Nieuwsbrief Nr. 61 - mei 2011

De lanen van Elsene ons lid Mieke Versées bezorgde een meer dan uitgebreid verslag.


Na een boeiende autotrip en het regelen van de administratie toch op tijd voor de rondleiding op de begraafplaats door gids van dienst, Stefan Van Camp.

Elsene ontstond in 1877 met een oppervlakte van 5 ha. Bij een eerste uitbreiding werden er dat 12, om uiteindelijk te komen tot 15. Een gedeelte wordt nu gebruikt voor de opleiding van politiehonden. We vinden we er ook een dierenkerkhof, idee van een MR schepen want Elsene kleurt blauw geeft Stefan ons mee. Op de begraafplaats liggen vooral militairen, door de aanwezigheid van de vele kazernes in de omgeving, kunstenaars en ondernemers, zoals Delhaize, Solvay en Wielemans. Het is tevens de plaats bij uitstek voor rijkere immigranten, Armeniërs en Duitsers. Deze laatste hebben de meest indrukwekkende grafmonumenten.

Na deze inleiding start een interessante wandeling.

Wij maken kennis met: Felix  BOVIE vrijmetselaar, dichter met een bruut taalgebruik wat hem een provocateur maakte.
François DONS filantroop, stichter van het Kinderwelzijn. Een art deco bas reliëf siert de granieten obelisk. Dan wacht ons een levensgroot wit beeld van een treurende jongeman. Het zeer natuurgetrouw naakt siert het graf van de Joodse Jenny ABRAHAM-KOUSTOFF alias Francine VENDEL. Zij was actrice en speelde ondermeer in “Het huwelijk van Fientje Beulemans”. Bij een bezoek aan haar zonen in Congo, viel ze in een hinderlaag en werd vermoord.
Dan belanden we bij veelzijdig kunstenaar Marcel BROODTHAERS. Wie kent niet zijn beroemde, beruchte?, mosselpot. Voor- en achterzijde van de grafsteen zijn bewerkt. Vooraan de woorden :O Mélancolie, Aigre château des anges. Mijn vrije vertaling:” Oh melancholie, bitter engelenkasteel”. Achteraan staat een rebus, waarbij de pijp verwijst naar Magritte. De ontmoeting met deze schilder veranderde zijn leven. Nog opvallend, geboorte- en overlijdensdag zijn identiek, namelijk 28 januari. Enkele fans legden lege mosselschelpen neer.
We lopen verder langs een kindergraf waar, wonder boven wonder, al het speelgoed blijft liggen. In een hergebruikt graf vinden we de Luikse politicus Daniël DUCARME, tweetalig, Waals en Frans. Hij was minister van Staat en partijvoorzitter van PRL/MR. Zijn motto: en avant, droit et calme. Hij overleed in 2010 aan kanker. Constantin MEUNIER, een groot man in een zeer eenvoudig graf van roze graniet met kruis. Hij begon pas op zijn vijftigste te beeldhouwen daar hij kleermaker moest worden. Die van A kennen zeker zijn buildrager aan het stadhuis. Zijn atelier bevindt zich in de Abdijstraat te Elsene maar besparingsmaatregelen bedreigen het met sluiting. David CHAPOULADE, alias Gil NAZA, acteur en stichter van het Molièretheater. De maskers aan weerszijden van de buste verwijzen naar drama en komedie.
Het neogotisch graf is van Emile COULON, architect uit Nijvel. BOURE, hier liggen de broers Paul en Felix. Beiden staan afgebeeld op een medaillon. Felix was DE dierenbeeldhouwer. Een leeuw van hem staat aan de Gileppedam en ook aan het Brusselse justitiepaleis. Emile FRANCQUI, actief in handel en diplomatie. Consul in China , leidde Albert I op, staatsminister. Stichter van het Fonds voor Wetenschappen en Onderwijs, zie Francquiprijs. Eugène YSAYE, vooral gekend als violist. Men noemde hem “the little devil of the violin”. Hij gaf privaatles aan koningin Elisabeth. De koningin Elisabethwedstrijd droeg vroeger trouwens zijn naam. Het medaillon op het graf is van Meunier.
Dan is het even zoeken. Anna BOCH waar ben je? Ah, gevonden. Boch was een Duitse kunstenaarsfamilie,  belangrijk voor de productie van keramiek. Anna trok kunstenaars aan voor de fabriek. Zij kochten als enige ooit een werk van Van Gogh, waarschijnlijk als financiële ondersteuning.
