Nieuwsbrief Nr. 43 - juli 2008

Tereken oudste begraafplaats van Sint Niklaas onze penningmeester Martin Demedts kroop in zijn pen en schreef een verslag


Vzw Grafzerkje had reeds vroeger een bezoek aan de stedelijke begraafplaats “Tereken” te Sint-Niklaas gepland met gids André Van der Veken. Deze pionier en specialist van Tereken is onlangs overleden.
 
Ons bestuurslid An Hernalsteen had voor zaterdag 24 mei een nieuwe gids op de kop kunnen tikken, mevrouw Marcella Piessens. De dienst toerisme van de hoofdstad van het zoete Waasland  had  onze gids blijkbaar verkeerd gebriefd, ze verwachtte een groep lokale mensen met een sterke historische interesse. Dit maakte haar uitleg zeker niet minder interessant, de 14 aanwezige grafzerkjes kwamen bijna alles te weten over de geschiedenis van de stad en hoorden voor een keer wat minder uitleg over de funeraire symboliek, wat ook niet nodig was, want in alle bescheidenheid, voor Grafzerkjes hebben zandlopers, afgebroken zuilen en alfa’s en andere omega’s geen geheimen meer.
Al heel vroeg werd op Tereken, over de splitsing van de weg naar Waasmunster en de Kapelstraat, een Mariabeeldje vereerd. Of dit beeldje destijds aan een eik hing (Ter - eken) of ten toon werd gesteld in een houten bidplaats is nu niet meer uit te maken.

De parochie van St.-Jozef werd pas veel later gesticht, in 1872 als derde in de rij na de St.-Niklaasparochie en de O.-L.-Vrouwparochie. Enkele jaren later, in 1878, werd de neogotische kerk voltooid. Een monumentale kerk voor de ongeveer 9 000 inwoners van deze parochie, die daarmee de grootste is van het decanaat.
Tereken heeft - zo zegt men - steeds zijn eigen karakter gehad. Bij de stichting stond Tereken bekend als een arme wijk. Men verdiende er vooral de kost als landbouwer, klompenmaker of wever, typische beroepen met klein gewin. Er waren over het algemeen veel werklozen en behoeftigen. Ondanks het feit dat men wel eens op hen neerkeek zijn de Terekenaren steeds fier geweest op hun wijk en was, en is er een groot gevoel van samenhorigheid.
Tereken is de oudste begraafplaats van Sint-Niklaas. Er liggen ruim 60.000 mensen begraven. De oudste concessie dateert uit 1881 en situeert zich aan het grote kruisbeeld.
Tegen de ingangsmuur aan liggen een aantal grafmonumenten die van andere begraafplaatsen van Sint-Niklaas zijn overgebracht.

In de jaren zestig ontstond een werkgroep die zich ontfermde over de begraafplaats. De werkgroep bepaalde dat van elk symbool er één moest bewaard worden en ook de graven van bekende personen behouden moesten worden.
De stad besliste om vanaf 1999 het kerkhof te renoveren. De werken waren nodig om het kerkhof een ordentelijker uitzicht te schenken. De renovatieplannen vergen 3 miljoen frank (74.368 euro) per fase en er zijn in totaal vier fasen. De volledige renovatie zal vermoedelijk pas tegen 2010 rond zijn.

Vandaag is Tereken een parkbegraafplaats waar een serieuze poging wordt gedaan  om een en ander te behouden, al is er veel stuk gemaakt en liggen heel wat waardevolle graven te verkommeren. Een citaat uit de krant bevestigt deze indruk: De aanpak is erg verfrissend. Sommige gangen laten duidelijk het verschil zien: links een puinhoop van versplinterde grafzerken, overwoekerd en triest. Rechts keurig opgemetste zerken en gras in de wandelgangen. (Het Nieuwsblad)

In april 2005 haalde de begraafplaats het nationale nieuws. U herinnert zich waarschijnlijk nog onderstaand bericht:
,,Uit verveling'' hebben vier tieners op de begraafplaats Tereken in Sint-Niklaas tientallen grafzerken onteerd, siervoorwerpen vernield en bloemstukken vertrapt.
Nadat ze op twee avonden in de paasvakantie kleine beschadigingen aanbrachten, pleegden ze de derde keer 34 gevallen van grafschennis.
Hun vierde vandalenstreek, eindigde in een hinderlaag van de politie. De conciërge zag drie jongeren over het hek aan de zij-ingang kruipen, terwijl een vierde de wacht hield. Hij belde meteen de agenten, die zich verdekt hadden opgesteld op het terrein. Bijna liep het fout toen de jeugdige grafschenners de aanwezigheid van de politie opmerkten. Ze probeerden te ontsnappen, maar ver raakten ze niet.
De daders zijn drie jongens van 13, 14 en 16 en een meisje. Ze komen uit de buurt. De tieners verklaarden tegenover de politie dat ze handelden uit verveling. Het is paasvakantie.
(Het Niewsblad)
In 2005 werd het oorlogskerkhof van Tereken grondig gerestaureerd.  41 graven van oud-strijders uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden van nieuwe naamplaatjes voorzien. Die graven situeren zich nabij het grote kerkhofmonument.
Genoeg historiek. Tijd voor een bezoek.

Aan de ingang vinden we het monumentale graf van de familie Scheerders-Van Kerckhove, firma van bouwmaterialen , helaas ook bekend  door  de vervuiling met asbest, van pastoor Theodoor Hemelaer (1774-1842), deken van OLV-kerk, burgemeester Boëye, met doodskop en ourobouros (het graf!) en pastoor Petrus De Meerleer. Deze pastoor was aktief in het onderwijs (instituut Berkenboom) en zette zich in voor de bejaarden. In Marseille zag hij hij een gouden Onze-Lieve-Vrouwebeeld dat beeldhouwer  Frans Van Haevermaet uitvoerde in geslagen koper (zie verder)
Pastoor De Donder kreeg ooit 8000 frank aangeboden voor de bouw van de Sint-Jozefskerk van Tereken. Hij weigerde die, omdat de andere twee parochiekerken in Sint-Niklaas altijd meer geld kregen dan het arme Tereken. Hij “moest” het geld aanvaarden van bisschop Bracq, een goede vriend van ons bestuurslid  A.H.

Stadsbibliothecaris Billiet ligt begraven onder een prachtig opengeslagen boek. Naast de kunstschilder Jozef De Mey vinden we de hogervermelde Frans Van Havermaet. Zijn naam roept bij het grote publiek niet meteen herkenning op. Nochtans staan de inwoners van Sint-Niklaas elke dag oog in oog met de gouden ‘Moeder Gods’ die de kerktoren van de Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand in het centrum kroont. Het vergulde beeld is zes meter hoog en weegt 1500 kg. 
Een opschrift op een onopvallend graf illustreert het weinig te benijden leven van de bewoner:

Ik heb niet lang geleefd
Maar lang geleden
Ik heb weinig blijdschap
Droefheid veel gezien
Hoe vaart het mij
In de eeuwigheden geen droefheid
Geen lijden meer te lijden.

 
Het leven van de familie Janssens de Varebeke zal van een betere kwaliteit geweest zijn.  Daarvan getuigt de prachtig gerestaureerde grafkapel. Ze werd ontworpen door de 19de-eeuwse Sint-Niklase architect E. Serrure en voorzien van een beeldhouwwerk van de Sint-Niklase beeldhouwer Frans Van Havermaet. Gezien de grote verscheidenheid aan problematieken gebeurde dit restauratieproject in verschillende fasen.
De familie was de eigenaar van een textielfabriek “De Waasland”. Ze werden in de adelstand verheven. Een van haar telgen werd “De paus Janssens” genoemd en was een pauselijk zouaaf. Ook de familie Vandenbroeck was in de textielsector aktief, ze hadden een spinnerij.
Het wapenschild op het grafmonument van de familie Schoutheete de Tervarent bevestigt ons vermoeden: dit is echte adel mét kasteel.
Op het graf van de familie Van Naemen-Boëyé ligt een reusachtig stenen kruis. Ook in de eeuwigheid zwaar om te torsen. De familie Meert waren textielbaronnen die een mooi huis lieten bouwen in de Stationsstraat.
Over het graf van baron Prisse vonden we volgende informatie:

Nabij de ingang van het kerkhof te St. Niklaas staat een monumentaal graf met een oppervlakte van 20,60 m2 en.omheind door een sierlijk hek in gegoten ijzer. Op de zerk prijkt het adellijk wapen van de familie PRISSE, en daaronder in grote letters – in het Frans – de tekst uit 1 Cor 6: 14; Zoals God de Heer heeft doen verrijzen, zo zal Hij door Zijn macht ook ons doen verrijzen.
Dit graf bevindt zich op het perceel dat was voorbehouden voor personen die de Joodse of Protestantse godsdienst hadden beleden. In de volksmond het geuzenkerkhof genoemd. Het bevond zich in het verlengde van wat de volksmond de hondenhoek (trou des chiens) noemde, het perceel waar mensen werden begraven die zeker ‘verdoemd’ zouden zijn, zoals zelfmoordenaars. Samen heten deze percelen het verdomhoekje. Ketters, zelfmoordenaars en Joden werden zo op één hoop de hel in geveegd.
Edouard Prisse had op 10/8/1878 aan het stadsbestuur schriftelijk gevraagd waar gebeurlijk zijn familie kon begraven worden op wat hij noemde la cinietière des juifs. Volgens een rekening van de stadsontvanger van 29/9/1879 heeft het stadsbestuur aan baron Prisse 20,60 vierkante meters grond eeuwigdurend afgestaan. (http://home.versateladsl.be/vt607832/prisse_xl.htm).
De familie Tuypens maakten de bekende poeders van het Witte Kruis. De werking ervan was dubieus, de verkoop meer dan zeker.  Zij bouwden een van de mooiste Art Deco huizen van de stad.
Het graf van soldaat Alfons Van Huffel verschaft ons “het” smeuïge verhaal van dit verslag. Deze brave soldaat was in 1936 tijdens zijn diensttijd gestorven na een operatie aan de blinde darm. De familie stond de dag van de begrafenis met paarden en al - het was een boerenzoon - te wachten, het stoffelijk overschot kwam echter niet opdagen. De Franstalige leveroverheden – is er al iets veranderd ? – hadden het lichaam netjes afgeleverd in Saint-Nicolas, in de buurt van Luik.

Dr. Van Raemdonck bewees onweerlegbaar in zijn boek “Gerard Mercator, sa vie et ses oevres” dat Mercator een volbloed Vlaming was. Hij stichtte de Oudheidkundige Kring van Sint-Niklaas.  Florimond Sax was een ballonvaarder en verwant met de uitvinder van de saxofoon.
Op 17 mei 1940 viel een Duitse bom op de Molendreef. Een hele rij huizen werd plat gebombardeerd. Een aantal slachtoffers ligt op een ereperk begraven. 
Bij de asweide kunnen we nog melden dat de vrijzinnige die geijverd had om verassingen mogelijk te maken als eerste in de muur met nissen werd bijgezet.  Onze gids besloot dat zij door de rondleiding, die ze voor Grafzerkje had moeten voorbereiden, de smaak voor het funeraire te pakken had gekregen. We wensen haar nog veel gidsbeurten toe, het was interessant.
Enkele Grafzerkjes bezochten nog de nieuwe begraafplaats Heimolen die 18 hectaren telt, waarvan ook later het bosgedeelte wordt gebruikt.
 
