Nieuwsbrief Nr. 44 - september 2008

Hasselt een té groene oase in de stad


Het was een aantal jaren geleden dat ondergetekende deze dodenakker bezocht. Ik moet eerlijkheidshalve zeggen: ze is er niet op vooruit gegaan, wel integendeel. Jaren geleden waren er constant enkele arbeiders aan het werk die kleine restauraties deden en het groen in bedwang hielden. Niets daarvan in 2008. Overtollig groen overwoekert de graven. Een aantal van de plakkaten waar indertijd nog informatie op stond zijn gewoon door de tand des tijds weggeveegd zodat de tekst bijna niet meer leesbaar is. Maar daarbuiten is de oude begraafplaats van Hasselt een oase van rust.
Twintig Grafzerkjes maakten de, soms verre, verplaatsing. Stadsgids Christine Kruijen kweet zich met niet al te veel enthousiasme van haar taak. Natuurlijk zitten wij in onze vereniging met een monument wanneer het over gidsen gaat, An Hernalsteen – tegenwoordig een vurig promotor van het reizen met de trein, maar toch. Na de obligatoire geschiedenis van het begraven, daar hadden we onze Jozef II weer, en het weetje dat zij die een concessie aanvroegen eenzelfde bedrag aan een armenhuis dienden te schenken. Vandaar dat enkel de « begoede burgerij » zich een concessie kon veroorloven. De familie de Corswarem leverde een aantal volksvertegenwoordigers. De grafkapel was van de hand van beeldhouwer Emile Rembaux en grafmaker Douha. Dit bleek het « pseudoniem » voor Guillaume Douchar te zijn die voor zichzelf een mooie grafkapel vervaardigde. Vandaar naar de kapel, gebouwd in 1809, in 1830 beschadigd en in 1835 gerestaureerd en sinds september 1997 ingericht als informatiecentrum. Van het kerkhof rond de Sint-Quintinuskerk heeft men hier de grafsteen voor Anna Lambrechs uit 1699 geplaatst. 
Advokaat Ferdinand de Creeft stierf kinderloos maar bepaalde dat zijn nalatenschap zou gaan naar een familielid dat met een Nederlandssprekend iemand zou huwen. In een hoekje van de begraafplaats enkele graven voor telgen van de Joodse familie Kossmann. Het graf voor Agatho Moons, minderbroeder en schrijver van een aantal devotieboekjes, wordt veel bezocht en kreeg ook een rustbank
Burgemeester Guillaume Stellingwerff kreeg een van de grootste grafmonumenten. Vlakbij een herdenkingszuil voor oudgedienden onder keizer Napoleon. De piramide werd opgericht in 1856.
Dat er vroeger meer kindersterfte was dan heden ten dage is hier eveneens te zien door de ontelbare kindergraven. Victor Kolb kreeg een mooi grafmonument maar het mooiste kindergraf was dat voor een « onbekend » kindje. Terug op de hoofdlaan troffen we de zuil voor burgemeester Michel Arnold Bamps aan. Recent werd Guy Schonkeren op de hoofdlaan begraven. Hij zorgde ervoor dat een aantal grafmonumenten op deze begraafplaats gerestaureerd werden. Spijtig dat blijkbaar zijn werk niet verdergezet wordt. 
Liefhebbers van smeedijzeren kruisen komen hier ook ruimschoots aan hun trekken. 
De bekendste « bewoner » van deze dodenakker is Valentinus Paquay, het « Heilig Paterke ». In 1926 werd het stoffelijk overschot naar de grafkapel aan de Minderbroederskerk overgebracht waar hij nog steeds door een ruime schare gelovigen vereerd wordt. Het beeld op het graf voor de familie Philippen – Vinckenbosch is van de bekende firma Villeroy & Boch (keramiek). 
Een modern, niet al te fel gesmaakt grafmonument, kreeg de familie Deplée, makers van de bekende Hasseltse speculoos. De Hasseltse jeneverstokers zijn hier eveneens ruim vertegenwoordigd. Naast Pieter Jan Willems kreeg ook de bekende Guillaume Fryns een grafmonument.
Jacques Buermans
Foto's Jacques Buermans en Marc Coremans

Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief


VLAAMSE STYX
 
De IJzer is een water vol verhalen
Het antwoordt niet als ik het vriendelijk groet
Diep weg zit nog teveel vergoten bloed
Gifgas, granaat, bevel in vreemde talen
 
De molens deden voor hoe te vermalen
Het leed dat de rivier ooit heeft aanschouwd
Maar dan kreeg zij het zichtbaar te benauwd
Dat zag je aan haar rijzen en haar dalen
 
Ooit was zij wild en ongetemd
De mens heeft haar toen afgeremd
Beperkt en ingedamd
 
Zodat zij nu geamputeerd
Moet gaan waarheen de mens haar keert
Haar stembanden verlamd
 
Anneke Haasnoot
 
Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Begraafplaats van Lloret de Mar enkele sfeerbeelden


Suzy Carels, iemand die het goed voor heeft met onze vzw Grafzerkje, maakte tijdens haar reis enkele foto’s van op de begraafplaats van Lloret de Mar. 
Zij wil ons deelgenoot maken van de mooie dingen die daar te bezichtigen zijn maar er is meer. Wie goed naar de foto’s kijkt ziet dan men daar bij de graven van belangrijke personen een plaat zet met informatie en een foto van die persoon. Deze platen zijn identiek en ogen zeer mooi. Misschien een idee naar de toekomst toe om dit ook eens op Antwerpse begraafplaatsen te bezigen, misschien wel vergezeld van een bijpassend wandelboekje. Ik maak mij sterk dat dit moet lukken en dat bijvoorbeeld een project als proef op één van de Antwerpse begraafplaatsen een meerwaarde geeft aan die dodenakker. Ik denk niet bepaald aan één begraafplaats maar het idee dat tijdens de Europese Week van de Begraafplaatsen door ons lid Luc Van Hees uitgewerkt werd in Berchem lijkt mij een goede uitvalsbasis. Voor mij hoeft het niet persé Berchem te zijn maar wel het er achterliggende idee waarbij samengewerkt wordt met de lokale heemkundige kring en, wat zeker zo belangrijk is, met het grafisch centrum van de stad Antwerpen om te streven naar uniformiteit, niet alleen op één welbepaalde begraafplaats maar, moest het project verder uitgewerkt worden, op meerdere Antwerpse dodenakkers.
 
Jacques Buermans, foto's Suzy Carels

11 november Leo D’Heu organiseert rondleiding en voordracht


Dinsdag 11 november, betere datum kan niet, geeft ondergetekende een rondleiding op de begraafplaats Schoonselhof waar hij oog zal hebben voor de militairen die hier liggen. Niet alleen op de militaire perken maar ook op de gewone perken treffen we nog een aantal militairen aan. Gestart wordt aan de hoofdingang van de begraafplaats, kruispunt Krijgsbaan/ Sint Bernardsesteenweg te 14 uur.
 
Na afloop wordt naar het clubhuis Haki, Hoofdfrontweg te Hoboken (= Fort 8), gewandeld waar de deelnemers vergast worden op een hapje. Aansluitend is er een voordracht van ons lid Arthur Polspoel “De christelijke geschiedenis van dood en eeuwig leven” (lees ook het verslag van ons lid Johan Moeys in Nieuwsbrief 43).
 
De geschiedenis van omgaan met de dood, begraven en denken over eeuwig leven is in West-Europa sterk beïnvloed door het Christendom. De blijde boodschap uit de eerste eeuwen werd in de middeleeuwen soms een boodschap van angst en oordeel en na Vaticanum II opnieuw een boodschap van hoop.
 
Op een luchtige wijze wandelen we in deze lezing door 20 eeuwen christendom. Daarbij komen ook diverse thema’s aan de orde die hun sporen achtergelaten hebben tot in onze tijd.
 
Waarom leggen Joden een steentje op een graf bij het bezoek aan de begraafplaats?
Waarom staat de Sint-Pieter in Rome aan de verkeerde kant van de Tiber?
Geloven protestanten in Maria?
Wie is toch de monnik die in het tafereel van het laatste oordeel boven de hoofdingang van de OLV Kathedraal in Antwerpen neerkijkt op de kerkganger?
Waarom ondertekent Joh. Sebastian Bach zijn Mattheus Passie met de sierlijke letters SDG?
Welke verandering in de uitvaartliturgie na Vaticanum II is veel essentiëler dan de vervanging van het Latijn?
 
Arthur Polspoel (1943) was tot voor kort wetenschappelijk medewerker aan de Theologische Faculteit van Tilburg. Hij doceerde supervisie en pastorale hulpverlening. In Nederland en Vlaanderen verzorgt hij talrijke lezingen cursussen en trainingen op het gebied van rouwbegeleiding en communicatie in de palliatieve zorg. In opdracht van de verantwoordelijken van Caritas Vlaanderen organiseert hij jaarlijks trainingen voor pastoraal werkenden in de gezondheidszorg.
 
