Nieuwsbrief Nr. 66 - januari 2012

Merksplas eens iets anders met toch een funerair tintje


Twintig “zerkjes” gaven present voor een bezoek aan de landloperskolonie. Gids Karel Govaerts gaf tekst en uitleg. Tot 1992 herbergde de kolonie landlopers nu is het gedeeltelijk een centrum voor illegalen. Tussen de 150 en de 200 wachten hier om eventueel terug te keren naar hun land van herkomst. Karel vertelde dat dit maar voor de helft lukt: de andere helft geven een valse naam op of zijn gewoon “sans papiers”. Die krijgen dan het bevel om het land te verlaten. Je kunt al denken dat dit een ijdele hoop is. De andere helft van de kolonie is nu een gevangenis voor zo’n 700 gedetineerden. Karel preciseerde: overwegend jonge mensen en overwegend vreemdelingen.
 
Onze trip startte aan de landloperskapel die “averrechts” gebouwd is omdat ze deel uitmaakte van de kolonie. Onderweg passeerden we een aantal woningen. Karel wees ons op het onderscheid tussen een woning voor een beginnende cipier, een cipierswoning, een woning voor een hoofdcipier (met hier al een “upstairs-downstairs”-toestand met hoe meer trappen hoe hoger de graad van de cipier) en een directeurswoning, de enige woning met een boom in de tuin. We passeerden een aantal leegstaande gebouwen die vroeger gebezigd werden als postkantoor en als telegraafkantoor, de woning voor een aalmoezenier en een kloostergemeenschap. We zagen een aparte vleugel voor de geïnterneerde gevangenen. Wat verder konden we observeren dat het complex dateerde uit 1884. 
We passeerden de Gentse wijk zo genoemd omdat een voormalige Gentse gevangenis gesloten werd en de gedetineerden maar ook de cipiers naar hier verplaatst werden. Vlakbij de woningen voor de beginnende cipiers. Eenvoudig maar de cipiers die hier een woning kregen constateerden “we zijn vertrokken, we kunnen opklimmen in de cipiersladder. We zitten in de Zoeten Inval.”, daar ontleende de straat haar naam aan. Wat verder bevonden we ons tussen twee vijvers, vroeger kleiputten. De grootste vijver werd “de was” genoemd omdat vroeger de landlopers die bezigden om hun was (van hun kleding maar ook van zichzelf) te doen. 
Hoogtepunt voor de Grafzerkjes was de landlopersbegraafplaats. Naast landlopers werden ook enkele gevangenen begraven. 
De witte kruisjes bevatten geen enkele identificatie, enkel een loden plaatje aan de zijkant. “Zij leefden als een nummer en stierven als een nummer” poneerde Karel. Toch kwamen er enkele verhalen naar boven. Een dochter komt alle 14 dagen het graf van haar vader bezoeken. Via haar vernam Frans het verhaal: vader was havenarbeider. Zijn echtgenote was Française en het koppel had negen kinderen. Door het laden en lossen liep de man een longziekte op, werd werkloos en geraakte zonder inkomen. Vader bleef alleen achter want moeder verhuisde met haar gezin naar Frankrijk. De man verkoos om landloper te worden. Het bedrag dat hij in de kolonie verdiende, en dat normaliter diende om terug een plaats in de maatschappij te verwerven, werd opgedronken … zodat hij terug opgenomen werd. De dochter heeft recent terug contact genomen met haar, intussen overleden, vader en onderhoud het graf. Ooit was een gedeelte van de begraafplaats een “pestkerkhof”. Karel vertelde over de “zwevende kruisjes”. Men bezat slechts 12 houten kruisjes. Bij een nieuwe begraving werd het oudste kruisje overgebracht naar het nieuwe graf. 
Op het eind van de meer dan twee uur dertig durende tocht kwamen we bij de voormalige boerderij die indertijd uitgebaat werd door de landlopers onder leiding van een cipier. Karel vertelde dat de landlopers heel vindingrijk waren in het verstoppen van flessen sterke drank her en der rond de boerderij. De boerderij wordt nu gerestaureerd om een culturele functie te krijgen. We eindigden waar we begonnen waren: bij de landloperskapel die nu gebezigd wordt als gevangenismuseum waar onze gids Karel Govaerts ook de stuwende kracht is. Maar daar waren we van overtuigd toen we de man bezig zagen tijdens deze zonnige tocht. 
Het merendeel van de Grafzerkjes zakte nog af om een gezamenlijke maaltijd te gebruiken waar nog gezellig nagekaart werd.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s Ria Vaes

Vzw Grafzerkje op bezoek op Montparnasse


De hamvraag was: mogen we wel binnen want na eerdere ervaringen door andere leden van vzw Grafzerkje en de problemen om uiteindelijk de toestemming tot het mogen geven van een rondleiding te bekomen hield ik mijn hart vast. Zoals voorzien kwam de “gardien” vragen of ik de o zo noodzakelijke toestemming had maar wanneer ik hem, volgens hem wonder boven wonder, die kon tonen was er geen probleem. Elf Grafzerkjes kwamen op deze rondleiding af.
 