Uw verslaggever ging de stad verkennen, de oude herenhuizen zijn indrukwekkend. De hand Van Haevermaet duikt enkele keren op in het stadsbeeld, de Grafzerkjes weten waarom.

Wij hopen dat de Sint-Niklazenaren het ook weten. Wie was Frans Van Haevermaet? Waar ligt hij begraven?

Wie de proef op de som wil nemen, kan een mailtje sturen naar [email protected] en hem die vragen stellen.

Hou ons op de hoogte …
 
Martin Demedts
foto's : Jacques Buermans, Marc Coremans en Martin Demedts

“Dansen met de dood” en “Op de drempel van de eeuwigheid” te Koksijde twee tentoonstellingen in het Abdijmuseum Ten Duinen 1138


Op een uitnodiging voor een vernissage probeer ik steeds in te gaan. In en rond het Abdijmuseum Ten Duinen 1138 vond de opening van twee tentoonstellingen plaats. Massaal veel “schoon” volk werd opgewacht door een heuse streetband. De sfeer zat er al in. Jan Loones, schepen van cultuur voerde het openingswoord en stelde Ronald Van Belle voor die zijn tentoonstelling “Op de drempel der eeuwigheid” inleidde. Hij stelde dat er prachtige grafplaten waren vanaf de 13de eeuw. Tijdens de 16de eeuwse beeldenstorm werden veel van die beelden vernield. De Franse revolutie en Napoleon zorgden ervoor de het brons van die grafmonumenten voor oorlogsdoeleinden gebruikt werd en beide wereldoorlogen maakten het verwoestende werk af. Ronald vertelde dat die grafplaten veel informatie prijsgeven. Niet alleen aangaande heraldiek maar ook geschiedkundig. Ridders, vaak afgebeeld met zwaard ten dienste van hun koning, bisschoppen en ook een tempelier. Al deze wrijfprenten zijn te bewonderen op de tentoonstelling. De heer Van Belle kon ook een wrijfprent van een recent ontdekte grafzerk uit Brugge tonen. In een latere periode werden enkel wapenschilden afgebeeld. Ronald besloot dat elke zerk zijn eigen verhaal heeft.
(1) Maet (Foto Jacques Buermans), WRIJFPRENTEN: (2) Grafzerk van de kinderen Cristoffels (overleden in 1602), St.-Pietersbandenkerk te Dudzele. (Foto Ronald Van Belle), (3) Gedenkplaat van Françiscus Jacobus De Nys (overleden in 1789) en familie, O.L.-Vrouwekerk te Brugge. (Foto Ronald Van Belle), (4) Grafzerk met twee onbekende doden, afgebeeld als skelet (eind 15de eeuw). O.L.-Vrouwekerk te Damme. (Foto Ronald Van Belle) 
Daarna stelde conservator Dirk Vanclooster de tentoonstelling “Dansen met de dood” voor. Skeletten staan symbool voor de dood. Kunstenaars gebruiken ze al eeuwen in hun werken. Dirk Vanclooster vermeldde schedels in de schilderkunst en skeletten in prenten zoals Hans Holbein de jongere. Later hebben James Ensor en Paul Delvaux ze ook in hun werken gebruikt. Alfred Rethel en Felicien Rops deden er nog een schepje, of moet ik zeggen een skeletje, boven op. Op een van Rops werken zien we de dood, gekleed in een prachtig gewaad, dansend tussen de levenden op een bal. Dirk Vanclooster stond ook stil bij de dodendans. Jong of oud, arm of rijk, iedereen danst in deze “danse macabre”. Onze eigenste Wim Delvoye mocht niet ontbreken op deze tentoonstelling. Hij gebruikt de techniek van de röntgenfoto in zijn werk “Suck 1”.  Gedurfd  alhoewel de aanwezige prominenten die toch niet schenen te smaken (let op de beeldspraak).
Prominenten: Dirk Vanclooster (conservator Abdijmuseum Ten Duinen 1138),
Marc Vanden Bussche (burgemeester), Dirk Dawyndt (schepen van sport en ontspanning, ruimtelijke ordening & stedenbouw, landschapszorg, rechtszaken, project golf ter Hille).   (Foto Jacques Buermans) 
Burgemeester Marc Vanden Bussche opende de tentoonstelling en iedereen begaf zich naar de zaal om de expositie met eigen ogen te kunnen aanschouwen. U kan dat nog tot 19 oktober.
Jacques Buermans.

Tante Kato ging op wandel in eigen buurt en zag het schrijn van de Gelukzalige Maria van Jezus


Marie Deluil-Martiny * 1841 - 1884 * Berchem, Antwerpen

Wij wonen in een huis met een kleine tuin maar we kijken uit op een heel grote kloostertuin. Vooraan een drukke straat en achteraan een oase van rust. Een combinatie die er mag zijn. Op mooie dagen zie je af en toe een zuster door de tuin wandelen, mediterend bij de rozentuin of fruitbomen inspecterend. Wegens hun maagdelijk witte sluiers over hun witte of lichtblauwe (werkzusters) kleden denk ik soms een levend spook van Albert Szukalski te ontwaren. Misvormd brein van mij ! Misschien heeft het te maken met het feit dat ik mijn hele humaniora op nonnenkostschool zat en gewoon was aan zwarte gewaden met witte wapperende kappen. Dàt was voor mij het uiterlijk van een non. Toen ik hier in het begin woonde ben ik naar de kloosterbasiliek geweest om het glazen schrijn van de stichteres van de zustercommuniteit te zien. Voor de rest hebben wij geen contact en wonen wij in vrede naast elkaar. De klokken die ‘s ochtends oproepen tot de misviering zijn een vast gegeven in ons ochtendritueel. We weten, zoals vroeger de boeren op het veld, hoe laat het is. In mijn stukjes over merkwaardige graven mocht de Moeder Overste van de Congregatie van de Dochters van Jezus’ Heilig Hart zeker niet ontbreken.
Marie Deluil-Martiny, geboren in Marseille in een welstellend en diep gelovig gezin, was de oudste dochter en studeerde in Marseille en Lyon. Op 17-jarige leeftijd wist zij wat haar roeping was. Thuis volgde de ene ellende op de andere. Zij verloor tussen 1859 en 1872 haar drie zussen en haar enige broer. Haar geruïneerde en gebroken ouders werden zwaar ziek (beiden overleden kort na elkaar in 1877). Voor de jonge Marie was die beproeving het signaal dat Jezus haar geroepen had. Als 23-jarige sloot zij zich aan bij een vennootschap in Bourg-en-Bresse in het departement Ain. Eind 1868 trad ze definitief in en nam ze de naam Marie de Jésus. Zij plande een nieuwe kloosterorde, volledig gewijd aan het Heilig Hart van Jezus. In april 1870 leerde ze de Belgische prelaat Monseigneur Van den Berghe kennen en zij verliet kort daarop Frankrijk voor België waar zij dankzij haar goede vriend de monseigneur, eveneens curé van de Sint Jozefkerk (de huidige Russisch Orthodoxe Kerk van Christus Geboorte aan de Charlottalei/Brialmontlei, Antwerpen ?), onderdak voor een klooster vond in Berchem-lez-Anvers. Een buitenhuis (mogelijk het oude hof Werbrouck in de huidige de Merodelei) werd ingericht voor Marie en 3 andere religieuzen. Daar werd hen in 1873, in een kamer omgevormd tot eenvoudige kapel, de sluier opgelegd. Meer gronden konden dankzij weldoeners aangekocht worden om er een klooster te bouwen. Het is mogelijk dat die terreinen (ooit) deel uitmaakten van het kasteel de Bergeyck aan de huidige Kardinaal Mercierlei, maar dat veranderde regelmatig van eigenaar en van oppervlakte en dit kon niet direct bevestigd worden. De eerste steenlegging in 1875 gebeurde met een stuk marmer afkomstig uit de catacomben van St. Callixtus in Rome. De architecten van het neogotische klooster en dito basiliek waren J.P. Bilmeyer en J. Van Riel, die ook het Stuyvenbergziekenhuis en de Jezuïtenkerk op de Frankrijklei ontwierpen. Architect Bilmeyer bouwde trouwens zijn eigen huis in een uithoek van het kloosterdomein (nu Kardinaal Mercierlei 37). In 1878 waren klooster en basiliek een feit. De rooms-katholieke eretitel basiliek wordt door het Vaticaan toegekend aan een bedevaartsoord of kerk met een bijzonder verleden, functie of betekenis (België telt 26 basilieken en Nederland 21). Deze kloosterkerk werd onmiddellijk tot basiliek geconsacreerd, dankzij de juiste relaties met de Heilige Stoel. De “Sacro Sancto Cordi Iesu Belgica Devota” (Gewijd aan het Heilig Hart van Jezus, België - zoals boven de hoofdingang gebeiteld staat) was België’s eerste basiliek en ‘s werelds allereerste gewijd aan het Heilig Hart / Sacré Coeur.
In 1877 was reeds een bijhuis geopend in Aix-en-Provence en in 1879 werd een tweede geopend in het buitenhuis van Marie’s familie “La Servianne” bij Marseille. Daar werd zij op Aswoensdag 1884 vermoord door een anarchist. Louis Chave, een op straat gezette tuinman had een hevige afkeer van haar geloof en schoot haar twee maal in het hoofd. Daarna richtte hij het wapen op zuster Marie-Elise, trof haar met 2 kogels in de borst maar zij bracht het er levend af. Louis Chave sloeg op de vlucht en werd door de gendarmerie neergeschoten. Een kruis duidt de plaats aan waar Mère Marie de Jésus vermoord werd. Zij werd in de familiegrafkelder in Marseille bijgezet. Haar stoffelijk overschot werd in 1899 overgebracht naar de grafkelder van de congregatie en in 1906 naar Antwerpen. Reden : “de vervolging van de religieuze orden in Frankrijk” zoals men dat in katholieke middens noemt. De seculiere uitleg is dat de scheiding van kerk en staat een feit was en dat bepaalde facetten van het maatschappelijk leven onttrokken werden aan de geestelijkheid. Bij de opgraving van Mère Supérieure bleek dat haar lichaam wonderwel bewaard was. Zij werd in de kloostercrypte van Berchem bewaard tot haar zaligverklaring. Er wordt haar een wonderlijke genezing toegeschreven : een kloosterzuster -door alle artsen opgegeven- van het bijhuis van Namen genas op 9 november 1926 dankzij de verenigde gebeden van alle kloosterzusters. De genezen zuster bleef actief tot haar dood in 1971. De kloosterorde verspreidde zich ook nog over Italië (oa Venetië), Oostenrijk (Damenstift Hal in Tirol), Zwitserland (Schwyz) en Kroatië (Lasinja). Ca. 1915 werd in Nijmegen een bijhuis opgericht.

