Nieuwsbrief Nr. 6 - juli 2002

Hasselt & Maastricht De afwezigen hadden eens te meer ongelijk


Dit was de eerste maal dat de opkomst tegenviel. Slechts acht fanatiekelingen waren aanwezig op deze tocht die een ganse dag in beslag nam. De afwezigen hadden eens te meer ongelijk.
 
In de voormiddag konden we, onder de leiding van een stadsgids, een rondgang maken op het stemmige “Oud kerkhof” van Hasselt.
 De verantwoordelijken van deze Limburgse stad hebben, met een minimum aan middelen en een maximum aan inzet van deze dodenakker een pareltje gemaakt. Zeker doordat er constant kleine herstellingen gedaan worden aan de grafzerken en omdat de bezoeker, door middel van panelen, een overzicht krijgt van al het moois dat hier te bekijken valt. Men heeft niet alleen oog voor de belangrijke Hasseltse personaliteiten die hier begraven liggen, het moet hier ’s avonds een gezellige bedoening zijn met al die ‘jeneverboeren”, maar zelfs een leek kan kennis maken met de funeraire symboliek en zelfs de fauna en flora komen aan bod.

In de namiddag was Guus Rüsing, regiocoördinator van de Terebinth, onze gids op de begraafplaats van Maastricht.
 Dat deze gedreven man constant bezig is met het zoeken naar pasklare funeraire oplossingen hebben we geweten. Wij Vlamingen die altijd dachten dat bij onze Noorderburen alles “zo veel beter was” op funerair gebied werden door Guus met onze neus op de talrijke problemen gedrukt waar hij hier in de regio en ver daar buiten mee te maken krijgt. Soms klonken zijn verhalen mij bekend in de oren: lokale besturen die niet willen meewerken, begraafplaatsbeheerders die zo maar wat aanmodderen, chaotische situaties waarbij verschillende gezindten zomaar lukraak naast mekaar begraven worden en het aan de laars lappen van alle vigerende reglementen en wetteksten. Daarnaast liet Guus ons een aantal grafmonumenten zien die maken dat, voor veel Nederlanders, de begraafplaats van Maastricht als een “Vlaamse begraafplaats” wordt ervaren.

Nadien werd er nog leuk nagekaart en werden, dankzij de sprankelende geest die Guus Rüsing heet, reeds plannen gemaakt om, in 2003, opnieuw een trip te maken naar onze Noorderburen waarbij Roermond en omgeving aan de beurt komt. De datum ligt praktisch vast en dankzij het enthousiasme van Guus en zijn organisatorisch talent ben ik er reeds van overtuigd dat dit een dag gaat worden die hoog in het vaandel van de Grafzerkjes (tiens we hebben nog geen vlag) zal worden ingeschreven.

Leuk tussendoortje


Zes Grafzerkjes maakten gebruik van de “tip van Philippe” en bezochten het kerkhof van Laken.
Een grote groep van ongeveer 40 personen, het was een organisatie van de V.V.F = Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, maakten de rondleiding mee. Grafzerkje Cecilia Vandervelde gidste op de wijze zoals we dat van haar gewoon zijn. Het viel op dat het voor de meeste van de Grafzerkjes een eerste kennismaking was met dit prachtig kerkhof, waar heel wat bekend volk woont. Misschien dat we volgend jaar een uitstap naar Laken organiseren. Nadien konden we nog, op eigen houtje de crypte bezoeken. Zelfs koningin Fabiola was op de hoogte van het bezoek van de Grafzerkjes en ze stond er op om ons te verwelkomen. Indien we volgend jaar naar Laken trekken met de Grafzerkjes doen we het voor niet minder dan met koningin Paola. Haar betovergrootvader kwamen we reeds tegen op het kerkhof en hij, zijn monument uiteraard, ziet er helemaal niet goed uit. Misschien kan Paola een klein deeltje van haar dotatie spenderen aan het restaureren van dit grafmonument?

