Nieuwsbrief Nr. 47 - maart 2009

Jaarvergadering Heverlee een nieuwjaarsbijeenkomst om niet te vergeten


Als laatste Vlaams provincie was Vlaams Brabant gastheer om vzw Grafzerkje te vergasten op de nieuwjaarsbijeenkomst. Onze leden Philippe Theys en zijn echtgenote Marie Therèse zochten en vonden parochiecentrum Pakenhof in Heverlee. Daar troffen 23 leden mekaar om 10 uur voor een rondleiding door ons lid Danny Uten. We mochten alweer buitenlandse gasten begroeten want Jeannette Goudsmit en Rindert Brouwer maakten de verplaatsing van Eindhoven.
Danny Uten ging als eerste naar het mausoleum van kanunnik Armand Thiéry. Dit “zonderling genie” zoals hij de man omschreef was een duizendpoot. Hij studeert af als advocaat, wordt priester kanunnik en professor. Thiéry is de grondlegger van bedevaarten naar Lourdes met speciale treinwagons. Architectuur is zijn passie en hij is nauw betrokken bij de bouw van het Leo XIII seminarie in Leuven. Architect was Joris Helleputte, ook politiek actief als volksvertegenwoordiger en minister en voorzitter van de Boerenbond en het Davidsfonds. Door zijn passie in overdreven versieringen raakt Thiéry in conflict met Helleputte en gaat hij in zee met Jozef Piscador. Het uiteindelijke gebouw wijkt zo ver af van de visie van Helleputte dat die met de hele zaak niets te maken wil hebben. Na W. O. I maakt Thiéry van brokstukken een totaal nieuwe vleugel in de Sint-Geertruiabdij. In 1900 start hij met de bouw van een mausoleum uit glazuurtegels. Onderaan liggen Thiéry, zuster Agnes en Marie de Foy. Danny wees ons op een rood, wit, groene krans. Het heeft niets met Italië te maken, zo vertelde hij ons, maar staat voor Lovania, een Leuvense studentenkring, waarvan Thiéry de oprichter was. Vlakbij de “wenende Madonna van La Salette”. Het verwijst naar een verschijning van een wenende Maria die aan twee herderskinderen verscheen in de Frans Alpen in 1846, twaalf jaar voor Lourdes.
  
  
Vandaar allemaal in wagens naar de begraafplaats van de zusters Annunciaten. Hier vertelde Danny ons van Johanna van Frankrijk, niet direct moeders mooiste, de jongste dochter van Louis XI. Zij stichtte, na een mislukt huwelijk, de Annunciaten. Deze orde wijdde zich aan de “tien deugden van Onze-Lieve-Vrouw”, die door onze leden naadloos werden opgezegd (het kan ook zijn dat Danny ze ons vertelde). In een latere periode speelde pastoor De Clerck een rol in deze zustergemeenschap en nog later werd kanunnik Temmerman hoofd van het Heilig-Hartinstituut van Heverlee en wordt zuster Bertille moeder-overste. Zij bleek nogal koppig te zijn er ze werd vervangen door zuster Alfonsine. Danny vertelde hier het verhaal van de “valse” koning Boudewijn die de zuster Annunciaten met een bezoek vereerde. Het bleek een studentengrap te zijn. In het gezelschap studenten bevond zich ook de latere PS-politicus Guy Spitaels. Tijdens de rondleiding versprak Danny zich en hij vernoemde André Cools. Hij vergiste zich gewoon van gangster maar Danny Uten stond er toch op om zich, via deze Nieuwsbrief, voor zijn vergissing te verontschuldigen. Dat de wereld klein is werd hier ook maar eens bewezen: de jonge koning Boudewijn werd vertolkt door een dubbelganger: Hugo Engels en die ligt denkelijk, wordt nog onderzocht, op de begraafplaats van Berchem. 
Terug in de wagen naar het War Cemetery. Hier liggen bijna 1000 slachtoffers, het merendeel afkomstig van het Britse Commonwealth maar ook één Amerikaan en 11 Polen. Opmerkelijk waren een zestal graven voor vrouwelijke militairen. Niet alleen in de verpleging waren die actief maar ook bij de administratie. Deze dames kwamen om in een auto-ongeval. Ook zijn er een aantal gesneuvelden uit W. O. I aanwezig afkomstig van verschillende omliggende gemeenten. Bij het verhaal van Lord Frederic Cambridge, de neef van de Britse koning George, speelde de moderne techniek Danny parten. Hij had het over 30 mei 1940 als overlijdensdatum terwijl alle toehoorders op het graf 15 mei vermeldt zagen staan. Wat bleek: Danny had al zijn informatie in een Excelbestand gestoken en bij onze Lord stond "30    15    05    1940". Bij het overtypen van de informatie stond er plots 30/05 op het papier van Danny. Bij gevechten om Leopoldsburg kwamen veel Coldstream Guards om het leven. Hier vertelde Danny Uten het verhaal van piloot Robert Meiklejohn en navigator Charles Redwood. Hun vliegtuig werd getroffen door hauptman Siegfried Wandam. Meiklejohn slaagde er in om de neus van het Stirlingvliegtuig op te trekken zodat het Limburgse Achel aan een ramp ontsnapte. In Achel werd een herinneringkapel opgericht voor beide helden.
   