Moeder Maria van Jezus werd zalig verklaard door paus Johannes-Paulus II (1989). Sindsdien rust haar stoffelijk overschot in een glazen schrijn in de H. Hartbasiliek. Deze heeft slechts 1 zijbeuk, de rechtse waar de Heilig Hartkapel is. Op de muur achter het Christusbeeld is een wandschildering met twee engelen in volle aanbidding. Vroeger stond hier een altaar maar sinds 1989 werd dat vervangen door een schrijn van marmer en glas. Daarin ligt Beata Maria a Jesu. Onderaan de tekst “Amor Gloria Cordi Jesu” (de liefde voor het Hart van Jezus). Het verlichte schrijn wordt afgeschermd met glazen deuren. Je wordt stil van dit vreemde gezicht. Een perfect gebalsemd stoffelijk overschot helemaal in het wit gekleed, met op de borst het geborduurde teken van de congregatie: twee vuurrode harten omgeven met een doornenkroon. De rechterhand omklemt een kruisbeeld. Ik weet dat sommige mensen mij de vergelijking zullen kwalijk nemen, maar ik moet iedere keer denken aan Sneeuwwitje in haar glazen kist, of aan de Schone Slaapster, in ieder geval aan sprookjesfiguren die sereen liggen te wachten tot zij wakker gekust worden. Ik vernam van de slotzusters dat “haar lichaam bewaard blijft zonder enige bewaringstechnieken” maar zij vernoemden niet dat gelaat en handen bedekt zijn met was, iets wat ook het geval is bij Bernadette Soubirous in Nevers. Op de linkerwand van de kapel vindt men een aandenken aan de overleden ouders van Mgr. O.M. Van den Berghe (zij overleden in 1857 en 1875). Op een fries staan de namen van de donateurs vermeld. Vooraan koningin Marie-Henriette van België en verder namen van adellijke en vooraanstaande Antwerpse en Berchemse families.

De contemplatieve congregatie van de Dochters van het Heilig Hart van Jezus telt momenteel in totaal 50 kloosterzusters, waarvan 10 in Marseille en 7 in Antwerpen. In de buurt gaan geruchten dat de zusters van de andere kloosters allemaal naar Berchem, waar hun stichteres rust, zouden komen. Ik heb de vraag voorgelegd en kreeg als antwoord dat die geruchten “volstrekt niet gebaseerd zijn op waarheid”. Het mystieke leven van deze orde is samengesteld uit stilte, serene ingekeerdheid, nederigheid, volmaakte gehoorzaamheid, versterving, kuisheid, armoede, opoffering en zelfverloochening. Zij bidden zeven maal per dag en hebben als devies “Oportet Illum Regnare” (Hij moet heersen). Ik zei reeds dat deze congregatie een zwijgende orde is, maar ook hier heeft het internet zijn weg gevonden. Ik heb enkele vragen via email gesteld en er prompt antwoord op gekregen.
Wil u meer weten over de spiritualiteit, meditatie en diensten van deze beschouwende orde : www.dochtersheilighart.net en als u in Antwerpen bent, ga even naar het praalgraf van Moeder Overste kijken. De andere slotzusters kregen een laatste rustplaats op de begraafplaats van Berchem. Op ereperk 22 is een groot gemeenschappelijk graf zonder namen; op een verhoogde grafsteen in reliëf het teken van de orde. Er net achter is een tweede graf (voorlopig wegens restauratiewerken zonder aanduiding van de congregatie) waar 22 zusters, overleden tussen 1971 en 1999, begraven liggen. Iets verder aan dezelfde weg I op perk 25 bevindt zich de meest recente grafkelder.

27 februari, de dag van de dood van Moeder Maria van Jezus werd uitgeroepen tot haar feestdag. Ook in La Servianne wordt haar feestdag gevierd en daar hopen ze op een heiligverklaring, waarvoor een tweede mirakel nodig is. “La Sainte Marie de Marseille”, ‘t klinkt mooi maar ze ligt wel in Antwerpen begraven. In mijnen hof ! Sinds klooster en kloostertuin deel uitmaken van een beschermd stadsgezicht weet ik dat onze groene long bewaard blijft.

PS : Dankzij onze voorzitter kon ik bij Grafzerkje Luc Van Hees enkele oude publicaties over dit onderwerp inkijken, waarvoor dank.
 
Tante Kato

90 jaar wapenstilstand – herdenking einde Eerste Wereldoorlog Belgische militaire begraafplaats Oeren, 11 november 2008


De Eerste Wereldoorlog is een van de meest verschrikkelijk periodes in de wereldgeschiedenis.  Drieëndertig landen waren officieel met elkaar in oorlog, meer dan vijftig nationaliteiten vochten mee.  De grootmachten van de entente mobiliseerden hun koloniale wereldrijken. Na vier jaar oorlog werden er tien miljoen doden en nog eens miljoenen verminkten en gewonden geteld.
 
Van 1914 tot 1918 was de Westhoek, meer bepaald de IJzerstreek, het toneel van deze waanzinnige oorlog.  Meer dan zesendertigduizend landgenoten kwamen nooit meer thuis.  Negentig jaar later, bezoeken nog jaarlijks tienduizenden mensen uit de hele wereld de littekens die herinneren aan ‘De Groote Oorlog’: begraafplaatsen, gedenktekens, monumenten en musea, en het frontlandschap met bunkers, mijnkraters, loopgraven als laatste getuigen.
 
Sinds Genkenaar Luc Klaps in 2003 het soldatengraf van zijn grootoom te Oeren terugvond, bezoekt hij met zijn dochter jaarlijks op de dag van wapenstilstand het Belgisch militair kerkhof van Oeren om eer te betuigen aan de gesneuvelde Jan Vernelen en zijn gevallen makkers. Oeren is een pittoresk landbouwersdorpje aan de Lovaart in de Westhoek, behorend tot de fusiegemeente Alveringem (West-Vlaanderen).  Het heeft geen echte dorpskern maar bestaat uit de voormalige parochiekerk en enkele verspreide historische polderhoeven.  Oeren heeft een oppervlakte van 2,89 km² en telt nog geen 50 inwoners.  Het kerkhof rondom het 16e eeuws laatgotisch Sint-Appoloniakerkje is de eeuwige rustplaats voor 509 gesneuvelden. Eind 2007 verleende de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen positief advies om negen Belgische militaire begraafplaatsen in West-Vlaanderen, waaronder ook het kerkhof van Oeren, te beschermen als monument.
 
Een oude vergeelde foto van de grafzerk, een soldatenbidprentje, wat familieverhalen en zijn interesse in stamboomonderzoek waren de basis om van Jan Baptiste Vernelen, geboren op 7 december 1892 te Mol als oudste zoon uit een gezin van 9 kinderen, meer te weten te komen.  Vader Carolus was metser van beroep en zijn moeder Rosalia Smeyers was huisvrouw.     

Een graf is niet zo maar een graf – een soldatengraf is zelfs heilig – voor Luc Klaps.  Elke gesneuvelde schrijft een kleine geschiedenis in 'De Groote Oorlog'.  Jan Vernelen behoort tot de militieklasse 1912 en werd onder de wapens geroepen op 1 augustus 1914. Hij werd een eerste keer gewond te Nieuwpoort op 30 oktober 1914 bij een zware Duitse aanval op de stellingen van de 2e Legerdivisie. Het 6e Linieregiment, waartoe hij behoorde, was dan in de omgeving van Ramskapelle – Nieuwpoort opgesteld.
Een uitzonderlijke prestatie wordt vermeld in het dagorder van 19 augustus 1915:  Jan heeft vrijwillig een verkenningsopdracht van de vijandelijke linies uitgevoerd en heeft 1 Duitse officier en 2 manschappen mee teruggevoerd. Uiteindelijk werd Jan Vernelen, toen wel bij de compagnie Cyclisten van de 2e Legerdivisie, op 14 september 1917, geraakt door een scherf van een obus in zijn buik te Fortem, dus eigenlijk achter de frontlinie, en overleed ten gevolge hiervan een dag later in het veldhospitaal L'Océan te Vinkem.  Korporaal Jan Vernelen werd vereerd met de Leopold II-orde met palm, het Oorlogskruis, de Overwinningsmedaille, de Herinneringsmedaille en de IJzermedaille met 5 frontstrepen.
 
Door zijn nieuwe passie voor de eerste wereldoorlog vertoeft Luc Klaps nu zelfs meermaals per jaar in de Westhoek.  In oktober staat ook het slagveld van Verdun in Frankrijk op zijn programma maar hijzelf noemt zichzelf niet graag een oorlogstoerist.  Op zijn boekenplanken vinden we werken terug over de bekende slag van Passendale (3e slag van Ieper), De Slag der Zilveren Helmen te Halen, en andere velden van weleer.             

Vorig jaar ontsproot dan de idee om ook andere verwanten of afstammelingen van gesneuvelden, die begraven liggen te Oeren, op te sporen en om op 11 november samen te komen en om de gesneuvelden waardig te herdenken. In eerste instantie werden familieleden telefonisch of via internet gecontacteerd, die hun adres achterlieten in het tekenregister op de begraafplaats.  Het project "B.M.B. Oeren, 11 november 2008", werd verder uitgewerkt met Joris Ryckeboer uit Westouter, Patrick Vancoilllie uit Roeselare en Leon De Winter uit Zulte.  Hiervoor werd ook een weblog http://blog.seniorennet.be/bmb_oeren/ in leven geroepen, met reeds meer dan achtduizend bezoekers dit jaar.
 
Al gauw zagen de initiatiefnemers dat voor deze nobele gedachte een grote interesse bestond en werd de gemeente Alveringem om medewerking gevraagd. Alle gemeentebesturen van de geboorteplaatsen van de gesneuvelden werden inmiddels geschreven om nabestaanden of verwanten te helpen opsporen.  Onderbouwd door de grote belangstelling en een beter financieel draagvlak werd het totaalproject door het gemeentebestuur van Alveringem goedgekeurd en overgenomen. Het unieke aan deze herdenking is dat na negentig jaar verwanten, soms ook rechtstreekse afstammelingen, worden bijeengebracht om op een waardige manier de gesneuvelden te herdenken.
 
Op het Belgisch militair kerkhof te Oeren liggen niet minder dan 18 Limburgers begraven, jonge mannen tussen 19 en 38 jaar, die zijn gesneuveld voor het dierbaar vaderland.
 
