Nieuwsbrief Nr. 70 - juli 2012

Unsere mannschaft verovert Eupen uitgebreid verslag van An Hernalstein, sorry: Hernalsteen.


Slechts 8 dapperen staan er op mijn lijst, maar hoera, 4 extra onverschrokkenen hebben de tocht naar het verre Eupen ondernomen. De uiteindelijk 11 aanwezige Zerkjes vechten een ongenadige veldslag uit om dit verslag te mogen schrijven. Vergeet het mannekes, als er ene is die dit relaas in elkaar knutselt, ben ik het.
De heer Keuntgens, die het Nederlands even vlot over zijn tong laat rollen als “seine Muttersprache” weet niet goed wat aangevangen met onze kleurrijke voetbalploeg. We zorgen namelijk voor een primeur: we zijn de eerste niet-Eupense groep die de begraafplaats bezoekt.
Wat vertel je in godsnaam aan zo’n bont Vlaams allegaartje onwetenden dat nul komma nul gegevens kan spuien over de Eupense geschiedenis, belangrijkste families, buitenbeentjes en dergelijke meer.
Wat direct opvalt: dit is één van de best onderhouden begraafplaatsen die we ooit in België bezocht hebben, je waant je in Duitsland waar de doden blijven deel uitmaken van de wereld van de levenden. Ander frappant fenomeen: weinig porseleinfoto’s – wat in het hoofd, geheugen en hart zit, heeft geen behoefte aan een afbeelding op het graf. Een ander markant feit: er wordt gerecycleerd aan de lopende band, die graven zijn direct te herkennen doordat ze als ware ballerina’s  een halve pirouette uitgevoerd hebben, wat ons dubbel zoveel werk en dito plezier geeft want zowel voor- als achterkant moeten geïnspecteerd worden.
Tot 1784 werd men in hartje Eupen, rond de St-Niklaaskerk begraven. Toen was het uit met de pret want onze teerbeminde keizerkoster gooide roet in het eten. Voortaan vond een inwoner van Eupen de eeuwige rust achter het oude Kapucijnenklooster. Nadat Napoleon van zijn keizerlijke troon gezwierd was, besliste het Congres van Wenen dat dit Duitssprekend lapje grond deel zou uitmaken van Pruisen. Wat de aanleg van begraafplaatsen betreft, hielden de Pruisen van regelmaat en orde: een geometrische aanleg met een brede hoofdas en centraal een calvarie.
De stad kocht in 1818 het Kappersveld en volgens de geldende richtlijnen kwam een nieuwe begraafplaats tot stand met duidelijk afgebakende perken voor katholieken, protestanten en neutralen met een obscure geloofsovertuiging.
In 1875 vereerde Elise Hillman, een Engelse dame, de Eupense tak van de familie met een bezoek. Ze vond het geen zicht, een begraafplaats zonder ommuring. Ze tastte in haar goedgevulde geldbeurs en betaalde prompt de bakstenen muur.
Nu we min of meer historisch bevlogen zijn, kunnen we van start gaan.
 
Familie Zimmermann: dit was ooit een kast van een monument maar de tand des tijds rommelde het zootje door elkaar. Eerst leunt het kruis tegen Elise’s muur en 20 stappen verder vinden we de witmarmeren grafplaat terug.
We bereiken de grote allee, links liggen de aanhangers van Luther en Calvijn, rechts kijken ze allemaal naar Rome. In beide gevallen hebben de rijke notabelen een plaatsje gereserveerd aan de boulevard die naar de calvarie leidt, zoals de gefortuneerde familie von Asten. 
 
Peter Becker (1812-1900) was tussen 1850 en 1881 burgemeester, hij hield zich vooral bezig met de verfraaiing van de stad.
 
