Nieuwsbrief Nr. 62 - mei 2011

WEEK VAN DE BEGRAAFPLAATSEN 2011 een succesverhaal!


Voor de negende keer organiseerde Asce, Association of Significant Cemeteries in Europe, de Europese Week van de Begraafplaatsen. Voor het tweede jaar op rij zetten Epitaaf vzw en vzw Grafzerkje zich in om te trachten gemeenten warm te maken en te betrekken bij de Week van de Begraafplaatsen, verder WBP. Daar waar er in 2010 10 gemeenten deelnamen met in zijn totaliteit 44 rondleidingen en 879 deelnemers waren er in 2011 32 gemeenten met niet minder dan 85 rondleidingen. Daarboven nog een zevental tentoonstellingen, één voordracht en twee toneelvoorstellingen. In totaal bezochten 2007 personen de begraafplaatsen. Gemiddeld: 23,6 deelnemers per activiteit.

In een aantal reacties die ik mocht doorkrijgen van gemeenten bleek toch dat we hier over een succesverhaal mogen spreken. Verschillende deelnemers kijken al uit naar 2012. Ik wil via deze weg eenieder bedanken die tot het welslagen van de WBP heeft bijgedragen. In de eerste plaats Anne Mie Havermans, secretaris van vzw Epitaaf, want zonder haar inzet en enthousiasme had de WBP niet kunnen uitgroeien tot we ze nu reeds geworden is. Verder al de deelnemende gemeenten en de gidsen die, ik woonde een aantal rondleidingen zelf bij, “hun” dodenakkers met vuur bepleiten. Voor enkele van die gidsen was het zelf hun vuurdoop en zij deden dat voortreffelijk. Voor enkele gemeenten eindigt het hier niet want dankzij de inzet van een aantal gidsen werden zelfs schepenen warm gemaakt om het behoud en instandhouden van het funeraire erfgoed te verdedigen in hun respectievelijke gemeenteraden.

Ten slotte wil in Anja Demeulenaere hartelijk danken om deze extra Nieuwsbrief te willen “layouten”. Ik denk dat vele lezers niet beseffen wat een gigantische arbeid daar in gekropen is: het verzamelen van de onderscheiden verslagen, sommigen bladzijden groot anderen heel summier; het selecteren van foto’s (van één dodenakker kregen we niet minder dan 248 foto’s door van drie verschillende fotografen!!!) en dit alles in één mooi ogend geheel gietend. Anja, hartelijk dank voor je inzet!!!

Ook Erika Raven, onze webmasterin, wil ik langs deze weg hartelijk danken. Zij gaat er voor zorgen dat deze “turf”, met denkelijk meer foto’s dan in de Nieuwsbrief, eerstdaags via www.grafzerkje.be onder Week van de Begraafplaatsen 2011 te raadplegen is. Erika, hartelijk dank voor je inzet!!!

Deze Nieuwsbrief wordt, naast aan de leden van vzw Grafzerkje toegestuurd, ook aan de deelnemende gemeenten toegestuurd alsook aan alle andere Vlaamse gemeenten om hen reeds warm te maken voor de WBP van 2012, denkelijk tussen 26 mei (Pinksterweekeinde) en 3 juni 2012.

Aan iedereen die deelnam  aan de WBP 2011: mijn welgemeende dank!

Jacques Buermans

Voorzitter vzw Grafzerkje


Mieke Versées stelt tentoon op twee plaatsen verslag van Jacques Buermans


Ons lid Mieke Versées heeft haar naam reeds gemaakt als fotografe met een meer dan funeraire interesse. Naar aanleiding van de Week van de Begraafplaatsen stelde ze tentoon op twee verschillende locaties. In de Openbare Bibliotheek van Linkeroever werd het “Woord en kunst in steen gevat”. In de eerste plaats werd er een link gelegd met Linkeroever met schrijvers die daar een straatnaam kregen met een afbeelding van hun grafmonument. De bibliotheek ligt aan de Willem Elsschotstraat, vlakbij de Charles De Costerlaan en de laatste rustplaats van beide schrijvers werden door Mieke mooi vereeuwigd.

Maar daar stopte het niet: Mieke zocht in het AMVC-Letterenhuis naar afbeeldingen van die personen en vulde dat nog aan met poëzie, proza of schilderkunst. Persoonlijk vond het ik allemaal prachtig. Daar moet nogal wat werk in gekropen zijn. En dan is het spijtig dat Mieke het moest stellen met een uithoek van de bibliotheek. Dit verdiende een prominentere plaats.

In de bibliotheek aan de Te Couwelaerlaan te Deurne was de opstelling van de tentoonstellingen heel wat geslaagder. Mieke Versées kreeg daar een apart lokaaltje om haar powerpointvoorstelling “Begraafplaatsen, de wandelaar ontdekt” te tonen. Mieke laat ons genieten van 20 jaar fotografie op diverse dodenakkers. Haar selectie mocht er zijn. Toen ik er was waren er toch enkele mensen die hun bewondering uitdrukten voor het getoonde. Op een aantal borden was er Miekes tentoonstelling “Sint-Fredegandus, van kerkhof tot begraafpark”. Daarnaast waren ook nog wat funeralia te bewonderen.

Jacques Buermans

Ekeren: misschien niet de mooiste maar toch een bezoek waard verslag van Jacques Buermans


Toch weer meer dan 20 deelnemers aan de rondleiding van Anne Mie Havermans op de begraafplaats aan de Driehoekstraat. In Ekeren mocht er nog rond de kerk begraven worden na het edict van Jozef II van 1784. Jaren later was er nog steeds een strijd tussen de kerk en de gemeente wanneer het over een kerkhof ging. Anne Mie schetste een verhaal uit 1858 aangaande een dispuut tussen de gemeente en de pastoor waarbij deze laatste weigerde de sleutel van de begraafplaats af te geven. De begraafplaats aan de Driehoekstraat dateert uit 1907. Een aantal graven kwamen van elders.

Het graf De Bruyn – Kessels, het oudste op deze dodenakker, kwam van het Sint Laurentiuskerkhof van Antwerpen. Tegenover dit graf het graf voor dokter Leopold Servais van de hand van de steenkapper Hendrickx – Patteet. Het graf van de gezusters Joanna en Maria Andries valt op door de prachtige oude foto’s van de dames. Jos Craeybeckx was socialistisch burgemeester van Ekeren tussen 1958 en 1966. Eduardus Van Meenen was jarenlang voorzitter van de harmonie Labore et Constantia.

In de hoek bevindt zich het dodenhuisje uit 1886. Het werd overgebracht van een oudere begraafplaats maar het heeft zeker beter tijden gekend. Benonie François heeft een afbeelding van zijn binnenschip op zijn laatste rustplaats: de “Rosette”, genoemd naar zijn enige dochter. Kris Van Overloop was amper tien toen hij verdronk in een rivier. Architect Paul Van de Poel maakte een origineel grafteken.
Wat verder het “ereperk” met niet minder dan één graf. En dan nog want Anne Mie wist te vertellen dat Renaat Grassin, het Ketje, oorspronkelijk iets verder begraven lag. Bij de aanleg van een materiaalopslagplaats gaf men de opdracht om het grafteken te verplaatsen. Het werk werd keurig uitgevoerd en het grafteken werd verplaatst: alleen bleef het lichaam van Grassin liggen. Een mus staat op zijn graf. Zoals Grassin in zijn voordrachten zegde: “Ge zaat de soekkelijr tusse de vougels, mus, verstuute doeiy Jan en alleman” een beetje zoals Renaat al was bij leven en nu ook zelfs op de begraafplaats van Ekeren. Wat verder het ereperk met burgemeesters en politici. Naast het feit dat het hier een uithoek van de dodenakker betreft geeft het ook een slordige indruk alsof alles maar her en der werd neergepoot. Joseph De Baeck was de opvolger van Antoon Van de Weyngaert bij de verzekeringsmaatschappij Antverpia. Hij hervormde de bank grondig. Aan de overzijde architect Pierre Backer Overbeek.
John Palinckx was steenkapper en Roland Verhees die Anne Mie Havermans bijstond tijdens haar gidsbeurt wist heel wat over deze persoon te vertellen.

Misschien geen topbegraafplaats maar dankzij de uitgebreide informatie die Anne Mie Havermans ons verstrekte waren we toch weer heel wat wijzer geworden.

Jacques Buermans

Silsburg kon op veel belangstelling rekenen verslag van Jacques Buermans


Onze gids Geert wachtte de meer dan dertig deelnemers op aan de ingang van het kerkhof. Hij startte met heel kort de geschiedenis van Borgerhout te vertellen. Zo kwamen we te weten dat Deurne en Borgerhout tot 1836 één waren. Na die “onafhankelijkheid” bleek dat Borgerhout niet over een eigen dodenakker beschikte. Eerst kon men nog, gratis, begraven op Fredegandus te Deurne. Later mocht dit niet meer en kreeg Borgerhout een begraafplaats aan de Driehoekstraat. Een tweede begraafplaats kwam er over de Schijn, vlak over Fredegandus. De nieuwe begraafplaats van Borgerhout in Deurne werd op 23 april 1885 geopend. Naar de eigenaar van talrijke gronden daar, de familie Sils, kreeg de wijk de naam Silsburg. Een eerste halte waren enkele cenotafen voor burgemeesters Marée en Mellaerts, overgebracht van het eerste kerkhof. Het graf voor steenkapper en beeldhouwer Alidor Lanckriet kent zeldzame symboliek: de pauw, teken van de verrijzenis.
Jos Diels was de stichter van de Koninklijke Land- en Tuinbouwmaatschappij Linneaus. “Mevrouw is dom” zegde Geert. Dom was namelijk haar meisjesnaam. De heer Volkaerts bezat een bouwbedrijf en hij schonk gronden aan het OCMW die, als tegenprestatie zijn grafmonument dienden te onderhouden. Veel is daar niet van in huis gekomen zo bleek. Wat verder hielden we halt bij het graf van vliegenier Henri Sebrechts. Tijdens de repetitie voor een vliegmeeting stortte zijn vliegtuig na een looping neer: cockpit meer dan een meter in de grond, Sebrechts op slag dood in het bijzijn van zijn echtgenote nota bene. Het straffe van het verhaal was dat men op het lichaam van de overledene een autopsie uitvoerde om te zien “waaraan hij overleden was (?)
Via het graf voor schepen Bert Verbeelen kwamen we bij staatssecretaris voor het gezin Maria Verlackt. Zij sprak gedurende 20 minuten Nederlands op de Rtbf: dat is mijn moedertaal zo zegde ze. Proficiat! Vlakbij Marcel Boulez, “papa pinguïn” genoemd omdat hij als oppasser in de Zoo met de pinguïns kon praten. Een pinguïn siert het graf wat sommige bezoekers doet denken dat hij de eigenaar was van het nabijgelegen ijssalon Pinguïn.
Felix Van Leemput, diamantbewerker, overleed in een zwembad na een epilepsieaanval. Naast hem ligt Melithor De Vries, leraar en schooldirecteur. Hij had een wel heel bekende leerling … Hendrik Conscience. Een mooi, zij het erg verwaarloosd, beeld op het graf Verbeelen.
Jozef Nuyts was bevelhebber van de gewapende pompiers. Tijdens de rellen rond “den bougie” in 1893 naar aanleiding van betogingen in verband met het algemeen stemrecht was hij actief. Er braken toen relletjes uit en volgens sommige bronnen zou Nuyts “vuur” geroepen hebben. Resultaat: vijf doden. Arthur Matthijs was de eerste burgemeester die we ontmoeten op onze tocht. Het zou de laatste niet zijn. De Haes, Olympisch kampioen gewichtheffen in 1920, was de volgende sportieveling gevolgd door wielrenner Leonard Daghelinckx. Op de hoofdlaan zagen we burgemeester De Schutter naast schrijver Paul Lebeau. Bij deze laatste werd er door vele deelnemers gezucht. Lebeau was de schrijver van de “verplichte schoollectuur”: Xantippe, een hele opgave om dit werk te doorworstelen.
Op een soortement ererondpunt lagen burgemeester Eliaerts, beeldhouwer Rik Sauter, Jozef Posenaer, kunstschilder en Charles Naeyaert door iedereen gekend als luitenant maar Geert vertelde hier dat hij een meer dan voortreffelijk tennisspeler was.. Op de hoofdlaan de familie Portocarrero, eigenaar van graanmolens. Een prachtig beeld van Frans Schuermans. Een prachtige grafkapel voor de familie Paternotte. Onze gids vertelde iets verder het verhaal van de familie Romeo, stichter van de Roma en ook dat het daarnaast gelegen graf in bruikleen werd genomen.
Verder mooie monumenten voor vleeshouwer Schroeyers en diens zoon Gust Schroeyers. Deze laatste kreeg een prachtig beeld van zijn drie kinderen van de hand van Frans Joris. Het grafmonument van burgemeester Moorkens bezit weer veel symboliek. Spijtig dat bij de restauratie het bronzen beeld vakkundig door professionelen verknoeid werd! Het enige gietijzeren kruis werd dan weer door de mensen van de stad mooi gerestaureerd nadat het gevandaliseerd was. Op de hoofdlaan de laatste rustplaats voor Pauwels, architect van de Roma.
Henri François Nieberding was stichter van het instituut Nieberding. Hij was tevens voorzitter van de vrije scholen. Terug op de hoofdlaan voor Loons, burgemeester Karel De Preter.
Het graf Schurgers, een Nederlandse familie wordt nog keurig onderhouden door de familie. Geert wist te vertellen dat het zoontje Raymond Gabriel jong overleed en op het graf zien we een afbeelding van Raymond, vastgehouden door de engel … Gabriel. Jules Van Beylen schepen bleek dood achter zijn bureau gezeten te hebben. Triestig is de toestand van het graf voorRené Carels: de boom vernielt een gedeelte van het monument.
Burgemeester Aloïs Sledsens, monument van Albert Poels, ligt vlak bij wielerkampioen Stan Ockers. Ook ligt de beeldhouwerPoels hier ook begraven. Beeldhouwer Baggen, waar we enkele prachtige werken van konden bewonderen op Silsburg, ligt zelf onder een eenvoudig graf.
Via het monument voor de gesneuvelden en enkele slachtoffers van een brand in de kaarsenfabriek Roubaix d’ Oedenkhoven eindigde Geert Janssens zijn felgesmaakte rondleiding.

