Nieuwsbrief Nr. 72 - november 2012

Eeklo: ook belangstelling van niet-leden 23 deelnemers, een succes.


De rondleiding op de begraafplaats van Eeklo op 22 september 2012 kon op heel wat belangstelling rekenen. Onze vaste kern Grafzerkjes gaf zoals altijd present, een intensieve mediacampagne lokte naast een paar Eeklonaren ook een flinke delegatie van het instituut Sint-Lutgardis uit Zomergem. We telden 23 deelnemers.
Erik Overmeire, die vertelde dat hij geen professionele gids was, heeft zich uitstekend van zijn taak gekweten.
De begraafplaats is in gebruik sinds 1810. Het oudste gedeelte van de site wordt in twee gedeeld door een weg die van de straatzijde naar de grafkapel van ridder Stroo en het vroegere dodenhuisje loopt. Rechts zijn de graven (19de en vroeg 20ste eeuw) aangelegd volgens een formeel patroon op rechthoekige perken, aan de linkerzijde is de aanleg eerder schilderachtig. 
De muur van het kerkhof uit 1902 en 1925-26 is voorzien van een ijzeren hek van bouwkundige Serafien Smitz en uitgevoerd door aannemer Philibert Reychler. Bij het toegangshek, aan het begin van de hoofdlaan, werd in 1863 een monument in de vorm van een obelisk opgericht voor de “verdienstelijke Eekloonaren” uit de kunstwereld.
Ridder Stroo was burgemeester van Eeklo (1830-31 en 1836-46). Hij was een geïnspireerd mecenas en een strenge katholiek. Hij gaf vorm aan de Eeklose neogotiek en liet de Paterskerk en de kapel van de H. Hartkliniek bouwen. De grafkapel was bestemd voor hem zelf en voor de zusters van de H. Vincentius a Paulo. In opdracht van de zusters Kindsheid Jesu werd de kapel in 1991 gerestaureerd.
Edgard Van de Woestijne werd in 1916 gefusilleerd door de Duitsers en zou naar men zegt levend begraven zijn.
Het ereperk aan de straatzijde bevat onder meer het oorlogsmonument voor de gesneuvelden van de wereldoorlogen, met een stenen kruisbeeld met bronzen Christus van beeldhouwer Albert D’Havé en een door Pieter Van Deputte gesmede lauwerkrans met laurier, eikentak en papaver, rond een echte helm.
Eeklo is een stad van meubelmakers, brouwers en textielfabrikanten. Dat merk je aan de grafmonumenten.
 Het grafteken van de familie Daneels-Ecrevisse van de wolnijverheid en de juteweverij “India Jute Company” is  een monumentale arduinen pijler.
 Arthur Locufier (1871-1915) was schilder en smid. Hij was secretaris van de “Kunstbond” in Eeklo.
 Het graf van de familie De Clercq-Cornand, gemeenteontvanger, heeft de vorm van een hunebed, de grafplaat is versierd met een smeedijzeren krans.
Georges Van Damme-M.J. Boel, uit de metaalnijverheid, familie van de Boelwerf in Temse, ligt in een grafmonument met twee in een bakstenen muur ingemetselde grafplaten.
Op de graftombe van de familie H. Duvieusart, uit de textielnijverheid, prijkt een treurende bronzen vrouwenfiguur, gesigneerd C. Sarrabezolles. Iets verder het arduinen graf in rotswerk, ondertekend Jan Van  Damme, van Rudolf Strnikso van brouwerij Krüger.
Op het oude deel van de begraafplaats treffen we ook nog vijf zwart geschilderde gietijzeren grafkruisen aan.
In het midden van de begraafplaats valt een plensbui uit de hemel.  Uw verslaggever probeert potlood en papier droog te houden en onder een boom te schuilen, maar moet tenslotte zijn paraplu gaan halen en mist een stukje van de rondleiding.
In de hoofdgang staat het neogotisch monument van de familie Van Damme in de vorm van een arduinen pinakel, geflankeerd door zuiltjes bekroond met pinakels, luchtbogen en een kruis, en voorzien van neogotische opschriften.
We vermelden nog Desiré Steyaert-Heene (1874-1929), van het gelijknamige ijzerconstructiebedrijf met een stele in art deco met de bronzen reliëfportretten van het echtpaar, gesigneerd G. Van de Meersche en het monumentaal arduinen grafteken van de familie Euerard-Van Hoorebeke voorzien van een groot kruis met arduinen Christus.
Een pronkstuk is de bronzen figuur van een mediterende vrouw, gesigneerd G. Minne op het graf van Lina Van Damme van 1923.
De familie Van Hoorebeke-Huyghe van stokerij Van Hoorebeke, toont een engel getekend “Achille Canessa/Genova (Italia)”,
Aan de rechterkant van de begraafplaats bekijken we het graf van oud-burgemeester Lionel Van Damme (1876-1945), met een witmarmeren apocalyptische engel, getekend: “F. Bringiotti/ Genova 1948/ Italia”, een kopie van een befaamd grafmonument op Staglieno in Genua, hier geplaatst in 1948.
Polydoor Lippens (1810-1889) vond de elektrische bel uit. Graficus Luc Verstraete (1928-2008) rust onder een fraai gesigneerde grafplaat. 
Het monument van A. Baudts-Segers, textielnijveraar,  met treurende staande vrouwenfiguur in brons.
A. Goethals-Camu van het textielbedrijf “société Anonyme d’Eecloo”, met een bronzen vrouwenfiguur knielend aan een granieten sarcofaag, gesigneerd door het atelier van Ernest Salu in Laken, Een funerair topstuk.
Op 31 mei 1903 werd het gedenkmonument ter ere van Bernard Steyaert (1847-1902), onderwijzer, directeur van de muziekschool en stichter van het Willemsfonds, onthuld. Het monument, een ontwerp van Firmin Smitz, bestaat uit een obelisk bekroond door een bronzen borstbeeld van de hand van Karel Smitz. Een lier en lauriertak in gesmeed ijzer zijn van kunstsmid Pieter Van Deputte.
Het moderne geometrische graf van de familie Maenhout-Casteleyn is het bekijken waard.
Het eigen graf van Pieter Van Deputte-Van Damme is versierd met een korf met palmtak, rozen en papavers.
De beelden op het graf van Odette Meert zijn levensecht, de man leeft trouwens nog. Het kunstwerk is van de hand van Livia Canestraro.
Op het einde van de wandeling voerden An en co nog een paar welles-nietes discussies over Norga en andere Georges Minne’s, ik liet ze hun gang gaan.
Een mooie begraafplaats en een heel interessante funeraire wandeling. Proficiat Erik!
Voor wie er niet genoeg kan van krijgen: aan de overkant van de begraafplaats is de neogotische H. Grafkapel ook een bezoek waard.
Martin Demedts
 
Foto’s: Kris Bastiaen

Meer dan geslaagde september-driedaagse Utrecht en Arnhem al een korte impressie over deze driedaagse.


Een korte impressie over onze driedaagse trip naar Utrecht en Arnhem. Vrijdag werd gestart in Utrecht met de begraafplaats Kovelswaarde. Letteke Landeweer, beheerder, en Janne Kok, van het Utrechts archief, waren de gidsen voor 12 Grafzerkjes. We kunnen spreken van een mooie opwarmer.
 