Amand von Harenne (1813-1866) smeet zich als burgemeester (1846-1849) en lid van de Eupense landsraad (1849-1866) in de politiek.
Hugo Zimmermann (1862-1964) werd na de inlijving bij België door de regering in 1928 aan de Eupense bevolking opgedrongen als burgemeester. Onder zijn bestuur werd de stuwdam op de Weser gerealiseerd. Hij deed het blijkbaar goed als burgemeester want hij mocht het ambt tot 1964 uitoefenen.
 
Familie Reiner Visé-Bourseaux: Philippe, onze wandelende encyclopedie, die gans België kent, maait het gras voor de voeten van onze gids, vakkundig weg: “ Deze neogotische pinakel hoort toe aan die van de kabelfabriek” (kabelfabriek? Is er begot een kabelfabriek in Eupen?)
 
De families Hermanns-Werker en Franken kozen eveneens voor de stijl van Jantje Gotiek.
Willy Hermanns rust in het herbruikte graf (1822) van Jakob Debey.
 
Willy Hüffer was een sociaalvoelend textielfabrikant.
 
Na het gezigzag over en weer bereiken we de centrale calvarie, een realisatie van Wilhelm Pohl uit Aken. Na de inhuldiging op 17 augustus 1881 schaarden de priesters zich rond het monument.
Familie Simar rust onder iets unieks. Voor de geologen en stenenfanaten onder ons: dit ding werd in elkaar gepuzzeld met leisteen uit Recht. Ook hier opnieuw recyclage want de ons aller bekende, zuivere H. Agnes met haar lammetje troont op de achterzijde.
 
Textiel en de productie van fijn stof gaan hand in hand, je krijgt er een droge keel van. De familie Delhougne voorzag al die textielbaronnen van bier.
Met een stormram doorbreken we Elise haar muur en bereiken we de uitbreiding.
Hier bewonderen we onder andere het monumentje voor de Nazi-slachtoffers en het ereplein voor 190 gesneuvelden van de beide wereldoorlogen. Die van ’t Stad onder ons zijn in hun nopjes want de beeldengroep (1931) is van de hand van Antwerpenaar Raoul Lambeau. Je vindt ze toch overal die Scheldezonen.
Ramon Schröder (1982-2005) kreeg een modern ontwerp met titel en met “le mur des sourires” vol persoonlijke symboliek.
De familie Berger leverde de zigeunerkoning.
Door de door ons geslagen bres wandelen we opnieuw de oude begraafplaats op.
Gertrud Palm van het Eupener Sammelhäuschen overleed 87 jaar jong. Als katholieke filantrope verzamelde ze alles wat ze verzamelen kon: geld, sokken, sigaretten, alles voor de armen en de frontsoldaten.
 
August Bourseaux, weer enen van de kabelfabriek volgens Philippe. Ontwerp deze keer is van de Eupenaar Eg. Laschet.
 
Familie Ernst met een ontwerp uit 1982 van Peter Hodiamont. De Eupense binnenstad staat vol met konterfeitsels van zijn hand.

Josef Cormann: sober, mooi, modern.
Max Nicolaï, een textielmagnaat rust onder een driehoekig graf, volgens de heer Keuntgens staat er op het tekstpaneel een fout die ze gaan moeten verbeteren.
 
De sociale appartementen kregen eveneens een gerecupereerd beeld om hun uitzicht te verfraaien.
 
Wat ooit toebehoorde aan een mevrouw Dehain uit het Franse Sedan, werd geërfd door de Franciscanessen en is nu ingericht als een Zen-tuintje voor ongeboren kinderen. 
 
De familie Grand Ry rust in twee aan elkaar palende percelen, wie het groot heeft, laat het groot hangen.
 
Carl Bourseaux (028), juist ja, één van de kabelmeneertjes herbruikte ook een oud graf.
 
Robert Wetzlar (029) (1847-1912), een textielbaron van joodse afkomst, stichtte een vakschool en installeerde voor de algemene hygiëne een openluchtzwembad nabij de Weser. In WO II werd het Wetzlarbad door de bezetter opnieuw boven de doopvont gehouden en kreeg het een nieuwe naam: het Waldbad.
De familie Leinen: apothekers van vader op dochter.
 