De geschiedenis herhaalde zich want zoals op Montmartre had ons aller An haar huiswerk gemaakt en kon zij, nog voor de rondleiding begon, mij onderuit halen: “ge gaat toch langs professeur Choron?”, “kom je langs het graf van Man Ray?”. Neen dus.
 
Gestart werd bij Jean Paul Sartre, filosoof bekend van zijn existentialistische ideeën en schrijver van romans en toneelwerken en criticus en zijn levensgezellin Simonne de Beauvoir. Zij was filosoof en feministe en schreef autobiografische boeken, essays, romans, novellen en toneelstukken. In haar belangrijkste werk “Le deuxième sexe” analyseert zij de discriminatie van vrouwen. Volgens An werd ze zelf door Sartre gediscrimineerd want hij gebruikte haar als zijn slaafje. Dat zal bij An niet het geval zijn want “hare kleine”, Dirk, moest op geregelde tijdstippen opdraven om voor haar dit of dat graf te fotograferen.

Aristide Boucicaut en Marguerite Guérin waren de stichters van Au Bon Marché en filantropen. Ze richtten een ziekenhuis op en steunden het werk van Louis Pasteur. Een originele, op het eerste zicht, houten koffer is het grafmonument. Henri Langlois was stichter en directeur van de cinematheek, het museum voor filmkunst. Zijn graftombe is bedekt met filmnegatieven. Eugène Ionescu was een, in Roemenië geboren, schrijver die een gamma toneelstukken achter laat met als toppers “Rhinoceros”, “Le roi se meurt” en “La Cantatrice chauve”.