  
Als laatste stond begraafplaats “De jacht” geprogrammeerd. Hier gaf Danny wat informatie over burgemeesters Stanislas De Ryck en Frans Cnops. Na een bezoek aan het graf van architect Louis Van Arenberg werd afgesloten bij de graven van ministers Jules de Trooz en Frans Van Mechelen. Danny Uten die met deze rondleiding aan zijn “maidentrip” was mag zeker gelukgewenst te worden met zijn gidsbeurt. Hij sprak duidelijk, wist zijn publiek te boeien met op regelmatige basis een of andere anekdote er tussen te werpen, betrok regelmatig de toehoorders bij de rondleiding en was stevig gedocumenteerd. Proficiat Danny, doe zo verder.
  
Onze An zorgde voor broodjes en verse soep en die werden goed naar binnengespeeld. Er werd al wat gebabbeld en, weer met de wagen, ging het richting rouwcentrum Pues. We werden er ontvangen door de zaakvoerder, de heer Gilbert Pues. Hij wist te vertellen dat zijn grootvader in 1900 met het bedrijf startte. Toen was het beroep feitelijk wagenmaker en zorgde die enkel voor het vervaardigen van de doodskist. De rest, zo wist Gilbert Pues, ons te vertellen was “burenplicht”. Het was de plicht van de buren om iedereen uit te nodigen tot het bijwonen van een begrafenis, het was ook onvoorstelbaar dat een uitnodiging om drager te zijn bij een uitvaart afgewezen werd. Het werd beschouwd als een eer om dit te mogen doen. De vader van de heer Pues schafte zich in 1950 een eerste auto-lijkwagen aan. Wegens de toenemende hulpeloosheid bij de nabestaanden stond het bedrijf die meer en meer bij. Werd de overledene thuis opgebaard of moest hij naar een funerarium? Wordt er begraven of gecremeerd? Is er een wilsbeschikking? Er werden een eerste keer een aantal vragen gesteld aan zaakvoerder Pues en die geraakte stilaan meer en meer op dreef ook al omdat zijn publiek echt geïnteresseerd bleek. Kan moeilijk anders met zulke leden. Gilbert Pues haalde ook het huidige te kort aan crematoria aan met wachttijden tot gevolg en ook de daaruit voortvloeiende problemen omdat bijvoorbeeld in Leuven iemand binnen de zeven dagen begraven dient te worden. De tegenwoordige situatie wordt er ook niet eenvoudiger op zo poneerde Gilbert Pues zeker door de “nieuw samengestelde gezinnen” en de onduidelijkheden inzake het thuisbewaren van urnen. De geboden mogelijkheid om niet meer in een kist hoeven begraven te worden is zeker geen financieel interessante oplossing door de hoge eisen dat aan lijkwaden gesteld wordt. De heer Pues beantwoordde de talrijke vragen en beaamde dat hij het een schandaal vond dat voor “doodsprentjesjagers” alle middelen goed zijn om aan meerdere prentjes van honderdjarigen te geraken. Hij kende zelfs een man die een doodsprentje ging afhalen, naar zijn wagen stapte om een andere anorak aan te trekken en dan terugkwam voor een tweede prentje. Ook worden vaak doodsprentjes uit de handen van zijn personeel gerukt. Zielig toch? Meer dan 90 minuten na aanvang besloot de heer Pues zijn betoog voor een meer dan geïnteresseerd publiek met de wijze woorden van een man die echt met zijn vak begaan is en geen geldwolf is zoals sommige hedendaagse grote ketens: “Eindelijk zou je beter blijven leven”. Een wijsheid. Dan maakte Gilbert ook nog de nodige tijd vrij om ons rond te leiden door zijn bedrijf. Het was verbluffend hoe rein alles hier was maar ook hier ging Gilbert Pues geen enkele vraag uit de weg aangaande behandeling van een overledene. Hij sprak over balsemen, over hoe alle “lekkages” tegen te gaan en over de middelen die men bezigde om de aflijvige er op zijn best te laten uitzien, ook op zijn doodsbed. Heel sereen werd ons zelf de koele ruimte getoond en de drie dames die daar vredig rustten lagen daar heel respectvol opgebaard.
Jacques Buermans

Algemene vergadering 2009


Niet iedereen heeft het geluk met zijn duimen te kunnen draaien, voor sommigen is zwoegen de enige optie. Terwijl de andere Grafzerkjes zich aangenaam bezighielden, stak de tweekoppige kuisploeg de handen uit de mouwen; glazen, kopjes, schoteltjes, borden en messen werden getrakteerd op een schrobbeurt in een bubbelbad.  Ramen werden gelapt, kasten uitgemest. Een ongenadige veegborstel maakte korte metten met de kruimels op de vloer. Spinnen sloegen jankend op de vlucht.
Blijkbaar had de heer Pues een praktische demonstratie gegeven van hoe het er in zijn bedrijf aan toegaat want van de 23 originele gegadigden schoten er na het bezoek maar 16 meer over en die zagen scheel van de dorst.  Aangezien de dorstigen laven een werk van barmhartigheid is waarmee men zijn hemel kan verdienen, werden glazen, kopjes en schoteltjes terug uit de kasten gehaald. Hadden we dat geweten, we hadden begot niet afgewassen.
 
