Nieuwsbrief Nr. 83 - september 2014

Menen Bij gebrek aan een verslag, toch een foto impressie.


Oeps, geen verslag… wel enkele foto’s.
Er kwam geen verslag binnen…
Ik heb onze voorzitter gevraagd wat ik hier moest mee aanvangen en hij vroeg mij om te melden dat hij geen halve en/of hele Nieuwsbrieven meer wil vol schrijven. Punt.
Als wij van elk bezoek een verslag willen lezen, gaan we eens moeten nadenken hoe we dat in de toekomst gaan aanpakken. Alle voorstellen hieromtrent zijn welkom op
[email protected].
Verslagen over eerdere bezoeken aan Menen staan in NB nummers 23, 69, 76 en 79.

Leen

Foto’s: Edgard Maes en Eveline Wagemans

WOI op Westerbegraafplaats Johan Moeys beschrijft de rondleiding van An.


De Eerste Wereldoorlog belicht vanop de Westerbegraafplaats, Gent

 
De reeds beruchte gids An Hernalsteen koos dit jaar voor haar post-Gentse-Fiesterondleiding het thema “Wereldoorlog 1”. Toen ik op de Westerplaats aankwam, nadat ik er voor de eerste keer geen parkeerplaats vond, stond het onthaalplein reeds vol. Grote opkomst. Dit jaar geen tupperwarepot. Die stond nog bij An thuis. Vergeten.
Gelukkig was ze haar boeiende, uitgebreide, informatieve teksten niet vergeten. Nee, want die zaten in haar hoofd. Op een paar citaten na, die ze voor alle zekerheid voorlas. Het tempo lag deze keer wat hoger. De vorige groep had tot halfnamiddag mogen genieten, onze groep moest dan maar in “pas gymnastique” over de Westerbegraafplaats razen.
De tocht ging langs burgers, miliciens, militairen, pechvogels, allen gestorven voor het vaderland. We kwamen niet alleen Belgen tegen maar ook Italianen, (Wit)Russen en zelfs een Congolees . Het voor mijn persoonlijk boeiendste stuk was het verhaal achter mijn geadopteerd graf, De Schepper-Niffle. Tijdens de bombardementen zat mevrouw wellicht uit het raam te kijken tot de bom op hun huis viel. Later werd van deze brokstukken een uniek grafmonument gemaakt.
Het was weer een boeiende rondleiding, maar zijn ze dat niet allemaal?
 
Johan Moeys

Brengier An laat ons kennismaken met Ernest Brengier.


Vergeet me niet
Herdenking Ernest Brengier op de Gentse Zuiderbegraafplaats


 
Josephine Schreibers, in de vorige nieuwsbrief door onze teerbeminde voorzitter weinig hoffelijk “het wicht” genoemd, spendeert een groot deel van haar levensuren in de Vlaamse Opera. Toen ze vernam dat een zekere Ernest Brengier, een operacomponist, in haar wijk zijn laatste vaste stek gevonden had, wierp ze zich in de muzikale strijd. Op 6 juli 2014 organiseerde ze een gratis aperitiefconcert met een selectie van een veertiental romantische liederen van “den Nest”
Sopraan Chia-Fen-Wu en pianist Lukas Huisman zongen en speelden alsof hun leven ervan afhing. Na het gesmaakte concert kreeg Ernest Brengier zijn bloemenhulde.
 
In 1904 zet hij de eerste noten op papier van wat zijn meest doorwrochte werk zal worden: de opera Gudrun.
In 1909 is alles min of meer in muzikale kannen en kruiken gegoten, maar het gewroet heeft een groot deel van Ernest Brengier zijn krachten gevergd en hij wordt geveld door een zware zenuwinzinking. Ook zijn Gudrun op de planken krijgen, verloopt niet van een leien dakje en op amoureus vlak krijgt hij een opdoffer van jewelste. Je zou voor minder.
 
