Nieuwsbrief Nr. 77 - september 2013

Lokeren, storm en regen kon ons niet deren een natte bedoeling met droge nabespreking.


Op weg naar Lokeren met de wagen. Telefoon van An Hernalsteen, onze ondervoorzitster “Ik geraak niet buiten, het giet hier!”. (Later beseften we waarom). Ongeloof in de wagen want hier was er geen vuiltje aan de lucht. Enkele kilometers verder werd het donker voor de ogen en stroomde het water bij beken uit de lucht. Op de Lokerse markt een koffie gedronken. Telefoon van Jacqueline Timmerman “sta aan het station, kan er iemand me oppikken.” Dit gedaan en aan de begraafplaats aangekomen bleek bijna iedereen paraat. Gids Anne-Mie Havermans besloot dan maar om haar inleiding te doen, droog aan de nieuwe ingang van de begraafplaats.
Rond de Sint-Laurentiuskerk lag vroeger het kerkhof. Het was niet enkel een oord om mensen te begraven want de plaats werd ook gebruikt als schapenweide en men had ook de opbrengsten van notenbomen. Ook na het fameuze decreet van Jozef II, 1784, en na de verordening van Napoleon, 1804, bleef men hier begraven rond de kerk. In 1926 werd overgegaan tot aankoop van grond voor een stedelijke begraafplaats. Onze gids wist ook te vertellen dat in 1893 de namen van alle graven zorgvuldig genoteerd werden wat een interessant gegeven is voor de historiek van deze dodenakker. Nadien ging ze nog dieper in op de relatie steenhouwer/beeldhouwer wat zeker onze Jef Van Leeuw kon bekoren want dit paste, zelf beeldhouwer zijnde, in zijn straatje. 


De regen had het nog niet opgegeven maar toch werd besloten, zerkjes zijn van geen kleintje vervaard, om de rondgang te beginnen. Gestart werd bij het kinderperk met een, weinig originele, tekst van Bram Vermeulen en een al even minder geslaagde kopie van de paddenstoeltjes op Rudy zijn Westerbegraafplaats. Burgemeester Thuysbaert lag onder een monument van de Nederlandse beeldhouwer Koos Van der Kaay. 
Naaister Godelieve Herbosch bezat een gouden hand zoals op het monument staat. Tegen de muur een aantal oude grafmonumenten. Een aantal daarvan zijn van de hand van steenkapper Lampo, voorouder van de bekende schrijver, zo ook dit van kapitein Blanquaert, met veel symboliek. Burgemeester Thuysbaert kreeg een modern werk van beeldhouwer Van Parijs. 
Van Driessche kreeg een monument in blauwe hardsteen. Anne-Mie wist hier te vertellen dat, typisch voor de begraafplaats van Lokeren, vaak alle familieleden op de graven vermeldt staan, maar die hier dan soms niet liggen wat dikwijls voor verwarring zorgt. Bouwmeester Van den Broecke kreeg een monument met de attributen van zijn beroep. Van Caesbroeck had een heuse calvarie bovenop zijn grafmonument. 
Intussen was de regen gestopt en trok de groep naar het grote grafmonument voor de familie Mistler, handelaren in verven. Ondernemer Baeck kreeg een origineel grafmonument. Wat verder architect Theodoor Welvaert.
Clothilde De Spiegeleire was directrice van een staatsschool en werd gepast herdacht. Hier merkte Anne-Mie op dat vrouwen enkel van tel waren in het openbare leven als ze onderwijzeres of actrice waren. Maria Henderickx overleed vlak nadat ze haar plechtige communie deed. Een afgeknotte zuil, symbool van het plots afgebroken leven, op het graf. De marmeren plaat op het graf Lamoral versuikerde maar gelukkig werd het medaillon van de hand van Geo Verbanck in bewaring gegeven. Blancquaert kreeg een marmeren monument uit één stuk. 
In het prachtige grafmonument voor de familie Maes werd recent nog iemand bijgezet. Bij Karel Vermeere staat alles in het teken van de muziek. Werk van de internationaal bekende beeldhouwer George Minne is hier te bewonderen op het graf van Gaston De Vuyst, stichter van een veilinghuis. 
Henri De Vreese was naast schepen ook stichter van de stedelijke kerkhoven. Theodoor Clément was voorvader van Charles Clément, de steenkapper die met veel werk op deze begraafplaats vertegenwoordigd is. Robert Van den Broeck was directeur van de muziekacademie.
Na afloop ging het merendeel van de zerkjes nog eten. Interessant want er werden nog een aantal dingen besproken waar toch eens gepolst diende te worden naar de visie van een aantal van de leden. Heel vruchtbaar. 
Jacques Buermans


Foto’s: Leen Otte en Rina Reniers

Een QR-code op uw grafsteen… ons lid Stefan Crick pleegde een artikel over dit nieuwe fenomeen.


Funeraire gebruiken ontstaan niet zomaar. Vaak hebben zij een hele evolutie doorgemaakt. 
Vele begrafenisrituelen hebben eeuwenoude cultuurhistorische achtergronden. Elke beschaving, elke etnische volksgroep, elke maatschappelijke stand bezigt een eigen traditie.
Anno 2013 worden wij geconfronteerd met één van de nieuwste begrafenisgewoontes :
het aanbrengen van een QR-code op de zerk van een dierbare overledene.
Velen zullen zich nu  afvragen wat is een QR-code ?
Een QR-code is een bepaald type tweedimensionale streepjescode die in 1994 is ontwikkeld door Denso Wave, een dochteronderneming van het Japanse bedrijf Denso. De letters QR zijn een afkorting van Quick Response ("snel antwoord"). Deze QR-codes aangebracht op gelijk welke drager, dus ook op grafzerken, kunnen door de nieuwste smartphones e.d. ‘gelezen’ worden. De code werd ontwikkeld om snel decodeerbaar te zijn. QR-codes waren oorspronkelijk bedoeld voor het identificeren van auto-onderdelen, maar worden in Japan inmiddels algemeen gebruikt in tijdschriften, op bushaltes en op visitekaartjes. Ook  in onze westerse wereld, is het gebruik van het aanbrengen en lezen van de QR-code bijna gemeengoed geworden. Steeds vaker worden QR-codes toegepast om makkelijker en/of meer informatie te verschaffen.
Denso Wave, de originele uitvinder, brengt nu ook vernieuwde versies uit die specifiek ontwikkeld zijn om een logo of design mee op te nemen in de QR code.
De Antwerpse firma van Leeuwen – Invimedia gevestigd in Deurne biedt de mogelijkheid  door middel van het aanbrengen van een QR-code op de grafzerk van uw dierbare overledene een dynamische herinnering te leveren. Zij commercialiseren dit nieuw begrafenisgebruik:


