Nieuwsbrief Nr. 40 - maart 2008

Maastricht, een meevaller rondgang onder kundige leiding Guus Rüsing is steeds een meevaller


Zaterdag 26 januari mocht onze vzw Grafzerkje een aantal nieuwe gezichten verwelkomen op onze rondleiding op de begraafplaats van Maastricht. In totaal maakten 27 personen deze, soms heel verre, verplaatsing. Guus Rüsing was onze gids en natuurlijk wist ik welk vlees we in de pan hadden en heette ik, met voorbedachten rade, onze leden welkom op de eerste “buitenlandse” trip van vzw Grafzerkje van 2008. Was een prima voorzet om Guus te laten vertellen dat de Limburgers zich echt geen Nederlanders voelen maar Vlamingen. Hij waagde het zelfs om te stellen dat wanneer ze naar de grote stad trokken ze daarmee Brussel bedoelden en dat Den Haag buitenland betekent voor de Maastrichters. Guus typeerde de Maastrichter als een, ik citeer, “slecht Duitssprekende Belg”, waarvan akte. Ook heeft Limburg als enige Nederlandse provincie een gouverneur terwijl de andere provincies een commissaris van de Koningin hebben. Dit gezegd zijnde toog Guus op stap
Hij leidde ons gedurende anderhalf uur doorheen deze prachtige dodenakker en liet ons niet zozeer kennismaken met de bekende Maastrichters maar wel met de verscheidenheid die deze begraafplaats siert. Hij meldde ook dat de bij ons o zo gekende Jozef II, die van zijn edict, hier niets in de pap te brokkelen had maar dat hier eerst in 1806 door de hier heersende Fransen beslist werd dat er niet meer rond en in kerken begraven mocht worden. Vlakbij de ingang ontwaarden we de steen van de eerst begravene aan de Tongerseweg: een graf daterend uit 1812. Iets verder lag het mooie gerestaureerde graf voor Barbara Bosch van Drakesteyn. Henri Jonas was kunstschilder en glazenier.
Wat verder stonden we stil bij een grafkelder voor de Jezuïeten. Vlakbij het graf voor Jean Lambert de Behr.
Vandaar trokken we naar het Joodse gedeelte, volledig ommuurd zoals het hoort. Guus stond stil bij een gedenksteen voor de Maastrichtse Joden die omkwamen. De tekst op de steen stond er in verschillende talen, ook in het Maastrichts.
Vandaar trok Guus naar het “socialistisch”  gedeelte. We troffen daar enkele typische grafmonumenten aan zoals dit voor de heren Paris en Becks, een beeld van een gezin en de laatste rustplaats voor Hubert Beckers slachtoffer tijdens de staking van de zinkwitfabriek. Maar later werden hier ook niet-socialisten bijgezet. 
Een deel werd ingepalmd als Islamitische begraafplaats maar ook Chinese mensen kregen hier hun laatste rustplaats. Onze tocht ging verder langs een veel moderner gedeelte van de begraafplaats. Een “Amsterdammertje” sierde het graf van een persoon afkomstig van Amsterdam. Iets verder zagen we een viool op het graf voor Janet E. Rose.
Guus wees zijn aandachtig gehoor om een regelmatig weerkerend beeld van een Onze Lieve Vrouwenfiguur met ster. Dit bleek de “ster der zee” te zijn die in de Maastrichtse kerk vereerd wordt. Een leuk kindergraf was dit voor Josje Kamm. Tijdens onze tocht naar de uitgang zagen we een Oosters aandoend grafmonument voor de familie Gysbers.
Toen waren we op het protestantse gedeelte aanbeland. Veel soberder graven en dikwijls met een bijbeltekst. Op een van de monumenten lazen we “In de schaduw van het verleden, gaat het leven als een schim voorbij. Men zal mij mettertijd vergeten, vervlogen in de eeuwigheid”. Lijkt me nogal logisch want nergens viel er een naam van een overledene te bespeuren. Op een rotonde troffen we de burgemeesters aan. Naast ridder de Steurs was ook de sarcofaag voor burgemeester Leopold Van Oppen een van de blikvangers. Na nog een blik geworpen te hebben in de crypte, blijkbaar een privé-bedoening van een of ander genootschap werd een eind gemaakt aan een boeiende rondgang. Zeker de verdienste van Guus Rüsing, die de rondleiding dan nog eens gratis voor onze vzw Grafzerkje verzorgde en die we hierbij nogmaals willen danken. Er werden al afspraken gemaakt voor een volgend bezoek bij onze Limburgse “landgenoten”.
Foto’s: Rina Reniers en Jacques Buermans