Op 25 juli 1940 vindt hij dat het welletjes is geweest. Hij pleegt zelfmoord. Nu rust hij samen met zijn geliefde zus Fanny op de Gentse Zuider.

An Hernalsteen

Auguste Marie Joseph Jean Leon Jaurès Tante Kato vertelt meer.


Tante Kato ging op reis en zag het graf van Jean Jaurès
 
Auguste Marie Joseph Jean Léon Jaurès * Pantheon Parijs * 1859-1914
 
De naam Jean Jaurès hoorde ik voor het eerst -vergeet niet dat ik uit een katholiek middenstandersnest en een roomse kostschool kom waar socialisme des duivels was- via een vriendin, die in Borgerhout toneel speelde bij het amateur-gezelschap Jean Jaurès. Het gezelschap is rond 1975 na decennia activiteiten ter ziele (hm!) gegaan. Ik heb heel lang de naam Jean Jaurès aan die vriendin gekoppeld. In de loop der jaren werd ik een bewuster, nieuwsgieriger en socialer wezen en samen met mijn reis- en echtgenoot bezochten we geboorte- en woonhuizen, standbeelden en graven van illustere, historische personen. Jean Jaurès heeft in die lange rij een speciale plek gekregen:
 
In 2007 vertrok onze route door Zuid-Frankrijk in Castres, geboorteplaats van Jean Jaurès en we namen de tijd voor zijn geboortehuis (buitenkant) en het naar hem genoemde museum, in 1988 ingehuldigd door president Mitterrand. Die reis eindigde in Parijs, waar we naar de Taverne du Croissant gingen, de plek waar Jaurès op 31 juli 1914 vermoord werd. De instructies van mijn man: “Noteer in onze agenda dat we hier in 2014 ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de moord komen dineren en zorg dat we die 31ste een tafel hebben, want anders gaan we niet.” Dat is slechts een woord. Een geïnteresseerd bevriend echtpaar ging graag mee en zodra we bevestiging van de reservatie hadden (méér dan een half jaar op voorhand) werden trein en hotel geboekt.
 
Vijf dagen vòòr ons vertrek kregen we een mail van Radio France International voor een interview met als hoofdvraag “Waarom hebben vier Belgen hier zo lang op voorhand gereserveerd ?”. Die hete aardappel heb ik met plezier naar mijn man doorgeschoven. Het opgenomen interview maakte deel uit van een rechtstreekse uitzending vanuit het café restaurant historique op de ochtend van 31 juli, terwijl wij op de Thalys zaten en het dus niet rechtstreeks konden horen. Die ochtend was daar ook een bloemenhulde. In de namiddag gingen we als voorbereiding op onze ingetogen commémoration Jean Jaurès met een bezoek vereren in het Pantheon. In de loop van de ochtend waren ook hier bloemen neergelegd en er liep een speciale tentoonstelling over leven, werk, overlijden en “erfenis” van de grote tribuun met de borstelige baard en de indringende ogen.
 
De man in een notendop: geboren en opgegroeid in Castres in een moeilijk te omschrijven gezin: de ene zegt een kleinburgerlijk en de andere een arm milieu. Wij hebben het geboortehuis gezien en dat was een vrij statige woning. Feit is dat hij een briljant student was en aan de universiteit filosofie studeerde. Later werd hij professor in Albi en Toulouse. In 1886 huwde hij Louise Blois en zij kregen twee kinderen. Die jaren groeide de socialistische gedachte, zeker toen Jaurès de stakende mijnwerkers van Carmaux steunde. De politicus, de aanstaande leider van de socialistische partij was geboren en zijn leven zou zich voortaan grotendeels in de hoofdstad afspelen.
 
