Nieuwsbrief Nr. 76 - juli 2013

Fredegandus Voor velen een openbaring


Zeventien Grafzerkjes tekenden present om Fredegandus te bezoeken. Verrassing alom want waar de “habitues” Ludo Peeters voorzitter van Turninum, de heemkundige kring van Deurne verwachtten  nam Marc Vos de taak van gids op zich. Ludo was ziek en ook zijn eerste vervanger meldde zich af. Schrik van de Grafzerkjes? Marc Vos kweet zich meer dan voortreffelijk van zijn taak; “zerkjes” rondleiden is nu toch eenmaal iets moeilijker dan een gewone groep gidsen. Als hij al een gebrek aan gidservaring had, maakte hij dit ruimschoots goed door zijn gigantische kennis van “zijn” dodenakker. Hij speelde regelmatig in op de afgevuurde vragen en wist zijn gehoor te boeien door zijn kennis.
Marc startte aan de kerk waar een afbeelding van Fredegandus, stichter van de parochie sinds 700 afgebeeld was. We betraden het kerkhof langs de ingang vanwaar de “gewone” sterveling naar de kerk trok. De begoede burger kwam langs de deur aan de Lackborslei binnen. Aan de rechterzijde van het kerkportaal Edmond Van Herendael, letterkundige en voorzitter van de Nederduitse Bond. Verder langs de kerkmuur Maximiliaan Jean Joseph Blommaert. Hij vestigde zich in Antwerpen en bouwde het buskruitbedrijf van zijn vader verder uit. Een van de eerste opdrachten voor de overheid was bedorven buskruit afkomstig uit Brugge en Oostende te herstellen en in “de Blauwe Toren” (nu Blauwtorenplein) in Antwerpen op te slaan. Later leverde hij oorlogskruit aan de overheid. Bij zijn overlijden laat hij een enorm fortuin na. Dat op Fredegandus ook belangrijk volk aanwezig is bewees Marc door ons te wijzen op de laatste rustplaats van Gerard Le Grelle, burgemeester van Antwerpen van 1831 tot 1848.
Wat verder de familie de Murat. Blijkbaar is de familie nog niet vergeten want op regelmatige tijdstippen komen er nazaten en die vuren enkele kanonschoten af. Waltmannus Van Lissum, laatste kanunnik van de Sint-Michielsabdij te Antwerpen kreeg een prachtig grafmonument aan de achterzijde van de kerkmuur. Tot 1836 vormden de gemeenten Borgerhout en Deurne één gemeente. Nadien splitsen ze. Marc Vos wees ons op de aanwezigheid van een Borgerhoutenaar: Henri Marmillion, oudstrijder van de onafhankelijkheidsstrijd van 1830 en schepen in Borgerhout tussen 1872 en 1882 en van 1881 tot aan zijn overlijden in 1882 dienstdoend burgemeester. Marc vroeg zich af of er Borgerhoutenaren in de groep waren en Edgard Maes bleek zo iemand te zijn. Met het nodige respect poseerde hij naast het graf.
Daarnaast Albert Maquinay, handelaar uit Wijnegem en eigenaar van kasteel de Zwarte Arend. Hij werd medestichter van Exxon / Esso. Aan de rechterzijde het grafmonument voor Frans en Edward Deckers, beeldhouwers. Het ruiterstandbeeld van Koning Albert aan het Antwerpse stadspark is door Edward Deckers vervaardigd. Hier kregen we weer een “weetje” van Marc. Hij vertelde dat Edward Deckers het beeld voor de nis van de Antwerpse stadsfeestzaal vervaardigde. Toen een opmerkzaam “zerkje” zegde dat er toch geen beeld in die  nis staat wist Marc dat het beeld gemaakt werd maar dat de stad Antwerpen geen geld had om de beeldhouwer te vergoeden. “Geen geld, geen beeld” moet Edward Deckers toen gezegd hebben. Waar het beeld zich nu bevind is blijkbaar een raadsel. Bij het, door de familie – ons lid Françis Pauwels, prachtig opgekuiste grafmonument voor burgemeester Florent Pauwels verraste Marc vriend en vijand: uit het niets toverde hij een tafeltje tevoorschijn, pootte er een computer op neer en liet Florent Pauwels himzelf aan het woord. Die had het over de perikelen die er, eind 19de eeuw waren, aangaande een splitsing tussen Deurne-Noord en Deurne-Zuid. Blijkbaar had men in het district recent een aantal historische gebeurtenissen teruggebracht met een “teletijdmachine”. Goed gevonden en leuk gebruik gemaakt van het materiaal door Marc. 
Alfons Hertogs, burgemeester van Antwerpen. Hij ging de geschiedenis in als de breker van de havenstaking van 1907, één van de zwaarste sociale conflicten uit de Antwerpse geschiedenis. De aanleiding was een door de dokwerkers geëiste loonsverhoging van 5 naar 6 frank per dag, maar de eigenlijke inzet was de poging van de werkgevers om de macht van de vakbonden te breken. Wat overigens niet lukte. Als de werkgevers Engelse en Duitse arbeiders aanvoerden om de staking te breken, kwam het tot ernstige rellen en gevechten. Alfons Hertogs schakelde het leger en de burgerwacht in om de orde te handhaven en bemiddelde ondertussen. Zijn voorstel voor een dagloon van 5,5 frank werd aanvaard en na acht weken was de staking voorbij zonder bloedvergieten en zonder gezichtsverlies voor de betrokken partijen.
Op het rondpunt Andreas De Weerdt, liedjesschrijver en volkszanger. Hij was auteur van honderden liedjesteksten over de actualiteit van zijn dagen. Aan de voet van een sarcofaag zit een treurend jong meisje. Naast haar liggen muziekbladen en een gitaar. De sarcofaag wordt bekroond met een kruis waar een rouwkrans, een palmtak en een lauwerkrans tegen rusten. Het bronzen portretmedaillon is door Alphonse Mauquoy vervaardigd. Het grafmonument is een ontwerp van Frans Joris. Aan de overzijde Jan De Laet, één der markantste figuren die hier begraven ligt. Naar het voorbeeld van zijn vriend Hendrik Conscience ging hij spoedig proza in het Nederlands schrijven. In 1860 werd hij volksvertegenwoordiger voor de Meetingpartij: hij was de eerste Belgische politicus die bij zijn ambtsaanvaarding in de Kamer de eed in het Nederlands aflegde. Het praalgraf is uitgevoerd in gele zandsteen. Voor een obelisk staat een vrouw, de maagd van Vlaanderen, met vaandel en rouwkrans. Zij wordt begeleid door de Vlaamse leeuw die zich onvervaard opricht. 
Wat verder lag de familie Gerrits met een een bas-reliëf in Franse steen van beeldhouwer Bruno Gerrits de wederopstanding van Christus voorstellend. Bij het graf van architect Victor Durlet zegde Marc Vos, terecht, dat interactie tussen de gids en de deelnemers belangrijk is en hij liet ons lid Andrea Durlet, dochter van componist en pianovirtuoos Emmanuel Durlet, aan het woord. Zij vertelde wat meer over deze uitgebreide familie kunstenaars.
Het grafmonument voor kunstschilder Emiel de la Montagne werd door de mensen van Levanto onder handen genomen. Marc zegde dat het geen echte restauratie was maar pleitte toch voor zulke herstellingen want zo blijft het monument toch op een behoorlijke manier bestaan. Hier een terechte boodschap aan het adres van de mensen van Monumenten & Landschappen die er steeds in slagen om de lat voor restauraties zo hoog te leggen dat vele geïnteresseerden afhalen (Lies???). Emiel de la Montagne schilderde een schilderij van Winston Churchill in militaire uitrusting. Wat verder op de hoofdlaan drukker-uitgever Gust Janssens. De attributen van zijn beroep zijn te zien op het grafmonument. Na dat we het monument voor de gesneuvelden bekeken wees Marc ons op een monument voor een vermoord kind. Hij stelde dat dit op een begraafpark mogelijk moet zijn. De ouders van de hier vlakbij vermoorde Steve Vissers wilden op die plek een monument aanbrengen maar dit stootte op tegenkantingen. Uiteindelijk werd het monument hier geplaatst. Onze gids wist ook nog te vertellen dat bij het ontwerp voor het begraafpark gekozen werd om zo veel mogelijk te behouden. Voordien bleek het wel anders want toen konden er niet genoeg grafmonumenten afgebroken worden. Het is gelukkig dankzij de passie en de inzet van mensen zoals Marc Vos dat de sloop van vele grafmonumenten tegengehouden werd. We zakten af naar de tumulus. Het is een echte grafheuvel want stoffelijke resten die gevonden werden bij de aanleg van het begraafperk werden hier begraven. Marc Vos eindigde zijn betoog aan het theater; dit werd gemaakt om op de dodenakker toneelvoorstellingen en gedichten ten berde te brengen. Het was de ideale plek om Marc Vos te gedenken met een welverdiend applaus van de toeschouwers/Grafzerkjes.
Jacques Buermans.
 