Deze dag wordt ingericht door ons lid Leo D’Heu. Kostprijs: € 15. Daar zit inbegrepen: de rondleiding verzorgt door ondergetekende van 14 tot 16 uur op de begraafplaats Schoonselhof, enkele hapjes na afloop van die rondleiding (de dranken zijn betalend) en de voordracht “De christelijke geschiedenis van dood en eeuwig leven” door Arthur Polspoel. Voor onze leden heeft Leo D’Heu hij nog een extraatje: zij betalen slechts € 12. Voorinschrijven is verplicht en kan bij Leo D’Heu, [email protected].
 
Jacques Buermans.

Tante Kato ging op reis en zag de crematieplaats van Mahatma Gandhi


Mohandas Karamchand Gandhi * 1869 - 1948 * Raj Ghat, New Delhi, India
In 1995 planden we een reis naar Nepal : een vlucht naar Kathmandu via New Delhi en voor de rest plan trekken. Twee weken vòòr vertrek kregen we bericht van het reisbureau “Sorry, er is géén plaats op de heenvlucht van New Delhi naar Kathmandu. Een foutje.” Lang moesten we niet nadenken : we geraken er via bus, trein, lokale vluchten en alles wat beweegt. Een reisgids van Noord-India er bijgehaald en wat bleek : Delhi is een interessante stad en we konden een route uitstippen via Agra (Taj Mahal), Khajuraho (erotische tempels), Varanasi (Benares) en Lumbini in het zuiden van Nepal. Da ’s de geboorteplek van de Boeddha en ... enfin het werd een ware “Road to Kathmandu”.

Eerste halte : Delhi. Het staat als een paal boven water dat er veel te zien is. Veel toeristen zijn liever zo snel mogelijk weg uit die heksenketel maar wij hebben er enkele zeer mooie dagen doorgebracht. Op ons programma stond uiteraard Raj Ghat, de crematieplaats van Mahatma Gandhi, de man die India naar de onafhankelijkheid bracht. Raj Ghat (te vertalen als Koningshof) ligt op de oever van de Yamuna-rivier nabij het grote crematorium. Traditioneel werd op grote vuren in open lucht gecremeerd maar de laatste jaren zijn om hygiënische redenen crematoria in gebruik genomen. Ten tijde van Mahatma Gandhi, Gandhiji of Mahatmaji voor wie hem in zijn hart sluit, was er geen sprake van een crematorium. In het midden van een groot ommuurd terrein met een grasperk à la Wimbledon -de tuin is trouwens een Brits ontwerp- ligt aan het einde van een stenen wandelpad het sobere samadhi of crematiemonument. Witte muurtjes staan als heggen rond het zwart marmeren platform dat constant onder de bloemen ligt. In een lantaarn brandt de eeuwige vlam. Op het memoriaal staat “Hey Ram” gegraveerd, te interpreteren als “Oh, God”. Dit zouden Gandhi’s laatste woorden geweest zijn toen hij doodgeschoten werd. Dagelijks komen hindoes van het hele land de grote leider met de kleine gestalte eer betuigen en het gebeurde betreuren. Deze crematieplaats staat uiteraard ook op het programma van hoog buitenlands bezoek. Zij komen er een bloemenhulde brengen aan de “Vader van de Natie”. Elke vrijdag is er een gebedsmoment. Extra aandacht gaat naar Gandhi’s verjaardagen van geboorte en dood. In 2007 is Gandhi’s geboortedatum, 2 oktober, uitgeroepen tot “Internationale Dag tegen het Geweld”. Die dag wordt op ouderwetse manier katoen gesponnen.

Over het leven van Mohandas Karamchand Gandhi, bekend als Mahatma Gandhi wat Verheven Ziel betekent, zijn boeken geschreven, documentaires en films gemaakt. Denk maar aan “Gandhi” van Sir Richard Attenborough met Ben Kingsley in de titelrol. Zijn levensloop komt hier summier ter sprake, ik wil mij vooral toespitsen op zijn “leven-na-de-dood”. Gandhi werd op zijn dertiende uitgehuwelijkt aan de even jonge Kasturba Makharji en zij kregen vier zonen, de eerste in 1888, het jaar dat hij rechten ging studeren in Londen. In 1893 werd hij advokaat in Durban, Zuid-Afrika. Na zijn terugkeer naar India (1915) manifesteerde hij zich met geweldloze acties en betogingen tegen de koloniale overheid. Zo was zijn witte lendendoek een vorm van protest tegen de Britten die de Indiërs geen katoenproductie gunden. Een andere vorm van verzet was de 386 kilometer zoutmars (1930) naar de oceaan om zelf zout te winnen, eveneens gericht tegen het Britse monopolie. Pacifisme was Gandhi’s middel voor revolutie. Hij was en is een van de belangrijkste voorvechters van vrede, waarheid en begrip tussen de volkeren, in het bijzonder tussen de Indische moslims en hindoes. Gandhi en zijn vrouw brachten jaren in gevangenschap door maar ook in vrijheid stond een ascetisch leven van vasten en zelfreiniging op het menu. Hij evolueerde van vegetariër naar fruitariër, of hoe dat ook moge heten. India werd onafhankelijk op 14 augustus 1947, een viering zonder de charismatische Gandhi want hij was intriest over de onrust, het gebrek aan harmonie, en de verdeling tussen India (hindoes) en Pakistan (moslims). Tussen 1934 en 1948 heeft men minstens vijf maal geprobeerd Gandhi te vermoorden. De zesde keer, op vrijdag 30 januari 1948, is het gelukt terwijl hij in zijn tuin van Birla House, Delhi wandelde. Nathuram Godse (1910-1949), een extremist, nationalist en hindoe trof Gandhi drie maal met zijn Beretta. De moordenaar gaf zich over, kreeg de doodstraf en werd opgehangen. Na de aanslag werd Gandhi naar zijn woning gebracht en men heeft zich afgevraagd waarom niet naar een ziekenhuis. Zou het trouwens geholpen hebben ? Zijn laatste woning is nu een museum en in de tuin op de plaats van de moord staat een gedenkteken.

De dag na de moord werd Gandhi gecremeerd, op de plek hierboven beschreven. Zijn asresten werden over meerdere urnes verdeeld en naar verschillende uithoeken van het land gestuurd voor rouwplechtigheden :
* De belangrijkste asverstrooiing was op 12 februari in Allahabad : een rouwstoet trok door de straten naar de heilige Triveni Sangam, de samenvloeiing van de stromen Ganges, Yamuna en de legendarische ondergrondse en onzichtbare Saraswati.
* Een tweede urne werd in Pune (Poona) begraven, in het paleis van de Aga Khan. Het gebouw dateert van 1892 en deed later dienst als gevangenis. Gandhi zat er gevangen van 1942 tot 1944. Zijn trouwe secretaris Mahadev Desai (1892-1942) overleed er evenals Gandhi’s echtgenote Kasturba (1869-1944). Gandhi’s gezondheid was die jaren sterk achteruitgegaan en de Britten waren bang dat hij in gevangenschap zou sterven ... het land zou op zijn kop staan ... en lieten hem vrij. In 1969 gaf Aga Khan IV (nog steeds de huidige Aga Khan) het paleis cadeau aan de Indische staat. Het wordt nu ook Gandhi National Memorial genoemd met de samadhis van de secretaris, Ba (moeder) Kasturba en Bapu (vader) Gandhi zelf. In dit paleis zijn regelmatig tentoonstellingen over leven en werk van Gandhi. De achtvoudige oscarwinnaar “Gandhi” werd er deels gedraaid.
* Een urne werd naar het uiterste zuidpunt van India gestuurd, waar de Indische Oceaan, de Golf van Bengalen en de Arabische Zee in elkaar vloeien. Zijn asresten werden uitgestrooid bij de magische stad Kanyakumari, waar men op dezelfde plek zowel zonsopgang als -ondergang boven zee kan zien. Later werd hier een tempel gebouwd en op 2 oktober vallen de eerste zonnestralen exact op de plek waar de urne uitgestald werd.
* Er werden enkele urnes in het geheim achtergehouden. In 1997 werd er een uit een bankkluis gehaald door een achterkleinzoon van Gandhi en deze asresten werden alsnog uitgestrooid in Allahabad.
* Recenter nog dook er een urne op die op 30 januari 2008 uitgestrooid werd in Girgaum Chowpatty bij Mumbai (Bombay).
* Er is een urne buiten India verzeild geraakt, namelijk in het Self-Realization Fellowship Lake Shrine bij Los Angeles. Aan datzelfde meertje werd in 2001 een privé afscheidsplechtigheid gehouden voor George Harrison (1943-2001). De tot hindoe bekeerde Beatle en schrijver van “My Sweet Lord” zou over de Ganges uitgestrooid worden, maar het is mogelijk dat dàt nog altijd niet gebeurd is.

Als eerbetoon wil ik eindigen met een van Gandhi’s uitspraken “De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht”. Zestig jaar na zijn dood nog even actueel ...

Tante Kato

Lilith Kenis brengt hier weer een passend gedicht


Zoveel ongezegds
 
De dood is steeds abrupt en komt zo plots.
Hij knakt het leven, de liefde en onze trots,
doet bedenken hoe nietig we slechts zijn
en laat ons achter met een kelk verzuurde wijn.
 