De eeuwwisseling was een woelige periode met : de Dreyfus-affaire (1894-1906), waarin Jaurès eerst in de schuld van Dreyfus geloofde maar hem later toch verdedigde. 1902, het jaar van de oprichting van de Franse socialistische partij. 1904, oprichting van zijn dagblad “l’Humanité”. 1905, scheiding van kerk en staat. 1912-1913, de Balkanoorlogen, gevolgd door gespannen diplomatieke relaties en een toenemende oorlogsdreiging. Jaurès, pacifist en republikein, hield toespraken voor een menigte van 150.000 aanhangers. Journalist en Prix Goncourt winnaar Henri Béraud omschreef hem  “Ce qu’il disait allait droit au coeur des hommes.  C’était un apôtre”.  Een citaat van Jaurès zelf : “Le courage, c’est de chercher la vérité et de la dire” (uit een toespraak voor jongeren, 1903)
 
30 juli 1914, het internationale socialistische bureau had in Brussel vergaderd en député Jaurès en minister van Staat Emile Vandervelde sloten de samenkomst af met een lunch, waarbij minstens twee flessen wijn vloeiden (de wet Vandervelde op de beteugeling van de dronkenschap dateert van 1919). Daarna had hij nog twee uurtjes vrij alvorens de trein naar Parijs te nemen en Jaurès wou absoluut “onze” Vlaamse Primitieven in het Museum voor Schone Kunsten zien.
 
31 juli 1914, een snikhete zomeravond: er moest die nacht verder gewerkt worden aan de krant, een anti-oorlogseditie en Jaurès en zijn medewerkers gingen een stukje eten in het Café du Croissant, middenin de krantenwijk. Om 21.40 uur richtte de 29-jarige, gestoorde nationalist Raoul Villain voor het open raam van het restaurant zijn pistool op Jaurès en vuurde twee maal. Dodelijk getroffen werd hij naar het zaaltje achterin gebracht, waar hij zijn laatste adem uitblies.
 
4 augustus 1914, terwijl de Duitse troepen, op weg naar Frankrijk, België binnentrokken nam Parijs afscheid van deze uitzonderlijke man: een imposante en massaal bijgewoonde begrafenisplechtigheid met acht toespraken, waaronder een van Camille Huysmans. Het lichaam van Jaurès werd vanaf de Gare d’Orsay (nu Musée d’Orsay) naar Albi overgebracht, waar hij begraven werd.
 
Droef verhaal over zoon Louis Paul: hij ging als 18-jarige in 1915 bij het leger en sneuvelde drie jaar later, één van de vele slachtoffers van de Groote Oorlog, waartegen zijn vader zich zo verzet had.
 
Zondag 23 november 1924 werd Jaurès gepantheoniseerd (voorheen kende ik dat woord niet). De dag ervoor was een kist met zijn asurne per trein overgebracht naar de hoofdstad. Een grootse ceremonie, waarbij mijnwerkers van Carmaux in hun dagelijkse werkplunje de kist droegen en een immens rollend platform begeleidden van de Gare d’Austerlitz naar het Palais Bourbon (thuishaven van de Assemblée Nationale). Voor de gelegenheid was de façade gehuld in de Franse driekleur. ‘s Anderendaags werd de weg verdergezet naar het Pantheon voor de officiële bijzetting.
 
De “erfenis” van Jaurès:
Franse straten, lanen, pleinen, metrostations en lyceums werden naar hem genoemd. Films en documentaires werden gedraaid en er verscheen vooral veel literatuur.
Kent u het lied “Jaurès” van Jacques Brel, geschreven een jaar vòòr de dood van de zanger (1978)? Op YouTube is het te horen. De beelden erbij zijn van schrijnende 19de eeuwse wantoestanden.
De socialistische president François Mitterand legde direct na zijn verkiezing (1981), een roos neer op de graven van Jean Jaurès en verzetsleider Jean Moulin (1899-1943).
 