Het grafmonument voor Honoré Champion stelt de bibliothecaris en uitgever van wetenschappelijk werk gezeten achter zijn bureau voor en is van de hand van Albert Bartholomé.
Robert Thibier was een decorateur. Twee handen met kruis van P. Plouvier met als betekenis: “kruis, jij bent mijn enige hoop”. Het graf van Serge Gainsbourg schrijver van liedjesteksten, zanger, cineast, acteur en kettingroker is zowat even populair als dit voor Jim Morrison op Père Lachaise. Alleen hebben de bezoekers hier iets meer discipline. Op graf treft men steevast Gitanesigaretten (Gainsbourg was een verstokt roker) en flessen (Gainsbourg was een drinker) en metroticketten aan. Dit heeft te maken met zijn liedje “le poinçonneur des Lilas”, de kaartjesknipper van het metrostation des Lilas. Toen wij er waren lagen er kolen op het graf. Thuisgekomen mailde Jacqueline: omtrent de kolen op het graf van Gainsbourg. Onlangs was er op een Franse zender rond hem (verjaardag overlijden?). De titel was: l'homme à la tête de choux. Alweer wat bijgeleerd. Wat verder stond An in extase bij een terracotta pelikaan. Ik vond het een afschuwelijk ding en was eerder gecharmeerd door de “vrouwelijke” vis die in de omgeving stond. 
François Rude, beeldhouwer van onder meer de beelden “le départ des volontaires de 1792” en van “la Marseillaise”op de Parijse Arc de Triomphe. Zijn leerling Jean-Baptiste-Paul Cabet vervaardigde de bronzen buste. François Gérard, historieschilder tijdens het bewind van Napoleon en Lodewijk XVIII. Medaillon en bas-relief van Antoine Dantan stellen taferelen uit “Bélisaire” en “Le Christ” voor. Onder een prachtig beeld ligt Alain Lesieutre, verzamelaar van art nouveau en art déco. Joris Ivens was een uit Nederland afkomstige filmmaker. Samuel Beckett. Deze uit Ierland afkomstige schrijver schreef in de Franse taal en kreeg in 1969 de Nobelprijs voor letterkunde. Naast een aantal romans is het toneelwerk “En attendant Godot” een meesterwerk. Charles Garnier was de architect van de Parijse opera, een pareltje wat niet gezegd kan worden van de schilder (?) die het monument vakkundig (?) restaureerde (?). 
Claude Sautet, filmmaker van onder meer Les choses de la vie en Max et les férailleurs. Bernard Lacoste zijn vader René Lacoste was toptennisser. In 1927 won hij de Davis Cup en kreeg hij de bijnaam de “krokodil”. In 1933 sticht hij het modebedrijf. In 1964 werd Bernard Lacoste manager van dit modeconcern. Ossip Zadkine de in Rusland geboren beeldhouwer. Zijn monument voor de vernielde stad, dat in Rotterdam staat, is wel zijn bekendste werk. Baltasar Lobo was een Spaans beeldhouwer die in 1939 verbannen werd. Alexandre Alekhine, schaakgrootmeester. Wereldkampioen van 1927 tot 1935 en van 1937 tot aan zijn dood. In 1935 verloor hij van de Nederlander Euwe. Op 26 december 1999 werd het graf beschadigd door een zware storm maar nu werd het knap hersteld. Een prachtig beeld van een kind met een engel op het graf Mounet-Sully. Denis Dussoubs stierf op de barricades op 4 december 1851. Een epitaaf van Victor Hugo een uittreksel uit “Histoire d’un crime”: “Je meurs avec la République, ce fut sa dernière parole” staat op het graf. Adolphe Pégoud was vliegenier. Hij maakte de eerste looping en sprong als eerste met een parachute uit een vliegtuig. Ik hoopte dat ons aller An hier het bekende liedje van Walter De Buck ten gehore ging brengen maar niks daarvan. Onze Gentse nachtegaal kende het lied niet en haren Dirk moest de toon zetten met “En Pégoud die ging omhuge; om zijn kunst ne keer te tuge; ierst op zijne rugge; toens op zijne buik; so vloogt hij de piste uit”. 
Een prachtige marmeren beeldengroep is “La Séparation du couple”. Een wenende man wiens vrouw, reeds half in het graf, hem een ultiem afscheid toestuurt. Dit beeldhouwwerk van Alix is geen grafmonument, maar werd uit de stad geweerd wegens te obsceen. Henri Laurens was beeldhouwer. “Le Douleur”, een compacte ronde vrouwelijke mensvorm in foetushouding, van zijn hand siert zijn graftombe. Antoine Etex, beeldhouwer. Hij maakte onder meer de beelden “La résistance de la France à la coalition de 1814” en “La Paix” voor de Arc de Triomphe. De buste, van zijn hand, stelt zijn vrouw Françoise voor. Cesar Baldaccini, beeldhouwer. Hij experimenteerde met alternatieve materialen zoals auto-onderdelen. André Del Debbio was beeldhouwer. In 1987 maakt hij “La Joconde” als eerbetoon aan Leonardo da Vinci. 
Jacques Aupick, generaal, senator, ambassadeur in Constantinopel en in Madrid. Het graf  bevat tevens de stoffelijke resten van zijn schoonzoon Charles Pierre Baudelaire, schrijver. Zijn bekendste bundels zijn “Les fleurs du mal” en “La révolte”. Verder op onze tocht komen we nog een cenotaaf voor Baudelaire tegen. Porfirio Diaz, president van Mexico tussen 1876 en 1880 en tussen 1880 en 1911. Op het graf voor ene Florence Benayer troffen we een prachtig glasraam à la Chagall aan. Wat verder een levensgrote keramieken kat op de laatste rustplaats van Richard Menon. Het is een werk van Nicky de Saint-Phalle. Pierre Larousse van de gelijknamige dictionaire. 
Fanny Spiegel was een actrice die stierf op 23-jarige leeftijd. Jean Seberg. Deze filmactrice werd beroemd met haar vertolking in “A bout de souffle”. Verdere films “Paint your wagon” en “Jeanne d’ Arc”. Seberg pleegde zelfmoord. Jacques Lisfranc was chirurg in het leger van Napoleon. Hij was pionier inzake amputaties. Constantin Brancusi een uit Roemenië afkomstige beeldhouwer. Een enorme vogel is een modern werk van de hand van Nicky de Saint-Phalle. Charles Augustin Sainte Beuve was schrijver en criticus. Sainte Beuve was een tijdgenoot van Victor Hugo. De kwaliteit van zijn werk was veel minder dan die van Hugo. Als “wraak” nam hij de echtgenote van Victor Hugo tot minnares. 
De cenotaaf voor Charles Pierre Baudelaire is een gisant in de vorm van een Egyptische mummie en zijn buste boven een enorme vleermuis. Een werk van beeldhouwer José de Charmoy. Bruno Cremer, acteur. Meest bekende rol die van commissaris Maigret. Urbain Jean Joseph Le Verrier was astronoom en de ontdekker van Neptunus en onderzoeker van Uranus. Hij was tevens directeur van het “Observatoire de Paris” van 1854 tot 1870.
 