Bij de familie Peters krabben we efkes met de handen in het haar: wat doet een Nederlandstalig beeldje van een leerlooier op het graf van een textielfabrikant?
 
We eindigen bij één van de oudste monumenten van 1820, eigenaar was en is Abraham Römer (1763-1820).
Met een deel van “die Mannschaft” gaan we na afloop de lokale Italiaan gaan testen. We moeten er uitgemergeld uitgezien hebben want met de porties kon men regimenten voetbalploegen voeden. Nog later gaan we met Philippe op zoek naar de werkplaats van de familie Bourseaux want in Eupen de eeuwige toerist uithangen en die kabelfabriek niet gezien hebben, dat zou pas zonde zijn.
 
An Hernalsteen

Restauratie Monument Luitenant Georges Nélis beeld gestolen, teruggevonden en gerestaureerd.


Georges Nélis (Halle, 22 mei 1886 - Elsene, 2 maart 1929) was een Belgische luchtvaartpionier. Hij was de eerste Belgische militair met een militair vliegbrevet.
Tevens was hij oprichter en directeur van zowel Sabena, SNETA en SABCA en wordt daarom gezien als de "vader van de Belgische luchtvaart".
 
Georges Nélis koos na zijn lagere school voor een militaire carrière. Tijdens de opleiding aan de militaire academy in 1904 wordt hij opgemerkt door Generaal Gerard Leman om zijn wetenschappelijke en wiskundig inzicht. Hij komt onder de hoede te staan van Leman, en raakt geïnteresseerd in de opkomende luchtvaart. Hij is de enige officier die kandidaat is om als piloot opgeleid te worden bij de Genie. Op 3 oktober 1910 wordt hij gepromoveerd tot 1e kandidaat aviateur. Dan beveelt Generaal Joseph Hellebaut de "Compagnie des Ouvriers et d'Aérostiers du Génie" tot het oprichten van een vliegschool en geeft deze opdracht tot de aankoop van een vliegtuig. Het vliegtuig - een Farman HF3 - wordt aangeschaft in Frankrijk waar Nélis les krijgt in de werking van het toestel en de motor. Eenmaal terug in België behaald hij op 21 december 1910 zijn brevet bij de vliegschool van Jules de Laminne. Hij wordt hierdoor de eerste Belgische piloot met een militair brevet. Begin 1911 wordt in Brasschaat het eerste militaire vliegveld van België opgericht.
 
Bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog wordt Nélis aangesteld als commandant van de Technische dienst en verantwoordelijk voor het onderhoud van de vliegtuigen. Het onderhoud werd verzorgd door het Antwerpse bedrijf Bollekens, die ook het merendeel van de vliegtuigen leverde voor de luchtmacht.
 
De Technische dienst, en eigenlijk de hele luchtmacht, hebben een tekort aan onderdelen en nieuwe vliegtuigen. Deze krijgen ze enkel bij de Fransen. Nélis besluit om enkele eigen vliegtuigen te bouwen, gebaseerd op de Farman's. Samen met Lt.Mathieu Demonty en Bollekens bouwt hij zes vliegtuigen, GN1 tot GN6. Na de oorlog installeert Nélis en de Technische Dienst zich op het verlaten vliegveld te Evere. Op 15 januari 1919 publiceert hij zijn visie op de toekomst van de Belgische luchtvaart getiteld "L’expansion Belge par l’aviation" (De expansie van België door de lucht). Nélis voorziet een grote rol voor de burgerluchtvaart, een vooruitstrevende gedachte. Daarnaast was hij ook overtuigd dat de luchtmacht onafhankelijk moest zijn van buitenlandse leveringen.
 
