Nieuwsbrief Nr. 39 - januari 2008

Nieuwjaarsbrief in 2007 vielen binnen de vzw Grafzerkje ook enkele minpuntjes te noteren


Bij een nieuw jaar horen nieuwjaarswensen. Ik mocht al een aantal Grafzerkjes de beste wensen voor een gelukkig, vreugdevol en vooral gezond 2008 overmaken. Bij degenen die ik nog niet kon bereiken in ieder geval uit mijn naam al het beste wat u zich kunt indenken voor 2008. Dat het een jaar mag worden waarin al je wensen werkelijkheid mogen worden.
 
Even terugkijken naar wat 2007 in petto had voor de vzw Grafzerkje. Eind 2005 hadden we 130 leden. Op het eind van 2006 was dit reeds aangegroeid tot 160 leden. Eind 2007 overschreden we de kaap van 200. Op 31 december waren 204 personen lid van vzw Grafzerkje. De tweemaandelijkse rondleidingen konden zoals steeds op de nodige belangstelling rekenen. Webmaster Willy Cornelissens, die we hierbij danken voor zijn jarenlange inzet, wenste zijn mandaat niet te verlengen en wordt opgevolgd door Erika Raven, die we hierbij alle succes toewensen.
 
Spijtig genoeg was binnen de schoot van de vzw Grafzerkje niet alles “peis en vree” want secretaris Willem Houbrechts diende half oktober met onmiddellijke ingang zijn ontslag in. Ik wens op deze plaats Willem toch te danken voor zijn tomeloze inzet in de vzw Grafzerkje. Zijn functie wordt overgenomen door An Hernalsteen die kan bogen op jarenlange ervaring als bestuurslid van vzw Grafzerkje. Ook Marc Coremans volgde op 1 januari 2008 het voorbeeld van Willem en diende zijn ontslag in. Ook Marc wil ik hierbij danken voor zijn jarenlange inzet in de vzw Grafzerkje.
 
Maar 2007 was ook een ferme stap vooruit voor onze vzw Grafzerkje. Dit was het meest merkbaar in en om Antwerpen omdat daar nu eenmaal het zwaartepunt, ik bedoel dit niet letterlijk, van onze activiteiten naast de rondleidingen en de Nieuwsbrief ligt. Eind januari werd het grafmonument van Victor Driessens heringehuldigd. Dankzij de firma Verstraete & Vanhecke waren de kosten voor de vzw Grafzerkje verwaarloosbaar. Door cultuurschepen Heylen van de stad Antwerpen werd ons een bedrag van niet minder dan € 5000 toegezegd die we zouden bezigen om een tweetal “stadsmonumenten” op de begraafplaats Schoonselhof te restaureren. De bedoeling was om de grafmonumenten voor stadsbouwmeesters Bourla, van de gelijknamige schouwburg, en  voor Alexis Van Mechelen, bouwmeester van de Antwerpse opera en de stadsfeestzaal aan de Meir te laten opknappen. Maar de nieuwe schepen voor begraafplaatsen, Guy Lauwers, en voornoemde schepen Heylen trokken hun stoute schoenen aan en vroegen aan mevrouw Marleen De Wolf, van Multi Development Belgium NV, of zij geen interesse betoonde in een tussenkomst bij de herstelling van het grafmonument Van Mechelen. Mevrouw De Wolf ging daar op in en onze “handige Harry”, Christiaan Ketele, maakte zich sterk om het gehele “eilandje” waar deze graven zich op bevinden in orde te brengen. Hij kreeg de nodige hulp, onder andere van Marc Coremans. Intussen mocht Antwerpen ook een afdelingshoofd voor begraafplaatsen, de heer Hendrik de Bouvre, verwelkomen en deze persoon liet zich zeker niet onbetuigd. Hij zorgt voor de noodzakelijke inbreng om voornoemd eilandje in zijn geheel terug in te zaaien en te bebloemen. Maar de heer De Bouvre zorgde er eveneens voor dat er, samen met zijn team, een positieve spiraal heerste. Onze vzw Grafzerkje kreeg alle medewerking van hem en werd betrokken in verschillende “projecten”. Zo had onze vzw Grafzerkje meer dan een vinger in de pap bij de beschermingsplannen van Schoonselhof. Het team van de begraafplaatsen, de mensen van het inventarisatieproject en het team van de kabinetten van voornoemde schepenen zorgde ervoor dat vzw Grafzerkje een volwaardige gesprekspartner werd. Maar wat belangrijker is de stad zette schouders achter de voordrachtendag die onze vzw Grafzerkje wilde organiseren. Meer nog dan de, in dank aanvaarde logistieke en financiële, steun was er ook de interesse vanuit de onderscheiden begraafplaatsen. Op 16 november mochten we meer dan 70 mensen verwelkomen. De helft daarvan kwam van de stad en niet “omdat ze moesten” maar wel uit interesse. Daar komt ook nog bij dat een aantal heemkundige kringen interesse betoonden en dat zelfs vanuit Sint Niklaas en Brugge mensen kwamen luisteren.
 