Nu iedereen met vocht voor zijnen of haren neus stond, kon de algemene vergadering in “petit comité” van start gaan. Een nieuw jaar, een nieuw geluid. De voorzitter haalde zijn nieuwjaarsbrief boven. Hij hield het kort, temeer omdat ik gedreigd had buiten een sigaretje te gaan roken, mocht het een toespraak van 2 uren worden. De meest charmante persoonlijkheid van het gezelschap gaf aansluitend tekst en uitleg over de funeraire bezoeken van 2009. Bij het financiële luik van de vergadering werd het spannend en iedereen begon op zijn stoel te wiebelen want de superbelangrijke aanschaf van een “theepot” stond op het spel. Vooral de cruciale vraag of het “ne grote” moest zijn verhitte de gemoederen. En wat gedaan met die fameuze Latijnse inscriptie, moest die er ja of neen opgezet worden ? We geraakten er niet uit. Waarop ik prompt de slappe lach kreeg.  De aankoop van een Latijns woordenboek , dat beurtelings door penningmeester en voorzitter zal gebruikt worden bij de vertaling van aartsmoeilijke Latijnse grafteksten, kon wel op een unanieme goedkeuring rekenen.
 
Alle gekheid op een stokje. Bedankt aan de Vlaams-Brabantse  slachtoffers van dienst die zich belangeloos maanden aan een stuk hadden ingezet. Het was een geslaagde dag.  
 
An Hernalsteen

Koptische begraafplaats Onze leden Agnes Haesendonck en Mark Sweertvaegher in Egypte


Onze leden Agnes Haesendonck en Mark Sweertvaegher bezochten in Egypte een Koptische begraafplaats in de omgeving van Luxor.
                                                  
Het dorpje ligt in de woestijn en bij de rijkste, meest adellijke, familie is het graf gewoon langs de voordeur met een steen er voor.
 
Agnes en Mark laten u mee genieten met hun foto-impressie.
   
   

Lilith Kenis brengt hier weer een passend gedicht


HET WITTE LAKEN
 
Het witte laken
strak en net,
benadrukt het
lege hospitaalbed.
 
Het witte laken onthult
de grote teen met etiket
waar met zwarte stift
de naam is opgezet.
 
Het witte laken
over geest of spook
veroorzaakt menig gil,
jaagt angst aan ook.
 
En toch, is ‘t witte laken,
of ‘t gewaad van Magere Hein
heel “dood”gewoon,
en niets om bang van te zijn.
 
Antwerpen – 08 Mei 2008 – Lilith Kenis
 
Leden die geïnteresseerd zijn in de gedichten van Lilith kunnen een bundeltje bestellen via Lilith Kenis, 03/239 83 36, E-mail: [email protected]

Stichting Funerair Erfgoed Limburg opgericht


Limburg herbergt een schat aan bijzondere begraafplaatsen en graftekens. Sinds kort zet Stichting Funerair Erfgoed Limburg zich in voor het behoud, herstel en de promotie hiervan. De stichting richt haar aandacht niet alleen op de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden van het Limburgse funeraire erfgoed, maar heeft ook aandacht voor de symboliek, genealogie en heraldiek (familiewapens etc.) die zich op gedenktekens bevinden. 
Stichting Funerair Erfgoed Limburg levert advies aan met name beheerders van begraafplaatsen en beleidsambtenaren, maar bijvoorbeeld ook aan plaatselijke belangengroeperingen en heemkundeverenigingen. Daarnaast gaat zij activiteiten organiseren, zoals in het najaar van 2009 een minisymposium over de op handen zijnde veranderingen in de Wet op de Lijkbezorging. Dit vindt plaats in samenwerking met de Monumentenwacht Limburg, die tijdens dit symposium de resultaten van een onderzoek naar Limburgse begraafplaatsen zal presenteren.
 
Het bestuur van Stichting Funerair Erfgoed Limburg bestaat uit Marcel Richter (voorzitter), Guus Rüsing (secretaris) en Lia Selen-Verdellen (penningmeester). Mede dankzij Guus Rüsing heeft Stichting Funerair Erfgoed Limburg veel kennis in huis op het gebied van funeraire cultuur en het behoud en herstel van begraafplaatsen en monumentale graftekens. De stichting werkt bovendien samen met alle partijen die op de een of andere manier met het Limburgse funeraire erfgoed verband houden, evenals met De Terebinth, de landelijke vereniging voor funeraire cultuur (zie www.terebinth.nl).
 
Tijdens het minisymposium dat Stichting Funerair Erfgoed Limburg en de Monumentenwacht Limburg organiseren op een nog te bepalen datum in het najaar van 2009, zal een landelijk bekend  funerair jurist een toelichting geven op de veranderingen in de Wet op de Lijkbezorging die vermoedelijk op 1 juli van dit jaar in werking treden (afhankelijk van de behandeling in de Eerste Kamer). De onderzoeksresultaten die de Monumentenwacht Limburg zal presenteren komen voort uit een inventarisatieonderzoek in het kader van het Jaar van het Religieus Erfgoed dat in 2008 plaatsvond.
 
