Nieuwsbrief Nr. 42 - juni 2008

Extra Nieuwsbrief Europese Week van de Begraafplaatsen Inleiding door onze voorzitter Jacques Buermans


Het succes van de Europese Week van de Begraafplaatsen én de respons op mijn oproep in Nieuwsbrief 41 naar onze leden toe om eens vaker in de pen te kruipen zorgde voor een toevloed aan fotomateriaal en artikels. In samenspraak met het volledige bestuur van vzw Grafzerkje én dankzij de inzet van onze webmasterin Erika Raven werd besloten om een extra Nieuwsbrief in te lassen, alleen maar met artikels over de herinhuldiging en de Europese Week van de Begraafplaatsen die in Antwerpen en Gent plaatsvonden. Ik durf te verhopen dat jullie ervan kunnen genieten. Natuurlijk werden een aantal rondleidingen niet door leden van de vzw Grafzerkje bijgewoond en ontbreekt daarom een of ander verslag.

Jacques Buermans

Funeraire impressie en de Europese Week Ons lid Marleen Bruynseels geeft een “funeraire impressie”


Ons lid Marleen Bruynseels start met wat we een “funeraire impressie” kunnen noemen maar ook geeft ze haar visie op de herinhuldiging en de Europese Week van de Begraafplaatsen:
 
Hoe luguber kan een hobby zijn?   Slechts weinige familieleden,  vrienden of kennissen kunnen begrip opbrengen voor een funeraire interesse.  Een kerkhof is een dodenakker, die je  doorlopend herinnert aan je eigen sterfelijkheid.  Dat is wat grosso modo onder de meeste mensen leeft….  Aan het aspect “geschiedenis” en vooral “KUNSTgeschiedenis” gaat men gemakshalve voorbij.  En dat vooral met een begeesterde gids een begraafplaats leest als een spannende geschiedkundige roman weten maar enkelen.

En sinds enkele jaren heb ikzelf, en schoorvoetend mijn naaste verwanten,  het geluk gehad onder begeleiding van enkele wel zeer begeesterde funeraire gidsen rondleidingen mee te maken op enkele binnen- en buitenlandse bekende kerkhoven.  Een aanvulling op de wandelingetjes op zowat elke begraafplaats die we tijdens vakanties of uitstapjes incalculeerden.  Met name Jacques Buermans, die tot verleden week nog de alleenheerschappij had, gevolgd door An Hernalsteen, verleden zaterdag op Campo Santo; twee gidsen die met verve de geschiedenis voor je ogen met smakelijke details in beeld stellen.

Verleden week was “funeraire week”.  Op verschillende begraafplaatsen werden gratis rondleidingen gegeven, diavoorstellingen, inhuldigingen, tot zelfs een heuse picknick.  En alhoewel slechts de “echte” liefhebbers deze evenementen bezocht hebben, kan men wel stellen dat deze week een succes was.  De inhuldiging van het “eilandje” waar vzw Grafzerkje de graven van Bourla en Alexis van Mechelen een forse opknapbeurt heeft gegeven heeft zelfs een mooi verslag in de “Frut” opgeleverd.  Maar daar waren dan ook schepen Philip Heylen en Guy Lauwers aanwezig.  En eveneens vertegenwoordigers van de firma Multi Development, die mede de restauratie van het grafmonument van Alexis van Mechelen op zich genomen hebben.

Gemoedelijker waren de rondleidingen op Fredegandus en op Campo Santo. 
 
Marleen Bruynseels.
 
Over beide rondleidingen laten we haar iets verder aan het woord. (J. B.)

Herinhuldiging van het "eilandje" op het Schoonselhof een waarheidsgetrouw relaas


Op maandag 26 mei ging in Antwerpen het funeraire feest van start met de herinhuldiging van het ereperk “het eilandje” en de grafmonumenten voor Pierre Bruno Bourla en Alexis Van Mechelen.
Jullie sterreporter mocht en moest erbij zijn. Toen het woord “eilandje” viel, doemde een grijze Scheldemassa als een muur van water voor mijn ogen op. Venetië indachtig, bewapende ik mezelf met “caoutchoutne” botjes, zuidwester, zwemvest, een overlevingspakket waarin louter vegetarische kost, rubber bootje en roeispanen (een gewaarschuwde vrouw is er twee waard). Zo trok ik vanuit Gent richting Schonen Hof, waarbij mijn uitmonstering, het dient gezegd, op de trein enorm veel bekijks en succes had, zeker na het zingen van “daar was eens een meisje loos”.
Min of meer stipt om 15 uur, rukten ongeveer 100 ogen zich met veel moeite los van mijn rijkelijk uitgedost figuurtje met attributen om de eerste spreker, stadsarcheoloog Johan Veeckman, te taxeren. Hij sprak het welkomstwoord en introduceerde kort en bondig de verschillende hoofdrolspelers van deze namiddag : de heren schepenen Heylen en Lauwers, mevrouw De Wolf van Multi Development  en ons aller voorzitter.  De dame en de heren schepenen deden op een voortreffelijke manier wat van hen verwacht werd. Pluimen werden op hoeden gezet en wierookvaten werden rondgezwaaid. Even dreigde paniek toen de vierde spreker spoorloos bleek : was hij de receptiedis al aan het plunderen ?, was hij zichzelf moed aan het indrinken? had hij plankenkoorts of was hij zijnen speech kwijt? Alleen de alwetende weet het.
Van links naar rechts: Stadsarcheoloog Johan Veeckman(© Marc Coremans), Schepen Heylen (© Marc Coremans), Schepen Lauwers (© Marc Coremans, Mevrouw Marleen De Wolf van Multi Development (© Rina Reniers), Onze voorzitter Jacques Buermans (© Modest Van Camp) 

Eenmaal terecht en man van de wereld zijnde, de papieren met zijn discours nonchalant van achteren in de broekzak gepropt, beklom onze voorzitter het spreekgestoelte.

Pluimen deze keer voor al onze handige Zerkjes die de laatste weken geklopt, gehamerd, geschuurd, gesnoeid en gezweet hadden om de TWEE eilandjes op tijd en stond in orde te brengen. (Twee eilandjes mijnen God, ik wist dat mijn rubber bootje en die peddels van pas zouden komen. Ik zag mezelf al die 50-koppige massa, vrouwmoedig, overroeien).
En dan het “moment suprême”: er waren een dame en 3 potige heren  nodig, waaronder onze eigenste technische adviseur Christiaan Ketele, om de buitenmaatse Belgische vlag van het herdenkingsmonumentje te tillen.
Ongeveer 100 voeten, waarvan twee met plastieken botjes, betraden droogvoets de eilandjes.
De groendienst van de begraafplaats had de gerestaureerde monumentjes met rode en witte Gentse begonia’s opgesmukt wat het geheel een extra fleurig Antwerps cachet meegaf.
Iedereen keek, bewonderde en zag dat het goed was. Ondergetekende ontdekte zelfs het graf van een Gentenaar,  de verloren gelopen bariton Adolf Coryn,  de man die het Antwerpse volk leerde zingen.
Stilaan werd het tijd om te controleren of onze teergeliefde voorzitter nog iets van de receptiedrankjes en –hapjes had overgelaten. Een gezellig nakaarten sloot het feestelijk gebeuren af.
Indien er sommigen onder jullie richting “eilandjes” trekken om er het zwaar labeur van onze Zerkjes te bewonderen, al mijn waterbestendig sportgerief inclusief mijn overlevingspakket heb ik aan de waterkant achtergelaten, maak er gerust gebruik van.
 
Kuifje.

Herinhuldiging van twee “eilandjes” op de begraafplaats Schoonselhof


Geloof het of geloof het niet: sommige van onze leden zijn niet opgezet met het “ludieke” dat een aantal van ons voorstaan. En dan krijg ik commentaren op artikels zoals ik al eens durf te plegen of zoals die van Kuifje, onze sterreporter. Daarom dit iets wat “serener” verslag.
 