Jacques Buermans

Foto’s Casimir Steenackers, Jurgen Lepinoy en Jacques Buermans 

Gedichtenboom Fredegandus verslag van Ludo Peeters en Mieke Versées


Op zaterdagavond werd op Sint-Fredegandus, Deurne, door districtsschepen voor Cultuur Walter Verbruggen de “kerkhofboom “met tientallen gedichten met als onderwerp de dood en het overlijden ,officieel ingewijd . Deze boom blijft met de gedichten tot na 1 november. Het is een oude Japanse kerselaar, geplant rechts van de kerk zelf – in feite in de plaats van de traditionele dorpslinde en tevens symbool voor de dood en het leven, gezien het de eerste boom was die bloeide in Hiroshima na de inslag van de kernbom. Het optreden van Peter Holvoet-Hansen, onze stadsdichter,  samen met Ludo Peeters was weer erg geslaagd . ontroerend en ludiek tegelijk. Herhaling is al gepland voor 4 september e.k. en ditmaal in gezelschap van een violist.

Ludo Peeters

Een toevoeging van Mieke Versées:

Na een volledig parcours op Sint-Fredegandus, gaf ik de hoop op om de gedichtenboom nog te vinden. Tot ik op weg naar het volksmuseum, aan de hoofdingang, een gedicht bemerkte van Peter Holvoet-Hanssen. En ja, achter het hekken stond DE boom. Dus terug de begraafplaats binnen om wat te lezen en te fotograferen. Een lichte teleurstelling overviel mij bij het zien van het geringe aantal gedichten. Later vernam ik dat de boom nog verder zal aangevuld wordt met poëzie.

Vandaar naar de Sint-Fredeganduscrypte, een huiselijk keldertje met interessante funeraria. Een mini begraafplaats (1204)bevindt zich op de binnenkoer van het museum. Spring er eens binnen als je in de buurt bent.
Mieke Versées

Lezing in Deurne, Sint-Fredeganduskerk Memorieborden, obiits en rouwgebruiken van de adel door Stefan Crick


 

In de hiervoor zeer geschikte Deurnese Sint-Fredeganduskerk heb ik voor een twintigtal geïnteresseerden een voordracht gegeven met als onderwerp “Memorieborden, obiits en rouwgebruiken bij de adel”.

Aan de hand van een honderdtal digitale beelden, heb ik getracht, naast de typering van de zogenaamde memorieborden, obiits de evolutie van het gebruik van de rouwborden in onze streken, en ook daarbuiten visueel voor te stellen. Ik had geopteerd om de beelden te commentariëren en niet vanuit de katheder een nochtans voorbereide tekst te debiteren.

Ter stoffering van deze lezing had ik voordien contact met de heer Bert Van den Bossche, alsook de voorzitter van de Ekerse Sint-Lambertuskerkraad, die een recente obiit meebrachten. Bewijs dat dit rouwgebruik heden ten dage nog bij de adel in zwang is.

Na de lezing volgde een geïmproviseerde wandelvoorstelling van de Sint-Fredeganduskerk door de heer Jan Oversteyns, voorzitter van de Fredegandusgezellen.

Zeer zeker ook mijn dank aan mevrouw Greet Donckers, monumentenzorg stad Antwerpen, die alle logistieke steun verzorgde.

Dat de toehoorders échte geïnteresseerden waren, bewijst het feit dat zij allen tot op het einde van de lezing aanwezig bleven…

Stefan Crick, Voorzitter Jacques baron le Roy Genootschap vzw

Islamitische begrafenisrituelen verslag van Mieke Versées en Jacques Buerman


Laat ons beginnen met een “impressie van Mieke Versées die volgens mij niet beter kon verwoorden wat het merendeel van de dertig deelnemers dacht: Met grote verwachtingen trok ik vandaag naar het Schoonselhof voor de rondleiding islamitische rituelen. Helaas. Ik kwam uiteindelijk wel te weten hoe het er aan toe gaat bij een overlijden maar de uitgebreide randinformatie leek mij overbodig. Het vroeg veel energie om gedurende bijna drie uur gefocust te blijven. Het meest interessante vond ik de demonstratie in het Kasteel. Alle ingrediënten van het ritueel waren visueel aanwezig. Onze gastheren vergastten ons tevens op een hapje en drankje.

Jammer voor de organisatie maar: wie niet waagt, niet wint.

Ik onthoud vooral dat versieringen op de grafzerken verboden is door de islam. Eenvoud siert.

Mieke Versées

Een verslag maken over deze Islamindoctrinatie daar wil ik mij niet aan wagen. Rest dus nog een verslag te brengen van een kwartier “Islamitische begrafenisrituelen”. 

Bij een overlijden wordt het lichaam onmiddellijk ritueel gewassen. Het is gebruikelijk dat een man een man wast en een vrouw een vrouw. Nadien wordt het lichaam gewikkeld in een lijkwade: drie lagen bij een man, vijf lagen bij een vrouw wegens haar hogere status en geparfumeerd met musk. Er wordt vier maal gebeden. Nadien wordt er zo snel mogelijk begraven. Een aantal moslims sluit een verzekering af, € 95 per jaar voor de gehele familie, om bij overlijden gerepatrieerd te worden naar hun land van herkomst. In het geval er begraven wordt op Schoonselhof wordt het lichaam in een lijkwagen en in een kist naar de begraafplaats gevoerd waar het in een lijkwade gewikkeld lichaam aan de aarde toevertrouwd wordt. De dode wordt ondervraagt “in zijn graf” naar zijn handelingen. De schulden van de overledene moeten afgelost worden. In principe dient het graf enkel te bestaan uit aarde, enkel een boordsteen is toegelaten want alle andere obstakels kunnen de wederopstanding tegengaan maar op Schoonselhof konden we zien dat er maar weinige graven aan deze voorwaarden voldoen.

Jacques Buermans

Rondleiding rond peterschap en bruikleen verslag van Jack Marcova en Jacques Buermans


Een zonnige dag met meer dan 20 geïnteresseerden. Voor gids Jacques Buermans was het zijn eerste keer. Niet dat de man voor het eerst op Schoonselhof rondliep, ook niet dat hij voor het eerst een rondleiding gaf maar wel dat het de eerste keer was dat er een rondleiding gegeven werd over “een tweede leven voor oude grafmonumenten”. Een aantal van de deelnemers keken al vreemd op toen onze gids stelde: “zij die komen voor beroemde beentjes moet ik ontgoochelen want die gaan we NIET bezoeken!”

Gestart werd er bij het graf Hermans. Onze gids toonde dat het vroeger volledig overgroeid was en wist te vertellen dat het de pleisterplaats was van een zwerver en dat bij het verwijderen van het overtollige groen ook “kiekebillekes” en colablikjes tevoorschijn kwamen. Na een grondige reiniging werd het in peterschap genomen. Wat verder zagen we generaal-majoor Petrus Verbeeck in peterschap genomen met de bedoeling er ooit zelf in begraven te worden (bruikleen) door ene mijnheer … Verbeeck.

Maria S'Heeren was slachtoffer in de lichtstoet van 1902 te Antwerpen. Het graf werd door de vzw Grafzerkje, waar onze gids voorzitter van is, gerestaureerd en het is de bedoeling om de plaat te laten herkappen zodat de tekst duidelijker wordt. BijBertels vertelde Jacques dat hier ooit een poging was tot diefstal. Het bronzen beeld werd door de vzw, met de hulp van de mensen van de begraafplaats, teruggeplaatst en stevig bevestigd.

We keken toch even raar op toen Jacques Buermans ons vertelde dat we bij “zijn laatste rustplaats” stonden! Hij vertelde dat het prachtige monument voor Adolf Dumont ooit op een lijst stond om in de container te verdwijnen en dat hij die concessie overnam. Toen in Antwerpen bruikleen, het zelf begraven worden in een verlopen grafconcessie, een feit was gaf Jacques het goede voorbeeld en bestemde dit monument als zijn laatste rustplaats. Dat hij nog maar even wacht om daar gebruik van te maken. Een groot graf was dat van de familie Lynen.

Een iemand van die familie was de eerste voorzitter van de Antwerp Bicycle Club en het monument werd door de mensen van RABC grondig gerestaureerd. Over dit monument zagen we een ander voorbeeld van een grafmonument dat bestemd was voor bruikleen namelijk het graf Melges. In het graf von Wrede werd recent, zo wist ons het aanwezige hoofd van de begraafplaatsen te vertellen, een asurne bijgezet. Jozef Lies, portret- en historieschilder, blijkt de “nagel aan de doodskist”, de uitdrukking is hier misschien wel op zijn plaats, van de vzw Grafzerkje te zijn. Blijkbaar deed de vereniging al het mogelijke om een restauratie die 20000 euro zou kosten in orde te krijgen maar blijkbaar werken Monumenten & Landschappen niet erg mee, volgens Jacques is dit nog licht uitgedrukt.

Victor Driessens zijn monument zag er prachtig uit. Blijkbaar werd het een viertal jaren geleden grondig gerestaureerd door bemiddeling van de heer Carlos Vanhecke, van de firma Verstraete-Vanhecke. Maar naar aanleiding van de Week van de Begraafplaatsen had het bedrijf nog eens extra de moeite gedaan om het monument op te poetsen.

Aan de overzijde het monumentale graf voor schrijver Hendrik Conscience. Het afdelingshoofd had ook hier goed nieuws: men gaat trachten om het monument te restaureren tegen 2012, het Consciencejaar. Minder monumentaal, een eenvoudige steen, bleek de laatste rustplaats voor baron Henri Leys, historie-, genre- en portretschilder, te zijn. Maar ook hier werd een peter gevonden die goed voor “zijn” monument zorgt. Na een stuk wandelen kwamen we aan bij de grafkapel Nicolopulo. Jacques vertelde hier dat hij indertijd het monument overnam omdat het met verdwijnen bedreigd werd. Door een bominslag in 1944 werd de kapel vernield en vzw Grafzerkje zorgde ervoor dat er nieuwe roofing kwam, nieuwe raampjes ter vervanging van de glas-in-loodramen die sneuvelden en dat de bronzen deur teruggeplaatst werd. Spijtig genoeg werd ze na amper 14 dagen gestolen! Wie doet nu zo iets? Jacques Buermans had hier een verrassing in petto. Dankzij de familie Vanhecke kon hij het, door de familie vernieuwde interieur, tonen. Prachtig met nieuwe glas-in-loodramen die een heel persoonlijk verhaal vertellen.
Het graf van de familie Ciselet, een aantal stierven tijdens de oorlog, werd door mensen die interesse betonen voor piloten gerenoveerd. Als laatste grafmonument was dit voor dichteres Alice Nahon aan de beurt. Alice werd bedacht met een aantal bloemstukken en onze gids wist hier te vertellen dat twee leden van zijn vereniging dit monument al jaren koesteren en onderhouden. Zij werden ook peter van dit graf. Eindigen deden we bij een lege plek? Hier bleek ooit het grafmonument voor dierenbeeldhouwer en medaillist Josué Dupon gestaan te hebben. Dit werd ooit door de stadsdiensten verwijderd. En zo was de cirkel rond want het was door het verwijderen van een aantal grafmonumenten dat vzw Grafzerkje in gang schoot en de voorzitter wist ook nog te zeggen dat ze heel veel hulp kregen van de mensen van de begraafplaats. Een aantal deelnemers vroegen zich hier wel af of hier geen nieuw grafmonument kon opgericht worden en blijkbaar heeft de Antwerpse dierentuin, de "Kameeldrijver" staat aan de ingang van de Zoo, dit ooit overwogen. De aanwezigen werden toch heel wat wijzer tijdens deze rondleiding onder een blakende zon.
Het graf van de familie Ciselet, een aantal stierven tijdens de oorlog, werd door mensen die interesse betonen voor piloten gerenoveerd. Als laatste grafmonument was dit voor dichteres Alice Nahon aan de beurt. Alice werd bedacht met een aantal bloemstukken en onze gids wist hier te vertellen dat twee leden van zijn vereniging dit monument al jaren koesteren en onderhouden. Zij werden ook peter van dit graf. Eindigen deden we bij een lege plek? Hier bleek ooit het grafmonument voor dierenbeeldhouwer en medaillist Josué Dupon gestaan te hebben. Dit werd ooit door de stadsdiensten verwijderd. En zo was de cirkel rond want het was door het verwijderen van een aantal grafmonumenten dat vzw Grafzerkje in gang schoot en de voorzitter wist ook nog te zeggen dat ze heel veel hulp kregen van de mensen van de begraafplaats. Een aantal deelnemers vroegen zich hier wel af of hier geen nieuw grafmonument kon opgericht worden en blijkbaar heeft de Antwerpse dierentuin, de "Kameeldrijver" staat aan de ingang van de Zoo, dit ooit overwogen. De aanwezigen werden toch heel wat wijzer tijdens deze rondleiding onder een blakende zon.

Luisteren naar gedichten onder een brandende zon verslag van Jack Marcova


Een nog warmere dag dan gisteren met nog meer deelnemers dan gisteren maar wel met dezelfde gids Jacques Buermans. Na een korte inleiding togen we op stap. Gestart werd bij Arthur Cornette, letterkundige en hoofdconservator van het Museum voor Schone Kunsten. De diverse kunstvormen worden hier uitgebeeld op zijn grafmonument. Een eerste gedicht werd voorgedragen bij het graf voor Jan Van Beers.
Jan Baptist Van Ryswyck, de vader van de burgemeester. Aan de overzijde ligt Theodoor Van Ryswyck, volksdichter en broer van Jan Baptist. “ge ziet direct wie het zwarte schaap van de familie is” wist onze gids te vertellen. Hier droegen de vier dames van de academie van Hoboken een gedicht voor: het Schiedammerlied, een ode aan de jenever. Het gedicht eindigt met “hola hola kastelein, geef ons heden nog een klein”. Groot was onze verbazing toen Jacques enkele flessen jenever tevoorschijn toverde en we er eentje dronken op Theodoor. Schol! Jacques wist te vertellen dat hij voor volgend jaar een culinaire wandeling met eten voorziet. Beloven, ja!