Zaterdagvoormiddag bezochten dezelfde 12 ‘zerkjes’ de begraafplaats van Soestbergen. Janne Kok gidste en Wim Vlaanderen gaf de nodige bijkomende informatie. Deze begraafplaats was van een grotere orde dan Kovelswaarde. De aanleg was van de bekende Zocher met een unieke rotonde.
 
Zondagvoormiddag stond Moscowa in Arnhem op het programma. De ontvangst daar door André Kruijmer, locatiemanager, was er een om duimen en vingers af te likken. Koffie met cake om te starten; dan kregen we een rondleiding door een meer dan bevlogen iemand die met vuur en visie over zijn begraafplaats sprak en stilstond bij een aantal oude graven maar zeker ook de nieuwere vormen van as-bestemming in de kijker plaatste. Na meer dan twee uur werden de 10 Grafzerkjes vergast op een broodjesmaaltijd waar nog wat bijgepraat werd. Na de maaltijd togen we opnieuw naar de dodenakker om nog wat moois te bekijken en een bezoek te brengen aan het hypermodern crematorium. We sloten af met een drankje. En meer dan geslaagde finale van deze driedaagse! Wat een begraafplaats! Wat een ontvangst! En vooral wat een visie!
 
Ik schrijf dit alles omdat de drie verslagen in de drie volgende Nieuwsbrieven gepubliceerd worden. In deze Nieuwsbrief Kovelswaarde, in de Nieuwsbrief van januari Soestbergen en in de Nieuwsbrief van maart Moscowa.
 
Jacques Buermans

Kovelswaarde Utrecht: een goed begin van de driedaagse een eerste begraafplaats in Utrecht.


Iets na 14 uur maakten de “Figi’s”, zij die in hotel Figi in Zeist logeerden te weten Marie Claire & Edgard, Lin, Rina, Ria, Agnes en ondergetekende, hun opwachting aan de begraafplaats Kovelswaarde te Utrecht wegens de vele omleidingen. Daar stonden An en Dirk ons op te wachten om ons bij de rest, nl. Huub & Linda en Christine te voegen. Letteke Landeweer, beheerder van de Utrechtse begraafplaatsen, en Janne Kok, van het Utrechts archief en geïnteresseerd in het funeraire, waren onze gidsen. 
Letteke wees ons er op dat hier een spel van licht en donker was waar door stadsarchitect Nieuwenhuis bij de ontwerp in 1901 over nagedacht was. We stonden op een lichte plek en de randomgeving was donker. De oude plaat waar onder andere opstond dat het onder meer verboden was “om vogels trachten te vangen” werd behouden. 
Janne vertelde wat meer over Joanna van Woude die eigenlijk Sofie Junius heette. De namen van de boeken van de  schrijfster van onder andere “Een Hollands binnenhuisje” stonden op het graf vermeldt. Janne wist ook nog dat haar verhalen in schril contrast stonden met haar slecht huwelijk. Ze verliet haar man, keerde nog één keer terug maar haar echtgenoot joeg haar het huis uit en betichtte haar van vergiftiging. Er kwam een proces maar Sofie werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijzen. Hier wees Letteke ons op het contrast: een donkere kastanjelaan met een lichte omgeving. 
Heukels was actief tijdens de oorlog. Op de bronzen plaat “hun zwijgen redde het vaderland” met Domtoren, vliegtuigen, parachutes, brug, telegraafdraden en een draak symbool voor Duitsland. Onderaan handen die elkaar iets geven: een brievenbus, een telefoonhoorn. Een treurende vrouwenfiguur op het graf Robijn. Een eigenaardigheid, de ‘zerkjes’ dachten aan een voorlopige grafkelder, bleek de laatste rustplaats van Anthonie Begeer e zijn. Hij was edelsmid en directeur van de Utrechtse Zilverfabriek. van Kuijk, voorzitter van de Utrechtse Provinciale Voetbalbond, kreeg een, ondertussen beschadigde, voetbal op zijn graf. 
Een origineel graf, baksteen en bronzen plaat, siert het graf van Julsing, kandidaat notaris en een onecht kind, dixit Janne. Jan Abraham Jonker was predikant. 
Cris Agterberg stierf amper twee jaar oud. Zijn vader was beeldhouwer en maakte het graf en hij ligt hier ook begraven. Toen merkte ons An op … dat we bij het eigenlijke graf van de eerder geciteerde Begeer stonden … aan de voorzijde deze keer. We hadden een A. Ha belevenis. 
Via het graf van Hennie De Man kwamen we bij een recent gedeelte waar Letteke ons wist te vertellen dat er ook een foetusweide was. Ze wees ook op iets dat wij niet kennen: een systeem van negen vakjes waar in elk vak een foetus van minder dan 24 weken begraven wordt. Zijn de negen vakken vol, dan verhuist het systeem enkele meter verder. Op de eerste plek wordt gras gezaaid. Dus binnen afzienbare tijd is de plek niet meer waarneembaar en zit men met een vorm van ‘anoniem begraven’. 
Louwrens Penning was calvinistisch journalist en auteur. Hij schreef boeken over Zuid Afrika en de Boerenoorlog. Het monument is in de stijl van de Amsterdamse School met inktpot met, geknakte, ganzenveer. Johannes Tehupeiory was arts en schrijver. In 1907 trok hij met zijn broer naar Nederland waar hij geneeskunde studeerde aan de Amsterdamse Universiteit. Hij overleed enkele maanden later door een gasverstikking. Een heuse brug troffen we aan bij Luit Blom was actief bij het Werkspoor en vlakbij verscholen achter veel te grote bomen, weg die handel!, de Weer - Van Hüte en vakbondsman in een monument met een grote hand met fakkel. 
Dan togen we nog langs bij de ‘Hamburgerkens', zoals volgens onze gidsen de Utrechtenaren hen noemden. Eigenaars van een Lood- en Zinkpletterij. Zoals uit het monument blijkt het een Joodse familie te zijn. Vlakbij troffen we nog een mooi modern graf voor een Hamburger aan. Jan Van Huijkelom was waarschijnlijk dirigent. Hij kreeg een prachtig monument. Onze tocht eindigde in de aula uit dezelfde periode als de begraafplaats. Letteke wees ons nog op de prachtige ingangslaan die, tot vóór enkele weken, heel symmetrisch was met twee gigantische buxussen. Bij het afbranden van het gras ging het fout want ook de hele buxus ging mee in de fik. De eerste kennismaking met een Utrechtse dodenakker was, laat ons het zo stellen, een leuke opwarmer.   
Jacques Buermans
Foto’s: Ria Vaes en Christine Sanberg

Vrijwilligers van de Roma kuisen het graf Pauwels op architect van zaal Roma kreeg een opknapbeurt en een bloemenkrans.


Op de begraafplaats Silsburg ligt Alfons Pauwels architect van onder meer de Roma. Dat is een theater en filmzaal aan de Turnhoutsebaan gevestigd in een vroegere cinema. Na jaren van verkommering werd de Roma terug in al zijn glorie hersteld.
 