Vooraleer de herinhuldiging kon plaats vinden was er heel wat werk verzet. In de eerste plaats door onze Christiaan Ketele en zijn team (Vera Engelen en Jef Braeckmans) die ervoor zorgden dat, nadat de firma ARAB de graven voor Pierre Bruno Bourla en Alexis Van Mechelen had gerestaureerd ook de rest van het eilandje AB opgeknapt werd. Om te weten hoe sommige grafmonumenten er vroeger uitzagen volstaat het om eens op www.grafzerkje.be te klikken en dan onder “restauraties” te kijken naar bijvoorbeeld de grafmonumenten voor Steger, Coryn, Engels, Goetschalckx en Van Capellen. De mensen van de begraafplaats gingen zorgen de het eilandje ingezaaid werd maar daar bleek een en ander niet te lukken en toen werd, op de valreep, beslist om grasmatten te plaatsen. Waarvoor onze hartelijke dank. Dit gegeven zette dan weer onze Christiaan aan om ook het tweede eilandje CD voor de herinhuldiging op 26 mei af te werken. Daarbij kregen we de hulp van Marc Coremans, Willem Houbrechts en Louis Van Dijck zodat Frenssen en Alice Nahon er eveneens keurig bijliggen. Voorts kregen we alle hulp van de stad Antwerpen. De dienst protocol zorgde voor bevlagging, een spreekgestoelte met geluidsinstallatie en verzorgde een receptie op het kasteel. Mijn hartelijke dank gaat dan ook uit naar alle mensen die dit hielpen te verwezenlijken.
Maandag 26 mei was het dan zo ver. Meer dan 50 personen deden de moeite om aanwezig te zijn en alzo hun interesse te betonen. Nadat “ceremoniemeester” Johan Veeckman allen welkom heette kwam schepen Philip Heylen aan het woord. Die schetste de figuren van Bourla en Van Mechelen en wees op de goede samenwerking tussen de stad en ook externe partners zoals Multi Development en onze vzw Grafzerkje. Schepen Guy Lauwers ging dan weer dieper in over hoe de nodige contacten gelegd werden. Marleen De Wolf beklemtoonde dat haar firma het een eer vond om voor de restauraties van het grafmonument van de bouwmeester van de Antwerpse stadsfeestzaal haar steentje te mogen bijdragen. Ondergetekende, voorzitter Jacques Buermans, had een massa pluimen bij. Pluimen die hij stak op de hoeden van, niet alleen, de prominenten die voor deze realisatie zorgden maar zeker ook op die van de mensen die “op het veld” dit verwezenlijkten.
De schepenen, mevrouw De Wolf en onze duivel-doet al Christiaan Ketele onthulden dan de herdenkingsplaat. Dit gebeurde onder het goedkeurend oog van alle aanwezigen waaronder onze sterreporter Kuifje die, afgaande op de foto’s, heel aandachtig luisterde. Daarna maakte iedereen een rondgang langs de twee eilandjes en vroegen de zeer geïnteresseerden schepenen bijkomende informatie aan ondergetekende.
.
Naast Gazet van Antwerpen die een groot artikel wijdde aan het gegeven werden schepen Heylen, ikzelf en Christiaan Ketele geïnterviewd door Nancy Cornelis van VRT – Radio2 Antwerpen. We mochten dus van een meer dan geslaagde belangstelling spreken.
 
Nadien trok iedereen nog naar de erg in de smaak vallende en door de stad Antwerpen aangeboden receptie. Er werd nog dapper nagekaart en er werden plannen gesmeed voor de toekomst. Het zit goed met onze vzw Grafzerkje.
 
Jacques Buermans.
...

Sint-Fredegandus beet de spits af


Eerste rondleiding in het kader van de Europese Week van de Begraafplaatsen. De voorzitter van vzw Turninum Ludo Peeters, de heemkundige kring van Deurne, kreeg de primeur om de eerste rondleiding van Week voor zijn rekening te nemen. Tien belangstellenden daagden op. Er werd gestart aan de buitenzijde van de kerk waar Ludo de geschiedenis van de kerk en het kerkhof schetste. Hier vonden we de grafsteen voor Seerwaert, pastoor en monnik van de Sint-Michielsabdij. We betraden het kerkhof langs de ingang vanwaar de “gewone” sterveling naar de kerk trok. De begoede burger mocht langs de deur aan de Lackborslei binnen. Jozef Celens kreeg een prachtig grafmonument van beeldhouwer Frans Joris. Aan de andere zijde van het kerkportaal Edmond Van Herendael, letterkundige en voorzitter van de Nederduitse Bond. Verder langs de kerkmuur de Broëta, maire van Antwerpen, en Gerard Le Grelle, burgemeester van Antwerpen van 1831 tot 1848. Ludo Peeters wees ons op de laatste rustplaats voor de broers de Murat.
Een witmarmeren monument van de hand van J. B. De Boeck siert de laatste rustplaats voor de familie Kums. Waltmannus Van Lissum, laatste kanunnik van de Sint-Michielsabdij te Antwerpen kreeg een prachtig grafmonument aan de achterzijde van de kerkmuur. Iets verder H. Marmillion, oudstrijder van de onafhankelijkheidsstrijd van 1830 Daarnaast Albert Maquinay, handelaar uit Wijnegem en eigenaar van kasteel de Zwarte Arend. Hij werd medestichter van Exxon / Esso. Aan de rechterzijde het grafmonument voor Frans en Edward Deckers, beeldhouwers. Het ruiterstandbeeld van Koning Albert aan het Antwerpse stadspark is door Edward Deckers vervaardigd. Vooraleer de hoofdlaan te betreden kwamen we nog langs mooie graven voor Portocarrero-Keteleer en Herbosch de gekende handelsfamilies. Op de hoofdlaan rechts de arduinen neogotische kapel van Collin-Verellen met banderol "Hodie mihi, cras tibi": "Vandaag mijn beurt, morgen de jouwe". Cogels-de Gruben, provinciegouverneur van Antwerpen. Bouwmeester Schadde kreeg een architectentafel als laatste rustplaats. Alfons Hertogs, burgemeester van Antwerpen. Links Florent Pauwels, burgemeester van Deurne. Gife, architect, bouwmeester van het gemeentehuis van Deurne en Borgerhout en betrokken bij de restauratie van de Sint-Fredeganduskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.
Op het rondpunt Jan De Laet, één der markantste figuren die hier begraven ligt. Hoewel van huize uit Franstalig ging hij, naar het voorbeeld van zijn vriend Hendrik Conscience, spoedig proza in het Nederlands schrijven. In 1860 werd hij volksvertegenwoordiger voor de Meetingpartij: hij was de eerste Belgische politicus die bij zijn ambtsaanvaarding in de Kamer de eed in het Nederlands aflegde. Het praalgraf is uitgevoerd in gele zandsteen. Voor een obelisk staat een vrouw, de maagd van Vlaanderen, met vaandel en rouwkrans. Zij wordt begeleid door de Vlaamse leeuw die zich onvervaard opricht. Aan de overzijde Andreas De Weerdt, tolbediende, liedjesschrijver en volkszanger. Hij was auteur van honderden liedjesteksten over de actualiteit van zijn dagen. Aan de voet van een sarcofaag zit een treurend jong meisje. Naast haar liggen muziekbladen en een gitaar. De sarcofaag wordt bekroond door een kruis waar een rouwkrans, een palmtak en een lauwerkrans tegen rusten. Het bronzen portretmedaillon is door Alphonse Mauquoy vervaardigd. Het grafmonument is een ontwerp van Frans Joris. Verder op de hoofdlaan links: De Clerck, opgevat als Egyptische zuil. Emiel de la Montagne, kunstschilder. Gust Janssens (1873-1924), drukker-uitgever. Verder op onze tocht kwamen we nog voorbij de laatste rustplaats voor Maria Rooman, de “muze” van Marnix Gijsen en “Agnes” uit “klaaglied om Agnes”. Verder troffen we August Snieders, letterkundige aan. Het originele graf werd terug opgericht door de vzw Turninum. Constance Teichman, bijgenaamd "de Antwerpse goede engel" sloot de rij.
 
Jacques Buermans.

Sint-Fredegandus een ander geluid over dezelfde rondleiding


Met Ludo Peeters, van de heemkundige kring Turinum, wandelden we dinsdag over het parklandschap van  de begraafplaats Fredegandus aan de Lakborslei in Deurne.  Een van de eerste oude kerkhoven die de naam “begraafpark” mochten dragen.  We vernamen dat er om en bij de 168 grafkelders rond en tegen de oude kerkmuren rusten.  We maakten er ook kennis met de Oudenaardse bronsgieter Norga, en zijn zoon Sylvain.  Hun werken, de bronzen pleureantes en  ook de kleinere bronzen grafplaatjes zijn staaltjes van soms ontroerend mooie grafkunst.  Marc Vos, beheerder en liefhebber van Fredegandus en zijn kerkhofschatten, diepte uit zijn opslagplaats nog een mooi voorbeeld op.  En vertelde ons meteen hoe geliefd deze plaatjes, en andere kleine graf-attributen, zijn bij binnen- en buitenlandse antiquairs.  Hoeveel er verdwijnt….  Wat onze aandacht trok naar de prachtige porseleinen portretjes op de graven.  Ook deze zijn erg gewild bij morbide plunderaars.