De overtuiging van Nélis voor het vestigen van een onafhankelijke luchtvaart industrie lijdt in 1921 tot de oprichting van SABCA. Bij de oprichting is afgesproken dat elke vliegtuig order van de luchtmacht en van SABENA bij SABCA geproduceerd moet worden. Deze afspraak en de voorgeschiedenis van Nélis en Bollekens lijden tot de volgende kritiek. Met het afbreken van het contract met Bollekens zou veel gekwalificeerd personeel gedwongen zijn om hun kwaliteiten in het buitenland voort te zetten. SABCA was dan ook niet in staat om eigen ontwerpen te produceren die de concurrentie konden weerstaan. Het leger en SABENA moesten dus hun heil zoeken bij buitenlandse vliegtuigen. Ze waren echter weer wel verplicht om hun materieel af te nemen bij SABCA. Deze moest dus noodgedwongen licenties afkopen voor de buitenlandse vliegtuigen, die hierdoor veel duurder werden dan als men ze direct zou kopen bij de producent.
 
In 1924 wordt Nélis nog directeur van SOCTA en CAB, de eerste is een vliegmaatschappij speciaal voor het vervoer van duiven, de tweede is speciaal voor de luchtfotografie.
 
In 1928 wordt hij ziek, hij is dan nog maar 43. In maart 1929 overlijdt hij in Ixelles. Een jaar later krijgt hij een praalgraf op de begraafplaats van Brussel (Evere).
 
De bronzen sculptuur is gemaakt door Pierre De Soete, een in ons land ondergewaardeerd kunstenaar. Hij volgde academie in Woluwe, en startte op 14 jarige leeftijd een bronsgieterij. Zijn talent bracht hem zowat overal in Europa en Amerika waar hij sculpturen maakte van diverse presidenten. Ook het logo van Minerva en het automerk Jaguar zijn van zijn hand.
Hij stierf in armoede zoals zovele kunstenaars.
 
Op 2 februari 2011 wordt het bronzen beeld op het praalgraf gestolen. In augustus wordt het beeld zwaar beschadigd teruggevonden en de daders opgepakt. Het zwaar beschadigde beeld wordt overgebracht naar het Kwartier Maj. Housiau in Peutie waar de Gentse kunstenaar Frank Liefooghe het grondig nakijkt en besluit dat het beeld eventueel nog kan hersteld worden. 
In sept 2011 neemt Gen. Mandl contact op met Wings Of Memory en vraagt of wij een mogelijkheid zien het beeld te herstellen. Wings Of Memory lid Stefan Delannoit en kunstenaar Michel Clocquet, die beiden het monument voor de Belgische oorlogspiloot Mony Van Lierde maakten, besluiten na een grondige studie de herstelwerkzaamheden aan te vatten. 
Op 2 mei werd het gerestaureerde beeld opnieuw op het graf van Georges Nelis geplaatst door de leden van Wings Of Memory, Michel Clocquet en Generaal (ret) Mandl. 
Op 23 mei 2012 vond een korte plechtigheid plaats op het Kerkhof van Evere voor de inhuldiging van het gerestaureerde grafmonument van Georges Nelis. Naast afgevaardigden van Wings Of Memory en de Vieilles Tiges waren ook familieleden aanwezig van Nelis. Voor de officiële foto poseerden zij samen met Generaal Mandl, tweede van links, waarnemend Chef van de Generale Staf, Lt generaal Van Caelenberge, in uniform, restaurateur Stefan Delannoit, links naast de Chef, en restaurateur Michel Clocquet, met lichte vest. 
Toespraken werden gehouden door Generaal (ret) Mandl en Chris Van Heghe (Wings Of Memory). Ook waarnemend Chef van de Generale Staf, Lt generaal Van Caelenberge woonde de plechtigheid bij .
 
Alle aanwezigen waren het er over eens dat de restauratie prachtig geslaagd was, en bedankten Stefan Delannoit en Michel Clocquet voor hun fantastisch werk.
 
Dirk De Quick (Wings Of Memory) en Generaal (ret) Michel Mandl.