We staken nu de weg over naar de kleinere afdeling van Montparnasse. César Franck de uit Luik afkomstige componist en organist kreeg een medaillon van de hand van Auguste Rodin. 
Achteraan Guy de Maupassant schrijver van novellen. Julio Ruelas, schilder van Mexicaanse oorsprong. Bekend als illustrator onder andere werken van Edgard Allan Poe en Charles Baudelaire kreeg een prachtig grafmonument. Kolonel Paul-Gustave Herbinger ligt onder een enorme ruiter van de hand van Antoine Etex terwijl publicist Henri Barboux “L’éducation maternelle” van Louis Barrias kreeg. Auguste Bartholdi, beeldhouwer. Het “vrijheidsbeeld” in New York en de “leeuw van Belfort” te Parijs zijn van zijn hand. Een bronzen engel, van zijn hand, siert de rode obelisk. 
Alfred Dreyfus was een Frans officier van Joodse afkomst en woonachtig in de Elzas. Hij werd beticht van het overmaken van gegevens aan de Duitse militaire overheid. Hij wordt, in 1894, veroordeeld tot degradatie en verbanning naar het Duivelseiland op Guyana. Het dossier wordt heropend en Emile Zola schrijft zijn fameuze open brief “J’ accuse” om Dreyfus te verdedigen. Dit brengt Zola één jaar gevangenisstraf op en een boete van 3 000 Franse franken. In 1899 wordt het proces herdaan. Dreyfus wordt kort daarop vrijgelaten. In 1906 krijgt hij terug zijn oorspronkelijke graad en functie. Albert Coët, infanteriekapitein kreeg een engel met doodshoofd. André Citroën, industrieel uit Nederland afkomstig. Hij richt eerst een munitiefabriek op. Na de oorlog verandert hij de inrichting van zijn fabriek om wagens te gaan produceren. Gustave Jundt, schilder. 
Een “kleine Elzasserin” van Auguste Bartholdi siert zijn graf. Charles Pigeon was de uitvinder van de anti-explosielamp. “Le Lit Conjugal" stelt Pigeon voor half opgericht naast zijn rustende vrouw. Tania Rachevskaia, de laatste rustplaats voor een paar dat samen zelfmoord pleegde. Het werk “Le Baiser” is een der eerste werken van de Roemeense kunstenaar Constantin Brancusi.
Alweer zat een meer dan geslaagde rondleiding erop. Omdat de rondgang algauw drie uur in beslag nam had ik onderweg toch één grafmonument overgeslagen. Tijdens een gezamenlijke maaltijd, na het bezoek aan Montparnasse, vroeg An zich af: “voorzitter, hoe komt het dat we niet langs Camille Saint Saëns de componist van onder meer “Carnaval des Animaux” en “Danse macabre” en van de opera “Samson en Dalida” zijn gegaan?”. Dat was toch het enige monument dat ik tijdens de rondleiding oversloeg zekers!
 
Jacques Buermans.
 
Foto’s Ria Vaes en Geert Janssens

Tante Kato gaat op café en ziet de asurne van Anneke van de Gounod


Anna Van Cochoven * 1925 - 2002 * Antwerpen

Najaar 2004 ben ik met deze stukjes begonnen en van bij de start wou ik iets schrijven over de asurne van Anneke van de Gounod.  ‘t Is er nooit van gekomen.  Er waren té veel reiservaringen.  Nu, bijna tien jaar na haar dood is het tijd om de draad op te nemen en even stil te staan bij de moeder van alle cafébazinnen : Anneke van de Gounod.
De Gounod, in de schaduw van de Bourlaschouwburg, is verdwenen.  Na Anneke heeft Lutgart hier nog enkele jaren succesvol café gehouden.  Inmiddels is de hele Quartier Latin omvormd tot sjieke winkelwandelbuurt.  Eén café, jaren mijn stamcafé, is in al die tijd niet veranderd.  Of toch ... sinds juli 2011 is in de vroegere keuken een rokersgedeelte geopend.  Aan de muren hangen foto’s van rokende stamgasten, waaronder enkele bekende acteurs.  ‘t Is een ludiek maar tevergeefs protest tegen het feit dat ze niet meer van hun sigaretje mogen genieten aan “hunnen toog”.  Natuurlijk heb ik het over De Duifkens. 
 
Als ik voorbij de schouw (in het nu niet rokers-café) passeer, maak ik meestal een knipoog naar Anneke.  Zowel naar haar foto als naar haar onopvallende asurne.  Volgens mij weten de recente klanten niet dat daar een asurne staat.  Sommigen vragen wel “Wie is die dame ?” en dan volgt het verhaal van Anneke van de Gounod.  Martine van de Duifkens en Anneke waren niettegenstaande hun leeftijdsverschil twee handen op één buik.  Vriendinnen door dik en dun.  De dagen voor haar dood regisseerde Anneke haar begrafenis : doodsbrieven, crematie, koffietafel, enz...  Ze wilde niet uitgestrooid worden.  Mocht ze bij Martine op de schouw komen staan ?  In een anonieme gesloten vaas, die met de eindejaarsfeesten gezellig deel uitmaakt van de kerstversiering. Anneke -een verstokte rookster- is nudag en nacht aanwezig in haar eigen maar rookvrije biotoop van schouwburgen en vogelenmarkt.