Gedicht begraafplaats Maastricht ons lid Mathilde Goelen was zo gecharmeerd dat ze een gedicht neerpende


Ons lid Mathilde Goelen was zo gecharmeerd door de begraafplaats van Maastricht én door onze gids Guus Rüsing dat ze in haar pen kroop en volgend gedicht neerpende:
 
een begraafplaats
om U tegen te zeggen
stil gelegen tussen
bomen en heggen
 
een oud gebeeldhouwd graf
kan worden aangekocht,
herbruikt en aangepast
klaar voor de laatste tocht
 
hier en daar lagen steentjes
op Joodse graven
van daar het gezegde
“zijn steentje bij dragen”
 
veel Chinese graven
naast socialisten
en moslims die ’t gelaat
naar Mekka richten
 
dat alles werd ons
mooi gegidst
door Guus die geen
Hollander is.
 
Mathilde Goelen

Algemene vergadering was kort en krachtig er werd gezegd wat gezegd diende te worden en dan was er een receptie


Vooraleer de nieuwjaarsreceptie aan te vangen werd de o zo noodzakelijk algemene vergadering gehouden. Ondergetekende las zijn “nieuwjaarsbrief” voor (zoals u in de vorige Nieuwsbrief al kon lezen) en onze penningmeester Martin Demedts was een heel gelukkig man want de financiële toestand was meer dan ideaal te noemen. Eerlijkheidshalve dien ik hier te zeggen dat, oef, de toestand besproken werd vooraleer de nieuwjaarsreceptie van start ging. Of onze penningmeester na die receptie nog steeds zo tevreden was over de financiën durf ik niet zeggen. Onze kersverse webmasterin Erika Raven gaf een korte toelichting bij de op komst zijnde vernieuwde website, onze voorzitter zag dat het goed was en dan kon de receptie een aanvang nemen. We werden zeer goed ontvangen in de Smokkelhoeve te Vroenhoven en iedereen toog tevreden naar huis niet zonder dat er toch weer enkele “ideeën” gelanceerd werden naar de toekomst toe.
Wie maakt er nu deel uit van het bestuur van vzw Grafzerkje?:
 
Jacques Buermans, voorzitter en verantwoordelijke voor de provincie Antwerpen.
An Hernalsteen, secretaris en verantwoordelijke voor de rondleidingen en verantwoordelijke voor Oost Vlaanderen.
Martin Demedts, penningmeester en verantwoordelijke voor West Vlaanderen.
Edgard Nelissen, verantwoordelijke voor Limburg.
 
Jacques Buermans.

Dood en begraven in de loop der eeuwen Roger Lathouwers vergaste ons op een fel gesmaakte voordracht


Dit was de titel waar Roger Lathouwers, 23 jaar ervaring als zelfstandig uitvaartondernemer, voorzitter van de beroepsvereniging “aannemers begrafenissen provincie Limburg” en verantwoordelijke uitgever Funebra onze leden vergastte op de nieuwjaarsbijeenkomst. 
De Egyptenaren bezaten reeds een hoge vorm van cultuur en verwachtten een nieuw leven na de dood. Roger vertelde over de verschillende wijzen van balseming van lichamen waarbij de hele ceremonie die daarmee gepaard ging bij hun Farao’s tot 72 dagen kon duren. Een aantal van onze voorvaderen namen gebruiksvoorwerpen mee in het graf en zorgde zo voor het nodige comfort voor het hiernamaals. De heer Lathouwers vertelde dat heden ten dage nog door de Chinese gemeenschap een hele boel voorwerpen in de kist van een overledene worden gedeponeerd. Karel de Grote vaardigde na het Concilie van Paderborn een crematieverbod uit. Het was eenieders religieuze plicht om doden te begraven, zelfs de verslagen vijand bleef niet onbegraven achter. De oudste wijze van begraven bleek het begraven onder de haard of drempel van woning van de overledene te zijn zodat de dode kon zien of in huis alles op de juiste manier geschiedde. In de middeleeuwen had een dode recht op 1/3 van de nalatenschap, het zieledeel. In realiteit was dit een schenking aan de kerk. In het geval dat de overledene schulden had of indien er geen testament opgemaakt was diende de familie blootshoofd en vóór de lijkkist te lopen. De ogen van overledene werden onmiddellijk gesloten uit schrik dat overledene zou wachten en daardoor spoedig een tweede overlijden zou volgen. Roger wist te vertellen dat er ook vandaag nog een paniekreactie heerst bij een overledene met open mond en open ogen. Het wassen van de overledene met heet water had alles te maken met het onschadelijk maken van boze geesten, water vormde een hindernis voor boze geesten, en men had meer zekerheid dat de overledene niet schijndood was. Het waswater werd onmiddellijk weggegooid zonder in aanraking te komen met gebruiksvoorwerpen. De plaatselijke kapper kwam en het aankleden met doodshemd van de overledene geschiedde zonder aanwezigheid van familie omdat er zeker geen tranen op het doodshemd zouden komen. Bij de overledene werd gewaakt, gordijnen en luiken bleven dicht, men plaatste een groot zwart kruis aan de gevel en er werd stro aan voordeur geplaatst als geluidsdemping.
 