De dood sluipt, slaat toe en is altijd onverwacht.
Hij neemt ons vrienden en bekenden af,
laat ons onzeker als een kleintje in de nacht
en neemt zoveel ongezegds mee in het graf.
 
Lilith Kenis
7 Juni 2003
Antwerpen
 
Leden die geïnteresseerd zijn in de gedichten van Lilith kunnen een bundeltje bestellen via Lilith Kenis, 03/239 83 36, E-mail: [email protected]

An speelt komedie en hoe!


Voor zo’n 45 geïnteresseerden gaf An haar rondleiding naar aanleiding van de Gentse Feesten onder de titel:  “De wereld, een schouwtoneel”. Ondertitel voor de rondleiding bleek “hoe de Gentenaren de Antwerpenaren theater leerden spelen”. Gestart werd bij Napoleon de Stanberg. Hij schreef en vertaalde niet minder dan 113 stukken waaronder Les Misérables van Victor Hugo, Macbeth van Shakespaere en Tartuffe van Molière. Hij week uit naar Antwerpen om daar te regisseren en te acteren. Napoleon de Stanberg was ook een gerenomeerd toneelcriticus. Hij stierf arm, een vrouw en negen kinderen achterlatend. Mecenas Charles Verbessem betaalde een groot deel van het bedrag om het grafmonument voor Napoleon te bekostigen. Vandaar trok de groep naar Hendrik Philippe Waelput. Hij was directeur van het Brugs muziekconservatorium en later werd hij rondreizend dirigent. Zijn werk wordt niet gewaardeerd en hij geraakt aan de drank. Alsof dit alles nog niet erg genoeg was is niet exact geweten waar Philippe nu werkelijk begraven ligt. Een familielid vraagt een concessie aan en die komt op naam van Gaston Walput. Op de fiche van de begraafplaats staat ene Philippe Walput vermeld die 42 jaar oud werd, terwijl hij slechts 40 jaar werd. Speurneus An maakte zich sterk dat het niettegenstaande dit alles toch over dezelfde Philippe zou gaan. Karel Ondereet was boekbinder maar daarnaast ook acteur en auteur. Hij bleek, dixit An, “een moeilijk manneke te zijn geweest”. Edmond Van der Straeten kunstmecenas kreeg een groot beeld van de hand van Domien Van den Bossche. Het monument viel zo groot uit dat de weduwe een nieuwe grafconcessie moest aanschaffen. Iets verder Lucien Denaer, toneelkunstenaar en Charles Verbessem, de reeds vernoemde mecenas. 
Victor Bruyneel was rechter maar hij zong ook bij “Les melomanes”. Dat deze vereniging een belangrijke plaats innam in het leven van Bruyneel bleek uit het feit dat “Les melomanes” een prominente plaats op het graf kreeg. Het beeld is van de hand van Hyppolythe Le Roy. Karel Miry kreeg recent een nieuwe steen, zo nieuw dat An de componist van de Vlaamse Leeuw bijna voorbij stapte. Dit werk werd gemaakt om door een tenor gezongen te worden en Karel Ondereet kweet zich voortreffelijk van de taak om dit tijdens de première te brengen. Vandaar stapten we “buiten de muren”, lees: buiten het oude gedeelte van de dodenakker. Daar ligt Jean Ray, onze Belgische Edgard Alan Poe en schrijver van de “Vlaamse filmkes”.
Wat verder sopraan Vina Bovy. Deze operadiva zong in alle grote theaters van België. Zij zong ook in Buenos Aires en in het Metropolitan in New York. Toen de Belgische ambassadeur haar vroeg of ze het naar haar zin had antwoordde ze “wat ik mis is mijn Gent: bloende met appelspijs” (blijkbaar: bloedworst met appelmoes). Vlakbij Romain De Coninck: niet alleen de duivel-doet-al van het Gentse volkstheater maar ook bekend van verschillende televisiereeksen en films. Terug op het oude gedeelte. Cesar De Cock werd op het grafmonument afgebeeld als schilder maar bleek ook een voortreffelijk zanger te zijn geweest. 
Edward Nevejans gaf les aan de conservatoria van Gent en van Brugge. Het beeld op zijn laatste rustplaats is van Bruggeling Henri Pickery. In de onmiddellijke omgeving Pieter Heckers en toondichter Oscar Roels, met een beeld van Geo Verbanck. Toneelkunstenaar Jules Moens kreeg een interbellumgraf. 
Jef Van der Meulen was actief in de socialistische harmonie “de Vooruit”. Hij liet de arbeider kennis maken met Beethoven en andere “klassieken”. Toneelcriticus Henri de Gezelle kreeg een mooi monument van Jan Antheunis. Arie Van den Heuvel was een Nederlands toneelvernieuwer die de noodzaak van het een toneelonderricht besefte. Hij kreeg een interbellumgraf.
Het einde van de rondleiding was bij de zitbank voor Karel Miry, vlakbij de ingang van de Westerbegraafplaats en niet bij zijn graf. Reden: vlakbij zijn mentor Napoleon de Stanberg. En zo was de cirkel rond. Meer dan tevreden toog eenieder huiswaarts.
Op maandag gaf An nogmaals een rondleiding. Deze keer waren er 50 geïnteresseerden.
Jacques Buermans

Vierdaagse trip naar Parijs


Ook in 2009 organiseren onze leden Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer onder de auspiciën van de Terebinth een buitenlandse reis 
Ook in 2009 organiseren onze leden Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer onder de auspiciën van de Terebinth een buitenlandse reis:

PARIS PERPÉTUEL
 
4 DAAGSE FUNERAIRE REIS PARIJS
 
16 t/m 19 APRIL 2009
 
Paris perpétuel, voor eeuwig in Parijs.
 
Wie in Parijs sterft, mag in Parijs begraven worden.
Op de begraafplaatsen van de stad Parijs kun je een eeuwigdurend grafrecht, une concession perpétuelle, verwerven. Wie er begraven wordt, kan er voor eeuwig rusten: Parijs voor eeuwig, Paris perpétuel.
Veel beroemdheden zijn je al voorgegaan. Wij gaan hun graven en hun grafmonumenten bezoeken op begraafplaatsen, die tegelijk geschiedenisboek, pelgrimsoord, beeldentuin en openluchtmuseum zijn geworden.
 
Op het programma van deze funeraire reis staan bezoeken aan en rondleidingen over de vier grote historische begraafplaatsen: Père Lachaise, Montmartre, Montparnasse en Passy.
Maar ook het oude Parijs op het Île de la Cité en het moderne Parijs in La Défense bieden naast hun opmerkelijke architectuur ook funeraire bezienswaardigheden.
 
Ons bezoek aan Parijs heeft overigens niet het doel om er te sterven, maar juist om er met volle teugen te genieten van het leven. Dat savoir vivre uit zich in deze stad op praktisch alle terreinen, of het nu gaat om uitgaan, winkelen, culinair of cultureel genieten. Ook dat komt aan bod: een wandeling door de levendige wijk Montmartre, een sightseeing tour langs de bekende hoogtepunten van Parijs en een vrije middag, waarop jezelf de kans hebt dat te doen in Parijs wat je altijd al wilde.
 
Hotel Mercure Terminus Nord tegenover het Gare du Nord met de metro voor de deur is geen eindpunt, zoals de naam doet vermoeden, maar een een uitstekend uitgangspunt voor de verkenning van de stad Parijs.
 
 
PROGRAMMA
 
Donderdag 16.04
9.00 uur
middag
PARIJS - NOORD
vertrek uit Eindhoven
Cimetière de Montmartre, aansluitend wandeling door Montmartre
Vrijdag 17.04
ochtend
 
middag
 
avond
PARIJS – WEST & ZUID
Cimetière de Passy
Cimetière de Montparnasse
HET OUDE PARIJS (facultatief) 
Île de la Cité: Notre Dame, Mémorial de la Déportation, Sainte Chapelle
sightseeing tour
Zaterdag 18.04
ochtend
 
middag
HET MODERNE PARIJS
La Défense: cimetière de Neuilly
& wandeling langs de moderne architectuur van La Défense
vrij
Zondag 19.04
ochtend
middag
PARIJS – OOST
Cimetière de Père Lachaise
terugreis
 
Hotel:              Hotel Mercure Terminus Nord, 12 Boulevard Denain, 75010 Paris
 
Organisatie:        ESKOO REIZEN & ATELIER TERRE AARDE organiseren onder auspiciën  van Vereniging De Terebinth deze vierdaagse funeraire reis naar Parijs
 
Gegevens:
 
De reis is samengesteld en wordt geleid door Atelier Terre aarde:
Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit.
Organisatie en uitvoering: Eskoo Reizen / ID Travel: Ruud van den Eshof en Lia Koolen.
 