·         CAUBERGH Hubert Mathieu, sergeant 3e Jagers te Voet, ° Lanaken 15-07-1887, + 18-03-1918
·         CRAEYBEX Hendrik Ludovicus, soldaat 2e klas/brancardier, vervoerkorps/T.A.S.I., ° Horpmaal 30-08-1889, + Diksmuide 02-10-1915
·         HAAGDOREN Jozef, soldaat 5e Jagers te Voet, ° Lommel 21-02-1892, + 16-11-1917
·         JANS Victor Josephe Emile, soldaat 7e Linie, ° Schulen 16-09-1894, + 01-11-1917
·         KELCHTERMANS Jan Antoon, soldaat 8e Artillerie, ° Houthalen 20-10-1896, + 04-11-1917
·         LEEMANS Hubert, soldaat 2e Genie, ° Zepperen 18-02-1892, + Hoogstade 08-07-1917
·         LEURIS Jean-Marie, luitenant 16e Linie, ° Hasselt, 5 april 1895, + Diksmuide, 21-10-1917
·         LIBENS Jan Michel, soldaat/Huptroepen van de Genie, ° Hasselt 19-09-1879, + 29-05-1918
·         PICKAER Alfred Jean Gerard, soldaat 2e klas 6e Jagers te Voet, ° Zolder 24-06-1898, + 07-03-1918
·         RUYMEN Gustaaf Jozef, soldaat 15e Linie, ° Kozen 18-02-1894, + Diksmuide, 04-09-1917
·         SOORS Lambert G., soldaat 2e Jagers te Voet, ° Bocholt, 12-12-1895, + 31-12-1917
·         SWERTS Chretien Jozef, korporaal 21e Linie/10e Cie, ° Wellen 14-01-1891, Kaaskerke 21-12-1917
·         VAES Hubertus Gregorius, soldaat 17e Linie/6e Cie, ° Alken 07-10-1891, + Diksmuide 07-11-1917
·         VAN DE KERKHOF Louis, adjudant 5e Jagers te Voet, ° Overpelt 12-11-1893, + Kaaskerke 28-01-1918
·         VAN DEN BULCKE Renaat, soldaat 5e Jagers te Voet, ° Kotem 20-05-1894, + 13-01-1918
·         VAN DE WEYER Josephus François, soldaat Genie/ 5e L.A., ° Zelem 23-12-1891, + 01-07-1915
·         VANHEX Urbain, soldaat 6e Jagers te Voet, ° Tongeren 26-05-1897, + Diksmuide 10-03-1918
·         VAN OETEREN Karel, soldaat 2e Genie, ° Elen 04-02-1892, + 05-08-1917
 
Verwanten van deze of andere gesneuvelden, die te Oeren begraven liggen, kunnen contact opnemen met [email protected] – via de weblog – 089/38 26 90 of rechtstreeks met de gemeente Alveringem. 

Gemeente Alveringem
Sint Rijkersstraat 19
8690 Alveringem
T. 058/28 88 81 - F. 058/28 88 83
[email protected] (mevr. Karien Becuwe)
 
Het volledig dagprogramma rond deze herdenking wordt in de volgende maanden samengesteld. Het Genker mijnwerkerskoor zal worden gecontacteerd om voor deze gelegenheid op te treden. 

Wim Vlaanderen neemt afscheid als voorzitter van Beheerdersvereniging na jaren gaat ons lid het iets kalmer aanpakken


Ik kreeg dit bericht toegestuurd. Wim Vlaanderen is reeds jaren een van onze Nederlandse leden. Allemaal goed en wel maar een “beheerdersvereniging” kennen wij hier in Vlaanderen niet en daarom vroeg ik Wim om wat tekst en uitleg welke hij met graagte verschafte:
 
Zo'n 15 jaar geleden had ik als beheerder van de gemeentelijke begraafplaatsen veel problemen in verband met vergunningen, ruimingen, groenonderhoud, monumenten en dergelijke. Toen dacht ik bij mezelf: in de buurt liggen begraafplaatsen zoals Almelo, Hengelo, Enschede, Apeldoorn en Harderwijk (nota: Wim Vlaanderen was de beheerder van de begraafplaats van Zwolle - J. B.). Ik heb toen de beheerders uitgenodigd en gevraagd om eens naar mijn problemen te luisteren en hoe zij daar mee omgaan. Het was een groot succes. Wat op de ene begraafplaats een probleem is bij de ander opgelost of kent deze niet.  Een voorbeeld: een begraafplaats geeft kapitalen uit aan stenen nummerpaaltjes bij de graven. In Zwolle is de steenhouwer verplicht om het nummer links van de steen op 50 cm boven maaiveld aan te brengen, gratis. En zo kunnen we wel doorgaan. We spraken af om 2 x per jaar een begraafplaats te bezoeken. Deze begraafplaats is dan gastheer zorgt voor de rondleiding en de lunch.
 Soms nodigden we een spreker uit bijvoorbeeld over de groenvoorziening of een jurist die een bijdrage geeft over de wet op de lijkbezorging. Ook hebben we Arthur Polspoel (nota: ook een van onze trouwste leden - J. B.).uitgenodigd om te praten over de psychische druk van begraafplaatsbeheerder.
Onze club groeide enorm er kwamen zoveel leden bij dat we moesten splitsen dus naast de Beheerderoverleg Oost is er een vereniging Beheerdersoverleg Midden Nederland en sinds kort is er de Beheerdersoverleg Nederland Noord.
Tot zover de heer Vlaanderen.
 
Na 15 jaar vond hij het welletjes en heeft hij de voorzittershamer overgedragen aan de nieuwe voorzitter Cees van der Zwaard, beheerder van de begraafplaats in Rheden. Wim Vlaanderen werd benoemd tot Erelid en kreeg naast een oorkonde een sculptuur van de kunstenares Corry Ammeriaan -van Niekerk. Het kunstwerk  is van brons met vier figuren die vier ringen omhoog tillen en samenvoegen en zo wil uitbeelden : "door de handen ineen te slaan ontstaat er een bolwerk van kracht en energie".
 
Onze vzw Grafzerkje kan zich alleen maar aansluiten bij al de eer die Wim Vlaanderen meer dan terecht toekomt en wij hopen nog lang van zijn aanwezigheid te mogen genieten.
 
Jacques Buermans

Gevonden, en weer niet gevonden funeraria tussen De Panne en Oostende


Ik kreeg een uitnodiging voor een vernissage van een tentoonstelling in Koksijde en probeerde er dan maar een dagje zeewaarts van de maken. Ons lid Evy Van de Voorde bezorgde een aantal funeraire tips en welgezind toog ik op stap. Klokslag tien uur nam ik de kusttram in De Panne. Reeds na enkele haltes ontdekte mijn funerair geoefend oog een keurig aangelegde begraafplaats. Afstappen dus maar dit bleek meteen ook het sein te zijn om regen met bakken naar beneden te laten donderen. De begraafplaats was die van De Panne met een mooi aangelegde begraafplaats voor Belgische gesneuvelden. Ook een Britse afdeling waar naast Britse onderdanen een aantal Tsjechen lagen. In het buitengaan langs de hoofdlaan zag ik een aantal graven die er best mochten zijn. 
   
Imposant was dit voor Maurice Calmeyn. Hij was een liberaal politicus en lag aan de basis van het bos dat nu zijn naam draagt, vlak bij de begraafplaats . “Ecologist avant la lettre” was hij woedend op diegenen die niet milieuvriendelijk waren, en voor zijn huis had hij een “schandpaal” geplaatst, waarop de namen van de “overtreders” vermeld werden. Op zijn graf staan de hamer en de sikkel van de communisten, en de passer en de winkelhaak van de vrijmetselaars. Een enorme rotsblok staat op het graf van de familie Ghysbrecht. Ook Jacqueline Dewitte lag onder een mooi grafmonument. Zij was de echtgenote van Etienne Legrand, een arduinkapper die heel wat beelden voor grafzerken in De Panne heeft gemaakt, zij liggen hier samen met hun zoon Stefaan Legrand. 
Vandaar met de tram en een eind te voet naar de Britse militaire begraafplaats van Koksijde, vlakbij de basis. Zoals alle Britse begraafplaatsen een juweeltje van onderhoud. 
Ook kregen een aantal Duitse soldaten hier hun laatste rustplaats om aan te tonen dat in de dood de nationaliteit van geen belang is. Niet zo ver daar vandaan het kerkhof van Koksijde. Achter de Sint Pieterskerk één der oudst bewaarde graftekens voor pastoor Petrus Foqueur, telg van een welgestelde redersfamilie. Foqueur werd, in 1842, de eerste pastoor van de zelfstandige parochie Koksijde. Hij zou er 42 jaar pastoor blijven. Foqueur kwam voor twee derden tussen in de bouwkosten van de neogotische Sint Pieterskerk. Hij leefde sober en was vrijgevig voor de armen. Hij bezat ook een prachtige zangstem. In zijn testament schonk pastoor Foqueur al zijn bezittingen aan de kerk. Hij ontwierp ook zijn eigen grafsteen die zich oorspronkelijk in het priesterkoor in de kerk bevond. Aan de aanleg van een aantal urnengraven werd veel aandacht besteed. 
Achteraan het kerkhof een gaanderij met waterpartij. Deze plaats is bedoeld als meditatieruimte en rustplaats voor de geest. Het water verwijst enerzijds naar het polderlandschap met de vele afwateringskanalen en grachtjes en anderzijds zorgt het voor de afvoer bij een te hoge waterstand. Het water symboliseert ook het leven. De hemel weerspiegelt in het wateroppervlak. Zo wordt de link gelegd tussen het aardse en het transcendente. 
Er is ook een ereperk voor de gesneuvelde Koksijdse oudstrijders uit beide wereldoorlogen. Het hardstenen zwaard, een Britse commandodolk, is omringd door eenvoudige kruisjes. Op de gedenkplaat leest men “zij streden voor vorst, vaderland en vrijheid”.
Op het “carré militaire” liggen hoofdzakelijk Franse gesneuvelden van de Division Grossetti en de marinebrigade van generaal Ronach. Vele van die militairen sneuvelden tijdens de verdediging van de sector Nieuwpoort tussen eind 1914 en midden 1917. De gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog kwamen om tussen juni en augustus 1940. Hier vind men onder andere zeven moslimgraven met een ander type grafteken. 
Omdat het reeds de ganse dag aan het regenen was besloot ik een lange busrit te ondernemen naar Oostende. Als er iets is dat rendeerde was het wel mijn dagkaart voor het openbaar vervoer. Naast het verorberen van een zeetong dat bovenaan mijn verlanglijstje stond was er ook nog dat grafmonumenten voor Louise Marie, onze eerste vorstin, die een prachtig grafmonument heeft in de Sint Pieter en Pauluskerk. Ikzelf, maar ook andere leden van vzw Grafzerkje, probeerde steeds tevergeefs dit monument te aanschouwen maar steeds was er iets dat het bezoek in de weg stond: gesloten, alhoewel op voorhand navraag gedaan werd, een koster die “te veel ander werk had” om de kapel te openen en dies meer. Vandaag zou het mij lukken, dacht ik. Maar neen want de kerk werd ingenomen … voor een uitvaartplechtigheid. Eens te meer pech voor ondergetekende. Maar niet getreurd elke keer ik in de koningin der badsteden ben onderneem ik een poging. Ooit zal het me lukken?

