Nieuwsbrief Nr. 45 - november 2008

Turnhout veel drukkers en religieuzen


Op een zonnige zaterdag troffen 17 leden van vzw Grafzerkje mekaar om een bezoek te brengen aan de begraafplaats van Turnhout. We werden opgewacht door mevrouw Croenen, stadsgids, die de rondleiding meer dan voortreffelijk deed. Er werd gestart bij Jozef Lenaerts (één van onze leden gehuwd met ene Jozef Lenaerts schrok zich een hoedje). Het bleek een gemeenteraadslid te zijn die als ingenieur de Turnhoutse vaart liet aanleggen en betrokken was bij de aanleg van het “Bels lijntje”, een spoorweg van Lier naar Tilburg. Een eenvoudig houten kruis op de laatste rustplaats van de familie Schellekens, architect.
Nijveraar de Vicq de Cumptich kreeg een gigantische grafkapel. Daarnaast werden een aantal burgerlijke slachtoffers van beide wereldoorlogen begraven en ook Britse militairen. Jules Taeymans was provinciaal bouwmeester en bestuurder van de academie. Hij renoveerde het kasteel van Turnhout en bouwde de Heilig Hartkerk.
Vlakbij een marmeren blok met gebeeldhouwde buste voor een overleden kind Misonne. Joannes Melis en Walter Schellekens waren vrijwillige brandweerlui die overleden tijdens een brandweeroefening.
Een monument met enorm veel tekst leerde ons dat twee broers Ceulemans stierven met één dag verschil tijdens de Tweede Wereldoorlog. Leonard Biermans was de eerste drukker die we tijdens onze tocht ontmoetten. De grafkapel, prachtig onderhouden, toonde de drukpers en speelkaarten: symbolen van zijn beroepsactiviteit. Iets verder een eenvoudig grafmonument voor Brepols, stichter van de Turnhoutse papierverwerkende nijverheid.
Van Genechten was rechter maar zijn zoon werd drukker. Daarnaast lag Octavia Van Genechten, grootjuffrouw van het begijnhof. De familie van notaris Dierckx – Janssens de Varebeke kreeg een grafkapel.
   
Iets verder het oudste graf van de begraafplaats uit 1816: de Fierlant. Achteraan de oude begraafplaats zagen we verschillende priestergraven.
Jozef Verreet was burgerlijk ingenieur die ontelbare fabrieken bouwde. Hij was eveneens betrokken bij de uitbouw van de haven van Zeebrugge. Zijn moderne grafkapel werd niet door iedereen gesmaakt. Zeker niet omdat het “onding”, dixit enkele Grafzerkjes, zich naast het mooie klassieke grafmonument voor de familie Loyens stond.
nog een graf voor de “Broeders van Liefde”, gelukkig geen flikken, maar de oprichters van een vakschool voor weesjongens, zagen we een graf van ene De Somer. Onze leden deden zich te goed aan de talrijke frambozen die hier voor het grijpen staan.
Daarnaast een graf voor Jezuïeten en de zusters Clarissen. Op een hoek een grafmonument voor dokter Janssen, stichter van “Richter” en van “Janssen Farmaceutica”.
Jozef Simons was schrijver en dichter. Veel werk van hem werd op muziek gezet door Armand Preud’homme. Op het graf Van Ravensteyn treffen we een beeld van Remy Cornelissen aan. In de grafkapel Versteylen – du Four huizen de stichters van drukkerij Brepols.
   
Een eenvoudig zerkje voor Rachel De Wit, verdronken in Turnhout. Het grafmonument dient dringend gerestaureerd te worden want slechte geesten van onze vereniging lazen “dronken in Turnhout”. Renier Snieders was geneesheer en letterkundige. Het “Sniederspad” werd naar hem genoemd omdat op deze Kempische wegen Renier en zijn broer August, woonachtig te Antwerpen, mekaar, “halverwege”, ontmoetten. Een immens prachtig grafmonument is de laatste rustplaats voor notaris Dierckx.
Onze leerrijke tocht eindigde bij drukker du Four, burgemeester en baron vandaar de kleine “d” en bij Stefanus Splichal, boekdrukker. Onderweg zagen we een aantal “bloembakgraven”, iets wat hier in Turnhout in grote getale aanwezig is maar elders bijna onbekend. Nadien werd nog door een groot aantal van de deelnemers nagekaart op een terrasje op de Turnhoutse markt.
  
Jacques Buermans

Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief


(Holy ligt in de vissersplaats ooit-Vlaardingen)
Een logger is een typisch Schevenings of Vlaardingse visersschuit
 
BEGRAAFPLAATS HOLY
 
Een kleine groep liep door de smalle lanen
De vogels zongen in de zomermorgen
Het lichaam toe dat moest worden geborgen
Hun zang bewoog een enkeling tot tranen
 
Het vele groen was paradijselijk
Al in de aula zag ik door de ramen
Een tuinman zich in schoffelen bekwamen
De dood was hier niet naar of ijselijk
 
Na afloop bij de koffie en de cake
Kabbelden mensenstemmen voort als water
Stijlvol, de uitvaart van de hoogbejaarde
 
Bij aankomst in het drukke centrum bleek
Het Loggerfeest te zijn, gevlag, geschater
Hetgeen mijns inziens teveel opzien baarde
 
In drie uur was ik levensschoolverlater
 
Anneke Haasnoot 


Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Sportieve uitstap op Ameland Ons lid Johan Moeys fietste mee met de Terebinth


Ons lid Johan Moeys fietste mee met de door de Terebinth georganiseerde funeraire fietstocht. Met volgend verslag tot gevolg.
 
Onze Nederlandse vrienden van De Terebinth organiseerden op zaterdag 6 september een funeraire fietstocht op Ameland, een van de Waddeneilanden. Vrijdag trok ik al in de namiddag naar Holwerd. Met de bedoeling goed uitgerust aan de uitstap van zaterdag te kunnen beginnen. De vrije tijd zou ik wel doden in het Friese dorpje, waar we zaterdag gingen verzamelen aan de overzet. Wist ik veel dat daar buiten twee hotels en de Gereformeerde Kerk niet meer te zien was. Het dorp is een zakdoek groot, de supermarkt beslaat een kleine woonkamer, en op een uurtje heb je wel alles al wandelend gezien. Wie er naar toe trekt voor het bruisende uitgangsleven is er aan voor de moeite. Wie daarentegen de rust opzoekt zit er aan het juiste adres. Meer dan tijd genoeg om te relaxen, dus. Organisator van dienst was Wim Vlaanderen. Gids Jaap Baarsma met Amelandse roots gaf de nodige uitleg, gekruid met verhalen uit zijn persoonlijke wedervaren. Met zo’n zestien coureurs vertrokken we in Holwerd met de overzet naar Ameland. De gereserveerde fietsen stonden klaar en we konden al snel op pad. Eerste stop aan het standbeeld van de reddingswerkers. Bij nacht en ontij mogen zij met een sloep de zee in om schipbreukelingen te gaan redden. De kustwind zakte weg naarmate we het binnenland infietsten. Bij de begraafplaats van Ballum leerden we dat de familie Cammingha de feitelijke stichters van Ameland zijn, doch het geslacht is in de loop de jaren uitgestorven. Zij probeerden neutraal te blijven op religieus vlak en sponsorden zowel een katholieke als een gereformeerde kerk. Het eiland is namelijk verdeeld in een katholiek deel en een gereformeerd deel, met een vrij strikte scheiding. Kleine gemeenschap, gruwelijke verhalen. Zo was er een vader die naar de kerk ging. De baby bleef buiten in het wiegje liggen. Na de mis vond men de baby verbrand terug. Er was een stuk sigaar in de wieg gevallen. De familie is nadien door de sociale druk naar andere oorden getrokken.
We namen onze middagpauze in Hollum, in hotel De Zwaan. Het verhaal gaat dat het skelet dat men door een glazen tegel in de kelder ziet liggen, de laatste wanbetaler is. Doch dat verklaart de slang en de krokodil ernaast nog niet. Verkwikt zochten we wat verder het kerkhof van de Nederlands Hervormde Kerk op. Omdat er werken bezig waren aan de kerk, had men alle grafstenen het dichtst bij de kerk met houten “doosjes” afgedekt. Ondertussen begon het vrij stevig te regenen. De groep keek op eigen tempo rond. Diverse graven zijn versierd met afbeeldingen van schepen, wat niet echt vreemd is voor eilandbewoners. Toen ondergetekende samen met ne maat het rondje rond de kerk hadden gedaan, bleken de anderen verdwenen. Niet meer op het kerkhof. Zouden ze misschien in de kerk zitten? Toch niet, want alle deuren waren potvast. Ver konden ze niet zijn, want de fietsen stonden er nog. Bizar. Even Wim bellen. Nou, ze zaten in de Nederlands Hervormde Kerk. Jaap had van de koster de toelating gekregen om de kerk te bezoeken, doch om ongewenste pottenkijkers buiten te houden moest hij de deur afsluiten. In de eenvoudige kerk liggen twee afgezanten van de paus begraven.
Op het westpunt had Jaap nog een graf dat hij ons zeker niet wou onthouden. Hij had ons eerder al geschetst hoe een reddingsaktie er uit zag. Een zware kar met een grote sloep op wordt door een span van meerdere paarden de woeste zee ingetrokken. De begeleiders stappen naast en voor de paarden om hen aan te sporen. Bij de reddingspoging van “De Windspiel” ging het echter mis. Het spoor in zee waar de paarden over moesten bleek wel sterk genoeg voor de mensen, doch toen de paarden met de zware lading er over stapten zakte het geheel in. 8 paarden verdronken. Slechts 2 konden gered worden. Dit was een zware slag voor de Amelanders. Zij vroegen en verkregen toestemming om deze paarden op te duiken en te begraven in de duinen, in een eenvoudig monument: het paardengraf. Daarna fietsten we door de mooie natuur verder. Voor een aantal begon het zwaar te wegen. Onze laatste grote stop was Nes. Op de Gemeentelijke Begraafplaats lagen slachtoffers van Wereldoorlog II. Dit ondanks het feit dat er op Ameland geen oorlogsfeiten zijn geweest. Zij zijn allemaal aangespoeld. Gecrashde vliegtuigen, gezonken schepen… Nederlanders, Britten, Nieuw-Zeelanders, Duitsers… Sommigen liggen er nog, anderen werden verscheept naar hun thuisland. Onze plaatselijke gids moest omwille van noodweer (bakken regen) zijn uitleg wat inkorten, zodat we konden schuilen onder dakgoten, takken… De die-hards reden nog wat verder naar de katholieke begraafplaats. En de super die-hards fietsten onder begeleiding van Jaap naar de “verborgen” begraafplaats. Hier stond vroeger een kerk, en er is al veel verdwenen. Vanuit het graf kwam her en der het belerende protestantse vingertje nog naar boven. Grafschriften om je te laten herinneren dat je later ook dood zal gaan. Niet vergeten! “Gij die mijn grafschrift leest, waak en bid, ook uw einde nadert spoedig.” “Gelukkig hij die het uur van zijnen dood altijd voor ogen heeft en zich dagelijks tot het sterven bereidt.”
Voor de meesten was de energie nu wel helemaal op. Een laatste krachtinspanning naar de veerboot, fietsen inleveren en dan bekomen op de overzet.  Het enthousiasme was zo groot dat er contacten gelegd zijn met de plaatselijke toeristische dienst om van deze fietstocht een vaste tocht te maken.

