de nodige moed op te brengen vandaar dat ze de “onbevreesden” genoemd werden. Van Damme was eveneens provincieraadslid en senator. Vlakbij lag Lode Geysen, regisseur van het Vlaams zangfeest. Een mooi monument van de hand van beeldhouwer, tevens burgemeester van Boechout, Staf Van Sintjan sierde het graf. Hier kregen we weer een leuke anekdote te aanhoren want Lia Somers wees ons op het feit dat het graf tussen een aantal monumenten voor de familie Van den Bulck staat. De familie kreeg ruzie met een welbepaald lid van de familie en besloot dan maar de grond voorzien van hun grafmonument te verkopen aan Geysen. Een eenvoudig graf voor Emiel Beuckeleers. Hij was de laatste eigenaar van het domein Bouckenborg en huwde met een dochter van Donche, eigenaar van een scheepsherstellingsbedrijf. Emiel Beuckeleers was de oprichter van het scheepvaartmuseum. Hij was ook sterrenkundige. Drukker Stockmans ligt onder een groot grafmonument. Charles Stockmans werd in 1942, na verraad van een van zijn werknemers, gefusilleerd. Een mooi beeld voor beeldhouwer Jules Weyns . Verschillende beelden op de Cogels Osylei zijn van zijn hand. Ten slotte belandden we bij het monument voor de familie Jurgens . Deze boterhandelaar kocht het recept voor het vervaardigen van kunstboter: bekend als margarine. Antoon Jurgens kwam vanuit Nederland en richtte hier een fabriek op. Eerst AXA, in 1921 Solo. Naast het graf de sarcofaag voor de familie Era , eveneens actief in de margarine en concurrent van Jurgens. Later fusioneren ze en nog later wordt het Unilever.
Een mooie rondleiding zat er op en wegens de deskundigheid van Lia Somers waren we alweer heel wat wijzer geworden. Lia eindigde dan nog met een gedicht van Toon Hermans en een leuk tekstje van Urbanus.
 
Jacques Buermans.

Funerair erfgoed in Emblem Stefan Crick


Funerair erfgoed in Emblem
het stenen gedenkkruis van Joseph Schellekens
 
Op een grasveld naast de oprit van een privéwoning in Emblem bij Lier, bevindt zich een oud stenen herdenkingskruis. Het heeft een totale lengte (een groot gedeelte is ondergronds) van 3,16 m. De breedte ervan bedraagt 1,09 m.
De drie kruisarmen eindigen in een afgelijnd knopmotief dat even dik is als de armen zelf. Het wordt gevormd door vier kelkvormige sluitende bladeren. Het zinnebeeldig knopmotief is blijkbaar 17de eeuws, maar blijkt later nog voor te komen.
Het opschrift dat in het voordeelvlak van het kruis is gebeiteld luidt:
 
                                                         TOT
                                                          GE
                                                DACHTENIS
                               VAN JOSEPH SCHELLEKENS
                             DIE HIER SIBIET GESTORVEN
                                        IS DEN JJ 8BER 1719
                                                       BIDT
                                                     VOOR
                                                       DE
                                                      SIEL

 
In Emblem, een deelgemeente van Ranst op de weg naar Lier overlijdt in 1719 plotseling en zekere Joseph Schellekens. Hij moet uit een gegoede familie stammen, want zijn familie kan het zich veroorloven een stenen kruis op de overlijdensplaats te laten oprichten.
Zeker is het dat, behalve het kruis, ook een eikenboom op de plaats van het ongeluk werd geplant.
 
 
De locatie waar het hardstenen kruis, gemaakt uit één stuk, steeds heeft gestaan was tussen een landhuis “Ten Velde” en een beukendreef even verderop. Toen in 1889 de tramlijn naast de steenweg van Emblem naar Lier werd aangelegd, plaatste men het kruis een tweetal meter naar achteren, waar men het voor enkele jaren scheefgezakt in een haag terugvond,
Dit schielijk overlijden moet een oorzaak hebben gehad en de goegemeente begon met speculaties die de ronde deden in Lier.
Was hij overleden aan een hartaderbreuk? En was hij getroffen door de bliksem. Blijkbaar vond men hem half verkoold. Zijn handen omknelden nog de zeis waarmee hij zou maaien.
In Lier wordt ook verteld dat op deze plaats de notaris Notelteirs, in die tijd dat hij majoor van de ‘Garde Civique’ was, van zijn paard viel en verongelukte…
 
Dit herdenkingskruis is niet van de openbare weg te observeren, want staat in een private tuin.
 
 
Stefan Crick
2014
+ Joseph Schellekens 1719, gedenkkruis Emblem

Tante Kato zag het graf van Karel de Grote


Carolus Magnus, Charlemagne, Karl der Große * Aken, Duitsland * 747 of 748 - 814
 
2014 was niet alleen de honderdste verjaardag van het begin van de Eerste Wereldoorlog, het was ook 1.200 jaar nà het overlijden van Karel de Grote. Naar aanleiding daarvan organiseerde de stad Aken drie tentoonstellingen. Zullen we nog eens...? Ja, we gingen een dagje naar Aken en wilden zeker het schrijn terugzien dat in de dom staat te pronken.
 
De Grote, dan is men een heerser met een uitzonderlijke betekenis, zoals Alexander en Constantijn. Als men dan ook nog eens 2,04 meter groot is - zéér uitzonderlijk voor de middeleeuwen - dan heeft men de naam dubbel en dik verdiend.
 