Foto’s: Ludo Dieltiens en Jacques Buermans.

Het epitaaf van Philippe le Roy, heer van Broechem-Oelegem, Ravels en Eel. in de Broechemse Onze-Lieve-Vrouwekerk


De afkomst van Philippe le Roy

De familie le Roy telt in haar nageslacht enkele opmerkelijke beroemdheden. Vooral Philippe le Roy, de diplomaat met allerlei hoge functies bij de Spaanse overheid en Jacques III le Roy zijn zoon., de historiograaf. als auteur van de zogenaamde “kastelenboeken” waarvoor hij voor de tekeningen en kopergravures de beste kunstenaar  van zijn tijd engageerde.
Eén van de vele vergeten historische figuren die onze gewesten via hun diplomatieke inzet  wisten gestalte te geven, is zeker Philippe le Roy. Deze zeventiende-eeuwse Brabander die door zijn schranderheid en vernuft, in dienst van de Oostenrijkse en Spaanse Habsburgers, stond mee aan de wieg van de Vrede van Münster in 1648. Deze maakte een einde aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden.
 
Door de diplomatieke succes die hij verwierf, zijn contacten aan het Hof in Brussel, waar hij zich onder andere vestigde in de Isabellestraat, bezat hij diverse heerlijkheden, kastelen  zoals deze van Broechem-Oelegem, Ravels-Eel en Sint-Lambertskapelle, te Varent enz.
Vergete nwij niet dat zijn familie in die 17de eeuw tot de vooraanstaande Antwerpse families behoorde ook vooral door zijn economische aktiviteiten die hij van zijn vader erfde : de fabricatie van”poyer” dat hij leverde aan de Spaanse legers, maar ook daarbuiten. Hij vergaarde alzo fortuinen, die hem toelieten deze vele eigendommen te verwerven.
 
In het opus magister; “Notitia Marchionatus…” van zijn zoon Jacques vermeldt deze dat zijn vader het liefst in het landelijke Broechem resideerde. Hij liet daarom op de grondvesten van het oude kasteel een nieuwe, klassieke kasteel optrekken. Zeker in ’s zomers verbleef hij graag in het kleine Broechem, waar hij ook 5 december 1679 sterft en er begraven wordt voor het hoogaltaar naast zijn echtgenote, Marie de Raet.

Het epitaaf

Deze gravure (24,3 cm x 37,6 cm) uit Jacques le Roy’s “Notitia Marchionatus…”, in 1678, werd gesneden door Richard Collin. Deze afbeelding stelt het epitaaf van de echtelingen Philippe le Roy en zijn echtgenote, Marie de Raet voor. Of deze gravure tot voorbeeld diende voor het te ontwerpen grafmonument is zeer de vraag.
Onder het wapen links, dit van Philippe le Roy met eronder de tekst : MAIS LE ROY
S’ESIOVIRA EN DIEV Ps 62.
Beschrijving van het wapen : omgord met liefdesknoop ; aan de rechterzijde het wapen van de familie de Raet, gedeeld met dit van de familie le Roy en :
eronder de tekst :ICI DOVLEVR LAHAVT BONHEVR
Tussen beide wapens treffen we een, gevederde helm en handschoenen aan.
Boven dit alles zou er een schilderij prijken met het geknielde echtpaar Philippe le Roy gekleed in zijn heraldische tabbaard, zijn rechterhand houdt een gesloten boek vast, zijn linkerhand rust op een zwaard. Op de rok van Marie de Raet ligt een hondje, symbool van de echtelijke trouw. Op de achtergrond van het schilderij dat misschien meer weg heeft van een glasraam, bemerken wij een afbeelding van het kasteel van Broechem. Volgens deze beschrijving van J.-Th. de Raadt, die dateert uit 1891, hing  dit schilderij toen nog boven het epitaaf. Anno 2013 zijn het schilderijj en deze beide wapens verdwenen…
 
Philippe le Roy verwierf een zeer gedegen kennis van de klassieke oudheid. De Bijbel en de Latijnse kerkvaders pasten in zijn leefwereld.
In het midden van dit prachtig funerair gedenkteken (vooraan links in het hoogkoor, bemerken wij naast een korte biografie, in het Frans, ook drie Latijnse teksten  en een merkwaardig Grieks vers.
 
