Nieuwsbrief Nr. 63 - juli 2011

Vzw Grafzerkje aanwezig tijdens het openingsweekeinde van het MAS leuke ervaring op “erfgoedsalon”


Tussen 13 en 16 mei mochten de bezoekers gratis het MAS, Museum Aan de Stroom, bezoeken. Het schijnt dat de voorzitter van vzw Grafzerkje ergens te bezichtigen is in een videofilm maar hij kon zichzelf nog niet terugvinden. Een reden om het MAS nog eens te bezoeken.

Daarnaast waren er talrijke nevenactiviteiten. Een ervan was een erfgoedsalon. Verschillende erfgoedverenigingen mochten plaatsnemen op de sofa en konden gedurende een kwartier hun ei kwijt.


Er werd ook gevraagd om een “archiefstuk” mee te brengen. Ik dacht eerst nog om een graf mee te zeulen maar zag daar toch van af. Ik bracht de originele foto van Maria ’s Heeren mee, een graf dat door onze vzw Grafzerkje, gerenoveerd werd en ter dier gelegenheid kreeg Maria een nieuwe foto. 

Aan de hand van de foto kon ik informatie verschaffen over onze vzw Grafzerkje over de Nieuwsbrieven, de rondleidingen, onze inzet inzake funerair erfgoed en kon ook nog wat reclame maken voor de Week van de Begraafplaatsen waaraan onze vzw Grafzerkje toch een aanzienlijk aandeel heeft niet alleen omdat ze, samen met Epitaaf vzw, de “Week” opentrok naar meer dan 30 gemeenten maar ook omdat een aantal leden van onze vereniging zelf gidsbeurten verzorgen tijdens die Week. Het erfgoedsalon was een plezante bedoening, onder een stralende zon en met veel belangstelling.

Jacques Buermans

Grafheuvels door de eeuwen heen. Archeologische lezing Ons lid Johan Moeys was aanwezig op deze lezing


Een enthousiaste archeoloog lichtte de resultaten en het onderzoek van hun opgravingen op. Spijtig genoeg voor een beperkt publiek.

Een goede zaak, toch voor de mensen met interesse in het verleden, is dat men tegenwoordig bij bouwwerken eerst een archeologisch onderzoek van de bodem doet. Zo ook hier bij het aanleggen van een nieuwe woonwijk. Men graaft eerst enkele proefsleuven, en op basis van wat men daar in vindt, bepaalt men of er al dan niet verder zal onderzocht worden. Of welk deel wel of niet in aanmerking komt. Vermits er voldoende interessante dingen in de proefsleuven zaten, werd er overgaan tot het echt werk, archeologische opgravingen van een groot deel van het terrein. Zoals overal geldt hier ook het principe “time is money”. Er wordt een deal afgesloten met de aannemer dat ze eerst de delen waar de straat zal komen, eerst zullen onderzoeken. Zodat de werken niet teveel achterstand oplopen.

In de bodem bevinden zich diverse ronde grachten. De basis van grafheuvels uit de ijzertijd. Daarin sporen van inhumatie (begraving) en crematie (verbranding). Dit klopt nog met de normale gang van zaken. Maar er zaten ook putten tussen met niets in. Lege crematieputten, zonder resten. Ze zijn blijkbaar in latere tijden opgegraven en hergebruikt. Interessant is ook dat de site eeuwenlang als begraafplaats gebruikt werd. In de randen van de grafheuvels zijn resten te vinden van begravingen. Er werden verzeepte skeletten gevonden. Door de verzeping is het onmogelijk om verder onderzoek te doen, zelfs een geslachtsbepaling is onmogelijk. Om de een of andere reden moet dan het terrein aan de aandacht ontrokken zijn. Want in de dertiende eeuw werd het genivelleerd. Vele sporen verdwenen alzo. Er kwam meer bebouwing op de “begraafplaats”. Ook nu zit er een deel van een grafheuvel onder één van de nieuwe huizen. De eigenaar kon niet echt lachen met het grapje van de archeoloog dat “men dat huis moest afbreken om alles te kunnen opgraven”.

Johan Moeys


Groot – Limburg: Verviers Kuifje ofte An Hernalsteen kroop in haar pen.


Een select clubje van 8 Grafzerkjes stond om 10u30 stipt aan de juiste “entree”, 2 dolende zielen dwaalden rusteloos en moedeloos rond aan een andere toegang.

De toeristische dienst had voor 2 gidsen gezorgd. De heer Daniel Roussel, auteur van het boek “Le cimetière de Verviers” die als souffleur achter de schermen kon bijspringen wanneer wij ambetante vragen begonnen te stellen. En slachtoffer van dienst, de heer Philippe Dubois, Franstalig maar vlot gebekt in onze moedertaal. Hij was op een paar maanden tijd door de heer Roussel klaargestoomd om ons, onwetenden uit de Vlaanders, wegwijs te maken op dit 9,5ha groot gebied. Onze vereniging zorgde namelijk voor een primeur, we waren de eerste Nederlandstalige bende die de begraafplaats bezocht. Twee gidsen voor de prijs van één, Martin zal zich opnieuw in zijn pollen kunnen wrijven.

Langs lijkenhuisje en autopsiegebouwtje klimmen we de heuvel op. Wij moeten met zijn tienen ongelooflijk gestonken hebben want de twee dolenden, die opeens de juiste ingang gevonden hebben, gaan ons uitgerekend in die plaatsen gaan zoeken. Het kruim van het kruim is compleet, nu kunnen we echt “en avant et que ça commence” scanderen en de begraafplaats waar het krioelt van het leven bezoeken.

In 1831 koopt de stad Verviers van de familie Arnoldy een weide aan. De lap grond is gelegen op de sterk afhellende oever van de Vesder. Om te voorkomen dat de doden met monument en al schuif af gaan spelen, wordt de begraafplaats terrasvormig aangelegd. De gefortuneerde families die altijd al in het middelpunt van de belangstelling hebben gestaan, zoeken vanaf het begin het centrale gedeelte van de heuvel op als laatste rustplaats, vandaar ons gekleffer naar boven.

Pierre Fluche 1841-1909: Deze man, afkomstig uit een arm gezin, werd vroeg wees. Vanaf zijn elfde knapt hij als manusje-van-alles allerlei klusjes op in verschillende fabrieken. Twintig jaar oud trekt hij naar Frankrijk, om uiteindelijk terecht te komen in de Manufactures des Gobelins nabij Parijs. Hier wordt hij getroffen door de erbarmelijke leefomstandigheden van het proletariaat. Hij bekeert zich tot het anarchisme. Eenmaal terug in Verviers sticht hij een socialistische arbeidersvereniging wat hem de job van schepen van burgerlijke stand oplevert.