Breng een groet die nooit vergaat aan je geliefde.
Houd de gedachten aan uw overledene levendig door gebruik te maken van een persoonlijke herdenkingspagina. Door middel van de persoonlijke herdenkingspagina kan op het internet worden gelezen wie de overledene is. Als bezoeker van het graf krijgt u, via een QR code, meteen meer informatie over de overledene. De QR code kan u inscannen aan de grafsteen Ook kan de bezoeker een groet en/of gedicht achterlaten.
Meerdere herinneringen bundelen bij diens rustplek. Een herdenkingspagina vergaat niet door weer en wind. Voeg foto's, gedichten, tekeningen of video’s toe en laat uw geliefde blijven herinneren op een aangename manier. Familie en vrienden kunnen zo leuke herinneringen
Een QR code die verwijst naar de herdenkingspagina wordt aangemaakt. De QR code kan worden gegraveerd, gezandstraald of worden afgedrukt. Vervolgens zal deze code nabij het graf worden geplaatst zodat wie wenst de code kan inscannen. 
De herdenkingspagina kan, indien gewenst, worden onderhouden net zoals het grafzerk. Men  kan eenvoudig foto's, gedichten en of een video toevoegen. Ook kunnen indien gewenst reacties en/of groeten worden verwijderd. Het onderhouden van een herdenkingspagina kan eenvoudig door in te loggen via een beveiligde verbinding.


Zij bieden standaard twee pakketten aan. Het statische en het dynamische pakket. Het Statisch pakket zorgt ervoor dat een QR code wordt ontwikkeld en dat de bezoeker de herdenkingspagina kan bekijken door deze code te scannen. 
Het dynamische pakket bevat alle voordelen van het statische maar geeft de familie ook de mogelijkheid de pagina te beheren. 
Eindbeschouwing : voor velen zal dit nu nog een bizar verschijnsel zijn. En zullen vragen stellen onder andere over discretie. Een mogelijk antwoord hierop is de QR-code te beveiligen zodat alleen intimi de aangeboden informatie kunnen lezen.
Vergeten wij niet dat mij in een voorthollend digitaal tijdvak leven (035 + 036)
Stefan Crick
Juli 2013


Bronnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/QR-code
http://www.van-leeuwen.be/

Wereldtentoonstelling 1913 op de Westerbegraafplaats ons An Hernalsteen maakte er eens te meer werk van.