Bij het graf voor Julie Verstraete, toneelspeelster wees Jacques ons op de attributen van haar beroep.

Na een korte wandeling zagen we een heel mooi beeld, een werk van Frans Joris, voor dichter Julius De Geyter. Hier ook weer veel symboliek. Daarnaast het monument voor Victor Driessens. Ik kon het graf gisteren reeds bewonderen en wist nog dat het, gratis, gerestaureerd werd en, speciaal voor de Week van de Begraafplaatsen, nog eens een opknapbeurt kreeg. Aan de overzijde Hendrik Conscience, de man die zijn volk leerde lezen. Een kolossale leeuw bewaakt de opgebaarde schrijver. Jacques Buermans zegde “hier dragen de dames het volledige werk van Conscience voor”? Het bleef gelukkig maar bij een stukje uit “de loteling”. Het viel mij op dat dit echt niet meer van deze tijd is.

Op het kunstenaarsereperk stonden we stil bij de laatste rustplaats voor Paul De Vree, experimenteel schrijver en dichter. Op zijn graf treffen we de woorden “revolutie” aan. Naast Ferre Grignard, zanger en kunstschilder maar toch heel populair bij de deelnemersgroep ligt Maurice Gilliams, dichter en schrijver. Roger Van De Velde, schrijver. Het graf in de vorm van een gevangenisdeur met “Recht op antwoord Recht op leven” is een werk van Mark Macken en een aanklacht tegen de behandeling in de gevangenis waar Van de Velde werd opgesloten als gevolg van het eigenhandig invullen van doktersvoorschriften. BijAugust Snieders werd een leuk tafereeltje gespeeld door enkele van de dames.
Iets verder treffen we het, sterk verwaarloosde, graf voor dichter Herman De Coninck aan. Jacques Buermans wist te vertellen dat De Coninck in Lissabon overleed en dat heel het grafmonument naar die Zuiderse sfeer verwijst. Veel konden wij er niet meer van maken. Dit monument vraagt dringend om een opknapbeurt! Gust Gils ligt naast Freddy De Vree. Dan trokken we naar een aantal recent overleden personen met, zo konden we vaststellen, vaak originele grafmonumenten. Bij La Esterella was er nog geen grafmonument maar voor het graf voor toneelschrijver Jan Christiaens en zijn echtgenote werd een tekening van de kleindochter gebezigd. Origineel. Jef Nijs, de geestelijke vader van Jommeke, kreeg een afbeelding van Jommeke en Flip de papegaai op zijn laatste rustplaats. En wat te zeggen van het opschrift op het graf voor dichter Marcel van Maele “neem plechtig uw hoofd af”, konden we lezen.

Misschien nog origineler was het graf voor schrijver Jean-Marie Berckmans. Blikvanger was de laatste rustplaats voor acteur Julien Schoenaerts. Onze gids legde uit : de wijnstronk staat symbool voor het leven : eerstdaags draagt hij bloemen, een tijd later vruchten en tijdens de winter is hij dor. De gouden kasseien werden eigenhandig door de nabestaanden beschilderd. Prachtig ! Hubert Lampo was schrijver van onder andere “De komst van Joachim Stiller”. Op het grafmonument de passer en de winkelhaak, verwijzend naar de vrijmetselarij.

Dan naar het ereperk van de stad Antwerpen. “Dag mensen, dat 't wel ga...” lezen we op de grafsteen van Gerard Walschap, schrijver van onder meer “Adelaïde”, “De familie Roothooft” en “Houttekiet”.

Pol De Mont was letterkundige. Hij overleed in Berlijn en werd gecremeerd in Wilmersdorf. “Crematie kon toen nog niet in België. De wet stamt maar uit 1932” wist Jacques te zeggen. Jan Albert Goris is misschien beter bekend onder zijn schrijversnaam Marnix Gijsen , de man van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte”. Maar hij vertoefde, tussen 1941 en 1964, in New York als Belgisch commissaris voor informatie en gevolmachtigd minister en verzorgde de rubriek “De stem van Amerika” voor de radio. Schrijver Lode Zielens, zijn bekendste werk was “Moeder waarom leven wij”, moest het doen met een eenvoudige steen. Zijn buurman August Van Cauwelaert is beter af. Hier siert een beeldhouwwerk van Albert Poels het graf. Paul Van Ostaijen, dichter en schrijver. Hij stierf amper 32 jaar oud en zijn graf werd reeds driemaal verplaatst. Hij lag eerst in Miavoye-Anthée, werd later overgebracht naar Schoonselhof en kreeg in 1952 terecht zijn plaats op het erepark. Hij ligt onder het werk “de luisterende engel” van de hand van Oscar Jespers.
Een mooi werk. Aan de overzijde Alfons De Ridder, beter bekend als Willem Elsschot schrijver van “Villa des Roses”, “Lijmen”, “Kaas” en “Het Been”. Hier droeg een van de dames een leuk versje voor. Lode Baekelmans was schrijver, hoofdbibliothecaris en initiatiefnemer en directeur van het Museum voor Vlaamse Letterkunde, thans het Letterenhuis. Eindeigen deden we bijAlice Nahon. Iedereen kent haar “’t is goed in ’t eigen hart te kijken” maar de dames van de academie droegen een ander “avondliedeken” voor.

Het was snikheet maar toch kregen de dames een welgemeend applaus.

Jack Marcova

Foto’s Leo Spiessens

Mechelen de moeite waard! verslag van Lisette De Bie en Mieke Versées


Voorwoord door Lisette De Bie, Teamchef begraafplaatsen:

Wij hadden zondag 5 juni 2011 twee rondleidingen gepland; één in de voormiddag en één in de namiddag. De bedoeling was de groepen te beperken tot 15 deelnemers omdat het anders nogal moeilijk wordt in de smalle paadjes op de begraafplaats. Ondanks onze goede voornemens en de beperkte reclame (bewust) die er gevoerd is, waren er zondagmorgen 20 deelnemers en in de namiddag 30. Iedereen was heel enthousiast! Op het einde van de rondleidingen was de vraag: “Wanneer wordt dit vervolgd?”. Natuurlijk volgend jaar! Dit succes is te danken aan onze gids, historicus Patrick De Greef, die met zijn boeiende manier van vertellen iedereen wist te enthousiasmeren. Hij heeft het begraven in onze gewesten toegelicht vanaf het begin van onze tijdrekening tot nu, met daaraan gekoppeld de ontstaansgeschiedenis van de Mechelse begraafplaats. Daarna werd alles geïllustreerd door een wandeling op de begraafplaats. Wij zijn heel tevreden met het resultaat.

Lisette De Bie, Teamchef begraafplaatsen

Verslag van Mieke Versées:

Zondagmorgen 5 juni, de regen spoelde de hitte weg, een ideale temperatuur dus voor een rondleiding. Vriendelijke ontvangst door de beheerdster mevrouw Lisette De Bie, die zich met hart en ziel inzet voor haar begraafplaats. Je merkt het, er is hard gewerkt om alles er netjes te laten uitzien. Dat is het ook, verzorgd tot in de puntjes! We verzamelen in de kapel waar onze zeer gedreven gids  Patrick De Greef een inleiding brengt. Vooraleer te starten wil ik meegeven dat deze rondleiding vooral draaide rond geschiedenis, hergebruik, restauratie, soorten graf, symboliek. Eens wat anders maar écht niet minder boeiend. Terug naar de kapel.

Vanuit de vraag: “Wat doe je met een afgestorven lichaam?” ontstonden begraafplaatsen.

De Romeinen verbrandden hun doden en maakten gebruik van een urne om te begraven. De vele godsdiensten kenden elk hun manier om met doden om te gaan. Basis blijft echter tot as weerkeren. Rijke Romeinen lagen rond Rome in catacomben. De belangrijkste personen die streden voor het Christendom, rond een kapel. Romeinen brachten het Christendom mee en in dorpen ontstaan kerkhoven rond de kerk. Rond 1500 heeft daar een massale opkuis plaats. Met de opgegraven beenderen bouwt men knekelhuizen. En ja, we komen Jozef II weer tegen. Steden kopen daarna velden om doden te begraven. De begraafplaats van Mechelen dateert van 1785 en is de oudste in gebruik. De Franse Revolutie: alle mensen gelijk, dus een kale ommuurde wei, na 15 jaar geruimd, wordt het nieuwe type begraafplaats. De rijken spelen hierdoor hun bevoorrechte positie kwijt. Niet getreurd. Ze laten hun naam boven een heiligenbeeld in de kerk zetten. 1830 gedachtegoed rond begraven van liberalen en katholieken: de liberalen: een groot monument en niet naast een arbeider; de katholieken: niet ruimen en gewijde grond. Een oplossing wordt gevonden en in eerste instantie schieten zij goed op. MAAR in 1895 bouwt men de kapel en natuurlijk ambras. Katholieken en liberalen splitten. Rijke katholieken lieten zich trouwens elders begraven omdat het een geuzenbegraafplaats was. Bijzonder, Mechelen is de enige stad met een archief van alle aanvragen van het hele kerkhof!! Van de kapel wil men nu een funerair museum maken. Een primeur voor mij is de gerestaureerde rouwdoos, gemaakt uit zink met glas en binnenin zijden bloemen. Prachtig. Nog twee  wachten er op restauratie. Sinds 15 jaar is er ook een budget voorzien voor onderhoud van de graven. Restauratie wordt met veel zorg aangepakt. Gietijzeren hekken werden gezandstraald, gegalvaniseerd en gezwart. Soms is ontmanteling zelfs nodig. Het resultaat mag er zijn. Sinds 20 jaar is hergebruik mogelijk. De stad betaalt de grond, de eigenaar moet het monument wel restaureren en onderhouden. Regels voor hergebruik zijn vastgelegd. Ik ervaar later hoe goed hier met hergebruik wordt omgesprongen.

Naar buiten nu. We zullen drie types van graven tegenkomen.

Passe partout graf : gekozen uit een boek

Architecten die een ontwierpen vaak moeilijker uit te voeren dan een groot monument.

Graven die in Ecaussines gemaakt werden door de zéér rijken

Een beetje verborgen naast de vuilniscontainer vinden we een grafplaat van Putmans Jean. Hij was stichter van het bureel voor weldadigheid en schonk een deel van zijn fortuin aan het toenmalig OCMW. Vandaar deze grafplaat op de muur. Tuerlinckx Jozef, stedelijk  beeldhouwer, officier Leopoldsorde. Hij maakte het standbeeld van Margaretha Van Oostenrijk. Na zijn overlijden organiseerden leerlingen en collega een loterij met als prijs een werk van Tuerlinckx. Met de opbrengst werd de stèle nadien opgericht. Naast hem ligt de stichter van de muziekacademie en historisch schilder Wauters Charles. Passe partoutmonument. Het portret in carraramarmer is gemaakt door Jef Willems, een zeer belangrijk beeldhouwer. Witte marmer is onderhevig aan versuikering = verzuring en  is niet tegen te houden. De Bie Jean François Joseph, politicus en doctrinair liberaal. Sarcofaag met asurne, verwijzing naar Romeinen. Graf zonder kruis. Pittig detail in hergebruik genomen door een CVP’er. Bij notaris Van Meerbeeck, eveneens liberaal, treft men dan wel een kruis aan. Men kent er blijkbaar twee strekkingen. De koperen knoppen van dit monument werden gestolen. Stelen op begraafplaatsen, een gesel.
Even verderop trekt de kist van de hand van P.J. Jacobs de aandacht. Hij maakte uitzonderlijke graven. Oorspronkelijk stond er ook een hekken rond. Bij een tijdelijke concessie was een hekken of ketting met puntjes verplicht. Het monument van Douchet, een symbolenfeest! Doodshoofd met fakkels. Twee vleugels één van de duif, staat voor dag en één van de vleermuis, staat voor nacht. De slang ouroborus met zeis. Ragheno, politicus en industrieel. Leverde onderdelen voor spoorwegwagons. Met Hanicq staan we bij het belangrijkste monument. De treurende vrouw is van Jozef Teurlinckx. Bijzonder ook een stuk afgebroken zuil op én naast het grafmonument.
We wandelen verder langs Louis Neefs, zanger, Wim Jorissen, oprichter van de Volksunie, Mandus De Vos, acteur en welbekend uit de serie de collega’s. De familie Walravens, waren kopergieters. De familie kwam ieder jaar langs om de koperen bollen van het grafmonument op te poetsen. Een uniek art decograf uit de dertiger jaren hoort bij architect Willem Seghers. We gaan de biertoer op want we komen bij de rijke brouwersfamilie Lamot. Het is een immens graf. Patrick vertelt ons dat er  in de periode 1914-1918 door de vele oorlogsslachtoffers een groot gebrek was aan graven. Men vroeg daarom aan de Mechelse burgerij grafkelders ter beschikking te stellen voor de gesneuvelden. Daar werden zij dan tijdelijk bewaard.
Het luxueuze monument  is van Schippers Gaston eigenaar van “Schipton”, promotor van vezelplaten. Hij woonde in een huis met kunstgalerij. Het beeld is gemaakt door Ernest Wijnants. Op zijn graf vinden we het beeld “huiselijke zorgen”. Het volk van Mechelen aan Luc Scheffermeyer staat te lezen op de bronzen plaat. Scheffermeyer (1517) was beeldhouwer. Dan vraagt Patrick om in stilte over het volgende perk te gaan en te ontdekken wie er begraven ligt. Het blijken allemaal slachtoffers gevallen door friendly fire, op een dag in mei, aan het einde van W.O. II. De licht door whisky benevelde Engelse piloten moesten het spoorwegarsenaal bombarderen. Daarvoor moesten zij op hun kaart de rechte lijnen volgen. “Verstrooid” volden zij de kromme lijn en dropten hun bommen op de stad langs de Dijle. Op het perk liggen degenen die noch familie, geld of huis hadden. Een trieste plek.
Op het militair perk staat het gerestaureerde grafmonument voor de gesneuvelden. Het stelt een soldaat voor met vrouw, moeder en kind. Een werk van Boudewijn Tueurlinckx zoon van  Jef. Het werd gereinigd en behandeld tegen mosvorming. Nog slachtoffers van W.O.II is het 7e linieregiment.
OscarVan Kesbeeck, liberaal en politiek gevangene in Breendonk kreeg er ook zijn graf. Op het grafmonument van dekenfabrikant Roestenberg lag oorspronkelijk een bloemenkrans door Van Bockstael. Uit voorzorg tegen diefstal werd dit weggenomen. Een kopie van een engel van de Engelenburcht in Rome pronkt op het graf van Charles Lamot, de kleine Lamot. Halverwege de laan een prachtig voorbeeld van restauratie en hergebruik, de grafkapel van de familie Leconte. Deze lag in puin maar werd in ere hersteld door de familie De Coninck, zaak in sanitair. In schril contrast staat vernieling van het graf door eigen familie na verloop concessie. Het valt regelmatig voor weet Patrick.
Voor de visboeren Wafelaerts mocht het iets meer zijn. Hun grafmonument komt van Ecaussines. Eenvoud siert; een mooi beeldje op het graf van beeldhouwer Evarist Opzomer. Kers of kriek op de taart: het grafmonument van de familie Pas. Hij was toeleveraar van vooral lampen voor de wagons. Het grafmonument is van Theo Van Den Berg. Een art nouveaugraf met het typische zweepslagmotief. De pleurante, ook een werk van Boudewijn Tuerlinckx. We eindigen aan een graf met een mysterieus symbool. Wie kent de oplossing? Mechelen meer dan de moeite waard met een extra pluim voor mevrouw De Bie en onze gids. Tegenvallen kan onmogelijk.