Jacques Buermans
Met dank aan ons lid Evy Van de Voorde voor de aanvullende informatie

Anneke Haasnoot “Brocante in Watou”, nieuw gedicht van Anneke Haasnoot


BROCANTE IN WATOU
 
In ieder dorpje staat een grote kerk
Met hoge kruizen bij de vele graven
Buiten het hek; brocante om te laven
De dorst naar Christuskop en engelenvlerk
 
Overal poëzie, waar je maar kijkt
Op transparante borden en panelen
Zij wil haar diepste wezen met mij delen
De blauwe IJzer, die de rode draad blijkt,
 
Kan angstig zijn, maar laat zich verder graag
Door mensenogen koesteren en strelen
Geniet van hoe mensen koopman spelen
 
De kom gronden trekken hier vele vogels
De IJzer verwart mist soms nog met kogels
Met kruitdampen, modder, of rattenplaag
 
Zo kom ik wederom uit bij de dood
Een raadsel,
nadat ik op Petrus bood
 
Anneke Haasnoot
 
Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Beeld van Theodoor Verstraete kreeg ook een opknapbeurt niets funerairs zegt u? Lees dan maar eens goed


Ik hoor sommigen onder jullie al zeggen: “dit is niets funerairs. Waar komt hij nu weer mee af?”. Mis poes, want dit is meer funerair dan jullie zouden kunnen denken. Voor degenen die niet weten waarover het gaat: het betreft hier een standbeeld voor schilder Theodoor Verstraete dat in het Antwerpse stadspark staat.
 
Een korte toelichting bij het overlijden van deze schilder brengt al duidelijk naar voren dat hier wel degelijk een funeraire link bestaat. Wanneer indertijd een belangrijk iemand overleed kwam de stadsbouwmeester kijken op de begraafplaats waar deze belangrijke figuur zijn laatste rustplaats mocht komen. Dat was niet anders bij het overlijden van Theodoor in 1907. We spraken toen nog van de Kielbegraafplaats en de stadsbouwmeester besloot een plaats toe te kennen … vlak voor het graf van Hendrik Conscience. Normaliter gaat dan de familie op zoek naar een kunstenaar om een grafbeeld te vervaardigen en in vele gevallen ook naar de nodige financiële middelen om dit te kunnen verwezenlijken. Behalve in het geval van Verstraete. Die had een goede vriend, beeldhouwer Guillaume Charlier, en die had, bij leven, al een werk gemaakt: Verstraete voorstellend terwijl hij zijn meesterwerk “naar de dodenwake” aan het konterfeiten is. Charlier biedt dit beeld aan, aan de familie en aan de stad Antwerpen, om het op het graf te zetten. Men aanvaardt dit en vangt al aan met de werken tot plaatsing wanneer men tot de conclusie komt dat het beeld het zicht op het grafmonument voor Conscience zou belemmeren. Dit kon toch niet, Hendrik was toch de man die zijn volk leerde lezen. Toen werd beslist om het monument in het Antwerpse stadspark te plaatsen. Daar kan het heden ten dage nog altijd bewonderd worden. Voor Verstraete werd een laag grafmonument, gevuld met plantjes en struiken, gemaakt. 
Als dat geen funeraire link is weet ik het niet meer. Maar is nog een andere, zelfs vzw Grafzerkjes-, link. Onze “technische adviseur”, lees onze handige Harry die wij Christiaan mogen noemen, vond dat hij nog niet voldoende werk had om de gehele begraafplaats Schoonselhof op te knappen. Christiaan Ketele is ook meer dan actief in “Klein Antwerpen”, dat is een vereniging die zich inzet voor de wijk begrensd door de Belgiëlei, Mechelsesteenweg, Van Breestraat, Van Eycklei en Charlottalei. Het Antwerpse stadspark maakt daar ook deel van uit. In die hoedanigheid pakte hij het beeld voor Theodoor Verstraete aan. Christiaan, zo kennen we hem, leverde alweer knap werk. De wijkvereniging “Klein Antwerpen” wacht nu tot hij het gehele Antwerpse stadspark gaat opknappen! Maar wij, kleine kinderen die we zijn (sommigen toch), vzw Grafzerkje waren eerst! Dus: eerst Schoonselhof, Brugge en de gehele Westerbegraafplaats opknappen Christiaan.
 
Jacques Buermans

Christelijke geschiedenis van dood en eeuwig leven Ons lid Johan Moeys doet verslag van de voordracht van Arthur Polspoel


Arthur Polspoel gaf op 27 mei 2008 een boeiende lezing met ondersteunende foto’s over de christelijke visie op dood en eeuwig leven. Zo’n veertig geïnteresseerden zakten af naar Wilrijk. Het publiek mocht vragen stellen en aanvullingen doen. Een poging om een samenvatting van de voordracht te geven.
 
De eerste christenen hebben het warm water niet uitgevonden. Zij waren kind van hun tijd en namen een heleboel gebruiken van de joden over. Doden werden begraven en een graf bleef eeuwig onaangeroerd. De joden leggen nog steeds steentjes op het graf. De oorsprong ligt in het begraven in de woestijn. Stenen op het graf daar zorgen enerzijds voor herinnering en aanduiding van het graf, en anderzijds voor bescherming tegen de wilde dieren. Het aardse bestaan zit er dan op en je wacht op de dag des oordeels. Uiteraard moet je eerst lid worden van de kerk. Een doopvont stond vroeger achteraan, een beetje buiten, in de kerk. Pas als je gedoopt bent mag je binnen. Dan heb je ineens je reservatie voor de hemel op zak. Nee, je komt nu nog niet in de hemel. Die is nog niet open. Oma is dus niet in de hemel, nog niet. Pas als de Messias terugkomt, gaat de hemel open. Kan je je hemel verdienen? Of kan je hem afkopen? Een goed leven is de basis. Een martelarendood helpt ook, maar daar zijn discussies over geweest. Bepaalde groeperingen in het huidige Midden-Oosten zijn er nog steeds van overtuigd. Je kan je martelarendood uitlokken. Even afzien en dan eeuwige, verzekerde rust. Missen afkopen, aflaten kopen,… Volgens de ene helpt het, maar anderen zien daar een groot probleem in. Luther wil terug naar de basis: alleen een goed leven kan helpen om naar de hemel te gaan. Gevolg: een scheuring in de kerk. De protestanten zijn er. En ook daar zijn de zeer strengen en de meer soepelen in conflict.
Het kruis geldt nu als algemeen symbool voor het christendom. Nochtans is het kruis oorspronkelijk een strafwerktuig. In den beginne gebruikten de eerste christenen dan ook geen kruis. Een afbeelding van Abraham met een broodzak met zieltjes was een beter kenmerk. Pas later werd overgegaan tot het visualiseren van Jezus en de twee zondaars aan het kruis.
In de Middeleeuwen komt er een kentering op het omgaan met de dood. De diverse pestepidemies en massale sterfte maakt het duidelijk dat de dood steeds nabij is. Dit wordt geïllustreerd in de Dodendansen, prenten waarop je staat te dansen met een skelet. De dood wordt expliciet afgebeeld: skeletten, schedels, skeletten met wormen,…
De eerste kerken werden gebouwd op het graf van de heilige. Petrus werd destijds buiten Rome terechtgesteld. Rome lag aan de ene kant van de Tiber, de terechtstelling gebeurde op de andere oever. Stilaan werd dit een bedevaartplaats. Er werd besloten om een kerk boven het graf te bouwen. Dit verklaart ineens waarom de Sint-Pietersbasiliek precies aan de verkeerde kant van de Tiber ligt. Later bouwde men eerst een kerk en ging dan ergens een heilige of onderdelen er van opgraven om in hun kerk te leggen. Gedaan met de eeuwige grafrust.
Aan de hand van de beeldenrij aan de ingang van de kathedraal van Antwerpen werd de nieuwe rol van Maria uit de doeken gedaan. Op de bovenste rij zit Jezus in zijn nieuwe rol als rechter. Hij beslist op je al dan niet in de hemel komt. Op de middelste rij zit aan de ene kant Petrus met de sleutel van de hemel. Aan de andere kant wacht de duivel grijnzend om zijn nieuwe zielen via de hellemond naar de hel te brengen. In sommige presentaties neemt Abraham met zijn broodzak (zieltjeszak) de rol van Petrus over. De onderste rij zijn de overledenen die net uit hun graf komen, klaar voor het laatste oordeel. Jong, oud, pas overleden, lang overleden… Op een aparte rij, los van de drie bovensten, maar ook niet met de voeten op de aarde, vind je Maria. Zij staat tussen het oordeel en de mensen van nu. Daar zij de moeder van Jezus is moet zij niet geoordeeld worden. Praktisch gezien bevind zij zich dus dichter bij de mensen. Jezus heeft nu een andere taak, en is onbereikbaarder geworden. Maria krijgt hierdoor de rol van bemiddelaardster, middelares.
De rituelen voor de overledenen liggen vast sinds het Concilie van Trente. Toch is er een evolutie, maar dan in de onderliggende motivatie. Vroeger had men vooral aandacht voor het zielenheil van de overledene. Nu gaat de aandacht meer uit naar de achterblijvenden. De rouwverwerking staat centraal.
 
Johan Moeys

Prachtige funeraire trip naar Oost-Duitsland juweeltjes van begraafplaats gezien in het voormalige Oost-Duitsland


Zondag 30 juni.  Een 40-tal funerair geïnteresseerden, waaronder een 15-tal leden van vzw Grafzerkje, boden zich aan in Eindhoven om een achtdaagse reis richting het voormalige Oost-Duitsland aan te vatten onder de deskundige leiding van Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit en deze keer terug onder de auspiciën van de Terebinth. De eerste dag moest er niet minder dan 600 kilometer overbrugd worden. In een snikhete bus, de airconditioning liet het namelijk afweten, gevolg: enkele extra rustpauzes. Rond 19 uur waren we in ons hotel in Leipzig. Even verfrist en de stad in voor een korte kennismaking. Het stadscentrum liep vol met Duitse supporters. De “Mannschaft” speelde namelijk de finale tegen Spanje. Iets voor 20 uur zorgden die Spanjaarden ervoor dat er rustig kon gegeten worden. Het werd namelijk 0 – 1 voor de Spanjaarden en het bleef rustig. Dank u wel.
 