Theodoor Verstraete


Op vrijdag 28 juni waren er een zestal Grafzerkjes aanwezig bij de “herinhuldiging” van het monument van Theodoor Vertraete op de begraafplaats Schoonselhof.
Dit was prachtig daar enkel de Grafzerkjes met internetaansluiting, de Praalgrafzerkjes dus, verwittigd waren. Een aantal getroostte zich zelfs nog de moeite om te melden dat het hen speet dat ze niet aanwezig konden zijn wegens de noeste arbeid die zij tijdens een werkdag moeten doen, dit moeten we dan misschien de Grafdelvertjes noemen. In totaal waren er een 25-tal personen aanwezig. De Antwerpse schepen voor begraafplaatsen en zijn kabinetschef vonden het niet interessant genoeg om de plechtigheid met hun aanwezigheid op te fleuren. Zoals de kabinetschef mij mailde “de schepen nog ikzelf kunnen aanwezig zijn”, let op het taalgebruik: “nog”. Hierna de toespraak die ik aan het graf hield en waarin toch de essentie van het hele gebeuren naar voren komt.

“60 jaar na zijn overbrenging van de Kielbegraafplaats naar de begraafplaats Schoonselhof krijgt kunstschilder Theodoor Verstraete waar hij recht op heeft: een waardige laatste rustplaats.
Dit kon door een prachtig voorbeeld van samenwerking tussen de stad Antwerpen en de mensen van de begraafplaats Schoonselhof enerzijds en de hulp van het bedrijfsleven en van privé-initiatief anderzijds.

Vooraleer even dieper in te gaan op hoe dit alles tot stand kwam, is het misschien interessant even de geschiedenis van het monument te overlopen. Bij het overlijden van een belangrijk persoon kwam een stadsbouwmeester, in opdracht van het stadsbestuur, kijken waar de overledene zijn laatste rustplaats zou krijgen. Na het overlijden van Theodoor Verstraete was dit niet anders. Het college van burgemeester en schepenen wees een plekje aan, in de onmiddellijke omgeving van het grafmonument van Hendrik Conscience.
Normaal wordt er dan een wedstrijd uitgeschreven waarbij enkele beeldhouwers de kans krijgen om een ontwerp voor een grafmonument te maken. De Brusselse beeldhouwer, en vriend van Verstraete, Guillaume Charlier had reeds een levensgroot beeld van Verstraete gemaakt en verklaart aan de stad Antwerpen dat hij het standbeeld wil schenken om het als grafmonument te bezigen. Dit voorstel wordt door de gemeenteraad aangenomen. Na rijp overleg beslist de stad Antwerpen echter om het monument in het stadspark op te stellen.
Men komt tot die bevinding omdat het monument van Charlier gedeeltelijk het monument van Hendrik Conscience zou verbergen op de Kielbegraafplaats. Het uiteindelijke grafmonument voor Theodoor Verstraete wordt niet afgedekt met een deksteen, zoals eerder voorzien, maar met een plantenbak, aangeplant met groenblijvende planten. Deze symboliek is onder meer van toepassing om de overledene blijvend te gedenken. De ontgraving en de overbrenging van de stoffelijke resten naar de begraafplaats Schoonselhof vinden plaats op 15 april 1942. De planten werden nooit terug aangebracht. De originele goudkleur van het opschrift op de arduinen sokkel was vervaagd tot een vaal grijze ondergrond. Ook de naam werd foutief aangebracht, er stond Verstraeten in plaats van Verstraete.

Tijdens een van zijn rondleidingen op de begraafplaats Schoonselhof kwam Jacques Buermans in contact met de heer Willy Cornelissens, stuwende kracht achter de VZW Jan Frans Simons.
Deze VZW behartigt de belangen van schilders die ooit actief waren in Brasschaat en omgeving. Een van hen was Verstraete. De heer Cornelissens werd getroffen door de toestand waarin het grafmonument voor Theodoor Verstraete zich bevond en hij vroeg zich af of het niet mogelijk was het monument in zijn originele toestand te herstellen en te onderhouden.