Ik heb Anneke leren kennen in de eerste helft van de jaren zeventig (van vorige eeuw moet men er dan aan toevoegen).  Bij een gebeurtenis waar ik niet fier op ben, maar mijn eerlijkheid gebiedt mij een tipje van de sluier op te lichten.  Ik mag de realiteit niet  verschonen.  Meegesleurd door twee acteurs van het pas geopende Appeltje kwam ik voor het eerst in de Gounod.  Zwaar onder invloed van te veel slechte (en per café verschillende) rode wijn.  Die wijn, in mijn ingewanden vermengd met goulash, kwam in opstand.  Ik bespaar u de beschrijving van het schouwspel.  Anneke vloekte inwendig ook al kende ze de negatieve kanten van het nachtelijke uitgangsleven.  Ze had al zo veel (ongelukkige) deernen de revue zien passeren.  Uit eerlijke schaamte heb ik gedurende jaren een grote boog rond de Gounod gemaakt. 
 
Toen ik in de buurt kwam wonen en bepaalde café’s inclusief de Gounod begon te frequenteren herkende Anneke mij gelukkig niet.  Ik heb nooit mijn excuses aangeboden voor die eerste keer.  Mag het bij deze ?  Anneke zal ik mij altijd herinneren als dé madame die op het late uur (zeggen we niet “in de vroege uurtjes”) altijd iets lekkers op de toog zette.  Bij haar heb ik de beste sla met roquefort gegeten.  Anderen zingen de lof over haar hutsepot of haar haring met ajuinsaus.  Eind 1991 besliste Anneke de Gounod over te laten en werd een afscheids-, een sluitingsfeest georganiseerd.  Twee zelfs, want er haperde wat aan de deal, meen ik mij te herinneren.  Ik weet wel dat het eerste sluitingsfeest één van de plezierigste fuiven van mijn leven was.  Eerst verhuisde Anneke naar de Frankrijklei aan de overkant van de Nationale Bank.  Maar die boulevard oversteken was te zwaar. Gelukkig kwam een sociaal appartementje aan de Veemarkt vrij.  Daar tegenover het restaurant Lids van haar vrienden Dirk en Sonja had ze een tevreden oude dag.
 
Een terugblik op haar rijke leven :
 
Annekes vader zorgde voor het al lang verdwenen zwembad van de Lange Gasthuisstraat en het zwemmen zat er van jongsaf in.  Als prille twintiger was zij Belgische kampioene over de 100 meter streekslag.  In 1954 had Anneke de Gounod tegenover de Bourlaschouwburg overgenomen en zij kreeg de hele Antwerpse watersportwereld over de vloer.  Zeilers, zwemmers, roeiers, waterpolospelers, zowel van het vrouwelijke als het mannelijke geslacht kwamen er hun dorst lessen.  Ik heb ooit een vakantiefoto (1957) gezien van haar als sportieve, slanke, verleidelijke en wulpse bloem van een vrouw.  In de groep herkende ik ook Belgiës eerste Gouden Schoen (1954), het dribbelwonder Rik Coppens.  De uitvinder van de combinatiestrafschop had toen een dijblessure en werd samen met enkele andere atleten getrakteerd op een zuiders reisje. 
 
De Gounod werd ook het legendarische toevluchtsoord van advocaten, ambtenaren, artiesten, journalisten, politici, schrijvers, studenten en uiteraard acteurs van de KNS, het Reizend Volkstheater en het KJT (ook al namen uit vervlogen tijden).  En dan waren er natuurlijk de meisjes van plezier van het Quartier Latin.  Zij werkten in luxueuze bars als 0 de conduite.  Aan Anna konden ze hun ervaringen en zorgen kwijt.  Hoe komt Antwerpen aan een Quartier Latin ?  Niet omdat er zoals in Parijs in die buurt sinds de twaalfde eeuw (kerk)latijn onderwezen werd.  De wijk kreeg die naam “omdat er Frans toneel werd gespeeld” (cfr. Gids voor Oud Antwerpen p. 375 van George Van Cauwenbergh).  We spreken dan wel over de negentiende eeuw met de Cercle Artistique (Arenberg) en het Théâtre Royal (den Bourla).
 
Ik wijk af.  Terug naar Anneke.  Zij was dé moeder van cafébazen, serveuzen, restauranthouders en troosteres van de aan liefdesverdriet lijdende klanten.  Ze was ook een échte moeder.  Over haar oogappel “onze” Werner schepte ze graag op.  Bij Anneke was je goed ingelicht over het reilen en zeilen van die kant van de stad.  Maar ze bleef discreet.  Ze hield haar mond wanneer nodig.  Anneke was dé beschermster van katten en honden én voedster van stadsduiven.  Hier moet ik nog bij vertellen dat zij geen bloemen en kransen wou.  Ze heeft haar rouwenden gevraagd een centje over te maken aan de Dierenbescherming. 
 
Ik weet het, wie over haar leven kan meepraten heeft de frivole lokken geruild tegen eerbied afdwingende grijze haren.  Omdat een asurne op de schouw van een bruin café geen gebruikelijke laatste rustplaats is, wou ik dit verhaal met u delen.  Afgelopen Allerzielen stonden er geen chrysanten bij haar urne.  Die hebben er nog nooit gestaan.  Zullen er nooit staan.  Anneke wordt door haar vrienden en kennissen op een eigen manier herdacht.  Door mij met dit Katootje.         
 