Gewapend met heel veel goede moed en iets minder materiaal togen een aantal vrijwilligers op pad om de laatste rustplaats van ‘hun’ architect omdat er jaren niets aan gedaan werd. Dat monument ligt aan een hoofdlaan. Er werd geschrobd dat het een lieve lust was. Op het eind van het taak legde de vrijwilligers een mooi bloemstuk op het graf. Ze vergaten ook niet om de oprichter van de grootste theater- en cinemazaal Jan-Baptiste Romeo ook met een bloemstuk te verblijden. Voor de kwissers onder de leden: wanneer ooit gevraagd wordt waar de naam Roma vandaan komt: is een samentrekking van Romeo en Malef de familienamen van het echtpaar.
Tot slot togen de mensen van de Roma naar de meest bekende Borgerhoutenaar. Neen niet ons lid Geert Janssens want die behoort gelukkig nog toch de levenden en zelfs tot een van de meest actieve levenden. Naar wie dan wel? Naar wielrenner Stan Ockers. In 1950 en in 1952 eindigde hij tweede in de Ronde van Frankrijk en won, in 1955 en in 1956, het puntenklassement. In 1955 won Stan Ockers de Waalse Pijl, Luik - Bastenaken - Luik en werd hij wereldkampioen in het Italiaanse Frascati. Hij kwam in 1956 dodelijk ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis. Zijn nagedachtenis wordt in de Roma nog steeds in ere gehouden door middel van een aantal grote foto’s.
 
Goed gedaan vrijwilligers van de Roma.
 
Jacques Buermans

Open Monumentendag 9/9/12: Dichters, wij groeten u! geslaagde rondleidingen maar toch was Sarah steeds in onze gedachten.


Onze voorzitter, Jacques Buermans gaf ter gelegenheid van Open Monumentendag twee rondleidingen. Hij deed dit in samenwerking met de dames van de academie van Hoboken. Zij droegen bij verschillende graven, gedichten of fragmenten uit het werk van overleden dichters, voor. Uiteraard lagen die schrijvers allen begraven op Schoonselhof. De voordragende dames waren Heidi, Sandra en Christine. Omdat het de eerste rondleiding met gedichten was na het overlijden van Sarah, was alles een beetje gevoeliger dan anders. Sarah is enkele weken terug plots overleden na de bevalling van haar dochter. Ze was pas 31. Sarah liep regelmatig mee bij een dichtersrondleiding en droeg dan met veel plezier de gedichten voor. Bij de eerste rondleiding, die van 10:00 waren de vader en de grootouders van Sarah aanwezig.
Jacques begon zijn rondleidingen dan ook met dit droeve verhaal en deze rondleidingen werden speciaal aan haar opgedragen. Nadien vervolgde hij met een klassieke inleiding en een korte schets van de geschiedenis van Schoonselhof, waarna de eigenlijke rondleiding van start ging. Eindigen deed hij met een aanpassing van zijn eigen einduitspraak. Normaal zegt hij telkens dat hij zijn publiek enkel bij leven wil terugzien. Vandaag had dit een wrange bijsmaak.
 
De eerste groep telde 27 personen en was een groep die veel vragen stelde en geïnteresseerd overkwam. Er kan ook niet gezegd worden dat mensen er niets voor over hebben om een rondleiding mee te maken. De vroegste vogel was reeds om 5:30 op stap om tijdig op Schoonselhof aan te komen voor de rondleiding. De tweede groep, 25 man sterk, was anders, rustiger, maar daardoor niet minder geïnteresseerd. Misschien speelde de hoge temperatuur wel een rol. De tweede groep kwam er een eerste keer door bij het gedicht van Theodoor Van Rijswijck: het “Schiedammerlied”, waar de kastelein van dienst, zijnde Jacques, trakteerde met jenever. Aan de overzijde lag Jan Van Rijswijck, vader van de burgemeester met dezelfde naam en broer van Theodoor. Jacques vertelde hier dat de term laatste rustplaats niet altijd al te letterlijk dient genomen te worden want Jan verhuisde al drie maal na zijn dood. Ook zijn broer Theodoor heeft al een hele ‘verhuis’ meegemaakt. 
Onderweg kon Jacques de aanwezigen informeren over peterschap en dat dit zelf kenbaar gemaakt kan worden door middel van een plakkaatje. De dames van de academie brachten een fragment uit ‘De Loteling’ van Hendrik Conscience. Bij Gust Gils wees onze gids ons op het opschrift op zijn graf ‘Ik was een rusteloze geest. Dit is niet mijn laatste rustplaats maar mijn eerste’. Op het einde van de rondleiding kwamen de aanwezigen er een tweede keer door, waar ze verschillende vragen stelden en veel folders meenamen. Die folders hadden we voor de gelegenheid uitgestald in het paviljoentje van de plantsoendienst. 
Na de eerste rondleiding ging de hele klas van Sarah, samen met de vader en de grootouders een bezoek brengen aan haar graf. Hier hadden ze voor een bloemetje gezorgd.
 
Na de tweede rondleiding gingen we nog even nakaarten en de raadgevingen om het in de toekomst nog beter aan te pakken, overlopen.
 
Leen Otte en Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte en Johan Duyck

Uitvaartbeurs in Gorinchem twee verslagen voor de prijs van één.


Zoals vele van onze leden een uitnodiging gekregen via Wim Vlaanderen om de Uitvaartbeurs eens te bezoeken. Hieronder mijn verslag.

Van trouwkoe naar rouwkoe:

Bij de ingang stond Leentje, de rouwkoe. Even op de website, www.rouwkoe.nl, van Leentje gekeken en wat zag ik: Leentje werd vroeger ingezet bij bruiloften en eigenaar René schoolde ze om tot rouwkoe. Moet kunnen. Eens binnen viel de perfecte organisatie op maar ook dat het, uiteraard is dit de bedoeling, een beurs is voor vakmensen. Dus voor personen zoals ik die interesse betonen in begraafplaatsen waren er niet veel standen die hen konden bekoren. De stand van onze Nederlandse vrienden van de Terebinth was een uitzondering. Wim Vlaanderen bemande de locatie en sprak zoals steeds met de nodige geestdrift over zijn vereniging. Hier troffen we ook een aantal leden van vzw Grafzerkje aan. De Terebinth toonde hier hoe grafmonumenten gerestaureerd worden.
‘Eén met de natuur’ blijkt hier het moto te zijn. Heel veel biologisch afbreekbare urnen en kisten vervaardigd van tweedehands hout. Kisten die ecologisch zo gemaakt zijn dat ze al na enkele weken compleet vergaan zijn. Ook rieten kistjes om kindjes in te begraven. Een hemelsbreed verschil met de 24 karaats gouden kist die iets verder voorgesteld werd. We zagen ook gedurfde, moderne vormen en dan heb ik het wel over de kist, niet over de dame die de kist presenteerde. Eén kist viel op door zijn zig-zagvorm. In deze kist kun je op je zij liggen. Personen die overlijden in foetushouding kunnen zo in deze kist gelegd worden, zonder dat het lichaam geweld aangedaan wordt. Eens benieuwd wat een grafdelver gaat zeggen wanneer men aankomt met zo een buitenmaatse kist? Ook oude lijkwagens, weliswaar nieuw en die missen toch wel de charme van enkele authentieke corbillards die ik ooit mocht aanschouwen. Hier ook veel aandacht voor de verschillende vormen om as in te bewaren. Ik zeg al een tijdje dat Vlaanderen hier hopelijk ten achter loopt en wanneer je dan merkt wat al die dingen kosten dat durf ik stellen dat Vlaanderen hier niet alleen heel veel geld laat liggen maar ook dat aan de verschillende mogelijkheden om veraste personen toch nog te gedenken voorbij gegaan wordt.
Buiten troffen we nog een uitvaarttruck aan. Mensen die bij leven werkten in de transportsector kunnen zo op een gepaste wijze naar hun laatste rustplaats vervoerd worden.
Jacques Buermans.
 