Antoine WIERTZ, schilder. Door de vele experimentele technieken die hij toepaste, waren zijn schilderijen moeilijk te bewaren. Zijn atelier, een schitterend museum in de Vautierstraat, is een bezoek waard. Ook hier twijfel over het voortbestaan.Ernest SOLVAY rust in een glooiend praalgraf ontworpen door Victor Horta. Solvay was chemicus, industrieel, denk maar aan soda en filantroop. Hij kwam uit een vrij arme familie en leefde zuinig. Hij ging steeds te voet naar zijn werk. Hij paste sociale regels toe voor zijn werknemers die later wet werden. Tijdens W.O.I liet hij zijn tuinen gebruiken om aardappelen en groenten te kweken. Liberaal in de politiek, sponsorde hij toch in het geheim  het Volkshuis.
Fernand BUCHET, advocaat. Het mooie art deco monument stelt een staande lezer voor onder een eikenboom.DELHAIZE-VIEUJANT, handelaars en drogisten. Stichtten de firma Delhaize maar splitten later door ruzie. Gustave DRYEPONDT, arts verbonden aan het militair hospitaal van Brussel. Later sticht hij in Elisabethstad het eerste hospitaal. Zijn grafmonument, een marmeren blad op zuilen. Begraafplaats Elsene herbergt ook veel ex kolonialen weet Stefan te vertellen.
Adolphe BUYL, burgemeester van Elsene en volksvertegenwoordiger van Oostende. Toen  mocht een duobaan nog. Het memoriaal is leeg én tweetalig. De tekst op het medaillon is in het Nederlands: “Hulde zijner kiezers”. Buyl ligt in Oostende begraven. Op de plaats van het bord LAAN 9, lag Victor BOURGEOIS. Hij was architect en aanhanger van Le Corbusier. Zijn graf  werd na 30 jaar, in 1992 geruimd. In het rode graf met palm ligt Louis CHALTIN, militair in Congo voor Leopold II om de slavenhandel te bekampen. In feite was het een dekmantel om toegang tot Soedan te krijgen. Willy CRUYT brengt ons naar de  chocomijnen. Chocomijnen?  Jawel, Choco is een provincie in Colombia waar Cruyt als militair verbleef. Bastin is de beeldhouwer van de pleureuse op het graf. Nicolas GROCHOWSKI blijkt een raadselachtige figuur, géén woord uitleg te vinden over deze man. Zijn zerk ligt van bij het begin vol schelpen en deze worden regelmatig vernieuwd. Ik ben dol op mysteries. Verder staat een obelisk. Hier ligt Jean-Baptiste VAN MOER, schilder. Op vraag van de toenmalige burgemeester Anspach, schilderde hij Brussel vóór de overwelving van de Zenne.
De volledig met lijkwade bedekte sarcofaag, behoort toe aan de familie SERVAIS – CORDUANT. Verder gaat het naar Joseph WIENIAWSKI, Pools componist en pianist. De versieringen, medaillon en de muze Athena met lier, zijn van Henri Joos. Jammer dat niemand notenleer machtig is om de compositie te zingen.
Nadien volgt enige verbazing bij het graf van GAFFE. Een identiek beeld vinden we op het Schoonselhof, graf van Lux-Fierens. Een nieuw begrip voor mij, drapé mouillé, te vergelijken met een nat T-shirt. De drappage hoort bij een mooie vrouwenfiguur die op het graf van de familie MICHIELS-HUYSMANS prijkt.
Schilder Theo HANNON, bevriend met James Ensor. Tijdens de jaren ’20 trekt hij iedere zomer naar Oostende en schildert er stad en duinen. De buste is van Jules Lagae en de tekst heeft een art nouveau inslag.
De componist en pianist Arthur DEGREEF was leerling van Frans Liszt. Hij gaf les aan het koninklijk conservatorium van Brussel en werd zeer gewaardeerd door Grieg. Op het graf van CAUDERLIER knipt een naakte man, genie van het leven, die draad van het leven door. Beeldhouwer is Eugène de Bremaecker . “Zijn vader Filip ligt bij mij” dixit An. Hij schreef kookboeken. Ja, Elsene verzustert met Gent. (zie ook toevoeging achteraan artikel)
