Nieuwsbrief Nr. 55 - mei 2010

Bezoek aan de begraafplaats van Tienen ons lid Barbara Daveloose maakte volgend verslag.


Op zaterdag 27 maart was het verzamelen geblazen op de oude begraafplaats van Tienen. En deze keer mogen we echt wel spreken van een oude begraafplaats, ze dateert van 1784.

Het is de voorzitster van de gidsenbond die ons rondleidt op het oude deel. Als stadsgidse  stelt ze niet enkel gidsbeurten op voor het grote publiek, ze spitst zich ook graag toe op het lokaal erfgoed voor de lokale bewoners. En zo is ze bij de begraafplaats terecht gekomen. We krijgen dus meteen de “waarschuwing” dat de rondleiding vooral is toegespitst op personen die voor Tienen belangrijk zijn (waren).

Ook wijst ze ons op de desinteresse van de stad voor deze mooie begraafplaats. Gelukkig kan uw nederige notuliste dit een beetje nuanceren. Stad Tienen heeft bij de Vlaamse Overheid advies gevraagd om de belangrijkste graven in te kleuren op de (niet zo recente) plattegrond(*). Een locale historica zou verder onderzoek doen naar deze graven. Dus toch een positieve noot in het verhaal, en zoals verder blijkt: ’t is nodig want de begraafplaats in Tienen is echt de moeite!

We beginnen bij de kruisen. Zoals op de veel begraafplaatsen, zijn de meeste kruisen in Tienen verdwenen. Onze gidse vertelt ons dat ze zelf al een kruis heeft gerecupereerd en in haar tuin van een plaatsje heeft voorzien.

Op de begraafplaats vinden we weinig symboliek die verwijst naar het beroep van de overledene. Een enkel graf  is versierd met een lier. Het is het graf van een muziekleraar. En natuurlijk herkennen we ook de graven van priesters vrij gemakkelijk. Hier niet enkel aan de kelk, maar ook aan het lam.

En dan komen we bij de mooie kapel op de centrale as. Deze kapel is opgericht ter ere van de voormalige deken van Tienen, EH Rochet. Hij is gestorven bij een bombardement van geallieerden toen hij de biecht aan het afnemen was. Ter verduidelijking: de geallieerden waren ook hier de “goeden” hoor, alleen was hun doelwit niet het ziekenhuis maar de spoorweg. Door het treinverkeer lam te leggen konden ze de Duitsers serieus dwarsbomen. Helaas hebben ze verkeerd gemikt.

De elegante kapel is in zeer slechte staat. Ze wordt niet onderhouden omdat er al jarenlang een discussie woedt rond het eigenaarschap van de kapel tussen de stad en de dekenij. Volgens de laatste berichtgeving zou de kapel onder de verantwoordelijkheid van de stad vallen. Nu  maar hopen dat er snel actie wordt ondernomen.

Dit graf vertelt een minder fraai verhaal uit de geschiedenis van Tienen. Op een dag kwamen leden van de zwarte brigade in Tienen aan om een aantal mensen op te pakken. Dit kwam ter ore van één van de echtgenotes van de beooge mannen. Ze slaagde erin om haar man in veiligheid weg te sturen vooraleer de brigade er aan kwam. Om haar te dwingen te vertellen waar hij was, werd ze zelf op gepakt. Het was niet de bedoeling dat ze zou sterven maar helaas: ze herkende één van haar beulen en liet dit ook blijken. En dit betekende meteen het einde van haar kansen om het er levend vanaf te brengen.

We vervolgen ons enigszins zigzagtraject langsheen de begraafplaatsmuur. Hier liggen de oudste graven. Opvallend op dit oude stuk zijn de talrijke kettingen die nog bewaard zijn rondom de graven.

Op de cippe die bekroond is met een gesluierde vaas en bezet is met platen van wit carraramarmer, is onderaan stuk van een gedicht van Malherbe aangebracht over de roos. Het is een aandenken aan de dochter die op 18-jarige leeftijd stierf. 