Eerst diende de plantenbak gevuld te worden. De heer Willy Van Bergen, verantwoordelijk voor de technische kant op de begraafplaats Schoonselhof, stelde dat het vullen met grond niet zinvol was wegens de ondoorgrondelijkheid van de plantenbak. Bij hevige regenval zou dit een probleem scheppen. Eén door hem voorgestelde oplossing, het boren van gaten aan de onderzijde van het monument om water door te laten, werd afgewimpeld omdat dit primo, enkel mits toestemming van de nabestaanden kan gebeuren en secundi werd geopteerd om niets te wijzigen aan de oorspronkelijke staat van het monument. Onder de nabestaanden zijn er onder meer enkele die in de Verenigde Staten verblijven. De heer Cornelissens stelde dan voor om het monument gedeeltelijk met Argex op te vullen. De privé-sector droeg letterlijk zijn steentje bij. De opvulling werd mogelijk gemaakt dankzij de firma Argex te Zwijndrecht (Burcht) die het nodige opvulmateriaal aan zeer gunstige voorwaarden leverde. Voor het vervoer van de Argex konden we een beroep doen op de heer François Walschots. De mensen van de administratie van de begraafplaats Schoonselhof stonden de heer Cornelissens met raad en daad bij en de technische mensen van de heer Willy Van Bergen vulden, na de Argexlaag, het monument op met de nodige grond. De heer Willy Cornelissens plantte nadien, zoals de geschiedschrijving over het monument ons leert, groenblijvende struiken en planten aan. De planten werden door zijn ouders ter beschikking gesteld. De naam Theodoor Verstraete en de intussen verdwenen jaartallen van geboorte en overlijden werden terug in de originele goudkleur aangebracht.”

Een kleine, maar fel gesmaakte, receptie vervolledigde het geheel.
 Onze vriend Verstraete zal tevreden zijn geweest. De aanwezigen ook in zoverre dat zelfs werd geopperd om dit op maandelijkse basis te doen onder het moto “Roddelen bij het graf van…”.

Insidejoke Grafschrift voor de heer Rudy D’Hooghe


Zoals u allen wel zult weten krijgen beroemde en belangrijke personen, na het verlaten van dit aardse tranendal, een belangrijke plaats op een begraafplaats. Uiteraard geldt dit ook voor ons Grafzerkje de heer Rudy D’Hooghe, verantwoordelijke voor de Gentse begraafplaatsen. Wat slechts enkelen weten, dit was tot op heden nog top secret, is dat de laatste rustplaats voor de heer D’Hooghe reeds door het Gentse stadsbestuur bij wet vastgelegd werd. Niet in het minst voor al wat hij voor de Gentse begraafplaats betekent (deze zin is gemeend, de rest – u kent mij hopelijk reeds – moet u met een enorme korrel zout én gevoel voor humor nemen). Ik kan u dus nu verklappen dat onze vriend zijn plekje is gereserveerd op zijn geliefde Westerbegraafplaats en dit vlak bij de ingang ter hoogte van de toiletten. Door de stad Gent werd mij gevraagd om een Epitaaf (is niet alleen de naam van een elitair groepje maar betekent ook “grafschrift”) te maken. Ik kwam, met fiere trots, tegemoet aan de wens van de stad Gent en maakte dit Grafschrift voor mijn vriend Rudy:
 
Zelden zo’n gedreven gast gezien.
Eén die zich 100% inzet bovendien.
In alle dingen die hij voor de stad Gent doet.
Kent u er nog een met zoveel moed?
Energiek staat hij aan de top.
Regerend als een geïmporteerde “strop”.
Dank u Rudy voor alles wat je doet.
 
Ik, en dit meen ik echt, hoop dat het nog eeuwen mag duren vooraleer zulk een grafschrift voor Rudy dient bovengehaald te worden. Voor de “meerwaardezoekers”: dit grafschrift rijmt, voor degenen die dit nog niet opmerkten, maar er is nog iets anders. Zoek eens onder “acrostichon” in het woordenboek en u zult begrijpen wat ik bedoel (met dank aan Willem). Voor degenen die willen weten wat de bedoeling achter dit, voor sommigen die niet weten waar het over gaat, “lelijk” woord is verwijs ik naar het volgende “Grafzerkje”.

Grafschrift Leentjebuur gespeeld in het boek DODENAKKERS


Leentjebuur gespeeld in het boek DODENAKKERS, Kerkhoven, begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland, Cees van Raak, De Arbeiderspers Amsterdam 1995, 90 295 3470 2. Opschrift van een zerk in de kerk te Spanbroek:
 
“Hier ligt begraven mijn vrouw Griet.
In den hemel is zij, niet
In de hel
Dat weet ik wel.”
 
Het bijzondere is dat, wanneer de komma wordt weggehaald, Griet plotseling in de hel zit in plaats van in de hemel.
 