Het verhaal bij het graf van Georges BOULANGER en Marguerite de BONNEMAIN is een wel zeer apart. Hij was in 1870, generaal onder Napoleon III. Zijn maîtresse Marguerite overleed op 30jarige leeftijd aan TBC. Haar tekst luidt”A bientôt”. Boulanger nam het wel letterlijk en pleegde zelfmoord op haar graf. Zijn graftekst: “ Ai-je pu vivre 2,5 mois sans toi”. Een afgeknotte zuil werd later op de sarcofaag bijgezet. Een anekdote nog om af te ronden. Boulanger liet in de straat waar zijn Marguerite woonde strooi leggen zodat de koetsen geen lawaai maakten als ze voorbijreden. Schoon toch hé la folie d’amour!Jean FRANCQUI, zoon van Emile Francqui. Geboren in  Hankéou, China. Speelde een rol bij de aanleg van de spoorwegverbinding Hankéou-Peking. Vertrok later naar Congo en werd verzamelaar van Afrikaanse kunst. Op het graf staat een zeer origineel beeldje van een Congolese prins. Op de stèle van Simon Frédéric BECKER staan de 3 goddelijke deugden en een geopende bijbel afgebeeld. Hij was een protestants predikant die meekwam uit Saksen Cobourg. Hij stond koning Leopold I bij in zijn laatste uren en hoorde het onverbiddelijke NEIN van de koning. Antwoord op de bede van zijn dochter zich tot het christelijk geloof te bekeren.
Baron Victor HORTA, dé belangrijkste kunstenaar architect van de art nouveau ligt in een zeer eenvoudig grafmonument. De sarcofaag was eigenlijk bestemd voor zijn dochter Simone. Bij de scheiding werd zij hem toegewezen. Hij hertrouwde met de turnlerares van Simone. Jaren later belandde Horta in een zware depressie en vernielde zijn archief . Hij was de eerste met centrale verwarming in huis. Stalen van zijn meesterschap zijn in vele steden te bewonderen. De Minerva, automerk, brengt ons bij Salomon DE JONG. Een Amsterdamse fietsenmaker die in Antwerpen terechtkwam. Later schakelde hij over op auto’s. Op zijn steen staat Sylvain in plaats van SalomonVoor de Nobelprijs voor geneeskunde, moeten we bij Jules BORDET zijn. Hij was arts, stichtte het instituut Pasteur van Brussel en was professor aan de U.L.B. Buste en palm sieren zijn graf.
Het militair erepark is indrukwekkend met de beelden van levensgrote soldaten aan de hoeken. Het telt 450 graven en werd in 1923 door koning Leopold III ingehuldigd. Alle namen van de gesneuvelden werden één na één afgeroepen. Bij elk graf stond een in wit gekleed meisje. Beklijvend zal het wel geweest zijn. We vinden er onder andere Generaal Jacques en Charles COOMANS. Deze was piloot en stortte neer. Op de obelisk staat een beeld van Matton en stelt, zeer toepasselijk, een vliegende man voor. Voorbij het militair erepark, ligt het burgerlijk met als bijzonder man abbé FROIDURE. Hij richtte Spullenhulp op. Als onderpastoor in Brussel zag hij de miserie van de mensen. Hij leidde in 1952 zelfs koning Boudewijn rond in de verpauperde wijken. Hij verongelukte in 1971. Schilder Anto CARTE maakte deel uit van de expressionistische groep NERVIA. De glasramen van Ter Kameren getuigen van zijn kunde.
Een beetje verderop staat hij, leraar in Ter Kameren maar vooral, schrijver van Tijl Uilenspiegel: Charles DE COSTER. Het levensgroot beeld van Tijl, door beeldhouwer De Valériola, kwam er pas in 1927. Tijl houdt eerbiedig de muts in de handen. In een zakje, op zijn borst, draagt hij de as van Ernest Claes. In het graf ligt ook de moeder van de auteur begraven. Een speciaal en apart gelegen perk, behoort toe aan Samii TOURANDOHKT, een Georgische prinses, geboren in Teheran. Op een zuil staat een wereldbol met daarop 2 blauwe punten, waarvan één haar geboorteplaats voorstelt. Zij behoorde tot het BAHAI volk. Alle graven binnen het perk liggen richting Jeruzalem. Onze laatste halte, een zwarte obelisk, is die van Felipe ZAPATA.  Ik denk onmiddellijk aan de Mexicaanse revolutie. Maar neen, dat was Emiliano, deze Felipe komt uit Bogota. Hij was politicus en vluchtte tijdens de revolutie.
Het was meer dan een boeiende, leerrijke en verrassende rondleiding. Het was een uitnodiging om te herontdekken, met dank aan Stefan. Na al dit geestelijk voedsel gingen we met enkelen de inwendige mens versterken in de cité de l’université waar ik mijn gebreid vestje achterliet.