Prijs bij gebruik 2-persoonskamer   €  425,00
Toeslag 1-persoonskamer             €  150,00
 
Prijs inclusief:
  • luxe touringcar
  • 3 x hotelovernachting incl. ontbijt
  • alle rondleidingen
  • stadstoer
  • reisgids door Rindert Brouwer
  • SGR garantie.
  • deskundige reisleiding: Rindert Brouwer & Jeannette Goudsmit
 
Prijs exclusief: Alle overige maaltijden, een reis- en annuleringsverzekering.
(Eskoo Reizen kan deze verzekeringen evt. voor u verzorgen)
 
Informatie en inschrijving: Rindert Brouwer en  Jeannette Goudsmit,
tel. 040-2121791, e-mail: [email protected], web: www.atelier-terreaarde.nl.

Grafmonument Vercauter volledig in orde dankzij Gentse Feestenpubliek


In een vorige Nieuwsbrief konden we al melden dat onze technische adviseur Christiaan Ketele zijn stempel wenste te drukken op andere dodenakkers dan Schoonselhof en op vrijdag 20 juni ging hij samen met Jef Braekman al eens kijken op de Gentse Westerbegraafplaats. Het grafmonument Vercauter, jarenlang het zorgenkind van onze An Hernalsteen, werd onderzocht en beide “technischen” stelden vast dat de toestand bijlange niet zo dramatisch was dan ons altijd voorgeschoteld werd. Onze An was de euforie nabij zeker toen ze vernam dat de technische adviseurs zich sterk maakten om de klus te kunnen klaren voor het einde der Gentse feesten. Op 15 juli trokken Christiaan, diens echtgenote Vera en Jef naar Gent om het grafmonument in al zijn glorie te laten herrijzen. Makkelijker gezegd dan gedaan want onze vrijwilligers hadden een gehele dag nodig om de klus te klaren. 
    
   
Eerlijkheidshalve dient gezegd dat het grafmonument, na een dag noeste arbeid, er terug uitzag als om door een ringetje te halen. Het rotte houtwerk werd vervangen, er werd opgevoegd dat het een lieve lust was, de plant die ervoor zorgde dat zijn wortels enorm veel schade aan de obelisk aanbrachten werd verwijderd en in de plaats kwamen twee prachtige buxussen. Ondergetekende kwam een kijkje nemen, natuurlijk wanneer de klus geklaard was, en zag dat het goed was. Ons An werd er bijgehaald en ze was een meer dan tevreden vrouw.
 
Het zoeken naar een bedrijf dat een herinneringsplakkaat kon vervaardigen bleek moeilijker dan verwacht wegens de aan de gang zijnde Gentse Feesten. Ook hier kwam Antwerpen Gent ter hulp en in de Sinjorenstad werd een bedrijf gevonden die de plakkaat kon vervaardigen voor het eind van de feesten. De arbeiders van de Westerbegraafplaats zorgden ervoor dat de plakkaat bevestigd werd.
Dan was het alleen nog wachten tot het talrijk opgekomen publiek voor de rondleiding van An op maandag 28 juli, we telden meer dan 50 man, een kijkje kwam nemen. An was echt ontroerd toen ze fier verkondigde dat de restauratie enkel mogelijk was door de gulle giften van die mensen die royaal in haar Tupperwarepot centen staken.
Terecht betrok ze ook de werkmensen van haar Westerbegraafplaats in de hulde want deze mensen zorgen er dagdagelijks voor dat deze dodenakker gezien mag worden. Eens de plaat onthuld was het tijd voor … een dreupelke. Maar niet alleen de jenever en andere niet-alcoholische dranken vonden hun weg naar het Gentse Feestenpubliek ook werden er reeds plannen gesmeed om een volgende grafmonument aan te pakken.
   
Persoonlijk wil ik, naast mijn dank aan dit Gentse Feestenpubliek zonder wie de restauratie onmogelijk zou geweest zijn, toch ook mijn dank uitspreken naar ons bestuurslid An Hernalsteen. Het is maar dankzij haar niet-aflatende inzet voor het behoud van dit grafmonument dat de restauratie uiteindelijk een feit is. Ook onze vrijwilligers Christiaan Ketele, Vera Engelen en Jef Braekman, allen afwezig wegens verlof, wil ik langs deze weg van ganser harte danken.
 
Ik wil ten slotte ook de Gentse media van harte danken voor de enorme belangstelling die ze betoonden bij deze herinhuldiging. Natuurlijk is het interessanter om braspartijen en andere “bestialiteiten” in de schijnwerper te plaatsen dan oog te hebben voor een evenement verwezenlijkt door vrijwilligers, dankzij lokale mensen. Ik zal zeker niet nalaten hieraan te denken wanneer ze onze vzw Grafzerkje eens te meer nodig hebben om hun bladzijden te vullen.
 
Jacques Buermans

“In Memoriam” toneelvoorstelling die het bekijken meer dan waard is


Enkele jaren geleden kon ik een toneelvoorstelling op de begraafplaats Schoonselhof aanschouwen. Het Paleis voerde er “In Memoriam” van schrijfster Hanneke Paauwe op. Omdat ik me wil inzetten om dit stuk nog eens te laten opvoeren in het kader van de Europese Week van de Begraafplaatsen in 2009 en omdat het stuk eind september opgevoerd wordt in Koksijde had ik contact met onder meer de schrijfster Hanneke Paauwe. Zij vertelde mij dat het stuk in Maastricht opgevoerd werd. Daarom toog ik op een zonnige augustusdag naar Nederland. De opvoering geschiedde op het kerkhof Sint-Pieter op de Berg.
 
Toen de duisternis gevallen was werden een vijftigtal toneelliefhebbers uitgenodigd om de “vrouwelijke ceremoniemeester” te volgen. Een aantal van hen kregen lampen mee. In de verte luidden de doodsklokken. Aan de ingang van een perk hield de zwijgzame stoet halt. De lampen werden neergezet en een moeder deed haar verhaal. Ze vertelde fier over haar twee kinderen, een tweeling, een jongen en een meisje. Ze lachte toen ze over haar kinderen vertelde. Beiden speelden in een schooltoneelvoorstelling van “Doornroosje”, het meisje als “fee”, de jongen als de prins die Doornroosje mocht zoenen. Plots maakte dit plaats voor verdriet. Bleek dat haar zoontje overleden was aan een epilepsieaanval. Het pakte de toehoorders die er nog stiller van werden dan ze al waren. De vrouw verdween even plots als ze gekomen was. Tussen rijen lampen begaven de toeschouwers zich naar een volgende locatie op de begraafplaats. Daar vertelde de zoon zijn verhaal. Hij was “samoerai” en vertelde hoe zijn rol in “Doornroosje” een flop werd toen eerst Doornroosje weigerde hem te kussen en hij daarop een epilepsieaanval kreeg. Aan een derde grafmonument deed de vader zijn verhaal. Hij was grafdelver en vertelde dat hij duizenden mensen ter aarde bestelde. Toen zijn eigen zoon overleed werd het hem te machtig. Hij kon dit verlies moeilijk verwerken. Zijn echtgenote verwerkte haar verlies op haar manier en het koppel groeide uit elkaar. Op het eind vertelde de vader dat ze uiteindelijk mekaar toch vonden in hun verdriet. Op de vierde plaats kwam plots een fee tevoorschijn. Het was het tweelingzusje van de overleden knaap die haar verhaal deed. Zij vonden troost bij mekaar in hun verdriet en eindigden met een “Doornroosjelied”. Het daarop volgend applaus toonde aan dat eenieder genoten had van deze pakkende voorstelling. De locatie was daar zeker niet vreemd aan.
 
Het was voor mij niet nieuw maar eens te meer heb ik echt genoten van deze voorstelling. De vier acteurs speelden echt prachtig. Hanneke Paauwe, de auteur, speelde op een aangrijpende wijze de moeder; Joris Van den Brande speelde de zoon; Hans De Munter vertolkte de rol van de vader waar ik bij de eerdere voorstelling Hans Van Cauwenberghe mocht aanschouwen - het was “anders” maar zeker niet slechter -; Sarah Bourgeois speelde het zusje. Het was mooi om zien hoe ze het ene moment lachten met de fratsen van hun kinderen en het andere moment ernst en een verdriet uitstraalden. Werkelijk mooie prestaties.
 
Op zaterdag 27 en zondag 28 september om 22 uur kunt u genieten van deze prachtige voorstelling. Info toerisme Koksijde, 058/51 29 10, [email protected] www.koksijde.be. Voor de rest hoop ik op de volgende Europese Week van de Begraafplaatsen deze voorstelling op één of meer Antwerpse dodenakkers te kunnen programmeren.
 
Jacques Buermans

Grafconcessie Schurgers op de begraafplaats Silsburg Ons lid Geert Janssens pende een heel verhaal neer rond de grafconcessie Schurgers


Wees deelgenoot in dit bijzondere verhaal.
 