Deze biografie luidt als volgt :
 “Hier rust de heer Philippe le Roy, ridder en bron van het Heilige=Rijk, heer van Broechem, Oelegem en van Sint-Lambertskapelle, adviseur van Zijne Majesteit en beheerder van diens domeinen en financiën. Hij diende 50 jaar, zowel in belangrijke militaire als politieke zaken der eerbiedwaardige aartshertogen Albert en Isabel en de hoogwaardige en machtige monarch Philips IV, door wie hij met volmacht naar de staten van de Verenigde Provinciën werd gezonden om in Den Haag de vrede te bespoedigen, dewelke in Munster bleef aanslepen. Na twee jaar voorzitterschap slaagde hij gelukkig in zijn opdracht in het jaar 1648. Toen hij zich vervolgens uit de staatszaken wenste terug te trekken, droeg hij zijn status over op zijn zoon en verliet het hof. Hij koos de omgeving uit om de rest van zijn dagen door te brengen. Hij stierf op 5 december 1679 en de leeftijd van 84 jaren.
En hier rust de zeer edelen en zeer deugdzame vrouw Marie De Raet zijn echtgenote en dame van de hierboven genoemde heerlijkheden. Zij stierf op 20 augustus 1662 in de leeftijd van 48 jaren.
Moge God vrede schenken aan hun zielen”.
Links onder de eerste wachter staat volgende Latijnse tekst :
 “Monumentorum opulenta construction vivorum sunt solatia (Aug. serm. 34) et adolescentibus eximium incitamentum ad virtutem (Polyb)”.
Vertaald :
“Het optrekken van rijkversierde monumenten is een troost voor de nabestaanden, en voor de jongeren een uitgelezen aansporing tot deugdzaamheid”.
Rechts onder de tweede wachter :
“Tam rara in amicitiis fides, tam parata oblivio mortuorum, ut ipsi nobis debeamus etiam conditoria extruere (Pli. L. 6. Ep. 10).
of
“Zo zelden kan men zijn vrienden vertrouwen, zo snel worden de doden vergeten dat we zelf onze eigen tombes moeten bouwen”.
 
Opvallend is dan ook de Griekse tekst, die onderaan in het midden van zijn epitaaf gebeiteld staat :
ΚΑΛΩΣΘΑΝΩΝ / ΙΙΑΛΙΝΦΥΕΙ
(kalos thaon palin phyei)
of
“Wie een goede dood is gestorven, leeft opnieuw”
Dankzij zijn klassieke opleiding koos hij voor deze tekst,die echter geen citaat is maar zoals bij de Latijnse opschriften een vers van eigen hand. Philippe le Roy toont niet alleen in deze teksten dat hij klassiek geschoold is, maar dat hij zichzelf ook ziet als een dichter in de christelijke traditie.
Hij die  een “goede dood” sterft, leeft zowel opnieuw in het hiernamaals, en is voor diegenen die achterblijven een eeuwige herinnering.
Onderaan, in het midden onder een liggende hond :
“Aedificavit supra sepulchrum aedificium altum visu lapide polyto et super columnas arma ad memoriam aeternam (Mach. L. 1 C13)”.
of
“Op de graven liet hij een hoog monument oprichten, zodat het in de wijde omtrek zichtbaar was, in gepolijste steen, en bovenop de zuilen liet hij wapens aanbrengen tot eeuwig aandenken”.
 
Aan de overzijde van dit prachtig epitaaf bevindt zich een klein grafmonument in een gelijkaardige stijl. In het midden ervan ligt een slapend kindje. Het is de beeltenis van een zoontje van Jacques le Roy, Peter Pascal (054). Hij overleed op 3 november 1667 op zevenjarige leeftijd en werd met zijn moeder Dymphna de Deckere (+14 februari 1668, 34 jar oud) in het graf van zijn grootvader bijgezet.
 
Een bezoek aan de Broechemse parochiekerk is meer dan de moeite waard.
 
Stefan Crick, voorzitter Jacques baron le Roy Genootschap vzw.
 
Bronnen & Bibliografie
Jacques le Roy, Notitia Marchionatus Sacri Romani Imperii Hoc Est Vrbis Et Agri Antverpiensis… François Lamming, Amsterdam, 1678.
Jean.-Théodore . de Raadt, Jacques le Roy baron de Broechem et du Saint-Empire, historien brabançon et sa famille, Nimègue D.C.A. Thieme, 1891.
C. Pama, Heraldiek en genealogie, een encyclopedisch vademecum, Uitg. Het Spectrum nv., Utrecht/Antwerpen, 1969.
Jos Goolenaerts, Perikelen rond het wapen en de afkomst van de familie Le Roy, De Krijter, HK De Kaeck, Wommelgem, 1984.
Bart Janssens, in Broechemse Sprokkelingen, grafschrift in de kerk,  HK Brucheem, april 2009.
Archief : Jacques baron le Roy Genootschap vzw.

Graftrommels, labyrinttuin en wensboom


Een meer geschikt tijdstip kon er niet zijn dan tijdens de Week van de Begraafplaatsen om de gerestaureerde graftrommels van de Westerbegraafplaats voor te stellen. Rudy D’Hooghe, beheerder van de Gentse begraafplaatsen verwelkomde de nieuwe schepen voor begraafplaatsen van Gent Sofie Bracke. Ook de man die de restauraties uitvoerde, Evert-Jan Halkus, had samen met zijn partner de verplaatsing vanuit Nederland gemaakt. Rudy wist te vertellen dat er slechts acht 19de eeuwse graftrommels in Gent te vinden waren en dat ze blijvend in het poorthuis van de Westerbegraafplaats tentoongesteld blijven. Hij dankte Evert-Jan omdat die het werk gratis uitvoerde en wist er luchtig bij te zeggen “en dat voor een Nederlander”. Sofie Bracke (062) dankte op haar beurt Rudy D’Hooghe en zijn ploeg voor hun inzet en had woorden van lof voor onze vzw Grafzerkje. 
Info over Graftrommels en grafkransen in Nederland is te vinden in onze vorige Nieuwsbrief.
Daarvoor had het gezelschap al een bezoek gebracht aan de labyrinttuin. Daar wist Rudy D’Hooghe te vertellen dat hier leven en dood elkaar tegenkomen. Het leven wordt meer betrokken bij de dood en omgekeerd. De dood moet geen taboe meer zijn. De asurnen kunnen per twee aangekocht worden voor een bedrag van € 1250 voor 20 jaar. De asurnen volgen de vorm van een doolhof. De locatie was gekozen vlakbij een 18de eeuws monument met een waterpartij, dat van een gesloten begraafplaats kwam.
 