Stichting Funerair Erfgoed Limburg is ondergebracht bij het Huis voor de Kunsten Limburg in Roermond. Meer informatie kunt u vinden op www.hklimburg.nl/sfel

Boekbesprekingen Ons lid Johan Moeys bezorgde volgende boekbesprekingen


Om te lezen moet je soms veel moeite doen.

Het leuke als je vlakbij een boekenwinkel woont, is dat je weinig moeite moet doen om aan boeken te geraken. Een tijd geleden bestelde ik er twee boeken met funeraire inslag. Wetende dat deze meestal in kleine oplage zijn en dat het dan een beetje kan duren eer ze getraceerd zijn, haalde ik al mijn geduld boven. Dan kreeg ik het bericht dat ze al hun contacten waren afgegaan en dat die boeken niet meer te verkrijgen waren. Dikke pech.

Maar zonder internet gerekend. Ik tik de eerste titel in op Google “1001 ridiculous ways to die”. Tweedehands zijn er nog diverse exemplaren te vinden op E-bay. En nieuw staat hij te koop bij Amazon. De prijs (inclusief verzendkosten) vielen nog mee. Bestel en drie dagen later lag hij te pronken op mijn salontafeltje.
Voor het andere boek, “Ernest Salu, Beeldhouwers-Sculpteurs” nam ik cyberspacegewijs contact op met de uitgever in Brussel. Uiteraard hadden zij er nog enkele exemplaren van liggen. Auto in, op naar de grote stad.

Wat staat er nu in die welbegeerde boeken?
“1001 ridiculous ways to die” is een verzameling beschrijvingen van hoe mensen op soms belachelijke manieren overlijden. Sommigen door hun eigen schuld, anderen door brute pech, verkeerde plaats, verkeerd moment. Zo staat er bijvoorbeeld het verhaal in van de parachutist die zijn sprong wil filmen maar in zijn enthousiasme zijn parachute vergeet. Of de jongeman die zo blij is zijn vriendin na vier maanden terug te zien, haar innig zoent en sterft (omwille van een nog niet bekend hartprobleem).
“Ernest Salu, Beeldhouwers-Sculpteurs” gaat, zoals de titel al doet vermoeden, over Ernest Salu. Het boekje bestaat uit twee bijdragen over funeraire beeldhouwwerken en het geslacht Salu. Verrijkt met een heleboel zwart-witfoto’s uit het atelier. Uniek aan dit boek is de tweetalige opvatting: elke bijdrage staat er zowel in het Nederlands als in het Frans in.

Details:
1001 Ridiculous Ways to Die
David Southweld and Matt Adams
ISBN 978-1-85375-678-8

Ernest Salu: Beeldhouwers-Sculpteurs
Erik de Kuiper et al.
Uitgever: Epitaaf
D/2005/5274/1
Te koop bij: Plaizier, Spoormakerstraat 50, Brussel

Johan Moeys

Levanto uit de startblokken


Een kille middag tijdens het krokusverlof. Op de begraafplaats van Ruggeveld, op het grondgebied van Deurne, zijn een aantal mensen van Levanto bezig.
 
Eindelijk zou ik willen zeggen want het heeft heel wat voeten in de aarde gehad vooraleer zij eindelijk van start konden gaan. Het is bijna twee jaar geleden dat ik voor het eerst contact had met Dirk Lauwers, bedrijfsleider – coördinator, Luc Heirbaut, instructeur van Levanto. Toen stelden zij zich als volgt voor “Wij zijn een door het Vlaamse Gewest erkende sociale werkplaats en werden in het leven geroepen in het kader van de sociale tewerkstelling voor hen die geen hoger secundair onderwijs hebben genoten en die de laatste vijf jaren geen plaats hebben kunnen vinden in het reguliere arbeidscircuit. Onze arbeiders worden deskundig opgeleid in onderhoudstechnieken, conform de regels van Monumentenwacht en worden op de werkvloer bijgestaan door ervaren instructeurs. Zo kunnen ze ingezet worden om hun steentje bij te dragen aan het vrijwaren van ons religieus en cultureel patrimonium”. Dit gesprek had plaats omdat ze hun activiteiten wilden uitbreiden naar onderhoud van grafmonumenten en eens wilden informeren over hoe het verder moest/kon. Levanto legde contacten met de stad Antwerpen en, zeker dankzij afdelingshoofd Hendrik De Bouvre, werd dit bestendigd in een contract om op verschillende Antwerpse begraafplaatsen onderhoudswerken ui te voeren.
 
Ruggeveld kreeg de primeur. Het militair ereperk werd aangepakt. Luc Heirbaut, instructeur, gaf tekst en uitleg: “Het militaire gedeelte hier is voor onze mensen een goede start. Omdat er hier meer dan 400, identieke, graven te onderhouden zijn kon ik hen voordoen hoe zij te werk moesten gaan. Na een tiental monumenten waren de vijf mensen die hier aan de slag zijn er mee weg. De zerken werden manueel gereinigd, opgeschuurd met wit zand en waar dit onvoldoende bleek behandeld met een biologisch product. Momenteel zijn Jean Paul, Abdel en Mohktar bezig met het egaliseren van de aarde rondom de graven. Daarna wordt er nog een controle uitgevoerd, worden losstaande zerken vastgezet, wordt opgevoegd waar nodig en nam ik al stalen om te zien welke verf gebezigd dient te worden. Vroeger werd alles beschilderd met loodverf en dat is nu niet meer mogelijk. Er zal geopteerd worden voor een silicaatverf. Ook het middenstuk van het ereperk dient grondig opgevoegd te worden. Ook het wapenschild van Deurne dient grondig herschilderd te worden”.
 