Tante Kato

Onder het moto lang leven het terracotta kieken breien we een staartje aan Montparnasse


Vijf dagen funerair plezier. Wanneer ik dat, huppelend als een jong veulen, vertel aan iedereen die het horen, zien, voelen en ruiken wil, bekijken ze me met een blik vol medelijden: zo jong nog, dat begraafplaatsengedoe wordt haar dood.
 
Na Montmartre en een spetterend bezoek ’s morgens aan Montparnasse met als rode leidraad-discussiepunt: het terracotta kieken of de vis met borsten, hadden we de smaak te pakken en er moesten nog een aantal namen van het lijstje afgetikt worden. Als kunsthistorica, boekenverslindster en filmfanaat met een stevige klassieke muziekmep, heb ik zo mijn hebbelijkheden. Gesterkt door een koffie, de kuiten ingesmeerd, plattegrond in de pollen, een fotograferende Bobby in mijn kielzog. Ik was er klaar voor.
Cavaillé-Coll (Div 13)
Een wereldberoemd geslacht van orgelbouwers. De Gentse St-Niklaaskerk is de trotse eigenaar van zo’n Cavaillé-Coll geval. Monumentaal, zuiver van klank, een gamma van de diepste bas tot het hoogste sopraantje. De hoop dat er op het familiegraf een heus stenen orgel zou staan, bleek ijdel.
Er bijna recht tegenover
Marguerite Duras (Gia Dinh 1914-Parijs 1996) (Div 21)
Pseudoniem van Marguerite Donnadieu: feministe, schrijfster van romans en filmscenario’s. Eros en Thanatos spelen een belangrijke rol in haar werk. Zo werd bij voorbeeld haar roman “L’Amant” in 1992 verfilmd en wie zag er nooit “Hiroshima mon amour” naar één van haar scenario’s.
Camille St-Saens (Parijs 1835-Algiers 1921) (Div 13)
Een soortement wonderkind dat op 5 jarige leeftijd begint te componeren. Dweilt de wereld af als piano- en orgelvirtuoos. De “Danse macabre” (1874) en “Le carnaval des animaux” (1880) zijn zijn bekendste composities.
Pierre Joseph Proudhon (Besançon 1809- Parijs 1865) (Div 2)
Als theorethicus-filosoof was hij de grondlegger van het anarchisme. In de lente van 1849 vlucht hij naar België. In 1858 vinden we hem onder de schuilnaam Dufort, leraar wiskunde terug in Elsene. In 1860 verleent Frankrijk hem gratie maar hij verkiest in het Brusselse te blijven. In 1862 veroorzaakte de publicatie van zijn artikel in verband met de éénmaking van Italië, hier bij ons een halve revolutie. Men dacht dat hij ons landje wou koppelen aan Frankrijk. Proudhon, vrezend voor zijn leven, koos het omgekeerde hazenpad richting Parijs. Gustave Courbet penseelde een portret van deze zachte anarchist.
Bijna pal er tegenover.
Joris-Karl Huysmans (Parijs 1848-Parijs 1907) (Div 2)
De Franse censuur kon hard zijn, daarom kwam Huysmans in 1876 voor de eerste keer naar hier afgezakt om er zijn “Marthe, histoire d’une fille” uit te geven. Stilaan laat hij het realisme achter zich, meer en meer komen mysterieuze thema’s aan bod waaruit de fascinatie voor ziekte, dood en verval blijkt. Zijn roman “A rebours” (1884) is een bron van inspiratie voor zowel Oscar Wilde als Marcel Proust. Op 45 jarige leeftijd maakt hij komaf met zijn liederlijk leven, bekeert zich tot het katholicisme en trekt zich terug in het klooster.
André Lhote (Bordeaux 1885-Parijs 1962) (Div 4)
Rond 1912 sluit deze kunstenaar zich aan bij het kubisme maar het figuratieve blijft belangrijk in zijn werk. 
Jacques Demy (Pontchateau 1931- Parijs 1990) (Div 9)
Regisseur van onder andere “Les parapluies de Cherbourg” en “Les demoiselles de Rochefort”
Jean Carmet (Bourgueil 1920-Sèvres 1994) (Div 4)
Acteur die haast elk jaar een film aan zijn palmares toevoegde. De meeste van zijn films zijn niet echt mijn ding maar we waren bij zijn graf in de buurt en hebben er hem bijgenomen.
Pierre Louÿs (Gent 1870 – Parijs 1925) (Div 26)
Zijn ouders, woonachtig in de buurt van Epernay, vluchtten tijdens het Frans-Duits conflict van 1870-’71 voor het oorlogsgeweld. Ze vonden onderdak in de Gentse Onderstraat bij dokter Lesseliers. Daar kwam op 10 december 1870 Pierre ter wereld. Toen in het thuisland alles terug rustig was, keerde het gezin naar Frankrijk terug maar Pierre zou nog regelmatig zijn geboortestad bezoeken. Soms sprong hij dan ook binnen bij Maurice Maeterlinck. Of misschien was één of andere Gentse schone de aanleiding voor die bezoekjes? Als schrijver is Pierre Louÿs nu nog met moeite gekend, zoals het hoort voor een navolger van Baudelaire schreef hij decadente, “pornografische” werkjes zoals “Les chansons de Billitis” en “La femme et le pantin” dat in 1958 verfilmd werd met Brigitte Bardot. Louÿs hanteerde ook graag de camera, één van de mooiste portretten van Claude Debussy is van zijn hand.
Bijna schuin tegenover het graf van Julio Ruelas
Georget Bernier, beter bekend als Le professeur Choron (1929-2005) (Div 26)
Voor één van de stichters van het vlijmscherpe, satirisch tijdschrift Harakiri verwachtte ik een absurd-gek graf. Niets daarvan: banaliteit troef.
In de buurt van Antoine Etex
Man Ray (Div 7) pseudonym van Emmanuel Radnitzky (Philadelphia 1890 – Parijs 1976)
Er zijn al boeken vol geschreven over deze man, we gaan het dus kort houden: dadaïstisch en surrealistisch kunstenaar en fotograaf.
Wie hebben we niet gevonden:
Schilder Henri Fantin-Latour: 20 keer division 10 afgelopen, genen Fantin-Latour. Jammer want ik heb wel een boontje voor die man.
En
Eric Rohmer: (Div 13) regisseur van wat Bobby neerbuigend “praatfilms” noemt maar waar ik als tettertrien bij zwijmel.
 