We wandelden verder langs het graf van Maria Roman, de geliefde van Marnix Gijsen, beschreven in zijn bekende “Klaaglied om Agnes”.  Langs het graf van volksdichter Dré de Weerdt, met zijn prachtige beeld van de bedelende juffrouw,  gebeeldhouwd door Frans Joris.  Langs de zerk van Jan de Laet, die voor Nederlandse teksten zorgde van onze grote toondichters.  Langs Burgemeester Hertogs,  die tijdens een bloedige staking begin 1900 zorgde voor een compromis tussen de dokwerkers en natiebazen.  Langs de grafkelder van de familie Maquinay,  stichters van de American Petrol Company, wat nu den Esso of Exxon is.  En waar de Amerikaanse kleinkinderen  nog altijd op bezoek komen. 
Langs graven waar geen namen opstaan, en waarvan men weet dat er beruchte gangsters begraven liggen, langs een naamloos kindergrafje met een prachtig gedicht. 
En niet onbelangrijk ook : door een prachtig aangelegd park, met een doordacht en historisch aanplantingsplan.  Met notelaars, beukenhagen, prieeltjes, een gaanderij, een kindertheater…
En niet te vergeten de mooie blauwe irissentuin.  De bedoeling is dat de mensen van nu zich thuis voelen in de wereld van de mensen van “toen”.  Dat het taboe van de dood doorbroken wordt.  Want wie herdacht wordt leeft verder.  Dood is men pas als men is vergeten (cfr.Bram Vermeulen)


Marleen Bruynseels

Mariaburg Met Mariaburg was een “kleine” begraafplaats aan de beurt:


Tweede rondleiding op de lijst van de Europese Week van de Begraafplaatsen was de begraafplaats van Mariaburg. De kleinste van alle Antwerpse begraafplaatsen werd op voortreffelijke wijze gegidst door Anne Mie Havermans, van vzw Epitaaf. Twaalf personen daagden op. Anne Mie startte bij het grafmonument voor Evarina Borst, gehuwd met de heer Sarphati, joods diamanthandelaar. Zij ontfermde zich over de minderbedeelden. Toen in de jaren ’30 de Sarov, Socialistische Arbeiders Radio Omroep voor Vlaanderen, werd gesticht verwierf zij als moeder Sarov de reputatie van kindervriend. Evarina Borst vervulde tevens een belangrijke rol bij de oprichting van het Willemsfonds. In september 1942 werd ze, samen met haar echtgenoot, opgepakt door de nazi’s. Ze was ziek en werd naar het Antwerpse Mariagasthuis overgebracht. Op 21 februari 1943 werd Evarina Borst vrijgelaten. Zij overleed op 31 maart 1943. De nodige fondsen werden bijeengebracht om, met een mooi grafmonument, moeder Sarov te eren. Aan de overzijde, op Brasschaats grondgebied nota bene, wees Anne Mie ons op een perk voor enkele gesneuvelden.
Ook hier weer iemand die overleed op 16 december 1944 bij de bominslag op cinema Rex te Antwerpen. Amper enkele meters verder, op Ekers grondgebied, lag Victor De Bruyne eveneens slachtoffer van dezelfde bominslag. Oudstrijder Bresseleers kreeg een uniek gietijzeren grafmonument. Iets verder wees Anne Mie ons op een tekst van Allan Kardec, de Franse spiritualist, op het graf van De Waele.
...
Daarna kregen we de gehele geschiedenis van de begraafplaats én van Mariaburg te horen aan de laatste rustplaats voor Hendrik Van den Weyngaert. Deze laatste was actief bij de verzekeringen “Antverpia”, stichter van Mariaburg en Rustoord. Hendrik Van den Weyngaert was gemeenteraadslid te Brasschaat en voorzitter van de kerkfabriek te Mariaburg en Rustoord. Op de vroegere begraafplaats had hij een enorm grafmonument. Eigenaardig hoe zulk monument kon verdwijnen. Daarnaast ligt Frans Standaert. Hij kwam om tijdens een ontploffing in de ruiterijschool te Brasschaat. Zoals bij bijna elke rondleiding het geval was kwamen we hier toch weer een afbeelding van de hand van Sylvain Norga tegen zeker.
Een kalvarieberg is de laatste rustplaats voor enerzijds de familie du Bois de Nevele en aan de andere zijde Ferdinand de Baillet Latour. Hij was grondeigenaar met gronden in Brasschaat en in Boortmeerbeek. In 1902 werd hij burgemeester van Brasschaat. Hij liet een nieuw gemeentehuis bouwen. In 1908 werd Ferdinand de Baillet Latour provinciegouverneur van Antwerpen en in 1912 werd hij senator. Op het Brasschaats gedeelte wees Anne Mie Havermans ons op enkele moderne grafmonumenten en een mooi urnenveld. Zij betreurde, terecht, dat op het Ekerse gedeelte deze mogelijkheid niet bestaat.

Jacques Buermans

Sint-Fredegandus Deurne – 29 mei 2008 Week van funerair erfgoed


Rond de St.-Fredeganduskerkhof is hard gevochten, zij het niet alleen met wapens maar in de laatste decennia ook figuurlijk – en mogelijk is de strijd nu eindelijk gestreden en is de Sint-Fredegandussite nu van de dood gered…. 
 
We zaten direct in deze ondertoon nadat de voorzitter van de plaatselijke heemkring ‘Turninum’, Ludo Peeters het gezelschap van 11 belangstellenden donderdag 29 mei 2008 aan de begraafpoort begroette. Meteen wisten we dat we met de voeten bijna letterlijk ook op stoffelijke resten stonden die zijn blijven liggen onder het voetpad aan de Lakborslei. Ludo gaf een historische schets van de site te beginnen bij de Noormannen. 
Het natuurlijke niveauverschil tussen de pastorij en de Fredegandussite (kerk en  kerkhof)  bewees dat de kerk indertijd op een berg stond. Zoals elders was er hier op de eeuwenoude begraafplaats ruimte voor grazend vee, een roepstoel voor officiële mededelingen, kermissen en markten en werden de stoffelijke resten van de meeste mensen anoniem in een grote put bij mekaar begraven. Eenmaal de put vol werd elders een nieuwe gestart. Rijken kregen zoals bekend een plaats in de kerk tot de fameuze verordening  van Jozef II. Van dan af werden de mensen die zich een naam aanmaten rond de kerk of tegen de kerkmuur begraven. Aanvankelijk alleen met steles die nog duidelijk aanwezig zijn langs de kerkmuur van Sint-Fredegandus. De oudste hier in Deurne (van Max Blommaert)  dateert van rond 1800.  De plaats was beperkt en zo ontstonden hier ruime grafkelders, zo’n 168, de meeste voorzien van trappen. 

Toen ook Napoleon zijn zeg had over de begraafgewoonten bleef het hier in Deurne min of meer bij het oude. Deurne was een dorp buiten de stad en tussen 1804 en 1856 lieten de rijke Antwerpenaren zich bij voorkeur hier begraven. Handig voor de gemeente Deurne, want de concessies brachten heel wat centen in de gemeentekas (80% van de inkomsten) – en het werd drummen zodat noordelijk van de toenmalige site 13 huizen gesloopt werden voor vergroting. In 1846 kon het Kielkerkhof toch nog niet alle Antwerpenaren van Deurne weglokken: in Deurne lag men in gewijde en droge grond, anders dan op het Kiel.
 
Op onze tocht door de site van 19de-eeuwe grafkunst zien we namen van verdwenen voorouders, stads- en dorpsgenoten, sommigen met een hele rijke levensgeschiedenis.  Hier en door wijst Ludo Peeters ons op symbolen voor de Dood: zandlopers, omgedraaide fakkels, ankers, de ourobouros (slang)… Opvallend veel Vlaamsgezinde prominenten lieten zich hier bijzetten, ook burgemeesters, bouwmeesters, kunstenaars, adellijke families… laten we ook religieuzen niet vergeten.
Weldra maken we kennis met de realisatie van het zgn. begraafpark: de laan met ‘platines’ die de Romeinse Via Appia imiteert, de tumulus met zijn symbolische spiraal, de aanplanting van notelaars (typische boom voor begraafplaatsen), het amfitheater en niet te vergeten het prachtige perk met paarse irissen.  Duidelijke bewijzen dat er de laatste jaren hard gewerkt is hier aan deze oase van rust en groen.  Er werden hier fascinerende links gelegd tussen leven en dood, de jeugd en de ouderdom, een pluim op de hoed van architect Chris Vermandere en de idealisten en vrienden van Turninum.
 