Zo’n 60 geïnteresseerden, onder wie 9 Grafzerkjes, daagden op om op de laatste dag van de Gentse Feesten de rondleiding van ons An Hernalsteen mee te maken. Thema dit jaar was de Wereldtentoonstelling van 1913. Na de traditionele rondgang met haar Tupperwarepot, ten voordele van grafmonumenten die door haar toedoen gerestaureerd worden, volgde de al even traditionele inleiding. Iedereen die al op de Wester was kreeg die al te horen. Maar ik vind het nog steeds plezierig om horen zeker wanneer ze het heeft over haar goede vriend bisschop Bracq.
Gent was de vierde Belgische stad die een Wereldtentoonstelling organiseerde. Eind 1905 werd een commissie opgericht en in 1908 werd de echte start gegeven. Dat was meteen ook de start van de rondleiding. Octaaf Bruneel was een liberaal die afkomstig was van West Vlaanderen, dixit An ‘naar Gent gekomen om de Gentenaars wat cultuur bij te brengen’; zou het kunnen dat madame Hernalsteen uit West Vlaanderen komt? Die Bruneel, advocaat en gemeenteraadslid zorgde ervoor dat in 1913 drie Floraliën georganiseerd werden. Albert Mechelynck was een liberaal provincieraadslid en volksvertegenwoordiger. Lid van de vrijmetselaarsloge “Le Septentrion”. Hij was beheerder van de Wereldtentoonstelling. Camille Isidore De Bast was senator, bankier en katoenfabrikant. De familie Feyerick waren textielbaronnen en suikerhandelaren. Jacques was gehuwd met een dochter van burgemeester Braun. Fernand behaalde tijdens de Olympische Spelen van 1908 brons met de ploegwedstrijd schermen. Albert liet op zijn gronden in Sint-Martens-Latem een golfterrein aanleggen maar hij was ook deken van de Koninklijke hoofdgilde St-Michiel die in 1913 300 jaar bestond. Hij liet een ommegang door de stad trekken. Het werd één van de grootste stoeten ooit. 
Edward Anseele was in 1913 gemeenteraadslid. Hij bezat aandelen in de vereniging van de expo en de Vooruit, de socialistische vereniging en hij had zelfs een eigen paviljoen op de Wereldtentoonstelling. An toonde dit aan door middel van mooie prenten. Vlakbij de laatste rustplaats voor Hippolyte Meert, secretaris van de tweede Hogeschoolcommissie. Nadat in 1910 de vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit bepleit werd door de ‘drie kraaiende hanen’, Camille Huysmans, Frans Van Cauwelaert en Louis Franck – die nota bene alle drie op het ereperk van het Antwerpse Schoonselhof liggen maar daar repte onze fanatieke Gentse of West Vlaamse met geen woord over – opperde Meert het idee om een Vlaamse Hogeschooldag te organiseren met een optocht van de universiteit naar het Sint Baafsplein waar de 3 kraaiers redevoeringen zouden houden. Dit plan werd niet weerhouden en in de plaats kwam een Frans cultureel feest in het bijzijn van koning Albert. Die vertrekt vóór de aanvang van het feest naar Brussel. Daarop heffen enkele Flaminganten de Vlaamse leeuw aan. Gevolg: er kwam geen optocht en er kwamen geen redevoeringen. Er kwamen wel drie Vlaamse congresdagen. Ondertussen dreigden Vlaamse bedrijven  met een boycot van de wereldtentoonstelling. Het was, dixit An ook een strijd tussen vrijmetselaarsloges. Enerzijds Le Septentrion, Franstalig, en anderzijds Marnix Van Sint Aldegonde, Nederlandstalig. Hippolyte Meert was activist tijdens de eerste wereldoorlog en wanneer hij overlijdt in 1924 geeft burgemeester Van der Steghen zelfs de toestemming om op de lijkstoet te schieten. Nog was de ellende voor Meert niet voorbij want in 1944 werd zijn graf opgeblazen. Emile Mathieu organiseerde een concert met onder andere “De Schelde” van Peter Benoit. Het concert werd geboycot en de orkestleden dienden zelfs een inkomticket te betalen om binnen te mogen. Later werd er wel een concert georganiseerd met oa werk van Jef van der Meulen. 
Traditiegewijs wilde An hier de toehoorders een lied ten gehore laten brengen maar zij had geen van die liederen gevonden. Pech dus? Henri Thiery ontwierp de affiche van de Wereldtentoonstelling. Op de hoofdweg Cyriel Buysse. Die hield een dagboek bij over de Wereldtentoonstelling. In ‘oud Vlaenderen’ bevond zich ook een Filippijns dorp. Buysse wist waarom er in Oud Vlaanderen een Filippijns dorp stond: Filips II regeerde over Vlaanderen en ook over … de Filippijnen. Gustaaf Carels was producent van machines en spoorwegmaterieel. Hier wordt voor het eerst gepraat over het inrichten van een Wereldtentoonstelling. 
Jules De Bruycker ontwierp dan weer affiches voor de Belgische Spoorwegen. Charles Boddaert, lid van Le Septentrion, was beheerder tijdens de Wereldtentoonstelling. Victor Fris schreef het scenario voor vijf schilderijen die speciaal voor de expo gemaakt werden. Bij Oscar Roels, toondichter, kon An het toch niet laten en werd het “Gents volkslied” aangeheven. Een mooi graf voor Oscar Van de Voorde, architect. Hij bouwde het Carelshof en was huisarchitect van de Vooruit. Hij ontwierp ook het Perzische paviljoen voor de Wereldtentoonstelling en werd door de Perzen bedacht met de orde van de zon en de leeuw. 
Geo Henderick was een adept van de Wiener Sezession en van de Amsterdamse School. Wat verder Fernand Dierkens, huisarchitect van de Vooruit en bouwheer van het Feestpaleis, dat niet klaar was bij de opening van de Wereldtentoonstelling. Wat later zouden we vernemen waarom. Geo Verbanck ontwierp een beeld voor de gebroeders Van Eyck. An prees zich gelukkig dat een eerder ontwerp afgekeurd werd want het bleek een echte miskleun te zijn. Felix Beernaerts, eigenaar van een katoenfabriek, was beheerder. Hij overleed in 1912 vóór de opening van de Wereldtentoonstelling. Hier wist An te vertellen dat de inkom voor de Wereldtentoonstelling niet goedkoop was: één frank in 1913.
Emile Braun, burgemeester, was voorzitter van het uitvoerend comité. Zijn zoon Leon overleed tijdens de Wereldtentoonstelling. Jean Alfred de Lanier was senator en beheerder; Van der Steghen was de opvolger van Braun als burgemeester en de man die toestemming gaf om de lijkstoet van Hippolyte Meert te beschieten. Jules Vandenhende, architect was de bouwmeester van Flanders Palace, een hotel vlakbij het Sint Pietersstation. Coppieters was technisch adviseur van Anseele. In 1913 brak een algemene werkstaking uit. De staking werd slechts enkele dagen voor de opening beëindigd. Door die reden was het Feestpaleis Vooruit niet klaar. De Wereldtentoonstelling liet een grote financiële put na. Volgens Coppieters was dit de schuld van de Flaminganten. An liet een van haar Gentse toehoorders een “lijkzang over de expositie” voorlezen in puur Gents. Meteen ook het einde van een boeiende rondleiding.
Jacques Buermans


P. S.: Ik wil toch wel eens wijzen op de voorbereiding die zulk een rondleiding vraagt. An slaagt er steeds in om haar betoog rijkelijk te illustreren met foto’s en afbeeldingen. Ik sta daar voor in bewondering. Proficiat An voor al je werk, je inzet en je bevlogenheid.


Foto’s: Leen Otte en Rina Reniers

Tante Kato ging op reis en zag het graf van Vauban het begon te jeuken bij Tante Kato toen zij het graf van Vauban zag.


Sébastien Le Prestre, markies van Vauban * 1633-1707 * Bazoches-du-Morvan, Departement Nièvre, Frankrijk


Wie door Frankrijk reist en al eens een oude stad, kasteel of kerk bezoekt komt ongetwijfeld één van de volgende Grands Hommes tegen : de inspecteur van historische gebouwen Prosper Mériméé (1803-1870), de architect-restaurateur Viollet-le-Duc (1814-1879) of Vauban. De eerste twee laten we rusten, respectievelijk in Cannes en Lausanne, Zwitserland want we brengen de ingenieuze vestingbouwer Maréchal de Vauban hier weer een beetje tot leven.


Het graf van Vauban hebben we heel toevallig ontdekt. We verbleven in Vézelay en maakten uitstapjes in de omgeving zoals le château de Bazoches, demeure de Vauban, op slechts tien kilometer van onze verblijfplaats. Het oorspronkelijke kasteel werd 1170 à 1190 opgetrokken, in dezelfde periode als de Sainte-Madeleine Basiliek van Vézelay.
  