Voor het werk kunnen de mannen beschikken over een meer dan degelijk stroomaggregaat en een hoge druk die werkt met stoom. Volgende week gaan enkele van de arbeiders naar Berchem om daar het militaire perk onder handen te nemen. “Ze hebben hier al veel opgestoken en ik heb ook al meer en meer zicht op wie voor welk werkje het best in aanmerking komt. De arbeiders die beter uit de voeten kunnen met opvoegwerk en schilderwerk blijven hier in Ruggeveld en de mannen die een eerste reiniging aankunnen gaan naar Berchem”, zo besluit Luc Heirbaut.
 
Als ik zie wat de mensen van Levanto hier deden dan doe ik mijn hoed af. Zeker wanneer ik hun werk vergelijk wat de “professionelen” hebben verknoeid op het militair ereperk van de begraafplaats van Hoboken. Maar ja, daar werd door het district iets te weinig geluisterd naar mensen die het goed voorhebben met begraafplaatsen. De desastreuze gevolgen ervan zijn nu nog altijd zichtbaar.
 
Jacques Buermans.
   

Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief


BLOEM


De bloem begint zich dicht te vouwen
Gaat nachtelijke stilte tegemoet
Ze oefende al op haar afscheidsgroet
De anderen beginnen vast te rouwen


De bloem begint zich dicht te vouwen
De overige flora vormt een stoet
Ze heffen al bedeesd een schuifelvoet
Het troostelbier is al bijtijds gebrouwen


Dan is het tijd en knakt haar tere steel
De anderen verbleken daarbij even
Bedekken haar met wit satijnen stof


Schijn was het breken; zij is zichtbaar heel
En staat versteld van haar herziene leven
Als Helios haar neerplant in De Hof

Anneke Haasnoot 

Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Tante Kato ging op reis en zag het mausoleum van president Assad


Hafez al-Assad * 1930-2000 * Qirdaha, Syrië
Lattakia, sinds 1970 door president Assad uitgebouwd tot Syriës belangrijkste havenstad, ligt in het noorden van het land en een mens gaat er naartoe om enkele Romeinse overblijfselen en de site van Ugarit te zien én om de beroemde “burcht van Saladin” te bezoeken. Voor de rest vind ik Lattakia een inspiratieloze stad maar vanwege de logiesmogelijkheden een handige stop. Als je individueel reist, kom je voor verrassingen te staan als gesloten musea of restauraties. Zo zaten we een dag verloren in Lattakia. De bus naar onze volgende bestemming was voor een dag later vastgelegd. Wat gaan we doen ?

Ik had een krantenknipsel bij over opgravingen door de KUL in Jebleh, iets ten zuiden van Lattakia. Buiten het antieke theater viel er weinig te beleven ... behalve een sandaal die volgens de legende nog aan de voet van Johannes de Doper gezeten had. Pech voor iedereen : de sandaal was niet te zien en volgens een C14-datering had hij in het jaar 900 nog aan iemands voet gezeten. Sterk schoeisel in die tijd !

Wat kunnen we nog doen ? Toen hoorden we dat een busje naar Qirdaha reed. In “De Poorten van Damascus” van Lieve Joris had ik gelezen dat Qirdaha het geboortedorp van de familie Assad was en dat Hafez al-Assad, eens president, speciaal gezorgd had voor zijn geboortedorp. Vader Assad was toen net een jaartje dood en hij was bijgezet in het familiegraf. Zullen we ? Hop het busje op naar die negorij.

In Qirdaha was volstrekt niets te zien behalve huizen met zwarte rouwwimpels en de Na’asahmoskee, een vrij groot mausoleum. Na’asah (of Na’esa) was de naam van de moeder van Hafez al-Assad en de moskee was in haar naam gebouwd. Van de buitenkant herinner ik me hoofdzakelijk dat er bloemenkransen en nog eens bloemenkransen waren. Allemaal op driehoekige staanders en allemaal verdroogd. Er waren ook vrij veel bewakers. Geen militairen maar jonge gasten in hun schoonste kostuum. Schoorvoetend naar binnen, naar de stille, koele ruimte. Dankzij de marmeren vloeren, pilaren en wanden was het er inderdaad aangenaam fris. Centraal en een beetje verzonken het graf van de president. Zoals gebruikelijk in de islam is de eigenlijke tombe in een groen doek gehuld. In een hoek staat het veel hogere graf van zoon Basil, die in 1994 omkwam in een auto-ongeluk. Toen we terug buitenkwamen boden de hippe security-jongemannen ons een kopje koffie aan : letterlijk een bakje troost. Straffe troost. Ook voor die twee vreemde eenden.