Nog meer namen: ik heb mij vaak afgevraagd waar de Franse naam Aix-la-Chapelle vandaan kwam en ben bij deze gelegenheid op onderzoek gegaan. In Romeinse tijden ontdekte men hier warmwaterbronnen en zij noemden de plek Aquis Villa. Aquis evolueerde in de loop der tijden via Aha (water) Oche naar Aachen en in het Frans naar Aix (zoals ook in Aix-les-Bains). De toevoeging la Chapelle heeft betrekking op de achthoekige paleiskapel (Pfalzkapelle) in de huidige dom.
 
Het leven van deze vorst is beladen met mythes, legenden en fantastische verhalen. Het begint bij zijn geboorte: is hij nu in Herstal of Jupille-sur-Meuse geboren? Belangrijk is het niet: de twee plaatsen liggen slechts vijf kilometer van elkaar, elk op een andere oever van de Maas, en op beide plekken zou een palts, een Koninklijke verblijfplaats, gestaan hebben. Er zijn trouwens nog andere steden die de geboorte van Karel de Grote opeisen. Over zijn ouders is wél zekerheid: Pepijn de Korte en Bertrada van Laon, ook Bertha met de Grote Voet genoemd.
 
Na het overlijden van Pepijn de Korte (768) volgde de 20-jarige Karel zijn vader op als koning der Franken. Hij zou diens rijk verder uitbouwen: ‘t was een kwestie van veldslagen, rondtrekken, belastingen innen (het product van de landerijen ter plekke verorberen), volkeren onderwerpen en gebieden veroveren. Een van de meest bezongen mythische veldslagen is die van Roncevaux of Roncesvalles (778). Hieruit is “La Chanson de Roland” geboren. Ik gebruik hier bij voorkeur de Franse benaming, die veel ouder is (11-12de eeuw) dan de 13de eeuwse vertaling Roelandslied. Koning Karel was na een strijd tegen de Saracenen op terugtocht van Spanje naar Frankrijk en ridder Roland zou de achterhoede dekken. In de bergpas van Roncevaux werd de koene ridder in een hinderlaag gelokt. Hij kon een noodsignaal uitsturen door op zijn ivoren jachthoorn Oliphant te blazen waarop de koning zou terugkeren maar de moedige dwaas weigerde om de koning niet in gevaar te brengen. Toen ze nog met drie overbleven werd toch om versterking geblazen. Koning Karel keerde terug maar helaas...te laat.
 
Van de ene olifant naar de andere of het verhaal van Abul-Abbas: Karel de Grote had diplomatieke betrekkingen met de sprookjeskalief Harun ar-Rashid en die laatste schonk hem een Indische olifant met de naam Abul-Abbas. De andere geschenken waren een wateruurwerk, een schaakspel en zijde.
 
Hoe verging het liefdesleven van de rondtrekkende koning? Hij had zeker zes vrouwen met klinkende namen als Desiderata (ook Gerperga genoemd), Hildegarde, Fastrade, Liutgarde, Gerswinde en als bijvrouwen Himiltrude, Madelgarde, Regina en Adelinde. Met Hildegarde had hij negen kinderen. Eén ervan was Lodewijk de Vrome, zijn opvolger.  Bij de andere vrouwen had hij ongeveer zeven kinderen.
 
Vanaf 794 verbleef de koning veel meer in Aken, de stad met de weldoende warmwaterbronnen. Hij liet er vanaf 789 een monumentaal paleis bouwen. Het complex liep van het huidige stadhuis tot en met de hofkerk of Mariakerk, nu de Domkerk. Aken groeide uit tot een centrum van kunst en cultuur en hij liet geleerden uit het hele rijk naar zijn hof komen. De meest bekende zijn Alcuinus en Einhard, de keizerlijke biograaf. Even vermelden dat Karel zelf niet kon lezen of schrijven.
 
Kerstdag van het jaar 800 werd Karel de Grote door paus Leo III in de oude Sint-Pietersbasiliek van Rome tot keizer van het Heilig Roomse Rijk gekroond.
 
Bij zijn dood in 814 was het Frankische Rijk op zijn grootst: van de Noordzee tot de Middellandse Zee, van Nederland tot Rome en van de Elbe tot de Pyreneeën. Na hevige koortsen overleed de keizer in Aken en werd hij in de hofkerk bijgezet, waarschijnlijk in de 3de eeuwse Proserpina-sarcofaag, die hij van Rome naar Aken had laten overbrengen. De dekselloze sarcofaag (nu in de domschatkamer) is versierd met reliëfs die de ontvoering van Proserpina door Pluto voorstellen.
 
Wat gebeurde er in de loop van de eeuwen met de tombe van Karel de Grote? In het jaar 1000 liet Keizer Otto III het graf openen, stelde vast dat zijn voorganger er zittend in begraven was, zo goed als intact was en hij eigende zich enkele relieken toe. Hij werd in 1002 trouwens in dezelfde kerk bijgezet. In 1165 werd Karel de Grote heilig verklaard en keizer Frederik I Barbarossa (1122-1190) liet Karels resten overbrengen naar een (voorlopig) schrijn. In 1215 werd Barbarossa’s kleinzoon Frederik II in Aken tot Duits koning gekroond en voor die gelegenheid nam men het huidige schrijn in gebruik. Dit Karelsschrijn uit eik, verguld en verzilverd en versierd met edelstenen, kan slechts vanop afstand bewonderd worden..
Zijn afgebeeld op deze middeleeuwse schoonheid: aan de korte kanten enerzijds Karel de Grote en paus Leo III en anderzijds de Maagd Maria met aartsengelen. Op het deksel staan scènes uit Karels leven en op de twee lange zijden telkens acht koningen of keizers. Eigenaardig is wel dat Frederik Barbarossa er niet op staat. Heeft zijn kleinzoon zijn plaats ingenomen? Hij, Stupor Mundi, was ertoe in staat.
 