Wat verwacht ik voor 2008?
  •  Het project op de Westerbegraafplaats waar An Hernalsteen haar, stevige, schouders heeft ondergezet wordt zo stil aan een tienjarenplan maar ik maak me sterk dat het lukt om dit grafmonument tijdens de Gentse feesten te kunnen herinhuldigen.
  • Eens nader bekijken of er in West Vlaanderen geen project is dat vzw Grafzerkje kan ondersteunen.
  • Het leveren van advies aan gemeentebesturen die onze hulp inroepen. In januari gaan we eens kijken in Tessenderlo of we daar een helpende hand kunnen aanreiken.
  • Het bestendigen van de goede samenwerking met de stad Antwerpen en met de begraafplaatsen.
  • Het onderhoud van grafmonumenten waar we een donatie van vzw Themis Fraternitas mochten ontvangen én het onderhoud van de reeds gerestaureerde graven.
  •  De medewerking van vzw Grafzerkje tijdens de Europese week voor begraafplaatsen, 28 mei tot 6 juni, ingericht door Asce, Association of Significant Cemeteries in Europe.
  • Indien mogelijk het vermeerderen van het aantal leden van vzw Grafzerkje.
Niettegenstaande voornoemde minpuntjes was 2007 een goed jaar voor vzw Grafzerkje en dit kon enkel maar door de inzet, hulp en interesse van alle leden.  Mijn oprechte dank daarvoor.
 
Jacques Buermans

Bezoek Antwerpse Sint-Pauluskerk Edgard Nelissen maakte een verslag van een leerrijke voormiddag


Voor het bezoek aan Sint Paulus had vzw Grafzerkje zijn sterreporter Kuifje er op uitgestuurd. Wat er juist geschiedde daar hebben we het raden naar maar feit is dat we Kuifje op het eind van de middag als vermist opgegeven hadden toen we een zeer verward bericht kregen. Het ging van een ontmoeting met Sinterklaasfans, over overvolle treinstellen tot een begrafenis en dies meer. Volgens mij zat sterreporter Kuifje fameus aan de drank of andere genotsmiddelen. Gelukkig was Edgard Nelissen bereid om volgend verslag te maken.
 
Jacques Buermans.
 
Een dertigtal liefhebbers maakten rond halfelf hun opwachting aan de Antwerpse Veemarkt en dus werd er opgesplitst in twee groepen. Onze groep maakte kennis met de kundige leiding van de heer Raymond Sirjacobs, afgevaardigd bestuurder van de vzw Sint-Paulusvrienden.
 
Het vooropgestelde programma diende wel wat aangepast want net op ons afspraakuur was er een begrafenismis voorzien. Dit kan natuurlijk gebeuren als je de funeraire schatten van een kerk wenst te ontdekken. Ik weet trouwens niet of het in de oorspronkelijke planning stond maar we begonnen dan maar met een bezoek aan de schatkamer. Een werkelijk indrukwekkende beveiliging voor deze topstukken aan religieus erfgoed bestaande uit monstransen, cibories,kelken, ceremoniestaven, beeldjes en relieken. Denk wel dat we alle namen van de duurste edelstenen en diamanten gehoord en gezien hebben.
De kerk zelf bleek een prachtig samenspel van speelse barokke kunst in een gotisch bouwwerk. Omdat we ons toespitsten op het funeraire was er geen tijd voor de imposante orgel, de prachtige schilderijencollectie met onder andere de 15 mysteries van de Rozenkrans waaraan schilders zoals Rubens, Jordaens en Van Dyck werkten en het fraaie houtwerk van ondermeer de biechtstoelen.
Las achteraf nochtans dat de biechtstoelen wel geïntegreerd hadden kunnen worden in onze rondgang want in het hout werden diverse klassieke funeraire symbolen uitgewerkt zoals de gekende vlinder en een dansend skelet dat te denken geeft over de vergankelijkheid van ons aards bestaan.
 
Aan het werkelijk monumentale hoogaltaar bevinden zich enkele prachtige praalgraven.  De meeste aandacht ging naar de 17° eeuwse cenotaaf van Ophovius, opgetrokken in marmer en Avesnesteen en uitgewerkt naar ontwerp van Rubens.  Bovenop het monument zit een wenende putto met zandloper, doodshoofd en omgekeerde toorts.  Het hoofdtafereel beeldt het Jezuskind uit dat steunend op de knieën van zijn moeder een rozenkrans reikt aan de geknielde bisschop Ophovius.
 