Kwisje


Enkele vragen overgenomen van de heren Wim Vlaanderen, uit het blad de Terebinth, en Rindert Brouwer, naar aanleiding van de funeraire Parijsreis.
 
1. Op welke begraafplaats ligt de beroemde televisiehond Rin Tin Tin begraven? (1 punt)
2. Op welke Parijse begraafplaats wappert elke dag de Amerikaanse vlag? (1 punt) En waarom of voor wie? (1 punt)
3. Geef de naam van de oudste, kleinste en minst geopende begraafplaats van Parijs? (1 punt)
4. In Londen kent men, wanneer men over begraafplaatsen spreekt “The Magnificent Seven”. Geef hun namen. (1 punt voor elke correcte naam)
5. Bij welke stad ligt de grootste begraafplaats van Europa? (1 punt) Geef de naam van die begraafplaats? (1 punt)
6. Waar vindt men de laatste rustplaats voor Sigmund Freud, Oostenrijks psychiater? (1 punt)
7. Waar ligt Jim Morrison, Amerikaans zanger van « The Doors » ? (1 punt)
8. Waar ligt Karl Marx, Duits medeschrijver van het Communistisch Manifest ? (1 punt)
9. Waar ligt Igor Stravinsky, Russisch componist ? (1 punt)
10. Waar ligt Richard Tauber, Oostenrijks tenor ? (1 punt)
11. Waar ligt nu Oscar Wilde, Iers estheet en schrijver ? (1 punt)
12. Waar ligt Adolphe Sax, Belgisch uitvinder van de saxofoon ? (1 punt)
13. Waar ligt Guido Gezelle, priester-dichter ? (1 punt)
14. Waar ligt Hergé, geestelijke vader van Kuifje ? (1 punt)
15. Waar ligt La Malibran, zangeres ? Stierf op 28-jarige leeftijd en werd eerst te Manchester begraven. (1 punt)
16. Waar ligt Rosalie Loveling, letterkundige ? (1 punt)
17. Waar ligt Virginie Loveling, letterkundige ? (1 punt).
 
Opmerkingen bij vragen 6 tot en met 17 : De naam van de begraafplaats dient opgeschreven te worden. Dus niet Parijs, wel Montmartre.Niet Antwerpen, wel Schoonselhof.
 
Schiftingsvraag : Bij vraag 5 : Geef de namen van alle personen begraven op deze begraafplaats ? (Grapje). Echte schiftingsvraag : 1. Hoeveel Grafzerkjes behalen 25 op 25 ? 2. Indien niemand 25 op 25 behaald, hoeveel punten heeft de winnaar ?
 
Elke Grafzerkje mag één antwoord insturen, man en vrouw « Grafzerkje » mogen elk hun, liefst niet hetzelfde (schiftingsvraag), antwoord insturen.
 
Oplossingen dienen binnen te zijn ten laatste op 14 september. Slechts één prijs : De winnaar mag gratis deelnemen aan één rondleiding van de Grafzerkjes. Succes.

Anekdote


Zoals sommige Grafzerkjes reeds weten heb ik op de begraafplaats Schoonselhof het grafmonument voor Adolf Dumont overgenomen.
(Kwatongen onder de Grafzerkjes spreken reeds over het “graf van die rijke gids van het Schoonselhof”) Hierna een anekdote en de moeite die daar mee gepaard ging om een mysterie te ontsluieren.

Eind 1996 nam ik de verlopen concessie over. De toenmalige directeur van de begraafplaats, de heer Kuterna, ging ter plaatse kijken en stelde vast dat er een bloemstuk op het graf geplaatst was. Hij vroeg zich af of ik dit had laten bezorgen. Op mijn ontkennend antwoord vroeg hij om de overname met enkele maanden uit te stellen. In maart 1997 werd de overname getekend en werd ik de trotse bezitter van een grafmonument… waar ik zelf niet in begraven mocht worden maar dat ik wel mocht beheren, als een goed huisvader. En dit voor de som van 320 oude Belgische franken. In mei plantte ik viooltjes in de bloembak die zich vooraan het monument bevind. Enkele weken later bleken die verdwenen te zijn en vervangen door rode bloemen! Geen dieven want die getroosten zich niet de moeite om andere bloemen te planten.