Een niet te missen graf voor binnen Tienen is dit van de familie Vinckenbosch van de Suikerrafinaderij. De familie was liberaal gezind en leverde ook enkele burgemeesters.

Het is een vrij eenvoudige maar mooi uitgewerkte stèle die bekroond is met een kruis en waar we de gevleugelde zandloper op aantreffen.

En dan komen we langs de graven van enkele Tiense burgemeesters

Een van de rijkste aan grafsymboliek (en komend van het atelier Salu in Laken) is dat van burgemeester Goosens. Hij was slechts drie jaar burgemeester in Tienen, maar zijn graf is een echt pareltje. Het is een combinatie van allerlei vormen: sarcofaag, hoge cippe bekroond met zuil.

Burgemeester Delporte was dan weer 39 jaar burgemeester (ik dacht te hebben begrepen dat dit nog steeds een record is). Het is dan ook niet verwonderlijk dat we op zijn graf een obilisk aantreffen Zijn graf is een combinatie van een cippe met daarop een obelisk en zijn buste.

We komen dan bij een goed onderhouden neogotische kapel. Deze kapel van de familie Halflamis wordt nog onderhouden door de familie en is de week van Allerheiligen open en toegankelijk.

Nog even opmerken dat we een zeer opmerkzame speurder in ons midden hadden. Het graf van de familie Watremez ontbreekt een medaillon. Blijkbaar is de heer Watremez niet bij zijn vrouw begraven, terwijl dit wel de bedoeling was. Kuifje merkte dat de heer Watremez blijkbaar een beeldhouwer was, cfr de handtekening in het medaillon. Ook merkte ze het graf op van de heer Janssen, een voormalig minister van staat nota bene.

Op het graf van de familie Leon Vaes-Lambeets zien we een kopie van de madonna met kind van Michelangelo. Vaes was graficus, schilder, lesgever. Op het Torekensplein van Tienen staat er een werk van hem.

Verder komen we ook bij het graf van Julia Tulkens, een beroemde dichteres in Tienen. Hoewel ze zeer gevierd was, is het toch maar een zeer sober graf. Blijkbaar was mevr. Tulkens niet zo kerkelijk aangelegd. Ze kwam ook nooit op een kerkhof, het waren haar kinderen die bloemen legden bij het graf van haar overleden echtgenoot toen ze zelf ook nog leefde.

Op het kerkhof treffen we ook verschillende sobere graven van zusters en broeders. Helaas werd mijn hand moe en ik heb niet genoteerd welke verschillende strekkingen hier liggen. Twee ervan heb ik genoteerd: de grauwzusters en de zusters passionisten. De zusters passionisten zijn missiezusters die nog steeds actief zijn en Tienen is een belangrijk oord. Er komen hier nog heel veel buitenlandse missiezusters vooraleer ze op missie vertrekken.

Doordat we geen vast parcours volgen, doorkruisen we de ganse begraafplaats. En zo zien we heel veel bronzen van  Norga. Wat ook opvalt bij deze begraafplaats is de sobere indruk door de grijze steentjes. Op een kleine strooiweide voor de kindje na, is er nergens groen. Ook de voortuinjes van de graven zijn allemaal bedekt met grote arduinen blokken.

Om af te sluiten wil ik eindigen met de stèle van Madeleine Lefort. Ik weet niet of het veel voorkomt dat er op een graf aangegeven staat hoe de ziel zich naar de hemel moet begeven. Op deze steen staat in elk geval: “Toujours tout droit”. En dan kom je er.

Wij waren er ondertussen ook. De ruim twee uur durende wandeling op de begraafplaats was op zijn einde. Een bedanking aan de gidse was zeker op zijn plaats.

Bij het verlaten van de begraafplaats zijn we ook  toujours tout droit  gegaan (toch ongeveer) en vonden we de perfect plek om de dorst te laven en de honger te stillen.

Alweer een geslaagde uitstap!