Bij aankomst in het dorp zagen we een pijl naar het kerkje waar Vauban begraven werd. En dan begint het te jeuken: iets voor de nieuwsbrief van Grafzerkje! Bovendien heb ik een ongelooflijk verhaal ontdekt over de overbrenging van Vaubans hart naar Les Invalides in Parijs. 
De familie Le Prestre was een oude adellijke familie uit de Cantal (regio Auvergne). Zij werden als ridders vernoemd in geschriften van 1357. Halfweg de 15de eeuw verliet de geruïneerde familie de geboortestreek om zich in de Morvan (regio Bourgogne) te vestigen. Zij oefenden er het beroep uit van experten in de bosbouw en via de rivieren werden hun boomstammen naar Parijs “gevlot”. In 1550 werd het kasteeltje van Vauban gekocht en vanaf dan droegen ze de naam Le Prestre de Vauban. 


Vader Urbain Le Prestre de Vauban (1603-1652) trad in 1630 in het huwelijk met Edmée Carmignolle (°1611) en zij vestigden zich in Saint-Léger-de-Foucheret, dat sinds 1867 (onder Napoleon III) Saint-Léger-Vauban heet. De kleine Sébastien werd geboren in een bescheiden huis -dat nu kan bezocht worden- en kreeg zijn eerste scholing van de dorpspastoor. Later studeerde hij bij de Karmelieten in Semur-en-Auxois. Hij bleek een wiskundeknobbel te hebben en kon bovendien goed tekenen.  


Als 17-jarige meldde hij zich als kadet bij het in de buurt kamperende leger van de prins van Condé.  Sébastiens talenten kwamen aan de oren van Mazarin (1602-1661), die hem voor koning Louis XIV (°1638; r. 1643-1715) in dienst nam.  


57 jaren, tot zijn dood, bleef Vauban in dienst van de koning. In 1678 werd hij benoemd tot Commissaire Général des Fortifications en hij zag alle grenzen van het toenmalige Frankrijk. Hij liet daar vestingsteden bouwen of verbouwen, zoals in Antibes, Collioure, Bayonne, Saint-Malo, Rijsel, Gravelines, Sedan en Verdun. In zijn kielzog reisden architecten, tekenaars, ingenieurs, koeriers en secretarissen mee. 


Vauban leidde voor de koning 53 belegeringen waarvan gezegd wordt “Een stad verdedigd door Vauban wordt niet ingenomen maar een stad belegerd door Vauban valt”. 


Inmiddels op het thuisfront in de Morvan: Vauban huwde in 1660 met zijn nicht Jeanne d’Aunay (1640-1705) en zij kregen drie kinderen: Een zoon, die slechts twee maanden leefde.  Twee dochters: Charlotte (1661-1709), zij huwde in 1680 met Graaf de Mesgrigny d’Aunay en had als enige afstammelingen en Jeanne-Françoise (1678-1713), die in 1691 huwde met de markies d’Ussé. Op al zijn reizen door de Hexagon liet Vauban ook een zestal bastaardkinderen na. Eén per hoek, bedenk ik plots.


Na de verovering van Maastricht in 1672 kende de koning hem de belangrijke som van 80.000 pond toe en dat ging grotendeels (69.000 pond) naar de aankoop (1675) van het kasteel van Bazoches. Vauban beschouwde het als “het goed terug in de familie brengen”. Dat landgoed moest in de 16de eeuw namelijk toekomen aan zijn grootmoeder Françoise de la Perrière. Zij was een erkende maar niet gewettigde dochter en na een aantal dure processen kwam het kasteel in handen van een andere tak van de familie.    


In januari 1703 werd Vauban benoemd tot Maréchal de France. Zijn echtgenote overleed twee jaar later. En nog eens twee jaar later overleed Vauban in Parijs. Mogelijk bezweken aan de gevolgen van astma, chronische bronchitis of zelfs malaria, ca. 1657 opgelopen in de vochtige moerassen van “Les Flandres Maritimes”. Hij heeft er dan wel vijftig jaar mee rondgelopen, zegt mijn kritische berekening. De teraardebestelling volgde in de dorpskerk van Bazoches. Vauban had er namelijk de Saint-Sébastien-kapel (zijn naamgenoot of beter patroonheilige) laten herbouwen (1688) en hij had er een familiekelder voorzien. Een grote menigte volgde de afscheidsplechtigheid.


De erfenis van Vauban, de militair, belegeraar, militair ingenieur, strateeg, architect, econoom, politicus, filosoof en schrijver: hij werkte aan 333 vestingen, zeeforten en andere bouwwerken op strategische punten langs de Franse grenzen. Een aantal ervan zijn opgenomen op de lijst van het Unesco Werelderfgoed. Vauban wordt trouwens de vader van het huidige zeshoekige Frankrijk genoemd. Wat had ik daarnet gedacht ?


Vermeldenswaard is zijn verhandeling de Dîme Royale of Koninklijke Tiende (1700-1707). Op zijn reizen had hij de maatschappij geobserveerd, de miserie van zijn landgenoten gezien en hij stelde in zijn essay een aantal oplossingen voor om de levensomstandigheden van de laagste bevolkingsklasse te verbeteren door oa maatregelen voor te stellen als “Alle Fransen betalen belastingen in verhouding tot hun rijkdom of inkomsten”. Vrij revolutionair voor die tijd want adel en geestelijken waren niet belastingplichtig ...  En wat was het resultaat? Verontwaardiging alom. Hij werd verkeerd begrepen, ook door de koning.


En dan nu het beloofde verhaal over de overbrenging van Vaubans hart: Napoleon Bonaparte gaf in 1808 opdracht het hart van de maarschalk over te brengen naar Les Invalides, waar het tegenover de cenotaaf van Turenne (1611-1675) moest komen. Het graf werd geopend, het hart van Vauban eruit gehaald en toevertrouwd aan een brigadier. Na een aantal “plengoffers” vertrok de escorte richting Parijs. De stad was al in zicht toen de ongelukkige brigadier constateerde dat zijn loden kistje niet aan het tuig van zijn paard hing. Ik kan het mij voorstellen “Waar heb ik dat ding voor het laatst gezien?” En dan keert men, de weg afspeurend, op zijn stappen terug. Tot in de paardenstal van Bazoches, waar de reliek aan de voerbak hing te wachten.  