In het midden van een labyrint stond een wensboom. De studenten van Sint Lucas werkten het idee uit: een prunus, een pruimenboom, waar iedereen een wens kan doen. Er liggen papieren en een potlood klaar zodat iedereen zijn wens kan noteren en ophangen in de boom. Na verloop van tijd vergaan de wensen wel. Rudy vertelde het gezelschap dat een van de eerste boodschappen aan de wensboom luidde “Ik hoop dat ik hier mag blijven werken”. Hopelijk komt die werknemer zijn wens uit.    
Schepen Sofie Bracke dankte de mensen van Sint Lucas en had terechte woorden van bewondering voor Rudy D’Hooghe en zijn medewerkers.
Jacques Buermans.

De graven van Koolskamp


Familiekunde Vlaanderen – Tielt bracht een werk uit over de begraafplaats van Koolskamp. Naast een naamlijst bevat het boek ook een aanzienlijk aantal foto’s. het werk van ons lid Paul Callens is een waardevolle momentopname.
 
De begraafplaats is ongeveer trapeziumvormig. De oudste graven liggen langs de hoofdassen in kruisvorm. De Koolkampse begraafplaats heeft drie kapellen in goede staat. De eerste kapel is van de notarisfamilie David – Verschuere. De tweede kapel is van de familie Poignie en de derde van de families Vancanneyt en Lioen – Vancanneyt. 
 
Te verkrijgen door storting op BE51 8002 2704 6362 AXABBE22 van F. V. – Regio Tielt van € 8 + € 2,50 verzendingskosten binnenland of zonder kosten af te halen op het secretariaat Schuiferskapelsesteenweg 29 te 8700 Tielt; (L. Ailliet, telefoon 051/40 11 36, [email protected] Verdere informatie uitgaven Familiekunde Vlaanderen: http///home.scarlet.be/vvftielt/Nederlands/uitgaven.htm  
 
Jacques Buermans.

Mijn Russische gastjes worden eindelijk erkend Gentse sprokkels


Er is veel water door de Wolga gevloeid en het gehakketak heeft bijna een eeuw aangesleept  maar mijn Wit-Russische krijgsgevangenen uit de eerste wereldoorlog hebben de waardering gekregen die ze verdienen.
Na jarenlang beweerd te hebben dat ze “niet van hen” waren, blijken ze opeens wel “van hen” te zijn geweest.
Op zondag 4 mei om 11u plaatste een Russische delegatie onder leiding van de consul bloemen tussen de graven.   
An Hernalsteen

Poëzie rond Conscience meevaller, maar de weergoden werkten niet mee


Ons lid Christiaan Ketele, tevens voorzitter van de wijkvereniging Klein Antwerpen, had het idee opgevat om een picknick te organiseren rond het graf van Hendrik Conscience. Dit graf werd door de stad Antwerpen in peterschap gegeven aan voornoemde wijkvereniging, gevestigd in de Consciencestraat te Antwerpen.  Denkelijk verzuimde Christiaan het om eieren naar de arme Klaren te brengen om hen te smeken om goed weer want de picknick viel letterlijk in het water. 
In zijn openingsspeech vertelde Christiaan dat het idee om poëzie te organiseren er kwam omdat de wijkvereniging wilde afstappen van het idee om iets te doen op de geboorte- of overlijdensdag van de grote schrijver maar dat men opteerde om iets te doen op de langste dag, namelijk 22 juni. Dat de weergoden ons in de steek lieten kon de pret toch niet bederven temeer omdat Christiaan enkele dichters had uitgenodigd om dit gebeuren op te fleuren. Als eerste trad Vitalski aan. Het weer klaarde niet op maar de gezichten van de weinige aanwezigen wel want deze performer had van bij het begin zijn gehoor in zijn greep. Hij stelde dat hij juist geteld 15 minuten ging spreken en dat hij ging voorlezen uit “De leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience. Hij deelde briefjes uit met daarop een verzoek: “Wanneer jullie vinden dat het verhaal te langdradig wordt mogen jullie mij altijd onderbreken en een vraag stellen”. Na enkele minuten volgde al een eerste vraag uit het publiek namelijk “Op welk soort vrouwen val jij?”. Vitalski schakelde naadloos over van het epos van Conscience en gaf zijn visie over de vrouwen die zijn voorkeur wegdragen. Misschien wel gelukkig maar geen van de aanwezige dames stond op het verlanglijstje van Vital. De spreker ging voort met het werk van Conscience tot er weer een vraag volgde “wordt u gesponsord?”. Een reclamespot om u tegen te zeggen volgde. Op het eind van zijn 15 minuten overviel Vitalski iedereen nog met een gedicht “miss Piggy vind ik lief”, een drie minuten durend meesterwerk met enkel “i-klanken”. Fenomenaal!
Daarop volgde Jan Lampo. Hij probeerde Conscience te plaatsen en ging dieper in op een felle discussie die hij had met Geert Vanistendael toen die in het Letterenhuis, de thuishaven van Jan Lampo nota bene, kwam vertellen dat hij walgde van de schrijverij van Hendrik Conscience. Jan stelde dat hij Conscience interessant vind en dat hij hem boeit mij als historische persoonlijkheid, als mens en als schrijver uit de 19de eeuw. Hij counterde Vanistendael toen die, na het voorlezen van een paar fragmenten uit het werk van Conscience, wilde aantonen hoe krakkemikkig diens stijl is. Jan Lampo stelde dat, met het voorlezen van die teksten, hij het omgekeerde bewezen had: de zinnen van Conscience kunnen uitgesproken worden, wat niet van elke van zijn tijdgenoten gezegd kan worden. Vitalski, de man kan ook ernstig zijn, vroeg aan Jan Lampo om Conscience te situeren met de ons omliggende landen. Jan ging daarop in met het citeren van voorbeelden voor Conscience, Walter Scott en Charles Dickens in Groot-Brittannië en enkele minder bekende Franse schrijvers. De spreker stelde ook dat Conscience geconfronteerd werd met de Franse taal, die van zijn vader, en het Antwerps, de taal van zijn moeder. Hij probeerde het wel eerst in die Franse taal maar kon zich beter uiten in het Nederlands. Jan Lampo hield zijn betoog zonder één enkel papier te raadplegen maar wel door zijn gehoor te boeien. Ik denk dat de ontmoeting “Lampo – Vanistendael” de moeite waard moet geweest zijn en ik denk dat Lampo hier een klinkende thuisoverwinning op zijn palmares mocht schrijven. De hele discussie kan geraadpleegd worden op de blog van Jan Lampo.