Maandag met de bus, met airco!, naar het Sudfriedhof, met zijn 82 hectare, een groene long in Leipzig. We raakten al onmiddellijk in de gepaste sfeer. Rindert loodste ons langs pareltjes van grafmonumenten. We vonden hier, bij ons niet gekend “mustergraven”. Onder deze graven ligt niemand. Het zijn wel voorbeelden van steenkapperskunst. We ontdekten ook dat urnen onder een boom kunnen begraven worden. Een bloemlezing van al het moois: Christian Gellert, de oudst begravene, was dichter, schrijver en moraalfilosoof. 
De familie Najork, papier- en kartonfabrikanten, kreeg een overgangsmonument tussen classisistische stijl en jugendstil. Op het familiegraf Oelssner een grafmonument van architect Max Pommer en beeldhouwer Josef Magr. Meissner, monument van architect Fritz Schumacher en plastiek van beeldhouwer Fritz Klimsch.
Op het wandgraf Goepel treffen we een bronzen doodsgenius aan. Fabrikant Albin Gottschalk kreeg een monument van Paul Möbius, een van de meeste vooraanstaande jugendstilarchitecten. Op de laatste rustplaats voor koopman Heinrich Schaub spant een knielende man zich in om de deur te openen. We troffen hier ook verscheidene urnenvelden aan waar ontelbare naamloze urnen begraven werden. Op een ervan een beeld van Max Klinger.
Op het familiegraf Böhme staat een opstijgend hemelvaartspaar. Hugo Haschke was sigarenfabrikant. De ouders van partijleider Walter Ulbricht kregen uiteraard een prominente plaats op deze dodenakker. Ulstein liet een monument in piramidevorm op zijn graf plaatsen.
Berger kreeg een marmeren knielende vrouw. Fritz Baedeker is bekend als uitgever van reisgidsen. Op het graf voor Ludwig Hupfeld, fabrikant van muziekinstrumenten, staat een engel die zich over een vrouw buigt terwijl op het graf van het echtpaar Behrends, een vrouwenkop van de hand van beeldhouwer Josef Magr staat. 
Na een laatste blik geworpen hebben op deze imposante begraafplaats werd een bezoek gebracht aan het imposante Volkerslachtdenkmal, het grootste gedenkmonument van Europa dat spijtig genoeg in de steigers stond. Het monument, in 1913 ingewijd, herdenkt de meer dan 120 000 gesneuvelden in de veldslag tussen Napoleon en de Pruisische en Russische troepen uit 1813. In de namiddag werd nog een bezoek gebracht aan het alter Johannisfriedhof. De enige overgebleven familiekelder is die voor de familie Baumgärtner. Friedrich Spohn, Egyptoloog, kreeg een grafmonument met Griekse en Egyptische invloeden. Homeopaat en apotheker Karl Schwabe kreeg een beeld van, alweer, Josef Magr.
Boekhandelaarsfamilie Koehler kreeg een imposant bronzen reliëf. Hier liggen ook de moeder en de zuster van componist Richard Wagner begraven. Later die middag werd Johann Sebastian Bach nog met een bezoekje vereerd.
Dinsdag Leipzig verlaten richting Dresden. Eerste halte Radebeul. Laatste rustplaats van Karl May, je kent hem wel van Winnetou en Old Shatterhand. De man kreeg een gigantisch grafmonument. Het graf met een dode jongeling werd opgericht voor de familie Burghagen. In 1995 werd het graf overgenomen door de familie Meyer. Hier ook, we zouden er nog meer zien, een plek voor ongeboren kinderen (foetussen). Ook Ernst Beckert, de uitvinder van de naaimachinenaald, kreeg een kanjer van een grafmonument. 
We zagen de laatste rustplaats voor Franz Bauer. Zelfs onze Nederlandse vrienden hadden spijt dat het niet de laatste rustplaats voor de, blijkbaar toch niet zo gewaardeerde, zanger was. Dolores Kulowitz, ijsberentemster kreeg een “aangepast” grafmonument. Van daar ging het naar het 53 hectare grote Heidefriedhof dat werd aangelegd in een bestaand bos tussen 1934 en 1936. Iets wat wij ook niet kennen zijn anonieme urnenvelden. Zo’n veld biedt plaats aan 40 000 urnen. Midden op het veld “Werden und Vergehen”, ontstaan en vergaan. Een prachtig monument op de herdenkingsplaats voor de krijgsgevangenen en dwangarbeiders uit de Sovjetunie. 
Ook troffen we hier een klein ereveld aan met Griekse patriotten die in ballingschap in Dresden woonden en Italiaanse soldaten. Op de begraafplaats troffen we, wat normaal is op een “bosbegraafplaats”, ontelbare houten graven aan. Na de middag bezochten we nog het Innerer Neustadter Friedhof. De begraafplaats zelf wordt, zoals elders, keurig onderhouden maar hier waren verwaarlozingen troef. Een kleine selectie: Gregory een grafkelder uit 1754. 
Wassily Armstrong was generaal. Het monument, een zeilschip met volle zeilen, is zeker 100 jaar ouder dan de sterfdatum (1869) van de generaal.  De familie Roch kreeg een prachtig monument met sfinx.
Dag vier kondigde zich aan als een rustige dag, zo wat een “overgangsrit in de Tour de France”. Voormiddag bezoek aan de Hofkirche met de crypte. De lokale gids wilde alles kwijt over de kerk en dat zinde al een aantal begraafplaatsfanaten niet. Zij wilden knekeltjes zien. De crypte “an sich” viel dan nog fameus tegen zeker wanneer je Wenen kent en zeker wanneer de gids al wat zij weet wil overmaken aan mensen die enkel geïnteresseerd zijn in het schieten van beelden. In al het geharrewar een beeld van de grafmonumenten voor Albert,  koning van Saksen (1828 – 1902), Georg, koning van Saksen (1832 – 1904) en een zicht op de grote crypte. Vrije tijd die ingevuld werd om van het ene terrasje naar het andere te trekken. Het was namelijk 34 graden warm. In de namiddag stond allereerst het urnenhain Tolkowitz, crematorium annex urnengraven, op het programma. Normaliter is zo’n urnenbegraafplaats een eerder saaie bedoening. Hier niet, prachtige grafmonumenten, jugendstil, art deco en dies meer of toch wat er in mijn geest voor dient door te gaan.
Gelukkig werd ik regelmatig terechtgewezen door Lin, Marie-Claire en Edgard, mijn Vlaamse medereizigers die van die dingen veel meer kaas gegeten hebben dan ik. Zelfs dan staan er pareltjes tussen: Roesch, Kahle, Max Immelmann, de adelaar van Lille genaamd was Duits gevechtspiloot, een prachtig joods urnenmonument, Muschweck en Koehl. 
Daarnaast ligt het Johannisfriedhof. Rindert en Jeannette hadden ons gewaarschuwd: de mooiste monumenten vind je langsheen de twee muren die de begraafplaats splitsen. Ja, watte!! Vooraleer aan de eerste muur aan te komen hadden de fototoestellen reeds meerdere malen geflitst. Aan de muren ging het van kwaad naar erger. Mensen lief, wat een juweeltjes stonden er tussen. Na enige tijd was er zo een overvloed van al dat moois dat er een grondige selectie moest gemaakt worden: monumenten die een halfuur daarvoor onder de noemer “juweel” gecatalogeerd werden, kwamen nu zelf niet meer door de selectie.
  
  
Een kleine bloemlezing: Roetschke, Fischer, onbekend, Jahn, Gukassian, beeldhouwer Adolf Rehm, Preusser, Schmidt, Siebert, Müller en Külsen. Nadien, het kwik was intussen nog enkele graden opgelopen, gebeurde iets wat geen enkele Terebinther voor mogelijk hield: Rindert schrapte gewoon een Joodse begraafplaats uit het programma wegens “niet interessant genoeg” en de volgende dodenakker het Trinitatisfriedhof werd op zulk een drafje afgewerkt dat Amerikanen in snelheid geklopt werden. Naast Johann Serre, een Pruisisch majoor, bemerkten we ook de bekendste bewoner: Caspar David Friedrich, landschapsschilder. In de vlucht nog een mooi kindergraf ontdekt en de familie Pfund, zuivelhandelaar.
Dag vijf was eigenlijk een “schoolreisje”: een trip tot vlak tegen de Poolse grens. Een eerste stopplaats was Bautzen gelegen in een gebied bezet door de Sorben. We zagen tweetalige naamborden, Duits en Sorbisch. In het mooie kleine stadje werden we vergast op een begraafplaats die zich in een kerkruïne bevond. Origineel en zoals steeds mooi onderhouden grafmonumenten. 
Rindert had nog een extraatje in petto: Taucherfriedhof. Ook hier weer enkele mooie dingen. Vandaar trokken we naar Görlitz door de Neisserivier verdeeld in een Duits en een Pools gedeelte. Hier bezochten we het Nikolaifriedhof. We zagen hier de Mollerlinde. Martin Moller was mysticus en dichter van kerkliederen. Hij werd ervan verdacht afgeweken te zijn van de strenge Lutherse leer en vroeg om een linde op zijn graf zetten. Als de boom zou groeien was dit een bewijs dat hij het woord Gods trouw verkondigd had. Het feit dat de boom er nog steeds staat bewijst genoeg. Hier een grafsteen met een duivelsvork. Het verhaal wil dat de duivel dit monument met de gekruisigde Christus wilde verhinderen, twee tanden van zijn vork bleven in het monument steken zodat de duivel zijn meerdere in het kruis diende te erkennen. De “waarheid” is eenvoudiger: de “vork” behoedt de steen tegen omvallen. De beroemdste bewoner hier is Jacob Böhme, schoenmaker en mysticus. Op de stedelijke begraafplaats ligt burgemeester Gottlob Demiani.
  