An Hernalsteen (ofte Kuifje)
 
Foto’s: Dirk Joos (ofte Bobby)

Pantheon laatste rustplaats voor beroemde Fransen


Het Pantheon ooit een kerk vernoemd naar de beschermheilige van Parijs Sainte Génevieve en tussen 1755 en 1790 gebouwd door architect Souflot. We konden daar de prachtige koepel bewonderen. 
In 1851 voert Jean Foucault hier zijn slingerproef uit. In de koepel hangt hij een ijzeren kogel van 28 kilogram aan een staaldraad waarna hij de bol laat slingeren. Hiermee bewijst hij dat de aarde om zijn as draait. Verder zijn hier nog een aantal beeldhouwwerken te bewonderen onder  meer “La Convention Nationale” van Sicard. Vandaar naar de crypte. Een grote urne met het hart van Leon Gambetta. 
Jean Jacques Rousseau, filosoof en schrijver. Aan de voorkant een deurtje waaruit een hand met een fakkel komt. Aan de overzijde Voltaire, schrijver. 
Aan de overzijde Voltaire, schrijver. Naast hem Souflot, de architect van het Pantheon. In de crypte belangrijk volk. Pierre en Marie Currie kregen de Nobelprijs voor natuurkunde. Marie vraagt om na haar dood bijgezet te worden in het Pantheon. Dit wordt afgewezen omdat “vrouwen in dit heiligdom voor grote mannen niet toegelaten zijn” (sic). In 1995 wordt aan haar wens alsnog voldaan. 
Schrijvers Victor Hugo en Emile Zola liggen hier evenals Louis Braille, uitvinder van het blindenschrift. In 2002 werd hier ook Alexandre Dumas, schrijver van “De drie musketiers” en “de graaf van Monte Christo” hier bijgezet. Jean Jaurès, socialist, roept op tot vrede met de Duitsers wat hem niet in dank aangenomen wordt. Op 31 juli 1914 wordt hij door een nationalist neergeschoten.
Jacques Buermans
 
Foto’s Ria Vaes en Jacques Buermans

Maria ’s Heeren herkapt een fameuze verbetering!


Het grafmonument voor Maria ’s Heeren op de begraafplaats Schoonselhof werd een tijd geleden in peterschap genomen door onze vzw Grafzerkje. Het graf van het meisje dat, in 1902, omkwam tijdens een lichtstoet was het eerste monument dat wij ooit onder handen namen. Het monument werd indertijd opgehoogd, er werd gevoegd waar nodig. Vooraan had een bloembak de strijd aangegaan met een struik. De struik was aan de winnende hand. Wij hadden nog geen materiaal en konden een beroep doen op de mensen van de begraafplaats die met bijlen en zagen kwamen. De struik gaf zich gewonnen, wij haalden de bloembak boven en wat stond er op de bloembak “aan mijn teerbeminde echtgenoot”, terwijl het meisje nooit gehuwd was. Het was maar na dieper te graven dat we het opschrift “aan mijn welbeminde zuster” vonden. Blijkbaar gebuikte men indertijd een en dezelfde bloembak meer dan éénmaal. In 2004 werd het grafmonument herinhuldigt, kreeg Maria een nieuwe foto en werd de marmorieten plaat die op drie plaatsen gebarsten was hersteld. In een latere fase ontdekten we de originele plaat, uit 1902 die zich onder de marmorieten plaat, uit 1927, bevond. De plaat werd grondig gerestaureerd en achteraan het monument geplaatst zodat bezoekers de beide opschriften kunnen de bewonderen. Vorig jaar werd de marmorieten plaat door vandalen stukgeslagen zodat ze onherroepelijk verloren is.
 