Een leerrijke namiddag met veel weetjes leverde heel wat stof voor nakaarten…
 
Ludo Dieltiens, 29 mei 2008.

Berchem naast rondleiding ook tocht langs informatiepanelen


Naast een gegidst bezoek aan de begraafplaats van Berchem had ons lid Luc Van Hees een leuk idee uitgewerkt. Tijdens de gehele week werden her en der op de begraafplaats een twaalftal informatiepanelen aangebracht. Daarmee wilde Luc, die dit deed samen met de lokale heemkundige kring, een link leggen tussen de begraafplaats en het district. Bij personen die in Berchem met een straatnaam bedacht werden of op een andere wijze in Berchem bekendheid verwierven werd op de begraafplaats niet-funeraire informatie verstrekt. Een geslaagd initiatief want geïnteresseerden konden aan de hand van een infoblad langsheen de graven van Frans Jochems, Jos Bascourt, Jan Poels, Karel Van den Oever en andere Ludo Coeck’s wandelen.
Maar er was ook een, door Anne Mie Havermans, gegidste rondleiding. Bijna 25 geïnteresseerden daagden op. Anne Mie vertelde over het Sint Willebrorduskerkhof en het ontstaan van de Berchemse begraafplaats.
Vandaar ging het naar het graf Van Dongen. Een engel, flauw afgietsel van de hypnotiserende engel van Genua, siert het graf. Iets verder een graf van Jan Poels, vader van Albert Poels, voor de belangrijke familie Van Beylen. Schilder Eduard Mallentjer ligt vlak over een klein ereperk voor drie Britse soldaten van de Royal Naval Division, overleden op 8 oktober 1914, met het embleem van hun korps.
...
Karel Van den Oever was dichter en schrijver. Zijn graf ligt er erbarmelijk bij niettegenstaande meerdere beloftes om het graf te herstellen. Men wacht hier blijkbaar op een goede ziel van vzw Grafzerkje. Jos Bascourt, architect bekend om zijn gebouwen in eclectische stijl en in een persoonlijke Art Nouveau-stijl in de Zurenborgwijk, kreeg een graf ontworpen door zoon Gaston Bascourt. Victor Jacobs was volksvertegenwoordiger, Minister van Financiën en later Minister van Binnenlandse Zaken en Onderwijs. Hij was ook een befaamd redenaar. 
Aan de overzijde: Nottebohm, bezitters van een herengoed te Berchem en Ludovicus Joannes Franciscus Le Grelle-Dhanis, bloemenkweker. Op het rondpunt het grafmonument voor brouwer Frans Van Hombeeck, senior en burgemeester van Berchem tussen 1872 en 1879. Op het volgende rondpunt het grafmonument voor brouwer Frans Van Hombeeck, junior en burgemeester van Berchem tussen 1885 en 1907.
In een immense grafkelder met arduinen obelisk huist de familie Léandre Latinie. Latinie was afkomstig uit het Naamse en werkte in de steenkappersbranche. Hij kwam zich in Antwerpen vestigen en schakelde over op de diamant. Aan de overzijde het, door onze Marc Coremans, van alle “onkruid” ontdane grafmonument voor aannemer Vermeulen. Vlakbij het columbarium treffen we het graf voor graaf Ludovicus Fredericus de Mérode aan. Hij onderscheidde zich in de Belgische omwenteling van 1830. Nadat hij financiële steun had verleend aan de nieuwe voorlopige Belgische regering nam hij dienst als soldaat in het patriottenleger. Op 25 oktober 1830 werd hij tijdens een schermutseling te Berchem aan het rechterdijbeen gewond. De heelmeesters gingen slechts de volgende dag tot amputatie over. De graaf overleefde in eerste instantie de ingreep maar na zijn overbrenging naar Mechelen gaf hij na een paar dagen de geest. In 1914 werd zijn stoffelijk overschot van de oude naar de nieuwe begraafplaats van Berchem overgebracht.
Jos Geefs, beeldhouwer en Gustave Georges Theodore Geefs, beeldhouwer liggen samen in één graf. Wat verder de monumentale grafkapel van de familie Louis Coetermans, diamantair, kunstverzamelaar en consul van Perzië. De toegang wordt bewaakt door twee levensgrote gesluierde wachters van Arthur Pierre uit 1910 die tevens het bronzen beeld vervaardigde. Op perk 7: het graf in Romaans-Byzantijnse stijl van Jos Ratinckx, kunstschilder, aquarellist, tekenaar en etser. Op een volgend rondpunt het grafmonument voor baron Guilielmus Nottebohm en baron Eduardus Nottebohm. Deze familie, afkomstig uit Westfalen, vestigde zich in 1811 te Antwerpen en stichtte één der grootste handelsfirma’s van de stad. Vlakbij het familiegraf de Caters.
Fernand Geersens: bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog vluchtte hij naar Engeland. Onder de naam Jan Moedwil verzorgde hij de propaganda-uitzendingen. Hij sloot zijn programma steeds af met “Wij doen ons best, zonder er op te boffen, toch krijgen we ze wel, de Moffen”. Jules Bilmeyer en Edward Bilmeyer, architecten van kerken. Via kunstschilder Maarten Van der Loo ging het naar het graf van Jacques Van Riel, aannemer. Het grafmonument is getooid met een bronzen man en vrouw met kaarsen van beeldhouwer Albert Poels. De bronzen sculptuur is getiteld “Allerzielen”. Bijna drie uur later keerde iedereen moe maar voldaan terug huiswaarts. Anne Mie Havermans had haar toehoorders toch weer een en ander bijgebracht.
...
Jacques Buermans
 

Dichtersrondleiding had op wat meer belangstelling gerekend


Mager beestje zaterdagmorgen: slechts vier deelnemers voor de dichterwandeling die ondergetekende deed. Voor het eerst met mensen van de academie van Hoboken onder de kundige leiding van Christine Ruttens. Het zal wel aan de gids gelegen hebben zeker … . Het weer viel mee, de vier “dichteressen” en ondergetekende hadden er zin in dus daarom niet getreurd en op stap. Bij Jan Van Beers werd een eerste gedicht voorgedragen”De stoomwagen”. De juiste toon was onmiddellijk gezet. 

Ikzelf gaf wat funeraire informatie onder andere bij de broers Jan Baptist en Theodoor Van Ryswyck de dames droegen werk van beide heren voor. De volgende “topper” die in beeld kwam was Hendrik Conscience. Een stukje uit diens “Loteling” werd ten tonele gebracht. Geen probleem met de wijze van declameren maar wat een oubollige teksten! Tussendoor ook nog even gewezen, wat reclame maken mag, op het door toedoen van onze vzw Grafzerkje in orde gebracht grafmonument voor Victor Driessens, de pionier van het Vlaams toneel en het prachtige grafmonument voor Julius De Geyter van de hand van Frans Joris. Vandaar toog het gezelschap naar het kunstenaarsereperk. Bij Maurice Gilliams brachten de dames twee gedichten ten gehore. Iets verder August Snieders en lap ineens honderd jaar terug in de tijd. Ik vertelde wat over de symboliek bij het graf voor dichter Roger Van de Velde en een van de dichteressen droeg iets voor bij Hugues C. Pernath. Bij Herman De Coninck, het graf ziet er niet uit nota bene, kregen we twee gedichten voorgeschoteld en Nic Van Bruggen kreeg zijn “Droef maar eerlijk liefdesgedicht” opgedragen. Het had evenzeer “droef en overwoekerd grafmonument” kunnen zijn want de klimop haalt hier enorm de bovenhand. “Nocturne” en “een minnend paar” van Gust Gils en bij Freddy De Vree werd “sentimenten: een jaar” ten gehore gebracht. Daarna stonden we even stil bij hetgeen ik durf te vernoemen de twee schandalen van de Schoonselhof. Het eerste is het feit dat twee jaar na zijn overlijden schrijver Hubert Lampo nog steeds geen grafteken op zijn laatste rustplaats kreeg en daarnaast de “blikvanger” van de begraafplaats: het gouden plaveisel op het graf van Julien Schoenaerts. Letterlijk “oogverblindend”. Dan maar betere oorden opgezocht namelijk het ereperk. “Dag mensen, dat 't wel ga...” lezen we op de grafsteen van Gerard Walschap en hier werd een stukje uit diens “De verloren zoon” gebracht. Marnix Gijsen, dichter en schrijver van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte” werd herdacht in twee gedichten en zelfs Lode Zielens, u weet wel van “Moeder waarom leven wij” werd niet vergeten. Mooie grafmonumenten met de nodige symboliek troffen we aan bij August Van Cauwelaert en bij Paul Van Ostaijen werd “vers 6” en het o zo bekende “zeer kleine speeldoos” gebracht. Alle vier de meisjes toonden zich van hun beste kant met “de klacht van de oude” van Willem  Elsschot. Als finale werd “avondliedeken” gebracht bij het keurig, door onze leden, onderhouden grafmonument voor Alice Nahon. Weinig volk maar dat betekent niet dat men ontevreden huiswaarts toog. Ikzelf was meer dan tevreden met de prestaties van de dames van de academie van Hoboken onder leiding van Christine Ruttens en zij vonden ook dat dit voor herhaling vatbaar was.