Een laatste grafschrift om te besluiten, zo eentje die de geest van De Terebinth en Grafzerkje wat uitdraagt:
 “Sterveling, ga naar de graven, zij zijn scholen, waar men ootmoed leert.”

Johan Moeys

Lilith Kenis brengt hier weer een passend gedicht


Ascension
 
Het is de stilte.
De stilte die me treft
en in die stilte
de afwezigheid.
Afwezigheid van gevoel.
Geen verdriet, gemis
of eenzaamheid,
maar evenmin verlossing,
noch opluchting,
of toch...
één gevoel.
Blijdschap.
Om hààr verlossing,
uit alles wat ze moe was.
De pijn, de aftakeling, de opsluiting
binnen haar eigen angsten.
Nu vrijer dan ooit, kan ze
– waar ze als kind
al van droomde –
vliegen, zeilen, zweven.
Hoger, hoger steeds
tot ze uit ’t zicht verdwijnt.
Een stip slechts aan de hemel
Alleen opgemerkt door
hem die op haar neerkijkt.
 
Lilith Kenis
Antwerpen – 6 April 2003
 
Leden die geïnteresseerd zijn in de gedichten van Lilith kunnen een bundeltje bestellen via Lilith Kenis, 03/239 83 36, E-mail: [email protected]

Bordeaux en omgeving Onze leden Vera Engelen en Christiaan Ketele trokken naar Frankrijk


Onze leden Vera Engelen en Christiaan Ketele trokken naar Frankrijk. Hierbij de neerslag van hun wedervaren.
De zeer mooie begraafplaats van Bordeaux.
Bordaux. Zeker een mooie begraafplaats maar ook een ZEER strenge: het was onmogelijk om met het fotoapparaat binnen te geraken want dat is ten strengste verboden. Gelukkig had Vera haar toestel dat nog een oud spiegelreflex toestel is in de hand en wist men gelukkig nog niet van het bestaan van een digitaal toestel. Tweede wat verboden was heeft er toe bij gedragen dat men helemaal afgeleid was: er mogen geen honden binnen op de begraafplaats. Daar we Mirte (JB: de hond van Vera & Christiaan) mee op reis hadden wil dit  zeggen dat we enkel om beurt de begraafplaats konden bezoeken en de camera van Vera heel duidelijk aan elkaar doorgaven wat de twee portiers duidelijk op hun gemak stelde. Wat de beide heren niet door hadden was dat ik de digitale camera gewoon op zak had en toch enkele foto's genomen heb van achter de stele van enkele grotere monumenten.
 
Wat je veel zag is ijzerenraamwerken die waarschijnlijk bedoeld waren om kransen aan te op te hangen, ook enkele die de illusie gaven van een soort dak maar dan open en nooit de bedoeling hebben gehad om met glas afgedicht te zijn. (zoals in Brugge) Mooi waren ook enkele monumenten die geheel gemaakt zijn uit zink, heel kunstig bewerkt met ornamenten en moluren. 
   
Veel tempel(tjes) voor al ook in de vorm van kerken (heel gotisch) er was er zelfs een bij waar nog 4 heel oude kerkstoelen in stonden geheel bestoft en half vergaan. 
   
Veel grafzerken zijn gemaakt uit zandsteen, slechts enkele uit arduin (hardsteen). Even nog de naam van de begraafplaats Cimetière de la Chartreuse, mooi maar zeer streng, onze Mirte mocht zelfs niet in de inrijpoort van de begraafplaats liggen wachten voor wat koelte.

We hebben ook nog getracht twee andere begraafplaatsen te bezoeken maar daar vingen we bot. Gewoon gesloten geen uitleg bel of dergelijke, het eerste was twee straten verder in de rue Chevalier of aan de andere kant de rue Judaique daar was de Protestantse begraafplaats. Je kan helemaal niets zien van op straat alles is ommuurd ongeveer 3m hoog. Dan maar naar het Joods kerkhof in de Court de L'yser daar kregen wij van hetzelfde laken een broek: alles pot toe.
Later bezochten we de kleine dorpsbegraafplaats in het dorpje Le Temple, zoals in al die klein dorpen net op de rand van de oorspronkelijke dorpskom. Zoals je zal zien ook op deze begraafplaats en op nog vele andere zie je hier weer de mooie met zink bewerkte grafzerken, gebogen afdaken en heel mooi bewerkt. Ook de gietijzeren kruisen waren goed vertegenwoordigd. De begraafplaatsen hebben niet echt veel heel oude zerken en als er waren werden zij gebruikt als wegbedekking. Soms zie je de resten liggen van lang vergane zerken, zonder aandacht ergens achteraan in een hoek bij elkaar. De laatste getuigen van een lang vervlogen tijd. De nieuwbouw op de begraaf plaatsen is echt heel smakeloos, grote dozen boven de grond in de lelijkste granietsoorten die je kan verdenken. Dit hebben we op alle begraafplaatsen gezien die wij bezocht hebben, een spijtige tendens. En zoals je alleen in de warmere streken kan tegenkomen zie je zeer regelmatig hagedissen zonnen op de warme steen.

Allerheiligen Ons lid Mathilde Goelen kruipt in haar pen


Het wordt zo stil aan traditie: rond één november kruipt ons lid Matilde Goelen in haar pen om ons deelgenoot te maken van haar gedachten rond deze periode:
 
Allerheiligen
 
Nabestaanden staan voor het graf
de rustplaats van hun dierbaren
hebben een bloempje meegebracht
staan verweest met al hun vragen
 
hoe zou het aan de overkant zijn
kun je na de dood jezelf nog zijn
zie je daar al je vrienden weer
is er droefenis of is er vree
 
door de mensen wordt wel eens gezegd
dat na de dood alles is beslecht
doch als de ziel het lichaam verlaat
vangt het derde leven voor ons aan.
 
Mathilde

Victor Driessens verjongingskuur na restauratie ?


   
“Dat wisten we toch al” hoor ik jullie zeggen. Inderdaad. Op woensdag 31 januari 2007 werd het grafmonument voor Victor Driessens, stichter van het Nederlandstalig toneel, plechtig heringehuldigd nadat het gerestaureerd werd dankzij Carlos Vanhecke. (zie ook Nieuwsbrief 34) Daar gaat het niet over, wel over het volgende.
 