Brochure ‘Kerk en kerkhof van Gijverinkhove – Verleden, heden en toekomst van een harmonisch geheel’ Anne-Mie Havermans stelde ze samen.


Brochure  ‘Kerk en kerkhof van Gijverinkhove – Verleden, heden en toekomst van een harmonisch geheel’ (Anne-Mie Havermans):
 
De gemeente Alveringem geeft een brochure uit die de geschiedenis van de kerk en het kerkhof in Gijverinkhove beschrijft. Naast een verrassend verhaal over het kerkgebouw met haar harmonische stoffering, komt het kerkhof aan bod. Er wordt niet enkel gesproken over de figuren die er begraven liggen. Er is aandacht voor het grafteken, het materiaalgebruik en symboliek. Je  leest heel wat over begrafenisrituelen, de grafdelvers en steenkappers.  Een aanrader!
 
De auteur van deze brochure is kunsthistorica Anne-Mie Havermans die deze publicatie samenstelde naar aanleiding van een tweeledig onderzoek uitgevoerd voor het beschermde kerkhof van Gijverinkhove.
 
Kunsthistorica Anne-Mie Havermans inventariseerde de waardevolle en karakteristieke graftekens op het kerkhof. Op basis van deze bevindingen werkte het studiebureau Andy Malengier een ontwerp uit voor het kerkhof. Dit ontwerp herstelt het origineel historische karakter en integreert met minimale ingrepen moderne vormen van begraven - zoals asuitstrooiing en columbaria - op een kwalitatieve wijze in het kerkhof. Tegelijkertijd speelt het maximaal in op de unieke landschappelijke kwaliteiten van de omgeving.
Deze studie werd volledig gefinancierd door de West-Vlaamse Intercommunale (wvi) en zal een handige leidraad vormen voor de gemeente wanneer die beslist om werken op het kerkhof uit te voeren.
 
De brochure is verkrijgbaar in de dienst Toerisme en Cultuur Alveringem ([email protected])
 
QR- code
 
Om de individuele verhalen achter de graftekens tot bij de bezoeker te brengen, is het kerkhof van Gijverinkhove ontsloten via een QR-code (een soort van digitale streepjescode).
Met een smartphone kan ter plaatse per grafteken informatie worden opgevraagd. Dit is een primeur voor een begraafplaats. U kan dit alvast thuis bekijken op  http://ibeaken.mobi/18301803.
 

Meer informatie en reservering

Dienst Toerisme en Cultuur Alveringem
Sint- Rijkersstraat 19 | 8690 Alveringem
T: 058-28 88 81 –| [email protected]

Gezien op de begraafplaats van Heinkenszand ons lid Bert Bevers ontdekte “de steen des Aenstoots” ....


Ons lid Bert Bevers ontdekte “de steen des Aenstoots” ....
 
Foto: Bert Bevers.

Oude beroepen in de begrafeniswereld fotosessie zodat deze termen niet zouden verdwijnen.


Ons lid Wim Vlaanderen meldde het volgende:
 
Dag Jacques,
Jacques, de Terebinth heeft het plan om oude (bij)baantjes in de begrafeniswereld niet uit het woordenboek te laten verdwijnen.
Wie weet tegenwoordig wat doodbidders, huilebalken, slippendragers , aansprekers en klakkelmannen zijn .
Op de oude begraafplaats Bergklooster hebben we een fotosessie gemaakt van verschillende van deze beroepen ook van het aanzeggen omstreeks 1870 en 1920.
De fotograaf was Bert Pierik (graag zijn naam vermelden bij verspreiding)
we maken hier een folder van en proberen dan bij beurzen en opendagen op begraafplaatsen met verkleedpartijen deze beroepen weer onder de aandacht van het publiek te brengen.