Voor mij was het einde nog niet in zicht. Eerst aandachtig luisteren en proberen duidelijk te schrijven. Dan terug toeren om te fotograferen zonder eten of drinken. Slavenarbeid! Ik deed het graag.

Mieke Versées

Beerzel na de erfgoedwandeling werd een nieuwe brochure voorgesteld



Ruim 60 deelnemers aan de erfgoedwandeling. Nadien kreeg burgemeester Peter Gysbrechts het eerste exemplaar aangeboden van de nieuwe brochure aangeboden. Hij loofde hierbij de verschillende auteurs die samen een mooi overzicht hebben gemaakt van de 4 Putse dodenakkers. Naast een historisch overzicht van de 4 kerkhoven en begraafplaatsen is er eveneens een bijdrage over de symboliek bij het funerair erfgoed. Het werk is voorzien van heel veel beeldmateriaal. Wie graag gratis een exemplaar van dit 36 bladzijden tellende werk wil bekomen, kan terecht bij de cultuurdienst van de gemeente. (Tel. 015/76 78 88 of e-mail naar [email protected]).

Onze-Lieve-Vrouw-Waver een impressie van Eddy Van Leuven


De rondleiding op de begraafplaats van Onze-Lieve-Vrouw-Waver kreeg meer dan vijftig belangstellenden. Gids was Tamara Ingels. Er kwamen vanuit het publiek ook nieuwe gegevens naar boven die kunnen gebruikt worden bij de inventarisatie van de begraafplaats. Het publiek was zeer tevreden.

 

De rondleiding op de begraafplaats van de Elzestraat mocht rekenen op meer dan dertig bezoekers.

Eddy Van Leuven

Lommel, enige Limburgse deelnemer: massale belangstelling verslag van Veerle Leysen


Lommel nam, als enige stad/gemeente in de provincie Limburg deel aan de 9de Europese Week van de Begraafplaatsen. Erfgoed Lommel vzw stippelde een aangenaam en interessant programma uit dat in samenwerking met de stadsdiensten van Lommel en met IJ-Lommel verder uitgediept werd.

Het programma in Lommel bestond uit een toneelopvoering, een vrij bezoek aan de Poolse Militaire Begraafplaats, geleide bezoeken aan de Duitse Militaire Begraafplaats en de Stedelijke Begraafplaats Centrum (Norbert Neeckxlaan)  en een powerpoint-presentatie over de historiek en de huidige betekenis van de Duitse en de Poolse Militaire Begraafplaats.

De acteurs Chel Driesen en Theo Vanhooff voerden een 80 minuten lang toneelstuk op onder de titel: "Beneden de rivieren": een zoon komt de as van zijn gecremeerde vader uitstrooien op de wei waar zijn vader vaak doende was. Daar ontspint zich een gesprek met de geest van zijn vader: vaak hilarisch, maar vooral diepgravend en ontroerend. Na afloop werden de acteurs met lof overladen door het publiek.

Veerle Leysen, conservator Erfgoed Lommel vzw

Foto’s: “Bron: Erfgoed Lommel vzw”

De dood in kinderschoenen dubbeltentoonstelling: verslag van An Hernalsteen en Mieke Versées


28 mei en nu weet ik hoe een vliegende reporter zich voelt: ’s morgens als een bezetene staan kriebelen op de begraafplaats van Verviers, dan als een razende snelwandelaar richting station, de trein op met bestemming Gent.

Iets te vroeg op de vernissage en we krijgen de tijd om in het Liberaal Archief rustig luik één van de tentoonstelling te bekijken. Tekstpanelen verschaffen informatie over de zwart-wit foto’s. Hier en daar een passend vleugje poëzie. Sober, ingetogen opgesteld want dit is een delicate, emotionele materie die geen bombast verdraagt.

We kunnen van start gaan en curator Anne-Flor mag de spits afbijten en de tweeledige doelstelling van het project toelichten, namelijk het overlijden van een kind bespreekbaar maken en de kindergraven als funerair erfgoed herwaarderen. Ik ga eerlijk zijn, door haar gedrevenheid ben ik ook meer aandacht gaan besteden aan kindermonumentjes en mijn wens klonk steeds vaker: “Foto van nemen mannekes, Anne-Flor gaat daar misschien iets mee kunnen doen!”

De volgende spreker, Peter Laroy, vertegenwoordigt Academia Press, een kleine Gentse uitgeverij van wetenschappelijke publicaties. Bij de tentoonstelling hoort een mooi uitgegeven boek (15 euro), een aanrader.

Vervolgens neemt Johan Maes het woord. Hij is een psychotherapeut die werkt rond rouwverwerking.

Tijd voor de receptie (JB: uitzonderlijk zien we hier onze reporter met een fruitsapje) met aangepaste hapjes, sneukelingen die vroeger geserveerd werden bij de begrafenis van een kind: rijstpap en mastellen, in dit geval ongewijde mastellen (we zitten hier bij de geuzen, vandaar).

Tegen 21 uur trokken we onder begeleiding van een accordeonist richting Geuzenhuis voor luik twee: de visie van kunstfotograaf Carl Uytterhaeghen op het kindergraf, kleurfoto’s deze keer opnieuw ondersteunt door poëzie.

Op 10 juni zal een studiedag het project afronden. Ik was er graag bij geweest maar moet passen wegens een rondleiding in mijnen hof.   

An Hernalsteen

Toevoeging van Mieke Versées:

Ik bezocht :”De dood in kinderschoenen”.

Twee kleinschalige voltreffers met beeld, woord en muziek op perfectie locaties. Beklijvend, ontroerend mooi, sober, boeiend. In het Liberaal verraste het gastenboek, dat er geen was. Origineel in het Geuzenhuis, de opgehangen kinderschoenen. Ik dompelde mezelf ook onder in het half uur durende muziekstuk”Zylse”. Evan Roy componeerde dit speciaal voor dit project. Blij dat ik deze tentoonstellingen zag. Het was de verplaatsing meer dan waard.

Mieke Versées

Foto’s: An Hernalsteen en Mieke Versées

Gentbrugge verslag van Jacques Buermans


Onze An Hernalsteen gidste ons door deze, voor mij onbekende, dodenakker. De oude kerk uit 1868 werd afgebroken maar dit is wel de reden dat er zich aan de linkerzijde van het kerkhof een aantal belangrijke oude grafmonumenten bevinden. De bouw van de nieuwe kerk, zo vertelde An ons, werd door architect Denoyette in 1871 aangevat en, in 1874 werden de altaren ingewijd door de persoonlijke vriend van onze gids, bisschop Bracq. Deze tamelijk grote kerk kwam er omdat de industrie in deze wijk een enorme vaart nam en men met de kerk het opkomende socialisme de mond wilde snoeren.

Gentbrugge zo bleek is ook de begraafplaats van ontelbare binnenschippers omdat dit enige dodenakker nabij de Schelde is. Dus scheepjes in alle materies passeerden de revue. We ontmoetten vele telgen van de adellijke families de la Kéthulle, Le Fèvere de ten Hove en andere Hamelinck. Op het graf van de familie Claeys troffen we de vier evangelisten aan met de gekroonde letter “M” ter ere van Maria. Louis Van Houtte bezat een tuinbouwbedrijf. Met zijn zaak was hij de eerste industrieel die zich hier vestigde. Hij was gespecialiseerd in invoer van planten uit Brazilië en richtte later een landbouw- en tuinbouwschool op. Tevens was hij eigenaar van een steendrukkerij waar tuinkundige werken en het tijdschrift “Flora” gedrukt werd. Op het graf van Blommaert vonden we vrijmetselaarssymbolen. Een “smeuïg” verhaal diepte An op bij de laatste rustplaats van Napoleon De Pauw. Deze meestergast van Lieven Bauwens, de man van de weefmachine, zou, volgens de “Dag Allemaal” van in die tijd, de zoon zijn van een incestueuze verhouding van Bauwens en diens eigen zuster. Tijdens de doop van onze Napoleon sprak men over “père, maire et parain”, vader, burgemeester en peter. Dus driemaal Lieven Bauwens. Foei, foei, foei. We passeerden langs Adolphe Samuel, directeur van het Gentse muziekconservatorium en de man achter de promenadeconcerten en langs Ernest Dutry, eigenaar van een ijzerhandel. Oscar De Gruyter, de man van het volkstoneel, kreeg een bronzen buste van de hand van Jan Antheunis. Het graf werd recent door toedoen van An Hernalsteen in orde gebracht. Een rechtstaande figuur met kind in de armen van beeldhouwer Emiel Poetou troffen we aan op het graf voor aardappelhandelaar Roger D’Hondt. Margueritte Speltinckx kreeg dan weer een gestileerd beeld van Geo Verbanck.

Marcel Panen was gewichtheffer die, volgens mij, veel slaag heeft gekregen te zien aan de bronzen buste van beeldhouwer Van Hecke. We passeerden het graf voor componist Emiel Hullebtroeck. Wie kent niet zijn “Tinneke van Heule”. Natuurlijk kwam iedereen voor de bekendste bewoner van het kerkhof: Wilfried Morbée. Iedereen kent hem als John Massis. Een, door hemzelf, bewerkte ijzeren staaf sierde het monument. We passeerden nog langs Placide De Paepe minister en burgemeester. Tegen de kerkmuur vonden we Ange Buysse, bestuurder bij de zuster van Sint Jozef. Hij kreeg een werk van beeldhouwer Geo Verbanck. Afgesloten werd met arts Leon Elaut, arts en een van de promotoren van de Vlaamse beweging.
Jacques Buermans

Campo Santo: op zoek naar beroemde beentjes verslag van Jacques Buermans


Voor zo’n 20 deelnemers begon An Hernalsteen haar betoog met te zeggen dat zelfs de naam “Campo Santo” niet klopt. De schuld hiervan ligt bij de Antwerpenaren. Later meer daarover. Ze stelde ook dat iedereen hier komt voor de “beroemde beentjes” met zij poneerde direct: op “mijn” Westerbegraafplaats liggen zeker zo veel beroemde beentjes. Hier is het ons kent ons en ons trouwt met ons. De uiteindelijke rondgang begon met een vleugje geschiedenis. Sint-Amandsberg was vroeger zeer landelijk met een arme arbeidersbevolking en tot voor 1847 parochiaal afhankelijk van Oostakker. Tussen 1845 en 1847 verrees aan de voet van de heuvel een nieuwe parochiekerk waardoor het kerkhof haar rol als begraafplaats innam. Op 9/12/1847 begroef men er de eerste parochiaan, Jan Rogiers.

Tegen de kerkmuur ligt Louis Van Overstraeten, architect en schoonzoon van Lodewijk Roelandt eveneens architect. Het neogotisch monument met bas-reliëf is van de hand van Jozef Geefs, zwager en grondlegger van de funeraire kunst. Het toont ons een zittende engel met gespreide vleugels en een arm rustend op het portretmedaillon van de overledene. Lodewijk Roelandt ligt vlakbij. Om de hoek Karel Lodewijk Ledeganck, dichter. Zijn bekendste werk: “de drie Zustersteden” is een verheerlijking van Antwerpen, Gent en Brugge. Het monument vermeldt Zanger van de drie Zustersteden. De lier staat symbool voor de muziek- en dichtkunst. Ledeganck werd oorspronkelijk begraven op het Dampoortkerkhof. Joseph Mengalwas componist.