Bij de heropening van de familiegrafkelder (1879) werd vastgesteld dat er vier personen begraven waren: de maarschalk, zijn vrouw, zijn dochter Jeanne-Françoise en zijn kleindochter Jeanne-Françoise (een dochtertje van Charlotte; overleden in 1703).
Na de dood van dochter Jeanne-Françoises enige zoon werd het kasteel van Bazoches  verkocht en kwam het landgoed in vreemde handen. Via adellijke kronkelpaden is het kasteel het bezit geworden van Arnaud en Hélène de Sigalas, die elk op hun beurt afstammen van de middeleeuwse bouwer van het kasteel.  De kasteelvrouw is eveneens afstammelinge van Vauban. Zij zijn ook de trotse eigenaars van Cheverny aan de Loire. Hoe een edel steentje rollen kan.


Meet weten ? Zie
www.chateau-bazoches.com
www.vaubanecomusee.org
www.vauban.asso.fr
 

Sri Lanka met hoofdstad Colombo verhaal van An Hernalsteen kent eindelijk een happy end.


Colombo: neen, niet de detective wel de hoofdstad

Sommigen onder jullie zijn op hun honger blijven zitten, ik weet het: waar blijft het slot van dat episch verhaal over Sri Lanka? Het zat in de pijplijn maar andere besognes stapelden zich op, het werk stond mij tot aan de lippen, kortom het werd een moeilijke bevalling. Maar hier is het dan, het ultieme, sterk samengeknepen sluitstuk over de funeraire pracht van Colombo.

Wolvendaal kerk:
Klinkt Nederlands en dat was het gebouw in oorsprong ook. De snuggere Hollanders miskeken zich, dachten dat de rondzwervende jakhalzen in de buurt wolven waren, vandaar de goedgevonden naam van de kerk.
De Nederlandse gouverneurs lieten zich maar wat graag in deze kerk begraven.
Lubbert Jan, baron van Eck, heer van Overbeek, overleed in 1765. Hij zal de geschiedenis ingaan als de veroveraar van het ontoegankelijk en onoverwinnelijk geachte Kandy. Na deze wapenfeiten mocht hij op zijn lauweren rusten en zich bij zijn kanon te slapen leggen.
Eén van zijn opvolgers, Willem Falck (Colombo 1736-1785) was een koulijder niettegenstaande de tropische hitte. Het boek met de ouroboros er rond symboliseert waarschijnlijk de bijbel die de eeuwigheid zal overwinnen of is het juist andersom.
Na de Britse machtsovername spraken de Nederlanders graag een mondje Engels.
Maria Eliza Kern (1812-1856) huwde Henry Peter Huybertsz. Meegevoerd door haar engelbewaarder verlaat ze dit aardse tranendal. Haar stoffelijke resten blijven hier, het eeuwig hemels licht lonkt.
 
Centrale begraafplaats (Colombo:
Twee “sprekende graven”: Malani Bulathsinhala (1949-2001) zangeres. Op haar graf staan enkele regels uit “I became you” één van haar liedjes: “you became a river but you never saw the see, you became a flower but the fragrance is still here” en H.D. Premarathna (1944-2005) filmregisseur met een heuse camera. (met dank aan de heer Roshan Appuhamy Vidulige voor de vertaling van de krullewietjes).
De familie Carvalho rust onder een piëta waarvan Michelangelo jaloers zou zijn. De Jayasundera’s kozen voor een mooi baldakijngraf.  Smart en tranen bij de families Ghetty en de Silva. Bij de Thiba’s krioelt het van de norse militairen, de lachende moeder Therasa op het graf Kalpage zorgt voor een montere noot.
De meest notoire dode op deze centrale begraafplaats is Arthur C Clarke (1917-2008) schrijver van “a space odyssey” meesterlijk verfilmd door Stanley Kubrick. In 1956 emigreerde Clarke naar Sri Lanka. Hij rust nu bij zijn adoptiefamilie.
An Hernalsteen

Dublin: een nooit geziene gids eerste verslag van bezoek aan Dublin. Deze keer de kerken.