Dan startte mijn zoektocht naar de gulle schenker. Eerst dacht ik aan de loge daar Adolf Dumont vrijmetselaar was. Als antwoord op mijn schrijven naar de loge kreeg ik eerst een reactie in de aard van “met welke duistere bedoelingen ik een grafmonument van een logebroeder overnam”. Toen ik hen mijn nobele bedoelingen duidelijk had gemaakt kreeg ik een vriendelijk antwoord, met de vermelding dat zij dit niet geweest waren. Dumont zelf had geen kinderen, dus geen rechtstreekse afstammelingen. In november 1997 had ik weer prijs: een prachtig bloemstuk sierde “mijn” graf. Van toen af zette ik telkens, rond mei, een papier in de bloembak en herhaalde dit, rond 1 november, voor wat het bloemstuk betreft. Telkens verdween het papier en kwamen er, naargelang het seizoen, bloemen of een bloemstuk. Intussen zette ik mijn speurtocht naar nabestaanden voort.

Een anekdote dienaangaande en tevens een bewijs dat, voor de mensen die dit nog niet mochten weten, bij de stad Antwerpen niet iedereen de lessen in klantvriendelijkheid heeft gekregen. Op mijn vraag, bij de Burgerlijke Stand van Antwerpen, naar de overlijdensakten van Adolf Dumont en Margueritte Duggan zegde de vriendelijke juffrouw aan de balie mij vlakaf «als het voor een stamboom is, kunt ge den boom in ». Met deze literaire ontboezemingen bedoelde zij zeker dat het niet mogelijk is om een overlijdensakte te bekomen van iemand die minder dan 100 jaar geleden overleden is. Toch stond het geluk aan mijn zijde. Via een « gunstige wind» vernam ik dat er nog een erfgenaam in leven is. Meer nog : de man van bijna 80 jaar woont in de onmiddellijke nabijheid van de begraafplaats. Ik kreeg van de vriendelijke man allerlei informatie over zijn ouders en grootouders maar op mijn vraag of hij, op geregelde tijdstippen, bloemen legt op het graf van zijn oom kreeg ik een ontkennend antwoord.

Woensdag 13 juni 2001 kreeg het « sprookje » een « happy end ». Ik kreeg een telefoontje. Nee, waarde lezer, niet van een erfgenaam van Adolf Dumont maar van een hovenier. Na van mijn eerste verbazing bekomen te zijn vernam ik dat de man, in opdracht van het Antwerpse OCMW, op geregelde tijdstippen bloemen plant en op één november onze vriend Dumont op een mooi bloempotje vergast. Adolf Dumont, die er warmpjes inzat en zonder kinderen stierf, maakte een aanzienlijk bedrag over aan het OCMW met als tegenprestatie dat die het grafmonument onderhouden, wat ze keurig doen. Spijtig genoeg heeft iemand, met de beste bedoelingen uiteraard, in juni dit jaar aan de hoveniers gezegd dat « de rijke gids van het Schoonselhof » het monument heeft overgenomen. Misschien is dat het einde van een bloementijdperk. Maar ik reken erop dat, indien er geen bloemen meer op « mijn » grafmonument staan op 1 november, de persoon die de hoveniers inlichtte zo goed zal zijn, in hun plaats, een bloemmetje te planten.

Père Lachaise door Rudy Witse


pas hier, pas in de oude wijk, geklemd
tussen de kromgeschoten  straten,
toont zich de dood zoals zij is:
één miljoen gezichten.
 
hier sluit het knekelhuis, soms
een zomerse mondaine, zich rond
het wandelende vee als een winterse jas.
 
ook al ligt alles bloot
de stenen vloeren, opgejut als ware het
het laatste oordeel, de little bang –
hier toch maar last year’s model.
 
hier kleeft haar niet dronken op de huid
maar recht op het gebeente, hier ben ik knokig,
droog, als een bejaarde jezuïet.
 
kijk, hier is de dood:
onwaarschijnlijk nooit ver weg.
 
Grafzerkje Willem Houbrechts heeft vele pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over… Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierboven zijn gedicht “Père Lachaise”. In volgend “Grafzerkje” meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen kunnen een exemplaar bekomen aan 7,5 € te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: [email protected]. Zij moeten de plaat wel zelf komen halen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is.