De werkelijke begraafplaats van Ophovius, de prior van de Antwerpse dominicanen en ook de biechtvader van Rubens, bevindt zich in de crypte net onder de cenotaaf.  Een grote, ruime crypte waar nog heelwat leesbare dekplaten aanwezig zijn en die nu gehuurd kan worden voor voordrachten of andere activiteiten. Via enkele glazen doorkijkplaten kan je ook de diepere onderste lagen van deze begraafplaats zien en de funderingen van vroegere bouwwerken. 
Ingesloten naast de Pauluskerk ligt de in de vroege 18° eeuw gestarte calvarieberg.  Een stukje volksdevotie waar een 60-tal beelden om en rond de gebouwde Calvarieberg kwamen te staan om zo samen een geestelijk Jeruzalem uit te beelden.
 
Als je je wat meer wenst te documenteren of een virtueel bezoek wenst te brengen aan de Sint-Pauluskerk, kan je terecht op de website www.sintpaulus.org.
 
Nog een vraag van onze gids - Wie weet waar de in 1821 overledene Cornelius Jos Peltiers begraven is ? Prior Peltiers slaagde erin na de afschaffing van het klooster door de Fransen in 1796 het goed terug aan te kopen. De kerk werd nadien door de stad gekocht als parochiekerk.   Het antwoord mag je me altijd mailen.
 
Edgard Nelissen (mail : [email protected])
 
Foto’s van Marie Louise Francken en Edgard Nelissen

Guatemala Kleurrijke graven Vrienden van me bezochten Guatemala


Vrienden van me bezochten Guatemala. Onderweg troffen ze deze graven van Indianen aan.
  
De indianen begraven hun doden boven de grond en zorgen altijd voor een heel kleurrijk geheel, al lijkt het nogal kitch. Op één november worden daar dan feesten gehouden ter nagedachtenis. Zoals ook heel sterk nog de gewoonte is in Mexico.

Foto’s van de hand van Marie Louise Francken & Leo Serneels

Anneke Haasnoot “Massaslachting”, nieuw gedicht


Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief.
 
MASSASLACHTING

De beul is ontzettend tekeergegaan
Met duizenden zijn zij onthoofd
Er was hen nieuw leven beloofd
Nu hebben zij houten schandpalen aan

Vernederd zijn zij, zij kunnen niet spreken
De taal van wie hen dit heeft aangedaan
Zij spreken rechtscheutig in schors elkaar aan
Het is niet te volgen voor menselijke leken

Zoals zij die kinderlijk langs hen ging
Van pure ontzetting haar trekken schudde
Stijf samengeknepen lippen had

Zij was nog onwetend aangaande het rad
De daarbij behorende houten kudde
De wedergeboorte en jaarringenkring


Anneke Haasnoot

Athene biedt ook wat aan de funerair geïnteresseerde in goed gezelschap trok ik langs juweeltjes op de Atheense begraafplaats


In het gezelschap van enkele vrouwelijke leden van vzw Grafzerkje een trip naar Athene gemaakt. Om te beginnen enkele dingen die opvielen in de Griekse hoofdstad. Athene is een vuile stad alhoewel men er alles aan doet om ze op te kuisen. Ik zag enorm veel straatvegers maar het is, zoals men zou kunnen zeggen, “vegen met de kraan open”. Maar de vele oude sites maken veel goed. Atheners zijn nors en onvriendelijk, zeker degenen die met toeristen in aanraking komen: ticketverkopers, museumtoezichters en dies meer. De “lokale”, meestal oudere, bewoner van Athene wil dan wel al zijn kennis delen maar spreekt enkel Grieks. Eten is niet overdreven duur maar restauranthouders hebben de onhebbelijke gewoonte om, eens men nog maar een poging onderneemt om het menu te lezen, als een duiveltje uit een doosje op straat te springen om de klanten naar binnen te lokken. Openbaar vervoer is spotgoedkoop en rijdt frequent.

Kerameikos

Op de grens van het oude Athene vindt men Kerameikos, in de oudheid bevolkt door pottenbakkers, keramiekbakkers, waar het zijn naam vandaan haalt. Op deze begraafplaats zijn vanaf de 12de eeuw voor Christus mensen begraven. De vierjaarlijkse Panathenaeënprocessie ging door de Heilige Poort en daarna over de Heilige Weg naar Eleusis. Op de site treffen we tumuli aan. Deze grafheuvels gaan terug naar de 7de eeuw voor Christus en er werd gedurende meerdere eeuwen in begraven.
 