Eind september kreeg ik een mailtje van iemand die aandachtig www.schoonselhof.be gelezen had en opmerkte: Geachte, U vermeldt in uw artikel over Victor Driessens dat hij geboren zou zijn in 1821. Alle bronnen, die ik daarover geraadpleegd heb, spreken over 1820. Is er een de verklaring van deze afwijking? Voor de rest: van harte gefeliciteerd met uw website! Niks dan lof daarvoor!
In eerste instantie ging ik eens kijken naar het grafmonument en zag “geboren den 6 mei 1821” maar om zeker te spelen toog ik enkele dagen later naar het AMVC (Archief en Museum voor Vlaams Cultuurleven) om daar de doodsbrief van Victor Driessens eens op te snorren. Wat bleek: de man had volkomen gelijk want Victor Driessens werd geboren in 1820. Hoe kon dat toch vroeg ik me af? Na enige tijd vond ik foto’s van voor de restauratie en wat bleek: het laatste cijfer ontbrak al geruime tijd. Wat gebeurde er dan omdat er nu 1821 op staat? Ofwel heeft de restaurateur gekeken in de fiche op de begraafplaats waar bij het overlijden staat “64 jaar oud”. Ofwel heeft hij niet goed gerekend. Op de doodsbrief van Victor Driessens staat namelijk overleden op 4 april 1885 in den ouderdom van 64 jaren, 10 maanden en 29 dagen. Mits enig rekenwerk komt men uit op … 6 mei 1820.
Ik denk dat ik geen stappen ga ondernemen om het jaartal correct te krijgen. De huidige toestand levert nu een bijkomende anekdote op voor tijdens mijn rondleidingen.
 
Jacques Buermans.

Allerzielen Ons lid Louis Van Dijck stuurde naar jaarlijkse gewoonte zijn bijdrage rond deze periode


De rijen graven lopen als jaarringen in elkaar over: de doden van 1998, 1999 enz. …. tot 2008.
In een lage herfstzon vegen mannen deze blaadjes op de zand- en mospaden bijeen. Er staat een frisse wind, al is “staan” het laatste wat de wind doet.
Een vrouw schrobt geknield een arduinen plaat. Ik praat even met een bejaarde dame, terwijl ze hier en daar een afgevallen blad neemt van de grafsteen van haar echtgenoot. Ze doet dat met dezelfde zorg waarmee ze wellicht vroeger een stofje van zijn jas wegplukte. Wat tussen 2 mensen gegroeid is, dampt niet zo maar weg met de dood.
Ik rijd langs meerdere kerkhoven en beland zo in Doel. Op deze kaart zie je de kerk aldaar met nog “een streep” kerkhof erbij. Veel zal er niet meer begraven worden nu de geleidelijke leegloop van het dorp op een dramatisch punt is gekomen. De havenuitbreiding houdt hier lelijk huis!!!
In 1998 telde Doel 645 inwoners. Op 1/1/2007 nog 216. De kerk werd in 1997 gerestaureerd; kostprijs 38 miljoen Bf. Begin 1998 vernam pastoor Verstraete dat de toekomst er voorzijn parochie barslecht uitzag. De pastorie staat nu leeg, net als de school, de bibliotheek en veel huizen.
Eind 2006 is de pastoor overleden, 76 jaar oud. In maart ’66 poseerde hij nog op de dorpel van de pastorie, met onder zijn arm de piepschuimen doos waarin zijn warme maaltijd stak. Ik kan het niet laten een afdruk van die foto hierbij te voegen. Een heel breekbaar, bijna porseleinen ventje. Hij kwam regelmatig bij iedereen, krakers en zigeuners inbegrepen. Da mensen vonden hem schattig! Omdat hij al zo ziek was, deed hij zijn bezoeken met zijn driewieler. Pastoor Verstraete heeft veel afgezien.
 
Bij een sterfbed kan je uren praten en uren zwijgen; een glimlach, een knipoog, een handdruk en zelfs een traan, vertellen veel.
Robert Long maakte destijds een liedje “voor als ik er niet meer ben”.
“… je mag natuurlijk een traantje laten
dat vind ik ergens ook wel weer een kompliment
Maar niet te lang dan, want je weet: het zal niet baten,
Wie overleden is, die blijft dat tot het eind …”
 
Wie zei ook weer:
“misschien is het goed sterven in de herfst
wanneer de nacht het dichts is en de dag het verst …”?
 
Allerzielen 2008
 
Louis Van Dijck, ook alle foto's

De Westhoek Ons lid Marlleen Bruynseels ging mee naar de Westhoek en maakte een keurig verslag


Onder een stralend blauwe hemel bezochten we op 11 oktober met een dertigtal geïnteresseerden van vzw Grafzerkje de begraafplaatsen van “Den Grooten Oorlog” in de Westhoek. Georganiseerd door ons aller Jacques, ter plaatse gegidst door Dominiek Dendooven. Een zeer indrukwekkende zaterdag, waarvan iedereen met gemengde gevoelens van terugkeerde. Want hoewel het lang geleden is, en onze interesse voornamelijk monumentaal gericht, dompelde Dominiek ons toch in onze vaderlandse geschiedenis. En werden we geconfronteerd met de menselijke kant van deze oorlog. Ook al mede door de – dikwijls schrijnende – teksten die de nabestaanden op de gedenktekens van hun jonge krijgers plaatsten. Maar ook door de “levendigheid” van de verschillende begraafplaatsen zelf.  Generaties verder zijn deze gesneuvelden nog altijd niet vergeten, worden er nog reizen en uitstapjes ingericht met het doel de gesneuvelden dikwijls persoonlijk te herdenken. Onder de tonen van een massaal bijgewoonde Last Post in Ieper werden we allemaal weer ontroerd door de impact die deze oorlog op de toekomst nog altijd heeft.

Onze uitstap begon in het museum Flanders Field in Ieper. Hier kregen we een naamkaartje van één van de soldaten en konden  we doorheen het museum zijn voetspoor volgen.  Mijn strijder was Louis Bruynseels, een naamgenoot nog wel. Hij werd opgeroepen in 1917 en als brancardier in 1918 zelf gewond. Zijn rechtervoet werd geamputeerd, en in 1919 zijn hele rechterbeen. “Groot Oorlogsinvalide” Bruynseels stierf in Nijlen in augustus 1951 op 58-jarige leeftijd. Zo krijgt heel het oorlogsgebeuren wel een persoonlijk tintje. Het hele museum confronteert ons met het verleden, maar geeft ons door al zijn persoonlijke herinneringen en getuigenissen ook een andere kijk op de toekomst. Het laat ons ook de talloze sites in de frontstreek met andere ogen bekijken.
   
   
Op de gemeentelijke begraafplaats in Ieper vinden we enkele prachtige voorbeelden van funeraire kunst, onder andere de afgeknotte boom met de mooie tekst ter nagedachtenis van Julia, echtgenote van H. Thorn is mij bijgebleven. Daar trok Dominiek onze aandacht ook naar de teksten die op de grafstenen van de gesneuvelden aangebracht waren. Het enige persoonlijke dat de nabestaanden aan het monument mochten toevoegen. “Love conquers all things” – “No morning dawn, no night returns, but we remember”.  Het maakt wel degelijk indruk….
   
  
We rijden langs de franse begraafplaats St.Charles de Potyze en vernemen van onze gids dat de fransen veel minder begaan zijn met de identiteit van de gesneuvelden, en dit in tegenstelling tot de Engelsen. Het massagraf waarin 600 onbekende soldaten rusten wordt versierd met een Bretoens kruis met piëta van de beeldhouwer J. Freour. 
  
Onze volgende halte is Zonnebeke, met zijn grafkelder op de gemeentelijke begraafplaats.  Een kort bezoek vooraleer we naar Tyne Cot rijden. Dat is wel een van de meest bekende begraafplaats van de Commonwealth. Indrukwekkend, hier liggen ongeveer 12.000 doden samen van de omliggende slagvelden.  Het Tyne Cot Memorial geeft het vervolg van de namen op de Ieperse Menenpoort. Is het toevallig dat zoveel van de bezoekende jeugd ook engelstalig is? 
  
   
  
Onderweg naar onze laatste begraafplaats wordt onze aandacht nog getrokken op het Canadees Monument “The Brooding Soldier” bij Sint Juliaan dat werd opgericht ter herinnering aan  de 20.000 doden van de 1ste Canadese  Divisie die sneuvelden in 1915. Het stelt een treurende soldaat voor, de handen rustend op de kolf van zijn geweer.
   
   
Nog eventjes binnenspringen in”De Koornbloem” voor een drankje en een plaske en we gaan weer verder op tocht. 

Onze laatste halte is Langemark, het sombere “Deutscher Soldatenfriedhof”.  De vier bronzen soldatenfiguren van Emil Krieger geven een aparte toets aan deze indrukwekkende begraafplaats. De zware basaltstenen kruisjes, gegroepeerd in groepjes van drie, laten een diepe indruk na. Hier rusten meer dan 44.000 soldaten, waarvan ongeveer 25.000 in een massagraf.  In de herfst vallen de bladeren van de eikenbomen en bedekken de gesneuvelden…  De tonen van een doedelzakspeler klinken vol heimwee en verdriet.
   
   
Indrukwekkende dag.  Maar we hebben meer gedaan dan getreurd alleen.  Onze tocht levert mooie foto’s op, die je kunt bekijken op de website van Peter van Deutekom.  www.doodstill.nl. Ook al  iets om stil van te worden, maar vooral om te genieten van de prachtige opnames. 

Na een gezellige maaltijd op de markt in Ieper is het tijd om de Last Post bij te wonen.
Een groep Engelse studenten waarbij we staan leert ons dat dit in het Verenigd Koninkrijk verplicht onderdeel van de vaderlandse geschiedenis is. Een nadenkertje. We kunnen wel alles horen, zien is er niet bij. Er staat een massa volk vandaag….