De 19de eeuwse kanunnik Franz Bock uit Aken heeft deeltjes van de schedel ontvreemd en waarschijnlijk was hij niet de enige die in de loop der eeuwen iets weggenomen heeft uit de keizerlijke tombe. Recenter, in 1983, naar aanleiding van de restauratie werd het schrijn nogmaals geopend. Deze werken duurden maar liefst vijf jaar.
 
In diezelfde Domkerk staat op de eerste verdieping van het centrale achthoekige gedeelte de troon van Karel de Grote. Van 936 (Otto I) tot 1531 (Ferdinand I, de broer van Keizer Karel V) werden hier dertig Duitse koningen en twaalf koninginnen gekroond.
 
Karel de Grote staat zowel op de lijst van de Duitse als die van de Franse koningen. Zijn rijk had inderdaad die omvang dat hij terecht de “Vader van Europa” genoemd wordt. Lang heeft die eenheid niet geduurd: in 843 met het Verdrag van Verdun viel zijn rijk in drie stukken uiteen. In Ename-Oudenaarde liep tot 30 november 2014, met steun van de Europese Unie, de tentoonstelling “De erfenis van Karel de Grote”. Die tentoonstelling behandelde Europa van de Romeinse tijd tot nu. Ename gemist? In 2015 loopt die tentoonstelling nog in Praag, Ravenna en Marseille. Al vakantieplannen? Een aanrader voor schoolgaande jeugd.
 
Tante Kato

Op zoek naar het graf van Audrey Hepburn Matthieu de Brouwer vertelt


Na een drie weken durende vakantie in de Provence ben ik na enkele dagen nogmaals naar het zuiden getogen om onze zoon te gaan halen die een extra week bij een vriend is blijven logeren.
Maar nu heb ik onze oude VW Golf diesel genomen om op mijn eigen tempo, niet over de Franse tolwegen, heerlijk via Zwitserland, binnendoor naar Orange te rijden. In Genève zou ik twee nachten logeren bij familievriendin Carmen en de tussenliggende dag de mooie stad aan het meer van Genève nog eens bezoeken. Al vaker heb ik het voornemen gehad het graf van Audrey Hepburn eens te bezoeken, m.n. omdat het in een klein kerkhofje op een heuvel langs het meer, zou liggen. De actrice heeft door haar stijlvolle verschijning en later haar waardevol werk als ambassadrice bij Unicef een blijvende indruk op mij gemaakt. Dit bezoek onderneem je niet zo gauw met je gezin als je onderweg bent naar je vakantiebestemming, dus vandaar dat mij dit nu eens een uitgelezen gelegenheid leek. Ik had de plaats opgezocht en naar het schijnt lag Audrey Hepburn begraven op het kerkhof van het plaatsje Tolochenaz dat tegen de stad Morges aan ligt, vlakbij Lausanne. Nu kon ik via de snelweg gaan, zoals ik ook tot aan Genève was gekomen, maar ik wilde om een betere indruk te krijgen van de omgeving, gaan via de “Route du Lac”; ofwel de provinciale weg die parallel tussen de snelweg en het meer liep van Genève naar Lausanne. Langs deze weg passeer je vele monumentale villa’s, aan je rechter hand, van de aristocratie van Genève. Denk hierbij aan bankiers, juweliers, horlogefabrikanten, diplomaten, etc. Veel details van de kapitaalkrachtige woningen en hun domeinen blijven echter verborgen achter, soms honderden meters tuinmuren. Een rondtocht over het meer heeft mij in het verleden een beeld gegeven van hoe deze domeinen er aan de voorkant uitzagen. Deze weg is prachtig geflankeerd door mooie domeinen, pittoreske Zwitserse dorpjes bekende gebouwen zoals het hoofdkantoor van de UEFA en regelmatig doorkijkjes naar het meer. Na drie kwartier rijden kom je in Morges aan. Vooraan kun je links omhoog naar Tolochenaz. Deze afslag genomen rij je omhoog langs het dorpje tot aan een T-splitsing. Hier links op de hoek, iets boven de weg lag een piepklein begraafplaatsje. Na een kort bezoek bleek dit het niet te zijn. Dan maar terug naar de grote weg waar vandaan ik kwam. Daar stond duidelijk met een bord aangegeven waar de begraafplaats was van Morges; ik had mijn oorspronkelijke route iets verder moeten volgen. Deze plaats voldeed niet aan mijn verwachtingen, zij was te groot. Bij navraag aan een van de tuinmannen, werd al gauw duidelijk dat ik verkeerd zat; hij kende de actrice Audrey Hepburn niet eens! Dan maar weer terug omhoog Tolochenaz in. Midden in het dorpje stond een bord met een platte grond en daarop was te zien dat er naast het kleine begraafplaatsje bij de T-splitsing, nog een begraafplaatsje was ten noorden van het dorpje. Ofwel bij mijn T-splitsing rechts af en na een tweetal bochten de eerste weg links. Hier lag een sportcomplex met daarnaast en iets hoger gelegen de gezochte rustplaats. Beide maakte gebruik van een klein parkeerplaatsje er tussenin. Ik stelde mij voor hoe immens druk het hier geweest moest zijn bij haar begrafenis, waarbij ook alle aangrenzende weggetjes vol hebben moeten staan.
Er loopt een kort pad omhoog naar de ingang voorzien van een smeedijzeren hekje.
Naast de ingang staat een bankje waar je in alle rust kunt genieten van een idyllisch Zwitsers landschap. Deze rustplaats telt ongeveer een honderdtal graven en doordat het hoger gelegen is straalt het een en al rust uit. Na een moment stilte heb ik een aantal foto´s genomen voor o.a. Jacques Buermans en voldaan heb toen mijn weg weer terug genomen naar Genève.
Het was een prachtige trip.
 