De meeste graven zijn te vinden langs de Graftombenweg. Onder meer de marmeren stele voor Demetria en Pamphile. Dit ontroerende grafmonument toont ons Pamphile, zittend in een armstoel, en haar zuster Demetria. Het is een van de laatste barokke steles uit de 4de eeuw voor Christus. De namen van de beide dames zijn onder aan het monument geschreven.
Drie monumenten naast mekaar zijn respectievelijk een basreliëf op het graf voor Hegeso, in het midden een stèle voor Koroibos en daarnaast een vaas voor Kleidemos. Dionysios van Kollytos was een rijk schatbewaarder die stierf tussen 345 en 338 voor Christus. Hij bezat twee woningen, een in Athene en een in Samos, en stierf ongehuwd. De enorme marmeren stier op het monument staat voor de god Dionysos. 
Aan de overzijde het familiegraf voor Potamos. Er zijn uiteraard nog vele andere juweeltjes te bewonderen. De rest van de site is eveneens zeer interessant. Na het beëindigen van de rondgang kan men in het museum de monumenten bezichtigen die in het begin van deze eeuw werden uitgegraven. De Kerameikosbegraafplaats ligt aan de Ermou 148 en het dichtstbijzijnde metrostation is dit van Thissio
   

Algemene begraafplaats

Aan de Anapafseos en bereikbaar met tram 2 of 4 ligt de algemene begraafplaats van Athene. Ze is dagelijks geopend tussen 7 uur en 18.30 uur. Er staan vele pijn- en olijfbomen en de uitvaarten gebeuren hier nog aan de lopende band. De kist wordt begeleid door een of meer priesters die, samen met een aantal “ingehuurde” personen, klaagzangen aanheffen op de tocht van de ingang naar de kapel. De stoet wordt voorafgegaan door een aantal dragers met identieke witte bloemenkronen. Opvallend was ook dat er hier aan de graven “herdenkingsdiensten” gehouden worden naar aanleiding van de verjaardag van een overlijden. Met de nodige drank en een gebruik dat ik nog nergens zag: een speciaal gebak, een soort suikertaart, met daarop de naam van de overledene of van degene die men herdacht. Aanwezigen op een “koffietafel” krijgen een tasje met daarin een stukje taart mee naar huis.
Op de begraafplaats vindt men talrijke prachtige staaltjes van grafkunst. Men ziet hier flamboyante marmeren mausolea van vooraanstaande Griekse families. Links voorbij de ingang is de laatste rustplaats voor Melina Merkouri (1922-1994). Zij was een gevierde actrice en schitterde in films zoals “Never on Sunday”. Later ging zij in de politiek en zij was zelf een tijdje minister voor cultuur. Iets verder ligt Papandreou, voormalig premier. Rechts van het hoofdpad staat het eenvoudige beeld Kimimeni, of slapend meisje. Het is een zeer mooi Belle Epoquebeeld van de hand van beeldhouwer Giannoulis Chalepas.
Heinrich Schliemann (1822-1890) ligt begraven onder een mini-akropolis. Deze Duitse miljonair was de ontdekker van verschillende archeologische vondsten, onder meer in Troje en van de graven van Mycene.
Op het Protestantse deel van de begraafplaats vond ik het graf voor Adolf Furtwaegler (1855 – 1907) en iets verder een grafmonument met een leeuw volgens mij familie van Clarence, de scheelogende leeuw uit Daktari. 
Ook hier een aantal juweeltjes maar spijtig genoeg is aan de ingang van een van de weinige vriendelijke onthaaljuffrouwen geen enkele informatie te verkrijgen. Het schattige wicht zal denkelijk ook alleen maar vragen krijgen naar de laatste rustplaats van Melina Mercouri en Heinrich Schliemann die ze met graagte wil tonen aan de bezoekers.
   
    

Jacques Buermans

Tante Kato ging op reis en zag het graf van apostel Jacobus de Meerdere


†ca. 40 AD * Santiago de Compostela, Spanje


Santiago de Compostela, 9 uur ‘s avonds. Ik voel mijn voeten niet meer. Denkt u nu dat ik die 1.850 kilometer vanaf Antwerpen tot hier te voet afgelegd heb ? Fout. Alle respect voor de pelgrims die bijvoorbeeld 13 weken onderweg zijn. Maar nee, dank u. Op onze leeftijd komt een mens hiernaartoe met vliegtuig en huurauto. Maar een stadsbezoek aan het monumentale Santiago de Compostela verkort toch je benen met enkele centimeters, allez millimeters, allez bij wijze van spreken. Zelfs al heb je tussendoor op 4 terrasjes uitgerust én bovendien in 2 tapabars wat gegeten. Deze imposante stad en haar geschiedenis leent zich tot een beetje overdrijven.