Toeristen zie je hier nooit en de gesloten gemeenschap van de Alawieten ziet hier alleen mensen van eenzelfde overtuiging. Voor hen is dit mausoleum, opgedragen aan de stammoeder van de Assads een heilige plek. Wie zijn nu die Alawieten? De sekte, gesticht in de 9de eeuw, is een van de vele afsplitsingen binnenin de sjiïtische islam Zij vereren vooral Ali, de schoonzoon en neef van de Profeet : Ali is de incarnatie van God. In de Alawi-sekte zijn sporen te vinden van het polytheïsme én het christendom. Zij geloven ook in zielsverhuizing en de melkweg is samengesteld uit zieltjes van gelovige Alawieten. Daarom waren zij heel boos toen Armstrong op de maan landde. Een soort heiligschennis. In Syrië zijn enkele honderdduizenden Alawieten en de mannen wisten zich in het leger op te werken en langzaam maar zeker de beste postjes te veroveren.

En de rol van de presidentsfamilie hierin ?
In zo’n sfeer groeide Hafez al-Assad op. Hij werd op zestienjarige leeftijd lid van de pas gestichtte Ba’athpartij en ging naar de militaire academie. Zijn superieuren stuurden hem naar de Sovjet-Unie voor een degelijke training als gevechtspiloot. In 1964 werd hij hoofd van de luchtmacht en twee jaar later minister van defensie. Tijdens de Zesdaagse Oorlog met Israël liet Syrië enkele steken vallen en Assad kwam bij de rest van de regering op een slecht blaadje. Wat doet men in zo’n geval ? Een staatsgreep ! Wat doet men als erfgenaam van een land met een wankel regime ? Dictator spelen ! Assad werd eerste minister in november 1970 en na 4 maanden president “voor het leven”. OK, er zijn verkiezingen, maar het is gebruikelijk dat de president 95 à 99,99 % van de stemmen haalt. Op nationaal vlak tekende het bloedbad van Hama zijn beleid : de oude (en opstandige) stad werd platgegooid en ca. 25.000 burgers kwamen om. Assads internationale politiek kunnen we samenvatten in de Jom Kippoeroorlog met Israël, de bezetting van Libanon en de vijandige houding tegenover Saddam Hoessein, toen nog president van Irak. Beide presidenten waren in hun land hoofd van de Ba’athpartij, een partij opgericht door de christen Michel Aflaq (1912-1989) met het doel de religieuze minderheden te groeperen. Alletwee wilden ze de “numero uno” van de Arabische landen zijn en ze stonden elkaar in de weg. Toch koos Assad de kant van Irak in de Iran-Irakoorlog (1980-1988). Zijn houding keerde in 1991. Ik herinner me nog goed Assads woorden toen Saddam Hoessein Koeweit binnengevallen was en de Verenigde Staten steun zochten bij àlle landen : “The enemy of my enemy is my friend” en Assad was even het vriendje van de Verenigde Staten. Lang heeft die vriendschap niet geduurd. Tot zover in een notendop de carrière van Hafez al-Assad. Hij overleed aan een hartaanval terwijl hij aan de telefoon hing met de president van Libanon en hij werd in militaire stijl begraven. Assad sr werd opgevolgd door zijn jongste zoon Bashar.

Bij leven had Hafez al-Assad zijn oudste zoon Basil (1961-1994) als opvolger aangeduid en getraind. Basil was enorm populair en hield van volbloed arabieren en snelle wagens. Volgens de officiële versie stierf Basil aan het stuur van zijn Mercedes. Er gaan natuurlijk geruchten dat een duister iemand een handje toestak ... altijd goed om iemand de status van martelaar te geven. De jongere Bashar (°1965) vervolmaakte op dat moment zijn studies oogheelkunde in Londen en werd teruggeroepen naar Damascus voor een intensieve militaire en politieke training. Sinds juli 2000 is hij president, da’s inmiddels toch ook al negen jaar.

Ik herinner mij een gesprek met een jonge chauffeur / gids, een ware polyglot die we bij ons eerste bezoek aan Syrië (1997) leerden kennen :
“Is Bashar al-Assad een goede president ?”
“Absoluut. Hij bracht internet naar Syrië.”

De foto is in 2008 genomen door Maartje Houbrechts. Er waren geen bezoekers en er waren geen bloemen. Maar de jongemannen in zwart maatpak serveerden nog altijd een kopje koffie.
 
Tante Kato

Een zeer aangrijpend verhaal Ons lid Jef Van Leeuw stuurde volgend “pakkend” verhaal


BaRT
 
Naar jaarlijkse gewoonte neem ik deel aan de “Oude Ambachten”; hierdoor tracht ik de kloof te overbruggen tussen Jan-met-de-pet en “Den Artiest”.
 
Op twee lange tafels installeer ik op een aanschouwelijke manier de stappen die kunnen gevolgd worden in het proces om een beeld te realiseren. De rode draad is hier “van idee tot afgewerkt product”, dus te beginnen van een schets, vervolgens een boetseerwerkje, dan het mouleren en ten slotte een bronzen beeldje of iets in hout en zeker in steen.  Meestal installeer ik een ruwe grote steen op een beeldhouwersstoel waar ik dan met een puntbeitel brokken afhak; de stukken vliegen in het rond.
 