Erik brengt ons met zijn bus terug naar huis.  Daar is hij erg goed in… 
 
Jacques deelt ons mee dat er volgend jaar geen gezamenlijke uitstapjes op het programma staan. Dus niet meer naar Parijs, geen Westhoek meer. Wij vinden dat alleszins spijtig, maar kunnen zijn gedachtengang wel volgen. We zullen dan wat meer den trein of ons eigen vervoer moeten nemen hé. Misschien terug afspraak in 2010? Laat ons hopen.

In ieder geval was deze uitstap weer meer dan geslaagd. 
Met dank aan Dominiek Dendooven en Jacques Buermans.

Marleen Bruynseels
Alle foto's Marc Coremans

TREURNIS Anneke Haasnoot hoorde van het bezoek aan de Westhoek en zorgde voor een aangepast gedicht


Westhoek; vergeten land
Waar de poëten wonen
Samen met hun demonen
Stikkend in ’t Vlaamse zand
 
Stemmen van Brussels kant
Met zangerige tonen
Zingen van doornenkronen
Terwijl het kruis fel brandt
 
De IJzer is hun Eufraat
Een Tigris stroomt er niet
De Hof kent men van horen
 
En zeggen, niet van zien
Daar waar Gezelle blaat
En zoetgevooisde praat
 
Zich wegen baant misschien
Naar een verlichte staat.
 
Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Tante Kato ging op reis en zag de gisant van Aliénor d’Aquitaine


“Fontevraud, waar Engelse koningen thuis zijn”. De abdij van Fontevraud ligt drie kilometer ten zuiden van de Franse koninklijke stroom Loire, meestal in één adem genoemd met zijn kastelen. In deze abdij liggen enkele grote namen uit de Engelse geschiedenis begraven. Om dit stukje niet te zwaar te maken beperk ik mij tot spilfiguur Aliénor d’Aquitaine en geef ik slechts een summiere opsomming van de anderen. Aliénor d’Aquitaine was een adellijke dame die twee maal koningin werd. Eerst van Frankrijk en na haar echtscheiding van Engeland. Wie doet het haar na ? Een Duits troubadour bezong Aliénor “Al was de hele wereld van mij, van de zee tot de Rijn, ik zou alles weggeven als de Engelse koningin voor één dag de mijne kon zijn”. (Vrij vertaald door ondergetekende) 
Als kind al was Aliénor d’Aquitaine erfgename van het zuidwesten van het huidige Frankrijk. Een geschikte bruid voor Louis le Jeune, de kroonprins van Frankrijk. Daarmee konden haar gronden bij die van het kleine koninkrijk Frankrijk gevoegd worden. De jongeren (zij zeventien, hij zestien) trouwden met grote sier in Bordeaux en datzelfde jaar werd haar man gekroond tot Louis VII. Er werden twee dochters geboren en geen mannelijke erfgenaam. In 1152 werd de scheiding uitgesproken en Aliénor was weg met haar gronden en kastelen en werd terug de meest gegeerde partij van West-Europa. Frankrijk was nu weer een heel stuk kleiner en recht evenredig zwakker. Politiek gezien was het geen slecht idee als Aliénors immense gebied bij Engeland kwam. Zo geschiedde. Acht weken na haar Franse echtscheiding trouwde Aliénor met de dertien jaar jongere Henri Plantagenêt, die in 1154 een nieuwe dynastie op de Engelse troon bracht. Plantagenêt is afgeleid van planta genista, Latijn voor bremtwijgje, hun insigne. King Henry II en Queen Eleanor spendeerden meer tijd in hun cultureel meer hoogstaande thuisland Frankrijk. Als u zich afvraagt waarom ik de schrijfwijzes Henri / Henry en Aliénor / Eleanor door elkaar gebruik : de eerste moet men op zijn Frans uitspreken en de tweede is de Engelse schrijfwijze en uitspraak. Het huwelijk van Aliénor en Henri was bijzonder vruchtbaar : vijf zonen en drie dochters. De meest bekende zonen zijn Richard Leeuwenhart en Jan zonder Land, twee strijdende broers die we allemaal kennen uit jeugdboeken en televisieseries als Ivanhoe en Robin Hood. Enfin, we hoorden over de zwaar overdreven heldhaftige, maar immer afwezige koning Richard, want die streed in het Heilig Land voor de goede zaak. Zijn op de kroon azende valsaard van een broer Jan zonder Land kregen we wél te zien.

Aliénor, tien keer moeder, haar laatste bevalling op zesenveertigjarige leeftijd ... reisde de toen bekende wereld af en had het hard te verduren met haar brutale tweede echtgenoot. Die gooide haar gedurende zestien jaar de gevangenis in om met zijn lieven de bloemetjes buiten te zetten. Aliénor, een taaie tante en gewoon zich te mengen met de politieke aangelegenheden, trok zich uiteindelijk vaker terug in de abdij van Fontevraud waar ze in 1204 op vierentachtigjarige leeftijd overleed. Ik durf koninginmoeder Aliénor te vergelijken met de latere Queen Victoria. Beider kinderen en kleinkinderen zwermden uit over de Europese vorstenhuizen, trouwden en zorgden voor de voortplanting. Nazaten van Aliénor werden koningin van Castillië, Frankrijk, Schotland, Sicilië en het Heilig Roomse Rijk. Ik heb er de afstamming van de huidige Britse koningin op nageslagen en inderdaad de majesteiten Victoria en Elizabeth II stammen in rechtstreekse lijn af van Aliénor.

Fontevraud wordt vanwege de koninklijke graven “Le Saint-Denis des Plantagenêts” genoemd. De eerste abdij dateert van 1101 en een tante van Henri II was er abdis. Het klinkt misschien raar dat de abdij gemengd -maar mannen en vrouwen netjes gescheiden- was en dat aan het hoofd een abdis stond. Geëmancipeerde middeleeuwen. In de 12de eeuw verbleven er tot 600 adellijke dames en heren en werd er wel eens ambras gemaakt. De koninklijke necropolis vindt men in de romaanse Sainte-Marie abdijkerk. Centraal staan vier gekroonde gisants, elk een meesterwerk van funeraire kunst : Koningin Aliénor rust op een rood praalbed en heeft een gebedenboek in de handen. De twee andere polychrome stenen gisants van de 12de-13de eeuw zijn die van gemaal Henri (1133-1189) met zwaard in de rechterhand en lievelingszoon Richard (1157-1199). De vierde is de houten gisant van schoondochter Isabelle d’Angoulême (1186-1246), tweede vrouw van Jan zonder Land (1166-1216). Deze vier roodblauwe gisants waren de echte graven maar tijdens de Franse Revolutie werden de lichamen opgegraven en de beenderen in ‘t rond gestrooid. Enfin, dat wordt gezegd. Met de abdij verging het slecht : vanaf 1817 en dat gedurende bijna 150 jaar was het een gevangenis. Ook dàn gemengd maar goed gescheiden. Op het hoogtepunt verbleven er 1.600 gevangenen. De abdijkerk zelf maakte deel uit van de gevangenis en de eeuwenoude gisants werden naar een of andere lege hoek verhuisd. Midden 19de eeuw werden ze naar Parijs vervoerd om herschilderd te worden. De Britten hebben er bij de Fransen op aangedrongen de gisants naar Westminster te verhuizen, iets wat Napoleon III in 1866 wel wou doen, maar na fel protest bleven ze in Frankrijk. Het feit dat de abdij als gevangenis gebruikt werd, was eigenlijk de redding van de ruïne. In 1963 begonnen de restauratiewerken; de laatste gevangenen werden ervoor aan het werk gezet. De abdij werd met respect voor het oorspronkelijke gebouw ingericht als cultureel centrum. De lege gisants staan nu terug op hun originele plaats. Voor de goede orde moet ik nog vermelden dat Joan (1164-1199), de jongste dochter van Aliénor en koningin van Sicilië, hier eveneens begraven werd maar haar lichaam is nooit gevonden.

Mocht u ooit in de buurt reizen en zoals ik enthousiast zijn over deze Grande Dame, probeer dan ook de Chapelle Sainte Radegonde in Chinon te bezoeken. Daar is een fresco van een koninklijke jacht (1200) met Aliénor, Jan zonder Land, Isabelle d’Angoulême en twee kleinzonen van Aliénor. Een pareltje dat in 1964 ontdekt werd. Nog iets om van te snoepen : wie herinnert zich nog “The Lion in Winter” (1968) waarin een ongelooflijke Katherine Hepburn gestalte gaf aan Aliénor van Aquitaine. Ze kreeg terecht een oscar voor haar ijzersterke vertoking. Een laatste aanrader : de mediëviste Régine Pernoud schreef de biografie “Aliénor d’Aquitaine”. Om duimen en vingers ... Overdrijf ik ?