Terug naar 2014 : toen wij rond 19.30 uur aan de Taverne du Croissant (in de loop van de eeuw is de naam café gewijzigd in het chiquere taverne) toekwamen waren wij zeer geëmotioneerd toen we een grote groep jongeren de “Internationale” hoorden zingen.  Zij stonden er rond de bloemenzee, die er die dag onder de marmeren gedenkplaat neergelegd was: o.a. kronen van de Franse president, van de burgemeester van Parijs, van de vrijmetselaarsloge Grand Orient de France en uiteraard van l’Humanité. Terwijl de jongeren teksten van Jaurès voorlazen, staken wij onze voetjes onder tafel voor “Le menu du centenaire de l’assassinat de Jean Jaurès”. In alle eerlijkheid: het beantwoordde niet aan onze verwachtingen. Middelmatig eten voor een veel te dure prijs en een slechts voor driekwart gevulde taverne.
 
Vraagt u zich af wat er met moordenaar Raoul Villain gebeurd is? Hij probeerde te ontsnappen maar werd door een medewerker van Jaurès (met wandelstok) en een politieagent overmeesterd. Gedurende de hele Eerste Wereldoorlog verbleef hij in gevangenschap maar in 1919 volgde de vrijspraak en weduwe Jaurès mocht voor de proceskosten opdraaien. Hij vluchtte van het ene adres naar het andere, werd aangehouden voor allerlei criminele feiten en kwam in 1932 op het eiland Ibiza terecht. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd hij vermoord (1936) met twee kogels, zoals zijn slachtoffer. Waarschijnlijk wist men niet wie hij in werkelijkheid was.
Tante Kato

Heuillet Cotton een ontdekking van Guy Mollet.


Heuilley-Cotton
 
Ieder jaar varen wij op de Europese kanalen en rivieren met onze boot de Chat Lune.
De wereld gezien vanuit het water ziet er anders uit dan vanuit het vaste land, wij vinden hem zelfs mooier.

Zoals alle leden van Grafzerkje gaat onze belangstelling naar begraafplaatsen en wanneer wij er één zien, niet te ver van onze aanlegplaats, gaan wij er heen.
Wij varen voor het ogenblik op het kanaal van Bourgondië naar Champagne en in Heuilley-Cotton, Haute Marne, vond Marleen een kerkhof met keramische bloemen die veel gelijkenis vertonen met de versieringen van het oud kerkhof op de Nieuwpoortse Steenweg in Oostende.
Ook is wegens de symboliek, de grafsteen van priester Claude Isidore Japiot het vermelden waard.
Boven op zijn graf treurt een engel met in zijn hand een krans immortellen.

Heuilley-Cotton ligt langs het kanaal, een boogscheut van de ingang van de 4,5 km lange tunnel die in 1883 onder het 'Plateau de Langres' gegraven werd om de verbinding te maken over het water, van de Atlantische oceaan naar de Middellandse zee, dwars door Frankrijk.
In het midden van de begraafplaats staat de parochiekerk Saint-Loup, de deur was open en van verwondering kwam bewondering
Guy Mollet

Texel met oa de Sovjetbegraafplaats Loladse een impressie van Leen.


DEN HOORN

Klein dorpje waar de tijd is blijven stilstaan. Enkele huizen in enkele straatjes, een winkel, een oud kerkje en, een kerkhof. Een mengeling van vissersgraven, een drenkeling en gewone bewoners. Wat ze nog niet kennen is peterschap. Er gaan eind dit jaar enkele mooie monumenten verdwijnen…


OUDESCHILD

Iets minder klein dorp met een begraafplaats waar ook een monument is voor de Georgiërs en een vrij groot militair gedeelte (b602). Verder hier ook een mengemoes van vissersgraven, die meestal getooid zijn met een strandpaal, gewone stervelingen en een zeer oud graf van de weeskinderen.
SOVJETBEGRAAFPLAATS “LOLADSE”
Oudeschild - Hier rusten 476 Georgiërs, die bij de opstand van 6 april – 20 mei 1945 tegen de Duitse bezetters van Texel zijn omgekomen.
Schwalwa Loladse was hun commandant.