Inleiding :
Iedereen die het Onze-Lieve-Vrouwkerkhof  (Silsburg) bezoekt, heeft zeker al eens stilgestaan bij het prachtige grafmonument van de familie Schurgers. Wat weinigen weten is dat achter dit beeld een mooi verhaal schuilt van liefde voor een gestorven kind. Even voor Allerzielen-Allerheiligen 2007 hadden we het genoegen mevrouw Dupont te ontmoeten die meermaals per jaar deze plek voorziet van prachtige bloemen. Aan de hand van haar relaas en documenten gaan we dieper in op dit stukje funerair erfgoed.
Iedereen die het Onze-Lieve-Vrouwkerkhof  (Silsburg) bezoekt, heeft zeker al eens
 
De familie Schurgers:
Jan Jacob Schurgers werd geboren te Geleen (Nederlands-Limburg) op 15/3/1853 als zoon van Jan Gerard Schurgers en Charlotta Potmans. Naast hem was er nog een dochter Maria Hubertina ( °6/6/1848 - +22/1/1919). Zijn vader overleed op 21/11/1854 te Geleen. Zijn moeder kwam aan de kost als vroedvrouw. Hij kwam naar Antwerpen en werd klerk. Hij ontmoette een meisje uit de Gyselsstraat te Borgerhout. Op 16/7/1881 huwde hij aldaar met Maria Rosalia Henrica Raes. Zij was geboren te Antwerpen op 22/10/1860 en was de dochter van Nathalis Augustus Raes, bediende en Caroline Van Maelsacke. Op 28/10/1883 werd in de Lange Bisschopsstraat 80 zoon Raymondus Augustus Gabriel geboren om 07.00 uur. Jan Jacob werd handelaar in koffie en dit op volgende adressen:
 
Schurgers J            Turnhoutsebaan 373 Borgerhout        Nederlandse Koffiebranderij
Schurgers J-Raes    Beeldekensstraat Lge 165 Antwerpen Nederlandse Koffiebranderij 
Raes                      Turnhoutsebaan 337  Antwerpen        Le Pelican Rouge, pélican


Na de lagere school ging Raymond naar het Atheneum van Antwerpen. Het noodlot sloeg echter toe. Raymond kreeg een longziekte en stierf thuis in de Offerandestraat 80 op 22/03/1900, amper 16 jaar. Hij werd tijdelijk begraven op 24/3/1900. Zijn vader was een gebroken man en sterft 2 jaar later uit verdriet zoals in de familie werd verteld.
 
Het graf zelf:
Het graf bevindt zich op de hoofdlaan en meer bepaald op het perk C2-oost, graf 14. Enkele maanden na het plotse overlijden van zijn zoon Raymond besloot Jean-Jacques Schurgers tot de aanschaf van een familiegrond. De concessienummers 320-321-322 en een gedeelte van de nummers 285-286 werden in 1900 aangekocht door dhr. Jean-Jacques Schurgers. De afmetingen zijn 3.45 x 2.5 dus een totale oppervlakte van 8 m² 62 cm². De grond werd verkocht aan 150 frank/m². De totale kostprijs van 1293.73 frank was te storten in de gemeentekas. Maar dit was nog niet alles want in de brief van Burgemeester Moorkens aan dhr. Schurgers wordt nog vermeld: “ evenals eene gift van ’s minstens 25% op de som gestort voor den grond, en dit in voordeel der Burgerlijke Godshuizen en het Weldadigheidsbureel. Aan de mildadigheid der concessionarissen die gift naar goeddunken te verhoogen.” Deze gift kwam op 324 frank. De totale kostprijs kwam dus op 1617.75 frank. Daarbij werd nog vermeld dat de ontgraving van Raymond met de politiecommissaris moest besproken worden. In 1908 kocht Mevrouw Schurgers een aanpalend stuk grond met als nummer 323. De afmetingen van dit perceel zijn 1.9 op 0.8 met als totale oppervlakte 1.52m². De grondprijs was 75fr/m². Dus 114 frank werden er in de gemeentekas gestort en nogmaals vermeerderd met 28.5 frank, de gebruikelijke 25% voor de Burgerlijke Godshuizen en het Weldadigheidsbureel. 
Het beeldhouwwerk:
Dhr. Schurgers spaarde nog kosten nog moeite om zijn geliefde zoon Raymond te eren. Hij nam contact op met de Borgerhoutse beeldhouwer Alfons Lambert Baggen. Er is een ermoeden dat zij elkaar kenden want Albert Baggen, zoals de artiest zich noemde, was afkomstig uit Geleen.
We geven hieronder de integrale overeenkomst weer tussen de opdrachtgever en de kunstenaar. Dit schetst niet enkel de tijdsgeest maar de werkwijze ivm het ontwerpen van een grafmonument.
“Tussen den Heer L. A. Baggen, beeldhouwer, woonende Leopoldstraat nr. 18 te Borgerhout, van de eene zijde, en den Heer J. Schurgers-Raes, koopman, woonende te Antwerpen, Offerandestraat 30/32, van de andere zijde is overeengekomen als volgt:
De Heer L.A. Baggen verbindt zich tot het maken eener grafzuil in steen, zooals geleverd staal van Euville marherie, voorstellende gebeeldhouwden praalkist waarop gezeten dito engel met kind te plaatsen op een voetstuk vervaardigd uit goeden arduin, zooals het geheel is aangeduid op eenen door hem geleverden lichtdruk (Photographie) te voorzien met grafschrift alsook afsluiting in voormelde bouwstoffen.
De afmetingen van voornoemde werken zijn hoogte drie meters, voetstuk twee meters 50 c breedte, dikte minstens een meter 30 c, afsluiting 2.50 x 3.45.
Het alles op te richten op behoorlijke grondvesten voor 30 October van het loopende jaar op eenen hem bekomen grond van het O.L.V.-kerkhof van Borgerhout (Silsburg). Het geheel uit te voeren en te plaatsen en zonder beschadiging voor de som van twee duizend acht honderd francs.
Bij aldien de werken op voormelde tijdstip niet uitgevoerd en afgeleverd zijn mag de Heer L.A. Baggen op zijne verantwoordelijkheid hiertoe nog overgegaan in den loop der maand november van hetzelfde jaar mits eene schadeloosstelling van twintig francs per dag achterstal. Indien evenwel voor welkdanige reden het geheele werk niet uitgevoerd en geplaatst zal zijn in deze laatste voorwaarden zoo verbindt zich de Heer L.A. Baggen de verschuldigde gelden en intresten aan den Heer J Schurgers-Raes binnen de acht dagen uit te betalen en zal van de uitvoering der werken afgezien worden.
Den goeden uitslag der werken te gemoedziende verbindt zich de Heer J. Schurgers-Raes den aannemingsprijs te betalen als volgt:
Vijfhonderd francs op den dag der teekening dezer overeenkomst
Vierhonderd drien en dertig francs voor 20 October
Negenhonderd drie en dertig francs 50 centiemen onmiddellijk na de plaatsing en aflevering der voornoemde grafzuil en bijhoorigheden
Negenhonderd drie en dertig francs 50 centiemen binnen de drie maanden die de aflevering der werken volgen.
Gedaan en wederzijds goedgekeurd te Antwerpen den 24 September negentien honderd.
 
J Schurgers-Raes                                          L.A. Baggen
 
De engel beeldt de aartsengel Gabriel af die de vleugels rond het portret van Raymond slaat. Men heeft deze engel gekozen omdat de tweede naam van de overledene Gabriel was.
 
Wie ligt er in begraven?
             Schurgers Raymond begr 24/03/1900
             Schurgers Jan begr 26/07/1902
             Raes Antoon begr 11/01/1924
             Raes Maria begr 31/01/1938
             Dupont Eugeen begr 19/05/1943
             Schurgers Gabriella begr 18/01/1986
             Dupont Guy begr 22/10/2004
 
Beeldhouwer:
 
Alfons Baggen (artiestennaam Albert Baggen)  werd geboren te Geleen op  9 maart 1862,
overleden in Borgerhout (Antwerpen) op 11 mei 1937. Oudste zoon van een uit Nederland geëmigreerde meubelrestaurateur. Sinds 1874 met zijn familie in Borgerhout gevestigd. Hij volgde lessen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (1880-1887) bij Jozef Geefs en Jacob De Braekeleer en werd medestichter van de Borgerhoutse kunstkring 'Eigen Vorming' (1885-1914) en was lid van de kunstenaarsgroep 'Als Ik Kan' in 1890. Daarnaast werd hij laureaat van de wedstrijd (1897) voor een Boerenkrijgmonument in Hasselt samen met Jan Frans De Vriendt. De beeldengroep werd gerealiseerd in 1898, van de hand van Baggen is de brigand met kruisbanier en koehoorn.
Daarnaast zijn de beelden “Krachtdadigheid-Rechtvaardigheid” op het gemeentehuis van Borgerhout ook van zijn hand.
Andere werken zijn het grafmonument van Josephus Nuyts, het borstbeeld van Josephus Diels op Silsburg, het grafmonument van Jan De Laet op het Sint-Fredegandus en oa. de beeldengroep in de OLV-Presentatiekerk te Aalst-Waalre (Nederland).
Hij overleed te Borgerhout op 11 mei 1937 en ligt begraven op Silsburg.
 