Eerst het fantastische verhaal van apostel Jacobus de Meerdere, de broer van de evangelist Johannes. Hij kreeg de naam de Meerdere (dwz de oudste), le Majeur, el Mayor om hem te onderscheiden van die andere apostel Jacobus. Jacobus de Meerdere was de zoon van een Galilese visser en één van de eerste volgelingen van Jezus van Nazareth. Na de dood van zijn Heer kwam hij het Iberisch schiereiland kerstenen en toch werd Jacobus de Meerdere of met zijn Spaanse naam Santiago als eerste apostel-martelaar rond het jaar 44 op bevel van koning Herodes Agrippa I in Jeruzalem onthoofd. Voorwaar flink heen-en-weer gereis. Zeker in die tijd !
We moeten een sprong van enkele eeuwen maken -de schuld van de Barbaren en de Moren- naar de 7de-8ste eeuw. We kijken niet op 100 jaar. De goede, wijze kerkvaders beslisten toen dat de christelijke landen rond de Middellandse Zee allemaal gekerstend waren door een rechtstreekse leerling van Jezus en Santiago werd bevestigd als de apostel die Spanje geëvangeliseerd had. Weer enkele decennia later (ca.825) ontdekte ene kluizenaar Pelayo geholpen door engelen een eigenaardige plek met een heel vreemde verlichting. Op dat veld vol sterren werd het graf van Santiago gevonden. Een veld vol sterren, een campus stellae, vereenvoudigd tot compostela. Meer had men toen als verklaring niet nodig. Hoe is Santiago na zijn dood van Jeruzalem in Noord-West-Spanje verzeild geraakt ? Juist : met een zeilboot werden de resten van de goede man in veiligheid gebracht in het land dat hij gekerstend had. In het huidige Spaanse Padrón kwam hij aan land, om ergens in de buurt op een veld begraven te worden. In Padrón kan je trouwens nog een steen zien waaraan de zeilboot van de heilige werd vastgemaakt. Men gelooft zelfs dat zijn lichaam eerst op de steen gelegd werd en dat de steen een uitsparing in de vorm van zijn lichaam kreeg. In die tijd zaten de christelijke Spanjaarden teruggedrongen tegen de Atlantische Kust, want de rest van het schiereiland was Moors gebied. De ontdekking van het graf van Santiago was dé ideale gelegenheid om aan de Reconquista te beginnen en de Moren uit het land te verdrijven. In 844 geschiedde een mirakel : tijdens een zwaar gevecht, waarbij de Moren aan de winnende hand waren, verscheen hulp in de gedaante van een ruiter op een wit paard met in de hand een witte vlag met een rood kruis. De ruiter werd herkend als Santiago, die direct de bijnaam Matamoros, doder van de Moren, kreeg. De Reconquista had zijn heilige gevonden. Eén van de ridders moest in het midden van de strijd een zeearm overzwemmen en kwam uit het water helemaal bedekt met schelpen. Toen is de schelp hét symbool geworden, het embleem van de bedevaarder en kregen wij op feestdagen een coquille St Jacques op ons bord. De bal was aan het rollen : er werd eerst een kleine bidruimte gebouwd (9de, 10de eeuw) rond het graf van de heilige en een eeuw later een kerk. ‘t Was ook nodig want de Moren hadden in een raid korte metten gemaakt (da’s een woordgebruik dat ze niet zouden waarderen) met het heiligdom rond de Spaanse patroonheilige. In de 10de-12de eeuw telde Santiago de Compostela jaarlijks 500.000 pelgrims. Nog eens 100 jaar later kwam een grotere kathedraal om tenslotte te eindigen in de 18de eeuw met het monumentale bouwwerk dat nu te zien is. De kerk van Rome kende in de middeleeuwen 3 grote bedevaartplaatsen : Jeruzalem, Rome zelf en Santiago de Compostela. Gezien de moeilijke bereikbaarheid van Jeruzalem, het Heilig land was immers in handen van ongelovige Turken, en de zware tocht door de Alpen om Rome te bereiken werd Santiago in West-Europa ontzettend populair. De “wegen naar Santiago de Compostela” zagen het daglicht en boetedoeners zakten massaal af naar die hoek van Spanje, terecht Finistera (landseinde) genoemd. Toen op het einde van de 16de eeuw Engelse zeerovers Spanje aanvielen, moesten de relikwieën van Santiago weer eens in veiligheid gebracht worden. Wat men eens verstopt heeft, vindt men later niet makkelijk terug. Een verschijnsel dat ook mij niet vreemd is. Idem dito voor Santiago. We schrijven 1879 toen de heilige resten eindelijk teruggevonden werden. In die 19de eeuw zijn de bedevaarten terug op gang gekomen, maar het is pas de laatste 30-40 jaar dat ze hun hoogtepunt bereikten.