Nog steeds in de regen was het dan de beurt aan de dames van de academie van Hoboken en mezelf om een, ingekorte, rondleiding te doen waarbij een aantal gedichten gebracht werden. Een eerste gedicht kwam er bij het, hoe langer hoe verwaarloosder, graf van Herman De Coninck. Aan de overzijde een kort gedicht bij Marcel van Maele. Bij het originele graf voor Jean-Marie Berckmans kon Vitalski nog wat duiding geven. Hij was namelijk actief in circus Bulderdrang met Jean-Marie. Via de laatste rustplaats van Hubert Lampo toog het groepje naar het ereperk van de begraafplaats waar we verwelkomt werden met “Dag mensen, dat 't wel ga...” op de grafsteen van Gerard Walschap schrijver van onder meer “Adelaïde”, “De familie Roothooft”, “Een mens van goede wil”, “Zuster Virgilia” en “Houttekiet”. Vlakbij ligt Marnix Gijsen, dichter en schrijver van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte”. Dokter Jan Albert Goris, zoals zijn echte naam was,  vertoefde, tussen 1941 en 1964, in New York als Belgisch commissaris voor informatie, gevolmachtigd minister en verzorgde de rubriek “De stem van Amerika” voor de radio. Bij Paul van Ostaijen werd stilgestaan bij het prachtige beeldhouwwerk “de engel die waakt en treurt” van de hand van Oscar Jespers. Christine Ruttens droeg hier een gedicht voor van deze grote dichter. Aan de overzijde Willem Elsschot, pseudoniem van Alfons De Ridder en schrijver van “Villa des Roses”, “Lijmen”, “Kaas” en “Het Been”. Hier droegen Sandra en Christine “alarm in Gent” voor een ontmoeting van twee chi-chi-madammen in Gent. Eindigen deden we bij het graf van Gaston Burssens. De weinige aanwezigen konden het geheel toch smaken.

Het tweede gedeelte begon met Gerda Lindekens. Tja, wat moet daar over gezegd worden. De dame bleek heel zelfverzekerd en vergaste de aanwezigen met “Het geschenk” van Virginie Loveling, Gent liet dus Antwerpen niet los. Nadat grootvader het schuifken opengetrokken had en het knaapje het zo begeerde uurwerk gekregen had, jongens jongens wat een afknapper volgde nog een tweede optreden van Vitalski die het slot van “De leeuw van Vlaanderen” debiteerde. Het niveau steeg ineens met ettelijke percenten en de temperatuur volgde, zij het niet van harte.

Spijtig dat al de moeite die Christiaan en zijn mensen zich getroost hadden om hier een een leuk evenement van te maken door de weergoden gedwarsboomd werd. Of was het de vloek van Geert Vanistendael? Aan Christiaan, zijn echtgenote Vera en hun enthousiasme zal het zeker niet gelegen hebben; aan de inbreng van Jan Lampo, Vitalski en de dames van de academie van Hoboken ook al niet.

Jacques Buermans.

Valkenswaard klein en verzorgd


Op regelmatige basis trekken enkele Grafzerkjes (Lin, Marie Claire, Edgard en mezelf) er op uit om het nuttige aan het aangename te paren. Het aangename is dat het culinaire een aanzienlijk deel van de uitstap uitmaakt, het nuttige is in veel gevallen een bezoek aan een begraafplaats zodat die in sommige gevallen in aanmerking kan komen voor een activiteit van vzw Grafzerkje. Nu was Valkenswaard aan de beurt. De begraafplaats komt zeker niet in aanmerking voor een trip want daarvoor is de dodenakker veel te klein.
 Maar ze is verzorgd en men heeft toch enkele mooie dingen bewaard. Aan de ingang een informatiebord waarop de bezienswaardigheden vermeldt staan. Een aantal gietijzeren kruisen vielen op. De enige grafkapel die de begraafplaats rijk is blijkt een beschermd monument te zijn. We zien ook een immens grote calvarie. Er zijn nog resten van het oude kerkhof te bezichtigen; daar vinden we enkele oude grafzerken, volledig bedekt met korstmossen. Ook een mijnwerker die omkwam in het Belgische Waterschei ligt onder een treffend monument.
Jacques Buermans