Roger Lathouwers vertelde dan over de 13de eeuw waar de doodskist enkel een vervoermiddel was en de dode in een lijkwade gewikkeld werd. De doden werden naar kerk gedragen, een eer die te beurt viel aan zonen en schoonzonen. Het luiden van klokken was dan weer om boze geesten op een afstand te houden. Dikwijls werd een vaste route naar de kerk gevolgd. Roger zegde dat er op sommige plaatsen nu nog straten zijn die “Lijkweg” noemen (Genk-Zutendaal). De oorspronkelijke rouwkleur was wit maar bij het overlijden in 1498 van Karel VIII koning van Frankrijk vroeg diens echtgenote, Anna van Bretagne, aan iedereen om in zwarte kleding te verschijnen. Een rouwmaaltijd na de begrafenis was als afschrikking van schimmen van de afgestorvene bedoeld en tot heropneming van de rouwenden in de kring der levenden.
 
Vanaf de 17de eeuw bestaat het gebruik van lijkkisten. Burgers en boeren werden buiten de kerk begraven, geestelijken, de adel en personen met bijzondere verdienste werden in de kerk begraven. Vandaar de uitdrukking “rijke stinkerds” wegens het vrijkomen van gassen en onwelriekende geuren door ontbinding. In 1776 werd in Frankrijk bij wet verboden om in kerken te begraven. De Code Napoleon bepaalde dat begraafplaatsen buiten de stadsmuren moesten komen.
 
Roger Lathouwers maakte dan een stap naar de crematie. Dit moet heel wat voeten in de aarde gehad hebben vooraleer de wet er in 1932 doorkwam. Hij vertelde dat in de Kamer der Volksvertegenwoordigers er gestemd werd: 82 stemmen, 72 stemmen tegen en één onthouding. Vandaar uit diende de wet nog goedgekeurd te worden door de Senaat. De wet werd er aangenomen met één meerderheidsstem. Bleek dan nog te zijn omdat men ene Volckaert op een brancard naar het parlement had gebracht om daar voor de wet te stemmen. De dag daarop overleed Volckaert.
 
Door gemakszucht en uit praktische overwegingen kwamen begrafenisondernemingen op de markt. Roger Lathouwers eindigde met een kritische noot aan het adres van een aantal “collega’s” die het blijkbaar niet zo nauw nemen en profiteren van de toestand waarin nabestaanden verkeren. Een aantal van die mensen wordt nadien geconfronteerd met rekeningen waarvan de bedragen uit de pan swingen.
 
Nadien was er ruimte voor het stellen van vragen. Dat het gegeven de aanwezigen enorm geboeid had bleek uit de talloze vragen die vanuit het publiek afgevuurd werden op Roger Lathouwers.
De aanwezige Nederlandse leden wierpen een aantal vragen op waaruit bleek dat er toch nog soms opmerkelijke verschillen heersen tussen de twee buurlanden. Ik wil langs deze weg de heer Lathouwers danken omdat hij deze voordracht gratis verzorgde voor onze vzw Grafzerkje.
 
Jacques Buermans

Barcelona, een impressie ons lid Ludo Peeters bezocht Barcelona en gaf een korte impressie weer


Ons lid Ludo Peeters ging naar Barcelona en gaf volgende korte impressie mee.
 