Marie de Hemptinne of de Engel van Gent, oudste dochter van katoenmagnaat Felix de Hemptinne. Op 9-jarige leeftijd overlijdt haar moeder en Marie neemt haar taken over. Zij bezoekt de arbeiders en leert Vlaams = Gents zodat zij met hen kan praten. Zij geeft ook les aan de kinderen. Zij huwde nooit en nauwelijks 28 jaar, overlijdt zij aan cholera. Haar grafmonument is tevens het oudste op Campo Santo. Oorspronkelijk lag zij begraven op de begraafplaats aan de  Brugse Poort. Wat verder een monument voor de slachtoffers een brandramp. We vinden er de stedenmaagd met het sinds 14e eeuw gebruikte stadswapen met leeuw. De treurende vrouw draagt een kroon met de stadswallen en rust met het hoofd en een arm op een urne. De omgekeerde toortsen verwijzen naar de slachtoffers van het vuur. Bij het monument voor de familie Leirens zegde An: dat zal nogal wat geweest zijn op een familiefeest: de een was priester, de andere een overtuigd liberaal en een derde was gehuwd met een Joodse dame! Guislain werd de redder van de Gentse zotten genoemd. Hij richtte namelijk een hospitaal voor geesteszieken op.
Jan Frans Willems. Je kunt moeilijk om dit imposante monument heen. Letterkundige en vader van de Vlaamse Beweging. Het is bij de inhuldiging van dit monument dat Conscience de historische woorden uitspreekt :”de heuvel waar Vlaamse helden rusten”. Dus “onze” Hendrik treft de schuld dat er hier ten onrechte over een Campo Santo gesproken wordt. Anekdote: Louise von Plonitz, een Duitse dichteres, leerde speciaal Nederlands om toch één van de befaamde literaire soirées te kunnen meemaken. Zij ontving een uitnodiging en verbijsterd stelde zij vast dat alles in het Frans verliep! Ocharme. Dokter Snellaert, arts en letterkundige. Zette zich samen met Willems in voor de Vlaamse Beweging en wou daarom naast hem begraven worden. Als arts verzorgde hij onbetaald de zieken tijdens de cholera-epidemieën. De oorspronkelijke bronzen buste werd gestolen en vervangen door een arduinen. Ook dit graf werd overgebracht van het Dampoortkerkhof. Wat verder Filip de Pillecijn, schrijver, en Frans Masereel, graficus. An wees ons op een graf met herbruik met respect voor het originele grafmonument met vlak daarnaast hoe het niet moet op het graf voor regisseur Jean Pierre De Decker. Alle originele namen werden verwijderd.
Het zou toch weer niet waar zijn maar ja hoor: bij de laatste rustplaats voor Prudens Van Duyse diende gezongen te worden. Zijn “Loze vissertje” werd door de deelnemers zo goed zo kwaad als mogelijk meegezongen. Bij pastoor Joos somde An het gehele feestmenu op. Wat verder een Napoleonistenmonument,  het betreft een zuil waarop de Keizerlijke adelaar prijkt. Deze gedenkzuil vermeldt de namen van de Gentse oud-soldaten die dienst namen in het Franse leger. Er ligt echter niemand begraven. Leo Vindevogel was oorlogsburgemeester. Hij werd gefusilleerd.
Rosalie Loveling ligt hier terwijl haar zuster op de Westerbegraafplaats ligt. Hypoliet Lammens was filantroop. Hij zette zich in voor de wezen. Zijn grafkapel is dringend aan herstel toe. Minard, alweer een architect, zijn naam is onvermijdelijk verbonden aan de Minardschouwburg. Hij ontwierp zelf zijn grafkapel waarop je ook een portretmedaillon ziet van het echtpaar. Isidoor De Vos, componist, zijn zuil werd recent terug in orde gebracht. Wat verder een “sprekend” graf waarmee An bedoelt dat je door de symbolen, kanon en kussen met epauletten, ziet dat er een militair begraven ligt, Capitaine Commandant VeesaertVerschaffeltwas een van de stichters van de floraliën. Treesje Verhaege. Men noemde haar ook het Heilig begijntje omdat ze voorspraak zou doen bij ons Heer. Je weet nu waar je moet zijn.
De volgende halte houden wij bij Franz De Vos, toondichter. Het enorme grafmonument bestaat uit een piano. Op het klavier rust het gebogen lichaam van een half geknielde, treurende vrouw. Orgelpijpen reiken naar de blauwe hemel. Huybrechts is een concessie van de hand van Victor Horta. Op verzoek van enkele deelnemers wijst An ons op de laatste rustplaats voor acteurCyriel Van Gent. We eindigden bij rechter Martens Sotteau, de man die schrik had om levend begraven te worden. De luiken dienden eeuwig en altijd open te blijven. In de kist diende een raampje voorzien. Je weet maar nooit. De rechter liet ook gedurende zes maand dagelijks een krant bezorgen zodat, indien hij toch levend begraven was, de krantenman hem zou horen roepen. Twee uur vlogen weer voorbij dankzij de gedrevenheid van An Hernalsteen.

Jacques Buermans

Foto’s: Casimir Steenackers & Jacques Buermans

Westerbegraafplaats: An Hernalsteen in topvorm op “haar” begraafplaats verslag van Jacques Buermans


Meer dan 20 personen meldden zich voor de rondleiding van ons bestuurslid An Hernalsteen. Ze begon met een korte geschiedenis. Na Jozef II kwamen er in Gent drie begraafplaatsen waarvan heden ten dage nog enkel de Zuiderbegraafplaats bestaat. Stadsarchitect Adolf Pauli mag naar het buitenland om eens te kijken hoe elders een begraafplaats er uit ziet. Hij komt terug met een Italiaans voorbeeld: langs alle zijden overdekte gaanderijen en in het midden een Engelse landschapstuin. Prachtig maar er waren geen centen voor. In een tweede ontwerp behoud Pauli enkel de gaanderijen links en rechts van de hoofdingang. Nog steeds te duur. De huidige inkom werd het derde plan met de belofte om, als er centen zijn de zijgaanderijen te verwezenlijken. Tot op heden is er nog steeds geen geld gevonden. Burgemeester Charles de Kerckhoven de Dentergem stelt dat elk graf individueel gewijd dient te worden. Bisschop Bracq, een goed vriend van An, sprak van op zijn kansel een banvloek uit over de Westerbegraafplaats “O wee de katholiek die begraven wordt op de Wester”. Gevolg katholieken laten zich begraven op het Campo Santo, in Mariakerke en in Gentbrugge. In 1919 wordt met een herderlijke brief de banvloek opgeheven.

Met de gebruikelijke veeg uit de pan “men denkt dat er alleen maar op Campo Santo bekende Gentenaars liggen, ik zal jullie van het tegendeel overtuigen” togen we op weg. Eerste stopplaats dichter Napoleon Destanberg. De man maakte ook grafschriften. Hij deed dit gratis voor hulpbehoevenden. De begoeden dienden er voor te betalen. Op een zeker moment was Petrus Rotthier overleden. De rijke weduwe, die op haar centen zat, vroeg Destanberg een zo kort mogelijk grafschrift te verzorgen waar zijn naam en waar hij voor stond op stond. Destanberg repliceerde dat zij dat toch ruimschoots kon betalen maar de weduwe zegde “weet je wel hoeveel één letter kappen kost?” Waarop Destanberg  “Pier rot hier” maakte.

Historieschilder De Keghel werd bewierookt door middel van lauriertakken. Jean Mahu was steenkapper en liet een grafmonument neerpoten waarop reclame werd gemaakt voor zijn bedrijf door het bezigen van verschillende soorten materiaal.Van Schoote ging een kunstenaar zoeken in Genua. Het grafmonument werd gemaakt door Luigi Orengo. Paul Voituron heeft ook niet te klagen van de aanwezige symboliek: de ourobouros, het leven gaat steeds verder, met de vijfpuntige ster, vrijmetselarij, het alziend oog van de opperbouwmeester en de vlinder die als rups verpopt naar nieuw leven. Euphrosine Spanoghe gaf een groot deel van haar fortuin uit voor het oprichten van een jongensschool zonder geestelijken als lesgevers. Op het grafmonument staat Pallas Athena maar ook vrijmetselaarssymbolen.

Katoenhandelaar Ulric Wild kreeg een kapel van Fernand Dierkens met alles er op en eraan. Zelfs het schraapijzer om de schoenen proper te maken werd niet vergeten. Van het monument Buzzeo – Krieger wist An te vertellen dat de eigenaars een fortuin verdienden met verkoop van wafels en pannenkoeken. De familie liet een architect een ontwerp maken en twee beelden door Geo Verbanck. Wat bleek: het monument was groter dan de aangekochte grond. Men diende grond bij te kopen. Dat onze gids niet van een kleintje vervaard is bleek bij het grafmonument Fernand Scribé, oudheidkundige en mecenas. Een dame leunt op een vaas, de asurne, en het beeld van Jacques de Lalaing bleek volgens de “experts” van die tijd een voorbeeld van naturalisme te zijn. An deed de proef en ging op dezelfde wijze op een krukje zitten om dit aan den lijve te testen: het lukte niet. Na amper twee minuten kreeg ze krampen. Ik zie het beeld zo voor mij! Fritz Van den Berghe, schilder. Op zijn graf een kopij van zijn werk “de staalmannen”, volgens An: “horen, zien en zwijgen”. Calvi kreeg een grafmonument van Italiaanse makelij.
Op vraag van een aantal deelnemers stapte An naar het graf van Eduard, Edje, Anseele, de politicus. Daar zegde ze: “zijn koeken tienen” ligt hier in de omgeving. Voor ons Antwerpenaren Chinees maar “koeken tienen”, bleek te staan voor concubine, aanhoudster of maîtresse. Een voorbeeld van “socialistische” kunst: Jan Samijn, vlasbewerker. Het grootste monument kreegCharles de Kerckhove de Denterghem, burgemeester en volksvertegenwoordiger. Hier ligt ook zijn zoon Oswald, een orchideeënspecialist. Hij zette zich in voor de weeskinderen van Gent en liet noteren dat het enkel “zijn” weeskinderen waren die hem bij zijn laatste tocht op de Westerbegraafplaats mochten vergezellen. Zo geschiedde: de notabelen dienden te wachten aan de ingang; enkel de weesjes gingen mee de dodenakker op.
Virginie Loveling, schrijfster, ligt naast haar neef Cyriel Buysse. Haar zuster Rosalie ligt op het Campo Santo. Paternotte was steenkapper. Op het Campo Santo is veel werk van zijn hand te bewonderen maar hij was protestant en ligt hier in ongewijde grond. We zagen een prachtig onderhouden monument voor de Franse gesneuvelden.
Op het graf Edmond Van Beveren, socialistisch voorman, een treurende vrouw met een uitgemergelde figuur, Van Beveren voorstellend, van beeldhouwer Van Biesbroeck. De levensgrote salukihond van beeldhouwer Domien Ingels sierde het graf voorBeernaerts. Politicus Hyppolythe Metdepenningen’s monument wordt in de volksmond “de badkuip” genoemd om zijn vorm en grootte. Een bad nemen zal moeilijk zijn: het monument is zo lek als een zeef door kogelinslagen. De Schamfelaere bezat een rubberfabriek, met winkel, aan de Veldstraat. In de omgeving waren verschillende bordelen. De dames ervan deden hun aankopen van “rubbertjes” bij De Schamfelaere. An zegde: dit monument is betaald met condooms.
We passeerden langs het door vrijwilligers van onze vzw gerestaureerde grafmonument voor de familie Vercauter – Hoste. Kunstschilder Lieven De Winne kreeg een monument van Edmond De Vigne met een beeld van Paul De Vigne. Het beeld werd enkele jaren geleden gestolen. Emile Braun, “Miele Zoetekoeke”, was burgemeester. Hij koopt de Duitsers om. Die beloofden geen schot te lossen. De Duitsers komen Gent binnen en één iemand schiet op de Duitsers. Braun terug naar de bevelhebbers om te zeggen dat het iemand was die uit Guislain, het gekkengesticht, ontsnapt was die op hen schoot. De Duitsers aanvaarden deze leugen en er werd geen schot gelost. De concessie Baert is een van de “adoptiekinderen” van An. Wat verder een prachtigecronos, vadertje tijd. An was ooit achteraan het monument, plat op haar buik gelegen, de teksten aan het inventariseren. Na een tijdje kreeg ze krampen en ze zette zich recht. Op dat moment passeert er een oud vrouwtje en die dacht de het laatste oordeel geslagen was. Zij schrok zich bijna een hartinfarct maar An was evenzeer geschrokken want zij dacht dat zij de dood van de dame op haar geweten had. We eindigden met een Joods hoekje met een graf voor Levison en een cenotaaf voor Henri Gondry want die werd in Boma begraven. Een aangename, leerzame ochtend maar met An Hernalsteen als gids is dit steeds het geval.

Jacques Buermans

Foto’s: Casimir Steenackers & Jacques Buermans

Zwijnaarde: een klein kerkhof wordt groot dankzij een gedreven gids verslag van Jacques Buermans.


Slechts een zestal deelnemers aan de wandeling rond het kerkhof van Zwijnaarde. Maar wel “die hards”: één lokaal iemand wist enorm veel over de bewoners op het kerkhof, enkele andere personen mocht ik van de week reeds op meerdere begraafplaatsbezoeken in het Gentse ontmoeten en dan waren er nog twee Grafzerkjes. An Hernalsteen noemde Zwijnaarde het kerkhof van de oudstrijders. Bij een eerste graf stelde An dat de adel enkele eeuwen geleden nog niet verfranst was want tegen de kerkhofmuur bevonden zich vele, Nederlandstalige, grafschriften. De familie Soenens was eigenaar van de Nieuwenhof en een van de stichters van de Oostendse Compagnie. In de kerk lag Joannes Baptiste Soenens, burgemeester. De grafschriften verstrekken ook veel informatie zegde An. Bij Joanna De Coninck lazen we: “begraven onder het beenderhuysken”, dus het graf werd geruimd. Anna Marie De Paepe kreeg een mooie brons getekend Sylvain Norga, de fanclub zal in haar nopjes zijn.
Leopold Van Rentergem was soldaat bij de jagers en de enige soldaat die het kerkhof van Zwijnaarde rijk is. Achter de kerk zijn een heleboel graven onzichtbaar wegens, alweer, te veel groen. Adolphe della Faille d’Huysse was burgemeester tussen 1902 en 1913. Gudwalus Seiger was de laatste abt van de Sint Pietersabdij. De Potter een sarcofaag met, eigenaardig: twee, vrouwelijke, uiteenglijdende handjes voor de zusters Clara en Therèse.
Een muurplaat bij De Potter en daarnaast Morel de Westgaver met gigantisch grote omgekeerde toortsen. Remi Vlerick was de laatste burgemeester van Zwijnaarde vóór de fusie met Gent. Het graf voor Benoni  Beheyt (1866 – 1950), niet de wielrenner want die leeft nog maar denkelijk zijn grootvader of zijn peter. Twee identieke vierkante pijlers. Eén ervan voor burgemeesterKarel OttoyMaurits De Ley ligt onder een heldenzerkje. Eindigen deden we pastoor Schuttijzer.

Een klein kerkhof, misschien met weinig interessante graven, maar dankzij An toch een opsteker. De afwezigen hadden, eens te meer, ongelijk.