Met de Haremm een week naar Dublin. Nu moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat dit niet 100% meegevallen is. Het zal wel aan mij liggen maar ik werd gek van die Ierse folkmuziek en in eender welke pub waar je ’s avonds durfde binnenstappen was het van dat. Probeert een mens eens rustig te eten. Niet dus. 
Hierna een eerste verslag van wat er op funerair gebied te beleven valt. In de volgende Nieuwsbrief volgt een verslag van mijn bezoek aan twee begraafplaatsen.
Saint Patrick’s cathedral uit 1192 is de op een na grootste kathedraal en de grootste kerk van Ierland. Volgens de legende kwam Saint Patrick in de 5de eeuw door Dublin. Op dezelfde plek bouwde de eerste Anglo-Normandische bisschop van Dublin, John Comyn een stenen kerk die in 1219 de status kathedraal kreeg. Engels-gotische stijl. Tussen 1860 en 1900 werd ze herbouwd grotendeels gefinancierd door de familie Guinness, van het niet te zuipen vocht. Binnen het graf opgericht door Richard Boyle, graaf van Cork, in 1632 ter nagedachtenis aan zijn tweede vrouw Lady Katherine. Een wit marmeren bas-reliëf van Turlough O’ Carolan, harpspeler en Ierlands laatste professionele dichter. Thomas Jones was aartsbisschop van Dublin. In het Chapter House de herdenking van de minnelijke beëindiging van de vete tussen de graaf van Ormond en de graaf van Kildare in 1492. De graaf van Kildare sneed een gat in de deur en stak er zijn hand door om de hand te grijpen van graaf van Ormond, zijn vijand. Door dit initiatief werd een verzoening bereikt en werd de vrede hersteld. 
Graf van Fulk, niet Flurk, de Saundford, aartsbisschop van Dublin. Hier het graf van een van de beroemdste zonen van de kathedraal Jonathan Swift met zijn geliefde Stella. Deze schrijver van Gulliver’s reizen was hier, van 1713 tot 1745, deken. Zijn dodenmasker, katheder, stoel en schrijftafel staan hier tentoongesteld. 
Bezoek aan Saint Michan’s uit 1096 waar een crypte met mummies zou zijn. We dienden in de kerk te wachten op onze gids. Ik fantaseerde al over de gids en ik verwachtte elk moment een man in zwarte kledij, een zwarte cape, een hoge hoed en hoektanden om Dracula jaloers te maken. Plots verscheen er achter ons … een, gepeelde, karikatuur van Quasimodo: een klein gebochelt mannetje die een beetje voorovergebogen naar voren schuifelde. Met zijn vingertje lokte hij de bezoekers naar zich toe. “Quasimodo” vroeg aan iedere bezoeker waar hij vandaan kwam. Toe we “Belgium” zegden glunderde hij en sprak de magische woorden “give me Belgian chocolates!”. Toen we die niet hadden was de man ontgoocheld. Enkele Italianen die bleken te supporteren voor Juventus kregen de duim naar onder gericht: Quasimodo was blijkbaar geen supporter van deze ploeg. Een gids die geknipt bleek voor dit werk, zijn toehoorders hingen aan zijn lippen. Door de constante temperatuur zijn een aantal lichamen gemummificeerd. We daalden een ruwe oude stenen trap af en liepen door een lange gang die links en rechts grafkamers bevatte. In een van de kamers zagen we op elkaar gestapelde doodskisten, in vele gevallen nog in prima staat. Op het eind van de gang waren in één kamer de houten doodskisten opengevallen zodat men de gemummificeerde lichamen kon zien. Drie lichamen lagen op één rij: links de non, in het midden een grote man wiens beide voeten afgehakt werden zodat hij in de kist paste. Hij mist ook een onderarm. Volgens sommigen als straf omdat hij een dief was. Rechts ligt ook nog een vrouw.  Achter de drie kisten ligt “de kruisvaarder”. Hij heft één hand op. Na zijn uitleg opende onze gids het hek en mocht iedereen de achterste mummie aanraken. Wanneer men de vinger van de kruisvaarder aanraakte met zijn vinger zou dat geluk brengen. Behalve voor de supporters van Juventus volgens onze gids. 
Na een klautertocht uit de eerste crypte had onze gids nog een tweede crypte voor ons in peto. In die crypte lagen nog een aantal families die tot op heden nog bezocht werden en daarom niet toegankelijk waren. Op het eind konden we toch nog de kisten bewonderen met daarin de broers John en Henri Sheares. Deze twee mannen waren actief tijdens de opstand van 1798. In Parijs kwamen ze in de ban van de Franse revolutie. Terug in Dublin werden zij de leiders van de rebellie. Zij werden ter dood veroordeeld maar niet op een gewone wijze. Volgens onze gids werden ze eerst de keel overgesneden maar zo dat de dood nog niet intrad. Daarna werden hun ingewanden verwijderd en werden ze gevierendeeld. Dat waren nog eens tijden! Terug buiten deden we nog een tochtje langs het kerkhof. Een belevenis in de eerste plaats door de geweldige gids.
In de Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes Kerk in Sean McDermott Street kan het graf voor Matt Talbot bezocht worden. Hij wordt vereerd voor zijn vroomheid en wordt beschouwd als beschermheer van alcoholiekers. Hij overleed aan hartfalen. Op zijn lichaam werden kettingen en snoeren gevonden, symbool tot devotie tot Maria? Matt Talbot werd begraven op de begraafplaats Glasnevin op 11 juni 1925. In 1972 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar hier, in het gebied waar hij zijn leven doorbracht.
Saint Audens. Het grafmonument Sparke & Seagrave. Rolandus Fitzeustace de Portlester ligt hier samen met zijn echtgenote.
Jacques Buermans
Foto’s: Rina Reniers, Ria Vaes en Jacques Buermans

Grafzerkje vzw meer dan voortreffelijk in quiz eerste stadsquiz en Grafzerkje eindigt 8ste op 50 deelnemers.


Voor het eerst organiseerde de stad Antwerpen een “grote stadsquiz”. Niet minder dan 50 ploegen gingen op de uitnodiging in en aasden op de titel quizploeg van de stad. Wat in het voetbal niet mogelijk is, zou dan maar in de quiz moeten kunnen. Grafzerkje wilde de uitdaging graag aangaan en schreef in met een ploeg. Een, beperkte, oproep werd gedaan naar Antwerpse leden met enige quizervaring en met een meer dan gewone interesse in Antwerpen omdat alle vragen betrekking hadden op de Scheldestad. Na wat forfaits en wat verschuivingen trad Grafzerkje vzw aan met Lieve Baplu, Eveline Wageman, Marc Coremans, Marc De Meyer, Michaël Devisscher en ondergetekende. Het was bang afwachten naar wat de vragen zouden bieden. Een eerste ronde werd afgehaspeld met een 9 op 11 en bij de fotoronde, 20 Antwerpse figuren herkennen, behaalden we zelfs 19 op 20. Bij een tussenstand stonden we op de vierde plaats. Meer dan voortreffelijk. In het tweede gedeelte hadden we wat pech in de voorlaatste vragenronde met enkele vragen over moderne computertoepassingen en moderne muziek. De droedelronde bracht ook niet wat er van verwacht werd. Dus dienden we onze verwachtingen bij te stellen; we waren laag begonnen met te zeggen dat we graag bij de eerste 50 wilden eindigen maar na onze voortreffelijke uitgangspositie halverwege waagden we ons toch aan een plaats bij de eerste tien. Uiteindelijk eindigden we achtste op 50 deelnemende ploegen met een totaal van 121 punten op 141. De winnaars deden het iets beter met 129 punten op 141. Zij kregen voor hun eerste plaats niet minder dan 500 win for live loten! Ploegen twee en drie dienden met respectievelijk 250 en 125 loten tevreden te zijn. Het concept zat goed, van tijd tot tijd iets te traag (waren we niet bij de stad Antwerpen aan het meedoen?) maar is zeker voor herhaling vatbaar. De inkomsten gingen dan nog naar een goed doel. Het voornaamste is dat we ons geamuseerd hebben en dat elk ploeglid toch een of meer keren zijn stempel kon drukken op het geheel.