Graag eindig ik met een persoonlijke toets : de eerste keer dat wij in Fontevraud waren -’t was op een zaterdagmorgen- brak mijn teerbeminde net na ons bezoek zijn brilmontuur. Ach, da’s niet zo erg, er is nog de reservebril. Die bleek kapot in de farmaciezak te zitten. Ik ben toen in vliegende vaart naar onze volgende bestemming gereden, een brillenwinkel gevonden, een iets kleiner montuur uitgekozen om de glazen op maat te laten snijden en vòòr sluitingstijd kon manlief terug zien.
 
Tante Kato

Père Lachaise: een aanrader Ons lid Stannie Geuens ging mee met een trip naar Père Lachaise. Ziehier de neerslag van zijn dag


Zaterdag 20 september. Vroeg dag want om zes uur stipt vertrekt de bus naar Parijs met bezoek aan de begraafplaats Père Lachaise. Bij de 45 deelnemers enkele bekende gezichten van collega’s. Eerste deel werd al slapend, door mij niet door de chauffeur, afgelegd en om 8.30 uur konden we tijdens een rustpauze iets nuttigen. Terug in de bus verstrekte onze gids Jacques Buermans de nodige informatie ook voor degenen die nog wat anders planden dan alleen een bezoek aan de dodenakker. Iets voor elf uur stonden we aan de hoofdingang en in de eerste groep waren we met iets meer dan 20 deelnemers. Na een korte inleiding over het ontstaan van de Parijse begraafplaatsen, geïllustreerd met enkele foto’s van de catacomben waar miljoenen mensen na het ruimen van de Parijse kerkhoven opgestapeld werden, nam Jacques ons op sleeptouw. Het ging al onmiddellijk bergopwaarts. Een immens groot “monument aux morts” bleek het ossuarium van de begraafplaats te herbergen een knekelhuis waar ook nog eens miljoenen “beentjes” rustten volgens onze gids. We kregen uitleg over een aantal componisten die in mekaars omgeving hun laatste rustplaats kregen. Het graf voor Frederic Chopin kreeg vele bezoekers want het was één bloemenpracht. Voornamelijk rood-witte bloemen want Chopin was een Pool. Jacques wees ons er op dat er een Belgische componist André Gretry in de omgeving lag. En gigantisch monument bleek de laatste rustplaats te zijn van ene Thiers, een politicus, die volgens onze gids “goed geboerd had” maar dat konden we zelf wel zien aan de grootte van het monument. Het is hier natuurlijk niet anders dan elders: personen die ons niets zeggen liggen onder prachtige praalgraven terwijl grote componisten zoals George Bizet het met een eenvoudig grafteken moeten stellen. We ontdekten ook recent overleden personen zoals de zanger Gilbert Becaud. In het columbarium lag de bekende operazangeres Maria Callas, lag want haar as werd een vijftiental jaren geleden uitgestrooid over de Griekse zee omdat ze Grieks was. Haar plaats in het columbarium werd nog in ere gehouden. Oscar Wilde, Iers dichter zijn mooi monument, een sfinx met de gelaatstrekken van de schrijver, was volledig besmeurd met graffiti. Schandalig. Nadat we Edith Piaf met een bezoekje vereerden kwamen we langs een laan met bijna het hele leger van Napoleon. Vele van zijn officieren liggen hier meestal onder kanjers van grafmonumenten. Tot slot toog Jacques nog met ons naar het graf van Jim Morrison, de zanger van de muziekgroep  The Doors die stierf door een overdosis. Het is een van de meest bezochte graven van Père Lachaise. Iets minder dan drie uur later zat onze rondleiding er op. Jacques Buermans had ons toch weer heel wat bijgebracht en eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat “ons Père Lachaise, Schoonselhof, zeker niet moet onderdoen voor dit van de Franse lichtstad.
 
Stannie Geuens.
 
Mensen die mooie beelden willen zien die dezelfde dag genomen werden kunnen terecht op www.krates.nl waar Peter Van Deutekom zijn werkzaamheden van die dag tentoonstelt.
Jacques Buermans

Geen engel ben ik Ons lid Ludo Dieltiens heeft in zijn vriendenkring een prijswinnaar


Ons lid Ludo Dieltiens heeft in zijn vriendenkring een prijswinnaar. Bert Deben won de 2de prijs met de Poëziewedstrijd van de gemeente Hulshout met een gedicht verwerkt in een foto van één van de vele mooie standbeelden die je kan bewonderen op de begraafplaats Schoonselhof te Hoboken. Wij mochten het gedicht in onze Nieuwsbrief plaatsen met dank aan Bert Deben.

De laatste rustplaats van William Blake ontdekt


Dat er buiten onze leden zijn die aandacht hebben voor wat wij uitspoken bleek eens te meer. Ene Irene Hoogmoed attendeerde mij er op dat er in Nieuwsbrief 22 van maart 2005 een artikel stond over Londense begraafplaatsen en dat in het gedeelte waar het over Bunhill Fields ging vermeldt stond dat de juiste begraafplaats van dichter en schilder William Blake (1757-1827) onbekend was (http://www.grafzerkje.be/pages/NB/NB22.html). In dit artikel stond een afbeelding van “the memorial stone” voor William Blake met de vermelding “nearby lies the remains of William Blake”.
 
Hoe kwam dit? William Blake overleed in 1827 en werd in Bunhill Fields begraven. In 1965 werd de steen die de “laatste rustplaats” markeerde verplaatst omdat met het plan had opgevat om van Bunhill Fields een park te maken. Dit geschiedde en … de exacte plaats van de laatste rustplaats voor William Blake ging verloren. Begrijpe wie kan. Een koppel uit West Londen verwonderde zich over deze situatie en toog op onderzoek uit. Al tijdens hun eerste bezoek aan Bunhill Fields kregen zij, zij belijden de Sahaja Yogi, vibraties door die hen leidden naar de exacte begraafplaats van William Blake. De Londense autoriteiten gaven het echtpaar de kans een aantal lezingen te houden over dit onderwerp. Het echtpaar kreeg richtte “the Friends of William Blake Group”. Een volgende stap was de vraag tot plaatsing van een grafmonument op de exacte plaats waar William Blake begraven ligt.
 
Meer info en foto’s: http://www.sahajayoga.org/swan/view/swan_478_2006.asp en op http://www.theblakeproject.blogspot.com/.
Met dank aan Irene Hoogmoed.
 
Zo zie je maar dat er soms toch nog mysteries opgelost worden en, wat zeker is, dat onze Nieuwsbrief veel meer gelezen wordt dan door leden alleen.
 
Jacques Buermans.

Openluchtmuseum Middelheim bezit ook een grafmonument


Dat het afdelingshoofd van de Antwerpse begraafplaatsen, trouwens lid van onze vzw Grafzerkje, het goed voorheeft met “zijn” begraafplaatsen en dat hij in de periode dat hij aan het hoofd staat al heel veel verwezenlijkt heeft staat buiten kijf. Ik ben misschien een van de geprivilegieerden die op de eerste rij staat en ziet wat Hendrik De Bouvre al bereikte. Steeds is hij op zoek naar dingen die “zijn” dodenakkers een nog beter uitzicht kunnen geven. De ingang van de begraafplaats Schoonselhof zou veel beter kunnen en daarom wordt er overwogen om vlakbij de ingang een bloemenperk aan te leggen. Ideaal zou dan ook zijn dat daar een standbeeld op kwam. Hendrik De Bouvre ondernam al enige stappen en recent werd er, ook door mijn betrokkenheid, misschien wel een opening gemaakt om dit tot een goed einde te brengen maar dit idee werd later gekelderd door de commissie “Beeld in de stad”. Het is tijdens de zoektocht naar een standbeeld dat ik een ontdekking deed wat een toch “straf” verhaal opleverde.
 
De eerste stappen van Hendrik De Bouvre om aan een standbeeld te komen om aan de ingang van Schoonselhof te plaatsen mislukten en daarom deed ik een poging. Ik schreef Lucie Bausart, conservator openluchtmuseum Middelheim aan. In het verleden had deze vriendelijke dame onze vzw Grafzerkje al met raad en daad bijgestaan in de zoektocht naar een firma die restauraties kon verrichten. Ik vroeg haar of er in de “reserve” van het Openluchtmuseum Middelheim geen standbeeld stond dat in bruikleen aan Schoonselhof kon gegeven worden. Ik zocht iets in de funeraire sfeer of een beeld van iemand die op het Antwerpse Père Lachaise ligt of vervaardigd werd door een beeldhouwer die daar zijn laatste rustplaats heeft. Ik kreeg een reactie waaruit bleek dat Middelheim de bezitter is van een standbeeld “De dood” van de hand van de Gentse beeldhouwer Emiel Poetou. Ik toog op zoek naar informatie over dit beeld en vond dat het grafmonument door de kunstenaar ontworpen werd voor het graf van zijn ouders Th. Poetou-De Landtsheere. In 1980 werd het door de dochter van de beeldhouwer, Frida Poetou, aan Middelheim geschonken. Ik vond het eigenaardig: een monument dat op een graf stond en dat geschonken werd aan een museum? …… Ik kwam in contact met Lucie Bausart en zegde haar dat het toch misschien geen goed idee was om een standbeeld geschonken aan Middelheim over te brengen naar Schoonselhof. Dus werd er afgestapt van het idee om dit monument te verplaatsen. Er kwam al een andere optie maar daar later meer over.
Ik vertelde dit verhaal aan An Hernalsteen en zij kende blijkbaar de reden waarom het grafmonument in Middelheim terecht kwam. Ik laat haar aan het woord:
 
Dit beeld stond oorspronkelijk op het graf (concessie verleend in 1929) van de ouders van Emiel Poetou ( zelf overleden in 1975). Emiels dochter Frida liet het beeld op 15 mei 1980 overbrengen naar het Middelheim. (bron : “In steen en brons” p. 183).
 