Edmond Herbillon jr.: Altijd gebogen over zijn boeken studeerde deze jonge man voor ingenieur. Aangezien de snaar niet altijd kan gespannen staan, zocht hij ontspanning in de muziek. Hij sterft 24 jaar oud. Blijkbaar ook een moederskindje want er gaat weinig aandacht naar Edmond sr. die enkele jaren voordien overleden was. Alle aandacht van moeder gaat naar zoonlief.

“Il aimait les arts et les vertus.

Il partit jeune, pur

Et plein d’espoir »

Mijne god, het begint mij te dagen dat als ik zo verder doe, dit een verslag van ettelijke bladzijden gaat worden. Knippen en inkorten An, knippen en inkorten!!!!!

Eugène Mullendorff 1835-1920: Een man uit de textielbranche die in 1891 Simon Lobet, zijn vriend en naaste buur als burgemeester opvolgt.

Simon Lobet 1818-1891: Verdiende zijn geld in de leerlooierij, hij gordt tussen 1885 en 1891 de burgemeestersjerp om.

Pierre David 1771-1839: Onder Napoleon in 1800 benoemd tot “maire”. Groene jongen avant-la-lettre plant hij 153 linden langs de Vesder, een mooie promenade voorwaar. In 1803 is hij de politiek van de grote keizer beu en neemt ontslag. In 1830 opnieuw aangesteld als burgemeester, zetelt hij een jaar later in het nationaal congres. Op 20 juni 1839 slaat het noodlot toe, hij tuimelt uit het venster van zijn woning en breekt zijn nek.

Henry Vieuxtemps 1820-1881: Ik hoor iedereen al roepen “Aha, de geuzenmarchand”. Niets van. Een wonderkind, een Vervierse Mozart, dat was hij. Op vierjarige leeftijd krijgt hij een kabouterviooltje van zijn papa, leert er op fiedelen en korte tijd later mag hij al een toertje maken in Belgen- en Nederland. Verviers wordt de kleinen te klein. De familie verhuist naar Brussel. Schumann hoort hem van katoen geven op elfjarige leeftijd en komt tot de vaststelling dat het wonderkind nu al de virtuositeit van een Paganini heeft bereikt. Maar mooie liedjes blijven niet duren. In 1873 duiken de eerste verlammingsverschijnselen op. Gelukkig is er een schoonzoon arts met een praktijk in Algerije. Het mag niet baten. Vieuxtemps overlijdt nabij Algiers op 6 juni 1881. Zijn stoffelijk overschot wordt overgebracht naar zijn woonplaats die hem de laatste eer bewijst. Hij krijgt een monument ontworpen door bouwmeester Clément Vivroux.
Alexandre-Louis-Simon Lejeune 1779-1858 : Was de zoon van een arts die ook de medicijnen in wou. 22 jaar oud trekt hij naar Parijs om er te studeren. Zonder pardon werd hij als legerarts ingelijfd in de keizerlijke troepen. Het leger trekt van het ene slagveld naar het andere, hij verzamelt overal plantjes. In 1805 duikt hij terug op in Verviers en volgt zijn ondertussen overleden vader op. In de plantenwereld zoekt hij naar kruiden met een medicinale werking. Zo ontdekt hij dat een mengsel van koffie en chicorei preventief werkt tegen kropgezwellen (nu weet ik waarom ons grootmoeder zaliger gedachtenis chicorei bij de koffie deed). Hij schreef ook 2 turven “De flora van Spa” en “De flora van België”. De stenen versies van deze boeken sieren zijn graf.

Jean-François Ortmans-Hauzeur 1806-1885 : Textielbaron en 29 jaar burgemeester. Aangezien de textielindustrie water verslindt, is hij de promotor bij uitstek van de stuwdam op de Gileppe. Ortmans is ook de man die Vieuxtemps liet overbrengen. Zo veel werk verricht en het enige wat hij kreeg was een eenvoudige grafplaat.

Familie de Biolley: Een gezinsgrafkapel met 56 nissen. Eén van de meest monumentale op de begraafplaats. Deze familie afkomstig uit de Haute-Savoie bracht vooral bankiers en industriëlen voort. Via interessante huwelijken werd hun kapitaal nog aangedikt. Raymond de Biolley haalde William Cockerill naar Verviers om er machines te bouwen. (Reactie gekregen:  Klopt niet! Het is Marie-Anne de Biolley (1758-1831) geboren Simonis en haar broer Yvan Simonis (1769-1829) die, in 1799, William Cockerill naar Verviers haalden). Niettegenstaande Raymond een magnaat was, werd hij als progressief katholiek door zijn arbeiders op handen gedragen.

Nicolas Servais 1877-1938: Onze Norga-specialist Marcel werd wild van deze postmeester.

Familie Hauzeur-Hanzoul: Graf in de vorm van een Golgotha met krukkenkruis, het boomsap dat uit het kruis vloeit, symboliseert de tranen van de rouwenden.

Théodore Houben: In zijn bedrijf maakte men drijfriemen voor stoommachines. Later schakelde men over op autobanden, men maakte er zelfs antislipbanden met nagels.

Familie Hauzeur-de Simony: Een knap staaltje in 1895 ontworpen door bouwmeester Charles Thirion en uitgevoerd door Théodore Leclercq. De industrieel Pierre Hauzeur investeerde zijn geld in schilderijen, vrouwlief Blanche de Simony verzamelde porselein. Ze legateerden hun collectie aan de stad die er een museum mee vulde.

We zijn nu toch al een tijdje bezig en onze gids voelt het aan zijn water dat hij er nooit geraakt. Hij schakelt over op treinsnelheid, ik kan met moeite volgen.

Zurstrassen-Deheselle: Louis en Edouard Zurstrassen waren de neven van het echtpaar Hauseur-de Simony. En we hebben blijkbaar (volgens Johan) de vroegere werkgever van onze voorzitter ontdekt.


Marcotte: De familie rust in een mooi mausoleum maar de 4 uiltjes op de hoeken zijn gaan vliegen. Een dief kon ze gebruiken in zijn vogelmuit.

Laruine: Helemaal geen ruïne dit graf en het mocht zijn gevederde vriendjes behouden.

Jean Nicolas Wetz 1834-1899: Pastoor en deken van de St.-Remacluskerk, oerconservatief en ultramontaan (deelde het gedachtegoed van mijnen dikken vriend bisschop Bracq). Twee uit de kluiten gewassen taxusbomen verbergen volledig het kruis met daarop de kelk en hostie.

 

Charles Vinche: Verzorgde jarenlang het drukwerk van de liberalen. De hamer op het graf hanteerde hij als voorzittend meester van de loge.