Na een vrije, funerairloze, dag weer verder. Vooraleer Dresden achter ons te laten brachten we nog een bezoek aan het Alte Katholische Friedhof. Bijlange niet slecht. We kamen voorbij de laatste rustplaats voor bisschop Mauermann. Iets verder Bartholomeo Bosco, goochelaar. Carl Maria von Weber, componist van onder meer Der Freischutz en Balthasar Permoser, de grootste barokbeeldhouwer van Dresden.
Het dochtertje van graaf en gravin Bielinski kreeg een mooi kindergraf. We ontmoetten een bekende naam: Giovanni Casanova. Niet de vrouwenversierder maar diens broer en schilder. Op zijn graf een beeld van beeldhouwer Franz Pettrich die we zelf iets verder tegenkomen. 
Een graf met jugendstiltrekjes vinden we bij beeldhouwer Ernst Holleroth. Nog vlug een blik geworpen op het nabijgelegen Matthäusfriedhof en weg waren we. Onze laatste stop in het voormalige Oost-Duitsland was Halle. Wat hier opviel was het enorme aantal bezoekers op deze Stadtgottesacker. De stad heeft hier zeker de nodige promotie voor gemaakt. Prachtig initiatief. Het eigenlijke Campo Santo bevat bijna 100 grafbogen. Een groot aantal ervan werden reeds “hergebruikt”. Paul Erberius kreeg een prachtig monument. In een hergebruikte grafboog ligt Georg Händel, vader van de componist.
Een andere grafboog kreeg een leuk hekwerk. De familie Behm kreeg een gietijzeren grafmonument in neogotische stijl. Dan togen we westwaarts richting Hannover om ons “laatste avondmaal” mee te maken.
Wat een “finale”. Het Hannoverse Engesohde. Gestart werd aan het urnenhain, de urnenbegraafplaats. Toen wist ik al dat er veel fraais zou volgen. Mensen die mij kennen weten dat ik het niet zo hoog op heb met groen en aanleg van begraafplaatsen maar hier was er echt nagedacht over de aanleg van deze dodenakker. Opvallend was dat elk perk op een andere wijze aangelegd werd. De ene keer enkel dennenbomen, een andere keer met een waterpartij en steeds kregen de grafmonumenten hun “plaats” op het perk. 
Hierna volgt een selectie van het vele moois dat ik mocht aanschouwen: Ludwig Roselius was de grondlegger van koffie HAG. Op zijn graf een vrouwengestalte. Op de rand van afdeling 33 een enorm grafmonument dat bewaakt wordt door twee wachters. 
Munke, Uhl, Flemming, Spiegelberg, Krolow, Hufte, Knorr, Barnay, boekdrukker Hermann Schlüter kreeg een tempeltje met Dorische zuilen met daarin de Engel van de Hoop terwijl buiten de Genius van de Dood zit.
  
  
architect Heinrich Kochler kreeg een zuilenbouwwerk met Ionische zuilen en drie vrouwelijke gestalten in klassieke kledij, Rohde, Lange, Otto von Emmich veroverde bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de vesting van Luik, Friedrich Janecke kreeg een decor van een moeder met haar twee kinderen, De Haën is een gigantisch grafmonument dat voor hergebruik bestemd werd.
   
Georg Ebeling ligt in een mausoleum met mozaïekwerk, Karl Schwitters is de bekendste bewoner van deze dodenakker. Hij was schilder, graficus, beeldhouwer en dichter. Schwitters was een belangrijk vertegenwoordiger van het dadaïsme, Wrede en Pratje.
  
Gedurende heel de reis was er een quiz en een aantal letters uit de antwoorden dienden een slogan aan te vullen. De laatste vragen kwamen tussen Hannover en het thuisfront. Eens alle letters verzameld kwam het er op aan om de slogan “reizen met Eskoo en Terreaarde” te vervolledigen. Marie-Claire gaf als eerste haar antwoord binnen en vervolledigde met “mooier kunnen we het niet maken”. Ook ondergetekende had dit, foute, antwoord. Maar de eerste prijs bleef toch in Vlaamse handen want Edgard had het correcte antwoord “dooier kunnen we het niet maken”. Niet te verschieten dat de Nederlanders nooit prijzen halen in “Tien voor taal” want bij ons heeft een dooier iets met eieren te maken.
 
Conclusie van de funeraire trip zoals onze bekendste Vlaming, Eddy Wally, zou zeggen Geweeeeeeeeeeeeeeeldig.
 
Jacques Buermans, ook alle foto's

Taphophilie, antwoord op een vraag maar nog veel meer leuke reacties op deze vraag


Een tijd geleden had een Nederlander volgende vraag: Hij had onlangs een woord gevonden (in een woordenboek) dat “een ziekelijke belangstelling voor begraafplaatsen” (een eerder Vlaams woord) betekende dacht hij. Maar hij kon het niet meer terugvinden! Ik wist het ook niet – dus deed ik een beroep op onze leden.
 
Hieronder een bloemlezing uit de respons, sommigen zijn zelfs “leuk”:
 
Lijkbidder
 
Lijkenpikker
 
Kerkhoffobie
 
Grafloper (vgl: vrouwenloper)
 
Misschien bedoelde hij gewoon "Gebuur" (met hoofdletter), zij kennen immers alleen "Buu(e)rman(s)


“nen Buermans”?
 
Het juiste antwoord kwam ook vanuit Nederland, namelijk taphophilie.
 
Ook nadat ik het juiste woord mededeelde aan onze leden kwamen er nog enkele opmerkelijke reacties binnen:
 
Wil dat dan zeggen dat wij een bende "taffelaars" zijn?
Het is alleszins een sjieker woord dan "kerkhoffielen" of “begraafplaatsfanaten"
Ipv “Grafzerkje dan “Taphofieltje”?
 
(Michael D. V.)
 
Of ook nog:
 
Dat van dien Buermans vond ik ook niet slecht, en ik hoor ze het over honderd jaar al zeggen door de opvolgers van Annemie, dat er vorige eeuw aan de boorden van de Schelde naast de Norgaianen de stam van de Buermansen ontstond.  
 
(Marc V.) Enkele toelichtingen: met Annemie bedoelt Marc een funeraire gids met als voorbeeld Anne Mie Havermans en de Norgaianen is een, steeds groter wordende, “sekte” binnen onze vereniging die het werk van de familie Norga (bronsgieters) adoreert.
 
Of: Tip voor een nieuwe Suske en Wiske met Grafzerkjes in de hoofdrol: "De Taterende Taphofielen"
 
(Marc C.)
 
Maar het leukste vond ik dat deze vraag ook “inspiratie” teweegbracht. Een van onze recentste leden, Lilith Kenis stuurde mij reeds enkele van haar gedichten en ik was van plan er een te plaatsen in deze Nieuwsbrief. Tot ze deze mail stuurde: Was het je mail, of de sombere luchten die het binnenshuis zo donker maken, maar ik kwam in de mood en kreeg inspiratie om het bijgaande gedicht te schrijven.
vriendelijke groet, Lilith
 
Vandaar op het volgende gedicht :

Taphophilie ons lid Lilith Kenis kreeg inspiratie en maakte er een gedicht over


Taphophilie
  
De zompigheid van vochtig zand,
de geur van ontbinding,
en vers gesneden gras.
 
Struinend over ’t kerkhof
waar macabere beelden,
rust en bizarre schoonheid, strijd leveren
om mijn taphophiele gevoelens.
 
Hier heerst vergankelijkheid,
Ironie en “Vanity”, en toch
ondanks de grafzerkelijke verschillen
is iedereen gelijk in de dood.
 
 Lilith Kenis
14 Juni 2008
Berchem

Maaibeheer op de begraafplaats Schoonselhof meer oog van de flora op de begraafplaats door andere werkwijze


Ik kreeg een vraag van de heer Hendrik De Bouvre, afdelingshoofd Antwerpen begraafplaatsen, om mijn visie eens te geven over de toekomstvisie aangaande het maaibeheer op de begraafplaats Schoonselhof.
 
Mensen die mij kennen weten dat het groen mij nauw aan het hart ligt (grapje) en dat uitlatingen van mij zoals “weg met dat onkruid” of in plaats van gras te zaaien “een betonneke gieten” of zoals laatst nog geschiedde tijdens de herinhuldiging van de eilandjes op de begraafplaats Schoonselhof toen een “kenner” wist te vertellen dat er ooit rond het eilandje vier enorme bomen stonden en er nu nog slechts drie restten (dat wist ik ook wel) en toen een van onze actiefste werkers op Schoonselhof mij vroeg of hij schepen Lauwers mocht vragen om een vierde boom te plaatsen ik antwoordde met “je kunt misschien beter aan de schepen vragen om de drie resterende te kappen”. Tussen haakjes, ik kreeg van de heer schepen Lauwers te horen dat die vierde boom er komt, denkelijk volgend plantseizoen: november.
 
Mensen die mij kennen weten dat ik dat niet altijd meen wat ik zeg en dat ik het in de eerste plaats goed voorheb met begraafplaatsen zelfs al stroken de voorstellen niet helemaal met mijn ideeën. Daarom wil ik jullie de toekomstvisie aangaande maaibeheer op de begraafplaats Schoonselhof niet onthouden zeker niet omdat de heer Hendrik De Bouvre ook de redenen aanhaalt waarom een en ander zo zal geschieden. De concrete vraag is dan ook dat leden van onze vzw Grafzerkje die op een of andere wijze actief zijn rond de begraafplaats Schoonselhof er rekening mee houden.
 
In grote lijnen ziet het plan er als volgt uit: de gangen worden meer frequent gemaaid tot aan de graftekens, zodat elk perk steeds goed bewandelbaar is. De tussenruimtes en achterkanten van graven worden nog slechts één maal per jaar (momenteel 3 à 4 maal) gemaaid, zodat er een kleurige vegetatie ontstaat met wilde bloemen en grashalmen. Deze kleine aanpassing levert naast mooie plaatjes ook meer mensmiddelen die wij kunnen inzetten om andere perken meer intensief als gazon te gaan beheren.
Hendrik De Bouvre gaf nog enkele toelichtingen: het Schoonselhof bevat zeldzame flora omdat de grond schraal is geworden ( zoals op de heide). Het maaien van gras en onkruid en het niet verwijderen van dat maaisel verrijkt de bodem wat dit heischraal landschap niet ten goede komt. Hoe schraler de bodem hoe meer zeldzame bloemen en kruiden er verschijnen. Daarom wordt op verschillende plaatsen gekozen om slechts 1 à 2 maal per jaar te maaien en onkruid te verwijderen: grote lege binnenperken, voor de hoeve, de oudere perken. Op minder waardevolle landschappen - de gazons ( zoals op de burgerlijke en militaire ereperken, de strooiweiden, columbaria, nieuwe begraafperken, wandelwegen, de dreven, enz) wordt wel intensief gemaaid. Rond dit maaibeheer zullen wij een infobord maken. Daar zullen wij de zeldzame kruiden, bloemen, grassen en orchideeën op benoemen.

Ik beloof op mijn communiezieltje, voor wat dat waard is, dat ik meer waardering voor het groen zal opbrengen en misschien geef ik ooit wel een “fauna & florawandeling” op Schoonselhof. Wat dit laatste betreft zal er nog heel veel water door de Schelde vloeien voor ik deze materie onder de knie heb.
 
Jacques Buermans

Goblet d’ Alviella in de steigers Philippe Theys gaf er een rondleiding: twee maand later diende alles gestut te worden!


Je ziet wat de gevolgen zijn wanneer de leden van vzw Grafzerkje een rondleiding organiseren. Nog maar juist heeft onze Philippe Theys het beste van zichzelf gegeven met zijn rondleiding in Court-Saint-Etienne met als hoofdbrok het gigantische mausoleum voor graaf Goblet d’Alviella en zie onze Philippe heeft zo veel gegeven dat het mausoleum diende gestut te worden.
 
Tussen twee haakjes: ik zou die rekening voor het plaatsen van de steigers niet willen betalen. Wat gaat dat kosten zeg!
 