Jacques Buermans

Lokeren kreeg veel volk over de vloer verslag van Jacques Buermans


Voor een eerste maal nam Lokeren deel aan de Week van de Begraafplaatsen. Een succes want meer dan 20 deelnemers dienden zich aan in de kapel van de begraafplaats. De deelnemers werden er allereerst vergast op een prachtige fototentoonstelling van Raoul Verstraeten. Anne Mie Havermans schertste aan de hand van een powerpointpresentatie de geschiedenis van deze begraafplaats uit 1827. Ik leerde hier dat op vele oude graven de namen van de kinderen en zelfs van de kleinkinderen vermeld worden alhoewel die dikwijls nog een eigen graf kregen. De belangrijkste graven werden opgericht langs een soortement “promenade” en later werden nog twee dwarslanen opgericht voor belangrijke grafmonumenten. Achter deze monumentale graven bevinden zich kleinere graven, door de inwoners van Lokeren “pombakskens” genoemd omdat ze vooraan een bloembak hebben in de vorm van een pompbak.
Onze tocht op de dodenakker startte langs het graf van schepen Benoit Van Winckel. Kapitein Blancquaert kreeg een grafmonument met veel symboliek van de hand van steenkapper Lampo, voorouder van de bekende schrijver.
Burgemeester Thuysbaert kreeg een moderner werk van beeldhouwer Van Parijs. Bouwmeester Hendrik Van den Broeckekreeg een monument met de attributen van zijn beroep. Speciaal voor de Week van de Begraafplaatsen “bewerkte” een lokale bloemist een ijzeren grafmonument. Echt geslaagd. Clothilde De Spiegeleire was directrice van een staatsschool en werd gepast herdacht. De familie De Smedt – Van de Velde kreeg een mooie grafkapel met marmeren beeld.
In het prachtige grafmonument voor de familie Maes werd recent een ver familielid in bijgezet. Robert Van den Broeck was directeur van de muziekacademie. Theodoor Clément was een voorvader van Charles Clément, de steenkapper die met veel werk op deze begraafplaats vertegenwoordigd is. Henri De Vreese was naast schepen ook stichter van de stedelijke kerkhoven.
Bij het grafmonument voor Karel Vermeere stond alles in het teken van de muziek. Anne Mie Havermans zorgde voor een meer dan geslaagde rondleiding. Bij het buitengaan ontdekte ik nog een Georges Minne op het graf van Gaston De Vuyst, veilingmeester.
Jacques Buermans

Oudenaarde een korte impressie van Pieter-Jan Lachaert


De wandelingen op de Oudenaardse begraafplaats aan de Dijkstraat die werden gegidst door vrijwilligers van het Oudenaardse erfgoedforum waren succesvol. Zaterdag trotseerde een twintigtal mensen de zon onder leiding van de enthousiaste gids Michel Debaets. Zondag lieten een dertigtal mensen zich niet afschrikken door een druppeltje regen. Bernadette Van Damme maakte deze mensen wegwijs in de wondere wereld van het funeraire erfgoed. Het publiek was enthousiast over het initiatief. Er waren zelfs mensen die opperden om de wandeling in een gidsje te bundelen.

Pieter-Jan Lachaert

Stadsarchief Oudenaarde

Tereken met oog voor het milieu verslag van Jacques Buermans


Marcella Piessens mocht meer dan 30 personen welkom heten op het begraafpark Tereken. Zij startte met een korte geschiedenis. Vroeger werd er begraven rond de Sint-Niklaaskerk. In 1878 werd de neogotische kerk voltooid. Een monumentale kerk voor de ongeveer 9 000 inwoners van deze parochie.

Tegen de ingangsmuur aan liggen een aantal grafmonumenten die van andere begraafplaatsen van Sint-Niklaas zijn overgebracht. Marcella wist te vertellen dat in de jaren zestig een werkgroep zich ontfermde over de begraafplaats. De werkgroep bepaalde dat van elk symbool er één moest bewaard worden en ook de graven van bekende personen behouden moesten worden. Persoonlijk opteer ik voor het behoud van zo veel mogelijk monumenten, zeker indien ze in goede staat verkeren. Verder zegde onze gids dat er op een ecologische wijze gesnoeid wordt: het gras tussen de rijen wordt regelmatig afgereden maar tussen de graven onderling wordt slechts twee maal per jaar gesnoeid. Misschien goed voor het milieu maar tussen het gras zie je de graven bijna niet meer. Maar ja, jullie weten dat ik geen groene jongen ben.

Bij die oudste grafmonumenten de laatste rustplaats voor pastoor Theodoor Hemelaer, deken van OLV-kerk, burgemeester Boëye, met doodskop en ourobouros op het graf en pastoor Petrus De Meerleer. Pastoor De Donder kreeg ooit 8000 frank aangeboden voor de bouw van de Sint-Jozefskerk van Tereken. Hij weigerde die omdat de andere twee parochiekerken in Sint-Niklaas altijd meer geld kregen dan het arme Tereken. Een ongehuwde dame schonk haar fortuin aan de kerk en de bisschop “eiste” dat De Donder het geld aanvaardde. Marcella Piessens stond stil bij het “Jomigebeuren”. Een aantal mensen worden bijgestaan om hun creativiteit te tonen op de begraafplaats (zie artikel Land Art op het kerkhof Tereken). Het graf voor dokter Van Raemdonck werd door de Oudheidkundige Kring van Sint-Niklaas, waarvan hij de stichter was, keurig opgeknapt. Van Raemdonck verzamelde alles over Mercator. Ik zou eerder die Jomimensen inzetten om meer graven te fatsoeneren dan om al het fraais wat ze nu maakten maar dit is een persoonlijke bemerking. Stadsbibliothecaris Billiet ligt begraven onder een opengeslagen boek. Vlakbij landschapsschilder Jozef De Mey vinden we de Frans Van Havermaet, beeldhouwer van het gigantische “gouden” beeld op kerktoren van de Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand in het centrum. De familie Janssens de Varebeke, eigenaars van een textielfabriek, lieten hun grafkapel vakkundig restaureren.

Op 17 mei 1940 viel een Duitse bom op de Molendreef. Een aantal slachtoffers ligt op een ereperk begraven. De familie Meert was actief in de textiel. Op het hoekje lag “tante Colette”, bij de lokale deelnemers bekend of berucht. Zij bezat een ijzerwinkel en hanteerde elke dag een andere prijs. Een echte “afzetster” volgens een deel van het gezelschap. Colette werd 103 jaar oud. Marcella stond stil bij een verhaal van een “gewone jongen”.
Soldaat Alfons Van Huffel was in 1937 tijdens zijn diensttijd gestorven na een blindedarmoperatie. De familie stond de dag van de begrafenis te wachten, het stoffelijk overschot kwam echter niet opdagen. De Franstalige legeroverheden hadden het lichaam netjes afgeleverd in Saint-Nicolas, in de buurt van Luik. Bij de asweide meldde onze gids dat de vrijzinnige die geijverd had om verassingen mogelijk te maken als eerste in de muur met nissen werd bijgezet. Bij het buitengaan meldde Marcella nog dat deelnemers hoofdpijn hadden gekregen van haar uitleg terecht konden bij de familie Tuypens. Zij maakten de bekende poeders van het Witte Kruis. Het grafmonument was de moeite, de pillen waren niet nodig want Marcella had ons op geen enkel moment verveeld. Afsluiten doen we met een origineel beeld.

Jacques Buermans

Foto’s Ria Vaes

Land Art op het kerkhof Tereken verslag van Carla Rogiers


Bij de opening van Land Art voerde schepen Wouter Van Bellingen het woord. Een bloemlezing uit zijn toespraak: Iedereen kan vaststellen dat er al een aanzienlijke verrijking van onze inheemse bloemen, planten en grassen en natuurlijk ook insecten en andere dieren aanwezig is op dit kerkhof. Deze evolutie gaat echter zeer traag en ik begrijp dat niet alle bezoekers tevreden zijn met het nieuwe, groenere, ietwat wildere uitzicht van het begraafpark. Ik hoop echter dat Tereken, na enkele jaren, een ware oase vormt te midden van de stad waar iedereen, jong en oud, op een veilige rustige manier kan vertoeven en genieten van de aanwezige natuur. Zoals velen al hebben vastgesteld werd de cederlaan, voor velen het oriëntatiepunt op Tereken, vorig jaar verwijderd. Wij zijn voorstander voor het behoud van bomen, maar deze oude ceders waren volledig uitgeleefd en hun overhangende takken vormden een echt gevaar voor de nabijgelegen zerken. Van deze gelegenheid hebben dan gretig gebruik gemaakt om de verouderde structuur van deze immense laan aan te passen met een nieuw profiel en her aan te leggen met een inheemse boomsoort, de linde, en nieuwe struiken. Ook enkele van de dwarsliggende lanen werden beplant met nieuwe bomen. Nu is alles nog klein en oogt het nog een beetje kaal, maar met een beetje geduld, veel zon en af en toe regen zal de Lindelaan uitgroeien tot een prachtige avenue! In het kader van onze tweede deelname aan de Europese week van de begraafplaatsen ontwikkelde Wim Maes van JoMi vier natuurinstallaties. Deze werken zullen vanaf nu permanent deel uitmaken van begraafpark Tereken. Zij zullen de bezoekers de kans bieden dit park, wat nu nog vaak enkel geassocieerd wordt met verlies en verdriet, in een ander daglicht te zien. Door hun vorm, gebruikte materialen en ook symboliek zien we een andere kant, een andere invulling van Tereken. Ze zijn gelinkt met de dood en zullen uiteindelijk ook vervallen, maar hun aantrekkingskracht op de vele bezoekers en dus ook kinderen, zullen begraafpark Tereken doen opleven.

Wim Maes van JoMi (= Jobs en Milieu: een dynamisch sociaal economiebedrijf, gespecialiseerd in groenonderhoud, milieu- en landschapszorg,biologische groenteteelt en imkerij) gaf uitleg bij de vier natuurinstallaties:

Dood Bos: Een werk met dode kastanjestammen die in eerste instantie schijnbaar willekeurig geplaatst werden tussen de zerken. Wanneer je beter kijkt, ontdek je dat meerdere stammen op regelmatige afstand van elkaar staan en 2 door elkaar lopende rijen vormen. Hierdoor ontstaat een kruis. Van op de grond, maar zeker vanuit de lucht, zie je de hoogste stammen als een kruis dat oprijst uit het bos.

Stapelhout: Golvende muurtjes, opgebouwd uit gekliefde stammen, creëren een speelse dynamiek op een statisch terrein. De stapelmuren versperren her en der het wandelpad. Hierdoor word je langsheen andere, misschien wel ongekende, plaatsen van het begraafpark geleid en ontdek je plots graven in een andere context.

Gedenkvijver: Deze vijver werd opgebouwd uit gegalvaniseerd en gedeeltelijk verroest plaatstaal. Roesten is een natuurlijk vergankelijk proces en evolueert over de jaren heen. De evolutie van de gedenkvijver symboliseert dan ook de vergankelijkheid en het wegebben van het leven. Laat gerust een drijfkaarsje te water als aandenken aan een overleden dierbare of bezin even in alle sereniteit aan de rand van de gedenkvijver…

De Korf: Deze constructie vormt het perfecte huwelijk tussen levend en dood materiaal en heeft bovendien een zeer functioneel doel. In deze natuurlijke omgeving zorgt de korf, opgebouwd met levende wilg rondom de bijenkast en dood kastanjehout als palissade voor de vliegopening, voor een veilige thuishaven voor de honingbij.

Lubbeek een foto-impressie


Lubbeek verzorgde een gegidste rondrit naar vier kerkhoven in de deelgemeenten Lubbeek Sint-Martinus, Binkom, Pellenberg en Linden. Ook was er een felgesmaakte rondleiding van de 5de en 6de leerjaren van de scholen en een tentoonstelling op het gemeentehuis.

Vilvoorde nam voor het eerst deel verslag van Mieke Versées en Philippe Cornut


Voorwoord van Philippe Cornut van de heemkundige kring:

Onze deelname was eerder toevallig, want een bestuurslid van de heemkundige kring had de Europese week per toeval ontdekt.

We gingen voor twee gegidste wandelingen op de centrale begraafplaats van Vilvoorde. Omdat we niet wisten hoeveel mensen erop zouden afkomen hadden we voor elke wandeling telkens twee gidsen voorzien. Stad Vilvoorde was op de hoogte en heeft bijgedragen aan een folder die de heemkundige kring verspreid heeft. Verder is nog een kleine aankondiging gekomen in de Streekkrant en werden de leden van de heemkring schriftelijk uitgenodigd.

De opkomst was 26 man in de voormiddag en 11 man in de namiddag. We waren ook blij met de aanwezigheid van Corinne Olbrechts, schepen van financiën van de stad. Zo hebben we nu in het stadsbestuur iemand die de zaak kan verdedigen. We danken ook de heer Jacques Buermans, voorzitter vzw Grafzerkje voor zijn steun en aanwezigheid.

We kijken tevreden terug naar de wandelingen. Bij de voorbereiding hebben we, bestuursleden, heel veel bijgeleerd en de begraafplaats beter leren kennen. Eventueel plan ik later nog een voordracht met veel beeldmateriaal over het kerkhof. Eventueel ook een nieuwe brochure.

Philippe Cornut

Verslag van Mieke Versées:

Zondag 29 mei, de begraafplaats van Vilvoorde staat op het programma. Vilvoorde, stad waar ooit mijn wieg stond. Onze gidsen: Philippe Cornut en Raymond Waeyenbergh, beiden lid van de plaatselijke heemkundige kring. Raymond geeft ons als inleiding een klein stukje geschiedenis mee. 1875, eerste steenlegging van deze begraafplaats door Jozef Portaels, toenmalig burgemeester. Broer van kunstschilder Jan Portaels. Na uitbreidingen bedraagt de huidige oppervlakte: 4 ha. Zoals overal begroef men zijn doden in en rondom de kerk. Voor Vilvoorde was dit de Onze Lieve Vrouwekerk waar trouwens nog verschillende grafzerken in de vloer liggen. De stad  telde tevens  zeven privé begraafplaatsen, waaronder de Kassei, mijn speeltuin! Zij werden allemaal gesloten.