Barbara Daveloose


(*) Op maandag 22 maart was ik  op de begraafplaats van Tienen, samen met Marcel Celis van het Agentschap Ruimte en Erfgoed. Op Vlaams niveau zit de expertise rond het funerair erfgoed bij het Agentschap Ruimte en Erfgoed (dit is de nieuwe naam voor het Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed) waar Marcel Celis nog tot de tweede helft van 2010 actief is. Na zijn pensioen zal het onderzoek over het funerair erfgoed verder worden gezet binnen het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). En hier komt ondergetekende op de proppen. Het funerair erfgoed is één van mijn verantwoordelijkheden geworden.


Nieuwe website rond funerair erfgoed een nieuwe website dankzij Barbara Develoose.


Op maandag 29 maart stelde de regionale erfgoedcel TERF(1) een nieuwe website voor waarin het funeraire erfgoed van zeven West-Vlaamse gemeenten wordt geïnventariseerd en ontsloten.

Vrijwilligers zijn op alle kerkhoven van de zeven steden en gemeentes op zoek gegaan naar 'opmerkelijke' graven. Daarbij is uitgegaan van ofwel de speciale architectuur van het graf, ofwel de belangrijkheid van de persoon die er begraven ligt. Uitgebreide beschrijvingen van al die speciale graven zijn genoteerd op fiches en ingegeven in de computer. Via de site 'Versteende getuigenissen' kan je die informatie raadplegen.

TERF koppelde dit werk aan reeds bestaande initiatieven:

·     De gegevens van de verschillende gemeentelijke databanken voor begraafplaatsbeheer waren een goede vertrekbasis voor de ontwikkeling van inventarisatiesoftware

·     De bestaande inventarisatiefiches, ontwikkeld door vzw Epitaaf en verspreid door het Forum voor Erfgoedverenigingen, werden gebruikt om erop verder te werken, waarvoor dank.

·     De synchronisatie met de gemeentelijke administratie door de gemeentelijke website in te schakelen om als burger de lokalisatie van een graf van je dierbare te lokaliseren.

Ingelmunster en Staden zijn nu reeds online, de andere TERF gemeentes volgen de komende maanden en jaren. Iedereen kan in deze informatie grasduinen via de website http://www.versteendegetuigenissen.erfgoedcelterf.be, die de komende maand alsmaar zal  aangroeien met informatie.

[1] TERF is de naam voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband rond erfgoed, tussen HoogledeIngelmunster,IzegemLichterveldeMoorsledeRoeselare en Staden.

Barbara Daveloose

Grafmonument burgemeester Moorkens werd gerestaureerd Geert Janssens en Jacques Buermans maakten een verslag.


Onze leden Jan en Geert Janssens herstelden reeds een aanzienlijk aantal grafmonumenten op de begraafplaats van Borgerhout, Silsburg. In 2007 opperde vader Jan, die reeds een aantal monumenten of de hoofdlaan van de begraafplaats fatsoeneerde, het idee of het er geen mogelijkheid was om het graf van burgemeester Moorkens te laten restaureren. Onze vzw Grafzerkje zag dit wel zitten en toog op zoek naar nabestaanden van deze belangrijke familie. Uiteindelijk kregen we contact met de heer Jean-Albert Moorkens en, eind 2007, kwamen Jan en Geert Janssens, Jacques Buermans en de heer Jean-Albert Moorkens ter plaatse eens een kijkje nemen. Deze laatste vroeg om eens enkele offertes te laten maken. Onze vzw Grafzerkje ondernam de nodige stappen en een drietal offertes werden doorgestuurd. In mei 2008 werden nog summiere afspraken gemaakt dat de restauratie van het grafmonument Moorkens tijdens een familieraad besproken zou worden. En dan werd het stil. Zo stil dat iedereen dacht dat het restauratieproject een stille dood, heel toepasselijk in deze materie, gestorven was. Verrassing alom toen ik (Jacques) half januari 2010 een telefoontje kreeg van iemand van het restauratiebedrijf PIT met een verzoek naar informatie over de ligging van het grafmonument op de begraafplaats van Silsburg. Op 1 februari toog PIT effectief  aan het werk om de nodige restauratiewerken uit te voeren.
Paasmaandag bracht Geert een bezoek aan Silsburg en hij schrok zich een hoedje… nee niet de steen was voor het graf weggerold maar het graf was gewoonweg bijna zoals nieuw.