Corneil Gomzé 1829-1900: Dichter, schrijver van de “Bacarolle”, het nationaal volkslied van Verviers. Hij wou begraven worden in een doodskist van ruwe, ongeschuurde planken. Men heeft zijn wens gerespecteerd. Zijn portretmedaillon is verdwenen maar boek en inktpot met ganzenveer maken het de voorbijganger duidelijk dat we hier met een schrijvende mens te maken hebben.


Hardy: Met een mooie treurende vrouw waar er eerlijk gezegd “pak aan is”.

Eugène Melen 1815-1880: Volgde alleen maar lagere school. Het lot bracht hem in Turkije, waar de sultan van Constantinopel hem aanwerft als directeur van een atelier waar het nationale hoofddeksel de fez aan elkaar wordt genaaid. Terug in Verviers start hij met een hoedenfabriek. Hij knutselt ook aan de Leviathan, een machine die wol volautomatisch wast en spoelt. Deze uitvinder rust in een ontwerp van Maxime Thirion.

Jacques Henrion: Textielfabrikant, progressistisch liberaal en vrijmetselaar. Ontwerper van het monument is eens te meer Charles Thirion.

Edouard Herla 1807-1873: Liberaal burgemeester, lid van de vrijmetselaarsloge “Les Philadelphes”; de wereldbol op het graf symboliseert het universaliteitsprincipe van de vrijmetselarij.

Léon Vanorlé 1839-1888: Opnieuw een vrijmetselaar. Een rechter deze keer, overleden in de fleur van zijn leven. Aan zijn graf is alles driehoekig. We moeten er met zijn allen driehoekig, in een rondje, omheen om alle hoekjes en kantjes te bewonderen.

Hullen: Een sierlijke vrouw schenkt Juliette Hullen, overleden toen ze 13 was, een bloemenkrans.

Doret: Deze familie baatte een spinnerij uit. Mausoleum met mooie toegangsdeur.

Simonis: De rijkste familie van Verviers die vooral politieke figuren naar voor schoof. Een grafperceel van 85m² met daarop 2 grafkapellen. De ene kapel heeft de oorspronkelijke mooie deur behouden, de 2 flankerende kopjes treuren met betraande gezichtjes om de doden. In de andere kapel heeft een idioot een pvc-deur gestoken, de 10-koppige Zerkjesclub beslist om ze uit de hengsels te lichten en te stelen. Iwan Simonis richtte samen met een de Biolley de vrijmetselaarsloge “Les Philadelphes”op.

Henri-François Grandjean 1789-1871 : Textielfabrikant, schepen van burgerlijke stand, directeur van de burgerlijke hospitalen. Monument ontworpen door Charles Thirion, beeldhouwer Marcel Pierre verzorgde de versiering.

Jean-Simon Renier 1808-1907 : Kunstenaar, archeoloog, hield een pleidooi om Verviers een museum te schenken en kreeg prompt zijn museum. Een longontsteking werd hem fataal.

Jean Ambroise 1827-1884: Hier kan er maar enen begraven liggen, een brandweerman. Wij er weer met zijn allen in een rondje omheen om de verschillende taferelen te bekijken.

Albert Dupuis 1875-1928: Componist en directeur van het conservatorium te Verviers.

Pierre Limbourg 1841-1909: Katholiek, stichtte te Verviers de St.-Jozefskring (tiens, een medestander van Tsjeef de Hemptine), schreef de Volksgazet vol en gaf ze ook uit. Een man die zich inzette voor de ziel van de arbeiders, quoi.

Karl Grün 1843-1890: Geboren te Mainz, studeert aan de VUB, doctor in de wetenschappen. Apotheker-botanist maar schrijft ook gedichtjes over plantjes.

Mama: Een modern anoniem graf maar de woorden van de kinderen zeggen alles “Pour Maman”.

Het kruim van het kruim was unaniem, diegenen die thuis gebleven waren, ook al was het omdat ze dringend naar een godsdienstles moesten, hadden ongelijk en hebben iets fantastisch gemist. Blijkbaar is Eupen ook de moeite waard. Als het zo verder gaat dan zitten we binnenkort met ons Groot-Limburg in Keulen.

Kuifje, ofte An Hernalsteen

Foto’s Dirk Joos


Tante Kato ging op reis en zag graf van tegenpaus Johannes XXIII Weer een nieuwe ontdekking van tante Kato


Baldassarre Cossa * ca.1370-1419 * Battisterio di San Giovanni Battista, Firenze, Italië

Vòòr we naar Firenze/Florence vertrokken wist ik dat we in kerken en kapellen veel graven zouden zien. Schoon volk als Michelangelo, Galilei, Brunelleschi, Botticelli, Machiavelli, Rossini en de niet te versmaden Medici-familie. Welk graf zou mij het meest inspireren tot het schrijven van een stukje ?

Het werd (tegen)paus Johannes XXIII en wél omdat het mijn kinderjaren terug voor de geest bracht. Da’s eigen aan ouder worden. Toen Angelo Giuseppe Roncali (1881-1963) in 1958 tot paus verkozen werd en als pausennaam Johannes XXIII aannam, stonden curie, katholieke onderwijs en pers met open mond : “Hij neemt naam en nummer van een paus die als tegenpaus afgezet werd.” Straffe kost. Geen enkele paus had in die 500 jaar die naam willen of durven kiezen. Wie was die eerste Johannes XXIII dan wel ? Dàt was geen voer voor kleine meisjes, daar kreeg ik geen antwoord op. Logisch : slechts “ingewijden” kenden het antwoord en hielden dat voor zich. ‘t Waren tijden !

Nu, jaren later met nog altijd iets van het nieuwsgierige meisje in mij stond ik in het baptisterium van Firenze voor het graf van die duistere figuur uit het einde van de middeleeuwen. Tijd om iets meer over de man te weten te komen. Deze keer geen afwijzende en afwijkende stilte.

Baldassare Cossa kwam uit een verarmd adelijk gezin uit de buurt van Napels. Hij begon aan een militaire opleiding en omdat zijn twee broers zich met piraterij bezig hielden, kreeg hij de reputatie zelf een piraat te zijn. Wie weet ... Na zijn studies aan de universiteit van Bologna werd hij schatbewaarder van dé vaticaanfabriek. Het waren de gecompliceerde tijden van het Westers Schisma (1378-1417). Er was een paus in Rome, één in Avignon en één in Pisa. In 1410 werd Baldassare Cossa tot paus van Rome verkozen. Hij was pas de dag voordien priester gewijd, wat toen meer gebeurde. Nu hadden die drie pausen politieke, militaire én financiële steun nodig. Onze Johannes vond florijnen bij de voorzichtige en gereserveerde bankier Giovanni di Bicci de’ Medici, dé stamvader van de beroemde Medici’s van Firenze. De bank deed goede zaken in Rome en de Medici’s hielden er de prestigieuze positie van bankier van het Vaticaan aan over.