Matthieu de Brouwer

Fietsnieuws vanop Schoonselhof Nogmaals de voorzitter aan het woord.


Fietsenstalling aan de ingang van Schoonselhof:
 
In het verleden was er toch een probleempje wanneer er mensen deelnamen aan een rondleiding en met de fiets kwamen. Natuurlijk mag men met de fiets over de begraafplaats rijden maar indien men deelneemt aan een rondleiding zou het toch logisch zijn dat men de fiets op een degelijke wijze kan stallen. En dat was niet het geval.
Onze vzw Grafzerkje kaartte dat enkele keren aan bij de verantwoordelijken van de begraafplaats die alles in het werk stelden om aan dit verzoek te voldoen. En eind september werd het nodige gedaan. De arbeiders van de begraafplaats zorgden voor een stevige fundering en een bedrijf zorgde voor de eigenlijke fietsstalling. Begin oktober maakten enkele bezoekers voor het eerst gebruik van de fietsstalling .
Een dikke merci aan de mensen van Schoonselhof!
 
Jacques Buermans.
 

Begraafplaatsen in de frontstreek Mia Verbanck vertelt (deel 1)


In 14-18 zijn een half miljoen soldaten van diverse nationaliteiten gesneuveld. Over heel het frontgebied liggen er een 200-tal Britse begraafplaatsen, negen Belgische, vier Duitse en één Franse. Veel Franse soldaten zijn gerepatrieerd of liggen verspreid over meerdere andere kerkhoven; ook Britse en Duitse soldaten liggen soms bij op andere grafakkers.
Het herdenkingsevent Lichtfont deed op 17 oktober twee heel belangrijke dodenakkers aan. Enkele dagen tevoren was ik zelf ter plaatse.
 
De Britse begraafplaats van Passendale
 
Het Tyne Cot Cemetery ligt in Passendale, deelgemeente van Zonnebeke, bij Ieper. 'Tyne Cot(tage)' was de naam die het Britse leger gaf aan een schuurtje dat stond te midden van een vijf- of zestal Duitse bunkers of 'pillboxes'. De Britten noemden Passendale het ‘dal van het lijden’ of ‘Passiondale'.
 
Tyne Cot Cemetery is de grootste Britse militaire begraafplaats van 14-18 op het Europese vasteland. Hier liggen bijna bijna 12.000 doden waarvan 8.369 niet meer geïdentificeerd konden worden. Het terrein heeft een oppervlakte van 34.941 m² .
Er liggen hier 8.963 Britten (waaronder 6.627 die niet geïdentificeerd konden worden), 1.369 Australiërs (waaronder 791 ongeïdentificeerd), 1.011 Canadezen (560 ongeïdentificeerd), 520 Nieuw-Zeelanders (322 ongeïdentificeerd), 90 Zuid-Afrikanen (66 ongeïdentificeerd) en 1 geïdentificeerde en 3 niet geïdentificeerde Duitsers. Onder de geallieerde slachtoffers zijn er ook één Zwitser, drie Japanners en 16 Amerikanen. Voor 38 Britten, 27 Canadezen, 15 Australiërs en 1 Nieuw-Zeelander werden Special Memorials opgericht omdat men hun graven niet meer kon lokaliseren en waarvan men aanneemt dat ze zich onder de ongemarkeerde graven bevinden. Zestien Britten en één Nieuw-Zeelander worden eveneens herdacht met Special Memorials omdat ze oorspronkelijk op andere begraafplaatsen waren begraven, maar hun graven door oorlogsgeweld vernield werden. Special Memorials dragen
de tekst Known to be buried in this cemetery.
 
Via een lange muur kom je uit in een klein bezoekerscentrum, waar de geschiedenis en betekenis van de begraafplaats centraal staan.
 
Achteraan bevindt zich het halfcirkelvormige Tyne Cot Memorial to the missing met de namen van 33.783 vermiste soldaten uit het United Kingdom en, in een afzonderlijke apsis, nog eens 1.176 vermiste Nieuw-Zeelanders. Ze sneuvelden na 15 augustus 1917. De bijna 55.000 namen van vermisten die sneuvelden tussen augustus 1914 en 15 augustus 1917, zijn gegraveerd op de Menenpoort in Ieper. De Menenpoort die nog ontworpen werd tijdens de oorlog, was niet groot genoeg om alle vermisten te vermelden.
Centraal op het terrein bevindt zich het Cross of Sacrifice, gebouwd bovenop een bunker die vóór de verovering als Duitse commandopost dienst deed.
De Stone of Remembrance die je op elke Britse begraafplaats met meer dan 1000 slachtoffers aantreft, staat tussen het Memorial to the missing en het Cross of Sacrifice. In grote letters staat er: “Their name liveth for evermore.” Het was de Britse auteur, dichter en Nobelprijslaureaat Rudyard Kipling, wiens enige zoon in de oorlog was omgekomen, die dit citaat uit het Bijbelboek Ecclesiasticus of Wijsheid van Jezus Sirach voorstelde.
Ongeveer 200.000 mensen bezoeken jaarlijks de prachtig onderhouden begraafplaats. In 2006 heeft men achter de begraafplaats een pakkend bezoekerscentrum en een parking aangelegd.
 