U wordt uitgenodigd om het fotoalbum van Ronald te bekijken: Terebinth

Terebinth
29 mei 2012
van Ronald
Album weergeven
Diavoorstelling afspelen
Foto's aan dit album toevoegen

Bericht van Ronald:
foto van terebinth
Als u problemen ondervindt bij het weergeven van dit e-mailbericht, kopieert en plakt u het volgende in uw browser:
https://picasaweb.google.com/lh/sredir?uname=Nordicwandelschool&target=ALBUM&id=5750300521419095025&authkey=Gv1sRgCOC57ceTsvP5lQE&feat=email
Als u uw foto's wilt delen of een melding wilt ontvangen wanneer uw vrienden foto's delen, meldt u zich aan voor uw eigen gratis account voor Picasa Webalbums.

Wim Vlaanderen

Geslaagd funerair dagje in Brugge tentoonstelling “de treurenden” en Sint Salvatorkathedraal.


In de voormiddag meldden 19 personen zich om in het Sint Janshospitaal de tentoonstelling “de treurenden” te bezoeken. Ook enkele niet-leden van onze vzw Grafzerkje maakten het gezelschap compleet. Ons lid Kurt Götze verwelkomde ons en vertelde wat over het Sint Janshospitaal dat in de 12de eeuw al een centrum voor gezondheidszorg was en dit bleef tot in de jaren ’70 van vorige eeuw. Hij wees ons op het feit dat de originele straat 2 meter lager was. In het Sint Janshospitaal bezochten we eerst de vaste collectie. Kurt toonde ons een schilderij waarop een kerkhof stond en waar, dixit de gids, Baekelandt de leider van de roversbende in 1804 als een der laatsten werd begraven. In Limburg zijn uiteraard veel brave zielen maar daar hadden ze nog nooit van Baekelandt gehoord en Kurt verduidelijkte dat het een struikroversbende was met minder nobele bedoelingen dan Robin Hood. Lodewijk Baekelandt werd ter dood veroordeeld en op de Brugse Grote Markt onthoofd. We stonden ook stil bij het Sint Ursulaschrijn van Hans Memlinc. 
De treurenden dan, volgens An: de bleiters. Het zijn een 40-tal albasten beeldjes van rouwenden kartuizersmonniken afkomstig van het praalgraf van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees en zijn echtgenote Margaretha van Beieren, afkomstig van het Musée des Beaux Arts in Dijon. Het praalgraf kwam tot stand tussen 1443 en 1470 en de beeldjes zijn van de hand van twee beeldhouwers Juan de la Huerta en Antoine Le Moiturier. Meer dan de moeite waard en een aantal “zerkjes” hadden al vlug hun keuze gemaakt.
 
Een drieluik van de hand van Hans Memlinc kreeg de nodige aandacht van onze gids. Hij vertelde dat het Johannes de Doper en Johannes de Evangelist voorstelde met afbeeldingen van de Heilige Katharina, afgebeeld met rad, en de Heilige Barbara, met een toren op de achtergrond. Een detail: achteraan een kraan met enkele broeders ernaast. Kurt verduidelijkte: de broeders bezaten het alleenrecht om wijn te vergieren. Vergieren betekent “meten met de roede”. De broeders van het Sint-Janshospitaal hadden (als vorm van gewaarborgd inkomen) het alleenrecht in Brugge om de wijnvaten te 'vergieren', de inhoud te peilen/meten. Op de bovenverdieping zagen we nog een reeks van 101 foto’s van mannen, vrouwen en kinderen van enkele maanden tot 100 jaar oud van de Duitse fotograaf Hans-Peter Feldmann en enkele prachtige werken van de Zwitser Alberto Giacometti.
 