Ook Johan Moeys ging in op de uitnodiging en pende volgend verslag neer:

Groot-Belgische expeditie naar de Uitvaartbeurs in Gorinchem

De postbode bracht me een mooie uitnodiging van vzw Grafzerkje en de Terebinth om een bezoekje te brengen aan de driedaagse Uitvaartbeurs in Gorinchem, Nederland. Na een vlotte reis, zo ver ligt het ook allemaal niet, vond ik al snel een parkeerplaatsje op de grote parking. Snelle en vlotte ontvangst aan het onthaal. De diverse standhouders wisselden elkaar af met strategisch geplaatste togen om een koffie of iets fris te drinken. Ook de hongerige magen werden niet vergeten. Fijn dat dit allemaal gratis was. Je kon er zowat alles vinden wat met uitvaart te maken had. Voor de kenner was er niet echt veel “nieuw” op de markt. Toch probeerde een standhouder me wijs te maken dat zijn produkt nieuw was, terwijl ik het al zeker acht jaar geleden op een gelijkaardige beurs heb leren kennen. Waar er vroeger nog een uniek aanbod was van de uitvaartbus, vind je nu al diverse gelijkaardige mogelijkheden: trucks, busjes,… Wat wel uniek is (en zal blijven) is de kistdrager die getrokken wordt door een koe. Voor de fervente motard is er uiteraard de moto met zijspan om je kist naar je bestemming te brengen. 
Er was een zeer groot aanbod van grafversieringen, zerken, stèles enz. Een van de mooiste vind ik de rots met de slang. Wie in stijl de pijp wil uitgaan of tenminste de indruk wil geven er warmpjes in te zitten heeft de keuze tussen de 24-karaats gouden kist met fluwelen inleg, of de gouden urne met diamanten belegd. Vriendelijke standhouders, niet opdringerig, daardoor heb ik alle foto’s kunnen maken die ik wou. De ontwerper van de diamanten urne was zo fier op zijn werk dat hij me vroeg om er een foto van te maken. Ik dacht eerst dat hij me ze wou verkopen, maar hij zal aan mijn sjofele outfit wel gezien hebben dat dit net buiten mijn budget viel. Her en der kom je collega-Terebinthers tegen, zodat je je niet eenzaam moet voelen. 
Johan Moeys

Tante Kato ging op reis en stond voor het Lenin Mausoleum zelfs drie keer blijkt geen scheepsrecht te zijn!


Vladimir Ilyich Lenin (geboren V. I. Ulyanov) * 1870-1924 * Rode Plein Moskou, Rusland
 
Vòòr een mausoleum staan is als vòòr een deur staan, men kan of mag niet binnen.  Frustrerend ?  Drie keer in mijn leven was ik op het Rode Plein en telkens zag ik de buitenkant van dat indrukwekkende gebouw aan de voet van de Kremlinmuren. 
 
Ik ken het mausoleum al sinds mijn kinderjaren, sinds we televisie hadden, da’s eigen aan mijn generatie.  Bij alle grote militaire parades -denk aan 1 mei- stonden de partijbonzen bovenop een verhoog, een soort “tribune”.  Wij keken toen uiteraard in zwart-wit, dus het was gokken naar de kleuren.  Laat ons zeggen dat het er somber uitzag.  Dàt beeld heeft mij altijd gefascineerd, bleef op mijn netvlies gebrand.  Want die bonzen stonden -zo bleek achteraf- op de hoogste trap van het Lenin Mausoleum.
 
Februari 1988 bezocht ik voor het eerst het Rode Plein of Krasnaya.  Krasny betekent mooi.  Het plein heeft dus niet zijn naam gehaald van de rode kleur van gebouwen en muren noch van de kleur van het communisme.  Met temperaturen van -18° C mag men gerust van ijskoud spreken.  Dat plein -een enorme vlakte van 550 op 100 meter- was léég, léég.  In mijn fantasie zag ik het vliegtuigje van de Duitser Mathias Rust landen (1987).  Moet dat even een schok geweest zijn voor het communistische bestuur.  ‘t Was dan ook het begin van de afbrokkeling van dé mastodont.  Op dat plein was toen niets te zien.  Het leek wel of er een groot verbodsteken hing “verboden het plein te betreden”.  Aan de zijkanten, onder de muren van het Kremlin en vòor de Basileuskathedraal was echter een lange zwarte sliert : ingeduffelde Russen die uren stonden aan te schuiven, de kou trotserend om het gebalsemde lichaam van hun grote voorman te zien.  Uiteraard ging een Westerse toerist daar niet aanschuiven.  Wij zijn niet gehard tegen die kou.  Bovendien waren wij niet verplicht.  En het derde argument was doorslaggevend : in een georganiseerde reis is daar géén tijd voor.  Tot ziens mausoleum, ik kom wel eens terug als de zon schijnt.
Juni 2011 : dé zon scheen !  Het Rode Plein en de aanpalende Alexandertuinen ademden “vrijheid, blijheid” uit.  Behalve vòòr het mausoleum : daar werd iets opgebouwd of afgebroken voor één of ander optreden.  Ijzeren rasters zorgden ervoor dat je het mausoleum alleen op afstand kon fotograferen.  Tegenover het Kremlin waren twee poepsjieke restaurants mét terras.  Eén keer in mijn leven heb ik dus iets gedronken op een zonovergoten terras met uitzicht op hét mausoleum.  Met prijzen als 7,25 € (thee) en 9 € (pilsje) blijft men geen uren hangen.  Deze keer geen files te zien.  Er waren geen trouwe partijgenoten die kwamen groeten.  Dé ideale gelegenheid dus om een bezoek te brengen.  Was het even pech : het mausoleum sloot de deuren om 13.00 uur en wij waren te laat.  Komt ervan zo lang over één dure consumptie te doen.  Grote borden verwittigden ons : men mag zaken als rugzakken, tassen, handtassen, camera’s, herenhoeden, enz ... niet mee binnen nemen.  Men zal als toerist de vereerde dode nooit kunnen fotograferen. 
 
September 2012: Het Rode plein zal er afschuwelijk chaotisch uit. Er was een wisseling tussen twee evenementen : enorme tribunes waren opgebouwd, soldaten sleurden met tenten, er was een wedstrijd voor koperblazers geweest en er moest een openluchtmis komen.  Of was het omgekeerd? Of maakten ze ons wat wijs? Langs de kant van het Nationaal Historisch Museum waren de kasseien opgebroken en ik zag een grote zandbak. Komt er een bloemenperk? Of wordt er motorcross georganiseerd?  Een beetje geërgerd maar goed op tijd “stormden” we naar de toegang tot het mausoleum, bereid alles braafjes af te geven. “Gesloten” zei een bewaker met een veel te grote kepie. Waarom? Zo ver reikte zijn buitenlands niet en ons Russisch was al even slecht. Dààr moeten wij toch het fijne van weten!
Een lieve Russische tolk (specialisatie geschiedenis en Frans) gaf mij enkele dagen later het juiste antwoord :  Lenins gebalsemde lichaam krijgt elke vier jaar een chemisch bad.  En dat gebeurde nét nu.  ‘t Lijken de Olympische Spelen wel.  Men vraagt zich ook af of Lenin niet beter begraven wordt.  Daar werd in 2011 een referendum over gehouden zonder dat er een beslissing viel.  Men wil de laatste communisten niet voor de borst stoten, dus laat men de man liggen.  Feit is wél : op dat Rode Plein worden constant luidruchtige feesten georganiseerd en past dat wel bij het graf van wie ooit hun geliefde leider was ?
 