Geert Janssens

Lissabon waar ook de funeraire liefhebber aan bod komt


Met mijn door een aantal van jullie reeds gekende Haremm (Heer alleen reist enkel met Meisjes) trok ik voor een zestal dagen naar Lissabon. Lissabon is een must voor de liefhebber van steden. Eten is er goedkoop, er is gigantisch veel te bewonderen maar het vergt veel van de fysiek want de stad is absoluut niet vlak. Om zich te verplaatsen kan men ondermeer gebruik maken van tram 28 die zich door de oude stad slingert, wat op zich al een belevenis is. Ook de liefhebber van het funeraire komt hier aan zijn trekken. In Alfama, het oudste stadsgedeelte, bevindt zich het klooster Sao Vincenzo. Daar liggen enkele Portugese koningen onder wie Manuel I en kroonprins Filipe.
Vlakbij pootten de Portugezen een kopij van het Parijse pantheon neer maar de inhoud kan zeker niet optornen tegen die van de lichtstad. Ontdekkingsreiziger Vasco da Gama ligt hier en dichter Luis de Camoes, maar alle bloemen gaan echter naar de wereldbekende fadozangeres Amalia Rodriguez
De reeds vernoemde tram voert ons een stuk verder naar de basiliek Estrela. Funerair is hier enkel het graf van Maria I te bewonderen. In de onmiddellijke omgeving ligt een Britse begraafplaats. Het aanbellen op zich is al een evenement. Wij waren door ons lid Marc Coremans, die enkele weken voor ons in Lissabon vertoefde, verwittigd er ik maakte reeds hetzelfde mee in 2002. Na het aanbellen moet enorm lang gewacht worden tot een stokoud vrouwtje komt opendoen. Marc, de onverlaat, waagde het om niet minder dan vier keer aan te bellen en kreeg daarom een litanie in het Portugees te horen van dat stokoude vrouwtje. Wij wachtten bijna 15 minuten tot we het waagden om een tweede keer aan te bellen. Kort daarop verscheen het vrouwtje en eenzelfde litanie werd ons toegeslingerd. De dodenakker is helemaal anders dan de Portugese begraafplaatsen. Hier zijn auteur Henri Fielding en Christian August Caroll, prins Waldeck II, de voornaamste “ingezetenen”. Bij het buitengaan gaven we het vrouwtje een eurobiljet en dat maakte heel veel goed.
Wanneer men er toch is kan men op wandelafstand naar de kleine Duitse begraafplaats. Hier weer aanbellen en kort nadien wordt opengedaan. Indien je geluk hebt, Marc Coremans ving hier blijkbaar bot, mag je even rondkijken maar fotograferen mag niet. Eindpunt van tram 28 is de begraafplaats Prazeres. Een begraafplaats om duimen en vingers af te likken. Na enorm veel aandringen krijg je een gefotokopieerd plannetje. Gouden tip voor de funeraire liefhebber: in de kapel van de begraafplaats zijn plannetjes te verkrijgen van … de begraafplaats Sao Joao, zie verder. Heel belangrijk want daar … juist: bezit men geen plannetjes van de eigen begraafplaats. Op Prazeres, uit 1833, daarom de oudste begraafplaats van Lissabon, treffen we onder andere Carvalho Monteiro, mecenas en bibliograaf aan. Achter de kapel historicus Oliveira Martins met het beeld “A historia”, de geschiedenis, van Texeira Lopes. Journalist Magelhaes Lima ligt vlakbij een monument voor brandweerlui.
Sousa Viterbo, historica en bibliografe, ligt in de omgeving van het gigantische grafmonument voor schrijver Luiz Soriano. Achteraan Prazeres José Fontana, syndicalist, onder een “strijdvaardig” monument. Vlakbij treffen we een volledige werkbank aan
Carlos Lobo d’ Avila, schrijver en politicus, werd bedacht met een prachtig grafmonument maar wat te zeggen van de private begraafplaats van de familie van graaf Palmela, gebouwd in 1846 door de Italiaanse architect Cinàtti en uniek in de Portugese architectuur. Bovenaan een beeld van de engel des doods maar er zijn ook verwijzingen naar de vrijmetselarij.
Vlakbij de Torre de Belém ligt het klooster en de kerk van Jeronimus. Daar lagen dichter Luis de Camoes en ontdekkingsreiziger Vasco da Gama maar hun prachtige cenotaven trekken nog vele bezoekers. Schrijver Fernando Pessoa werd vijftig jaar na zijn overlijden naar de kloostergangen overgebracht. 
Nu we het toch over schrijvers hebben: onze Herman De Coninck kreeg een fatale hartaanval in de rua Marques de sa Bandeira, vlakbij het museum Gulbenkian. Een gedenktegel vermeldt dit gebeuren.
Het beste bewaren we voor het laatst: Sao Joao. Deze dodenakker bevat het eerste crematorium van Portugal uit 1925. Op de middenrij treffen we de mooiste grafmonumenten aan. Gomez Leal, wat verder vrijmetselaar Miguel Bombardo en Elias Garcia, grootmeester van de loge. Op het eind van de weg Machado Santos, stichter van de republiek Portugal in 1910 en vermoord in 1921. Op het eind van een zijweg de crypte van de strijders met de resten van maarschalk Gomes da Costa en kapitein vliegenier Oscar Monteiro Torres. Een bronzen bloem gedenkt de eerste crematie in 1925.
     
   
Jacques Buermans

Karel Van den Oever en zijn graf Ons lid Louis Van Dyck zet zich reeds jaren in voor het onderhoud van enkele graven op Schoonselhof


   
Recent deed hij het nodige voor het graf van Karel van den Oever op de begraafplaats van Berchem. Wat laten Louis zelf aan het woord :
 
Reeds vele jaren liggen meerdere leden van het kroostrijk gezin Van den Oever op de begraafplaats te Berchem (Antwerpen).
De bekendste telg is dichter Karel Van den Oever. Hij is namelijk de schrijver van het beroemde gedicht « Dinska Bronska », dat gaat over een Pools meisje uit Plocka dat naar Antwerpen kwam om in te schepen richting Amerika. De boten met de rode ster in ‘t vaandel waren bij landverhuizers zeer gekend.
Ik kan het niet laten het gevoelsvolle gedicht, een weinig ingekort, hierbij af te drukken. Wie zich weleens in lektuur over landverhuizers heeft verdiept, begrijpt des te beter de gemoedstoestand van Dinska Bronska.
Niet alleen Karel was een gevoelsmens ; de ganse familie leefde sterk met mekaar mee. Een voorvalletje toen Karel moest gaan loten voor zijn militaire dienst, illustreert dat weer eens. Zoals jullie weten : « er uit geloot » = geen dienstverplichting. « er in » = soldaat worden. Maanden op voorhand bibberde het huishouden. Vele kaarsen bibberden met hun vlam mee voor een heiligenbeeld. Op de bewuste dag trok Karel naar het stadhuis, de familie bleef buiten wachten. Stan (broer van Karel) stond iets dichter bij de poort waar Karel uit zou komen. Op het moment dat hij Karel ziet, roept Stan naar de familie : « hij is er uit » ; bedoelend hiermee : hij i suit het stadhuis, nu gaan w’ het weten. De familie, denkend dat hij er uit geloot is, juichte en danste. Intussen vernam Stan de uitslag en riep « ja maar, hij is er in !» Toen kreeg Stan daar van zijn grootvader een patat in zijn gezicht en dat nog wel in ‘t midden van de Grote Markt. De sterk ontgoochelde Karel liep meteen naar de kathedraal en voor zijn heilige-beschermer riep hij « voor u bid ik nooit meer ! » Een vervanger werd gekocht voor +/- 2000 bfr.
Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef Karel in Nederland maar heeft menig keer gedacht : hoelang is mijn plaatsvervanger misschien al gesneuveld in mijn plaats,
Karel Van den Oever werd geboren in 1879 en stierf in 1926. De recentste bijzetting in het familiegraf dateert van 1953. Hij bleef ongehuwd. Het graf is ruim en nog degelijk van opbouw ; wel sterk vervuild. Toen ik een paar jaar geleden het officiële bericht van verwaarlozing bij het graf vond, rijpte de gedachte het graf eigenhandig op te frissen, uit dankbaarheid voor de mooie gedichten welke hij ons naliet.
De opkuis heeft heel wat uren werk gevraagd, ik deed het graag ! Waar voorheen een dikke laag plastiekbladen de bodem bedekte, met er boven een vracht kiezelsteentjes – en veel onkruid – ligt nu een omgespit en gerijfd veldje. ‘t Is de bedoeling er enkele rijen planten in te zetten, met een middenstrook kleurrijke bloemen. Hiervoor wacht ik echter tot ik het peterschap over het graf definitief bekom. Een familielid van Karel zou intenties hebben. Die zijn echter enkele jaren oud en bleven tot op heden zonder gevolg.
 
Louis van Dyck
Juli 2008.
 