In 1415 werd Johannes XXIII beschuldigd van criminele praktijken, ketterij, meineed, moord én het verleiden van tweehonderd Bolognese schonen. Hij werd af- en gevangen gezet. Drie jaar later werd hij vrijgelaten nadat de trouwe Medici’s losgeld betaalden. Paus Martinus V (ambt 1417-1431) benoemde hem tot kardinaal-bisschop van Tusculum (huidig Frascati). Baldassare werd met open armen in Firenze ontvangen. Ook dit was van korte duur. Op 22 december 1419 blies hij zijn laatste adem uit. De begrafenisceremonie -in grote stijl- duurde negen dagen. In afwachting van zijn definitieve laatste rustplaats kreeg hij een voorlopig graf. Zijn weldoende bankier zorgde ervoor dat hij in het baptisterium van Johannes de Doper een praalgraf kreeg ontworpen door Donatello en Michelozzo.

Dat achthoekige baptisterium voor de Duomo is Firenze’s oudste gebouw. 


Of het nu dateert van de zesde of zevende eeuw, of het nu origineel een Romeinse tempel was, maakt niet uit. Zeker is dat er geschreven bronnen over het gebouw bestaan daterend van 897 en dat het baptisterium vergroot werd in de twaalfde en dertiende eeuw. Hier geen lofzangen over Ghiberti’s bronzen deuren. We gaan recht op ons doel af. Het mozaïeken plafond verdient enkele bladzijden proza, we blijven echter terzake: het meer dan zeven meter hoge en twee meter brede wandgraf van Johannes XXIII. 

Rechts van het altaar tegenover de oostelijke deuren, tussen twee monolitische Korintische zuilen is het majestueuze graf een blikvanger. Een korte beschrijving van boven naar onder :

Vanuit een bronzen ring lijkt een marmeren gedrapeerd baldakijn te vertrekken. Daarin een schelp met een reliëf van madonna en kind.

Daaronder op een door leeuwen gedragen baar de levensgrote vergulde bronzen gisant van de antipaus, gekleed in zijn liturgische gewaden.

Op de sarcofaag houden twee “engeltjes” een tekst vast met een Latijns opschrift dat vrij vertaald meldt “De vroegere Paus Johannes XXIII overleed in Firenze in het jaar 1419 op de elfde dag vòòr de kalendae van januari”. Op die paustitel kwam protest van Martinus V toen die het graf bezocht. Maar Firenze hield voet bij stuk : eens paus altijd paus.

Onder de sarcofaag in drie kleine nissen zijn afgebeeld : het familiewapen, de pauselijke tiara en het pauselijke wapenschild.

Tenslotte drie nissen met de theologische deugden Geloof, (naasten)Liefde en Hoop, elk een meter hoog en helemaal onderaan een fries met engeltjes.

En dat alles dus onder die meer dan overweldigende gouden koepel.

Het Westers Schisma met Johannes XXIII en zijn twee rivaliserende pausen eindigde in 1417. Ik had het daarstraks over de middeleeuwen, maar eigenlijk is deze tombe -op dat moment het grootste beeldhouwwerk van Firenze- het oudste voorbeeld van een Renaissance-praalgraf. Beëindigd rond 1427 en het laatste pausengraf dat zich buiten Rome bevindt. In de zestiende eeuw werd de tombe geopend en daaruit bleek dat de grafkleding helemaal overeenkwam met het beeld.

Onder de indruk stonden we terug buiten in een schitterend lentezonnetje en we vroegen ons af welke symboliek er achter die achthoekige gebouwen stond. Wél : volgens o.a. de christenen werd de wereld in zeven dagen geschapen en de achtste dag is de afronding met de Hemelvaart van Christus waar Hij boven de aardse zevendaagse tijdsindeling staat. Ingewijd in het christelijke geloof stapt men met de dood in de achtste dag zonder einde, zeg maar het beloofde paradijs. Als we er dan nog aan toevoegen dat dit baptisterium origineel omringd was door een begraafplaats...

Ja, dàt hebben we dan ook weer geleerd. Nu bent u ook een beetje “ingewijd”.

Tante Kato


Parijs: Dierenbegraafplaats en Basiliek Saint-Dénis voor “die hards” die wat extra’s willen bezoeken tijdens Parijse trip


Voor de mensen die meegaan naar Parijs liggen de drie begraafplaatsen vast. De “die hards” zullen misschien nog wat extra willen doen, vandaar enkele mogelijkheden.

Op de metrolijn 13, richting Gabriel Péri, halte Gabriel Péri vinden we na een eindje stappen de hondenbegraafplaats van Asnières. De hondenbegraafplaats werd opgericht in 1899 door Marguerite Durand, directrice van een dagblad. Een tijdlang werd de begraafplaats met verdwijnen bedreigt. In juni 1987 werd de begraafplaats geklasseerd. Sinds maart 1989 is het in privé handen. De ingang werd ontworpen door Eugène Petit: een poort in art-nouveaustijl met twee ingangen voor voetgangers. Bij de ingang van de begraafplaats vinden we het monument opgericht in juni 1900 voor de Sint Bernardshond Barry. Deze cenotaaf herinnert aan de moed van deze hond. Hij werd opgeleid door monniken om hulp te bieden aan mensen in nood in de bergen. Hij redde het leven van 40 mensen en kwam om bij de redding van de 41ste.

Een herdenkingsplaat voor Gribouille, het paard van de stichteres van de begraafplaats Marguerite Duras. De bekendste bewoner van de dodenakker is Rin Tin Tin, bekend van zijn talrijke films, is nog steeds niet vergeten. We vinden hier ook een monument, opgericht, in 1912, ter ere van alle afgerichte politiehonden. Op 15 mei 1958 kwam een zwerfhond sterven voor de ingang van de begraafplaats. Er werd een monument opgericht voor deze hond omdat dit het 40 000ste dier was dat hier zijn laatste rustplaats vond.