Nu wat even over de figuur van Burgemeester Moorkens.

Ludovicus Franciscus Moorkens werd geboren op 5/10/1843 te Borgerhout als onwettige zoon van de jonge ongehuwde dochter Maria Catharina Van Aelst, zonder beroep.

In zijn jeugd werkt hij mee in de beenhouwerij.

Op 2/3/1859 huwt zijn moeder met Joannes Baptista Moorkens. Zij blijkt huishoudster te zijn maar het belangrijkste is dat Ludovicus Franciscus wordt gewettigd en erkend door haar echtgenoot.

Niet lang na het overlijden van zijn beide ouders in 1876 geeft hij de zaak door en wordt vetwijder met een grote reputatie en fortuin want hij komt al heel vlug voor op de kiezerslijsten voor de senaat.

Hij huwt met Anne Cornelia Antonissen op 30/8/1877 te Antwerpen.  Op 1/1/1879 zetelt hij in de gemeenteraad als lid van de Meetingpartij. Na het overlijden van dd burgemeester Marmillion wordt hij schepen. In 1884 wordt hij zowel provincieraadslid als burgemeester.

We kunnen hem qua bouwwoede de Borgerhoutse Leopold II noemen. Hij laat scholen oprichten, koopt de begraafplaats Silsburg te Deurne en tenslotte het meesterstuk op de taart het huidige districtshuis wordt gebouwd in 1889.

Dit prachtige gebouw in Vlaamse neo-renaissancestijl , door de gebroeders Blomme, was tevens het eerste officieel gebouw in België dat per elektriciteit werd verlicht.

Een spijtig gebeuren in zijn politieke loopbaan is het feit dat bij de staking in 1893 voor het algemeen stemrecht de eerste vijf dodelijke slachtoffers zijn gevallen te Borgerhout.

Hij sterft op 22/9/1904 te Borgerhout in de Huybrechtstraat 76 om 08.00

De monumentale grafzerk is een ontwerp van beeldhouwer Baggen zoals netjes te zien is in de dekplaat.

Geert Janssens en Jacques Buermans

Foto's: Geert Janssens en Jacques Buermans

Tante Kato ging op reis en … ???


Zij raakte haar fototoestel kwijt.

We laten haar zelf aan het woord: “Op onze reis is mijn fototoestel gesneuveld : stomweg vergeten op de achterbank van een taxi. Ik beken: ik heb geweend, gevloekt, met de voeten getrappeld en hoofdpijn gekregen. Op dat toestel stonden alle foto's, die ik nodig had. Ik moet nu gaan schooien bij andere reizigers en dat vraagt even tijd.  Mijn tekst is klaar, maar foto's illustreren het geheel. Dus liever géén tekst zonder plaatjes. Sorry”.

Tante Kato

Wij duimen voor een volgende “Tante Kato” voor de Nieuwsbrief van juli.

Jacques Buermans

S-wan bestaat drie jaar en stelt zich voor Brugse gidsenvereniging telt een aantal leden van vzw Grafzerkje.


De gidsenvereniging S-wan vzw, waar een aantal van onze leden deel van uitmaken, bestaat drie jaar en kon ondertussen een belangrijke plaats verwerven in het gidsenlandschap van Brugge en omgeving.

Zij stellen zich even voor: S-wan is een vereniging die instaat voor speciale, sensationele, specifieke, super, … wandelingen. De vereniging staat voor hoogstaand kwalitatieve verkenningstochten en cultureel informatieve diensten in Brugge en omgeving, waarbij nieuwe, originele en verrassende rondleidingen worden aangeboden. De nadruk ligt op het verkennen van het nog onbekende, ongebruikelijke verhaal van een stad en omgeving met telkens specifieke invalshoek of thema. Door het enthousiasme van de gidsen en de karakteristieke aanpak krijgt elke rondleiding steeds een extra dimensie. De ploeg telt ondertussen een ploeg geëngageerde en supergemotiveerde gidsen, allen gediplomeerd en erkend door Toerisme Vlaanderen.