Zoveel eenvoudige, witte zerkjes … namen en eenheden erin gebeiteld … veelal getekend met een kruis, soms met een Davidster. Zoveel jonge mensen uit de Commonwealth die het leven lieten aan de Ijzer. Om heel stil bij te worden.
Duitse begraafplaats van Langemark
 
Ook het ‘Deutscher Soldatenfriedhof’ in Langemark vond ik bijzonder aangrijpend in zijn sombere eenvoud.
 
Het oorspronkelijke aantal van 68 Duitse militaire begraafplaatsen werd teruggebracht tot vier: Langemark, Hooglede, Menen en Vladslo. Met jaarlijks zowat 150.000 bezoekers is het Soldatenfriedhof van Langemark de meest bezochte Duitse militaire begraafplaats in België.
Vandaag liggen in Langemark 44.061 Duitsers begraven, van wie er bijna 25.000 rusten in een kameradengraf of massagraf. Vóór dat graf liggen de wapenschilden van 8 Belgische provincies (Oost- en West-Vlaanderen kreeg de naam Vlaanderen; Brabant was nog niet opgedeeld in Vlaams en Waals Brabant). Centraal tussen de 8 wapenschilden ligt een bronzen krans van eikenloof met de woorden “Ich habe dich bei deinem namen gerufen, du bisst mein” uit de profeet Jesaja (43,1: “Ik heb u bij uw naam geroepen: u bent van Mij.). Rond het massagraf staan blokken met daarop 68 bronzen panelen met de namen van 17.342 niet-geïdentificeerde gesneuvelden van wie men zeker is dat ze in het massagraf liggen.
Meer dan 3.000 kadetten en vrijwilligers van het 22ste tot en met het 27ste Reservekorps vonden hier hun laatste rustplaats. Ze sneuvelden in oktober en november 1914 tijdens herhaalde aanvallen in de Eerste Slag bij Ieper. Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de begraafplaats de naam 'Studentenfriedhof'.
 
De begraafplaats bestaat eigenlijk uit een breed grasveld, bloemen ontbreken.
Rododendrons groeien tegen de achtermuur. Het oudste deel van de begraafplaats is met grote zomereiken beplant. Het ligt daardoor immer in de schaduw. De liggende grafstenen zijn grijs en duiden graven aan voor 4, 6, 8 of meer doden, soms tot 20. De stenen vermelden weinig gegevens: voornaam en naam, soort soldaat of rang en sterfdatum. Her en der staan enkele basaltstenen kruisen verspreid over de begraafplaats.
Er zijn zo 12 groepen van drie kruisen. Helemaal vooraan in de rechterhoek bevindt zich een hoog stenen kruis, gehouwen uit één stuk basalt.
 
Achteraan op de begraafplaats, in het midden, waar de omheiningsmuur doorbroken is, staan vier meer dan levensgrote, gestileerde, bronzen beelden van soldaten op een blauw hardstenen plaat, de 'Trauernde Soldaten' van Emil Krieger
Tekst en foto’s: Mia Verbanck

Onze sterreporter in Wales Wie anders dan ons An….


JULLIE STERREPORTER EN HAAR TROUWE VIERVOETER MAKEN WALES ONVEILIG
DEEL 1
 
Strata Florida
 
De ruïnes van een Cisterciënzerabdij, een paar huizen, een kerkhof en een kerkje voor de 2 man en een paardenkop die in die huizen wonen. Meer koeien en schapen dan levende zielen, dat is Strata Florida.
Volgens de overlevering rust op dat kerkhof, veilig geborgen in de schaduw van een oude taxus, de veertiende eeuwse Welshe dichter Dafydd ap Gwilym.
Bij zijn geboorte viel Dafydd met zijn gat in de boter want zowel pa als ma waren telgen van twee welgestelde, hoogstaande families. Het manneke, dat aan werken een broertje dood had, kon zich dus bezighouden met wat hij het liefste deed: Provençaalse troubadourpoëzie lezen en zelf verzen in elkaar flansen. Zijn inspiratie vond hij in de natuur en in de liefde. En vooral de liefde zoals hij ze zelf ondervond. Geen hoofse liefde zoals in de Provence maar de vrijages op zijn Dafydd’s.
In het gedicht “Merched Llanbadarn” (in iets begrijpelijker taal: de girls of Llanbadarn ofte de meisjes van, juist ja, Llanbadarn) verhaalt onze charmeur hoe hij op zondag, als een goed christen en zo devoot als een engeltje, naar de mis gaat, zuiver en alleen maar om naar het andere geslacht te loeren en te lonken.
“Cywydd gal” is een lofzang op de trots van elke man, de p….. en God sla mij dood of cywydd of gal  het bedoelde kleinood is.
De vrouwen kregen onze held niet klein. Wat hem waarschijnlijk onder de groene zoden en de taxus kreeg, was de Gesel Gods, de zwarte dood, de pest.
Voor alle duidelijkheid en volledigheid: ook het kerkhof van Talley, een ander boeregat eist het graf op van deze Welshe illustere zoon.
Het kerkhof van Strata Florida is ook een aantal mooie boemba’s rijk, voor de niet-ingewijden onder jullie, dit zijn graftrommels.
Blorenge: een heuvel gesitueerd tussen Abergavenny en Blaenavon
 