P.S. : ik hoop van harte dat Louis Van Dyck er in slaagt om het peterschap voor deze concessie te verwerven hij deed ten slotte al het werk. Zoals hij zegt betonen nabestaanden van Karel Van den Oever  eveneens interesse en normaliter vind ik dat nabestaanden voorrang dienen te hebben maar zij hebben nog nooit één vinger uitgestoken om het grafmonument te fastoeneren en Louis wel ! (Jacques Buermans)
 
Dinska Bronska (door Karel Van den Oever) ingekort :
 
Zij kwam uit Plocka
Zij rook naar knoflook en spar.
Zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het hotel « Lapland » zat zij
bij een tafel aan het straatraam.
Zij schreef een brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want ze schreef moeilijk die brief
en daaronder Dinska Bronska haar naam.
Ze stak ook de penstok in haar mond …
… op het papier waren een inktvlek
en groot gestompel van letters.
Zij kocht het voor vier centiem
in de kruidenierszaak over het hotel.
Er was een beetje inkt aan heur kaak.
O Dinska Bronska, gij vertrekt naar Cananda
de stoomboot wacht aan de kaai.
Gij las op een almanak der red Star Line
dat Canada grotere appels
en hoger en geler koren heeft dan Plocka.
Het moet in Canada veel beter zijn.
O, Dinska Bronska met je dikke vingers
je schrijft zo moeilijk die brief.
Er zit ‘n tranenveeg, o zo verdrietig
van je blauwe ogen
naar je mond.
O, Dinska Bronska

Laken - Monumenten, gedenktekens en ereperken voor militaire en burgerlijke slachtoffers WO I en WO II


Ons lid Jan Dorpmans stuurde ons volgend artikel van de hand van Leon Candau (4/11/1930 - 5/2/2007). We verkregen de toestemming tot publicatie van de heer Wim van der Elst, voorzitter LACA = de Heemkundige kring van Laken.

Volgende foto's worden gepubliceerd met toestemming van de heer Wim van der Elst, voorzitter LACA = de Heemkundige Kring van Laken.

Het monument aan de Franse "Poilu Inconnu"

a) Algemeen
Binnen het geheel van de in deze studie besproken monumenten valt er een
bijzondere categorie te onderscheiden, namelijk die van de "Onbekende Soldaat".
In Frankrijk werd reeds op 28 januari 1921 onder de "Arc de Triomphe" in Parijs een "Poilu Inconnu" begraven, gepaard gaande met een grootser en uitgebreider ceremonieel dan gebruikelijk.
De man die daar met nationaal eerbetoon begraven werd behoorde tot een groep gesneuvelde militairen die evenwel onbekend was achtergebleven in de kazematten van Verdun.
Op 11 november 1922 zou België het Franse voorbeeld vol­gen. Uit vijf sectoren van het IJzerfront werden vijf niet geïdentificeerde soldaten geselecteerd en overgebracht naar het Noordstation in  Brussel. Op een van de lijkkisten werd een lauwerkrans neergelegd door een blinde strijdmakker van de overledenen. Deze "Onbekende Soldaat" werd vervolgens overgebracht naar de voet van de Congreskolom alwaar hij met groot eerbetoon begraven werd. Op die uitverkoren plaats zou hij voortaan een symbolische getuige zijn van de "ingoede mensen" die hun bloed en hun leven gaven voor hun land.
Kort nadien werd ook een grafsteen opgericht voor een "Onbekende Belgische soldaat" op de begraafplaats "Père Lachaise" in Parijs.
Onze bewindslieden bleven niet ongevoelig voor dit geallieerde gebaar van samenhorigheid. Tijdens opruimingswerken in onze verwoeste gewesten stootte men op een massagraf van Franse onderdanen. Prompt besliste de overheid om in de hoofdstad een gedenkteken op te rich­ten voor een onbekende Franse poilu.
Dat Laken als plaatskeuze voor dit mausoleum werd uitverkoren lijkt ons voor de hand liggend. De pas geannexeerde "Résidence Royale" beschikte over een prestigieuze begraafplaats, vlakbij de Onze-Lieve-Vrouwekerk met crypte als laatste rustplaats voor de vorsten en hun naaste familieleden.
Ook in andere Europese hoofdsteden van geallieerde landen werden monumenten opgericht om er niet geïdentificeerde soldaten te begraven. Zo een "Tommy" in Westminster Abbey in Lon­den (Groot-Brittannië) en in Luxemburg op het "Cimetière Notre-Dame". In Canada kent men het Ottawa-Monument, in Roemenië het Boekarest-Monument, in Polen het Warschau-Monument. Het Griekse monument aan een onbekende militair verrees in Athene. De Serviërs richtten hun monument op bovenop de heuvel van            Alva in de buurt van Belgrado. Helaas moeten wij ons binnen de grenzen van beschikba­re publicatieruimte tot deze korte opsomming beperken.
Als bron voor deze algemene beschouwingen raadpleegden we het uitvoerige artikel van D.J.B. Vanpée. Wie dus meer details over deze kwestie wil vernemen verwijzen we naar dit gedegen werkstuk.
b. Plaatsbepaling
Het Belgische monument aan de Franse "Poilu Inconnu" werd oorspronkelijk ontworpen om geplaatst te worden op het Lakense kerkhof. Tussen 1924 en 1925 werkte de Brusselse stadsarchitect Malfait verschillende inplantingvoorstellen uit: een eerste langs de kerkhofomheining met aanpassing van de toenmalige kerk­hofmuur, twee andere op het plein zelf, dicht tegen het kerkhof en de Onze-Lieve-Vrouwekerk aan en met voor ogen de heropbouw van een boogvormige kerkhofmuur in eigentijdse artdecostijl.
Een meer geïsoleerde opstelling verder op het plein zou uiteindelijk de voorkeur wegdragen.
c) Chronologie van de verwezenlijking van het monument
1921
Het Belgische Leger dat gedurende vier jaren weerstand bood achter de IJzer begon stilaan lessen te trekken uit de weliswaar droevige maar heldhaftige episode. De legerstaf besloot dan ook een nieuw oefenterrein aan te leggen in de kustregio.
Na grondig onderzoek werd de site van Lombardsijde, gele­gen tussen Nieuwpoort en Westende weerhouden. Dit militaire oefenterrein bestaat heden nog.
Na WOII werd op dit oefenterrein een nieuwe Luchtdoelartillerieschool van het gereorganiseerde Belgische Leger uitgebouwd. Tijdens het interbellum evenwel was de eerste Luchtdoelartillerieschool gevestigd in het Sint-Annakwartier (Sint-Annadreef). Hier een weliswaar toevallige doch merkwaardige link met Laken. Een gedenkplaat in bovengenoemde kazerne herinnert hieraan. De luchtdoelartillerieschool in Lombardzijde werd intussen ontbonden. Een enkel bataljon (14A) is er nog operationeel.
Er weze terloops opgemerkt dat de definitieve inplantingkeuze van het geplande oefenterrein gelegen was op het "Grote Duin". Tijdens de oorlog 14/18 was dit de enige plek die uitstak boven de overstroomde vlakte "West-Vlaanderen" en derhalve van grote strategische betekenis voor het ijzerfront. De gevechten die daar plaatsvonden waren moordend als gevolg van de vele stormaanvallen. Het wisselde maar eventjes 28 maal van kamp tussen 1915 en 1918.
1923
Tijdens nivelleringswerken voor het oefenterrein werd een loopgraaf aangetroffen met de stoffelijke resten van 42 Franse soldaten.
Intussen had de Franse repatriëringcommissie reeds 4.800 soldaten vanuit diverse Belgische plaatsen kunnen overbrengen naar het thuisland. Diezelfde repatriëringcommissie slaagde erin 34 van de in de loopgraaf aangetroffen slachtoffers te identificeren. Hun lijken werden ter beschikking van de families gesteld of begraven op het Franse ereperk in Ieper. Ook de acht niet-geïdentificieerden vonden daar ook hun laatste rustplaats.
De ontdekking van het massagraf, 5 jaar na de wapenstilstand wekte een diep medeleven op in de Belgische openbare opinie.
Van ambtswege werd overigens ook beslist om een nationale inschrijving te openen teneinde de nodige fondsen in te zamelen voor de oprichting van een mausoleum. Dit mausoleum moest trouwens een grafmonument worden om het stoffelijk overschot van een Franse poilu te ontvangen dat symbool zou staan voor al dezen die gevallen waren om onze EIGEN vrijheid te herwinnen!
(De openbare inschrijving bracht meer dan een half miljoen B Fr. op)
Een comité werd opgericht onder het voorzitterschap van de Heer Baron Steens en onder de Hoge Bescherming van Koning Albert I.
De uitvoering van het beeldhouwwerk werd toevertrouwd aan de Lakense beeldhouwer M. Desmaré die in nauwe samenwerking met het funeraire atelier van Ernest Salu II gestalte zou geven aan de uiteindelijke vormgeving.
Ter gelegenheid van de 14 juli viering werd op initiatief van de Belgische groepering "Les Amitiés Françaises" in het park van Brussel de maquette van het monument aan de "Poilu Inconnu" tentoongesteld.
1927- Inhuldiging
Vanzelfsprekend werd de inhuldiging van dit monument met ongekende luister gevierd.
Op 15 juli 1927 werden de stoffelijke resten van de acht Franse anonymi vanuit het militaire kerkhof van Ieper naar Brugge overgebracht. Een blinde oud-strijder wees in het station van Brugge de lijkkist aan bestemd voor het in Laken opgerichte mausoleum.
In de hall van het Lakense gemeentehuis werd een rouwkapel ingericht. Prins Karel, Graaf van Vlaanderen kwam het lijk begroeten. Gedurende twee dagen hielden Belgische en Franse oud-strijders de "wake".
Tijdens de nacht van 16 op 17 juli 1927 werd de lijkkist, geëscorteerd door fakkeldragende onderofficieren van het Belgische 9de Linie en het Franse 43ste Infanterieregiment, naar het mausoleum overgebracht.
Tijdens de nachtelijke ceremonie die in fakkellicht verliep in aanwezigheid van stadsschepen Coelst, de Heer Herbette, ambassadeur van Frankrijk en Generaal Blavier, de Franse Militaire Attaché, werd de lijkkist in de crypte van het monument gegleden.
De bronzen toegangspoort werd voor eeuwig afgesloten.
Intussen was ook een vrij groot detachement van het 43ste Infanterieregiment vanuit Rijsel in Brussel gearriveerd. De troepen werden onder luid applaus door een grote menigte toeschouwers toegejuicht terwijl ze te voet opstapten vanuit het Zuidstation naar het Klein Kasteeltje.
Op 17 juli vond dan de officiële plechtigheid plaats van de onthulling van het Monument. Oud-president van de Franse Republiek, Raymond Poincaré was als hoofdgenodigde op deze ceremonie aanwezig.
Baron Steens, voorzitter van het Comite voor het Monument aan de Onbekende Franse Soldaat vertrouwde de wacht aan het mausoleum toe aan Burgemeester A. Max. Op zijn beurt beloofde de burgemeester dat de Stad Brussel altijd zorg zou dragen voor het behoud en het onderhoud van het gedenkteken.
Een ongeziene menigte, burgers, oud-strijders uit België en geallieerde landen luisterden ingetogen naar de toespraken van de Koning en Oud-president Poincaré.
De muziekkapel van de Gidsen voerde tenslotte de beide nationale hymnen uit bij de afsluiting van deze geslaagde Franco-Belgische plechtigheid die in het teken stond van de kameraadschappelijke lijfspreuk: "Verenigd zoals in de frontlinies!".
e) Toevoegingen
1937
De oud-strijders van Laken ondernamen, zonder enig succes evenwel, enkele pogingen om een eeuwigdurende vlam aan te brengen aan de voet van het monument. Het dient hier wel gezegd dat op dat ogenblik het monument een beetje in de vergeethoek geraakt was.
1948
De Heren Vandenbroeck en Jacobs, respectievelijk voorzitter en algemeen secretaris van het "Comité der ondernemers van de Ma­ria-Christinastraat in Laken" verwonderden zich erover dat tijdens diverse plechtigheden geen enkele vaandeldrager van een patriottische vereniging met een neigende groet aan het monument voorbijging. Zij stelden aan hun comité voor een initiatief te nemen om op een of andere wijze hieraan te verhelpen.
1949
Een comité van de "Vlam ter herinnering aan de Onbekende Poilu" werd opgericht. "Les Amitiés Françaises de Belgique", de Oud-strijders en vele particulieren verleenden hun steun aan dit initiatief dat met succes bekroond werd.
Op 10 september van dat jaar trok een belangrijke afvaardi­ging van het Belgische comité, vergezeld van vele Belgische en Franse sympathisanten naar Parijs.
Onder de Arc de Triomphe, waar de Franse Onbekende Soldaat rust, zou het vuur ontleend worden om later in Laken een eeuwigdurende vlam aan te wakkeren.
Deze gebeurtenis ging gepaard met een indrukwekkende plech­tigheid waaraan ook vele hooggeplaatsten deelnamen zoals de Heer Hautecloque, Ambassadeur van Frankrijk en de Belgische Luitenant-generaal Joris die de Prins Regent vertegenwoordigde.
Sedertdien herinnert de vlam de voorbijgangers dat hier een onbekende soldaat uit ons buurland in alle waardigheid werd begraven.
1986
Op 11 november van dat jaar werd aan de voet van het monument een gedenkplaat aangebracht door de Brusselse vereniging van oud-strijders van het Franse Nationale Leger als eerbewijs aan al hun overleden strijdmakkers. De gedenkplaat werd onthuld door de Heer J. Audibert , ambassadeur van Frankrijk.
f) Opvolging
Getrouw aan het principe van de herinnering worden elk jaar talrijke personaliteiten en delegaties van verenigingen voor oud-strijders ontvangen door het Lakense "Comité van de gedachtenis aan de Franse Onbekende Soldaat die deze vlam komen aanwakkeren. Het comité maakt er tevens een erezaak van om het koste wat kost dit ritueel in de toekomst voort te zetten en de spreekwoordelijke fakkel aan de komende generaties over te dragen.
g) Beschrijving van het monument
Het monument werd ruw gehouwen uit massieve arduinen blok­ken en nam de vorm aan van een hoge trapeziumvormige pyloon. De pyloon werd bekroond met vier in zware legerjassen gehulde Belgische soldaten die een met lauwerkransen overdekte lijkkist torsen. Aan de brede basis werd aan weerszijden hoogverheven beeldhouwwerk aangebracht. Een stoet treurende mannen, vrouwen en kinderen, gericht naar de voorzijde, brengen bloemenkransen aan.
Nog vooraan wisselen twee vrouwenfiguren, België en Frankrijk voorstellend, de zusterkus. Aan de achterzijde, links en rechts van de bronzen poort die de grafkelder afsluit houden twee soldaten (reuzenfiguren) de wacht.