Onder die Kremlinmuren liggen trouwens nog andere grote figuren uit de USSR begraven, zoals Stalin, Brezhnev, Andropov, Gagarin ...  ook zij zouden wel eens moeten verhuizen.  We horen het wel in de nieuwsberichten.  Maar ik twijfel er sterk aan of dat nog tijdens mijn leven zal gebeuren ... en denk nu niet dat ik die laatste communist ben ...
 
Tante Kato

Utrechtse zijsprongen ons An Hernalsteen bezocht nog wat funerair extraatjes.


Dom

Een kerk met een letterlijk turbulent verleden. In 1674 maakte een wervelwindje korte metten met het schip. Alles werd weggeblazen. Alleen de grafplaten overleefden het. Ze kunnen nog altijd bekeken worden op het huidige domplein.
In het koor vallen een paar grafmonumenten op.
Gwijde van Avesnes (ca. 1253-1317) bisschop van Utrecht van 1307 tot 1317. Zijn graf werd ferm toegetakeld tijdens de Reformatie van 1580. Met een gehavend gezicht kwam Gwijde uit de strijd.
Willem Joseph, baron van Gendt tot Drakenburgh (1626-1672) admiraal. Tijdens de derde Engelse zeeoorlog werden de benen letterlijk vanonder zijn g.. geschoten. Hij lag oorspronkelijk begraven te Arnhem. In augustus 1674 begon de, uit Mechelen afkomstige, Rombout Verhulst het marmer te bewerken. Was alles naar wens verlopen dan stond de laatste rustplaats voor de admiraal ergens in het schip maar het zuchtje wind van 1674 gooide roet in het eten. In 1676 werd het monument door Verhulst geassembleerd in het hoogkoor.
Willem Joseph ligt er met alles erop en eraan want laten we eerlijk zijn, een beenloze gisant trekt op niets. 

St. Barbara - Een ontgoocheling

Een katholiek kerkhof ingezegend in 1875, de verwachtingen waren dus hooggespannen. Wat ik altijd liefkozend bestempel als “mijnen ouden brol” was grotendeels geruimd. Slechts sporadisch viel er nog iets te ontdekken.
Henricus van de Wetering (1850-1929) aartsbisschop van Utrecht van 1895 tot 1929 kreeg zijn portret in mozaïek, een realisatie van Charles Eyck.
Bernardus Alfrink (1900-1987) aartsbisschop van Utrecht van 1955 tot 1975.
Johannes Willebrands (1909-2006) aartsbisschop van Utrecht van 1975 tot 1983.
Cornelis A. Galesloot (1852-1939) een man die met muziek door het leven ging.
Familie van Rossum: een vleugje Art-Nouveau in deze treurende vrouw met een krans van immortellen.
Familie van der Hoorn: een Interbellumgraf met in de engelen nog een tikkeltje de invloed van Jan Toorop.
Familie Schröder-Schumacher: waarbij de verwijzing naar de wederopstanding duidelijk is: “De Heer is verrezen, dit graf is leeg” De bronzen reliëfplaat is een creatie (voor zover ik het heb kunnen ontcijferen) van een zekere J. Goldkehle uit Essen.
Familie van Gellekom met een treurende engel uit het atelier Villeroy-Boch.
Willem van Boven: een huisarts die koos voor Cosmas en Damianus, patroonheiligen van de medicijnmannen.
Het echtpaar van Hussen-van Hal danste door het leven. Ik laat het aan jullie over om te oordelen over het kunstgehalte van dit geval.
Alfred van Kessenich was bijna 4 jaar oud toen hij overleed. Zijn engelbewaarder begeleidde hem tot de vreugde van het eeuwig leven in den hemel.
Bij de familie Nieman-Schurinck is de “nouveau vin” op komst.
Van een Nederlandse metgezel hadden we vernomen dat er geen gedenktekens zijn voor de gesneuvelden in Nederlands-Indië, we hebben er hier toch eentje ontdekt.
An Hernalsteen
 
Foto’s Dirk Joos en Jacques Buermans

Oscar Wilde: zelfs een glazen stolp helpt niet een nadarafsluiting om vandalisme tegen te gaan.


In Nieuwsbrief 66 van januari meldde ik al dat er een glazen omhulsel rond het grafmonument voor Oscar Wilde geplaatst werd. Ik stelde me de vraag hoe lang het zou duren vooraleer de glazen wand volledig bedolven werd onder rode lippen? Wel, lang heeft het niet geduurd want toen ik zaterdag 13 oktober een rondleiding verzorgde op Père Lachaise zag de glazen wand er schandalig uit. Men heeft nu een nadarafsluiting vóór de wand geplaatst met het verzoek om souvenirs in de bakjes te deponeren die achter staan. 
Jacques Buermans

Bezoek begraafplaats Heide-Kalmthout een kleine begraafplaats kan ook interessant zijn.


Zondag 28/10/12
 
Door een misverstand bij de toeristische dienst was de groep geïnteresseerden veel te groot uitgevallen, waardoor hij zelfs na splitsing, nog 27 leden bevatte. Onze gids was Hans Geldof. Hij begon met een korte inleiding over de geschiedenis van Heide-Kalmthout. Het is een gehucht dat nog geen 100 jaar bestaat en eigenlijk opgericht is om de stroom van Antwerpse bourgeoisie, anarchisten, artiesten en andere rare snuiters een eigen plek te geven. Het is dus nog een jonge begraafplaats waar opvallend veel hoteliers hun laatste rustplaats vonden.
Een stukje geschiedenis over het begraven zelf. Voor het christendom werd er eerder gecremeerd dan begraven. Vandaag zijn er veel meer crematies dan begrafenissen. De Egyptenaren gebruikten piramides om hun doden onder te brengen en de Romeinen hadden een heuse ‘stad der doden’ waar hun urnen bewaard werden. Parijs heeft haar Père Lachaise; een begraafplaats van 200 jaar oud en eentje die model stond voor Europa. Antwerpen heeft natuurlijk Schoonselhof en Brugge heeft ook een mooie begraafplaats. In Deurne is Sint Fredegandus ook het bezoeken waard.
Vroeger werd enkel in en rond kerken begraven. Moordenaars, prostituees en ander gespuis werd in een hoekje met ongewijde grond begraven. In 1784 verbrak Jozef II dit monopolie en Napoleon verbood in 1804 om nog langer in stadskernen te begraven.
De parochie Heide werd opgericht in 1929. In 1930 kwam er een school, in 1935 een kerk en de begraafplaats werd in 1932 in gebruik genomen.
Enkele noemenswaardige grafstenen:
Familie Beirens was een architectenfamilie en ontwierp naast Villa Tilda ook de synagoge van Heide.
Het grafmonument van de familie Gommeren was het eerste van deze begraafplaats. Meneer van Gommeren was voorzitter van de Kerkfabriek. Het graf is overgeplaatst van de centrumbegraafplaats.
Sus Van Tilburg had het eerste hotel in Heide, in 1902 en hij was ook ploegbaas van de ‘zandwerken’ van Heide. Men had in die tijd veel zand nodig voor de aanleg van de haven van Antwerpen.
Centraal gelegen stond vroeger de ‘calvarieberg’. Dit was een monument waarbij het de bedoeling was om er vier priesters in te begraven. Er is slechts eentje op die bestemming geraakt en hij is waarschijnlijk samen met het monument verdwenen. Dit was een ontwerp van Alfons Baggen en stond er sinds 1933. Het huidige houten monument is ontworpen door Marc Schepens, een ecologisch architect. Hij beschrijft zijn ontwerp als een plek waar de zielen van de overledenen kunnen opstijgen. Het is een plek waar bij begrafenissen afscheid genomen wordt van de afgestorvene. 
Het grafmonument van de familie Goublomme is in die zin speciaal omdat er drie familieleden liggen die vermoord werden in hun woning op de Rubenslei.
In het graf van de familie Lathouwers, liggen vader en zoon samen. De zoon stierf na een ziekte.
Beirens was een stuntpiloot en werd in 1934 als held ingehaald in Heide.
Paul Ceulemans was een gekend schilder. Zijn vrouw droeg de naam ‘Gogo’.
Hier werd de rondleiding onderbroken omdat de mensen van Atv die een interview wilden met de gids.