De Gentse geruchtenmolen kwam op dreef en spuide volgende hypothesen.
Roddel en hypothese 1 : de Mariakerkenaren ergerden zich aan de moderniteit van het beeld, het viel uit de toon en verstoorde het neogotisch uitzicht van de begraafplaats. Om van het geklaag en gezaag af te zijn liet Frida het overbrengen.
Mijn opinie : een dubieuze hypothese waarvan de bron niet al te ver gezocht moet worden, want 50 jaar gezeur aanhoren over een grafbeeld, haalt zelfs de sterkste persoonlijkheid onderuit. En waarom wordt er gewacht tot na het overlijden van vader Emiel ?
 
Roddel en hypothese 2, enorm populair onder de Mariakerkenaren van toen : dochter Frida wou aan het werk van haar vader een meerwaarde geven. Een kunstenaar, die met werk vertegenwoordigd is in een museum haalt een betere prijs op de kunstmarkt.
Mijn opinie : ik met mijn slecht karakter, denk er het mijne van.
 
An Hernalsteen & Jacques Buermans
foto's Jacques Buermans

Uitvaart Vakbeurs Funeral Exhibition 2008


Onze Nederlandse vrienden van de Terebinth hadden het lumineuze idee om bezoekers aan de Uitvaartbeurs in oude uitvaartkleding te steken en te fotograferen. Ons lid Wim Vlaanderen, bezieler van het idee, mocht  mee op de foto alsook ons lid Lin Verbeemen.
   
   
   
Als lid van Het Grafzerkje viel mij de eer te beurt deze beurs in de Evenementenhal te Gorinchem te bezoeken. Op mijn blouse prijkte een VIP pas met mijn naam en die vzw Grafzerkje. De entree verliep ietwat hilarisch toen degene die mij vergezelde zijn naam moest opgeven en dit ook duidelijk deed: ‘Vro-lijk.’ (spreek uit Vrolik, maar spel het hardop en schrijf dat als hiervoor). Het bracht een spontane lach teweeg bij de receptionist die ons in de computer invoerde, waarop onze passen door de printer werden uitgespuugd.
 
Bij binnenkomst passeerde ik een tafel met glazen champagne, dus  de dag begon al goed.
De eerste stand die ik passeerde, bood riet en rotan grafkisten ter waarde van 295 euro. Dat is dus een prijs van niets en voor zelfs ‘de armste sloeber’ betaalbaar. Toen ik verder liep, zag ik dat tegenwoordig veel zo niet alles mogelijk is als het gaat om je kist, zo je ervoor kiest begraven te worden, naar wens te decoreren. Of je deze nu met rode rozen, schedels, zonnebloemen of tulpen of een zelfportret wilt hebben bedrukt; iets wat trouwens ook voor urnen geldt, alles kan. Van as schilderijen tot kartonnen kisten.
 
Wat mij opviel waren de herinneringskisten van Sterre & Zo, die kunstzinnig en persoonlijk zijn. De kisten zijn van 100% vurenhout en zowel voor volwassenen als voor kinderen te verkrijgen. De kisten kunnen aan de binnenkant met zakjes worden bekleed, waarin iets kan worden meegegeven aan de overledenen. Aan de buitenkant kunnen schilderijlijstjes worden bevestigd waarin een foto, een gedicht of tekening kan worden geplaatst. Later kan men van de lijstjes een herinneringsmuur maken. Of deze direct dubbel aanschaffen voor zowel aan de kist als voor thuis.
Voor baby’s zijn er bootjes ven berkentriplex verkrijgbaar. Er was veel liefelijks te zien voor prematuur geborenen, hetgeen deze bezoekster een flinke brok in de keel bezorgde.
Ook bij Sterre & Zo- steigerhouten kisten.
 
Ik benadruk de opvallendste zaken in deze impressie, maar ook alle soorten algemene houten kisten en marmeren en glanzende kunststofzerken en columbaria waren volop te zien.
 
Wat mij ook aansprak was het aanwezige wikkelgoed op de beurs, van Monique Rang uit Zutpen. Van zijde, linnen of katoen.
Haar bootjesbaar van wilgentenen; een draagbaar voor kinderen, en de baby wilgenmand, maakten dat de brok in mijn keel groeide. Ik spoelde hem weg met de vele gratis koppen koffie die mij als VIP ten deel vielen.
 
Natuurlijk was er volop aandacht voor rouwkleding, rouwauto’s, rouwcaravans en aanhangers voor achter de motor of trike. Maar ook voor de loopkoets en de stijlvolle witte of zwarte koets, was er nog ruimte.
 
Opleidingen en cursussen voor uitvaartbegeleider of uitvaartondernemer en nieuw, voor thanatopraxie ( het tijdelijk en kortdurend {enkele weken}conserveren van het lichaam, niet te verwarren met balsemen) werden gepromoot. Natuurlijk was er ook plaats voor rouwverwerking.
 
Een video- of foto reportage van de uitvaart, behoort ook tot de hedendaagse mogelijkheden.
Maar er zijn ook andere manieren om te memoreren dan de klassieke as sieraden; zoals een vingerafdruk van de overledene op een gouden ring. Ik vond het een aardig idee. Dat vond ik ook het idee om de uitvaart ter herinnering in boekvorm (soort draaiboek) af te drukken, zoals
ALCA BOEK dat doet.
 
De Urnen BACK TO NATURE  vielen mij ook op. Deze zijn van ECO URN Europe en voor 100% vervaardigd van organische materialen. Zodra  ze in de aarde worden geplaatst, begint het afbreekproces. Afhangende van de kwaliteit van de aarde, zal de urn binnen twee tot drie jaar volledig zijn afgebroken. Indien de urn in een columbarium wordt geplaatst, zal er geen afbraak van het materiaal plaatsvinden. Ook hierop kan elk motief naar wens worden aangebracht.
 
Urn Online bood de mogelijkheid van een kinderurn in drievoud. Twee vaste dieren voor op de begraafplaats, een los diertje om met wat as erin mee te nemen naar huis.
 
Een lumineus idee van een hovenier was voor mij ook een primeur. RE-In Green biedt de mogelijkheid as en wortelbed van een jonge boom of heester te mengen en samen te brengen in een speciale houder. Een jaar lang moet de as afgesloten en in nauw contact staan met de wortels. Op die manier nemen de wortels de vruchtbare bestanddelen op in het groeiproces.  De as kan onmogelijk wegspoelen. De unieke werkwijze van Re-In Green is inmiddels wereldwijd gepatenteerd.
 
Ballonverstrooiing was ook mogelijk. Aquaair Services biedt de mogelijkheid hiertoe.
Op 20 tot 25 km hoogte wordt de druk van de opgelaten ballon zo groot, dat deze knapt en de as over vier windstreken verstrooit. Maar ik heb de indruk dat de meeste leden van Het Grafzerkje toch iets blijvends prefereren!
 
VlLINDERNAAM biedt de mogelijkheid om in een boom van metaal de naam te hangen van de gestorvene in de vorm van een metalen vlinder.  ‘Een grafmonument is niet verplaatsbaar, maar uw vlinder van Vlindernaam is dat wel’, zo pleitte monumentenmaker Hans Leutscher.
 
De gedenkbeelden van MEMENTO uit Amsterdam zijn van en adembenemende schoonheid; kunstwerken op zich. Bij vijftien kunstenaars kunt u terecht voor uw wensen. 
 
Kaarsen, en rouwdrukwerk en condoleancekaarten waren op deze beurs ook goed vertegenwoordigd. De Aurora Rouwkaarten verdienen het zeker genoemd te worden. 
Diverse glaskunstenaars, waarvan Atelier Het Glazen Nest uit Oldenzaal wel heel mooi werk aflevert, konden ook op mijn belangstelling rekenen. Dat konden echter ook de vele lekkernijen die de bezoeker van deze beurs voorgeschoteld kreeg. Wat mij brengt bij de stand waar men Loof- of ook wel Troostel- of Leedbier aanprees voor aan het Groevemaal van weleer, tegenwoordig de nazit met veelal koffie en cake na een teraardebestelling of crematie. Ook luxe bonbons raken samen met kleine gebakjes steeds meer in na afloop.
 
In het onafhankelijk vakblad voor de Uitvaartbranche vertellen uitvaartverzorgers over hun ervaringen met verliefdheid tussen hen en kersverse weduwen of weduwnaars en hoe daarmee om te gaan. In sommige gevallen leidde die verliefdheid tot een huwelijk, maar het taboe daarover te spreken is nog wel groot.
 
Voor wie wil ervaren hoe het is om begraven te worden terwijl hij nog leeft, is daar Funburry in Eexterveenschekanaal, een uitvinding van entertainer Eddie Daams.
 