Inderdaad je mag er niet fotograferen, maar nam toch enkele “belekes”. Dit kerkhof is onbeschrijflijk groot gelegen op de Montjuic aan de andere zijde van de beruchte citadel en er rijd een lijnbus enkel en alleen op een tracéé op het kerkhof, zo groot is het. Het is echter niet makkelijk te bereiken en slecht aangegeven. Op het kerkhof zitten de meeste kisten in cellen zoals je ziet, soms tot zes/zeven verdiepingen hoog en staan er verplaatsbare stellingladders ter beschikking van de nabestaanden.
Ludo Peeters
 
Foto’s: Ludo Peeters

Tante Kato ging op reis en zag de graven van Bahadur Shah Zafar II


Bahadur Shah Zafar II * 1775 - 1862 * Yangon, Myanmar

Over wie heeft ze het nu weer ? En dan nog begraven in een godvergeten land ? Och, ik wil het gewoon hebben over de laatste keizer van India, die in 1858 door de Britten naar Rangoon in de toen nog-niet-eens Britse kolonie Birma gedeporteerd werd. Een kleine dertig jaar later werd de verbanning in omgekeerde richting herhaald : de laatste koning van Birma kreeg een enkele reis naar India aangeboden.

Laat ons beginnen bij het begin : Bahadur Shah Zafar II was een nazaat van Shah Jahan, over wie ik het twee jaar geleden in mijn stukje over de Taj Mahal had. Algemeen wordt aanvaard dat de ster van de beroemde Moghol-dynastie al meer dan honderd jaar aan het tanen was. Iets wat ik toch met een miniem korreltje zout wil nemen. Bahadur Shah Zafar II werd keizer in 1838 -hij was toen al in de zestig- en zijn rijk ging inderdaad niet verder dan het Rode Fort van Delhi. Het immense India was verdeeld in honderden rijkjes en aangezien Bahadur Shah niet geïnteresseerd was in politiek of macht zou zijn keizerrijk nooit groter worden dan die Delhi-postzegel. De keizer hield daarentegen van kunst, poëzie in het bijzonder. Hij wordt onder zijn pseudoniem Zafar (Overwinning) beschouwd als een groot Urdu-dichter. Onder zijn invloed werd Delhi hét culturele centrum waar geleerdheid hoog aangeschreven stond. In 1857 kwamen Indiërs in opstand tegen de Britten en Bahadur Shah werd naar voor geschoven als de figuur die qua leiderschap de goedkeuring kon krijgen van moslims, hindoes, prinsen en intelligentsia. Alleen was dàt niet de visie van de Britten. Die wilden de teugels met niermand delen. Bahadur Shah sloeg op de vlucht naar het mausoleum van zijn voorvader Humayum (r. 1530-1556). Hij was echter niet opgewassen tegen de Britse overmacht en moest zich overgeven. Het merendeel van zijn zonen werd door de Britten geëxecuteerd en Bahadur Shah stopte men als een wild dier in een kooi. Samen met zijn gemalin Zinat Mahal, twee jonge zonen en een klein gevolg werd hij verbannen. Per ossenwagens naar de Ganges en daarna per boot naar Rangoon. Hét Indische probleem was opgelost. “Opgeruimd staat netjes”. Vijf jaar later op de gezegende leeftijd van 87 jaar overleed de laatste Moghol. Hij was een gebroken man. Geen enkele krant berichtte over zijn dood. Hij werd begraven in de buurt van de grote Shwedagon Pagode, in de stad die in 1989 omgedoopt werd van Brits Rangoon naar het originele en voor militaire oren gunstiger klinkende Yangon.

Deze geschiedenis kenden we via literatuur en internet vòòr we naar Myanmar vertrokken. De enorme Shwedagon Pagode is een niet te missen hoogtepunt, dus konden we ons bezoek combineren met een zoektocht naar het graf van de laatste keizer van India. Vergeet het : dat schitterende Shwedagon-complex is zo reusachtig groot en bij temperaturen van 30° en meer -‘t was tenslotte winter- is systematisch uitkammen van de buurt uitgesloten en is het aangeraden in één bepaalde richting te zoeken. Wij dus een taxi-chauffeur aangesproken. ‘t Kwam nogal raar over : in een uitgesproken boeddhistisch land op zoek gaan naar het graf van een vreemde islamitische vorst. Bovendien spreken taxichauffeurs niet direct een voor ons begrijpelijke taal. Maar het is gelukt !