Piet Janssens herinhuldiging grafmonument


Di 25 juni 2013

Een dertig tal mensen zakten af naar het Kasteel van Schoonselhof om getuige te zijn van de herinhuldiging van het graf van Piet Janssens. De hoofdgasten, naast schepen Heylen, waren de kleinzoon en kleindochter van Piet Janssens, Piet (ja, ook Piet) en Florence Janssens. Enkele leden van vzw Grafzerkje, de werknemers van Levanto en natuurlijk ook de mensen van de begraafplaats zelf waren ook present. 
In stoet vertrokken we van aan het Kasteel naar het graf. Daar nam Gilles Van der Stuyft (klantverantwoordelijke begraafplaatsen Antwerpen) het inleidend woord. Een eerste toespraak werd gegeven door Toon Brouwers. Naast doctor in de rechten en licentiaat drama en theater, volgde hij ook een acteursopleiding aan het Koninklijk Conservatorium te Antwerpen. Hij vertelde over het leven van Piet Janssens die als zoon van een kleine zelfstandige zelf de weg op ging van 12 stielen en 13 ongelukken tot hij in het amateurtoneel verzeilde en daar wonderbaarlijk zijn weg maakte om als groot acteur te eindigen. Naast acteur was Piet ook directeur van de Hippodroom, die afbrandde op 31 maart 1913. Alles ging verloren en een diepe financiële put restte voor de familie. Hij ging terug aan de slag in het ‘volksgebouw’ – waar nu de C&A op de Meir gevestigd is, maar werd in 1924 terug directeur van het Hippodroom-paleis. In de nacht van 17 op 18 oktober 1924 werd hij na een generale repetitie getroffen door een hartaderbreuk en stierf diezelfde dag. Toen hij ten grave werd gedragen, kwam een menigte van duizenden bewonderaars op straat. Zijn grafmonument werd gefinancierd met fondsen van zijn publiek en ontworpen door Karel Schuermans. Toon Brouwers ging ervan uit dat Piet Janssens zich op dit eigenste moment omdraaide in zijn graf om de initiatiefnemers voor de restauratie van het grafmonument te danken. “Antwerpen eert daarmee één van zijn meest volkse, populaire en getalenteerde Meesters van de Planken”, aldus Toon Brouwers die hier zijn betoog afsloot.
Vervolgens nam onze voorzitter Jacques Buermans het woord. Hij vertelde over het masker op het graf dat vier jaar nadat het gestolen was, teruggevonden werd door één van de werkmannen die de schrik van zijn leven opdeed toen hij het opviste uit één van de vijvers van Schoonselhof. Oorspronkelijk zou vzw Grafzerkje het monument herstellen, maar dankzij de heer Hendrik De Bouvre zijn de mensen van Levanto ermee aan de slag gegaan en het resultaat mag gezien worden. Jacques dankte hen dan ook expliciet. Hij vervolgde zijn toespraak met een verduidelijking over het doel en de werking van onze vzw, peterschappen en bruikleen. Hij eindigde zijn betoog met een verwijzing naar de bruikleen van Carlos Van Hecke die naast Piet Janssens in de prachtig gerestaureerde grafkapel van de familie Nicolopulo ligt. Jacques was er zeker van dat het er hier dikwijls plezant aan toe gaat tussen die twee.
Onze voorzitter heeft zijn roeping als acteur gemist, want hij schakelde naadloos over op een prachtige imitatie van de afwezige Robbe De Hert. Robbe was aangekondigd, maar door een fout in de agenda zat hij nog in zuid Frankrijk. Hij had toch een toespraak opgesteld en aan Jacques gevraagd om die in het Antwerps te brengen. Omdat, volgens onze voorzitter, zijn Antwerps niet goed genoeg is, bracht hij de toespraak in het AN, of wat daar voor kan doorgaan. Robbe deed zijn beklag over het feit dat wij ons hier in Vlaanderen veel te weinig inlaten met ons eigen cultureel verleden en dit in tegenstelling tot Frankrijk of Engeland. Wij stoppen ons verleden liefst zo ver mogelijk weg. Daarom wou Robbe graag zijn steentje bijdragen bij het onder de aandacht brengen van de prestaties van Piet Janssens. Niet tegenstaande een dubbele vergissing. Ten eerste het feit dat Robbe zelf nog in Frankrijk zit en ten tweede dacht hij oorspronkelijk dat het over Charel Janssens, de zoon van de hier begraven Piet ging. Met Charel is Robbe opgegroeid. Door Charel Janssens is er voor Robbe een nieuwe wereld open gegaan, nl deze van de film. Robbe is de laatste 10 jaar ook betrokken bij de werking van het Filmhuis in de Klappeistraat, waar Charel Janssens 41 jaar gewoond heeft en waardoor het hoogtijd wordt dat de naam van die straat omgevormd wordt tot de Charel Janssensstraat. Robbe kent Piet Janssens van op een foto, samen met zijn zoontje, Charel Janssens, die om het ingewikkeld te maken, ook een zoon heeft die Piet Janssens heet en in Oostende woont.
Om te eindigen nam schepen Heylen het woord. Deze begon zijn uiteenzetting met te vertellen dat ‘de graad van beschaving van een samenleving kan afgemeten worden aan het respect dat ze opbrengt voor haar overledenen. De graad van maturiteit van een cultuurbeleid kan afgemeten worden aan het respect dat het opbrengt voor zijn traditie en verleden’, aldus Heylen. Hij bracht ook het verhaal over het aanvankelijke plan dat vzw Grafzerkje de restauratie zou doen, maar dat Levanto dat uiteindelijk prachtig afgewerkt heeft. Hij stelde dat door de spijtige diefstal in 2009 van het dodenmasker, de aandacht gevestigd werd en daardoor de restauratie van het grafmonument tot een goed einde is gekomen. Hij beloofde dat hij zeker met vzw Grafzerkje zou blijven samenwerken en dat hij het erg op prijs stelde wat wij doen in onze niet aflatende promotie van peterschappen en bruiklenen.
En dan was het tijd voor de eigenlijke inhuldiging. Daarvoor werden Piet Janssens (kleinzoon) en schepen Heylen bij het monument gevraagd om het echt te onthullen. Nadien kwamen Piet en Florence even poseren bij het monument.
Zoals te merken is, mogen wij de mensen van Levanto prijzen voor hun werk aan het monument en wij, als vzw Grafzerkje gaan het met alle zorg verder onderhouden en zorgen voor fraaie bloemen.
Dus, bij een eerst volgend bezoek aan Schoonselhof, passeer eens op perk H en kom het monument ook es bewonderen. 
Leen Otte 

Week van de begraafplaatsen impressies


Schoonselhof komt naar u toe!:

De heemkundige kring van Wilrijk, Wilrica, had voor 24 mei een beroep gedaan Jacques Buermans om de spreekbeurt ‘Schoonselhof komt naar u toe!’ te komen voorstellen.
Aangezien er enkele weken voor die dag in Kasteel Steytelinck, een brand geweest was, moest er uitgekeken worden naar een nieuwe locatie. Dit werd het auditorium van het gemeenschapscentrum van Wilrijk. Er waren niet overdreven veel inschrijvingen, maar door aangepaste affiches te gaan plakken, wilden we elke belangstellende naar de juiste locatie loodsen.
De onzekerheid over het goed functioneren van de technische kant van de zaak, zorgde ervoor dat we ruim op tijd aanwezig waren. Gewapend met een eigen laptop, een reservestick en een pointer met reservebatterijen kwamen we in een uitermate goed uitgeruste zaal aan. Tot onze grote opluchting stond er een laptop en een beamer en een pointer. Er waren zelfs reservebatterijen aanwezig. Met een beetje ruggensteun van de organisatie werkte alles zo goed als direct en volledig naar wens, zodat we onze technische ploeg terug naar huis konden sturen. Er was zelfs een microfoon die best gebruikt zou worden. Op dit vlak kon de avond dus niet meer stuk.
Het was nu wachten op een publiek. En toegegeven, dit deden we met een klein hartje. Uiteindelijk boden zich 23 toeschouwers aan – er was plaats voor 140 man – maar diegenen die er waren, bleken echt geïnteresseerd.
Met een kwartier vertraging begon Jacques aan zijn voordracht. Het werd een worstelwedstrijd tussen Jacques, de microfoon en de pointer, maar er werden veel foto’s getoond; er werd nog veel meer uitleg gegeven en er werd redelijk wat aangepaste muziek gehoord. Even was er een moment van paniek, toen de pointer het plots niet meer deed. De reservebatterijen werden geïnstalleerd en Jacques kon weer verder vertellen. Onderbroken door een pauze met een drankje, bracht Jacques dik twee uur later de avond tot een goed einde en kon iedereen ‘moe maar tevreden’ naar huis.
 
Leen Otte.

Schoonselhof:

Twaalf geïnteresseerden, waaronder iemand die de verre verplaatsing van Brugge maakte, werden verwelkomt door gids Jacques Buermans. Naast een aantal funeraire symbolen stonden we ook stil bij de grote grafmonumenten voor componist Peter Benoit, schrijver Hendrik Conscience en burgemeester Leopold De Wael. Maar er was nog veel meer moois te bewonderen op deze prachtige dodenakker. Onze gids illustreerde zijn betoog met talrijke anekdotes. De tijd vloog voorbij en zelfs de weersgoden waren ons gunstig gezind.
 