Jullie moeten maar eens gaan kijken om www.s-wan.be/ welk gamma van rondleidingen onze vrienden u aanbieden. Omdat we nu eenmaal een funeraire vereniging zijn beperken we ons hier met een summiere kennismaking van het funeraire aanbod:

TUIN VAN HADES

Een funeraire wandeling op de Centrale Begraafplaats van Brugge, één van de oudste begraafplaatsen in Vlaanderen. Tijdens deze rondleiding verneemt men meer over deze Brugse dodentuin die allesbehalve een ‘dode tuin’ is maar terecht een openluchtmuseum mag genoemd worden waar een groot deel van de Brugse geschiedenis bevroren ligt. Funeraire symboliek, natuurelementen, poëzie en kunst worden op een zodanige manier aangeboden dat tijdens een tweede bezoek beslist met andere ogen naar een kerkhof wordt gekeken.

POETISCHE DANSE MACABRE

Als enig levend wezen is de mens zich er af en toe van bewust dat hij sterfelijk is. Dat maakt het raadsel van de dood echter niet minder groot. 'Zoals de golven van de zee zich reppen naar de kust, zo haasten onze minuten zich naar hun einde' zuchtte W. Shakespeare. Een beetje tijd is dus het enige wat we krijgen. De dood maakt geen onderscheid tussen arm of rijk en hanteert bovendien geen almanak. Iedereen oud of jong, arm of rijk, moet gaan wanneer het zijn tijd is. Niemand ontkomt, want 'de bleke dood spaart klein noch groot'.
De sfeer van rust en stilte op de begraafplaats nodigt uit tot bezinning, tot het 'verdichten' van de dood bij het leven. Kom en luister mee naar stukjes poëzie die emoties vertolken van verdriet en van troost, maar ook tekens zijn van aanvaarding, relativering en zelfs van humor.

BRUGES LA MORTE

Op de Brugse Centrale Begraafplaats, het Grand-Père Lachaise van Vlaanderen, ligt de geschiedenis van het 19de eeuwse Brugge als het ware bevroren. In dit openluchtmuseum kun je - beter dan waar elders in de binnenstad - schrijvers, politici, kunstenaars, architecten,... uit onze stad (opnieuw) leren kennen alsook de tijdgeest waarin ze leefden. De 'Engelse kolonie' die toen in Brugge prominent aanwezig was, passeert eveneens de revue. Ongetwijfeld zal deze wandelvoordracht u melancholisch huiswaarts begeleiden. Als stenen konden spreken zouden ze getuigen dat Brugge toen zeker geen 'dode' stad was. Deze begeleide wandeling kan worden afgesloten met een drankje en een hapje in een prachtige en unieke locatie in de nabije omgeving: 't Wit Huys. Indien u het wenst kunt u er zich laten bedienen 'in de stijl van toen' (enkel voor groepen na reservatie). Een terugrit naar de binnenstad 'en grandeur' per koets kan eveneens worden aangeboden.

DE STAD VAN DELACENSERIE

In de rand van de tentoonstelling 'De uitvinding van Brugge. De stad van Delacenserie' biedt S-wan een themawandeling aan op de Centrale Begraafplaats, die in het teken staat van het 19de eeuwse Brugge van stadsarchitect Louis Delacenserie. We besteden aandacht aan zijn tijdgenoten zoals Louis Grossé, Samuel Coucke, Guido Gezelle, Flori Van Acker, Jules Boyaval, ... Een bonte stoet Bruggelingen met naam worden aan u voorgesteld.

MET DE DOOD OP DE HIELEN

Met deze slogan trekken we door de Brugse binnenstad. Op verschillende plaatsen Gaan we de confrontatie aan met macabere gebeurtenissen uit de donkere dagen van de Brugse Geschiedenis. Waar stonden de galgen van Brugge, hoe gebeurden executies, waar woonde de beul, waar brandden de heksen op de brandstapels,… . Allemaal vragen waar we met gepaste luister een antwoord op geven.