In de 20ste eeuw kreeg de naam compostela een nieuwe, wetenschappelijk meer verantwoorde verklaring. De naam zou afgeleid zijn van compostum en componere, gewoon latijn voor begraven, want waar Jacobus begraven werd was voorheen al een begraafplaats. Misschien spreekt voorzitter Jacques de Meerdere binnenkort ook over zijn compostvat in plaats van “zijnen hof”. Nog een weetje voor iedereen die van etymologie houdt : de meesten onder ons kennen het verschijnsel dat ze in Parijs hun trein- of metroticket moeten “composter” of ontwaarden. Dat woord zou via de pelgrims in de Franse taal geraakt zijn. Op hun weg naar Santiago de Compostela moesten zij immers als bewijs op vaste plekken een stempel krijgen. En dat heette “composter”, en zo ... Als het niet waar is, dan is het toch goed gevonden.

Voor iedereen die naar de beroemde bedevaartplaats zou willen : als de feestdag van Santiago (25 juli) op een zondag valt dan is het daar “Heilig Jaar” en worden alle zonden van de pelgrims vergeven. Is dat iets voor u ? De volgende heilige jaren zijn 2010 en 2021.
 
Tante Kato

Carlos Vanhecke overleden Carlos Vanhecke de man achter Verstraete – Vanhecke en die de restauratie van het grafmonument Victor Driessens schonk


Op 3 december overleed de heer Carlos Vanhecke. Hij was de man achter Verstraete – Vanhecke en hij zorgde ervoor dat de restauratie van het grafmonument voor Victor Driessens op de begraafplaats Schoonselhof onze vzw Grafzerkje geen euro kostte.
 
Carlos Vanhecke was zo iemand waar het van de eerste keer mee klikte. En dat bleek wel wederzijds te zijn want toen ik hem ontmoette naar aanleiding van de eventuele restauratie van het grafmonument voor Victor Driessens waar zijn architect een offerte had voor opgemaakt van € 7500 zegde hij … “ik vind u nen toffe gast, ik zal dat wel betalen”. Hij was ook de man die zich liever op de achtergrond hield. Een mooi bewijs was er tijdens de herinhuldiging van het grafmonument Driessens. Terwijl de initiatiefnemers (Willem Houbrechts en mezelf) fier poseerden met de schepenen (Guy Lauwers en Philippe Heylen) stond Carlos Vanhecke … achter het grafmonument te genieten (links achter).
Carlos Vanhecke was een man vol humor en maakte van alles een feest. Hij vroeg mij ooit om met hem eens te gaan kijken naar, zoals hij zegde “zijn appartement op Schoonselhof” want hij wilde al lang een grafmonument om zelf in begraven te worden maar de lijsten die we hem via de mail verstuurden waren niet aan hem besteed. “Jij moet maar eens met mij meegaan” zegde hij dan en wanneer we dan een tijdje aan het rondgaan waren zegde hij … “we gaan toch nog iets drinken hé?” Carlos Vanhecke genoot, niet alleen van het drankje, maar hij was zeker zo graag onder de mensen en genoot van de verhalen die dan loskwamen.
 