Jan Dorpmans

Kardamena op Kos een impressie


Ons lid Ludo Peeters kreeg een aantal afbeeldingen van de begraafplaats van Kardamena op het eiland Kos.
   

Onze “Handige Harry” van het eerste uur is niet meer William Windey is overleden


Tot mijn groot spijt moet ik jullie het overlijden melden van William Windey, beter bekend als de “handige Harry van vzw Grafzerkje”. Na een slepende ziekte die hij kranig droeg is William op zaterdag 13 september overleden. Hij was 76 jaar oud. 
Ik heb William leren kennen via de muziek. In een vorige leven speelde ik in dansorkesten en daar hield in enige (drank)vrienden aan over. Via één van hen kwam ik in contact met William. Uiteraard gingen onze eerste gesprekken over de muziek en toen ik in 2000, na bijna twintig inactiviteit, nog eens achter een drumstel plaatsnam in een “gelegenheidsorkestje” maakte William ook deel uit van dit groepje. Ook deden we regelmatig met een vijftal “drankorgels” kroegentochten waarbij de kroegen steeds aan een aantal voorwaarden dienden te voldoen: ze moesten Stella, De Coninck én Whitbread Pale Ale schenken, want dat waren de geliefde dranken van de boezemvrienden. Hilarische dingen maakten we toen mee. Ooit lieten we ons eens per koets van de Grote Markt naar de Vrijdagmarkt, onze volgende halte, voeren en we vroegen de koetsier om twee ererondes te rijden rond de Vrijdagmarkt om onze komst aan te kondigen.
 
Bleek dat William naast muzikale talenten nog veel meer in zijn mars had: hij had namelijk handen aan zijn lijf. Toen William vernam dat ik actief was rond Schoonselhof (één van zijn uitdrukkingen was steeds “ik wil voor geen geld ter wereld in uwen hof komen liggen” waarop ik dan steeds repliceerde met “gij moogt nog niet eens in mijnen hof komen liggen”) bood hij zich spontaan aan om eens een grafmonument te restaureren. Van één kwamen er meer en ik denk dat William wel de hand had in de restauratie van zo’ n 40 grafmonumenten op de begraafplaats Schoonselhof.
 
Spijtig genoeg, ging enkele jaren geleden zijn gezondheid sterk achteruit en hij moest noodgedwongen zijn activiteiten op Schoonselhof en later zelfs zijn muzikale activiteiten stopzetten. Maar steeds was William goed gezind. Wanneer hij eens, zoals hij zelf zegde, “een goeie dag had” belde hij me op en dan deden we samen met voornoemde vrienden een kroegentochtje. Op het laatst had William meer slechte dan goede dagen en werden de kroegentochten dikwijls beperkt tot … één kroeg en was William na enkele uren doodop maar hij genoot van elk moment.
 
Met William verlies ik een toffe vriend, steeds bereid te helpen waar nodig en de Antwerpse leden van vzw Grafzerkje zullen nimmer een beroep kunnen doen op onze “handige Harry van het eerste uur” maar tijdens een rondgang op Schoonselhof zullen we toch nog regelmatig aan William en het werk dat hij hier verrichtte kunnen denken.
 
Jacques Buermans

 
Voor alle informatie slechts één adres:
 
Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
telefoon + antwoordapparaat: 03/829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)
GSM: 0494/47 37 46.
E-mail: [email protected]
www.grafzerkje.be