Dus was het noodzakelijk om de originele plaat te laten herkappen want, wij vermoeden, dat de reden dat de marmorieten plaat er ooit werd opgeplaatst was omdat de originele tekst niet op een ideale wijze gekapt werd. Ons lid Jef Van Leeuw wilde het herkappen op zich nemen. Na een plaatsbezoek met Jef en ons lid Roland Verhees, een steenkapper op rust met meer dan 40 jaar ervaring, klaarde de Jef Van Leeuw de klus begin november. Ideaal zal het wel nooit worden want daarvoor was de originele tekst te slecht gekapt maar Jef zorgde ervoor dat de tekst nu veel leesbaarder is dan ooit. Bedankt Jef Van Leeuw en ook Roland Verhees. Zoals het een goede peter betaamt is onze vzw Grafzerkje ook bij dit monument zijn verplichtingen nagekomen.
Jacques Buermans

Oscar Wilde onder een glazen stolp


Het is toch al ver gekomen dat men, om een grafmonument te beschermen tegen vandalenstreken – in deze worden dit regelmatig “fans” genoemd, dit onder een glazen stolp dient te plaatsen. Ik erger me steeds als ik op Père Lachaise rondloop van het respectloos omgaan met het grafmonument van Oscar Wilde. Enige jaren geleden werd het nog eens grondig opgekuist maar toen herbegon het met de rode lipjes. Ik zegde indertijd al: “zet er 220 Volt op zodat ze er met hun gezicht blijven tegenplakken”. Misschien een iets te drastische maatregel. Dus nu werd er, gedeeltelijk, een glazen omhulsel rondgeplaatst. 
Ben eens curieus hoe lang het gaat duren tot er ofwel op de glazen wand geklommen wordt of hoelang het gaat duren tot de glazen wand volledig bedolven wordt onder rode lippen?
 
Jacques Buermans

Appelscha een impressie


Ons lid René Mertens bezocht deze begraafplaats en stuurde een aantal foto’s door.

Grafzerkje maakt brokken, op niet-funeraire fronten


In het verleden deden we, onder de naam “Grafzerkje” al eens mee aan een kwisje. Met wisselend succes. De laatste weken waren we echt in een “winning mood”!. W deden mee aan vier kwissen en wonnen ze allemaal. In het Dienstencentrum Victor De Bruyne in Hoboken, wonnen we met vijf punten voorsprong op de tweede. De ploeg was samengeteld uit Agnes Vaes, Bert Bevers, Leo Spiessens en ondergetekende. Op het Kiel in Dienstencentrum De Boskes hadden we negen punten voor op onze naaste achtervolgers. De ploeg was samengeteld uit Bert Bevers, Leo Spiessens en ondergetekende. Op Sinterklaasdag deden we mee aan de kwis in het Dienstencentrum Oversnes in Wilrijk. Het leverde dezelfde ploeg als in De Boskes naast een eerste plaats ook boze blikken op van de kwisleidende Zwarte Pieten misschien omdat we liefst negentien punten voorhadden op de tweede. Twee dagen later was de tegenstand iets heftiger. In Het Stadsmagazijn in Antwerpen behaalden we vier op vier  met vier punten voorsprong op de tweede ploeg. Samenstelling van de ploeg en van links naar rechts Jacques Buermans, Casimir Steenackers, Leo Spiessens en Bert Bevers. “Grafzerkje” wordt zo wat de schrik van het seniorenkwiscircuit. Hoe lang het nog gaat duren weet ik niet.
Waarom ik dit zeg? Wel jaren geleden deden we ook al eens mee aan een kwis in het bekende café Den Engel. De ploeg was toen samengesteld uit Mick De Wachter, Willem Houbrechts, Marc Coremans en uw dienaar. We wonnen daar, zoals men pleegt te zeggen, “met de vingers in de neus” en kregen voor onze overwinning een bon om in een nabijgelegen restaurant te gaan eten. Eigenaardig was dat we na afloop gefeliciteerd werden door enkele leden van een andere ploeg – die nota bene niet aan de kwis deelnam. Ze wensten ons proficiat met de mededeling “nu mogen wij misschien weer terug meedoen want we wonnen hier twee keer en men heeft ons gezegd dat we nooit meer mochten meedoen”? Enkele maanden later namen we weer deel aan een kwis in voornoemde drankgelegenheid. We wonnen nipt van de mannen die ons daarvoor feliciteerden. Weer een eetbon. En de melding dat we nimmer nog mochten deelnemen! Dit lot staat ons misschien nu ook te wachten.
 
Jacques Buermans