De bezoeker van de beurs werd ook een blik gegund in postmortale zorg. Make- up voor overledenen en het Mortuarium Schiphol (inclusief ‘levensechte’ doden en gewonden van rubber). 
 
Stichting Landelijke Herplaatsing Huisdieren van overleden en zieke mensen gevestigd te Vaals wil ik zeker even onder de aandacht brengen.
 
Tot slot stuitte ik op de brochure van het Uitvaartmuseum te Amsterdam, waarvan ik u graag een volgende maal een impressie geef.
 
Anneke Haasnoot
Onze Nederlandse vrienden van de Terebinth hadden het lumineuze idee om bezoekers aan de Uitvaartbeurs in oude uitvaartkleding te steken en te fotograferen. Ons lid Wim Vlaanderen, bezieler van het idee, mocht  mee op de foto alsook ons lid Lin Verbeemen.

Valkeniers op de begraafplaats Schoonselhof Jacques Buermans had ze al enkele keren opgemerkt


Ik had ze al enkele keren opgemerkt: een aantal heren, dik ingeduffeld met een valk op de, gehandschoende, hand. Vreemd toch dacht ik bij mezelf en tegelijk vroeg ik me af wat ze toch uitspookten op de begraafplaats. Enkele weken geleden zag ik mijn kans schoon en vroeg ik hen wat informatie. Eddy Ceulemans was zo vrij een aantal toelichtingen ten geven. Hierna zijn verhaal:
 
Dieren houden, kweken, verzorgen, africhting en de natuur hebben me van kleins af altijd al gefascineerd. Ik kwam in contact met de valkerij door naar verschillende roofvogeltreffens te gaan en demo's te gaan bekijken. In tegenstelling van het africhten van honden, waar de hond de meester volgt, is het in de valkerij de meester die de vogel volgt en probeert door het aan te voelen van de vogel een zo groot mogelijke harmonie te bekomen.
 
Al de roofvogels zijn in gevangenschap geboren. Er zijn 4 manieren om ze groot te brengen wat op latere leeftijd een grote impact zal hebben op het karakter en het werken met  de vogel. Allereerst: Door de ouders uitgebroed en grootgebracht. Dit noemt men ouderlijk groot gebracht. 2de: Uitgebroed in de machine en grootgebracht in groep door de mens. Dit noemt men sociaal imprint. 3de: Uitgebroed in de broedmachine en alleen grootgebracht door de mens noemt men een volledige imprint vogel. 4de: Uitgebroed door de ouders of machine en vanaf dag één op een manier gevoederd dat ze de mens nooit te zien krijgen. Wij jagen met sociaal imprint. Het duurt ongeveer 3 tot 6 maanden afhankelijk van het ras en het karakter van de vogel om ze volledig af te richten.
 
Op Schoonselhof zijn we actief om het konijn te bestrijden. Annemie Havermans, u zeker bekend, zag mij en mijn gezin wandelen met ons kerkuiltje en de woestijnbuizerd en ze me, vol verwachting, of ik de konijnen niet wou komen bejagen op Schoonselhof. Naast het feit dat er enorme konijnenpopulatie heerst op de dodenakker maar ook omdat ze graven onder de prachtige grafmonumenten en zo voor verzakkingen en gigantische schade zorgen. Dankzij mijnheer de Bouvre konden we een tijd later aan de slag.
 
Met vijf overenthousiaste vrienden valkeniers van de valkeniersclub Free Spirith hebben we ons bij bos en groen en de stad Antwerpen gaan informeren in verband met de wetgeving dienaangaande en hebben we een volledige jachtcursus gevolgd. Zo geven we onze vogels de kans om hun natuurlijke instincten terug ten volle kunnen laten benutten. De vogels waar we nu mee jagen lenen zich het best om het konijn te bestrijden. De Amerikaanse woestijnbuizerd, ook wel Harris Hawk genoemd, is een heel sociale vogel en de enigste roofvogelsoort die in groep kan en zal jagen waardoor hun slaagkans ook groter wordt. Op dit moment hebben we 3 vogels die als een echt wolvenpac jagen: De grootste en snelste, de alfa vogel dus, vertrekt eerst onmiddellijk gevolgd door zijn 2 helpers. Mist de eerste vogel de prooi dan blijven de andere twee de prooi volgen om te kijken waar die in dekking gaat en wachten zij tot de alfa vogel bij hen in de hoogte komt zitten. Op dat moment duiken ze met twee op het konijn toe en jagen ze het uit dekking zodat de alfavogel het terug kan achtervolgen en de prooi al dan niet kan slaan. Als dat gebeurt eet eerst de leider en dan pas de andere vogels. Het is een ongelofelijk schouwspel omdat af te zien. Eens de groep gevormd is blijft die meestal hetzelfde. Als de alfa vogel er niet bij is jaagt de Harris Hawk voor zichzelf en zijn de valkenier, de hond en de fret de, ondergeschikte, helpers.
Voordelen om te jagen op begraafplaatsen zijn er helemaal niet integendeel. Je moet je voorstellen dat er op de 5000 graven 3500 ondergraven zijn maar waar je niet op voorhand van weet of er konijn in zit. Telkens we een graf tegen komen dat ondergraven is zetten we er fretten in en spannen we de uitgangen af met frettennetten en zelfs dan nog slagen de konijnen er soms in, door de hoge snelheid die ze ontwikkelen bij hun vlucht op leven en dood, door of over de netten te springen. Op dat moment komen de roofvogels in actie. De kans is hier echter heel groot dat de vogels bij een misrekening tegen een snelheid van 60 tot 80 km per uur zich kunnen kwetsen aan één van de grafstenen of andere obstakels op het terrein en dat is nu net valkerij: een onvoorwaardelijk vertrouwen en respect hebben voor uw roofvogel en hem te laten doen waarvoor hij tenslotte geboren is. Ook zijn we onderling overeen gekomen uit respect voor de nabestaande dat wanneer we aan het werk zijn op een perk en er iemand een graf komt bezoeken we zo vlug en discreet mogelijk het perk verlaten. Andersom is het ook zo dat we geen perk zullen betreden als er al volk aanwezig is. Ook zullen we nooit de vogels lossen als er binnen de 50 meter een reiger aan het foerageren is. Niet dat de roofvogels de reigers zullen aanvallen maar ze hoeven ook niet opgeschrikt te worden. Dit uit respect voor de mensen,de natuur en de omgeving.
 
Het is voor onze vogels en voor ons een hele eer ons vrijwillig ter beschikking te mogen stellen voor de gemeenschap om zo ook ons steentje bij te dragen aan het behoud van de graven en prachtige monumenten op het Shoonselhof en de andere begraafplaatsen in het Antwerpse.
 
Met deze uitgebreide informatie was ik meer dan tevreden maar ik wilde jullie toch laten delen in dit gegeven. Het is eens iets anders dan altijd over graven en dies meer te praten maar hetgeen deze mensen doen staat toch ook in nauw verband met begraafplaatsen.
 
Ik dank van harte Johan, Stephan, Jef, Sonia en Eddy van de valkeniersgroep SCOONE ZELE voor hun tijd, hun bereidwilligheid en zeker voor het prachtige werk dat ze leveren op Antwerpse dodenakkers.
 
Informatie over de valkeniersvereniging: www.vzw-freespirit.be. Heeft u vragen of interesse kunt u altijd Eddy Ceulemans contacteren [email protected] of op 0495/25 49 95.
 
Jacques Buermans

Belvédère begraafplaats Waterschei, Genk


Ons lid Luc Klaps kwam met volgende tekst van de Dienst Cultuur van de stad Genk:
 
De stad Genk vindt het belangrijk om op haar begraafplaatsen een algemeen monument te hebben waar overledenen kunnen herdacht worden in een intieme en beschutte sfeer, ongeacht hun afkomst, religie of strekking.
 
Voor de begraafplaats van Waterschei vroeg de stad aan de jonge kunstenaar Renato Nicolodi om een werk te creëren voor de secundaire ingang van de begraafplaats. Nicolodi laat zich in zijn ontwerpen inspireren door elementen uit de klassieke architectuur.  Het is zijn eerste werk van deze omvang in openlucht: een tijdloos monument, een gigantische, open poort tussen de wereld van levenden en doden. Het monument is 7 meter hoog en weegt zo’n 70 ton.
Belvédère is een zwarte triomfboog uit beton, maar onderscheidt zich van andere, klassieke triomfbogen.  Hij heeft duidelijk een voor- en achterkant.  De voorkant, waarmee je als bezoeker het eerst wordt geconfronteerd, lijkt een blind volume te zijn.  Maar zodra je het frontale gezichtspunt verlaat, ontdek je dat de massieve poort veel meer te bieden heeft.
 
Belvédère is als een architectonische monoliet: hij eist zichzelf en zijn plek op de begraafplaats op, net zoals de dood dat doet.  Maar tegelijkertijd verpersoonlijkt het door zijn vorm en materiaal de eeuwigheid, rust en tijdloosheid, die de herinnering aan de overledenen koestert.
 