De foto is van de heer Guy Callens.
Jacques Buermans

Projecten in andere Vlaamse provincies onze vrijwilligers keken ook eens over de provinciegrenzen heen


Begin dit jaar brachten we een werkbezoek aan de begraafplaats van Tessenderlo op vraag van de lokale vvv Tessenderlo. Namens vzw Grafzerkje waren aanwezig: Jacques Buermans, voorzitter, Edgard Nelissen, vertegenwoordiger provincie Limburg  en Christiaan Ketele, technisch  adviseur. Na het opmaken van een verslag, dat diende om onze visie aan het gemeentebestuur van Tessenderlo kenbaar te maken, en de bereidheid om, in een latere fase, ons gezamenlijk standpunt te komen verdedigen en uiteen te zetten aan het gemeentebestuur en indien noodzakelijk ook een helpende hand toe te steken bij de start van het uiteindelijke project. In mei kregen we te horen dat in de gemeente Tessenderlo een werkgroep opgericht werd om tot concrete voorstellen te komen. Vzw Grafzerkje zal op de hoogte gehouden worden van de evoluties.
 
Na de herinhuldiging van de twee eilandjes op de begraafplaats Schoonselhof was onze technische adviseur Christiaan Ketele niet meer in te tomen: hij wilde en zou op andere begraafplaatsen zijn stempel drukken door er enkele grafmonumenten te restaureren. Onze lokale vertegenwoordigers hadden intussen, niet direct met de bedoeling dat onze “technische” deze klussen op zich zou nemen, informatie ingewonnen. Vrijdag 20 juni vertrok vanuit Antwerpen een delegatie bestaande uit technische adviseurs Christiaan Ketele en Jef Braekman, vergezeld van hun echtgenotes en Jacques Buermans, vergezeld van een kanjer van een verkoudheid, richting Westerbegraafplaats Gent. Het grafmonument Van Stappen, jarenlang het zorgenkind van onze An Hernalsteen, werd onderzocht en beide “technischen” stelden vast dat de toestand bijlange niet zo dramatisch was dan ons altijd voorgeschoteld werd. Natuurlijk dient er gerestaureerd te worden maar het is niet zo dat het grafmonument op instorten staat. We hoorden een slag en … neen! slechte karakters onder de lezers, het grafmonument stortte niet in maar het was het pak van An’s hart viel toen ze vernam dat alles een meer dan haalbare kaart was. Meer nog de technische adviseurs maakten zich sterk dat ze de klus nog kunnen klaren voor het einde der Gentse feesten. Onze An was de euforie nabij. Ook onze Christiaan Ketele diende de nodige medische bijstand te krijgen toen hij zag wat er allemaal voor prachtige dingen op die Westerbegraafplaats stonden. Na zijn bezoek waren her en der op de Wester vochtige plekken te ontwaren: telkens Christiaan een juweel van grafmonument zag liep hij te kwijlen. Na de nodige reanimatiewerken ging het gezelschap op zijn elan verder, richting Assebroek.
Daar werden we opgewacht door een ruime delegatie: Fernand Deduytsche, beheerder van de begraafplaats, onze Martin Demedts, in een dubbelrol: die van penningmeester en verantwoordelijke voor West-Vlaanderen, en de heren/leden/supergidsen Kurt Götze en Geert Gruyaert. We zagen direct dat het hen menens was want Geert droeg een arm in het gips. Blijkbaar een gevolg van een slag die hij gegeven had aan iemand die niet bereid was om een grafmonument te herstellen. Christiaan en Jef waren dus gewaarschuwd. Wat mij hier onmiddellijk opviel ( het was anderhalf jaar geleden dat ik op de begraafplaats vertoefde) was het enorme werk dat hier onder de stimulerende Fernand Deduytsche verricht werd: ontelbare grafmonumenten kregen een tweede leven. Op het lijstje dat de Bruggelingen ons doorstuurden stonden vijf grafmonumenten. Op één, met stip, van de hitparade van Assebroek stond het grafmonument Fleurmans – Coucke. Het is een soort serre uit gietijzer met een afdak uit gietijzer en glas. Hier is heel veel werk aan. Naast het afschuren dient de omrastering opnieuw geschilderd te worden en dienen er nieuwe glasramen geplaatst te worden. Na grondige inspectie zeiden onze “specialisten” toe om deze klus te klaren, de glasramen zullen door een lokaal glazenier vervaardigd worden. Indien dit lukt is dit weer een visitekaartje dat door mensen van onze vzw Grafzerkje afgegeven wordt.
Daarnaast namen onze technische adviseurs nog vier andere grafmonumenten onder de loep. Eén van de grafmonumenten viel af wegens “specialistenwerk”. Het siert Christiaan en Jef dat ze niet ten allen koste alles willen onder handen nemen. Voor de mensen van Brugge heeft dit eveneens het voordeel dat ze, wanneer ze over een budget kunnen beschikken, weten welk grafmonument ze door vakmensen kunnen laten uitvoeren. De overige drie grafmonumenten zagen onze vakmensen wel zitten om die te herstellen.
 
Er dient natuurlijk nog een hele weg afgelegd te worden maar het is toch alweer een evolutie binnen vzw Grafzerkje dat nu ook andere provincies concreet geholpen worden met centen en met de know how van onze vereniging. Of zoals Bredero reeds zegde: het kan verkeren. Toen ik ’s morgens uit Antwerpen vertrok wilde Christiaan nog heel de begraafplaats Schoonselhof opknappen. Tegen de middag had hij het al over het huren van een caravan om gedurende enkele weken op de Westerbegraafplaats te vertoeven om daar een aanzienlijk aantal juweeltjes onder handen te nemen en enkele uren later hadden die slechte karakters van Brugge hem al een verblijf in een grafkapel aangeboden om ook daar zijn kunsten te tonen. En mijn Schoonselhof blijft verweesd achter. (grapje)
 
Jacques Buermans

Alice Nahon in de belangstelling op 11-juliviering naast viering op de begraafplaats Schoonselhof ook een ode aan deze dichteres in het Letterenhuis. Verslag van ons lid Marc Coremans


Jaarlijkse traditie op de begraafplaats Schoonselhof: op 11 juli wordt iemand extra in de bloemetjes gezet. Waar dit de laatste jaren respectievelijk burgemeester Frans Van Cauwelaert, burgemeester Jan Van Rijswijck en dichter Herman De Coninck waren bleek dit jaar Alice Nahon aan de beurt te zijn. Ik schrijf doelbewust “bleek” omdat onze vzw Grafzerkje de laatste jaren steeds uitgenodigd werd. Dit jaar niet en dit viel nogal zwaar zoals ik niet naliet te melden aan de verantwoordelijken van de stad Antwerpen. In een schrijven wees ik hen er op dat onze vzw Grafzerkje zich al jaren inzet voor behoud van grafconcessies en restauratie van grafmonumenten zeker op de begraafplaats Schoonselhof. Erger wordt het nog wanneer u weet dat we begin 2007 zorgden voor de totale restauratie van het grafmonument voor Victor Driessens en daarvoor de nodige erkenning kregen van de heren schepenen Heylen en Lauwers wat gehonoreerd werd met een bedrag waarvoor wij dan weer specialisten het grafmonument voor stadsbouwmeester Pierre Bruno Bourla konden laten opknappen. Van die gelegenheid maakten onze vrijwilligers gebruik om het volledige “eilandje” waar zich het grafmonument voor Pierre Bruno Bourla bevindt op te knappen, meer nog ze pakten tegelijk ook het tweede “eilandje” aan waar … Alice Nahon rust. Het niet uitnodigen van onze vzw Grafzerkje komt om deze dan nog erger aan.   Na een verontschuldiging werd vzw Grafzerkje dan toch nog uitgenodigd maar “officieel” waren we niet aanwezig. Ons lid Louis Van Dyck, die zich al jaren bekommerd om het graf van Alice Nahon, trok vrijdag voor dag en dauw naar de begraafplaats om het grafmonument optimaal voor de dag te laten komen. Ons lid Marc Coremans was wel bij de viering aanwezig en stuurde volgende impressie.
Jacques Buermans.
 
Naar aanleiding van de 75e verjaardag van het overlijden van Alice Nahon werd op 11 juli, Vlaamser kan niet, een hommage aan haar gewijd. In de voormiddag was er een druk bijgewoonde bloemenhulde aan haar grafmonument op het Schoonselhof te Antwerpen. Literatuurhistoricus Manu Van der Aa schetste in een korte biografie het leven van de veel te vroeg gestorven dichteres. Daarna werden 4 bloemenkransen neergelegd door respectievelijk gouverneur Cathy Berx namens de provincie Antwerpen, burgemeester Patrick Janssens namens de stad Antwerpen, districtsvoorzitter Chris Anseeuw namens het district Antwerpen en last but not least Theo Beck voorzitter van de cultuurraad Antwerpen. Nadien werd aan de aanwezigen een receptie aangeboden op het kasteel van Schoonselhof.
Naast graf Nahon: Theo Beck voorzitter van de cultuurraad Antwerpen; 
districtsvoorzitter Chris Anseeuw; burgemeester Patrick Janssens en  provinciegouverneur Cathy Berx
Na de middag een volgepakt Lode Baekelmansauditorium in het AMVC-Letterenhuis. Burgemeester Patrick Janssens beet de spits af maar had het meer over de het reilen en zeilen in de stad Antwerpen, lees reclame voor eigen winkel, naar mijn bescheiden mening niet direct relevant voor deze hommage. Daarna kwam Manu Van der Aa, die ook in de voormiddag reeds speechte, aan de beurt met nogmaals een stukje biografie. In het najaar verschijnt van zijn hand een boek over het leven van Alice. Wie zeer ad rem was, was de volgende entertainer : nachtburgemeester Vitalski las een aantal mooie gedichten voor van Alice Nahon en gaf hier en daar gevatte commentaar op haar oeuvre. Zeer gesmaakt. Voor de muzikale noot zorgde het akoestisch trio "De Golden Globes". Zij brachten Engelstalige muziek uit de jaren 20 maar wisten toch ook te bekoren met een Nederlandstalig nummer over een koppel met "bedproblemen". Toeval of niet maar het koppel heette Janssens. Vervolgens las romanschrijfster-dichteres Ruth Lasters enkel fragmenten voor uit brieven die Alice schreef tijdens één van haar behandelingen nabij het Duitse Aken. Een lach en een traan waren niet ver weg, waarvoor zij veel bijval oogstte. Tot slot werd een korte film getoond met respectievelijk beelden opgenomen aan de Carnotstraat 17, het sterfhuis van Alice Nahon en op Schoonselhof. Ook hier was Vitalski ceremoniemeester van dienst. De hommage werd afgesloten met een natje en een droogje.
   
Naar aanleiding van de 75e verjaardag van het Letterenhuis was er ook een overzichtstentoonstelling met heel veel funerair materiaal : foto's van grafmonumenten van BV's van lang vervlogen tijden, begrafenisbeelden, doodsbrieven, dodenmaskers, hand- en oorafdrukken, bustes. Rijkelijk geput uit de archieven van het Letterenhuis en echt de moeite waard om eens te bezoeken. Een mooi eerbetoon.
  
Marc Coremans, ook alle foto's