Mieke Versées - Foto’s Ria Vaes en MiekeVersées

Onze An Hernalsteen voegde volgende toe: EMILE CAUDERLIER

Vader: Philippe Cauderlier, chef-kok, had een bloeiende traiteurzaak in de Gentse Veldstraat. Stinkend rijk geworden door het schrijven van kookboeken. Lag in mijnen hof begraven maar het graf is jammer genoeg niet bewaard. Moeder: Johanna Hoste kwam uit een drukkers-uitgeversfamilie. Emile wordt op 13 januari 1846 als oudste zoon geboren. Rond 1864 wordt hij door zijn vader naar Rusland gestuurd en zet er een exporthandel in vlas op poten (het doorsnijden van de levensdraad op het graf heeft dus blijkbaar ook een persoonlijke betekenis.) Hij schreef zeker één reisverhaal: “Du SaintGothard à Syracuse”. Hij overlijdt in 1918. Hij huwt met Marguerite Allard, dochter van Alberic Allard, prof rechten aan de Gentse universiteit (ligt wel nog altijd in mijnen hof.) Zij was een tamelijk goede kunstenares die overwegend bloemstukjes schilderde. Is een protestante en wordt volgens de protestantse ritus begraven. Het echtpaar kreeg drie kinderen, Suzanne zal huwen met Max-Leo Gerard, de minister van financiën in het kabinet Van Zeeland. Niet slecht voor de kleindochter van een onwettig kind.

An Hernalsteen

Tante Kato ging op reis en zag de gedenksteen van Erik Ejegod weer een nieuwe ontdekking van tante Kato.


Erik I van Denemarken * ca. 1060-1103 * Paphos, Cyprus

Eind februari een weekje Cyprus. Men mag alles verwachten: een lentezonnetje, een spatje regen, zelfs één ongelooflijke regenbui en een stevige wind die de wolken wegjaagt. Toch tien graden méér dan in België en een kleine 20°C doet goed aan de stramme winterse botten.

Ik wou op dat eiland het door het Cypriotische leger permanent bewaakte graf van Aartsbisschop Makarios (1913-1977) zien. Gewoon omdat ik als snotneus gefascineerd was door de man en omdat ik toen niet begreep dat je én bisschop én president kon zijn. Zoiets blijft hangen. Over de tombe van Makarios in de flank van het Troodosgebergte kon ik al direct een orthodox kruis trekken : in die bergen kan het sneeuwen, hagelen, vriezen. Komt ons bekend voor. De temperatuur, ligt er trouwens 10°C lager dan aan de kust en da’s ook een beetje “gelijk thuis”. In ieder geval, een huurauto was uitgesloten : de wintertoestand van de wegen met putten -kennen we ook- en Griekse opschriften en daarbovenop het Engelse systeem met een rechts stuur en links rijden ...  om te zwijgen van de letterlijk draaierigmakende rotondes. Een taxi dan ? Je betaalt je blauw. Nee, nee, het graf van Makarios, dat vraagt een hete zomerdag én de handigheid van een goed chauffeur. Voor wie de tombe ooit zag : ik ben geïnteresseerd in een foto.

Maar gelukkig struikelde ik bijna over de gedenksteen van de robuuste, avontuurlijke en brutale maar oh zo onbekende Erik Ejegod, die ik in gedachten “Erik de Noorman” noem.  Wilt u Erik Ejegod / Evergood / Immergoed / de Goede leren kennen ? Geboren rond 1060 in het Deense Slangerup, da’s een oord op het eiland Sjælland (Zeeland) in de Baltische Zee, ten oosten van het huidige Deense vasteland. Erik was een achter-achterkleinzoon van Harald Blåtand die ca. 960-965 het christendom naar Denemarken bracht en grote delen van Scandinavië verenigde. Zegt de naam Blåtand, Blauwtand u niets ? Dan wel Bluetooth.  Het (Zweedse) bedrijf Ericsson koos zijn naam Bluetooth en het overeenkomstige runeteken voor hun draadloze verbindingen.