Op zaterdag 8 december werd in de Antwerpse Sint Pauluskerk een dienst gehouden voor Carlos Vanhecke. Een stampvolle kerk bewijs maar eens hoe populair de man wel was. Hij werd afgeschilderd als een noest werker en een streng maar rechtvaardig werkgever. Moge de enorme aanwezigheid op de uitvaartdienst een troost wezen voor de familie. Vzw Grafzerkje wenst zich aan te sluiten bij de talrijke blijken van deelneming. 
Op zaterdag 15 december werd Carlos Vanhecke in het bijzijn van zijn naaste familie naar zijn laatste rustplaats op de begraafplaats Schoonselhof geleid. Hij kreeg die op perk H in de grafconcessie Nicolopulo. Hoe dit kon is toch een staaltje van wat mogelijk is indien er samengewerkt wordt en met de vigerende reglementering met de nodige soepelheid hanteert.
Woensdag 28 november werd ik gebeld door Dirk Vanhecke, een van de zonen van Carlos, die verklaarde dat Carlos in een oud graf wenste begraven te worden. Hij had ooit van mij een lijst gekregen. Ik toog met die lijst naar de administratie. Momenteel is er een overgangsfase omdat er na de bescherming van Schoonselhof nog geen reglementering en tarieven beschikbaar zijn voor wat hergebruik betreft. Daar was men zo vriendelijk om de hele lijst uit te vlooien op zoek naar grafmonumenten die in aanmerking zouden kunnen komen (geen nabestaanden, termijn verlopen). De mensen van de administratie voegden er nog enkele monumenten aan toe die zij zelf al als “mogelijks over te nemen” hadden genoteerd. Zaterdag 1 december toog ik met twee zonen van Carlos naar Schoonselhof. De opgegeven monumenten konden hen niet bekoren. Ik ging met hen op stap en duidde nog enkele grafmonumenten aan. Tot hun oog viel op de kapel Nicolopulo.  Dat zou wel eens iets voor Carlos kunnen zijn meenden zij. Gelukkig was de huidige eigenaar (ik) erbij en ik zegde dat ik ging informeren wat kon en wat niet kon. Maandagmorgen 3 december toog ik naar de administratie en ’s middags was alles in kannen en kruiken dankzij de goodwill, in de eerste plaats, van Suzy van de administratie én met de zegen van het afdelingshoofd Hendrik De Bouvre: de papieren “kosteloze terugname” werden door mij ondertekend. Enkele dagen later werd de concessie overgenomen door de zoon van Carlos Vanhecke.
Er werd een aanbetaling gedaan voor de volledige grafkelder, 9 cellen. Ik mocht zelf bemiddelen bij de firma Buytaert, specialist inzake ruimen van grafkelders. Ook deze mensen toonden zich van hun beste kant en woensdag werd de volledige grafkelder reeds geruimd. Het was een enorme klus daar de lichamen niet alleen achter betonnen platen lagen maar ook nog achter een gemetseld muurtje. En ik kan u verzekeren dat men er in 1924, datum van de eerste bijzetting, iets van kende. Het ruimen ging ook gepaard met het verwijderen van tonnen zand. Nadien kwamen de nabestaanden van Carlos Vanhecke een kijkje nemen. Alhoewel de mensen van Buytaert prima werk hadden afgeleverd was het geen gezicht: aan drie zijden van de open kuil lagen bergen zand. Normaliter dient eerst onderaan begraven te worden maar de familie besloot om enkel Carlos en, liefst zo laat mogelijk, diens echtgenote hier ter aarde te bestellen. Ik stelde voor, na samenspraak met Hendrik De Bouvre, om enkel de bovenste cellen te bezigen zodat twee derden van de grafkuil gevuld kon worden. Daar het even ging duren voor de eigenlijke teraardebestelling was dit een veiliger toestand: slechts één cel werd opengelaten zodat het merendeel van het zand teruggeplaatst kon worden. De firma Verstraete – Vanhecke zorgde ervoor dat de kuil op een veilige wijze afgesloten werd.
Dit was toch weer een staaltje waaruit blijkt dat de wil bij de mensen van de administratie van de begraafplaats Schoonselhof zeker aanwezig is om te helpen waar nodig en dat de reglementen met de nodige soepelheid gehanteerd kunnen worden. Niets dan tevreden mensen: de nabestaanden Vanhecke omdat aan al hun wensen voldaan werd, de mensen van de begraafplaats omdat ze dit konden verwezenlijken en ook omdat ze de zekerheid hebben dat de nabestaanden zorg voor de kapel gaan dragen. Men spreekt reeds over glas in loodramen én een nieuwe bronzen deur. En niet in het minst onze vzw Grafzerkje omdat ze, eens te meer, een bijdrage heeft kunnen leveren door te bemiddelen tussen een aantal partijen door ervoor te zorgen dat een schitterende grafconcessie een meerwaarde gaat krijgen. Natuurlijk streelt dit mijn ego te meer daar ik van het afdelingshoofd een mail ontving “goede bemiddeling tussen deze familie en onze diensten! Ik waardeer dat in jou” en van de familie Vanhecke een bedankmailtje ontving. Dus weer een knoopje minder dat nog dicht kan.
 
Jacques Buermans

Toekomst begraafplaats Tessenderlo verzekerd VVV Tessenderlo doet lovenswaardige poging om begraafplaats te redden


In december 2007 kreeg onze vzw Grafzerkje een vraag van de vvv Tessenderlo vzw omdat ze bekommerd waren over de toestand van enkele 19de eeuwse grafmonumenten en het verzoek aan “specialisten” om eens te komen kijken en te oordelen.
 