Kensal Green Gilbert Keith Chesterton


De Grafzerkjes die de trip naar Londen maakten werden in een pub geconfronteerd met een gedicht over… een begraafplaats. Het betrof het gedicht “Paradise by way of Kensal Green” van Gilbert Keith Chesterton. Ik zocht het op en wil het jullie niet onthouden.
 
Before the Roman came to Rye or out to Severn strode,
The rolling English drunkard made the rolling English road.
A reeling road, a rolling road, that rambles round the shire,
And after him the parson ran, the sexton and the squire;
A merry road, a mazy road, and such as we did tread,
The night we went to Birmingham by way of Beachy Head.


I know no harm of Bonaparte and plenty of the Squire,
And for to fight the Frenchman I did not much desire;
But I did bash their baggonets because they came arrayed
To straighten out the crooked road an English drunkard made,
Where you and I went down the lane with ale-mugs in our hands,
The night we went to Glastonbury by way of Goodwin Sands.


His sins they were forgiven him; or why do flowers run
Behind him; and the hedges all strengthening in the Sun?
The wild thing went from left to right and knew not which was which,
But the wild rose was above him when they found him in the ditch.
God pardon us, nor harden us; we did not see so clear,
The night we went to Bannockburn by way of Brighton Pier.


My friends, we will not go again or ape an ancient rage,
Or stretch the folly of our youth to be the shame of age,
But walk with clearer eyes and ears this path that wandereth,
And see undrugged in evening light the decent inn of death;
For there is good news yet to hear and fine things to be seen,
Before we go to Paradise by way of Kensal Green.


Een bereidwillige ziel zorgde voor volgende vertaling. Sommige zinnen konden tweeërlei geïnterpreteerd worden.
 
Voordat de Romeinen Rye bezochten of de Severn overstaken
Bewandelde de zwijmelende Engelse dronkaard het Engelse pad
Een kronkelend pad, een golvend pad, dat slingert door het graafschap.
En achter hem liepen de dominee, de doodgraver en de landjonker.
Een vrolijk pad, een verwarrend pad dat we betraden.
De nacht dat we naar Birmingham vertrokken via Beachy Head.
 
Van Bonaparte weet ik geen kwaad maar ik ken hem wel.
En om de Fransen te bestrijden had ik niet veel zin.
Maar ik vernielde hun bajonetten omdat zij ze opstelden.
Om de op het slechte pad geraakte Engelse dronkaard weer op het rechte pad te brengen.
Het pad dat jij en ik bewandelden met bierkruiken in onze handen.
De nacht dat we naar Glastonbury vetrokken via Goodwin Sands.
 
Zijn zonden werden hem vergeven, waarom anders groeien in zijn spoor de bloemen.
En verstevigen de hagen zich in de zon?
Het wilde ding ging van links naar rechts en wist niet wat wat was.
Maar de wilde roos hing boven hem toen zij hem vonden in de gracht.
God, vergeef ons noch sterk ons, onze blik was niet zo helder.
De nacht dat we naar Bannockburn vertrokken via Brighton Pier.
 
Vrienden, wij willen geen oude sage herhalen of imiteren.
Noch de dwaasheid van onze jeugd overdrijven als zijnde de schande van onze leeftijd.
Maar dit zwervende pad bewandelen met klaardere ogen en oren.
En nuchter in het avondlicht de deftige herberg van de dood aanschouwen.
Want er is goed nieuws te vernemen en fijne dingen te bekijken.
Voordat we naar het Paradijs vertrekken via Kensal Green.
 

Mysterie? Wie lost het op?


Grafzerkje Marie Claire Van der Smissen stelde volgende vraag: rond het Jubelpark te Brussel zou er zich een begraafplaats bevinden. Het zou echt gaan over een gedeelte dat zich binnen het domein van de musea zou bevinden. Kent u die? Ik ken ze niet, zocht het op in het boek over de Brusselse begraafplaatsen van Jacques Notermans en informeerde bij Cecilia Vandervelden. Zonder resultaat. Welk Grafzerkje lost dit mysterie op? Antwoorden naar mij sturen zodat ik de andere Grafzerkjes kan laten meegenieten van de oplossing van dit mysterie.

Voor alle informatie slechts één adres


Jacques Buermans
Frieslandstraat 4 bus 6
2660 HOBOKEN
 
tf + antwoordapp. + fax: 03/829 16 03
E-mail : [email protected]