We gingen verder met dokter Vercraeye: belangrijke familie in Heide.
Florence Maud Smith: werd 104 jaar (1880-1984).
Willy Vandersteen (1913-1990): van hem is het niet echt duidelijk waar hij begraven ligt. We kwamen aan een grafzerk met zijn naam en data, met naast hem een open plek om zijn tweede echtgenote die nog in leven is, begraven wil worden. Daar schuin over, echter is er een familiegraf waar zijn eerste echtgenote begraven ligt en waar ook zijn naam en data op vermeld staan.
Familie Letzer: oprichter van het sleepbotenbedrijf, net voor WO I.
Familie Theeuws: had een textielbedrijf ‘Distex’ die babykledij maakten en die een belangrijke werkgever was voor jonge vrouwen die er aan de slag konden in de confectie.
Carlo Willems (1935-1975) had een koffiebranderij. Hij gebruikt als eerste een soort spaarsysteem, waarbij men kon sparen voor allerhande huishoudelijke zaken. Zo kon men vb sparen voor een kinderwagen. Na het overlijden van meneer Willems, heeft mevrouw Willems dit spaarsysteem uitgewerkt tot een echt bedrijf voor huishoudspullen.
Familie Martens (1907-1990): oprichter van DURA, een bouwfirma.
Meurisse had een chocoladefabriek op het grondgebied van Heide.
Familie Van Den Driessche: dit grafmonument bevat Rune tekens naast een trollenkruis, ook de ‘Eigen bloed en eigen land is belangrijkst’ uitbeelden.
Buyens (1907-1999): oprichter van het bedrijf Monida.
De kinderen Pels: zijn samen met hun kinderjuf om het leven gekomen nadat een V1 op het huis van de buren terecht gekomen was. Weetje: als de familie Pels het huis kocht, stond er een tuinhuis. Niemand wist dat dit bewoond was door een zonderlinge man, maar deze is gewoon in het tuinhuisje blijven wonen en kon zeer goed overweg met de kinderen Pels.
Constant Vinck had ook een hotel.
Geert Pynenburg (1896-1980) was schrijver en woonde samen met zijn echtgenote, Gertrude Flint (1898-1986) in het ‘melkhuisje’, dat nu nog bestaat. Het was een soort aanspoelpunt voor allerlei kunstenaars. Typisch voor het melkhuisje, bleek een soort ‘put’ te zijn waar de bewoners en de gasten naakt konden zonnen. Onder meer naar aanleiding van deze levenswijze, heeft men de parochie Heide opgericht, zodat zij niet meer geassocieerd moesten worden met Kalmthout.  Het gastenboek van het melkhuisje wordt bewaard in het letterenhuis.
Georges Capiau, afkomstig van een rijke familie en is verongelukt toen een lading dynamiet te vroeg tot ontploffing kwam in 1940, bij het begin van de oorlog. Met het geld dat hij nog op zak had, heeft men een glasraam laten maken dat nu nog te zien is in de kerk van Heide.
Gomarus Van Geel: gesneuveld in 1940. Hij kreeg een straatnaam.
Ernest Mide (1877-1938- was van Franse afkomst en woonde eerder in Antwerpen, Mol en Kalmthout alvorens in Heide te belanden. Hij is een groot schilder en zijn collectie is nu nog te bewonderen in Bergen Op Zoom. Tijdens de eerste wereldoorlog was hij krijgsgevangene.
Valerie Van Mons (1893-1976) stelde bij de oprichting van de parochie in haar villa ‘Ten Oost’ een ruimte ter beschikking, die als klaslokaal diende.
Jozef Smits (1869-1953- was stationschef.
Martin Verbeeck kon gezien worden als een Europees industrieel. Hij was oprichter van onder andere CBR (Cementerie Belge Réunie), ENC (eerste Nederlandse  Cementindustrie), was betrokken bij de bouw van de Aswandam in Egypte, hervormde de landbouw in onder andere Merksplas en Poppel en legde de eerste betonweg aan tussen Malle en Turnhout. Hij was zeer sociaal bewogen, want hij had een fabrieksraad en zijn werknemers kregen gratis voedingsmiddelen en betaald verlof.
Familie Pairon-Goublomme was burgemeester en senator; hiernaast bezat hij ook nog een drankenzaak.
Een speciaal monument: een hunnebed is er als graf van de familie Naeyens. Hij was een schilder en oprichter van de schilderswinkel ‘De Distel’ aan de academie van Antwerpen.
Arthur Clemminck (1887-1954) was aannemer.
Familie Boost (1933-1999) was oprichter van ‘Bosto-rijst’.
Dokter Zaman (1894-1966) was arts en burgemeester.
Karel Van Roy richtte in 1950 een kunststoffenbedrijf op waar hij onder meer tuinslangen maakte. Nadien produceerde hij ook afvoerbuizen in kunststof. Hij stelde op een bepaald moment 200 mensen te werk. Het bedrijf is nu overgenomen door Solvay.
De sarcofaag van de familie Corstiaens-Neefs: onder andere eigenaars van ‘den bougie’.
Het grafmonument van de familie De Cat, waar Jet Jorssens, als schrijfster aan het oostfront terecht kwam. Daar werkte ze als verpleegster. Na de oorlog is ze veroordeeld, maar in ere hersteld, zodat ze in 1956 terug aan de slag kon als leerkracht. Hun dochter, Els is, amper 10 jaar oud in een verkeersongeval om het leven gekomen.
Megens-Van Walle: hadden een hotel, maar mw Van Walle was directeur van haar kwekerij van raskippen.
Maria Hectors (1924-2002) heeft ook opvallende rune tekens.
Ernest Albert was kunstschilder en lesgever aan de academie van Mechelen. Zijn echtgenote, Marielle Breugelmans was pianiste en actief in het verzet tijdens WO II. Zij is opgepakt en gearresteerd. Tijdens die periode in gevangenschap is ze zo hard geslagen dat ze nadien nooit meer piano kon spelen. Ze gaf wel nog pianoles.
Tot hier deze rondleiding op een toch wel kleine begraafplaats met een aangename gids, die zich moest haasten om tijdig aan de ingang te zijn om zijn tweede groep voor die dag op te vangen.
 
Leen Otte
 
Foto’s: Leen Otte en Erwin Hoegaerts

Het verhaal van de naakte man op Père Lachaise met nog een leuk 'eindje' meer dan vier jaar geleden stelde een van onze leden een vraag. Nu een antwoord.