Op dezelfde metrolijn 13, richting St Dénis université, halte: Basilique Saint Dénis vinden we de necropool waar veel Franse koningen hun laatste rustplaats kregen. Aan de zuidzijde: Louis d’Orleans (1407) die Jan zonder Vrees en diens vrouw liet ombrengen. François I (1547) en Claude van Frankrijk (1524). Een werk van Philibert Delorme bijgestaan door de beeldhouwers Pierre Bontemps en François Marchant. Bas-reliëf met de overwinningen van de koning met als bekendste “de slag van Marignan”. Daarboven de gisant van de koning en de koningin en bovenaan de knielende beelden van de koning, de koningin en hun drie kinderen. In het transept: Philippe III de Stoute (1285) (vooraan). Beeld in witte marmer van Jean d’Arras van de koning “de mooiste man van Frankrijk”. Naast hem zijn echtgenote en (achteraan) hun zoon Philippe IV de Schone (1314), de beul van de Tempeliers. Op de zuidelijke kruising (rechts): Charles V (1380). Een beeld van André Beauneveu. Charles VI (1422) en Isabeau van Beieren (1435). Een beeld van Pierre de Thury. Bertrand Du Guesclin (1380) Een beeld van Loisel en Privé. Hier liggen zijn beenderen; zijn hart rust in Dinan; zijn ingewanden liggen in Puy en zijn huid ligt in Montferrand. De crypte bevat ondermeer de lichamen van Louis XVI en Marie Antoinette, naar hier gebracht op 20 januari 1815 en de harten van Henri IV en Louis XIV. Louis XVI en Marie Antoinette. Een prachtig beeld uit 1820 van Gaulle. 

Achter het koor liggen enkele zeer oude graven. In de noordelijke kruising Henri II en Catherine de Médicis, dit is een cenotaaf. In het transept Henri II (1559) en Catherine de Médicis (1589). Een sarcofaag met gisant van Germain Pilon die Catherine voorstelt op 30 jarige leeftijd alhoewel zijn stierf op zeventig jarige leeftijd. Bovenaan het knielende koppel in brons. Op de hoeken de vier deugden van gerenommeerde beeldhouwers. In de kelder onder aan het grafmonument liggen eveneens de acht kinderen van het echtpaar. Louis XII (1515) en Anne van Bretagne (1514). Een meesterwerk van Jean Juste, sarcofaag met de overwinningen van de koning op de hoeken de hoofddeugden (de kracht, de matigheid, de rechtvaardigheid en de voorzichtigheid. Ook vinden we hier hart van François II.

Jacques Buermans


Pot en Grijp, vermoord in 1936 en nog niet vergeten Ons lid Johan Moeys was aanwezig


Op het Ereperk N op Schoonselhof vind je een eenvoudige grafzerk waarvan de tekst moeilijk leesbaar is geworden. Hier liggen twee mannen samen begraven. Niet omdat ze een of andere relatie hadden. Wel omdat ze samen werden neergeschoten.

De liggende zerk is gegraveerd met volgend gedicht:

“Oh hang het schandepak der dienstbaarheid

Nooit om uw jonge vrijgebonden leden.

Wie zich in leuzen en chevrons vermeit

Is altijd iemand van verdachte zeden.

 

Bijeengedreven door hun angst en nijd

Staan daar in rechte rijen aangetreden

De machtslakeien van den nieuwen tij

Die zich in ’t zwarte of bruine dwangbuis kleden.

 

Hoor over ’t land dat bestiaal gelal.

Het is godgevallig feestgeschal

Van ’t nationaal bewustzijn dat ons ontwaakt.

 

En voor de bende die van bloedlust blaakt

Staan wij die eerlijk willen leven naakt

Ontwapend en zoo luttel in getal.”

 

De staande stèle geeft informatie over de twee vrienden:

“Albert Pot 1917 – 1936

Theophiel Grijp 1899 – 1936

Twee Antwerpse
socialisten
die in de nacht van
22 op 23 mei 1936
te Antwerpen
door een fascist
werden vermoord”

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat twee militanten van de havenvakbond BTB werden neergeschoten. Tijdens het verkiezingsjaar 1936 gingen Albert Pot en Theophiel Grijp met enkele vrienden op nachtelijke propagandatocht. In de nacht van 22 op 23 mei hadden de socialistische militanten net hun tocht achter de rug toen ze vernamen dat de plakploeg van de Realisten (een kleine extreemrechtse partij) verdacht veel belangstelling toonde voor het lokaal van de Belgische Transportarbeiders Bond (BTB). Ze gingen op onderzoek uit en onderschepten de ploeg van vier aan de Italiëlei. Toen Albert Pot op een van de mannen afliep, haalde deze een revolver boven en schoot twee keer. Pot werd geraakt. Onderweg naar het verbandhuis stierf hij. De anderen zetten de achtervolging in. Grijp probeerde de schutter te pakken ter hoogte van de Opera. Maar deze schoot opnieuw en trof Grijp in de hals. Een douanier daagde op, ontwapende de schutter en kon de rest van het viertal in bedwang houden tot de politie kwam. Grijp stierf op weg naar het ziekenhuis. De schutter was Jean Awouters, orkestleider en kandidaat van de Realisten. Hij werd veroordeeld tot 12 jaar gevangenis, doch in beroep werd deze straf omgezet in 8 jaar.

Albert Pot en Theofiel Grijp waren actieve militanten van de socialistische beweging. De dag van hun begrafenis, 26 mei 1936, groeide uit tot een algemene protestdag tegen het fascisme. Een week later begon een algemene staking aan de haven van Antwerpen die uitgroeide tot de grootste algemene staking die het land ooit kende. Met resultaat. De lonen werden verhoogd met 7 à 8%, er kwam een wettelijk minimumloon, werknemers kregen minimum 6 dagen betaald verlof per jaar, en in de haven en de mijnen werd de veertigurenweek ingevoerd.

Op de herdenkingsplechtigheid waren zo’n 70 mensen aanwezig. Jos Vandervelpen, advocaat en lid van de Liga der Mensenrechten had het o.a. over het historisch vergeten. Frans Wuytack, dokwerker/kunstenaar benadrukte de moraal van het verzet en riep op tegen de desinformatie. Peter Mertens, voorzitter van de PvdA en organisator van de herdenking legde de link tussen de strijd van toen en nu. Onder een warme zon zongen de deelnemers “De Internationale” en “De Moorsoldaten”. Pot en Grijp, inderdaad nog steeds niet vergeten.


Johan Moeys

Eupen en omgeving: een preview Op onderzoek


Na de rondleiding in Verviers stelde Kuifje, ofte An Hernalsteen: Blijkbaar is Eupen ook de moeite waard. Dit was niet in dovemansoren gevallen en op een mooie pinkster(maan)dag trokken Marie Claire, Edgard en ikzelf op “ontdekkingstocht”. Voor de “met openbaar vervoer komende Grafzerkjes”: er zijn treinen vanuit Gent en Antwerpen die ruimschoots op tijd toekomen (9.47uur) om tijdig aan de ingang van de begraafplaats aan de Sirwartstrasse (hoofdlaan volgen en derde straat rechts). Mooie ingangsdreef voor deze, in 1819 ter vervanging van de kerkhoven die zicht bij de Sint Niklaaskerk en achter de kerk van de kapucijnen bevonden, dodenakker zoals we op de, Nederlandstalige tekst, konden lezen. Aan de zijkant een aantal grafmonumenten voor de families Zickel en Zimmermann die denkelijk van elders komen. 