 

Jacques Buermans, ook © alle foto's 

Meer dan succesvolle “maidenrondleiding” op Silsburg “maidenrondleiding” op Silsburg


Voor ons lid Geert Janssens was het zijn “maidenrondleiding”. Erg gerust was Geert er niet in. Ten onrechte zou gauw blijken. Geert kon rekenen op een aandachtig gehoor van meer dan 30 toehoorders. Geert startte met heel kort de geschiedenis van Borgerhout te vertellen. Zo kwamen we te weten dat Deurne en Borgerhout tot 1836 één waren. Na die “onafhankelijkheid” bleek dat Borgerhout niet over een eigen dodenakker beschikte. Eerst kon men nog, gratis, begraven op Fredegandus te Deurne. Vijf jaar later mocht dit niet meer en kreeg Borgerhout een begraafplaats aan de Driehoekstraat. In 1884 kocht de gemeente van baron De Vinck de grond waar we ons momenteel op bevonden. De nieuwe begraafplaats van Borgerhout in Deurne werd op 23 april 1885 geopend. Naar de eigenaar van talrijke gronden aldaar kreeg de wijk de naam Silsburg. In 1890 kreeg het de naam van “Kerkhof van Onze Lieve Vrouw”. Dan trokken we op pad. Eerst hielden we halt bij het graf van vliegenier Henri Sebrechts. Tijdens de repetitie voor een vliegmeeting stortte zijn vliegtuig na een looping neer: cockpit meer dan een meter in de grond, Sebrechts op slag dood in het bijzijn van zijn echtgenote nota bene. Het straffe van het verhaal was dat men op het lichaam van de overledene een autopsie uitvoerde om te zien “waaraan hij overleden was (?)”. Via het graf voor architect Louis Stynen ging het naar dat voor Armand Van Roost, leider van een mannenkwartet. Felix Van Leemput, diamantbewerker, overleed in een zwembad na een epilepsieaanval.
Naast hem ligt Melithor De Vries, leraar en schooldirecteur in het Bosschaertsinstituut te Borgerhout. Hij had een wel heel bekende leerling … Hendrik Conscience. Geert vertelde hier dat Conscience de eerste was die over de Borgerhoutse reuzekens schreef in een gedicht. Blijkbaar was het nogal een “pittig” ding want volgens Hendrik werden de reuzekens verwekt door Lange Wapper die vier maagdekens verkrachtte. De Decker was socialistisch raadslid. Arthur Matthijs was de eerste burgemeester die we ontmoeten op onze tocht. Het zou de laatste niet zijn. Jozef Nuyts was bevelhebber van de gewapende pompiers. Tijdens de rellen rond “den bougie” in 1893 naar aanleiding van betogingen in verband met het algemeen stemrecht was hij actief. Er braken toen relletjes uit die ontaarden toen burgemeester Moorkens een steen op zijn hoed kreeg. Gevolg: Nuyts gaf eerst het bevel aan zijn manschappen om met losse flodders te schieten, later met scherp. Resultaat: vijf doden. Geert toonde ons een prachtig graf met glasmotief op het graf voor musicus Boving. Twee identieke graven kregen Bruno De Winter, stichter van het satirisch blad “’t Pallieterke”, en zijn boezemvriend schrijver Lode Cantens. Frans Mertens was bouwmeester van een aantal scholen en het gebouw voor de paters Dominicanen aan de Provinciestraat.
Leonard Daghelinckx was wielrenner en hij veroverde een gouden Olympische medaille. Op de hoofdlaan zagen we burgemeester De Schutter naast schrijver Paul Lebeau. Op het rondpunt lag beeldhouwer Rik Sauter, goed nieuws: de hinderlijke boom wordt verwijderd en daarnaast het, door de mensen van de begraafplaats zelf opgeknapte, graf voor Jozef Posenaer, kunstschilder. Aan de overzijde Charles Naeyaert door iedereen gekend als luitenant maar Geert vertelde hier dat hij een meer dan voortreffelijk tennisspeler was. Als Belgisch kampioen was hij te jong om naar de in 1936 georganiseerde Olympische spelen te gaan ging bijna zeker een medaille voor ons land verloren. Gelukkig maar zou ik zeggen want als we Geert zouden laten doen hebben programmeerde hij Silsburg als “Olympische” begraafplaats. Een prachtige grafkapel voor de familie Paternotte. Verder mooie monumenten voor vleeshouwer Schroeyers en diens zoon Gust Schroeyers. Deze laatste kreeg een prachtig beeld van zijn drie kinderen van de hand van Frans Joris. Raadslid Karel Cools zijn grafmonument werd, zoals we er nog veel zouden zien, opgeknapt door het bedrijf “vader en zoon Janssens”. Prachtig werk leverden die twee op Silsburg. De “hand van die twee was eveneens merkbaar op de graven voor koopman in vee Loots, Loons en bij burgemeester Karel De Preter. Het graf Schurgers, een Nederlandse familie wordt nog keurig onderhouden door de familie. Burgemeester Aloïs Sledens, monument van Albert Poels, ligt vlak bij wielerkampioen Stan Ockers. Aan de reactie van de toehoorders te horen stond die hoog op hun verlanglijstje. Geert die ons bijna 2.30 uur kon boeien eindigde met enkele cenotafen voor burgemeesters Marée en Mellaerts, beiden keurig opgeknapt door “vader en zoon Janssens”. Niets dan lof over onze gids die het zeker nog gaat maken. Hij heeft alles mee: is duidelijk geïnformeerd en gedocumenteerd en weet zijn gehoor te boeien met verhalen met hier en daar een anekdote. Proficiat Geert.
 