NOG MEER BEGRAAFPLAATSEN

Naast de stedelijke begraafplaats van de stad Brugge, biedt S-wan ook geleide bezoeken aan op diverse andere begraafplaatsen. Uiteraard CAMPO SANTO - Gent, SCHOONSELHOF - Antwerpen maar evenzeer de nieuwe begraafplaatsen te KESSEL-LO, KORTRIJK of WERVIK. Dichter bij huis kan een geleid bezoek gebracht worden aan één of meerdere van de volgende begraafplaatsen van de Brugse deelgemeenten: Sint-Andries, Sint-Michiels, Sint-Kruis of Sint-Pieters.

Fietstocht: DE MOORDEN VAN BEERNEM

In het provinciaal domein Bulskampveld verwijst een grafmonumentje naar de eerste moord. De feiten werden geromantiseerd in de TV1-serie ‘De bossen van Vlaanderen’ en spreken tot op vandaag tot de verbeelding. Burgemeester Ridder de Vrière hield wel van een avontuurtje, en op een dag bezweek hij voor de charmes van de echtgenote van Baron d’Udekem d’Acoz (inderdaad, familie van…). Op zich geen groot nieuws, maar in 1915 wordt het lijk van de bedrogen echtgenoot teruggevonden in de omgeving van ’t Aanwijs. Niemand durft de Vrière hardop te beschuldigen, maar tijdens de jaren na die lugubere ontdekking, volgen nog een aantal moorden. Beernem hult zich in bang stilzwijgen en pas wanneer een journalist uit Maldegem op onderzoek trekt, krijgt de rest van België het verhaal te horen.
Met de fiets bezoeken we alle plaatsen “delict” en larderen de tocht met het bizarre verhaal.

S-wan vzw: www.s-wan.be/

Jacques Buermans

Schotland: meer te beleven dan whisky en doedelzakken met de Terebinth naar funerair Schotland.


Schotlandreis ingericht door onze leden Jeannette Goudsmit en Rindert Brouwer onder de auspiciën van de Terebinth. Drie Vlamingen (Lin, Johan en mezelf) en scheepten samen met 37 Nederlanders in voor een trip naar Schotland. Na een woelige overtocht en een busrit over Engelse bodem bereikten we ons doel: Schotland. Eerste stop Jedburgh Abbey, een van de vier “border abbeys” die allen vernield werden tijdens de Engels - Schotse oorlogen.