Iemand stond al een tijdje in het fotoalbum met afbeeldingen van mijn werken te bladeren en uiteindelijk durfde hij het aan een vraag te stellen. Ik stopte met kappen om naar hem te luisteren. Voor mij stond er een iets oudere en gebroken man.  Zijn verhaal ging over zijn ongeveer 20 jarige zoon die hij door een verkeersongeval verloren had. Hij vroeg mij dan ook om een grafmonument te maken, maar dan wel iets waar hij zijn zoon gedeeltelijk kon in terugvinden. Ik voelde dat hij iets probeerde goed te maken, maar wat...?
 
Zijn zoon was een rots in de branding, zo vertelde hij, want hij was het boegbeeld van de plaatselijke jeugdvereniging (dus een zware, losstaande steen). De huiselijke omgeving waarin Bart had geleefd, getuigde van een zeer diepchristelijke ondergrond. De vader vond dat zijn zoon niet dood was, maar eigenlijk voortleefde in zijn gedachten, daarom moest er een tekst in de steen gekapt worden met de letters aan mekaar alsof het leven gewoon verder ging...
 
GODWIJGELOVENUBARTLEEFT
 
Verder Hield de jongen geweldig veel van bloemen en vooral van orchideeën. Natuurlijk mochten de data van geboorte en overlijden zeker niet ontbreken.  De oude man nam afscheid en bedankte mij omdat ik naar zijn verhaal geluisterd had.
 
Eerst heb ik dan een paar schetsen gemaakt als aanknopingspunt, want de man kon zich geen idee vormen over de prijs.  Binnen de statuten van het kerkhof voor wat de afmetingen betreft, heb ik een lichtbeige Brouveliers steen genomen die je een mooi ruw uitzicht kan geven. Door de beitel, aangedreven door de pneumatische hamer, hard tegen de steen aan te drukken en tegelijkertijd wrikbewegingen te maken, bekwam ik het gewenste effect. Het hele oppervlak kreeg hierdoor een monumentaal uitzicht.
 
Het christelijke is weergegeven door het diep ingekerfde kruis langs alle kanten. Hierbij moest ik er natuurlijk wel rekening mee houden dat het water steeds kon weglopen om het stukvriezen te voorkomen. Een tak orchideeën in brons was het lieflijke dat uit die ruwe rots tevoorschijn sproot; hij groeit als het ware uit de steen, met aan het begin drie grote bloeiende bloemen en op het einde van de tak enkele grote ontluikende knoppen, klaar om open te springen, en op het einde enkele kleinere knoppen die nog een beetje moeten wachten. De continuïteit van het leven zat er in verwerkt (zie schets).
 
De tekst werd -zoals was overeengekomen- uitstulpend op de steen ingekapt. De geboorte- en sterfdata plaatste ik in bronzen letters, bescheiden, onderaan op de steen.
 
Bij het plaatsen van het monument wilde de vader verwittigd worden, want hij zou hem ter plekke zetten. Dit was rapper gezegd dan gedaan!  Met zijn drieën en met behulp van bruggen en takels is de steen moeizaam geplaatst. Symbolisch heeft de oude man geholpen en het leek net of hij hierdoor herleefde, want er kwame en glimlach op zijn gelaat. Rond het graf werd er netjes geharkt alsof hij wilde zeggen: “Dit is nu van ons, onzen Bart is terug”. We namen afscheid en ik zag dat het goed was.
Nu nog, drie jaar na de feiten, wordt er dagelijks gereven en planten begoten, want Bart is er nog steeds.  Wat een stuk rots kan uitdrukken...

Jef Van Leeuw

Laatste rustplaats van een icoon Onze secretaris An Hernalsteen stuurde volgende door


JOHN RUSKIN: dichter, kunsttheoreticus en - criticus, sociaal denker, kunstenaar.
Kerkhof van St. Andrew’s church – Coniston - Lake District – Engeland.
 
In Vlaanderen zal de naam John Ruskin bij de meeste mensen de reactie uitlokken van “Wie is dat nu weer, in godsnaam?” Aan de overkant van het Kanaal was hij een monument die met zijn theorieën over, onder andere kunst en architectuur een enorme impact had op het Victoriaanse denken. De invloed van zijn ideeën bleef echter niet beperkt tot Groot-Brittannië. Ook bij ons vonden heel wat Art Nouveau kunstenaars via de “Arts and Crafts Movement” van William Morris inspiratie in de geschriften van John Ruskin. Zelfs Mahatma Gandhi was een fan.
De man, zijn leven, zijn werk.
 
John Ruskin, het enige kind van een wijnhandelaar, hapt voor de eerste maal naar adem te Londen op 8 februari 1819. Na een studieperiode aan het King’s College in zijn geboortestad, vertrekt hij als vrij student naar Oxford waar zijn liefde vooral uitgaat naar de poëzie.
In 1843 verschijnt het eerste deel van zijn “Modern Painters” waarin hij met verve de landschappen van Turner verdedigt. Met de stelling dat de, in het atelier in elkaar geflanste, fantasierijke bravourestukjes van de oude meesters (zoals een Claude Lorrain) totaal corrupt en verwerpelijk zijn, schopt hij heel wat gevestigde namen van de Royal Academy  tegen de schenen.  Kunst moet de natuur zo getrouw mogelijk weergeven, minutieus tot in de kleinste details.  De architectuurtraktaten  “The Seven Lamps of Architecture” en “The Stones of Venice” vestigen definitief zijn naam als kunstkenner.
 