Vooraan in de straat staat een appartementsgebouw dat meer op een stapel blokhutten lijkt. Niet direct wat we hoopten te vinden. Onze chauffeur stopte verder in de straat voor een toegangspoort met een boog waarop “Dargah of Bahadur Shah Zafar, Emperor of India (1837-1857)”. Bingo ! Toen begon de puzzel pas : het hoofdgebouw dateert van 1994, rijkelijk laat voor iemand die al meer dan honderd jaar dood is. Bovendien zagen we een gedenksteen met de melding dat de laatste Moghol “was buried near this spot”. “Near” klinkt niet direct veelbelovend. Deze steen hadden de Britten in 1907 toegestaan. We werden binnengeleid in een ruimte met drie graven : één met kroon en twee kleinere. De drie graven waren bedekt met groene gewaden versierd met gouden galons en witte letters. 
De kroon, da’s duidelijk maar wie zijn de twee andere ? Dan werden we meegetroond -alles met gebarentaal- naar een veel lager gelegen ruimte waar een bakstenen tombe mij aan een “stenen bruidsbed” deed denken. Gelukkig gaf een tweetalig Myanmarees-Engels bord méér informatie. De Britten -bang dat het graf van de laatste Moghol een pelgrimsoord zou worden- hadden de laatste keizer in alle stilte begraven in een bakstenen graf op een afgesloten terrein dat als gevangenis dienst deed. Zij camoufleerden de anonieme plek met turf en het woekerend onkruid zou het graf snel onherkenbaar maken. Trouwe moslims wisten dat de vorst hier ergens begraven lag zonder de exacte plaats te kennen. In 1991 stootten werklui op wat ik daarnet het stenen bruidsbed noemde en vonden een skelet. Het bleek het originele graf van de laatste keizer van India. Toen wij er waren was de tombe met een witte sprei bedekt. Bahadur Shah Zafar, heilig voor zijn aanhangers, heeft dus twee graven. Ook al is het groene graf dat we eerst zagen waarschijnlijk leeg, men heeft het jaren als echt beschouwd en dat maakt men niet zomaar ongedaan.
Zinat Mahal, de weduwe van Bahadur Shah Zafar, geboren in 1821 overleed in 1882. Toen wist men nog altijd niet waar de keizer exact begraven lag en zij kreeg ergens in de nabijheid een graf. Twee jaar later overleed hun zoon Mirza Jawan Bakht (1841-1884), die naast zijn moeder begraven werd. Vandaar de drie groene graven, één met kroon en twee zonder. Ik vertelde in het begin dat verschillende zoons geëxecuteerd werden, toch zijn er nog steeds nazaten van deze machtige dynastie. Hij had tenslotte vier vrouwen, verschillende concubines, tweeëntwintig zonen en minstens tweeëndertig dochters. Zij leven verspreid over India, Pakistan en Myanmar.

Na onze reis viel het boek “The Last Mughal” van William Dalrymple in onze brievenbus. Ik heb het inmiddels cursief doorgenomen omdat ik dit stukje snel wou indienen. Dalrymple is gespecialiseerd in historische reisliteratuur en dit boek dateert van 2006. Het is voorlopig nog niet in het Nederlands verschenen, maar het is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van India.
 
Tante Kato

Wintervuur op het Sint Fredeganduskerkhof Deemsterwandelingen kenden een uitzonderlijk succes


Ons lid Ludo Peeters was een trotse voorzitter van vzw Turninum. Zeker tijdens “Wintervuur” waar de mensen van vzw Turninum het begraafpark als een culturele ontmoetingsplaats voorstelden. Er werden “Deemsterwandelingen” georganiseerd in samenwerking met de dichter Peter Holvoet waarbij op een ludieke wijze één en ander historisch gegeven werd geëvoceerd wat gevolgd werd door een voorlezen van dichtwerk in de pronkkamer van de dekenij. De voorstellingen waren in een mum van tijd uitverkocht. Daarnaast werden er ook wandelingen georganiseerd in een scenario geschreven door onze leden Ludo Peeters en Marc Vos samen met Peter Holvoet.
 
Ludo Peeters maakte ons deelgenoot van het gedichtje dat hij voor deze gelegenheid schreef en dat op elke dichtstonde door Peter Holvoet ten gehore werd gebracht.
 