Om een beroemd stripfiguur te citeren: “Rare mensen die Britten” want laat ons eerlijk zijn, een graf voor een paard, maar wat voor een paard, dit kan alleen in het Verenigd Koninkrijk.
Foxhunter ( 23 april 1940-21 november 1959) was een trotse ruin van het zuiverste water, een soortement Tia Hellebaut maar dan op vier benen, die springend door het leven kuierde en zorgvuldig zijn carrière uitstippelde. Eerst wat opwarmingsoefeningen op het lokale vlak om nadien 78 internationale wedstrijden te kunnen winnen. Brons en goud (Olympische Spelen 1952) schreef hij op zijn palmares. De Britten droegen hem op handen. In 1959 wisselde hij het tijdelijke voor het eeuwige en kreeg een laatste rustplaats op een van God vergeten plek .
De figurant in gans het spel, de ruiter Harry Llewellyn, die zichzelf Sir mocht noemen dankzij de exploten van Foxhunter, stierf in 1999. Zijn as werd uitgestrooid in de onmiddellijke buurt van zijn trouwe viervoeter.
 
 
Een toemaatje
 
In het schots en scheve kerkje van Cwmyoy bevinden zich een aantal interessante grafplaten.
Er is er eentje voor de driejarig Joan, overleden op 19 juli 1781.
Een aandoenlijk, volks naïef en sympathiek engeltje met bolle wangen waakt over haar.
En een leuk versje op de grafplaat van Thomas Price (1682).
Thomas Price he takes his nap
in our common mother lap
Waiting to hear the bridegroome say
Awake my dear and come away
 
An Hernalsteen
 

Even stilstaan bij Allerheiligen en Allerzielen Mathilde Goelen en Louis Van Dyck


Allerheiligen

Begraafplaats of dodenakker
Geen enkel mens wordt hier wakker
 
Maar hun ziel is opgestegen
Naar een plaats van licht en vrede
 
Hier zullen wij Hen gedenken
En ze een bloemenkrans schenken
 
Dan gaan wij weer gelaten heen
Nemen hen in gedachten mee
 
Mathilde

 
Allerzielen

Gisteren het triomferende Allerheiligen, vandaag het veel inniger Allerzielen. Voor gewone mensen welke niet heilig werden verklaard, maar het misschien wel zijn.

Alles is relatief in ’t leven. Bekijk een urne: een bakje met wat as erin. Ooit was hij er, nu is hij er geweest.

Meer kan ik er niet over zeggen.


Over enkele dagen herdenken we de wapenstilstand 1918. Dagelijks wordt om 20 u een eresaluut geblazen aan de Menenpoort te Ieper. Een symbolische groet aan alle gesneuvelden. Stilaan al 30.000 X. En de klaroen blazen is een grote eer.

Tijdens de legerdienst leerde wij dat “Last Post”, eigenlijk wil zeggen: “doof het vuren bij leven”.

‘t Is muziek met pijnkreten – ook een laatste troost.

Op vriesdagen bleef het mondstuk weleens aan de lippen kleven. Daarom is het nu van plexi.

Zo’n oorlog krijg je nooit weg uit het landschap. Vele landen streden mee, samen met strijdkrachten uit hun toenmalige kolonies. Wie de vredesroute fietst, zit er ook midden in.

“Wij zijn de doden; enkele dagen geleden leefden we nog en zagen de zon ondergaan. Nu liggen we in Vlaanderens velden, waar klaprozen bloeien, onder kruisen, rij aan rij”. Dichtte John Crae op 23 mei 1915.

“Duizenden en duizenden soldaten en nog eens duizend en duizend soldaten, altijd iemands kind”, zong Vermandere.

In het boek over “den Grooten Oorlog” val je van de ene tragedie in de andere.

De moeite om zich in te verdiepen.

Louis, 2014

Enige Amerikaanse begraafplaats op Belgische bodem Claude maakte een verslag


De enige Amerikaanse begraafplaats van de Eerste wereldoorlog op Belgische bodem…