Een ding viel wel op. De opbrengsten van de consumpties gingen naar een goed doel. Bij de versnaperingen was er keuze tussen een portie kaas of een portie salami. Wat de salami was zal wellicht nooit iemand kunnen achterhalen maar van één ding waren we zeker: het was zeker geen salami. Echt opvallend: tijdens heel de quiz zagen we geen enkele hond op of rond de Sint Andriesplaats lopen. Twee mogelijkheden: ofwel zaten die beesten in wat voor salami moest doorgaan ofwel waren ze zo beducht voor hetgeen hen door de quizzers zou voorgeschoteld kunnen worden. Maar … het was een leuke ervaring met een toffe ploeg met, zoals een quiz dient te zijn, een meerderheid van makkelijke vragen en enkele vragen waarin het verschil gemaakt kon worden. Slechts één ploeg van de 50 aanwezigen behaalde niet de helft van de te verdienen punten. Voor herhaling vatbaar.

Op de foto ziet u van links naar rechts: Marc Coremans, Jacques Buermans, Michaël Devisscher, Marc De Meyer, Eveline Wageman en Lieve Baplu. In het midden op de tafel de hond, sorry: de salami.
Jacques Buermans 

The funeral dragon is niet meer Misses Pateman overleed in 2012, nieuws raakte nu eerst bekend.


Regelmatig wordt er door leden van het eerste uur eens gezegd: “Hoe zou het nu met miss Pateman, de funeral dragon van Highgate zijn?” Voor leden die haar niet kennen wil ik volgende citeren uit een verslag (Nieuwsbrief 5 – mei 2002) van onze Londenreis met bezoek aan dé begraafplaats Highgate gemaakt door Edgard Nelissen: “Onze plaatselijke gids, tevens voorzitster van de ‘Friends of Highgate’, mrs Pateman wacht nu eenmaal niet graag. Jacques was er namelijk in geslaagd om voor onze groep een aparte rondleiding te realiseren. Dat is niet voor velen weggelegd maar Jacques heeft nu éénmaal een speciale band met mrs Pateman”.  Ik wil over dat bezoek nog het volgende kwijt. Misses Pateman was een dame van respectabele leeftijd en u mag beide dingen, ‘dame’ en ‘respectabele leeftijd’, letterlijk nemen. Ze was zo begaan met ‘haar’ begraafplaats en wilde voor alles en nog wat Ponden ontvangen: er diende een aanzienlijke som betaald te worden voor het door haar gegidste bezoek en er diende extra betaald te worden om te mogen fotograferen: “Enkel foto’s, durf niet te flitsen of je toestel als camera te gebruiken” blafte ze Rudy D’Hooghe af. Tijdens de rondleiding ontmoette ze een andere gids – de gidsen zijn daar allemaal vrijwilligers – en een van de leden van die groep stapte even naast het pad. Onmiddellijk blafte ze die gids én die onverlaat die het waagde op het gras te trappen af en meldde ze via haar walkie talkie aan andere gidsen dat wie het maar waagde om het pad te verlaten onmiddellijk van de begraafplaats verwijderd zou worden! Op een bepaald moment tijdens haar rondleiding zagen we een graf met een engel er op. Het graf behoorde toe aan een heer “Engel”, zo geschreven. Toen ik Rudy vroeg of het toeval was dat er een engel op het graf Engel stond of dat dit doelbewust gedaan werd kreeg Edgard te horen: “Nu zijn er hier reeds twee gidsen!”. Het was een echt traumatische ervaring. Toppunt was, toen we afscheid namen stond ze aan de uitgang met een vriendin te praten en ze stelde ons voor als: “These are my Belgian friends”! Gelukkig had ik iedereen gewaarschuwd over Pateman, de funeral dragon. Toen we de dag daarop de begraafplaats Kensal Green bezochten kregen we een heel andere ontvangst. Het bezoek kostte een tiende van Highgate, men had een gids voorzien om ons rond te leiden in de catacomben, een andere om in de kerk te gidsen en een derde om ons over de begraafplaats te leiden. Geen  enkele inspanning was de “Friends van Kensal Green” te veel en na afloop werd er nog een tijdje nagepraat bij een tas koffie of thee en een heerlijke cake. Toen we aan enkele bestuursleden van de “Friends” vertelden dat we genoten van deze ontvangst en dat het gisteren anders was bij “de funeral dragon” schoot de voorzitter in een onbedaarlijke lach. Hij zei ons: “Ga dat eens zeggen tegen die dame daar.” Eerst durfden we niet, stel u voor dat dit een familielid van mrs Pateman was maar de voorzitter drong aan. Toen we haar vertelden over de funeral dragon schoot het meisje eveneens in een lach: ze was ooit vrijwilligster in Highgate en was omwille van Jean Pateman weggegaan om in Kensal Green te komen werken.
In 1921 werd ze geboren en eind van de jaren ’30 verbleef ze een tijd in een kloosterschool in België. In 1946 huwde ze John Pateman, onderwijzer in Edinburgh. Tot 1953 verbleef ze in Zuid Afrika tot ze zich dat jaar in Highgate vestigde. In 1975 werden de Friends of Highgate Cemetery gesticht met Jean Pateman als secretaris. In 1985 werd ze voorzitster, een post die ze tot in 2009 bekleedde. Ze zegde over zichzelf dat ze 'the dragon at the gate’ was. In 1996 werd Jean Pateman MBE, Member of the British Empire. 
Jean Pateman (14 juli 1921 / 11 februari 2012). Waak maar goed over “jouw” Highgate funeral dragon!
Jacques Buermans

Begraafplaatsen in IJsland Marie Louise Franken en Leo Serneels, sympathisanten van Grafzerkje vzw, gingen naar IJsland en brachten een verslagje mee.