Een beeld van de hand van ene Corr uit Aken op het graf Kloeters. Her en der zagen we graven waarbij we veronderstelden dat het hergebruik was.
Peters en Abraham Römers liggen onder mooie monumenten. Het graf voor burgemeester Huffer, ik schreef bijna hufter, heef betere tijden gekend. 
Op de kalvarie staan namen van priesters en paters die in de onmiddellijke nabijheid begraven liggen. Op het ereveld voor de gesneuvelden staat een beeld van Raoul Lambeau, begraven in Berchem. Een prachtig grafmonument bij de stichter van een kabelfabriek August Bourseaux.  

De Franciscanessen liggen onder een blijkbaar recent, herbruik?, perkje. Op het eind van de rondgang vinden we nog een recent graf waar de mogelijkheid geboden wordt om “een kruisje te geven”. Ik vrees dat dit bij ons geen lang leven toebedeeld zou zijn. Voor de plassende zerkjes: er zijn toiletten. Je dient alleen je eigen toiletpapier mee te brengen. Het trio van “test-rondleidingen” zag dat het een begraafplaats was die zeker ooit eens op het Grafzerkjesprogramma gezet mag worden zeker wanneer we extra uitleg krijgen van een gids. Edgard had zelfs daar zijn huiswerk over gemaakt en stelde dat Herrn Keutgens de geschikte man lijkt om ons op het “Eupener Friedhof” rond te leiden. Nadien was het “testteam” op zoek naar een eetgelegenheid en die vonden we bij La Luna, een meer dan voortreffelijke Italiaan aan de Rathausplatz. 

Nog was onze testreis niet ten einde want, zoals An altijd zegt, “voor Grafzerkjes die er niet genoeg van krijgen” is er op minder dan 15 kilometer Henri Chapelle, een Amerikaanse begraafplaats. In de kolommen staan de namen van 450 vermisten. Op de imposante dodenakker staan bijna 8000 kruisjes “in het gelid. 

Om het helemaal te maken is er, nog eens 15 kilometer verder, Margraten met meer dan 8000 graven. In de kapel een luchter en aangepaste verlichting.

Dus na groot-Limburg en een bezoek aan onze Waalse vrienden in Verviers kan er nu nog een uitbreiding volgen naar de Oostkantons en naar Nederland. Waar gaat dat eindigen?

Jacques Buermans

Met het funerair budget van de stad Gent verricht men wonderen An Hernalsteen is vol lof


Sint-Amandsberg: Campo Santo – Isidoor staat terug op zijn sokkel

Na jarenlang scheefzakken, overhellen en gevaarlijke evenwichtsoefeningen (ik zag zijn terracotta buste al tegen de vlakte gaan en in duizend verbrijzelde stukjes het Heilig Veld bestrooien) staat de, op jonge leeftijd overleden, toondichter Isidoor de Vos weer parmantig rechtop.


Juist voor de week van de begraafplaatsen werd zijn gerestaureerd grafmonument ingehuldigd.

Begraafplaats Gentbrugge – Familie Coppitters

Het graf van niet beroemde, onbekende beentjes verdient ook zorg, aandacht en restauratie, zeker wanneer een portretje, in dit geval van Terthila Coppiters (1868-1914) gerealiseerd door Geo Verbanck, het monument tooit. Op haar marmeren plaat boog Terthila soepel en lenig als een rietstengel in de wind en ik vreesde dat ze de winterregens en –vrieskou niet meer zou overleven want wat buigt moet uiteindelijk barsten.

De marmeren plaat van onze ongehuwde dame, kleermaakster en actrice bij de socialistische Multatulikring, bleek niet meer te herstellen en werd voorzichtig weggenomen en te ruste gelegd op een veilige plaats. Het graf werd opgekuist en voorzien van een gekloonde Terthila. 

Mensen met grijpgrage vingertjes die dit lezen, zijn dus gewaarschuwd. Het huidige portret is een replica, het stelen niet waard.

An Hernalsteen

Trip naar Frankrijk met enkele topbegraafplaatsen Tours, Rouen en de chapelle Royale


Iedereen weet dat ik regelmatig met mijn Haremm, Heer Alleen Reist Enkel Met Meisjes, op citytrip ga en daar het merendeel van de Haremm ook funerair geïnteresseerd is komen ook begraafplaatsen ruimschoots aan bod. Deze keer opteerden we voor het eerst voor een trip met de wagen naar de kastelen van de Loire met op de terugweg geen kastelen maar funeralia. Maar ook tijdens onze Loiretocht kwamen, zij het miniem, ook plaatsen aan bod met wat interessants. In de Notre Dame in Cléry St André vonden we het grafmonument voor Lodewijk XI en het hart van Karel VIII. In Tours, in de kathedraal Saint Gatien liggen de kinderen van Karel VIII.  

De Sint Hubertuskapel bij het kasteel van Amboise bevat de stoffelijke resten van Leonardo da Vinci.
In Rouen in de kathedraal zijn er de grafmonumenten voor Rollo, Richard Leeuwenhart, Hendrik II en Willem Langzwaard.
In de kathedraal van Amiens is er het graf van Guilain Lucas, weldoener met de wenende putti en vlakbij bisschop Gerard de Conchys.

En dan nu het grotere werk.

Tours. Van een boekje of een plan had men daar nog nooit gehoord dus maar op eigen houtje naar wat moois gezocht en gevonden. Op het graf Malapert drie portretmedaillons en een medaillon verwijzend naar de mijnbouw. Architect Victor Laloux, bekend van de stations van Tours, Orleans en de gare d’ Orsay in Parijs, de stadhuizen van Tours en Roubaix en de ambassade van de Verenigde Staten te Parijs kreeg een indrukwekkende graftombe. 

Een vrijdenkersgraf laat aan duidelijkheid niet te wensen over “ni dieu ni maître”. Architect Mariau ligt over een mooie grafkapel Archambault

Obelisk uit rode mozaïek met foto’s voor de vrijdenkersfamilie Boyer. Victor Chantreau was stichter van de lokale aeroclub en kreeg een mooie pleureuse. Burggraaf du Chatel was chef bij de Huzaren.  
Jean Charles Avisseau was keramist. Arrichi kreeg een zinken graf. Een mooie vrouwenfiguur voor “les compagnons Boulanger". 