15 “zerkjes” genoten van een voortreffelijk middagmaal. Met ons lid Johan Duyck als gids togen we naar de Sint Salvatorskathedraal. Johan wees ons al direct op de nabijheid van twee kerken: de OLV-kerk behoorde toe aan de heerlijkheid Sijsele en Salvator aan de heerlijkheid Snellegem. Aan het voormalige kerkhof vertelde Johan (063) dat een aantal jaren geleden een gigantische kunstroof plaatsvond. Enkele inbrekers hadden zich weken gemengd onder de arbeiders die het kerkhof renoveerden. Zij zaagden de ijzeren staven van een beveiligingshek door en lieten zich insluiten. 
De toren van de Sint Salvator is 80 meter hoog en men is er bezig met een grondige restauratie. Heel veel kunstwerken zijn afkomstig van de, verdwenen, Sint Donaaskathedraal. Bij het binnentreden zagen we al onmiddellijk de vele restaurateurs aan het werk. Johan Duyck wees ons op de wapenschilden van het kapittel van 1488. Indien een koord boven het wapenschild te zien is, was de persoon reeds overleden bij de vergadering van 1488. Bij een zware grafplaat vertelde Johan dat die gebruikt werd om de steunberen te ondersteunen. 
Vlakbij een epitaaf ter ere van Jean Robert Calloigne, beeldhouwer. Hij werd begraven … op Sint Willebrordus te Antwerpen. Het moeten niet altijd Gentenaars zijn. We konden een aantal prachtige wandtapijten bewonderen uit de tijd van kardinaal van Susteren. Volgens Johan was dit de zonnekardinaal. We zagen onder andere “de wonderbare visvangst”. Twee praalgraven: die voor voornoemde kardinaal van Susteren (1668 – 1742) en die voor kardinaal de Castellion (1680 – 1753), naast een epitaaf voor Van Huerne.
Een aantal obiits van belangrijke Brugse families hingen hoog in de Salvator. Eén viel op. Johan vertelde dat bij het overlijden van een lid van de Koninklijke familie ook een obiit werd gemaakt. Zo ook voor de, in 1905, overleden prins Filip. Men deed hier aan “recyclage” want bij het overlijden van prinses Astrid in 1935 werd van de oorspronkelijke “0” een “3” gemaakt. De schoenmakerskapel, in volle restauratie, viel; op door de laarzen aan weerszijden van het altaar. Wat verder het albasten, Johan versprak zich met “asbesten”, graf voor Jean Carondelet en het schrijn van Karel de Goede en het zilveren schrijn voor Sint Elooi van de hand van Jan Crabbe. 
Johan had voor mekaar gekregen dat de restaurateurs de deuren openden zodat we de prachtige 14de eeuwse grafkelders konden bewonderen. Het bezoek eindigde in de schatkamer met enkele prachtige grafplaten met als “topper” de grafplaat van Jacob Schelewaerts, doctor in de theologie aan de universiteit van Parijs en docent in Leuven. De plaat werd bekostigd door zijn leerlingen en zij werden ook afgebeeld op de grafplaat. We hadden toch weer enorm veel bijgeleerd en sloten deze leuke dag af met een drankje.
Jacques Buermans
 Foto’s: Rina Reniers en Johan Duyck

Tante Kato ging op reis en zag de tombe van saint Gilles weer een nieuwe ontdekking van Tante Kato.


Gilles, Gillis, Géli, Aegidius, Egidius * ca 640 - 721 à 725 * Saint-Gilles, Frankrijk
 
Saint-Gilles-du-Gard in de Camargue is al eeuwen een bedevaartsoord.  Ooit zelfs het vierde belangrijkste van de katholieke wereld na Jeruzalem, Rome en Compostella.  Da’s niet de reden waarom we er naartoe gingen.  Wel omdat de pauselijke legaat Pierre de Castelnau (ca 1170-1208) er vermoord is en die misdaad was bij wijze van spreken de reden om de ketterse Katharen of Albigenzen te vervolgen.  Hij ligt er begraven hoor, daar in dat zuiderse stadje in de Rhônedelta.  Maar om zijn graf te vinden in de crypte van de Middeleeuwse abdijkerk had men een vergrootglas, een zaklamp, een inheemse gids en nog veel meer nodig.  Wie is nu geïnteresseerd in Pierre de Castelnau als dé grote saint Gilles er begraven ligt.  Omdat ik van legendes hou en die graag verder vertel, krijgt u nu het wonderlijke levensverhaal van de rijke jonge, adellijke Aegidius / Gilles van Athene.
 