Jacques Buermans, ook © alle foto's 

Militairen in het gelid voor een rondleiding langs de militaire ereperken


Zondagmorgen. Anne Mie Havermans toog op pad, ik zei bijna op oorlogspad, voor een tocht langs de militaire ereperken van de begraafplaats Schoonselhof. Er werd gestart bij de Bibo, Belgen die in buitenlandse opdracht zijn overleden. Vandaar naar de krijgsbegraafplaats. Nog voor de officiële ingebruikname van de begraafplaats Schoonselhof (1 september 1921) werd in 1914 een perk aangelegd voor gesneuvelde soldaten. Op 29 augustus 1914 vond hier de eerste militaire teraardebestelling plaats van Otto Frocke, een Duits soldaat. In 1928 werd een begraafplaats voor de Duitse soldaten aangelegd met een groot houten kruis. In 1943 werd perk 1 op bevel van de Duitse bezetter vergroot om alle Duitse gesneuvelden te kunnen ontvangen. In hetzelfde jaar werd een Duits gedenkteken opgericht. Tussen 13 en 24 mei 1949 werden 1032 stoffelijke overschotten van Duitse gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog hier ontgraven en overgebracht naar Lommel. Op 20 juni 1956 werden 612 Duitse stoffelijke overschotten ontgraven. De geïdentificeerde soldaten werden overgebracht naar Vladslo, de overigen naar het “kameradengraf” van Langemark. We traden het eigenlijk perk binnen ter hoogte van het beeld “Solidariteit” van de hand van Ernest Denis. Voor dit monument stonden twee brandweermannen model. De naamloze resten van de slachtoffers van de V-bommen, die oorspronkelijk over een aantal perken verspreid lagen, werden in 1972 nabij de vrijgekomen plaats waar eerder Duitse soldaten begraven waren verzameld. Wat verder wees Anne Mie ons op een gedenkteken opgericht ter herinnering van het gemeentebestuur een waardig gedenkteken te zullen oprichten voor een aantal gefusilleerde soldaten. Misschien nog eens de hoogste tijd om het “gemeentebestuur” aan zijn belofte te herinneren, bijna 100 jaar na datum? Dan brachten we een bezoekje aan de enige Congolees die hier begraven werd: Bomjo. 
Onze gids Anne Mie Havermans legde daar uit hoe de Britten met hun doden omgingen. Zij worden ter plaatse begraven dit in tegenstelling tot gesneuvelden van andere landen. De witstenen stèles in Portlandsteen dragen de naam, de leeftijd, de rang en de eenheid naast het embleem van het regiment of een nationaal symbool. Desgewenst kon de familie onderaan een opschrift laten plaatsen. De teksten werden voor het merendeel geleverd door niemand minder dan Rudyard Kiplin, van het Junglebook. De Franse gesneuvelden kregen een ereperk en een monument van de hand van architect Max Winders. Vandaar werd een bezoek gebracht aan Jan Olieslagers. Hij was wielrenner, motorrijder, stuntpiloot en bekend als”The Antwerp devil”. Op de krijgsbegraafplaats liggen ook zeven Portugezen die werden ingezet in het Noorden van Frankrijk. De arduinen stèles voor deze onbekende soldaten dragen het opschrift “desconhecido militar” en ze werden opgericht in mei 1928. Naast één Roemeen liggen hier ook 13 Russische krijgsgevangenen die van ontbering omkwamen in de eerste wereldoorlog. De Russen waren de enigen die nog houten kruisjes hadden. Er werd niets aan gedaan omdat er te lande geen Russische ambassade was. Armand Lheureux, consul van Joegoslavië, kon deze aanblik niet verdragen en gaf opdracht tot het oprichten van arduinen stèles. 42 Italianen die sneuvelden tussen 1915 en 1918 liggen hier onder arduinen kruisjes. In 1936 werd een monument “a/nostri/glorios/morti/1915-1918” opgericht. Het was een pijler met een helm op een krans van eikenbladeren. Vandaar trokken we naar de Britse begraafplaats. Op 12 januari 1945 werd hier een stemmige kapel ingericht. We treffen hier ook de Stone of Remembrance, geplaatst op dodenakkers met meer dan 400 graven, een ontwerp van Edwin Luytens aan. Het Cross of Sacrifice, witte steen met bronzen zwaard, is een ontwerp van Reginald Blomfield. Hier beleefde de groep ook een “emo-moment”. Even voordien was een Brits echtpaar informatie komen vragen naar de ligplaats van een Brits soldaat. Op het moment dat onze groep voorbij kwam had de dame juist het graf ontdekt van haar, als piloot in een vliegtuigraid, omgekomen broer. Dat we ons hier op een begraafplaats bevonden werd hier duidelijk getoond. Mevrouw kon, sterk geëmotioneerd, haar verhaal kwijt. Door omstandigheden was ze hier nog nooit geraakt. Mijnheer was vol lof over de “ontvangst”, weliswaar in droeve omstandigheden die ze van ons Antwerpenaren kregen. We eindigden bij twee obelisken die in 1930 naar hier overgebracht werden. Oorspronkelijk stonden ze op het Sint Laurentiuskerkhof. De eerste obelisk herdenkt de gekwetsten van de veldslag van Belfort in 1870-1871 die naar Antwerpse hospitalen werden overgebracht. Het monument bevat een hommage van de hand van Victor Hugo. De tweede obelisk herdenkt de gevallen Franse soldaten tijdens het beleg van de Antwerpse citadel in november-december van 1832. Het monument “Honneur et Patrie” brengt hulde aan de Franse maarschalk Gérard die in 1832 België ter hulp kwam en de Hollandse bezetter van het Zuidkasteel generaal Chassé tot overgave dwong. De twintig deelnemers mochten tevreden terugblikken en hadden, dankzij Anne Mie Havermans, alweer wat nuttige informatie meegekregen.
 
Jacques Buermans, ook © alle foto's
 

Merksem mocht op veel belangstelling rekenen


De heer Modest Van Camp, heemkundige kring Merksem, gaf volgende toelichting bij de twee rondleidingen die hij verzorgde:
 
Onze deelneming: zaterdag 31 mei 2008 – Begraafplaats Merksem Van Heybeeckstraat te 14 uur ( tot 17 u.).
Aantal deelnemers: 29
Kringleden: Lia Somers (zuster Annuntiate), Rob Smits (kerkbaljuw – kerkmeester), Modest Van Camp (Broeder van Liefde, gids voor het geheel), Peter Hertoghs (fotograaf van dienst). Zonnig, geen regen of onweer gezien, te warm voor de verkleedpartij.
Onze deelneming: zondag 1 juni 2008 – Begraafplaats Merksem Van Heybeeckstraat te 14 uur (tot 16.30 u.).
Aantal deelnemers: 39
Kringleden: Rob Smits (kerkbaljuw – kerkmeester – fotograaf van dienst), Modest Van Camp (Broeder van Liefde – gids). Bij aanvang van de rondleiding geen zon, bij het eindigen wel, wat met de verkleedpartij van het goede, aldus de warmte, iets te veel was.
 
De algemene indruk van de deelnemers was positief, noemden het een geslaagd initiatief, en voor hen zelf een goede beslissing betreffende deelname aan de namiddagtijdbesteding.
 
Modest Van Camp.
 
Ons lid Frida Cleirbaut maakte volgend verslag:
 
Zondag 1 juni waren we te Merksem om daar de rondleiding mee te maken door dhr. Van Camp van de Heemkundige Kring aldaar. Met zo'n kleine 30 personen werden we vergast op een kennismaking met de geschiedenis van deze begraafplaats en een dertigtal graven werd besproken. Het kerkhof zelf telt 2200 plaatsen en er zijn er nog 600 vrij.

De trip begon bij het graf van dhr. Wagemans door een in pastoorskledij gestoken dhr. Van Camp, via het graf van Sutherland om zo stilletjes de Merksemse bekende lokale personen, straatnamen en pleinen te ontdekken.

Bij het graf van de Broeders van Liefde werd duidelijk waarom onze gids al de gehele tijd in dit pak rondliep. Hij haalde een masker te voorschijn dat op het gezicht van de overleden broeders werd gelegd en zo kregen we een beeld van hoe ze, of wat er nog van overblijft, in het graf ligt.
Het prachtige oorlogsmonument werd niet overgeslagen en gaf een inzicht van de oorlogsperiode in Merksem.
Bij dokter Aug. Borms werd ook stilgestaan en het verhaal over deze controversiële figuur lokte soms binnensmonds commentaar van de omstanders. 

Het grafperk van de burgemeesters en raadsleden zette politiek Merksem even op de kaart.
De rondleiding werd beëindigd bij het graf van Hermanneke Wijns, de nog steeds aanbeden Merksemse voorspreker.
Het was een goede en ontspannende rondleiding en mag zeker herhaald worden.
 
Frida Cleirbaut

Diadagen in het kasteel Ons lid Mieke Versées aan het woord


Ons lid Mieke Versées was zo goed om een diavoorstelling te verzorgen en was nog zo goed om haar ervaringen neer te pennen. (Jacques Buermans)
 
Drie dagen diavoorstelling in het Kasteel, een prettige ervaring, een aangename samenwerking met Greet en Tamara van monumentenzorg. Beiden bouwden een boeiende en rijk gedocumenteerde infostand op.
 
Daar de groepen vertrokken aan het kasteel,  kreeg ik wel wat belangstellenden over de vloer. Ook toevallige passanten druppelden binnen. Een overrompeling werd het niet maar ik verkies veeleer een geïnteresseerde enkeling boven een taterende groep kijkers. Ik genoot er in elk geval van en voel me tevreden.  Een eerste maal is trouwens een leerschool voor een eventueel volgende organisatie.
 
Zondag nam Greet het even over van mij en liep ik een stukje mee met de componistenwandeling.
Een leuke start met een koor dat aan stemopwarming deed op de kasteeltrappen. Na de inleiding liep een talrijk opgekomen  publiek achter Jacques aan op weg naar grafzerken van mensen met naam uit de muziekwereld.
Een toepasselijk eerste halte; het pas gerenoveerde en ingehuldigde perk met Coryn. Prachtig ziet het er uit.
Het Sint-Ceciliakoor liet af en toe zoetgevooisde liederen over het Schoonselhof klinken. Jacques bracht trouwens DJ Ria mee. Ook hier kregen we een muzikale illustratie bij de sommige grafzerken.
Op een bepaald moment stopte een koorlid ons het bekende ‘Kempenland’ in de handen. Deze zangstonde maakte ik echter niet meer mee. Ik moest terug naar de dia’s.
 
Hoe kort het voor mij ook was, ik vond het geslaagd.
Meer info krijg je vast wel van gids Jacques.
 