RUSSENOORLOG
De hier begraven Georgiërs behoorden tot de duizenden, die door de Duitsers tijdens de “Blitskrieg” in 1941 en 1942 krijgsgevangen waren gemaakt. Door de zeer slechte behandeling die zij in krijgsgevangenschap kregen, waren velen uit lijfbehoud genoodzaakt in Duitse militaire dienst te treden. Zo werd het 822° Georgische Bataljon Infanterie gevormd, dat onder andere na een verblijf van 17 maanden in Zandvoort, op 6 februari 1945 op Texel aankwam.
Het bataljon bestond uit bijna 800 Georgiërs en ongeveer 400 Duitsers en stond onder commando van de Duitse majoor Klaus Breitner; slechts enkele officieren kwamen uit Georgië. Toen duidelijk werd dat de oorlogstoestand voor de Duitsers hopeloos was en het bataljon opnieuw overgeplaatst zou worden (men vreesde naar het oosten van Nederland) kwamen de Georgiërs onder leiding van Schwalwa Loladse in de nacht van 5 op 6 april in opstand. De rebellie begon op “Texla” bij Den Burg en breidde zich weldra uit over een groot deel van het eiland. Aanvankelijk leek de opstand te slagen. Honderden Duitsers vonden de dood, maar de belangrijkste militaire bolwerken, de Noordbatterij (Paal 28) en de Zuidbatterij (Paal 9) bleven in Duitse handen.
Vanuit Den Helder en de Zuidbatterij op Texel werden in de namiddag van 6 april Den Burg, Oudeschild en De Waal onder vuur genomen. De gevechten van 6 april tot 20 mei kostten aan bijna 100 Texelaars het leven. Doordat vanuit Den Helder een overmacht van Duitse versterkingen werd aangevoerd, werden de Georgiërs naar het meest noordelijke deel (bij de vuurtoren) verdreven, waar de laatste strijders zich overgaven. Veel opstandelingen waren intussen ondergedoken bij de Texelse bevolking. Na de bevrijding van Texel, op 20 mei 1945, keerden 236 man naar hun vaderland terug.
Leen

Aland Leest monument Johan Moeys fotografeerde.


Den Duits haalde een Engelsch vliegtuig neer

 
 
Wie met de trein reist en af en toe naar buiten kijkt, kan iets buiten Mechelen een monumentje zien staan. In het achterliggende veld aan Aland in Leest stortte in 1943 een Halifax Mk II neer. Alle bemanningsleden kwamen om.
 
Op een nacht in juni 1943 werden de bewoners van de boerderijen op de grens van Hombeek en Leest opgeschrikt door lichtflitsen en een knal. Ze hoorden een vliegtuig in moeilijkheden. Dan volgde een ontploffing. Het vliegtuig veranderde met een grote knal in een vuurbal en spatte uiteen. De brokstukken verspreidden zich over een lange afstand. Het grootste deel viel op de wat hoger gelegen weide kort bij de boerderij van Scheers. De Duitsers versperden al vlug de toegang tot de brokstukken. Alleen meer-duitsgezinden mochten dichterbij komen.
 
Het waren de restanten van een Halifax Mk II van het 158e Squadron. Hij was op weg van Lissett (Yorkshire, Groot-Britannië) voor een raid op Mülheim-an-der-Rurh (Noord-Rijnland-Westfalen, Duitsland). Ze werden onderschept door de nachtjager Obit Wilhelm Telge van II/NJG1.
Op woensdag 23 juni verloren alle bemanningsleden het leven. Zes liggen naast elkaar begraven op het Schoonselhof te Antwerpen. De zevende ligt op een andere rij. Zijn lichaam werd pas weken na de crash in het veld gevonden.
 
Om hen te gedenken werd aan de rand van het veld een monumentje opgericht.
 