Dan leidt Philippe ons rond. Uit de 40 grafmonumenten selecteerde ik:

Jean Puttemans: leraar aan de Middenschool van Vilvoorde. De Zumbaspits in Oostenrijk werd hem fataal. Op de grafsteen liggen touw en houweel, symbool voor de sport die hij beoefende. Je ziet verder nog een herdenkingsplaat op een stuk rots van de vereniging voor bergbeklimmers. Dan volgt het bizarre verhaal over Laurentius L’Escaille, een student die begin 18e eeuw verdronk. Archeologen ontdekten zijn skelet bij opgravingen in het voormalig  Dominicanenklooster. Het raakte in de vergeethoek en het gebeente werd pas anderhalf jaar geleden teruggevonden. Slechts één derde bleef ervan over. Honden deden er zich tegoed aan. Mysterie blijft hoe deze jongeman in het water belandde. Werd hij geslagen door zijn leraar en sukkelde hij in de Zenne? Wou hij deze overzwemmen om te ontsnappen aan het strenge regime en verdronk hij??? Voorlopig staat er nog een houten kruisje op het perk maar een behoorlijke zerk is voorzien. Emile Edmond Verbrugge, vrijdenker, kunstschilder en leerling van Verlat. Kreeg in 1883 de Prijs van Rome. Op de grafsteen leest men: “Pourquoi dut-il souffrir l’injustice des hommes!”. Vrij vertaald “Waarom moest hij lijden onder de onrechtvaardigheid van de mensen”. De zin verwijst naar de onverdraagzaamheid die hij ervaarde van de bevolking van Weerde waar hij woonde. Men beschouwde hem als een zonderling, een buitenbeentje. Vandaar dat zijn echtgenote hem in Vilvoorde liet begraven.

Jozef De Neyer ligt in een ontwerp van de door ons overbekende Ernest Salu. Later ontdek ik een tweede. Dat de bombardementen van1944 veel schade veroorzaakten aan grafzerken,  blijkt uit het  art deco monument van Armand Poels, gesneuveld soldaat. Op de zijkant van dit graf een lange tekst die ik slechts gedeeltelijk aanhaal: “Ceux qui pieusement sont mort pour la patrie ,on droit qu’a leur cerceuil la foulle vienne et prie”. Vrije vertaling: “Zij die godvruchtig stierven voor het vaderland, hebben recht op een massa mensen aan hun graf die bidt.”. De familie Semay, dé circusfamilie. Zij voert mij terug naar mijn kindertijd. Als ze hun tenten opsloegen was het feest. Een rijkelijk versierd grafmonument met mooie foto’s in bronzen medaillons. De prachtige paardenkoppen werden jammer genoeg gestolen.
Bijzonder aan de grafkelder van de familie Stas-Lieben: de dienstmeid ligt er ook begraven. Niet zo uitzonderlijk blijkt. Huispersoneel bleef soms tot aan hun dood bij hun meester. We komen bij het Kalvariekruis, het centraal punt op een begraafplaats zoals vroeger het altaar in de kerk. Dichtbij staat de symboolrijke grafkapel van de familie Hanssens met 26 overledenen. Deze familie leverde twee burgemeesters, Benoit en zijn zoon Edmond. Beiden droegen veel bij tot de ontwikkeling van de stad. De bekende architect Albert Dumont ontwierp deze kapel. Hij bouwde meer dan 230 cottages aan de kust waaronder De Panne waar een wijk zijn naam kreeg. Jaarlijks zijn er de Dumontfeesten. Van buitenaf lijkt deze kapel nog in goede staat doch binnenin is een ander verhaal. Het beheer van de kapel berust bij een notaris. Opvallend, het grote aantal overledenen in sommige grafkelders. We wandelen langs het kinderkerkhof, steeds pakkend vind ik. Verder gaat het tot de dubbele grafkelder van de familie De Bontridder-Portaels. Deze telt 24 overledenen waaronder burgemeester Jozef Portaels. Frans Van Reusel, oorlogsvrijwilliger 1914-1918. Meerdere malen onderscheiden in binnen- en buitenland. De heemkundige kring nam de concessie over en dit is niet het enige.
Om afbraak te voorkomen gebeurde dit ook met de grafkapel van de familie De Brichy-Vanderlinden-Kelecom en de familie Buisset. Xavier Buisset, burgemeester van Vilvoorde. Beide grafkapellen bevinden zich in erbarmelijke staat. In totaal nam de heemkundige kring 11 concessies over. Gery Boucquey, stichter van het latere “ça va seul”. Wie poetste er nooit de schoenen met hun schoensmeer. Verderop staan qua stijl drie verschillende art decozerken naast elkaar, sierlijk of sober versierd. Op het graf van de familie Bladt-Meyskens, een bronzen plaat met een afbeelding van een engel en kind. Verwijzing naar hun elfjarig overleden zoontje. De engel, boodschapper van God, schakel tussen hemel en aarde.
Het beeld van een treurende vrouw met dochter siert het graf van de familie Moreau. Olga Moreau overleed op 18-jarige leeftijd. Een originele bronzen reliëfsculptuur van Sylvain Norga, zien we op het graf van Clement Van Osmael. Norga, tijdgenoot van Salu. Een stèle met blauwvoet en heldenkruis kreeg Renaat Longin. We  komen we op de militaire begraafplaats. Het perk telt 700 militairen en oud-strijders. Louis Francois Sobry strijder voor de onafhankelijkheid in 1830 ligt er ook.
De aandacht gaat dan naar het grafmonument voor de zeven slachtoffers die vielen bij de ontploffing van de kruitfabriek Favier. De namen van zes brandweermannen voegde men later toe. Zij overleden tijdens het uitoefenen van hun ambt.
Dan is het de beurt aan de burgemeesters. Als eerste burgemeester Frans Gelders (sr), volksvertegenwoordiger en voorzitter van de socialistische partij in Vilvoorde. Iets verder broederlijk op een rij, Jan Frans Poot liberaal burgemeester met pijp op zerk. Hij was een fervent pijproker. Frans Gelders, zoon van, socialistisch burgemeester, met het symbool van de vrijzinnigen op zijn steen. Laurent Moyson katholiek burgemeester sluit de rij af.

Eindigen doen we bij Jan Poot, acteur en directeur van de KVS. Het levensgrote beeld van een treurende vrouw met een masker in de hand, is getekend Desmaré.

Ik vond het een zeer boeiende en interessante rondleiding. Als bezoeker kreeg je alle informatie mee nodig om interesse op te wekken voor een begraafplaatsbezoek. Symboliek, stijlen, geschiedenis, extra beeldmateriaal, omgang met funerair erfgoed…

Een meer dan geslaagde vuurdoop vond ook onze voorzitter Jacques die even het woord kreeg. Nu maar hopen dat de onverwachte aanwezigheid van schepen van financiën, mevrouw Corinne Olbrechts, vruchten afwerpt.

Begraafplaats Beernem verslag van Conny Lambert


Op zondag 29 mei 2011 nam de gemeente Beernem voor het eerst deel aan de Europese week van de begraafplaatsen. Hier was een goede reden voor: via een LEADER project (Europees landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling) is voor de begraafplaats rond de kerk Sint-Amandus een opwaarderingplan opgesteld. Naast een inventarisatie, beleidsplan en inrichtingsplan wordt ook aan de ontsluiting gewerkt. Enerzijds is een brochure opgesteld waarin 70 graven aan bod komen met verhalen over wie er begraven ligt, anderzijds vormden de rondleidingen op de begraafplaats hierop een aanvulling met vooral aandacht voor de historiek en symboliek.

De twee rondleidingen waren meteen volzet en de reacties waren heel positief. Gids van dienst was Geert Gruyaert.

Conny Lambert

Blankenberge : gidsbeurt verslag van Inga Scharley


Op een begraafplaats gidsen is een niet zo evident gegeven. Het is ook geen plaats waar men alle dagen komt en waar men de evolutie van zeer kort volgt, toch was het voor mij een uitdaging om na alle recentelijke veranderingswerken deze gidsbeurt te aanvaarden. Als men in zijn entourage spreekt van een geleide wandeling op de begraafplaats dan is steevast de reactie “ wat is daar te zien” of “over wat wordt er daar gesproken die de moeite waard is”. 

En toch melden zich bij iedere wandeling een groepje gegadigden, die een rustige en serene namiddag meemaken met een schat aan informatie over de geschiedenis van de stad en het verleden en de toekomst van de begraafplaats. Telkens weer gaan de deelnemers met een gemeend dank u wel en “wij hebben er veel van opgestoken” naar huis.

En voor de gids is het een  voldoening te bewijzen dat  deze niet zo populaire plaats de moeite is om te bezoeken.

Inga Scharley

Danse macabre kende een overweldigend succes verslag van Mia Lingier


Danse macabre is een poëtische kennismaking met de centrale begraafplaats van Brugge – Assebroek. Het stond twee maal geprogrammeerd tijdens de Week van de Begraafplaatsen. Het werden uiteindelijk vier rondleidingen voor 80 deelnemers.

Mia Lingier was de muze van de avond. De schepen van de burgerlijke stand van Brugge nam eerst het woord en verwelkomde het talrijk opgekomen publiek. Toen de stemming erin kwam, kregen we uitleg over “wat is een Danse Macabre” met de nodige achtergrondinformatie.

Een eerste halte was er bij de laatste rustplaats voor Alfons Wybo. Wat verder stonden we stil bij het graf van een tuinman.

Achiel Van Acker was eerste minister en minister van staat. Mia stond ook stil bij de herbruikgraven en de realisaties van de groendienst. Telkens werd een stukje poëzie voorgedragen, passend bij het betreffend grafteken. Het werd een avond vol ontroering en emotie, afgewisseld met een vleugje humor.

De outfit maakte het plaatje compleet.

Mia Lingier

Dudzele verslag van Cis Kennes


Een twaalftal funerair gegadigden schoven aan op het kerkhof van Dudzele (W-Vl.). Met een aperitief over het ontstaan van de gemeente en een dessert over de geschiedenis van de kerk, werd hun honger ruim gestild. Vermits het over een "landbouwgemeentekerkhof" (sic) gaat, waren de imposante graven van notarissen en dergelijke zeer beperkt in aantal. Geen nood: sinds de dag dat ook dit kerkhof onder de bevoegdheid kwam van de Brugse Commissie voor Graftekens werd de zaak zowel administratief als materieel flink geordend en verfraaid. Maar ook enkele plaatselijke heemkundige nazaten lieten het niet bij Internet-opzoekingen, maar hanteerden met evenveel talent penseel, schuurborstel en voegijzer. Resultaat is enkele fraai gerestaureerde graven, enkele imposante smeedijzeren kruisen en een uiterst goed bewaarde graftrommel. Een merkwaardig bakstenen graf staat nog op het programma. Op één punt is Dudzele uniek: voor de oud-strijders uit beide wereldoorlogen hebben ze hier niet zo maar een gedenkplaat, maar een heuse -eveneens gerestaureerde - kapel. Alles bijeen dus zeker de moeite ! 
Cis Kennes

Lissewege verslag van Mia Lingier


Mia Lingier gidste op het kerkhof van Lissewege. We startten met 25 deelnemers bij de calvariegroep, met een eikenhouten Christusfiguur en Maria en Johannes in terracotta. De restauratie van de calvarie is nog voor 2011 voorzien. Het meest bezochte graf in Lissewege is dat van Frans Sus Verleyen, voormalig directeur van het weekblad Knack. Bij het graf van eenverzetsman uit W. O. II wist Mia ons te vertellen dat hij gefusilleerd werd. Hij liet berichten voor zijn familie na in zijn kam en tandenborstel. Adolf De Grande is één van de burgemeesters die begraven ligt in Lissewege.
Het gietijzeren kruis, de laatste rustplaats voor een vuurkruiser, was prachtig bebloemd. Ook troffen we hier de Alfa en de Omega, eerste en laatste letter van het Griekse alfabet: begin en einde aan. Het gietijzeren kruis van Pieter Demunter en echtgenote Melanie bracht ons bij het verhaal van de schenking door kleinzoon William Vandenheuvel  uit Amerika.  De emigratie van zijn moeder Alberta Demunter (afkomstig uit Lissewege) naar de USA, motiveerde zijn beslissing om mee te helpen aan de restauratie van het prachtige orgel in de kerk van Lissewege.  Bij één van de grafstenen in de torenmuur konden we naast het funerair symbool van de zandloper, tevens een lugubere, maar zeer realistische tekst aflezen.
Mia Lingier

Sint Kruis verslag van Mia Lingier


Voor Sint Kruis stonden Johan Duyck en Rita Bossuyt klaar om de mensen de primeurs te tonen van de restauratiewerken op het kerkhof van Sint Kruis. Voornamelijk het eerste neogotische graf van de hand van ontwerper J.B. Bethune, dat van de familie Dezitter-Pottevin, kreeg veel aandacht, naast de indrukwekkende stèle in roze zandsteen van "l'enfant de Bruges" Fritz Van de Kerkhove. Het worden pareltjes van Brugse funeraire restauratie. Johan deed, hetgeen nu reeds wereldbekend is in Grafzerkjeskringen, zijn “Duyckske”: bij een grafsteen tegen de grond met een bijna onleesbare tekst toverde Johan een emmer te voorschijn, kieperde hem over de grafplaat, nam een uit het niets verschijnende aftrekker, verwijderde het overtollige water. Gevolg: de tekst was nu veel leesbaarder!
Mia Lingier

Ver Assebroek verslag van Mia Lingier


Ver Assebroek

In Ver Assebroek waren traditiegetrouw Gerard Van Parijs en zijn collega Roger Vandenbussche op post om deze mooie site bij het talrijk opgekomen publiek kenbaar te maken. Bankier Felix Dujardin en andere grootgrondbezitters en adellijke figuren kwamen aan bod, naast gewone en militaire graven. Het groen gaf hier duidelijk een mooi kader aan dit kerkhof. 


Mia Lingier

De Panne: een ooggetuigenverslag een ooggetuigenverslag van Jan Mat


Via het gemeentelijk info-net vernam ik de nocturne op de gemeentelijke begraafplaats van De Panne. Niet alleen Pannenaars maar ook tweede verblijvers en Nederlandse toeristen kwamen de gidsbeurt bijwonen. Na een korte verwelkoming door de cultuurfunctionaris nam de zeer gedreven en gedocumenteerde gids ons op sleeptouw door het fascinerende verhaal van De Pannese begraafplaats. De geschiedenis van De begraafplaats werd gelinkt aan het ontstaan van de gemeente alsook aan de invloed van WO I waarin onze gemeente een belangrijke rol speelde als rust-, vezorgings-, en begraafplaats. Dit bracht ons meteen bij de kenmerken en symboliek van de verschillende militaire zerkjes.