In 2008 krijg ik, denkelijk na een bezoek aan de Parijse begraafplaats Père Lachaise een vraag van Lydia, een van onze leden, een vraag over een beeld van een naakte man dat op de begraafplaats Père Lachaise stond zonder enige vermelding. 
Het was een beeld van de hand van Rembrandt Bugatti (1884 – 1916). Lydia zond mij de hele Bugattigeschiedenis door:

In de familie Bugatti had je Luigi Bugatti (= architect)
 
Hij had een zoon die Carlo Bugatti heette. (= beeldhouwer) Hij is in Parijs gaan wonen, ontwierp juwelen, schilderde, was bevriend met Bayard (= autokenner). Hij stierf in Molsheim maar werd begraven in een familiegraf in Dorlesheim.
 
Carlo Bugatti had 3 kinderen.
   1. Deanice (dochter) begraven in Familiegraf in Dorlesheim
   2. Ettore (zoon) ontwierp auto's, is samen met zijn vrouw in familiegraf in Dorlesheim begraven. Hij had een zoon, Jean Bugatti, die aan de laatste Bugatti's heeft gewerkt. Ook Jean Bugatti werd in        Dorlesheim begraven.
   3. Rembrandt Bugatti (zoon) was ingenieur en ontwierp vooral meubels. Hij was de meest begaafde van de drie kinderen. Hij ontwierp ook het beeldje van de beroemde steigerende olifant die ook gebruikt wordt in de radiatormascot. Hij heeft 7 jaar in België gewoond. Hij verbleef vaak in de zoo van Antwerpen en werd later ereburger van de stad. Hij ging vaak naar Parijs waar hij grote kunstenaars ontmoette. Zijn fabriek van auto's en zijn villa staan in Molsheim. Hij kreeg tuberculose en stierf uiteindelijk door zelfdoding. De begrafenis was in St Germain de Pres (Parijs) en hij werd in Dorlesheim begraven. (In Dorlesheim liggen 5 familieleden van de familie naast elkaar begraven onder horizontaal liggende stenen)
 
In de tuin van het kasteel van de familie Bugatti stond vroeger een gelijkaardig beeld als dat op Père Lachaise.
 
Een Bugattikenner weet dat het beeld er al enige tijd niet meer staat. Hij heeft een foto genomen in de tuin waarop een gelijkaardig beeld staat. Maar het beeld is lichter van kleur, beweert hij. Misschien is het bewerkt, geverfd???
 
De vraag is dus:
- Is dat werkelijk het beeld van in de tuin van de Bugatti's?
- Hoe komt dat op Père Lachaise terecht?
- Waarom staat het daar?
- Wie heeft daarvoor gezorgd?
- Wie ligt eronder begraven? Of komt er nog ooit onder te liggen?
- Sinds wanneer is dat daar geplaatst?
 
Ik stelde de vraag aan de administratie van de begraafplaats Père Lachaise en kreeg volgende reactie:
 
Madame XXX, adjointe au Conservateur du Père-Lachaise, m’a transmis votre demande concernant l’une des tombes de la 35e division du cimetière présentant une statue en bronze du sculpteur Bugatti. Votre message contient beaucoup de questions auxquelles je ne peux malheureusement répondre. En effet, les informations contenues dans les dossiers de concessions sont des informations confidentielles, d’un caractère privé. Elles ne sont donc communiquées, dans l’intérêt des familles, à d’autres personnes que celles reconnues « ayants droit » de la concession.
En respect de ces dispositions, nous ne pouvons donc vous communiquer l’identité des concessionnaires ou des personnes inhumées. Par ailleurs, je dois vous préciser que les dossiers conservés par le cimetière contiennent des informations concernant les opérations funéraires mais pas de renseignements concernant les œuvres et les artistes ayant contribuées au décor des tombes. Ainsi les circonstances de l’installation de cette statue de Bugatti sur cette tombe du Père-Lachaise ne nous sont pas connues.
En revanche, je peux vous communiquer la transcription précise des inscriptions visibles actuellement sur l’œuvre et son support ; à savoir :
- face latérale gauche, sur la plinthe de la statue: «1885 – R. BUGATTI 1916»
- face latérale droite, sur la plinthe de la statue, cachet de fondeur : «CIRE PERDUE / C. VALSUANI / PARIS» et, en dessous, en creux : «REPRODUCTION / FONTE A CIRE PERDUE D’UN SEUL JET / A PARTIR DU MODELE ORIGINAL EN PIERRE».
- face latérale droite de la statue, à la base du rocher: «Bugatti / 1907» 
- face arrière du piédestal en pierre, sur la base: «2 PA 1998 / J. POULAIN».
Op 13 oktober 2012 was ik op Père Lachaise en zag dat het graf nu bewoond is. Er ligt een professor in: Philippe Hamman (1934-2012). Ik vind daar geen bijkomende informatie over.
Ik wist ook dat de Antwerpse Zoo werk bezit (bezat) van deze animalier. Ik googlede eens en kwam op volgend opmerkelijk verhaal dat ik jullie niet wil onthouden:
 
“Ligt “Worst” begraven in een tuin in de Guldenvliesstraat te Berchem?”.
 
We moeten eerst naar Josuë Dupon (1864-1935). Werk van deze kunstenaar vind men heden nog in Antwerpen op diverse plaatsen en in de Antwerpse Zoo. Bekendst is misschien wel de dromedaris en de andere beelden aan de ingang van die dierentuin. Sinds 1898 woont Dupon in de Guldenvliesstraat te Berchem. In 1907 zakt Rembrandt Bugatti af naar Antwerpen waar hij in de Zoo zijn inspiratieplek bij uitstek vind. Hij behoort tot de intimi van Josuë Dupon Bugatti en liet zijn hond bij Dupon logeren telkens hij voor een tijdje naar Parijs terugkeerde. De hond is een dashond die luistert naar de Vlaamse naam “Worst”, denkelijk een idee van Josuë Dupon. En Worst zou, volgens geruchten begraven zijn in de tuin van de woning van Dupon. De huidige eigenares weet een buxusstruik staan uit die periode maar een hondengraf is niet te vinden. Toch een leuk verhaal om bijvoorbeeld aan het graf van Josuë Dupon te vertellen moest dit niet in 2001 afgebroken zijn toen er nog geen interesse was voor funeraire erfgoed.
 
Ten slotte nog dit: Rembrandt Bugatti was zo aangedaan over het feit dat men, omdat men in de Antwerpse Zoo geen geld meer had om de dieren te voederen, vele dieren diende af te maken. Daarnaast kampte hij met financiële problemen en draaide hij op 10 januari 1916 de gaskraan open in zijn atelier op Montparnasse.
 
Jacques Buermans

Ook in Menen vandalen aan het werk vlaggen erg begeerd.


Op 28 oktober gingen we een groet brengen aan onze ouders, die begraven liggen op de stedelijke begraafplaats te Menen. Begraafplaats gekend door de docu-film van Kat Steppe "ik vergeet u nooit" Die op Canvas werd vertoond.
Ik ben ook voorzitter van het mausoleum ter ere van de Politieke Gevangenen, omgekomen in de Tweede wereldoorlog. Regelmatig ga ik de staat na van dit monument. En ja het was weer zo ver. De vlaggenmast was gebogen en zat los in de grond. Via de touwen hadden ze mast naar beneden gehaald. De kop van de mast lag bijna op de grond. Maar... de Belgische vlag hing er nog aan. Ze hadden de knopen niet los gekregen. Ze hadden wel een vuilnisbak aan gesleept en de vlag erin gestopt.
Op ons mausoleum staat een fakkel met een bronzen vlam. Die werd afgehaald en gelukkig niet te ver geworpen. Een wandelaar had die gevonden. Die bronzen vlam werd door de opzichter van de begraafplaats met silicone vast gemaakt. 
Wat verder bij het ere-perk van de Oud-strijders waren er ook 2 vlaggen. Die zijn verdwenen.
Het is niet de eerste keer, dat er vlaggen verdwenen. Op het mausoleum, zoals die genoemd wordt, staan een haan en leeuw, symbool voor België. Enkele jaren terug werd de werd zwart gemaakt, alsook enkele woorden zoals "België,..." zwart geschilderd.
De daders zijn uiteraard nooit gevonden.
De diefstal van de vlaggen had een ander doel. Nu onze "Rode Duivels" weer in zijn, hebben fans weer "Belgische vlaggen" nodig om te supporteren...
We laten dit allemaal stil want de daders zouden nog trots zijn voor hun daden (sic).