Grafkapel voor Charles Gille en vlakbij een mooie gesluierde vrouw. Een mooie en keurig onderhouden “herbruik” als herinnering aan de geruimde concessies. Een goed idee. 

Engelfiguur op het graf Frappier. Cousin heeft dan weer vrijmetselaarssymbolen. Een heuse treinramp, inclusief locomotief en wagons, staat op het graf van François Boileau.  

Wat verder een mooi bas-reliëf en een marmeren vrouwenfiguur. Een keurig onderhouden kindergraf Deshayes

Charnod kreeg een gedrapeerde sarcofaag. Een borstbeeld voor de Poolse patriot Valerian Pietkiewicz. Alfred Gagneux was voorzitter van de lokale koks. 

Schilder en illustrator Felix Laurent. Een perk voor de gesneuvelden met vlakbij een gigantisch monument voor de doden.  

Godet. Een mooi monument voor Robert Garnier. Lhuissier was dokter in de rechten.  

Lanteigne was ingenieur. Wat verder een beeld vervaardigd door H. Varenne. Tot slot het standbeeld voor luitenant vlieger Victor Lasalle die neerstortte tijdens een storm in de duinen van Tripoli. Een werk van Delpérier. De vliegenier stijgt als het ware op.

De chapelle Royale te Dreux, necropolis van de familie Orleans: prachtig, nogal wat anders dan onze koninklijke crypte. We zagen er de graven voor Henri d’ Orleans, hertog van Aumala. Ferdinand, kleinzoon van Louis Philippe stierf op 14-jarige leeftijd. Zijn monument is van Aimé Millet.  

Ook het graf voor Louis, 7 jaar oud, is van de hand van Millet. Blikvanger is het graf voor Louis Philippe (1773 – 1850) en zijn echtgenote Amelie de Bourbon (1782 – 1866), een werk van Antonin Mercie. Adelaïde d’ Orleans (1777 – 1847) kreeg een monument van Aimé Millet. 
Ferdinand d’ Orleans kwam om, op 13 – 7 – 1842, bij een koetsongeval. Zijn echtgenote Helene von Mecklenburg stierf om 44-jarige leeftijd aan TBC. Zij liggen apart omdat Helene protestants was. Marie d’ Orleans was beeldhouwster. Zij beeldhouwde onder andere het beeld van Jeanne d’ Arc in Orleans. 

Robert d’ Orleans, hertog van Chartres, en prins Henri, die stierf tijdens een ontdekkingstocht in Saïgon, liggen onder een monument van Antonin Mercie.  

De hertogin van Alençon was de zuster van de bekende keizerin Sissi. De hertog van Alençon ligt in het pak van de kloosterorde van Sint Franciscus. 

De hertogin van Vendôme, prinses Henriette van België en Saksen was de zuster van onze koning Albert. De graaf van Beaujolais (134) en ten slotte het grafmonument voor de prins d’ Orleans en Braganza

Rouen. In tegenstelling tot in Tours was men hier heel behulpzaam en geïnteresseerd. Gaston Le Breton was directeur der musea. Gabriel Gravier was stichter van de “socièté de geographie. Gustave Flaubert was schrijver van onder andere “madame Bovary”. Gaston Saint.  
Charles Vedrel, Ambroise Fleury en Netien waren burgemeester van Rouen.  
Admiraal Cecille. Joseph Court was historieschilder. Marcel Duchamp, vader van de Dadabeweging bekend van zijn urinoir als kunstwerk. Just Dumanoir.

François Boieldieu, componist van “de kalief van Bagdad en “la dame blanche”. Zijn hart werd hier begraven, zijn lichaam rust op Père Lachaise. Charles Senateur Muze. Joseph Faucon.

George Bouctot was filantroop. Cochet was priester – archeoloog. Louis Auber. Ferdinand Marrou was ornamentist. 
Een monument voor de slachtoffers van een brand in het theater op 25 – 4 – 1876 en vlakbij een monument voor de pompiers, slachtoffers van een brand in de fabriek Lille & Bonnière. Edmée Dumee was bij de garde national.

Volgende keer: het Noorden van Frankrijk.

Jacques Buermans

Foto’s van: Ria Vaes, Rina Reniers & Jacques Buermans

Robert Graves – Deia Mallorca An Hernalsteen zocht en vond de schrijver van « I Claudius »


Twee jaar terug hadden we het afwandelen van “La Ruta de pedra en sec” ook bekend als de GR 221 op Mallorca op ons voorjaarsprogramma gezet. Het enige wat we toen konden doen was mistroostig, met betraande en beregende ogen naar de mistige, van vocht lekkende bergen turen. Gedurende veertien dagen vertoonde het grijze, met water bezwangerde, wolkendek met moeite een spatje blauw.

Aangezien ik (op zijn Vlaams gezegd) geen zittend gat heb, bezochten we wat er te bezoeken valt, vielen met de deur in huis binnen bij Fredje Chopin en zijn Georges Sand in de Chartreuse van Valldemossa en dweilden de Mallorcaanse begraafplaatsen af, zo is die van Soller ferm de moeite waard. We hebben van deze expedities geen enkele foto want de Kleinen had één cruciaal en essentieel onderdeel om dat te doen thuis laten liggen.

Dit jaar waren het fototoestel en de zon wel van de partij, we hadden dus geen tijd voor funeraire akkefietjes maar het graf van “I Claudius” hebben we wel opnieuw bezocht.

Twee jaar geleden had een fan nog een stukgelezen, beduimeld exemplaar op het graf achtergelaten.

Robert von Ranke Graves (Wimbledon 24 juli 1895- Deià 7 december 1985)

Robert Graves was een Engels dichter en schrijver.

In 1929 publiceerde hij “Good-bye to all that”, een autobiografisch boek waarin hij zijn leven als Engels soldaat in de dodengangen van de eerste wereldoorlog beschreef. In dit relaas was hij niet mals voor de Britse legerleiding en trapte op verschillende militaire tenen. Men zag hem liever gaan dan komen.

Hij vestigde zich te Deià. Bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog in 1936 moest hij noodgedwongen Mallorca verlaten. Pas in 1946 kreeg hij toestemming van de autoriteiten om naar zijn huis terug te keren. Zijn woonst werd een ontmoetingsplaats voor de groten der aarde. Ava Gardner, Peter Ustinov, Gabriel Garcià Màrquez waren er kind aan huis. Hoe Graves nog tijd vond om te schrijven blijft een raadsel want in totaal pende hij meer dan 140 boeken neer. “I Claudius” is zijn beroemdste werk.