In 1848 huwt hij Effie Gray, een huwelijk dat desastreus zal aflopen want zij zet het op een lopen met de schilder John Everett Millais (iedereen die geïnteresseerd is in de pikante details van deze onfortuinlijke verbintenis, verwijs ik door naar de talrijke biografieën over onze held.)
Eind de jaren 1850 legt John Ruskin zich meer en meer toe op politieke commentaren en ontpopt hij zich als een wilde weldoener en een utopisch socialist avant la lettre. Zo verklaart hij, na de dood van zijn vader, dat het onmogelijk is als socialist rijk te zijn waarop hij een groot deel van zijn erfenis wegschenkt aan liefdadige werken (toen had het begrip socialist blijkbaar nog inhoud).
In 1858 ontmoet hij de toen 10 jarige Rose de la Touche, in 1866 verklaart hij haar zijn liefde en vraagt haar ten huwelijk. Zij twijfelt 4 jaar lang of ze op zijn avances zal ingaan en in 1872 komt dan het verlossende antwoord, het luidt “neen”. Een tijdje later sterft ze.
John Ruskin is van deze gebeurtenissen zodanig “van zijnen melk” dat hij er depressief van wordt. Een geschil met de schilder James Whistler dat uitdraait op een rechtszaak is olie op het vuur. Mentaal gaat hij compleet onderuit.
Zijn laatste levensjaren brengt hij door aan de oevers van “Coniston Water” in zijn landhuis Brantwood waar hij op 20 januari 1900 tengevolge van de griep overlijdt.
Volgens zijn wens wordt hij aan de voet van “the Old Man of Coniston” (een berg) op het kerkhof van St. Andrew’s begraven.
Het ontwerp van het grafmonument, een rijk versierd Anglo-Saksisch kruis, wordt toegeschreven aan zijn vriend, de kunstenaar William Gershom Collingwood (Liverpool 6 augustus 1854- 1 oktober 1932) die op dezelfde begraafplaats werd bijgezet.
Het grafteken in groene leisteen afkomstig uit de nabijgelegen groeve van Tilberthwaite werd gerealiseerd door H.T. Miles. De symboliek verwijst naar persoonlijke gebeurtenissen uit het leven van Ruskin. Zo legt de St. Joris op het graf het verband met de door Ruskin opgerichte liefdadigheidsinstelling “de gilde van St. Joris.
   
    
An Hernalsteen

Gedichtendag op Schoonselhof Ons lid Mieke Versées was aanwezig


Ons lid Mieke Versées was aanwezig op deze gebeurtenis, maakte volgend verslag en bijhorende foto’s.
 
Dit jaar strijkt de gedichtendag ook neer in het kasteel van het Schoonselhof. Poëzie op een begraafplaats, het boeit me. Bij mijn aankomst, met Jacques, blijkt enorm veel pers aanwezig. Nu nog publiek. Michaël Vandenbril opent met een half uur vertraging. Ik tel een 30-tal aanwezigen. 
Eenzame uitvaart: Maarten Inghels, jeugdig initiatiefnemer en dichter, licht het project toe. Met zes andere dichters zorgt hij ervoor dat eenzamen ook nog niet eenzaam sterven. Voor iedere overledene wordt een persoonlijk gedicht geschreven. Info verkrijgen ze via OCMW en begrafenisondernemer. Jaarlijks vinden er 50 eenzame begrafenissen plaats.
 
Joke van Leeuwen, stadsdichteres, brengt dan het gedicht van JVL, initialen uit respect voor de overledene.
 
Voor JVL
 
U heeft geleefd, uw voeten zijn gegroeid,
raakten de aarde aan, tot ze verbaasd om
wat niet wilde op de plankjes van de rolstoel
bleven staan. Uw handen tastten naar uw tas
waarin uw wereld en uw zakdoek zat,
uw ogen naar de man die ooit dichtbij u was,
naar wie u hielpen, naar het licht dat u begroette.
 
Waar u nu ook mag zijn waar u niet bent
we zullen weten dat u heeft geleefd en liefgehad
en dat daar de gordijnen open moeten.
 
Nadien volgt een ontroerend proza van en door Bernard De Wulf en een bijdrage van Starik. Eenzame uitvaart heeft zijn roots in Nederland, Starik bouwde het verder uit.
Tijdens de pauze mag ik mijn knorrende maag stillen met héérlijke minikoeken met koffie.
Na de koffietafel wandelen naar het perk U, voorbehouden aan mensen die geen concessie willen kopen en waar een grafzerk niet verplicht is. Vandaar dat er ook de eenzamen begraven worden. Een emotioneel moment wanneer mijn vriendin een bekende naam ontdekt.
 
We verlaten perk U en ik neem haar mee voor een mini kennismaking van de groten die er rusten. Met slechts één gedicht bleef ik op mijn poëziehonger zitten. Toch vond ik het een boeiende namiddag.
 
Voor wie meer info wil over het project: www.eenzameuitvaart.be of www.eenzameuitvaart.nl indien je daar ook een kijkje wilt nemen.
 
Mieke Versées
Voor alle informatie slechts één adres:
 
Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
telefoon + antwoordapparaat: 03/829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)
GSM: 0494/47 37 46.
E-mail: [email protected]
www.grafzerkje.be