Yves Dupont

Allerheiligen 2012 traditioneel een gedicht van ons lid Mathilde Goelen.


De gure oktobermaand
schuurde langs bomen en daken
Zo blaasde hij heel gezwind
de bladeren op de graven.
 
Langs de brede oprijlaan
is het een komen en gaan
Met hun armen vol chrysanten
bezoeken zij hun verwanten.
 
Staan ingetogen bij het graf
te denken hoe het vroeger was
Met soms intens verdriet
dat niemand, niemand ziet.
 
Mathilde Goelen

Nieuwe bewegwijzering op Schoonselhof juist voor Allerheiligen klaar en ze mogen gezien worden.


Vlak vóór Allerheiligen werden de wegwijzers vervangen op de begraafplaats Schoonselhof. Het resultaat mag er wezen. Werkelijk prachtig. Aan de ingang een hoge zuil met veel meer informatie dan vroeger en op een heel duidelijke manier aangebracht. Aan de splitsingen veel meer en duidelijke informatie dan in het verleden. 
Wat bijkomende informatie bij de historische perken. Klaar en duidelijke perkaanduidingen. Toen ik er was bleek het zelfs een parkeerplaats voor honden te zijn, maar dit bleek later zuiver toevallig.
Nu maar hopen dat onverlaten en andere vandalen hun handjes thuishouden zodat de normale bezoekers kunnen genieten van het prachtige werk dat de stad Antwerpen hier weer eens geleverd heeft.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte en Jacques Buermans

Allerzielen ons lid Louis Van Dyck staat stil bij “allerzielen”.


Zij woont in een prachtig appartement, grote ramen, stijlvol ingericht. Stijlvol is zij zelf ook! Ze is vrolijk en vertelt over de 1e maal dat ze haar man zag “Ik was 16 en zat op de middelbare school; hij studeerde geneeskunde en werd dokter.” Na zijn overlijden had zij het de eerste maanden zo druk dat ze niet eens aan verwerking toekwam. “Ik moest vervanging voor de praktijk regelen, de patiënten inlichten. Ik werd gebeld door vrienden, familie en kennissen. Ik ging weekeindjes weg, logeren of gewoon praten.” Na 1 jaar werd de aandacht minder en werd ze met de neus op de feiten gedrukt: ze was alleen!
 
Toen verhuisde ze en ruilde haar huis voor een appartement. “Maar ik moest nog steeds wennen aan het alleen zijn.” De tijd heelde absoluut niet alle wonden. Om wat troost te begon ze anderhalf jaar geleden met schrijven. Korte stukjes waarvan ze hoopte dat die anderen steun konden bieden. Verhaaltjes over het alleen zijn en het verder proberen te gaan, maar gewoon ook over pijn. “Het hartzeer is er niet minder om maar door te schrijven kon ik het beter met me meedragen.” Er zijn veel meer oudere alleenstaande vrouwen dan mannen. Zij gaat er niet vanuit dat ze alleen zal blijven, al mist ze haar man nog elke dag. “Toch geloof ik erin dat ik nog eens een nieuwe liefde vind, die me gelukkig zal maken.” Ze is nu vooraan in de 50 en heeft normaal nog heel wat jaren te goed.
 
 Ik denk aan mijn zoon Luk die inmiddels vooraan de 50 zou zijn. Je de eenzame wanhoop voorstellen die aan zijn stap uit het leven voorafging, is ondraaglijk.
 
Allerzielen 2012
 
Louis Van Dyck

Primeur: Het grafmonument van Joseph Hoste kreeg een grondige face-lift! Blankenberge kent u ook peterschap.


In november 2011 werd de Vriendenkring Stadsgidsen Blankenberge vzw als eerste vereniging peter van een grafmonument. Het gaat om de imposante tombe van bouwmeester Joseph Hoste (°Sint-Kruis 03/02/1833, +Blankenberge 11/06/1899), gelegen in de middengang van de stedelijke begraafplaats van Blankenberge. Ook vandaag nog nemen de bouwwerken van Joseph Hoste in Blankenberge een toonaangevende plaats in: de Sint-Rochus kerk en de vroegere rijksmiddelbare school  die nu is omgevormd tot een schitterende bibliotheek.
Het grafmonument werd vermoedelijk door de bouwmeester zelf ontworpen  na het overlijden van zijn jonge echtgenote Léonie D’Hondt in 1879, de eerste standplaats was dan ook  het kerkhof van de Sint-Antoniuskerk. 
 
Bij de aanvang van ons peterschap was het duidelijk dat de monumentale tombe een grondige aanpak vereiste: de witmarmeren tekstplaten waren totaal onleesbaar geworden, de grote horizontale deksteen was gebroken en één van de hoeken was gekraakt, de zuiltjes en kettingen ter afbakening van de plaat waren verdwenen. Bovendien wilden we Joseph Hoste een gezicht geven.
We planden voor de herfst van 2012 dus volgende werken:                                                                   plaatsen van 2 nieuwe tekstplaten met letters in gotisch schrift, herstellen van de gebroken hoek, plaatsen van 4 zuiltjes, verbonden met kettingen en de  bestelling van een porseleinfoto van de architect.
De totale kosten voor de restauratie bedroegen 2.789,05 euro. Om dit project te betalen dienden we een dossier in bij CERA en de CERA-dienst voor regionale projecten was bereid om 2000 euro steun toe te kennen voor de restauratie van het grafmonument.
Daarnaast konden we gelukkig putten uit de reserve op onze rekening bij HERITA (vroeger FORUM), die gespijsd wordt door Fiscaal Aftrekbare Giften van onze leden en sympathisanten.
Streefdoel was dat de zerk in zijn glorie zou hersteld zijn tegen 1 november 2012. De werken werden uitgevoerd door de firma Demeyere uit Blankenberge. Alles verliep vlot en op 20 september 2012 was de restauratie voltooid. 
De Vriendenkring Stadsgidsen Blankenberge is oprecht fier over deze prestatie en op zondag 28 oktober 2012 werd het monument plechtig heringehuldigd. 
Oproep:
 
Wie onze projecten voor behoud en restauratie van erfgoed in Blankenberge wil steunen kan een bijdrage storten op onze projectrekening  BE94 7450 2407 9614 van HERITA  met verplichte vermelding: “Gift VSZB vzw Kusterfgoed is onze troef”. Giften vanaf 40 euro geven recht op een fiscaal attest. 
 
Alberta van Asbroeck, projectverantwoordelijke “Kusterfgoed is onze troef”.
 
Foto's: Jaak Schaeverbeke, Johan Blomme, Demeyere en Alberta van Asbroeck