Wandelend op St.Fredegandus
 
Op een rustige lentemorgen
Als krokus en lenteklokjes
Voor een schilderijtje zorgen
Wandel ik , in gedachten alleen
Langs al die zerken heen.
Gij die daar rust, al dan niet in vrede,
Ook gij liep hier eens langs
Waart gij dan ook in gedachten verzonken
En stond gij ook bij dit korte leven stil
Want hier in dit park , tussen al die bloemen
In gezelschap van duizenden doden
En de aan hen betoonde eer
Wordt mij de kans geboden
Ook eens te peinzen aan weleer
En aan het eigen afscheid dat nog zal komen
Mogelijk morgen of wie zegt wanneer ?
 
(Ludo Peeters)

Anneke Haasnoot “In Memoriam”, nieuw gedicht


Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief.
 
IN MEMORIAM

In de netten van de geheimenis
Aan boord van een ijle boot
Genomen- de tijdloze kern
Van een mens

Ademloos
Bij het zien
Van Gindse Havenhoofden en
Lucide Loodsen


Anneke Haasnoot

Mexico, groot feest voor de doden Ons lid Ria Vaes maakte een trip naar Mexico en deelt haar funeraire ervaring


Ons lid Ria Vaes maakte een trip naar Mexico en wilde ons toch laten delen in haar funeraire ervaring.
 
In februari maakte ik een rondrit in Mexico. Aan de golf van Mexico, in de buurt van Campèche stopten we aan de begraafplaats van Champoton. Een begraafplaats daar ziet er wel heel anders uit dan bij ons.  De graven zijn klein en heel kleurrijk.  Het was zeker niet mogelijk dat er een persoon begraven lag in zo’n klein graf.  Het waren dan ook huisjes waar de overblijfselen van de overleden werden bijgezet.
Eenvoudige overleden mensen worden begraven onder een steenhoop.  Na 5 jaar wordt de dode opgegraven, de benen gereinigd en de overblijfselen worden bewaard in een ossuarium, een huisje op het kerkhof.  Bijna nooit wordt iemand gecremeerd.
2 november is een groot feest in Mexico en in Latijns-Amerika. Zelfs een hele week wordt gefeest met doodsbrood en suikerwaren in de vorm van schedels. Overal worden altaren gemaakt van takken en bladeren, versierd met fruit, groenten, kaarsen en foto’s.  Thuis wordt ook een familie-altaar gemaakt dat versierd wordt.  Op 2 november gaat de hele familie naar het kerkhof.  Graven worden voor die dag schoongemaakt en geschilderd.  De hele dag vertoeft men op het kerkhof met eten en drank, soms zelfs met zang en dans.  ’s Avonds gaat men naar huis om verder te feesten en zet men een extra stoel bij met een extra bord en glas.  De overblijfselen van de overledenen worden ook dikwijls thuis bewaard.
    
Ria Vaes
 
Foto’s: Ria Vaes

Jan Annemans overleden plots overlijden van een van onze eerste leden


Begin maart viel een doodsbrief in mijn bus: Jan Annemans ging onverwacht heen. Daar ben je dan als voorzitter van vzw Grafzerkje even stil van. Ik ken Jan al van eind 2001. Bij een van onze eerste rondleidingen was hij met zijn echtgenote Rita aanwezig. Een innemend en beminnelijk man. Meer dan 20 keren gingen ze mee met Grafzerkje, later vzw Grafzerkje. Beiden behoorden tot onze trouwste leden. Jan was steeds bereid om zijn zegje te doen en wij mochten steeds een beroep doen op hem voor wat advies betrof zeker wanneer het zich in de maritieme sfeer of in theatermiddens afspeelde. Wanneer het er op aankwam om grafmonumenten te adopteren voelde Jan Annemans zich ook niet te beroerd om op perk H een grafmonument op de begraafplaats Schoonselhof te restaureren.
 
In mijn naam en zeker in naam van het bestuur en de leden van vzw Grafzerkje betuig in mijn oprechte deelneming aan zijn echtgenote Rita Pieters in deze voor haar moeilijke momenten. Ik zal Jan Annemans zeker blijven herinneren als een minzaam man. Jan is de man met de baard.
     
Jacques Buermans



 
* Voor alle informatie slechts één adres:
 
Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
telefoon + antwoordapparaat: 03/829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)
GSM: 0494/47 37 46.
E-mail: [email protected]
www.grafzerkje.be