Jack Marcova.

Sint Niklaas:

CC Boontje had Marcella Piessens gevraagd als gids voor een rondleiding met het thema "kunst en kunstenaars op de begraafplaats" Wij hadden 37 deelnemers voor deze wandeling. Een zeer mooie en boeiende wandeling langs de graven van bekende kunstenaars en met vooral oog voor al wat kunst is, architectuur, groen beheer, symbolen...
Nadien hadden wij een rouwmaaltijd georganiseerd zoals die vroeger in onze stad werden gelegd, met koffie, mastellen en een boterkoek. Deze fictieve bijeenkomst werd zeer prettig ervaren door de deelnemers. Hiermee werd ook een stukje erfgoed in de kijker gesteld. Het was ook een opsteker om de moderne kunst, die dezelfde avond werd voorgesteld reeds aan de deelnemers te kunnen tonen.

Lucien Bats, voorzitter CC Boontje.

De Panne:

Na de twee eerdere succesvolle deelnames van onze gemeente aan de Week van de Begraafplaatsen, werd beslist om op de ingeslagen weg verder te gaan. Omwille van het grote succes werd de gegidste rondleiding van de 2 vorige jaren op 25 mei 2013 nog eens herhaald. Er werd opnieuw stilgestaan bij de graven van bekende Pannenaars: architecten, kunstenaars, prominenten, politici, volksfiguren en slachtoffers uit beide wereldoorlogen. Daarnaast was er ook aandacht voor de funeraire symboliek en architectuur. Ondanks de relatief jonge leeftijd van de begraafplaats en niettegenstaande de koude wind vonden heel wat mensen de weg naar de begraafplaats. Ook dit jaar werd de wandeling afgesloten met een glaasje jenever, verwijzend naar de traditie van een hartversterkertje na een ontgraving. Op naar de volgende editie!
 
Karine Veranneman.

Westerbegraafplaats Gent:

Zo’n 28 geïnteresseerden maakten hun opwachting om een rondleiding te krijgen van An Hernalsteen, de moeder van alle begraafplaatsgidsen, op de moeder van alle Gentse dodenakkers: Westerbegraafplaats. Onder hen een aantal “fans”, waartoe ik mij ook reken. Naast het feit dat ik in bewondering sta voor haar kennis en gedrevenheid geniet ik met volle teugen van haar verhalen. Verwacht in deze impressie geen verslag (de rondleidingen op de Wester zijn al dikwijls beschreven in eerdere Nieuwsbrieven) maar enkele dingen die mij steeds opvallen bij An op haar Wester. Al bij de inleiding sta ik te popelen tot ze vertelt over haar goede vriend bisschop Bracq die de banvoek over de Westerbegraafplaats spuit vanop zijn kansel. Het schuim staat haar dan bijna op de lippen. Tijdens haar tocht geniet ik van haar pretoogjes wanneer ze vertelt dat het prachtige grafmonument voor Buzzeo – Krieger er kwam dankzij de verkoop van wafels; zij hadden een wafelfabriek. En dan verder wanneer een fabrikant van rubberen voorwerpen vlakbij het Glazen straatje ook zo’n joekel van een monument, vergeef mij de hier op zijn plaats zijnde uitdrukking, kreeg dankzij de verkoop van rubberen voorwerpen boven de toog aan de meisjes van plezier en onder de toog aan de chichimadammen van Gent. Ook wanneer ze bij het graf van Scribe vertelt dat het beeld geprezen werd voor zijn “naturel” waarbij ze dan zegt dat ze de houding uitprobeerde gezeten op een krukje waarbij ze na vijf minuten de kramp kreeg. Ik zie het zo voor mijn ogen. Halverwege lieten de weergoden het afweten en begon het te gieten. Op dat moment kon een ik unieke foto schieten van “onze” Grafzerkjes. Onze gids An Hernalsteen, tevens ondervoorzitster van vzw Grafzerkje kreeg onmiddellijk de nodige steun van de overige aanwezige Grafzerkjes. Achter An: links Leen Otte, duivel-doet-al van vzw Grafzerkje, midden: Rudy D’Hooghe, beheerder van de Gentse begraafplaatsen en lid van onze vzw en rechts: Jacqueline Timmerman, lid en ‘oploster’ van Brusselse en andere mysteries”. En wanneer er dan een mijnheer in het gezelschap durft te vragen hoe lang de rondleiding gaat duren moet die sukkelaar het ettelijke keren ontgelden met haar quote “ik moet voortmaken want om half een staan mijnheer zijn patatjes op”. An Hernalsteen op begraafplaatsen is echt genieten.
 
Jacques Buermans    

Campo Santo Gent:

 De namiddagrondleiding vond plaats in de gietende regen. Maar toch gaven 23 geïnteresseerden present. Hier moest ik toch vaststellen dat An Hernalstoen oud aan het worden is. Niet fysiek want ik bewonder nog steeds haar atletisch lichaam (oei, ga ik nu geen problemen krijgen met haren Dirk?). Wat dan wel: ik werd getroffen door de mildheid waarmee ze over Campo Santo vertelt. Het was ooit anders. Ik zie het zo voor mij. Ze rijdt met haar fiets van haar woonplaats (Melle) naar Sint Amandsberg en onderweg wordt de roep steeds erger “Ik moet naar Campo Santo en ik gids daar niet graag” over “dat rotkerkhof met zijn beroemde beentjes. De mijne (niet An’s benen maar die van haar mensen op de Wester) zijn veel beroemder” tot “en dan hoeft het nog in de gietende regen”. Ze trapt steeds zwaarder en aangekomen was het van “ik ben hier niet graag”. Wel, nu is dit niet meer zo. Ze wordt wel nog eens boos op het Campo Santocomité dat weinig activiteit aan de dag legt. Boven aan de kapel geniet ze wanneer ze kan vertellen over het theekransje van familieleden die allemaal in mekaars omgeving liggen. Bij het graf van Frans Willems terug die pretoogjes wanneer ze de schuld van het, onterechte, feit het Campo Santo zo genoemd wordt kan schuiven op een Antwerpenaar: Hendrik Conscience. Met hem moet ook heel de aanwezige Antwerpse kolonie het ontgelden. Bij Prudens Van Duysse kon ze het weer niet laten om de massa “het loze vissertje” te laten zingen. En dan verschiet iedereen er van dan het nadien nog erger gaat gieten. Eigen schuld, dikke bult. Maar na dik anderhalf uur is het gezelschap nog steeds compleet, maar doornat. Slogan “in weer en wind met Hernalsteen op pad; het kan ons niet deren dat nat!”.
 