Op 26 maart 2014 was Waregem een versterkte burcht met een enorme politiemacht en sluipschutters op de daken, want de Amerikaanse president Obama kwam de Amerikaanse begraafplaats bezoeken. Op 6 september 2014 bezocht ik deze serene plaats in West-Vlaanderen.
Het “Flanders Field American Cemetery” is de enige Amerikaanse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog in België .  De begraafplaats ligt op het slagveld waar de 91e Divisie vocht tijdens het Ieper-Leie offensief van 30 oktober tot 11 november 1918. De Belgische regering was de Amerikanen zeer erkentelijk voor hun strijd bij de bevrijding van België en heeft de grond gratis en belastingsvrij ter beschikking gesteld om het te gebruiken als een permante begraafplaats.
Hoewel Amerika maar in 1917 Duitsland de oorlog verklaarde, hebben ruim 81000 Amerikaanse soldaten in Europa het leven gelaten, waaronder 1043 op Belgisch grondgebied. Deze begraafplaats is twee hectaren groot en telt 368 grafzerken . Het is verdeeld in vier identieke delen met elk 92 graven. 21 van de 368 graven herbergen de lichamen die niet geïdentificeerd konden worden. In de kapel bevinden zich de namen van de 43 vermiste Amerikaanse soldaten die geen gekend graf hebben .  Op de versierde urn op een voetstuk zijn de kentekens van de vier Amerikaanse divisies die in België gestreden hebben gebeiteld: 27th div A.E.F., 30th div A.E.F., 37th div A.E.F. en 91th div A.E.F.. Het merendeel van de grafstenen hebben een Latijns kruis, maar er zijn ook 8 Davidsterren van Joodse slachtoffers onder de soldaten.
Maar niet alle slachtoffers zijn tijdens de 1e wereldoorlog gevallen. Het duurde tot in de lente van 1919 voor de Amerikaanse soldaten via Antwerpen opnieuw verscheept werden richting hun vaderland. In de winter van 1918-19 werd Europa geplaagd door de Spaanse griep, generaal John P. Pershing overwon de griep, maar soldaat Bertram C. Horner had minder geluk: hij stierf op 30 mei 1919 te Antwerpen aan de gevolgen van de Spaanse griep.
Elke grafsteen vermeldt ook een plaats in Amerika, dit is echter niet de geboorteplaats van de soldaat, maar de plaats waar de eenheid, waartoe hij behoorde, gekazerneerd was (909).
De begraafplaats werd officieel ingehuldigd op 8 augustus 1937.
Verder naar het oosten vind je nog monumenten die verwijzen naar de strijd van de Amerikaanse soldaten, want de 37e divisie rukte op naar de Schelde waar ze net voor de wapenstilstand nog slag leverde in de buurt van Oudenaarde. De Ohiobrug over de Schelde in Eine is een aandenken aan de slag om de Schelde. In Oudenaarde vind je een monument ter nagedachtenis aan de gesneuvelde Amerikaanse soldaten op het Tacambaroplein grenzend aan de Generaal Pershingstraat. Generaal John J. Pershing was de aanvoerder van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa.
Via enkele foto’s wil ik een impressie geven van deze toch wel bijzondere begraafplaats.
Coördinaten van de begraafplaats:
Flanders Field American Cemetery
Wortegemseweg 117
B-8790  Waregem
Tel.: 056/60 11 22
Email: [email protected]
 
Tekst en foto’s: Claude Descamps (sympathisant VZW Grafzerkje)

Nocturne op Schoonselhof Leen was er bij


Nocturne Schoonselhof Antwerpen
Dat men in Antwerpen graag iets anders doet dan elders, is geweten. Antwerpen organiseert de Week Van De Begraafplaatsen in de week van 1 november.
In dat kader wordt op de avond van 31 oktober volgens een goede traditie de nocturne georganiseerd op de parkbegraafplaats Schoonselhof in Antwerpen. Dit jaar voor de tweede keer. Vorig jaar was het een overdonderend succes; iedereen mocht een kaarsje op het graf van een geliefde plaatsen en naast de gedichten die Maarten Inghels bracht, gebeurde er niet zoveel. Het was vooral voor de sfeer dat men kwam.
Deze keer wou men het meer in banen leiden en organiseren. Er zouden teksten voorgedragen worden, verhalen verteld en men zou samen zingen – liederen die met de oorlog te maken hadden. En dat allemaal op het grote militaire ereperk. De kaarsjes waren er natuurlijk ook terug en bijkomend kon men genieten van een bekertje soep.
Aangezien onze voorzitter gevraagd had om het promotiemateriaal van VZW Grafzerkje voor de Week Van De Begraafplaatsen goed op tijd klaar leggen, zodat het zoveel mogelijk kon verspreid worden, waren we al vroeg aanwezig. Het was nog niet helemaal donker en de eerste deelnemers kwamen binnen gedruppeld. Er waren verschillende vuurkorven en de lanen waar veel publiek verwacht werd, waren verlicht met theelichtjes in glazen bokaaltjes.
We trokken met onze kaarsjes de begraafplaats op om enkele van onze favoriete grafmonumenten te gedenken. Waar wij kwamen, was niet veel volk – natuurlijk ook omdat wij onze weg kennen en niet op de gangbare paden bleven. Na een tweede lading kaarsjes geplaatst te hebben – het was toen al helemaal donker, gingen we door het bos naar het grote militaire perk. Daar werden we verwelkomd door Martine die kort uitleg gaf over wat we hier konden meemaken. We kwamen net op tijd om het verhaal mee te pikken van Jules Olieslagers die vertelde over zijn broer, Jan. Een mooi en ingetogen verhaal dat gebracht werd tussen de graven van Jules en Jan in. Nadien gingen we even mee luisteren naar de zangers. Omdat die stopten na hun lied, gingen we daar weg. Zelfs met een zaklamp vond ik het te donker om nog verder op het perk te gaan; het was ook niet duidelijk of daar nog iets gebeurde. We rondden dan onze wandeling af langs het Kasteel waar we het staartje van een toneelstuk(je?) nog meepikten.
Dat het weer een succes was, lijdt geen twijfel. Het in goede banen proberen leiden is zeker positief, maar ik had het gevoel dat we overal te laat kwamen en daardoor de helft mistten. Verhalen werden herhaaldelijk verteld; liederen en toneel werden hernomen, maar het was niet echt duidelijk wat er wanneer zou gebeuren. Of dat een minpunt is? Nee, zeker niet. De sfeer was er en daar is het uiteindelijk toch meest om te doen. Het is en blijft een speciale belevenis om ’s avonds onze begraafplaats te bezoeken.
Wat enkel nog rest is een woord van dank aan de mensen die de organisatie van deze nocturne op zich genomen hebben. Knap werk en volgend jaar deze tijd, kunnen we hopelijk weer afspreken voor een volgende nocturne! Ik zal er zeker bij zijn.