Meer info:
Dienst Cultuur, 089 65 38 00 of [email protected]
www.genk.be
 
Begraafplaats Waterschei
Opglabbekerzavel 7
3600 GENK

Peterschap en bruikleen een feit op Antwerpse begraafplaatsen


Het project van de stad Antwerpen om peterschap en bruikleen toe te staan op Antwerpse begraafplaatsen werd al een tijd geleden uitgewerkt door de funeraire cel. Er werd een adviescommissie in het leven geroepen met een aantal mensen van de begraafplaatsen en twee “externen”: Roland Verhees, éminence grise van de steenkappers, en ondergetekende, gewoon de grijze duif van vzw Grafzerkje. Tijdens vergaderingen werd besproken welke grafmonumenten in aanmerking kwamen. Met een beperkt gezelschap werden plaatsbezoeken gebracht aan Silsburg, Berchem en Schoonselhof om de toestand van de grafmonumenten ter plaatse te noteren. De mensen van de funeraire cel werkten een catalogus uit en er was enorm veel media-aandacht wat uiteraard alles te maken heeft met de periode rond 1 november. Terzake wijdde er een reportage aan (Man bijt hond stelde Brugge en Mechelen in de kijker). Op Radio 1 sprak ons lid Michel Romeo over zijn monument in bruikleen en op Radio 2 waren Christiaan Ketele en ikzelf te gast om het te hebben over peterschap en bruikleen. Ook een aantal kranten besteedden aandacht aan het gegeven.
 
Was is nu bruikleen? Een burger kan een grafmonument in bruikleen nemen om er stoffelijke overschotten of een asurne in te begraven. De stad Antwerpen blijft eigenaar van het monument en stelt als voorwaarde dat de aanvrager er zich toe verbindt het grafmonument te restaureren én te onderhouden. Er wordt een eenmalige retributie aangerekend (€ 1000 voor graven minder dan 1,50 meter breed; € 2000 voor graven tussen 1,50 meter en 2,50 meter breed en € 3000 voor graven meer dan 2,50 meter breed). Daarnaast betaalt men voor het aantal begravingen of bijzettingen de geldende tarieven (€ 500 voor een concessie van 25 jaar per stoffelijk overschot of asurne voor een inwoner van Antwerpen; € 750 voor een concessie van 25 jaar per stoffelijk overschot of asurne voor een niet-Antwerpenaar).
 
En wat behelst peterschap? Organisaties, personen of groepen kunnen het peterschap over een grafmonument verwerven en verbinden zich er toe in ruil het grafmonument te restaureren én te onderhouden. De stad Antwerpen blijft eigenaar van het monument en het is niet mogelijk om er stoffelijke overschotten in te begraven. De termijn voor peterschap geschiedt in onderling overleg. Men kan, hoeft niet, zijn peterschap bekend maken door een standaardplakkaatje op het monument te laten bevestigen, kostprijs € 50.
 
Overeenkomst. Per aanvraag voor bruikleen of peterschap wordt een overeenkomst afgesloten door alle partijen. Hierin worden de richtlijnen voor de restauratie én het onderhoud opgenomen. Bij het niet naleven van de voorwaarden kan de stad de verwaarlozingsprocedure inzetten. Dit leidt na één jaar tot het beëindigen van het peterschap of de bruikleen en de hieraan gekoppelde concessie.
 
Een aantal leden van vzw Grafzerkje deden intussen al het nodige. Alzo werden toch weer een aantal grafmonumenten van verval gered. Kandidaten kunnen zich altijd wenden tot de funeraire cel om de catalogus die op Schoonselhof in te kijken is. Telefoon 03/740 36 45 of [email protected]. Een andere mogelijkheid is om zelf eens op een begraafplaats rond te kijken en indien je daar uw gading vindt eens te informeren bij de funeraire cel of de mogelijkheid tot peterschap/bruikleen bestaat. Een goede raad: probeer naast de naam van uw “uitverkorene” zo veel mogelijk gegevens door te geven: ligging (perk, rij) of nummer van de concessie (normaliter links onderaan het graf en beginnend met DB Of ED/ gevolgd door vier cijfers). Doen!!!!
 
Jacques Buermans

Begraven in Marokko Ons lid Ria Vaes was in Marokko en maakt ons deelgenoot van haar funeraire ervaringen


De Marokkaanse bevolking bestaat uit 46 % berbers.  De andere inwoners zijn Arabieren.  Begraafplaatsen van beide bevolkingsgroepen zien er anders uit.  Het ritueel van begraven is wel bij beide hetzelfde.
Wanneer iemand komt te overlijden wordt die nog dezelfde dag begraven of maximum binnen de 3 dagen.  Het lichaam van de overledene wordt gewassen en in een witte doek gewikkeld.  Er is een korte bijeenkomst in de moskee waar enkele verzen van de koran gelezen worden.  Dan vertrekken de mannen naar het kerkhof.  De vrouwen gaan niet mee.  Het lijk wordt aan de grond toevertrouwd met het hoofd naar Mekka gericht.  Dus alle graven in Marokko zijn in dezelfde richting geplaatst.  Wanneer je bij een mausoleum gedenkplaten ziet die in een andere richting geplaatst zijn, dan liggen daar geen moslims begraven maar heel dikwijls joden of christenen.
De berbers plaatsen een steen bij het hoofd en de voeten van de overledene.  Hoe kunnen zij dan nadien weten waar hun familielid begraven ligt, vraag je je dan wel af.  Heel simpel.  Wekelijks brengen de familieleden een bezoek aan de begraafplaats op vrijdagmiddag.  Zij nemen hun maaltijd mee en gebruiken die op het kerkhof.  Zij laten dan een stukje stof, een stukje plastiek of een stukje van een schoteltje achter bij het graf. Zo herkennen zij hun doden.
De Arabieren bezoeken ook de begraafplaatsen op vrijdagmiddag.  Op hun graven staan wel witte gedenkstenen, zodat het voor hen makkelijker is om hun overledenen terug te vinden.
 
Ria Vaes

Prachtig werk geleverd tijdens twee groendagen Ons lid Hendrik De Bouvre, afdelingshoofd van de begraafplaatsen, opperde het idee van twee “groendagen”


   
Ons lid Hendrik De Bouvre, afdelingshoofd van de begraafplaatsen, opperde het idee van twee “groendagen”. De bedoeling was, zo stelde hij, om met niet minder dan vijftig vakmensen de jaarlingen en de zaailingen aan te pakken. Hendrik had het lumineuze idee om mij te vragen om hem bij te staan. Mooi toch ware het niet dat de kennis van Buermans zich beperkt tot: “het is groot dan noem ik het boom”; “het is kleiner dan noem ik het struik”; “het is nog kleiner dan zal het wel onkruid zijn”. Maar het viel wel mee want naast Hendrik vergezelde ook onze Christiaan Ketele ons. Her en der werden struiken gemarkeerd. Op woensdag 8 oktober had ik toch nog zo mijn twijfels: het gehele Schoonselhof aanpakken was dit wel realiseerbaar? Ik kon mijn ogen niet geloven. Van alle Antwerpse begraafplaatsen waren vakmensen aanwezig die echt met een enorme bezieling aan het werk togen. De vakmensen werden bijgestaan door enkele bereidwillige zielen die zich niet te beroerd voelden om ook eens de handen uit de mouwen te steken. Woensdagavond was er al enorm veel werk verzet. Op donderdag 9 oktober ging men verder op de ingeslagen weg en tegen het eind van die dag oogde het Schoonselhof mooier dan ooit tevoren. Getuigen van twee dagen hard labeur waren nog een aantal struiken die aan de zijkant van de perken gedeponeerd werden en die later die week opgehaald werden.
Ik wil dan ook via deze weg in mijn persoonlijke naam en ook in mijn functie als voorzitter van de vzw Grafzerkje alle vakmensen en andere vrijwilligers van harte danken voor de inzet die ze betoonden bij de grondige “groenbeheersdagen” op de begraafplaats Schoonselhof. Het werk dat door die mensen gedaan werd is zeker niet te onderschatten maar dankzij de grootschaligheid werden hier dingen verwezenlijkt waar anders maanden voor nodig waren.
 
Jacques Buermans

Schaf u eens een lijkwagen aan? even schrikken


Er werden al allerlei soorten vragen gesteld maar ik schrok toch even toen ons lid Lin Verbeemen mij vroeg of er misschien geen interesse kon bestaan bij onze leden voor een heuse lijkwagen. Waarom ook niet: onze vzw Grafzerkje zit toch in de “doelgroep”.
Enkele gegevens:
Daimler (Jaguar)
Bouwjaar 1990
Ingeschreven als lijkwagen (dubbeldek = 2 kisten mogelijk)
6 Cilinder 4,3 lt
Stuur rechts
Technisch OK
85000km
nieuwe banden
Vraagprijs is  € 2500
 
Tel N° Verkoper  0477/82 98 80  (Herman)
 
Herman heeft deze wagen gekocht in een lot met andere Amerikaanse wagens. Indien hij niet verkocht wordt zal hij ontmanteld worden om gebezigd te worden voor de onderdelen wat toch spijtig zou zijn.
 
Moest er een kandidaat overnemer zijn had ik dit wel graag vernomen. Misschien stof voor een artikeltje in een volgende Nieuwsbrief?
 
Jacques Buermans