Dichter bij Edinburgh bezochten we Rosslyn Chapel. Dat het “optreden” van de kapel in Dan Brown’s “Da Vinci Code” geen windeieren gelegd heeft bleek uit het gegeven dat het bezoekersaantal van 30.000 naar 130.000 gestegen was. Vandaar naar Edinburgh. Dag drie met als opwarmertje Saint Giles cathedral. Even verder kregen we info over Bobby, het hondje dat 14 jaar lang wachtte bij het graf van John Gray, zijn baasje. Wanneer het hondje stierf  kreeg het een graf identiek aan dit van zijn meester te vinden vlakbij de ingang van Greyfriars kirkyard.
In onze Nieuwsbrieven 53 en 54 ging An Hernalsteen dieper in op deze begraafplaats zo dat ik me wil beperken tot de toppers van deze dodenakker: de “danse macabre” op het graf van James Borthwick; monument voor de martelaren (Convenanters); veel symboliek op het graf Knight; de vader van Walter Scott, schrijver van Ivanhoe; de kariatiden - zonder neus – op het graf Chieslie; het prachtige mausoleum voor rechter McKenzie, bijgenaamd “the hanging Judge”; een baldakijn met acht zuilen voor Lord Provost William Little; het mausoleum Adam, de architectenfamilie en ook speciaal de “mortsafes”, kooiconstructies om graven te beschermen tegen lijkenpikkers.
Op het gedeelte dat, tussen 1669 en 1705, als gevangenis werd gebezigd ligt Hugh Cunningham. Nadien trokken we langs de Grassmarket, echt gezellig. Hier stond, iets minder gezellig, destijds de galg en in de nabijheid bevindt zich ook een pub “The Last Drop”, verwijzend naar de laatste ophanging die hier in 1784 plaats vond maar ook genoemd naar de laatste druppel van een glas. Via een steile klim bereikten we het kasteel met een begraafplaatsje voor de honden van de militairen.
Na een deugddoende middagpauze was het tijd voor Canongate kirkyard. De bekendste dode is Adam Smith, vader van de moderne economie. Het meest bebloemde is dit voor dichter Robert Ferguson. Zijn vriend, dichter Robert Burns, was zo boos om het ontbreken van een grafteken dat hij op zijn kosten een stèle liet plaatsen met een met een, venijnig, gedicht van zijn hand. Het graf werd dan nog eens gerestaureerd door een derde dichter: Robert Stevenson, de schrijver van Schatteneiland. Mooie symboliek op het graf van Agnes Mound en een “mooi” verhaal bij David Rizzio, “schone jongen” en musicus in dienst van Mary Queen of Scots en voor haar eigen ogen vermoord door haar jaloerse echtgenoot. Het lichaam werd dan nog eens uit Holyrood, de abdij waar hij begraven werd, verwijderd en naar hier verplaatst.
Na een bezoek aan de Koninklijke vertrekken van paleis Holyrood bleef er nog tijd voor een bezoek aan de gelijknamige abdij. Op dag vier bezochten we het koninkrijk Five, een van de Schotse regio’s. Dunfermline was onze eerste stop. 
In de abdijkerk lag Robert the Bruce, voor Schotland een nationale bevrijder, met enkele van zijn nazaten: Robert Bruce, generaal majoor, Dashwood Bruce en Augusta Bruce.
In Crail troffen we op de begraafplaats een merkwaardig gebouw aan: een morthouse met opschrift “opgericht om de doden te beschermen 1826”. Lichamen werden in het morthouse gelegd om ze te beschermen tegen body snatchers (lijkenpikkers) tot ze zover waren vergaan dat ze geen waarde meer hadden voor anatomen. Pas dan werden ze op het kerkhof begraven. Onze dagtrip eindigde in Saint Andrews, hoofdstad van de golf. Rond de abdij vonden we dan ook Tommy Morris, overleden op 24-jarige leeftijd. Ook een “dood in de hangmat” trok onze aandacht.
Dag vijf stond in het teken van de Schotse “way of death”. We starten met Mortonhall crematorium. Hier heeft men een strooiweide maar anders dan bij ons is het feit dat de as NIET uitgestrooid maar in een biologisch afbreekbare urne begraven wordt. De exacte grafplaats blijft voor de nabestaanden geheim. In een herinneringsboek worden, mits betaling, alle begravenen in genoteerd. Iedere dag worden de inschrijvingen van die dag getoond zodat een persoon herdacht wordt op de jaardag van zijn dood.
Hier kent men ook de “memorial walkway”, een kronkelend pad in een rustieke omgeving met aaneensluitend cementen stenen met de naam van de overledene. In de steen bestaat de mogelijkheid om snijbloemen in te zetten. De steen is enkel bedoeld als herin nering, er bevindt zich geen urnengraf onder. Vandaar naar Dean Cemetery dat enkele prachtige monumenten herbergt zoals Hector Mc Donald, die als bevelhebber in Ceylon zelfmoord pleegde omwille van beschuldigingen van homosexualiteit. Daarom rond zijn nek een sjaaltje van groene en gele tartan met heidetakje. Twee slapende leeuwen bewaken (?) het graf voor James Steel. Een piramide in roze graniet voor Andrew Rutherford.