Mieke Versées,  ook © voor alle foto's
 

Welgeslaagd einde Koor zorgt voor welgeslaagd einde van Antwerpse " Europese Week"


De eerste deelname aan de Europese Week van de Begraafplaatsen werd op Schoonselhof afgesloten met de nodige muziekklanken en wat voor een klanken. Voor de illustratie van zijn componistenwandeling kon ondergetekende een beroep op het Sint Ceciliakoor 26 mannen/vrouwen groot onder de leiding van mevrouw Lambrechts. We eindigden groots ook al wat het aantal deelnemers betreft. Niet minder dan 34 muziekliefhebbers waren op de afspraak.
De toon werd onmiddellijk gezet want op de trappen van het kasteel werd “Het wasser te nacht” van Florimond Van Duyse ten gehore gebracht. En dan op stap. Natuurlijk eerst langs de door onze vzw Grafzerkje gerestaureerde “eilandjes”. Op het eerste konden we, het thema indachtig, stilstaan bij het grafmonument voor baritonzanger Adolf Coryn wat prachtig opgeknapt werd en dit voor Alexis Van Mechelen, bouwmeester van de Antwerpse opera, op het tweede troffen we Jules Schrey aan een van onze prominentste violisten en dirigent gespecialiseerd in Wagneruitvoeringen. Vandaar trok de groep naar het ereperk van de begraafplaats. Eerst werd stilgestaan bij componist Jef Van Hoof die, naast directeur van het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen (verder in het artikel wordt dat K.V.C.), stichter van de Vlaamse nationale zangfeesten was. Hier trad onze disc jockey van dienst, ons lid Ria, in actie en kregen we “Daar is maar één Vlaanderen en het is Diets” te horen, tekst die ook op het grafmonument voor Jef Van Hoof te lezen staat. 
Een eenvoudig “stadsmonument” kreeg Emiel Wambach, derde directeur van het K.V.C.. Zijn bekendste werken zijn de opera “Quinten Matsys”, de oratoria “Mozes aan de Nijl” en “Blancefloer” en kerkmuziek. Hier bracht het koor “Hoor hoe in stille dalen”. We stonden nog even stil bij het graf voor Lodewijk Mortelmans. Naaast directeur van het K.V.C. was deze componist ook een groot muziekpedagoog die de belangrijkste Antwerpse componisten als leerling had: Jef Van Hoof, Jan Broeckx, Lodewijk De Vocht en Jef Van Durme.
Van Flor Alpaerts, alweer een directeur van het K.V.C. en bekend van de solfègeboekjes, werd een toepasselijk stuk uit James Ensorssuite ten gehore gebracht: “Gemaskerde geraamten twisten om een gehangene”. Dit kon toch nooit op een geschiktere plaats ten uitvoer gebracht worden is het niet?
Renaat Veremans is misschien meest bekend als de componist van “Vlaanderen”, op tekst van Willem Gijssels. Het grafmonument is een werk van Albert Poels en stelt, naast een reliëf van de toondichter, een uitbeelding van de drie zustersteden (belfort Brugge, kathedraal Antwerpen en belfort Gent) voor. Ons koor liet hier “De avond doet ons luisteren”, van Armand Preud’homme in bewerking van Renaat Veremans horen. 

Op het kunstenaarsereperk stonden we eerst stil bij Renier Van der Velden componist van onder meer balletten “Judith”, “Pierlala” en “Oostendse maskers”. Daaruit lieten we de “Kleine dodenmars” en de “Dans van de dodenmaskers” horen. Willem Kerstens werd uitgestrooid maar vrienden zorgden voor een mooi herdenkingsmonument van de hand van beeldhouwer Robert Vandereycken. Iets verder lag de vreemde eend in deze klassieke bijt: de Ferre, ofte Ferre Grignard. Hij was plastisch kunstenaar en zanger. In 1966 had hij een wereldhit met “Ring, ring I’ve got to sing” wat hier ook gespeeld werd. Armand Preud’homme is bekend van “Kempenland”, “Susa Nina” en “Op de purpere heide”. Het koor zong hier “Kempen o land” en alle deelnemers werden uitgenodigd om mee te zingen. Sommigen hadden onmiddellijk hun plaats in het koor verdiend, voor anderen, ondergetekende (?), valt nog een lange weg af te leggen. Bij pianist, componist van onder meer pianowerken en samensteller van pedagogische werken zoals “Methode voor beginnelingen” en “Ik zal goed pianospelen” Emmanuel Durlet werd toepasselijk “Chrysanten” gespeeld. Jan Broeckx naast componist van onder andere “Karrekiet” ook gekend van zijn handleidingen bij het muziekonderricht bracht het koor “Ik ken een rustig plekje”. Ik ken ook een rustig plekje, we bevonden ons namelijk op een rustig plekje dat door al die gezangen niet meer zo rustig was maar ik denk dat al de hier onder de zoden liggende componisten en ander kunstenaarsvolk ten volle genoten hebben deze zondagmiddag. We passeerden een van de mooiste grafmonumenten op de begraafplaats. Die voor dichter Julius De Geyter van onder andere “de Rijn” en “de Oorlog van Peter Benoit. Vandaar was het maar een boogscheut naar de grootmeester zelf. Peter Benoit was de man van werken met een enorme bezetting. Meer dan 250 koorleden waren niet uitzonderlijk. Daar het koor met niet zo veel personen aanwezig was werd dan maar de “Koorzang der Volkeren” met  het “Beiaardlied”, uit de “Rubenscantate” gepeeld. Als toetje werd de Rubensmars, gespeeld op beiaard, nog eens ten gehore gebracht. Onze laatste componist, opvolger van Peter Benoit als directeur aan het K.V.C. was Jan Blockx, bekend van het ballet “Milenka” en onze eerste operacomponist. “Herbergprinses”, “Tijl Uilenspiegel” en “Bruid der zee” waren de bekendste. Hier werd de vijfde van zijn “Vijf Vlaamse dansen” gebracht. Toen was het tijd om afscheid te nemen. Afscheid te nemen van het Sint Ceciliakoor dat zich voortreffelijk van haar taak had gekweten en van de geïnteresseerde toehoorders. Het koor deed dit dan ook met “Ik zeg adieu”. Ik hoop ook dat het geen adieu is voor de organisatie van de Europese Week van de Begraafplaats. Voor een eersteling konden we terugblikken op een goed, door de stad Antwerpen, georganiseerde Week met enkele uitschieters en een belangstelling die al het beste voor de toekomst van het funeraire doet verhopen.

 

Jacques Buermans

Antwerpen deed voor het eerst mee, Gent organiseerde voor de derde maal Een succes


Tot zo ver de verslagen vanuit Antwerpen. We mogen ook zeggen dat voor deze eerste maal de organisatie een succes mag genoemd worden. Het initiatief kwam van onze vzw Grafzerkje maar we kregen al gauw logistiek en andere steun van de stad Antwerpen. Als we de deelnemersaantallen, er werden 13 rondleidingen georganiseerd, overlopen komen we tot een gemiddelde van 20 personen per rondleiding. Tel daarbij nog een groot aantal geïnteresseerden bij die de informatiepanelen bezochten in Berchem en de infostand op Schoonselhof waar ons lid Mieke Versées een diavoorstelling verzorgde die door velen gesmaakt werd. Niet alleen de mensen die aanwezig waren voor of na een rondleiding zagen de voorstelling en de infostand maar ook vele mensen kwamen speciaal opdagen.
 
Gent deed het net iets beter met een gemiddelde van iets minder dan 22 deelnemers per rondleiding. In Gent waren er negen gegidste rondleidingen. Hierna volgen enkele verslagen van deelnemers aan Gentse rondleidingen.
 
Jacques Buermans

Mariakerke An Hernalsteen ontmoet haar favoriet. Of toch niet?