Jacques Buermans.

Studiedag: beheer van begraafplaatsen en kerkhoven te Laken – organisatie van Epitaaf:

De studiedag werd ingeleid door Linda Van Santvoort, voorzitter van Epitaaf. Men had een inschrijvingsstop moeten doen, maar men was zeer tevreden over de diversiteit van de belangstellenden. Met 40 waren we; het waren enkel de officiële mensen van de ‘Stad Antwerpen’ die te laat waren. Linda legde uit hoe de week van de begraafplaats tot stand gekomen is en hoe de dag er verder zou uitzien. Iedereen zou zijn eigen taal spreken en we moesten ons aan een strak tijdschema houden; iets wat zeer nauwlettend in het oog gehouden werd.
Ze gaf ook nog een kort woordje over het ontstaan van Epitaaf. De vzw is opgericht vanuit een verontwaardiging over de willekeurige vernietiging van talrijke grafmonumenten na het afschaffen van de eeuwigdurende concessie. De reden ‘plaatsgebrek’ is vandaag volledig achterhaald omdat door de talrijke crematies de druk op de begraafplaatsen zeer sterk is afgenomen. Door (willekeurig) te ruimen verstoort men het beeld en door te inventariseren, beschermen, behouden en restaureren, maakt men zich sterk tegenover het beleid.
We gingen van start met een uiteenzetting van het beleid van de drie regionen. Vooraf was hen gevraagd om het te hebben over drie zaken, nl een stand van zaken van het beleid op het gebied van inventaris, beschikbaarheid, conservatie en restauratie; de verhouding tussen hun gewest en de lokale besturen en als laatste hoe ze de toekomst zagen (onderhoud, diefstal enz…). Eerst kwam het Brussels Hoofdstedelijk gewest aan beurt met Maria Van Halen; zij werd gevolgd door Joeri Mertens van het Vlaamse Gewest en afsluiten deden we met de bevlogen uiteenzetting van Xavier Deflorennes. Na de vraagstelling begaf het gezelschap zich naar het café Royal, waar de broodjesmaaltijd klaarstond.
Na de middag ging Bénédicte Verschaeren van start met een uiteenzetting over haar inventarisatie en het belang van een uniforme manier van registreren en inventariseren. Zij werd gevolgd door Anne-Mie Havermans die een staal toonde van haar werkzaamheden. Anne-Mie zette al direct enkele pratende mensen op hun plaats: als ze wilden overleggen, deden ze dat best elders. Iedereen dus weer geboeid aan het luisteren.
Tom Verhofstadt eindigde het theoretisch gedeelte met een evaluatie over de werkzaamheden in de ondergrondse grafgalerijen.
Hierna was het hoog tijd om de benen even te strekken. De groep werd gesplitst: één deel ging mee met Tom naar de werkzaamheden en een bezoek aan de ondergrondse galerijen. Deel twee werd op sleeptouw genomen door Lode Declercq. Ik ging eerst mee met Tom en wisselde die een half uur later in voor Lode Declercq. En ik moet zeggen dat voor mij het interessantste pas op het allerlaatste kwam en dat het veel en veel te kort was. Lode Declercq vertelt misschien niet op een bevlogen manier, maar zijn rondleiding was toch uitermate interessant.
Tegen dat we een drie kwartier later terug aan de uitgang kwamen, moest de portier het hek terug open maken voor ons. Er werd nog een glas aangeboden om de dag af te sluiten.
 
Leen Otte

Sint-Kathelijne-Waver:

We waren in Sint-Katelijne-Waver - funeraire wandeling op de begraafplaats van het centrum – met 21 deelnemers.
 
Eddy Van Leuven

Wuustwezel:

Wij hadden 41 betalende bezoekers, kinderen waren gratis.  Omdat dit een openbaar park is zijn er wel heel wat wandelaars gewoon binnengewandeld.  Onze gidsen, verkleed als non en pater, stonden verspreid over het domein. Alle deelnemers waren heel tevreden!
 
Roosmarie Adriaensen

Menen:

Onze bus uitstap op zondag 2 juni  naar een aantal Militaire begraafplaatsen in onze omgeving was een groot succes. De bus zat vol (een 34-tal personen) hebben deelgenomen. Er was zelfs iemand volledig uit Amsterdam gekomen om deze tocht mee te maken. Verder ook wat belangstelling van mensen uit Waregem, Avelgem, en de rest uit Menen en directe omgeving.
We bezochten de Duitse militaire begraafplaatsen van Bousbecque en Halluin (Frankrijk). Op beide ook aandacht voor de Franse militaire begraafplaatsen en in Halluin ook een bezoek aan de Britse begraafplaats. Vandaar terug naar België om een bezoek te brengen aan Kezelberg Cemetry en Moorsele Cemetry. Het bezoek werd afgesloten op de Duitse militaire begraafplaats Menenwald. Een geslaagd bezoek en iedereen heel tevreden. Voor velen was het bezoek aan Halluin en Bousbecque een ontdekking. Weinig kenden het bestaan er van. Door het feit dat we nog een aantal mensen op onze wachtlijst hadden staan werd er beslist om deze tocht nog eens te herhalen. We organiseren de uitstap voor de tweede maal op zondag 17 november. 2014-2018 wenkt hier in de streek.

Yves Dupont & Guy Desloovere.

Koksijde:

We verzorgden twee gidsbeurten op Coxyde Military Cemetery onder de titel “een Britse oase van rust in de duinen”. De deelnemers reageerden heel positief.  Historicus Luc Vanacker die voor de eerste maal gidste voor de afdeling Cultuur en Jeugd, kon zijn publiek heel erg boeien met een combinatie van historiek, anekdotes over de piloten en hun bezoekende families en verbanden naar de huidige tijd. 

 Er waren drie rondleidingen op het Sint-Pieterskerkhof van Koksijde onder de titel “herinnering aan een rijk verleden” met aansluitend bezoek aan de Sint-Pieterskerk. Arnold Torsy is een ervaren gids die reeds jaren gidsbeurten leidt voor verschillende diensten van de gemeente Koksijde.  Ook met deze rondleiding op kerkhof en in de kerk was hij niet aan zijn proefstuk toe.

Gezien de vieringen van 2014-2018 lijkt het ons een goed initiatief om dit oorlogserfgoed verder te ontsluiten en zeker ook Engelstalige en Franstalige gidsen hiervoor te voorzien.

An Dieleman.

Voor alle informatie slechts één adres