Een klassiek monument voor James Buchanan en een opmerkelijk monument voor advokaat John Leisman en militair Offley Shore. Rindert had ons verwittigd voor New Calton: het is een ontmoetingslek voor homo’s! Johan en ikzelf gingen er eens kijken en konden constateren dat het verhaal van Rindert klopte. Verschillende manspersonen dwaalden er rond. Niettegenstaande dat konden we toch enkele opmerkelijke funeraire dingen ontwaren. Zo was er de wachttoren om te waken tegen de lijkenpikkers. Misschien kan die nu een tweede leven leiden als “bewaking tegen …”, jullie weten wel wat? Hier liggen ook de grootvader en de vader van schrijver Robert Stevenson. Vandaar waren het maar enkele stappen tot Old Calton.
Hier kon men niet naast het politieke martelarenmonument kijken, liefst 27 meter hoog. Ook filosoof David Hume werd herdacht in een “leuk” optrekje. Eigenaardig dat Abraham Lincoln hier een beeld heeft. Het staat hier om vijf Schotten te herdenken die stierven in de Amerikaanse burgeroorlog. Beeldhouwer John Steel is de gelukkige bezitter van een mortsafe, bescherming tegen lijkenpikkers. Ten slotte werden Saint John en Saint Cuthbert ook nog met een bezoekje vereerd. Deze laatste bezit ook een wachttoren.
Dag zes bracht ons naar Glasgow. Gestart werd met het Southern Necropolis. Wat een verval. Het merendeel van de monumenten lag tegen de vlakte. Uitschieter was Thomas Lipton, van de thee weet u wel. Ook het monument voor “The White Lady” trok de aandacht van het gezelschap. Mevrouw Smith en haar huishoudster togen na een kerkbezoek huiswaarts, schuilend onder een paraplu wegens de regen. Daardoor zagen ze de aankomende tram niet. Beiden kwamen om. Om te vermijden dat je in steen veranderd dien je driemaal rond het monument te lopen “White Lady, White Lady” roepend er voor zorgend niet in de ogen van het beeld te kijken.
Na een bezoek aan Saint Mungokerk werd funerair Glasgow afgesloten met een pracht van een begraafplaats. Er diende geklommen te worden maar naast het prachtige uitzicht zagen we ook kanjers van grafmonumenten zoals die voor Alexander Allan, eigenaar van een scheepslijn; Charles Mc Kirdy eigenaar van katoenspinnerijen; fabrikant John Houldsworth; William Wilson, advokaat; eerwaarde Mc Farlan en Douglas Mounteath.
Maar groter dan groots was het monument voor de man achter de reformatie John  Knox. De man ligt begraven op een parkeerplaats 23 achter Saint Giles cathedral in Edinburgh maar kreeg als compensatie een zuil van 18 meter hoog. De laatste dag ging de terugreis langs de abdij van Dryburgh. Prachtige omgeving aan de rivier Tweed. Daarom verkoos Walter Scott, schrijver van Ivanhoe, om hier begraven te worden. Douglas Haig, opperbevelhebber tijdens de Eerste Wereldoorlog ligt hier ook. Volgens sommigen een held (?) maar wegens zijn conservatieve wijze van leidinggeven schuldig aan enorm grote, onnodige, verliezen door velen als de “Butcher of the Somme”, slachter van de Somme, genoemd.
Melrose Abbey was onze laatste stap op Schots grondgebied. Hier ligt het hart van Robert the Bruce, zijn lichaam of toch de restanten ervan, troffen we eerder aan in Dunfermline.

Een meer dan geslaagde reis dankzij Jeannette en Rindert zeker omdat er ruim de tijd was om niet-funeraire dingen te ontdekken.

Jacques Buermans


De faam aan de drank probleem op Schoonselhof.


Vorige jaar op het eind van de zomervakantie werd de figuur die de faam voorstelt op de laatste rustplaats van burgemeester Leopold De Wael van haar meest belangrijke attribuut, haar trompet waarmee ze de lof over deze burgemeester blies, ontdaan. Volgens mij duurde de vakantie net iets te lang voor een zootje ongeregeld.

Toen ik half mei een rondleiding gaf ontdekte ik dat mevrouw aan de drank was geraakt. Ge zoudt natuurlijk voor minder alkolieker worden. Niet minder dan twee flessen van 75 centiliter had “madame” achterovergedrukt. Zoals steeds was er geen politie te bespeuren maar zelfs dan had dit misschien weer de verkeerde gevolgen gehad: ze zouden “de faam” in het zakje hebben laten blazen en de schuldigen laten lopen hebben.

Jacques Buermans