Op de burgerlijke begraafplaats trok de grote verscheidenheid van zerken en informatie op de zerken onze aandacht. Via grafmonumenten, gravures en teksten  kregen we zicht op hoe ook na de dood mensen zich verder blijven onderscheiden van elkaar. Symbolen van arbeid, rijkdom en armoede  vertelden hun eigen verhaal. Gezien De Panne een jonge gemeente is, kon deze makkelijk verduidelijkt worden aan de hand van de verschillende graven van de burgemeesters. Ook de band met de visserij was nooit veraf. Anekdotes maakten alles nog wat sappiger.

De regenachtige frisse avond werd met een zeer gewaardeerd applaus en een hartverwarmend drankje afgesloten. Een wandeling voor herhaling vatbaar…

Jaak Maton

Izegem een impressie van Tom Colpaert


De cultuurdienst van de stad Izegem organiseerde twee wandelingen op de Oude Stedelijke Begraafplaats. Die begraafplaats ligt in Izegem tussen de Roeselaarsestraat (officiële ingang) en de Nederweg. Gids Chris Vanneste begeleidde de wandelingen op een bekwame en vaardige manier. De twee uren vlogen voorbij. Hij nam ons mee naar een zeventigtal graven waarbij de symboliek die op de grafzerken staat en belangrijke personen die op één of andere manier met Izegem verbonden zijn, centraal stonden. De interactie met zijn publiek zorgde voor enkele bijkomende, onderhoudende anekdotes.
Tom Colpaert

Kortrijk: een ooggetuigenverslag verslag van Hugo Depoorter


Om mijn 'ervaring'  met de Sint Janbegraafplaats en hoe ik het ken te situeren: ik ben afkomstig uit de Westhoek, land van kerkhoven en ben er altijd in geïnteresseerd geweest; als kind in de lagere school gingen we er 'op schoolreis'.... Mijn ouders verhuisden naar Kortrijk in 1960, ik was toen 13. Toen rond 1965 drie buurmeisjes van onze leeftijd in de Leie verdronken en een buurjongetje doodgereden werd, leerden wij het 'Sint Janskerkhof' kennen.

(in de volksmond werd het kerkhof door de Kortrijkzanen ook wel 'Bissegem' genoemd; "hij of zij ligt in 'Bissegem'"). Mijn interesse voor kerkhoven of begraafplaatsen alom maakt deelt uit van mijn cultuur en belangstelling voor architectuur. Om het even waar ik ben, stad of dorp, binnen of buitenland ga ik een kerkhof bezoeken. De sfeer kan er ademen. Met veel spijt zie ik de mooie oude zerken, soms echte pareltjes, verdwijnen. Ze maken plaats voor blokken graniet. Veelal ook in kleine dorpen is het kerkhof schitterend erfgoed. Waarom kunnen die oude grafstenen niet bewaard en opnieuw gebruikt worden? Dat de overheid of de gemeente niet alles kan 'bewaren' en betalen is duidelijk, doch er moeten heel wat mensen zijn die graag investeren in een bestaande grafsteen in plaats van een nieuwe en wellicht zal de investering voor restauratie en hergebruik zelfs minder kosten dan een nieuwe steen. Ook zijn er zeker mensen geïnteresseerd in een oude grafzerk van hun ouders, grootouders, familie om het respectvol te bewaren en het een nieuw leven te geven na hun dood.

Ik was lang niet meer naar de Sint Jansbegraafplaats geweest en de advertentie 'week van de begraafplaatsen' lokte mij. Het bijna drie uur durende verblijf vond ik ronduit schitterend. Ik heb er pareltjes van architectuur ontdekt, gekende en minder gekende families gevonden, gezocht of per toeval ontmoet. Het kinderkerkhof is ontroerend ingeplant en de nieuwe zuilen zijn zeer origineel; een creatief rustpunt. Door me te verdiepen ik wat ik zag en las, vergat ik wel het omgevingslawaai. De trein die af en toe voorbijraast past eigenlijk bij de sfeer deze plaats, op reis.., waar naartoe.... Erger is de Meensesteenweg waar op die plaats eigenlijk veel trager zou moeten gereden worden. En dan nog die treiterende brommers die respectloos overal langs passeren. Maar goed, het was heel interessant. De opbouw van het geleid bezoek door Martin Demedts (5400 tot 5410)verdient lof.

Men kan niet alles bekijken, doch alles kwam aan bod: geschiedenis van kerkhoven in het algemeen, de geschiedenis van deze plaats, de evolutie, de families en gekende personen, de architectuur (5411 tot 5428). Heel interessante ervaring voor een zaterdagnamiddag.

Ik ga er zeker meer naartoe dan voorheen om er rustig te ontdekken en te mijmeren. Eens het nieuwe ontmoetingsgebouw af zal zijn, wordt dit een aantrekkelijke, stijlvolle plek. Ik maakte een fotoreeks; het klinkt misschien vreemd doch dit is een interessant onderwerp om te fotograferen. Kortrijk en de inwoners zouden moeten beseffen dat zij met de Sint Janbegraafplaats over een prachtig stukje erfgoed beschikken, echt om te koesteren. Het organiseren van dergelijke geleide bezoeken is hiertoe zeer zinvol. Ook via de culturele pers, stadstijdschriften en sites hier aandacht aan schenken kan de interesse sterk doen toenemen.

Bedankt!!!

Hugo Depoorter, Marke

Oostkamp bezit enkele markante graven verslag van Wim Deneweth


De gidsbeurt nam zijn aanvang aan het ossuarium in de zuidoosthoek van de begraafplaats. De historiek gaat terug tot het kerkhof aan de Sint-Pieterskerk, de ingebruikname van de nieuwe begraafplaats De Warande (1976) en de overbrenging van graven, stoffelijke overschotten en grafmonumenten naar de nieuwe begraafplaats (1986). Enkele grafmonumenten met volkskundige, artistiek historisch opmerkelijke of unieke eigenschappen die niet werden overgebracht, zijn nu te bezichtigen in het lapidarium aan de noordzijde van de kerk.

Met name de praktische methodes van vernieuwing of opruiming van concessies en bijzetting in het ossuarium spraken de belangstellenden aan.

Enkele markante graven, met hun historiek en wetenswaardigheden :

- Gray Croucher, de geestelijke vader van Rikske en Fikske,

- burgerslachtoffers van de Eerste en van de Tweede Wereldoorlog en hun schrijnend verhaal

- grafmonumenten van notabelen en adellijke families, met verwijzing naar de vele kastelen die Oostkamp rijk is,

- Gaston Roelandts, verzetsstrijder gefusilleerd te Rieme in 1943,

- het perk van de geestelijken, met zandgraven voor de kloosterzusters en grafkelders voor de priesters,

- ereperken voor oudstrijders van de Eerste en van de Tweede Wereldoorlog, met enkele lokaal bekende personen,

- Raymond Haesebrouck, de aanduider van de Onbekende Soldaat die aan de Congreskolom in Brussel werd begraven op 11/11/1922.

 

Beschrijving van de begraafplaats is te vinden op http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/87824

Wim Deneweth, Heemkundige Kring Oostkamp

Poperinge De restaurateur aan het werk : verslag van Conny Lambert.


Ontsluiting en opwaardering van het funerair erfgoed ter gelegenheid van de Week van de begraafplaatsen 28 mei-05 juni 2011

De negende editie van de Week van de begraafplaatsen (van 28 mei tot 6 juni 2011) werd in Poperinge gebruikt om het publiek in te lichten over de tweede fase van het ‘Rekhofproject’, een deelproject van het Interregproject Westhoek zonder grenzen, met een looptijd van 2009 tot 2012. 

Enerzijds werd er een kleine tentoonstelling opgezet in het stadsarchief, met een voorstelling van wat er in 2010 tijdens de eerste fase  van dit deelproject werd gerealiseerd: een inventaris met waardebepaling van het funerair erfgoed op de oude begraafplaats aan het Rekhof. Deze databank kan vanaf nu worden geraadpleegd en aangevuld in de leeszaal van het archief.  Aantal bezoekers tussen 28 mei en 6 juni: 29. Verwachting is dat de interesse voor deze databank stelselmatig zal groeien, vooral via mondelinge reclame. Er kwamen in ieder geval al enkel mooie aanvullingen zoals bidprentjes, grafredes en familiefoto’s bij.

Anderzijds kon op zaterdag 28 mei 2011 de renovatie van een van de 1167 graftekens op deze historische begraafplaats gevolgd worden. Het aantal deelnemers op 28 mei was wel ontgoochelend: slechts 5 aanwezigen. Misschien was de timing niet goed: zaterdagvoormiddag vanaf 9u. In ieder geval waren de weinige aanwezigen we heel geïnteresseerd en kregen we achteraf al vragen of de foto’s van de renovatie ergens te bekijken zullen zijn. Door de databank te raadplegen vonden we het grafteken voor het gezin van René Permeke terug: hij was een huisschilder uit Poperinge die een beroemde achterneef had: kunstschilder Constant Permeke. Het betreft een neoklassiek graf van 1921, uitgevoerd in blauwe zerksteen, dat zich voor de renovatie wel in redelijke toestand bevond maar waarvan de grafzerk verzakt was en vooraan gebroken. Dit was veroorzaakt door de druk van een nabije boomwortel. Bovendien was het knielbankje voor de grafzerk, een zeldzaam ornament op deze begraafplaats, gebroken. Een groot deel van schade kon met relatief eenvoudige bewerkingen worden hersteld, wat voor veel graftekens het geval is op voor deze begraafplaats. De demonstratie tijdens deze voormiddag zou dan ook een interessante testcase zijn: wat kan een specialist in een korte tijdspanne effectief uitvoeren? Er werd bewust gekozen voor het herstel van de opvallende schade aan de grafzerk, en niet voor de restauratie van het opschrift op de grafzuil: detailrestauratie is in deze fase van het project minder opportuun.

De renovatie gebeurde door Filip Antheunes uit Krombeke, die een ploeg van 12 medewerkers leidt bij herstelopdrachten op historische begraafplaatsen in zowel binnen– als buitenland. Hij wist op een boeiende manier over zijn bijzondere beroep te vertellen. Hij legde uit hoe verschillende materiaalsoorten telkens een andere aanpak vergen, en hoe het herstellen van een losgeraakte grafzerken een heel andere opdracht is dan het hernieuwen van de opschriften op de grafzuilen. Tevens demonstreerde hij hoe door het toevoegen van hars het voegsel tussen de onderdelen veel langer houdt dan vroeger.
Een eerste belangrijke actie bij de aanpak van dit grafteken was het nivelleren van de zerk met stutten en wiggen, en het voegen van de breuklijn vooraan.
Vervolgens werd het knielbankje gehecht en teruggeplaatst. Tenslotte werden de ingrepen vlak geschuurd en de grafzerk opnieuw gefundeerd.
Het eindresultaat mocht gezien worden. Filip Antheunes wist vanuit zijn praktijkervaring goed in te schatten dat vandalisme en verwaarlozing vaak de belangrijkste bedreigingen zijn voor funerair erfgoed: daarom benadrukte het belang van een goed beheer over de begraafplaats, en raadde hij ook aan om peterschap over de grafmonumenten mogelijk te maken. 

Wie al eens het Rekhof heeft bezocht,  beseft dat er nog veel werk op stapel ligt. De ervaring van deze dag was in ieder geval erg leerzaam voor de uitvoering van het project: met het beschikbare restauratiebudget kan tegen einde 2012 het algemene schadebeeld op de begraafplaats op een zichtbare manier worden verbeterd. Deze opgewaardeerde stedelijke begraafplaats zal op een permanente manier  worden geïntegreerd in de erfgoedwandelroute door de stad.

Op zondag 29 mei 2011 nam de gemeente Beernem voor het eerst deel aan de Europese week van de begraafplaatsen. Hier was een goede reden voor: via een LEADER project (Europees landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling) is voor de begraafplaats rond de kerk Sint-Amandus een opwaarderingplan opgesteld. Naast een inventarisatie, beleidsplan en inrichtingsplan wordt ook aan de ontsluiting gewerkt. Enerzijds is een brochure opgesteld waarin 70 graven aan bod komen met verhalen over wie er begraven ligt, anderzijds vormden de rondleidingen op de begraafplaats hierop een aanvulling met vooral aandacht voor de historiek en symboliek.

De twee rondleidingen waren meteen volzet en de reacties waren heel positief. Gids van dienst was Geert Gruyaert.

Conny Lambert

Roeselare een fotoimpressie


Roeselare mocht op een meer dan fatsoenlijke belangstelling rekenen. Meer dan behoorlijk voor de nieuwe begraafplaats,
overrompelend voor de oude begraafplaats
en iets minder van de begraafplaats van Rumbeke.

Vleteren nam voor de eerste keer deel aan de Week verslag van Veronique De Block


In de Sint-Martinuskerk te Westvleteren werd de website www.begraafplaatsenvleteren.be voorgesteld. Deze geeft een overzicht  van de vijf begraafplaatsen van Vleteren. Er zijn namelijk drie burgerlijke kerkhoven  respectievelijk te Westvleteren, Oostvleteren en Woesten en  twee militaire namelijk de Belgische militaire begraafplaats en de Britse militaire begraafplaats beiden in Westvleteren.

Een vijfigtal bezoekers werden tijdens de twee gidsbeurten genoteerd. Eerst werd een kleine theoretische uitleg gegeven door Dany Titeca hoe je de website maximaal kon benutten. Daarna werden een paar praktijkvoorbeelden gegeven. Deze informatie werd dan aan de realiteit getoetst op de Burgerlijke begraafplaats te Westvleteren onder leiding van Domien Doise. Tenslotte werd een bezoek gebracht aan de Belgische militaire begraafplaats te Westvleteren onder leiding van Dany Titeca.

De Block Veronique