Tekst: Leen Otte
Foto’s: Leo Spiessens

‘Ik wou dat ik een Blankenberge had’ vertelde An Hernalsteen


IK WOU DAT IK EEN BLANKENBERGE IN MIJN TUINTJE HAD
 
Met Cis aan de zwier gaan is altijd plezant. Zelfs als de engeltjes daarboven heftig grote kuis houden en hun pluimenzak met veel geweld uitschudden. Zelfs als een zeebriesje je neus tot achter je oren laat flapperen. Zelfs als je adem bevriest nog voor hij je mond heeft verlaten.
Cis had mij beloofd dat het deze keer geen waar zou zijn en dat Blankenberge uitzonderlijk van een zacht microklimaat zou genieten. Het zou dus dubbel plezierig worden om met Cis aan de rol te gaan. Ik op weg richting parel aan de Belgische kust voor een themarondleiding WO I.
Cis zette meteen de juiste toon met een aantal weetjes over Blankenberge tijdens de periode 1914-1918. Kroonprins Frans Ferdinand kwam hier regelmatig met zijn familie de zeelucht opsnuiven. Hij had zijn suite in “l’Hôtel des bains et des familles” al geboekt maar kwam nooit opdagen. Een moord stak stokken in de wielen met een wereldbrand als resultaat.
350 tot 500 inwoners werden opgeroepen om het vaderland te verdedigen, een 50-tal onder hen zag Blankenberge niet levend terug.
In augustus 1914 werd Blankenberge overspoeld door vluchtelingen die allemaal het kanaal op en over wilden.
De kust werd verdedigd want in Duitsland vreesde men een invasie van den Engelsman.
Na de hitte van de strijd was het voor Duitse soldaten goed verpozen in de Blankenbergse peis en vree.
 
Een kort en bondig verslag in telegramstijl van wat we zo allemaal te weten kwamen.
Ereperk Common Wealth: de haven van Zeebrugge diende als uitvalsbasis voor Duitse
U-boten die korte metten maakten met de Royal Navy. De Britten probeerden de haven op 23 april 1918 te saboteren, strategisch werd dit een miskleun van jewelste. De lichamen van vijf Britse matrozen die op de kust aanspoelden werden hier bijgezet.
De familie Goetghebuer was actief in het hotelwezen. Zoon Willie studeerde aan de Antwerpse hogeschool en bood zich aan als oorlogsvrijwilliger. Hij werd ingezet bij de verdediging van het fort Walem en sneuvelde er op 5 oktober 1914 .
Het ereperk Moedersmart was een initiatief van burgemeester Arthur Pauwels . Perk en de beeldengroep van Guillaume Charlier werden ingehuldigd op 14 september 1924.
Juliaan Vandepitte, werd “gepakt van de gas” en was niet meer geschikt voor het actieve frontleven (1107). De man had een technische knobbel en werd daarom ingeschakeld bij de telegrafie zonder draad (TSF), heimelijk droomde hij van een katholieke Vlaamse radio-omroep. Hij zou de eerste uitzending van de KVRO niet meer meemaken want hij was kort voordien overleden in een Brussels militair hospitaal. Het graf is ondertussen verplaatst en opgeknapt door de VTBcultuur. Het zal ingehuldigd worden op 11 november 2014 om 15u. Allen daarheen.
Ereperk de plicht. Hier rusten mensen die omkwamen tijdens het uitvoeren van hun plicht. Hier kwamen wraakacties en de naweeën van de oorlog aan bod. Gerard de Wulf en Cornelis Ponjaert, 2 politiemannen, werden gedood op 7 mei 1919 bij een bomaanslag. Moraal van het verhaal: open nooit een pakketje.
Frans Monbaliu werd als vuurkruiser behangen met medailles.
Tekst en foto’s: An Hernalsteen
 

14-18 op Schoonselhof plan van Leen mislukte


14-18 op Schoonselhof
Zoals gezegd bij de Nocturne, doen ze in Antwerpen graag iets anders dan in de rest van Vlaanderen. Wij organiseren de Week van de Begraafplaatsen in de week van 1 november, gewoon om praktische redenen. Er wordt rond die tijd nog een tand bijgestoken om de begraafplaatsen pico bello in orde te hebben en het publiek is bezig met Allerheiligen en begraafplaatsen.
VZW Grafzerkje had van de gelegenheid gebruik gemaakt om 3 rondleidingen te organiseren in het kader van dat ander onderwerp waar iedereen over spreekt, nl de Eerste Wereldoorlog. Het was de bedoeling dat dezelfde rondleiding door drie verschillende gidsen – allemaal leden van VZW Grafzerkje, zou gegeven worden. Het was mijn plan om de drie rondleidingen met de verschillende gidsen mee te doen en daar een verslagje over te schrijven, een soort ‘vergelijking’. Al de rondleidingen zijn doorgegaan, maar omdat één gids afzegde, viel mijn plan in het water.
Jacques en Tamara namen dan maar de honneurs waar; Jacques één keertje en Tamara de twee andere. Onze voorzitter kennen we ondertussen en dat hij het kan, dat gidsen, is geen nieuws meer. Hij had een groep van een vijftien tal mensen.
Voor Tamara was het dinsdag de eerste keer dat zij die rondleiding gaf maar dat was er zeker niet aan te zien. Natuurlijk moest er nu en dan eens gespiekt worden en natuurlijk was er hier en daar twijfel of het nu naar links of naar rechts was, maar verder liep alles op wieltjes.
Het was alsof ze een routineklus afwerkte – en dat bedoel ik uitermate positief, maar dan wel met veel aandacht voor elk lid van haar groep en een prefecte toelichting met veel fotomateriaal.