Hij mag dan een rijke jeugd gehad hebben, bij de dood van zijn ouders schonk de vijfentwintigjarige zijn hele erfenis aan de Kerk van Jezus Christus en hij zocht een teruggetrokken bestaan, weg van het volk dat hem bewonderde voor zijn miraculeuze krachten.  Een grot in de buurt van Arles en Nîmes met alleen het gezelschap van een hinde, die hem melk gaf om te overleven, leek ideaal voor een kluizenaarsleven.
 
We schrijven 673 : een Visigotische prins is op jacht in de Camargue en achtervolgt de tedere hinde.  Die zoekt toevlucht bij onze kluizenaar en als de jager een pijl afschiet, wordt dat dodelijke wapen wonderbaarlijk tegengehouden door Aegidius, die er wel bij verwond raakt.    En de Visigoten ... die komen tot inkeer en bekostigen de bouw van een abdij.
 
Dat verhaal kwam natuurlijk ook aan de oren van Paus Benedictus II en Aegidius werd in Rome ontboden.  Daar schonk de paus hem twee cipressenhouten deuren voor zijn abdijkerk.  Aegidius had het nog altijd niet hoog op met werelds goed, gooide de deuren in de Tiber en keerde terug naar Zuid-Frankrijk.  Die keikoppen van deuren kwamen in de Middellandse Zee terecht, dreven af naar het noorden en via de Rhônemonding spoelden ze aan bij een bouwwerf.  Jaja, de bouwwerf van de bewuste abdij.  Op datzelfde moment kwam Aegidius terug thuis.  Heeft hij in de deuren zijn meerdere moeten herkennen ?
 
Onze kluizenaar stichtte met zijn discipelen een Benedictijnerabdij.  Zijn dood ging gepaard met het gezang van een engelenkoor.  Hij werd begraven in de crypte van de abdijkerk en het plaatsje werd naar hem genoemd : Sant-Géli, in het huidige Frans Saint-Gilles-du-Gard.  En de stad nam een liggende hinde (met pijl) als wapenschild.  Een lang leven heeft die eerste abdijkerk niet gehad, de oprukkende Saracenen zorgden voor de verwoesting. Toch groeide Saint-Gilles uit tot een bedevaartsoord op de zuiderse weg naar Compostella.
 
De huidige abdijkerk dateert van de twaalfde eeuw en ook al is er sinds 1538 geen abdij meer, de naam abbatiale bleef behouden.  Tijdens en na de godsdienstoorlogen (1562-1622) ging het met kerk en aantal bedevaarders bergaf en na verloop van jaren was men het graf van de heilige vergeten.  Tot het in 1865 door abbé Goubier ontdekt werd.  Sinds 1965 is er een heropbloei van de pelgrimage.
 
Centraal in de enorme crypte vindt men het graf van saint Gilles. (081)  Eigenlijk is die crypte een ondergrondse kerk, ongeveer even groot als de kerk van het gelijkvloers.  Een informatiebord zegt : “Over de heilige is bijna niets geweten en zijn relieken werden gestolen en zijn overal verspreid maar de grafsteen-inscriptie meldt : ici repose le corps du bienheureux GILLES”.  Nog steeds brengen pelgrims bloemen naar de lege tombe.
Deze Gilles is uiteraard de patroonheilige van alles Sint-Gillissen in België : Brussel, Dendermonde, Waasland en de Sint-Egidiusgemeenschap is naar hem genoemd.  Zijn feestdag valt op 1 september.
 
Bij het schrijven van dit artikeltje heb ik een lesje Frans gekregen.  De heilige schrijft men saint Gilles en de stad Saint-Gilles.  Waar houden we ons mee bezig ?
 
Tante Kato