Grafstenen: Hierop kunnen we terugvinden dat de IJslanders geen familie achternamen hebben. Men krijgt een voornaam en als achternaam de voornaam van de vader + “son” voor een jongen en “dóttir” voor een meisje: bv: Hildur Magnusdóttir = voornaam Hildur, dochter van Magnus; Bjarni Sigjónsson = voornaam Bjarni, zoon van Sigjón.
Foto’s van HOF / de Hofskirkja: Hof ligt nabij de Vatnajökull gletsjer, 20 km ten zuiden van  Skaftafell  in Vatnajökull  National Park. (Hof wordt uitgesproken als HUB). De Hofskirkja is een turf kerk gebouwd in 1884 en valt onder het Nationaal Museum van IJsland. De rots- en lava ondergrond in IJsland laat niet toe om kunnen graven om een lijkkist in de grond neer te laten. Daarom worden IJslanders boven de grond begraven en lijkt elk graf een heuveltje. De kist wordt op de grond geplaatst, bedekt met grond, graszoden en bloemen. 
Het verhaal gaat dat ook onder de kist een zaadje werd neergelegd van een boom, dewelke dan na vele jaren doorheen de kist groeit en teken is van nieuw leven. 
Graf van Bobby Fischer: Robert James (Bobby) Fischer (Chicago, 9 maart 1943 – Reykjavik, 17 januari 2008) was een Amerikaans schaker. Hij wordt door velen beschouwd als de grootste schaker aller tijden. Van 1972 tot 1975 was hij wereldkampioen schaken. Begraven voor het kleine kerkje in Laugardælir, ten noorden van Selfoss, in het ZW van IJsland. (Op Wikipedia volledige levensloop terug te vinden).
Marie Louise Franken en Leo Serneels, sympathisanten van Grafzerkje vzw.
Ranst, juli 2013

Marguerite Yourcenar en … de Ateliers Salu ons lid Stefan Crick schreef een artikel.


Marguerite Yourcenar is het pseudoniem van de Amerikaanse schrijfster van Frans-Belgische oorsprong Marguerite Antoinette Jeanne Marie Ghislaine Cleenewerck de Crayencourt (Brussel 8 juni 1903 – Mount Desert Island 17 december 1987). Yourcenar is een bijna-anagram van Crayencour. Zij was de  dochter van een Belgische moeder van Belgische adel (Fernande de Cartier de Marchienne, lid van de familie De Cartier), en een Franse burgerlijke vader uit de Nord (Frans-Vlaanderen) (Michel Cleenewerck de Crayencour), werd vrij jong wees. Haar moeder overleed kort na haar geboorte en haar vader voedde haar op buiten het reguliere schoolsysteem. Hij leerde haar moderne talen en Latijn. Zij bewonderde haar vader om zijn zin voor avontuur, zijn weetgierigheid en zijn non-conformisme. De beste vriendin van haar moeder, de auteur Jeanne de Vietinghoff werd haar tweede moeder en groot voorbeeld voor Marguerite. Ze debuteerde als schrijfster met Alexis ou le traité du vain combat in 1929, het jaar dat zij haar vader verliest.
Uit  de uitgave “Nauwkeurig, met verbeten hartstocht - Brieven aan haar vrienden en enkele anderen”, gekozen door Jenny Tuin vertaald en geannoteerd door Jan Versteeg met een voorwoord van Michèle Sarde, uitgegeven bij de Arbeiderspers – Amsterdam-Antwerpen in ‘Privé-domein’ nr. 240 – ISBN 90 5633 1/NUGI 321 pagina’s 73 en 75 citeer  ik :
…“Ik heb mijn stiefmoeder Christine nooit meer teruggezien, die na de oorlog in Pau is gestorven, een jaar voor mijn eerste terugkeer naar Frankrijk dat ik eind 1939 had verlaten. Ze ligt op het kerkhof van Laken naast mijn vader begraven, want je herinnert je dat ze wilde dat mijn vader In België begraven werd, waar zij van plan was zelf te gaan wonen. Als je ooit naar Brussel gaat, en je de gelegenheid heb Laken aan te doen, ga dan namens mij eens een kijkje nemen bij hun graf (170) (de toezichthouder zal de plek wijzen, die zich vrij dicht bij het toegangshek bevindt); zelf ben ik er voor het laatst geweest in 1956. …
…Christine Brown-Hovelt ,was de derde vrouw van haar vader
…Na een verblijf van achttien maanden in België besloot Christine de Crayencour weer in Zwitserland te gaan wonen.
In een brief van 14 mei 1954 aan de heer Salu had Yourcenar gevraagd ervoor te zorgen dat op de grafsteen ook de naam van haar stiefmoeder, gestorven in 1950, zou komen te staan en dat de inscriptie betreffende Michel de Crayencour zou worden veranderd, zodat de tekst werd : MICHEL DE CRAYENCOUR Lille 1854-Lausanne 1929 HOMO SUM ET HUMANI NIHIL A ME ALIENUM PUTO. CHRISTINE DE CRAYENCOUR geboren Hovelt Londres 1873-Pau 1950. (Het citaat betreft vers 77 van de Hautontimoroumenos van Terentius.) Haar neef Georges de Crayencour wijst erop dat zij het stenen kruis liet vervangen ’door een heidense grafsteen’. Zijn medewerking verlenend aan deze renovatie, maakt hij een tekening van het familiewapen en hield hij toezicht op de werkzaamheden.” (171)
Tot hier citaat.

Voor meer informatie  over de familiebanden van Marguerite Yiourcenar, verwijs ik naar het boek geschreven door Josyane Savigneau “Marguerite Yourcenar – De regie van een leven –,Een biografie”,  vertaling Jenny Tuin en uitgegeven bij Athenaeum – Polak & Van Gennep ISBN 90 253 3077
Met dank aan mevr. Anne-Mie Havermans voor advies en foto’s.

Stefan Crick, Voorzitter Jacques baron le Roy Genootschap vzw.
Bronnen :
2001, Corr. Ateliers Salu – Epitaaf, M. Celis.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Marguerite_Yourcenar