In de jaren ’70 begonnen de eerste tekenen van dementie de kop op te steken maar uiteindelijk werd op 7 december 1985 een hartaanval hem fataal. In zijn laatste ogenblikken moet hij toch nog enorm lucide geweest zijn want zijn allerlaatste woorden waren tot zijn trouwe verpleegster gericht die hem al jaren thuis verzorgde: “You’re fired”. Een grappenmaker tot in de kist.

An Hernalsteen


Restauratie toegangshek hoofdingang algemene begraafplaats “Akendam” informatie vanuit Nederland


Geschiedenis:

Het toegangshek van de huidige hoofdingang van de begraafplaats is gelegen aan de Kleverlaan. De oorspronkelijke hoofdingang was gelegen aan de Schoterweg. De ingang is in 1916 tijdens de uitbreiding van de begraafplaats verplaatst naar de Kleverlaan.

De hoofdingang bestaat uit vier gemetselde pijlers, paar gewijs geplaatst aan weerzijden van de oprijlaan naar het mausoleum. Tussen deze pijlers zijn, voor die tijd, in sober smeedwerk uitgevoerde draaihekken geplaatst, dubbele ter afsluiting van de oprijlaan en twee enkele ter afsluiting van de voetgangersdoorgang aan weerzijden van het dubbele hek.

De vier pijlers staan op een kruisvormig grondplan en bestaan uit een basement van zandsteen en opgaand metselwerk in rode baksteen dat aan de bovenzijde door een fries met kroonlijst wordt afgesloten. Ter bekroning heeft elke pijler een met festoenen omklede asurn die, evenals het vries en de kroonlijst, is uitgevoerd in zandsteen. Het dubbele draaihek, dat de oprijlaan afsluit, heeft aan de bovenzijde een spiegelboog. Daaronder bevindt zich het motief van een slang die in zijn staart bijt als symbool voor de eeuwigheid. De loophekken aan weerzijden daarvan zijn gedecoreerd met centraal geplaatst rozetten. De draaihekken zijn zilvergrijs geschilderd.

Het onderhoud:

In het verleden zijn de hekken wel onderhouden, maar door gebrek aan voldoende financiële middelen, verwaterde het onderhoud en verloor het hekwerk zijn beschermende verflaag. Door corrosie van de bevestigingspunten in het metselwerk van de pijlers, gingen de hekken uithangen en konden deze op den duur niet meer goed geopend en gesloten worden. Ook was deze corrosie er de oorzaak van de pijlers ernstig gingen scheuren en dreigden de bevestigingspunten geheel uit het metselwerk gedrukt te worden. Door het verlies van de beschermende verflaag en aan het hekwerk klevende natte boombladeren vrat de met zure regen bedekte bladeren zich een weg in het matig en soms onbeschermde smeedijzer, met als gevolg dat er hele diepe wonden in het ijzer kwamen. Omdat het hekwerk van typologisch belang en als historisch functioneel onderdeel bij het complex van de begraafplaats hoort, werd dus hoog tijd dat de hekken grondig gerestaureerd werden. Fred Kleinhout die de begraafplaatsen in Haarlem in onderhoud heeft verzocht Margriet Kalalo van het Projectmanagementbureau van de Gemeente Haarlem om voor de werkzaamheden bestek en tekeningen te maken.

De restauratie:

Voor de restauratie werd drs. Olga van der Klooster uit Heemstede aangezocht (Architectuurhistoricus & Kleuradviseur) voor het uitvoeren van een kleuronderzoek en het geven van een kleuradvies. Uit het onderzoek bleek dat de hekken in een eerder stadium donker groen waren geweest, maar later van donkergrijs naar aluminiumkleurig waren geschilderd. Uiteindelijk is gekozen, op advies van mevr. van der Klooster, voor een andere kleurstelling dan de oorspronkelijke. Hiervoor heeft zij een nieuw kleurenschema ontworpen wat recht doet aan de symboliek en de monumentaliteit van deze hoofdingang tot de begraafplaats.

Er werd gekozen voor zwart (symboolkleur voor de dood) voor alle delen van de hekwerken, met uitzondering van de decoratieve elementen. Het betreft hier de slang, (wanneer

beide hekdeuren worden gesloten sluiten de twee halve cirkels op elkaar aan en dan zie je dat dit een in de staart bijtende slang vormt . In de grafkunst is dit een eeuwigheidsymbool.

spijlbekroning (vlammetjes en lantarentjes) op de hoofdstijlen en de gepunte bolletjes op de overige spijlen. Hiervoor werd gekozen voor het aanbrengen van een laag bladgoud.

 

Aan Aannemersbedrijf Holleman uit Santpoort werd opdracht verleend tot het in uitvoering nemen van de restauratie. Voor de restauratie van de pijlers had het bedrijf zelf de nodige expertise in huis en voor restauratie van de hekwerken werd smeed- en constructiebedrijf van der Vegt uit Meerkerk in de arm genomen. Er is veel aandacht besteed aan het behoud van originele onderdelen van de hekwerken. Daar waar het mogelijk was zijn de bestaande stijlen en spijlen hersteld door het opvullen van de weggevreten delen. Alleen wanneer het echt noodzakelijk was zijn er onderdelen vernieuwd. Ook het vergulden van de decoratieve elementen is door hen uitgevoerd, hetgeen op een degelijke wijze is gebeurt.

Het herstel van het metselwerk heeft wel wat voeten in de aarde gehad. De bevestigingspunten van de hekwerken zijn nu uitgevoerd in roestvast staal, waardoor voorkomen wordt dat er op korte termijn weer roestvorming ontstaat. Verder is het metselwerk op een goede en verantwoorde manier hersteld.

 

De toekomst:

Om de hekwerken en de gemetselde pijlers goed instant te houden, zal een goed beleid ten aanzien van het onderhoud uitgezet moeten worden. Als dit niet goed geregeld wordt, zal op den duur weer verval het de hekwerken optreden. Het is van het grootste belang dat de smeedijzeren hekken regelmatig ontdaan worden van aanklevende bladeren, zodat invreten van onderdelen van de hekken door het op de bladeren aanwezige vocht van zure regen beperkt of voorkomen wordt.

Het zou jammer zijn dat, gezien de geleverde inspanning, het onderhoud, door geldgebrek of anderzijds opnieuw verwaarloosd wordt. Ook zal er op korte termijn iets met de zandstenen beëindigingen gedaan moeten worden want ook hier is al duidelijk de tand des tijds zichtbaar.

Voorlopig is de entree weer een fraai geheel geworden.

Gemeente Haarlem: Afdeling Vastgoed en Projectmanagement

Wim Sietsma - Bouwkundig Adviseur Vastgoed.

Met dank aan Olga van den Klooster, Aannemersbedrijf Holleman Santpoort, Margriet Kalalo en Martin Busker