Eriks vader koning Sweyn II (r. 1047-1074) werd opgevolgd door vier zonen. Het moet er een opvolgingsstrijd van jewelste geweest zijn. Eerst kwam de vredelievende Harald III (r. 1074-1080), die werd opgevolgd door Knud (Canute) IV (r. 1080-1086). Knud IV werd op 10 juli vermoord in Odense, waarna Olaf I Hunger (r. 1086-1095) de macht kreeg, maar die overleed op mysterieuze wijze. In 1095 werd de immens populaire Erik tot koning gekozen. Hij was getrouwd met Boedil, een zeer tolerante echtgenote. Dat moest ook wel : de beresterke vechtersbaas en het onklopbare feestvarken had een paar lieven bij wie hij zeker vier kinderen had. Dat was niet zò vreemd, Erik en zijn broers hadden ook allemaal een andere moeder.  Erik had een diepe afkeer voor heidenen, dieven en piraten. Die hebben allemaal geweten wie de baas was. Omdat hij een verering voor zijn broer Knud had, trok hij in 1098 naar Rome om er bij paus Urbanus II (1088-1099) de heiligverklaring van broerlief te bepleiten. Urbanus’ aandacht ging toen vooral naar de kruistocht tegen de heidenen die Jeruzalem ingepalmd hadden. Er wordt beweerd dat paus en koning elkaar in Bari, Zuid-Italië ontmoetten en dat Erik relieken van Sint Niklaas mee noordwaarts nam. Och, ze worden op méér dan dertig plekken bewaard. Waarom dan niet in Ejegods Slangerup ? Tenslotte wordt over die heilige man, die al lang geen heilige meer is, zoveel verteld. In ieder geval Knud werd door de opvolger van Urbanus, paus Paschalis II (1099-1118) heilig verklaard (1101) en staat nu bekend als Knud den Heilige.

Terug thuis had Erik een glazen smørrebrød te veel op -dat gebeurde wel meer- en een muzikant zong iets te luid naar zijn goesting. In volle ambras doodde Erik vier van zijn getrouwen. Om zijn ziel te zuiveren vertrok het koningspaar op pelgrimstocht naar het Heilig Land. Stel u voor : ‘t is 1102 en u reist van Denemarken over Rusland, Constantinopel en Cyprus naar Jeruzalem. De Deense televisie zou er een documentaire over moeten maken. De sterke veertiger werd ziek in Constantinopel en koppig als hij was, zeilde hij toch naar Cyprus. Daar, in Paphos op 10 juli 1103, de verjaardag van de sterfdatum van zijn heilige broer, blies hij zijn laatste adem uit. Boedil liet haar teergeliefde in Paphos begraven en zeilde met haar gevolg verder naar Jeruzalem. Kwestie van ‘s mans belofte waar te maken. Zij overleed vòòr de poorten van de heilige stad en werd begraven aan de voet van de Olijfberg.

Niet zover van de haven van Paphos vindt men het kerkje Agia Kyriaki Chrysopolitissa. Het kerkje ligt middenin een enorme site met overblijfselen van een vierde eeuwse basiliek, een bisschoppelijk paleis, een Byzantijns kerkje én een gothische kerk. Merkwaardig aan dit kerkje is dat alle christelijke godsdiensten hier een thuishaven vinden : de orthodoxe kerk stond het gebouw in 1987 af aan de (Latijns) katholieke en verder zijn de anglikanen, lutheranen, maronieten en Finnen er welkom voor hun erediensten.

Vòòr de kerk staat een afgebroken zwart-wit-grijs gevlamde stoppel van een marmeren zuil.  Daaraan zou apostel Paulus rond 45 van onze tijdrekening gegeseld zijn. Lawrence Durrell was rond 1955 in Paphos en hij schreef in “Bitter Lemons of Cyprus” over een zwarte zuil.  Op zestig jaar tijd kan veel veranderen ... Hoeveel is er dan niet op bijna tweeduizend jaar veranderd ?

Nét vòòr die Pauluszuil vindt men de gedenksteen voor Erik de Goede. Hij ligt hier ergens begraven. Vergeten is hij in ieder geval niet en daartoe heb ik nu mijn steentje bijgedragen.

Tante Kato

Parijs: Catacomben en Pantheon voor “die hards” die wat extra’s willen bezoeken tijdens Parijse trip.