Flight Sergeant Leonard Ernest Cavanagh, RAAF, kapitein-piloot, 20 jaar.
Sergeant Robert James Sage, RAF, boordwerktuigkundige, 21 jaar.
Sergeant Thomas Ridley Forster, RAF, navigator, 21 jaar.
Flying Officer Daniel Valentine Elliott RAF Volunteer Reserve, bommenrichter.
Sergeant Walter Richard Green, RAF Volunteer Reserve, radio-operator en schutter, 22 jaar.
Flight Sergeant Oliver William Todd, RCAF, schutter.
Pilot Officer Ronald Albert Charles Maud, RAF Volunteer Reserve, schutter.
 
 
Johan Moeys
 
Bron: www.aviationheritage.eu

Oostduinkerke Leo en Christine waren er.


In het voorjaar  zijn wij naar de garnaalvissers gaan kijken te Oostduinkerke. ’t Was zowat hetzelfde weer als nu maar nog kouder…
Op het programma stond ook een middagmaal in ‘Estaminet De peerdenvisscher’. Zeer goede visbereidingen maar wel op voorhand reserveren.

Daarna zijn we het visserijmuseum gaan bezoeken – zie www.navigomuseum.be
Heel interessant en met een leuk aquarium met zeevissen. Ook heel leuk voor kinderen.

Wij hadden toen ook een gids en die nam ons mee naar de herdenkingsplaats – begraafplaats van alle vissers die op de Noordzee of tijdens de zeevisserij op zee zijn omgekomen. Dat was wel iets waar wij ook niets van afwisten.
In ieder geval voor de grafzerkjes die ooit eens aan de kust zijn of een uitstap naar zee plannen is dit een echte aanrader!
 

Ik heb ook wat foto’s bijgevoegd.
Groetjes,
 
Leo en Christine

Openluchttentoonstelling WOI op Schoonselhof Leen maakte een kort verslagje.


Opening Openluchttentoonstelling rond WOI op het Schoonselhof in Antwerpen

Vrij 29 augustus, om 15:15 zou de eerste toespraak gegeven worden door Anne Mie Havermans. Om 16:00 kwam schepen Heylen aan en kon alles van start gaan. Belangrijke mensen komen altijd te laat, maar dit kon toch wel tellen.
Anne Mie gaf een uiteenzetting over het opzet, namelijk 10 verhalen van 10 min of meer willekeurig gekozen mensen die de Groote Oorlog meegemaakt hadden.
Zo komen verzetslieden, gewone soldaten en een luitenant-generaal aan bod.  Hierrond is een openluchttentoonstelling gebouwd die blijft staan tot eind februari 2015. Er is een gratis boekje beschikbaar met daarin een wegbeschrijving en achtergrondinformatie – nog meer dan wat al te lezen staat op de borden en bordjes op de militaire begraafplaats.
Schepen Heylen herhaalde nadien dat Schoonselhof vroeger dan gepland in gebruik genomen is omdat de oorlogs- en Spaanse griepslachtoffers een begraafplaats moesten krijgen. Hij stelde ook dat oorlog, spijtig genoeg van alle tijden is en wees op de huidige internationale conflicten. Voor het hele project is samen gewerkt met het Vredescentrum en parallel lopen nog initiatieven, oa het Red Star museum.
Door beiden werd de groendienst van Schoonselhof expliciet bedankt omdat zij de militaire perken met zeer veel zorg behandelen.
Nadien volgde een verkorte rondleiding met Anne Mie Havermans; een rondleiding die geboekt kan worden.
Voor meer info: www.antwerpen.be

Leen Otte

Foutje !!!!!


Ons lid Philippe Theys meldde volgend, funerair, mopje: 

Een zakenman opent een nieuw kantoor en ontvangt van een vriend als felicitatie een krans met daarop: ‘Rust in Vrede’.

De zakenman belt de bloemist op en doet zijn beklag over de fout. De bloemist antwoordt: “Het spijt me, meneer, maar wat nog veel erger is, vandaag was er een begrafenis waar bloemen werden afgeleverd met de tekst: ‘Gefeliciteerd met uw nieuwe locatie’ !”

Voor informatie één adres