Ons aller An Hernalsteen mocht 13 deelnemers verwelkomen waaronder een viertal leden van onze vzw Grafzerkje. Gestart werd aan de kerk aan de “beeweg ter ere van de heilige Cornelius”. Een eerste monument was dit voor Claeys Bouuaert, senator. Een mooi voorbeeld van een neogotisch grafmonument.
De familie Herry leverde enkele katholieke politici. We zagen een zeldzaam beeld: een gelauwerde dood”. Van de Vyvere was fabrikant van schoenen. 
Op het grafmonument voor Kervyn troffen we twee doodshoofden aan en de omgekeerde toorts. Iets verder het graf voor de tweede burgemeester van Gent: De Nayer. Aan de ingang van de eigenlijke begraafplaats aan hetgeen An “de Berlijnse muur” noemde, de afsluiting tussen de Mariakerkenaars en de Gentenaars, naar aanleiding van de “kerkhofoorlog” uit 1873. Bisschop Bracq, An’s goede vriend, verbiedt begraven in ongewijde grond, lees: de Westerbegraafplaats, en richt een comité voor katholieke begraafplaatsen op. Vlak bij de ingang Mathias Zens, beeldhouwer. Iets verder Frans Coppejans, kunstschilder, en gekend als een der redders van het Lam Gods tijdens de tweede wereldoorlog. Dan betraden we de knap gerestaureerde gaanderij. Grafmonument voor de familie Van der Eecken.
Blommaert was een van de steunpilaren van de Vlaamse beweging. Op de tekst op de grafplaat is zijn naam de enige die in het Nederlands vermeld staat. Eindigen deden we in die gaanderij met het grafmonument voor bisschop Bracq. De knekeltjes van de brave ziel werden verplaatst naar Sint Baafs en dat zinde onze An niet. Hij lag in de gaanderij naast zijn goede vriend de Hemptinne. An vroeg zich af hoe die zich, na het laatste oordeel moet gaan voelen wanneer hij ontdekt dat zijn vriend Bracq verdwenen is. Dus aan allen: gelieve de petitie van An te ondertekenen “wij willen Bracq terug in Mariakerke”.
Terug buiten ontmoetten we verschillende kloosterorden die hier hun laatste rustplaats kregen zo ondermeer de Arme Klaren. Glazenier Blondeel kreeg een passend grafschrift. Wat verder Helias d’Huddegem en beeldhouwer/grafmaker Pausenberger. Onze tocht eindigde in de kerk. Alweer wat ervaringen rijker stapten we buiten.
 
Jacques Buermans. 

Campo Santo op woensdag een korte impressie


Ons lid Jacqueline Timmerman pende volgende impressie neer:
 
We waren ongeveer met 15.  Het aantal was moeilijk te schatten want de mensen kwamen van alle kanten toe.
Onder een schitterende zon en een hevige wind was de spraakwaterval van An weer niet te stuiten. Ze heeft ons op een boeiende en grappige manier uitleg verschaft over symboliek, gewoontes en hebbelijkheden van sommige 'bewoners'.
Ik kijk al uit naar haar volgende rondleiding.

Jacqueline Timmerman, ook © alle foto's.
 

Wondelgem – Dries wat een meevaller !


Slechts negen dapperen trotseerden het slechte weer om te verzamelen aan de prachtige kerk van Wondelgem – Dries uit 1686 en opgedragen aan Catharina van Alexandrië. Heel de omgeving zag er trouwens pico-bello uit. Dat kwam volgens onze An Hernalsteen omdat in 1953 de omgeving, kerk en kerkhof, geklasseerd werd. An gooide meteen een bloempje naar de lokale heemkundige kring die prachtig werk leverde naar het behoud van grafmonument toe. Dat die heemkundige kring niet alleen oog had voor “beroemde beentjes”, zoals An steeds zegt, maar ook voor merkwaardige grafmonumenten, bleek al bij het eerste grafmonument voor Jules Debbaut. Hij was de allereerste postbode van Wondelgem en staat ook zo op zijn grafmonument afgebeeld. Zijn inkomen bleek niet voldoende te zijn daarom oefende hij ook het beroep van kolenhandelaar uit. Hier zagen we ook een beeweg ter ere van de Heilige Markoen die aanbeden werd tegen halsknobbels en … syfilis.
Een eerste groot grafmonument maakte meteen de link tussen Gent en het Antwerpse. Hier ligt Elisabeth de Hemptinne gehuwd met graaf Ignace Moretus.  Zij woonden eerst op Sorghvliedt in Hoboken bij Antwerpen maar toen dit kasteel in 1923 verkocht werd, kochten zij het Hof ter Beke in Wilrijk. Elisabeth’s rouwdienst vond plaats in de Don Boscokerk in Hoboken maar ze werd hier begraven. Deze tak van de familie de Hemptinne week af van de andere familieleden die allen actief waren in de katoennijverheid, zij specialiseerden zich in … motorolie. 
Wat verder zagen we een prachtig voorbeeld van een kindergraf. Ernest de Kerckhove de Denterghem was vrijwilliger bij de keizerlijke troepen van Napoleon. Hij was burgemeester en zetelde in een drietal loges en legde zo de basis voor de familietraditie van burgemeesters en logemensen.
Wat verder grafmonumenten voor rechter Gheldolf en daarnaast de familie Van Steenlandt. Jean Baptist Lummersheim vluchtte vanuit Duitsland met het geld van zijn werkgever. Met dit geld richtte hij een inktfabriek op! Zo wil de legende en zo vertelde ons An. 
Na burgemeester Van Laere kwamen we bij de familie De Loose, voorouders van de familie de Kerckhove de Denterghem. De lichamen van deze familie en nog vele andere families die nu tegen de kerkmuur liggen lagen oorspronkelijk in de kerk. Later werden de grafstenen als fundering gebruikt. Recent werden ze opgeknapt en kregen ze een plaats aan de kerkmuur. Gelukkig werden zo een aantal merkwaardige grafmonumenten van de ondergang gered en in ere hersteld. De Hennau was grootgrondbezitter en notaris. Wat verder Eugene de Hemptinne en Alfons De Grave, oorlogsinvalide. Hyppoliet Rolin was eerst advocaat en werd later minister van openbare werken. Ook op andere fronten zat hij niet stil want hij had liefst 18 kinderen. 
Twee graven in mekaars omgeving voor de gebroeders Van de Woestijne. De ene was bouwmeester de andere was eerst liberaal volksvertegenwoordiger en later werd hij katholiek. Ook het graf Goossens werd gerecupereerd. Een keurig gerestaureerd graf voor Maeterlinck. 
Hij zou volgens onze An Hernalsteen wel eens familie van de schrijver – Nobelprijswinnaar - Maurice Maeterlinck kunnen zijn. 
We eindigden onze tocht met een grafmonument voor drie, in 1942, gefusilleerde mensen. 
Vandaag hadden de afwezigen eens te meer ongelijk want we bevonden ons in een prachtige omgeving en kregen toelichtingen van een ander “beschermd monument”: An Hernalsteen.
 
Jacques Buermans.
 

Campo Santo, alweer een begeesterd iemand over onze An Hernalsteen


Zaterdag, onder een stralende hemel, Campo Santo.  Met een gids waar de vonken van af sprongen : An Hernalsteen. 

'Ons' monument An Hernalsteen in actie. Zeg nu nog dat gidsen geen fysieke inspanning vereist! 
...
Na eventjes zoeken – het was ons eerste bezoek aan deze dodenakker – stonden we toch bovenop de berg aan de Sint Amanduskapel.  Met 28 man, een groep die stilletjes groeide tot we toch met ongeveer 35 waren.  En we werden er direct ingesmeten, An was in form! 
We vernamen al direct dat de naam van dit kerkhof volledig misplaatst is, verkeerd zelfs.  Een “campo santo” is een volledig ommuurde begraafplaats, met rondom een bisschopsgalerij, en een indeling in kruisvorm.  Allemaal eigenschappen die men hier helemaal niet vindt.  Hendrik Conscience himself maakte de fout deze begraafplaats Campo Santo te noemen, en zo is het door de tijd heen gebleven. 
Op deze dodenakker ontdekt men heel wat bekende namen: Jan Frans Willems, letterkundige van de Vlaamse  Beweging, Filip de Pillecyn, Karel van de Woestijne, Frans Masereel.  Ook enkele onbekenden maar even schilderachtige personages : Trezeke Verhaegen, het begijntje dat samen met haar zus een plaatsje deelt. 

De eersten die hier begraven werden waren Jan Rogiers en Marie de Hemptinne, rond 1850.
Zowel katholieken als vrijmetselaars liggen hier broederlijk naast elkaar..   Het graf van Pieter Devigne is versierd met de papaver, symbool van de vrijzinnigheid  Ook verschillende grafkapellen kunnen we hier bewonderen, zoals de zelf ontworpen kapel van Louis Minard en zijn echtgenote.  Het loont de moeite ook even een kijkje binnenin te nemen.  


Dit alles werd ons voorgeschoteld door een begeesterde An.  We hebben veel plezier gehad op Campo Santo, dat leidt geen twijfel.   Zoals ze ons vertelde wat men antwoordde op een vraag hoe men het aan boord moest leggen hier begraven te kunnen worden, tussen al deze beroemdheden.  Het antwoord is heel simpel : Sterven!  En dan het verhaal van rechter Martens, die tot twee jaar na zijn dood nog steeds de krant liet bezorgen op zijn graf.  Deze – en andere - anekdotes maakten deze rondleiding heel boeiend.  Maar zoals An zelf zei : je had maar moeten meegaan ….

Een mooie afsluiting voor een boeiende week.  An, als ik beloof overal af te blijven, kan ik dan nog eens mee naar uwen hof?  Je zult me zeker nog eens zien opduiken hoor….

Marleen Bruynseels, ook © alle foto's