Voor de mensen die meegaan naar Parijs liggen de drie begraafplaatsen vast. De “die hards” zullen misschien nog wat extra willen doen vandaar enkele mogelijkheden.

Vlakbij de begraafplaats Montparnasse, bij metrostation Denfer-Rochereau, bevinden zich de catacomben. In het centrum van Parijs lag het “Cimetière des Innocents, vlakbij het tegenwoordige winkelcentrum “Les Halles”. Ten minste 2 miljoen lijken werden daar, tussen 1000 en 1780, begraven. In de tweede helft der 18de eeuw is de stank zo onverdraaglijk dat de overheid besluit het kerkhof te sluiten en de knekels naar elders over te brengen. In 1785 begint een 15 maanden durende opruimactie die de botten van 2 miljoen Parijzenaars naar de catacomben brengt. Na het opruimen van het “Cimetière des Innocents” volgens de resten  van alle andere kerkhoven uit de Parijse binnenstad, waarmee het aantal doden op 6 miljoen komt. Wanneer we de 90 treden naar de catacomben afdalen ontvangen we een “macaber welkom”. “Halt, Dit is het rijk van de dood” werd op bevel van Héricart de Thury, de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de overbrenging van de lijken, op de ingangspoort gebeiteld. Verder kan men nog andere lugubere spreuken lezen zoals “Heden ik, morgen gij” of nog “Stilte! gij stervelingen”. Alles werd met veel gevoel voor ornamentiek opgestapeld. Met schedels maakt men harten en vierkanten. Ellepijpen en bekkens worden tot symmetrische patronen verwerkt. De randen van de knokenverzameling wordt versierd met vingerkootjes. Soms staat de naam van de begraafplaats, van waar de knoken afkomstig zijn, genoteerd. De catacomben zijn, van dinsdag tot zondag, geopend tussen 10 en 16 uur.

Het Pantheon ligt bij het metrostation Cardinal Lemoine en is toegankelijk tussen 10 en 17.30 uur en is gevestigd in de kerk vernoemd naar de beschermheilige van Parijs: Sint Geneviève. In 1791 besluit men om de kerk te bestemmen tot begraafplaats van beroemde Franse burgers. de Mirabeau, die een leidende rol had in de eerste jaren van de Franse revolutie, wordt samen met de filosoof Voltaire bijgezet in het Pantheon. Een jaar later wordt zijn kist echter weer verwijderd, wanneer de antimonarchisten aan de macht komen en Mirabeau beschuldigen van samenzwering met koning Lodewijk XVI. In de daaropvolgende decennia zal de functie van het gebouw nog een aantal keer wisselen tussen kerk en begraafplaats. Keizer Napoleon laat hier, vanaf 1806, kerkdiensten houden; koning Louis-Philippe maakt van het gebouw, in 1830, weer een erebegraafplaats; Napoleon III laat het, in 1851, weer als godshuis gebruiken. In 1851 voert de natuurkundige Jean Foucault hier zijn beroemde slingerproef uit. In de koepel hangt hij een ijzeren kogel van 28 kilo aan een 67 meter lange staaldraad waarna hij de bol laat slingeren. Het slingervlak van de kogel verschuift naargelang de dag verloopt. Foucault bewijst hiermee dat de aarde om zijn as draait. Wanneer de beroemde schrijver Victor Hugo in 1885 sterft wordt bij wet besloten om het gebouw te bestemmen als Pantheon voor overleden beroemdheden. In de kerk treft men muurschilderingen aan die verschillende gebeurtenissen uit de Franse geschiedenis uitbeelden.

Onder aan de trap naar de crypte staan de standbeelden voor Voltaire en Rousseau. Hun praalgraven liggen tegenover mekaar wat tekenend is voor hun tegengestelde leefwerelden. In de crypte treffen we enkele, voor ons, bekende namen aan: Alexandre Dumas, schrijver van “De drie musketiers” en “De graaf van Monte Christo”. Bijgezet op 30 november 2002. Sedert 1994 liggen hier ook Pierre en Marie Currie. Victor Hugo, schrijver van “Les Miserables” en “Notre dame de Paris”. Emile Zola, schrijver van sociale romans zoals “Nana” en “Germinal”. Louis Braille die, zelf blind, het naar hem genoemde blindenschrift ontwierp.

Jacques Buermans

De grotten van Laken in wording of Laken ondergronds ons bestuurslid An Hernalsteen bezocht de crypte van het kerkhof van Laken.


Mensen hebben zo hun verlanglijstjes en deze onderaardse wereld stond er al eeuwen op.

Op 3 april in de namiddag dook ondergetekende, uitgedost als een speleoloog, met onze zusterorganisatie de ondergrondse gaanderijen van Laken in.

Beschenen door een waterzonnetje kregen we eerst nog een korte verklaring in verband met de geschiedenis en de eventuele restauratie waarvan de kost in 2004 geraamd werd op een goede 4 miljoen euro, BTW niet meegerekend. Twintig procent van dit bedrag moest opgehoest worden door de stad Brussel die dit jammer genoeg niet kon. Het verval kon verder zijn gang gaan en nu swingen de kosten de pan uit.

De toegang tot de oudste gaanderijen, in 1878 opgemetst met bakstenen gewelven, bevond zich oorspronkelijk op de plaats waar nu het grafmonument van initiatiefnemer Emile Bockstael staat. Later breidde men het gangenstelsel uit tot een capaciteit van 4500 nissen. Bovengronds kregen deze nissen een zichtbare tegenhanger. Uniforme sarcofagen gebouwd door de stad waarvan de monotonie soms doorbroken wordt door een unieke creatie van families met kluiten. Voordeel van dit bovengronds gebeuren was dat de levenden, die de doden met een bezoek vergastten, niet altijd in de catacomben moesten afdalen.

Via de nieuwe toegang, rond 1930 gerealiseerd naar de plannen van François Malfait, betraden we zonder kleerscheuren de wereld van de doden. Meteen werd het grootste probleem duidelijk. Waterinsijpeling veroorzaakt niet alleen schade, stilaan vormen zich stalagmietjes waarover een schrijvende en fotograferende reporter bijna constant haar nek brak.

Wat water onaangeroerd laat, is dan weer aantrekkelijk voor vandalen. Maar niettegenstaande de soms erbarmelijke staat van het geheel was ik ondergronds in de wolken. Toen ik dan nog zonder al te veel zoeken de nis ontdekte waarin Paul Devigne rust, één van de betere Gentse beeldhouwers uit de negentiende eeuw, was, ik een koningin te rijk. 
An Hernalsteen

Inventarisatie van de begraafplaats van Berchem belangrijk lokaal funerair erfgoed wordt geïnventariseerd.


Half april startten Annick en Stefaan, vrijwilligers van de dienst archeologie en monumentenzorg, en Stannie Geuens, funeraire cel, met de inventarisatie van de grafmonumenten op de begraafplaats van Berchem. Dit kadert in de verplichting van de Vlaamse overheid om het funerair erfgoed op te lijsten aan de hand van inventarisatiefiches. Grafmonumenten die omwille van hun ligging, uitzicht of begraven personen belangrijk zijn moeten geïnventariseerd worden. De dienst monumentzorg lijstte de grafmonumenten op die belangrijk zijn omwille van hun ligging of vormgeving, de heemkundige kring van Berchem en vzw Grafzerkje namen de belangrijke personen voor hun rekening. In deze wil ik mijn speciale dank uitspreken naar ons lid Mia Verbanck dat ervoor zorgde dat het aantal grafmonumenten die op de website www.schoonselhof.be, waar de mensen van het inventarisatieproject heel veel informatie uit kunnen putten, bijna verdubbelde.

Voor al deze grafmonumenten moet een inventarisatiefiche ingevuld worden. In een eerste fase worden de gegevens uit het dossier overgenomen en vervolgens gaat men ter plaatse om het grafmonument fotograferen op te meten en te beschrijven. Stannie Geuens, van de funeraire cel, gaf de inventarisatoren een woordje uitleg over het herbestemmingmodel en ondergetekende mocht wat vertellen over de inspanningen die onze vzw Grafzerkje doet ter bescherming van het funeraire erfgoed. Ik volgde Annick en Stannie tijdens hun inventarisatieopdracht. Ik zag een enthousiaste Annick aan het werk, is nodig want zulk een opdracht kan je maar tot een goed einde brengen wanneer je zoiets graag doet, die alles noteerde op de befaamde Epitaaffiche en Stannie die haar bijstond tijdens het noodzakelijke opmeten van de grafmonumenten en de grafmonumenten fotografeerde.