Naast het feit dat dit verzoek onze ijdelheid streelde moeten we toch constateren dat onze vzw Grafzerkje meer en meer betrokken wordt wanneer het gaat over het adviseren. Hier blijkt toch ook maar eens dat onze vzw Grafzerkje op goede weg is en meer en meer als een evenwaardige gesprekspartner wordt aanzien wat we alleen maar kunnen toejuichen. Ook kunnen we appreciëren dat meer en meer gemeentes beseffen dat ook het funeraire erfgoed zijn plaats opeist.
 
Op 17 januari trokken ondergetekende, Edgard Nelissen (tweede van rechts), vertegenwoordiger provincie Limburg bij vzw Grafzerkje en Christiaan Ketele (midden), technisch  adviseur bij vzw Grafzerkje naar Tessenderlo waar we opgewacht werden door de heer François Van Gehuchten, van de vvv Tessenderlo vzw (niet op de foto). De heren Jos Michiels (met hoed), voorzitter vvv Tessenderlo vzw, en Ludo Bosman (uiterst links), ambtenaar voor begraafplaatsen en burgerlijke stand van Tessenderlo vergezelden ons op onze tocht.
De toestand waarin de begraafplaats zich bevindt was op het eerste zicht positief te noemen. Deze dodenakker geeft in zijn geheel een onderhouden indruk en schept, naar de toekomst toe, een aantal mogelijkheden. Het ophogen met zand van de gehele ondergrond van het oudste gedeelte zou een enorme verbetering kunnen zijn. Door de jaren heen is enorm veel zand weggespoeld of verdween het zand met gevolg dat de basis van een groot aantal grafmonumenten geheel bloot ligt wat verwaarlozing sterk in de hand werkt. Christiaan zag onmiddellijk al verder en stelde dat, naast het ophogen, een combinatie van zand met Terracottum ideaal zou kunnen zijn. Dit product slorpt water op bij vochtig weer en ontleent zijn vocht bij droogte.
 
Wat de restauratie van de grafmonumenten betreft was onze algemene indruk dat er met een minimum aan kost een maximaal resultaat bereikt kan worden. Zonder in detail te treden denken we hierbij aan het tewerkstellen van een aantal gemotiveerde, oudere, langdurig werklozen. Wat we hier belangrijk vinden is dat de kandidaten echt gemotiveerd moeten zijn en een meerwaarde zou kunnen zijn dat ze over kennis beschikken als bijvoorbeeld metser of smid. Eens een “ploeg” samengesteld kan die aan het werk. Bij de aanzet van het werk wil de vzw Grafzerkje deze mensen wel op weg helpen om een optimaal resultaat te bereiken.
 
Meer dan graven alleen: Een begraafplaats is ook meer dan een plaats waar doden begraven worden. Ook op dit gebied zijn er hier enorme mogelijkheden. Zo kan een bomenrij naar de kalvarie toe wonderen doen en kunnen de muren gedeeltelijk aan het zicht onttrokken worden door het planten van bomen. Indien dan nog eens, na het ophogen van de ondergrond, gewerkt wordt met een bodembeplanting en het planten van struiken schept dit voor de bezoekers aan de begraafplaats een veel intiemere sfeer én nodigt dit ook uit tot wandelen en uitrusten op de dodenakker. Natuurlijk zouden dan een aantal rustbanken voorzien dienen te worden.
 
Het voordeel dat deze begraafplaats biedt is ook dan in fases gewerkt kan worden. Men kan perk per perk aanpakken, de burger op de hoogte houden van de werken en de toekomstige werken en de burger, zeker de burger die een nog lopende concessie op de begraafplaats heeft, uitnodigen om zijn monument te herstellen en hem daarbij met raad en daad bij te staan.
Eens dit alles achter de rug kan eens gedacht worden aan het opmaken van een brochure om de begraafplaats te promoten via een rondgang. Niet alleen de belangrijke personen die hier hun laatste rustplaats kregen moeten aan bod komen, ook dient er gewezen te worden op een aantal interessante, prachtige, grafmonumenten die deze dodenakker rijk is. Denken we aan de prachtige gietijzeren kruisen, aan de grafmonumenten in “keukenvloermodel” en een prachtig betonnen grafstede. Daarnaast moet de bezoeker gewezen worden op de bomen en bloemen die dan de begraafplaats zullen opfleuren.
Tijdens het onderhoud met de mensen van vvv Tessenderlo vzw bleek ook dat in depot zich een aantal gietijzeren kruisen bevinden afkomstig van een gesloten begraafplaats. Een in overweging nemende mogelijkheid is het oprichten van een lapidarium op de begraafplaats Dit is een gedeelte waar grafmonumenten, ornamenten en dies meer een plaatsje krijgen zo dat de bezoeker ze kan bewonderen. Een woordje informatie brengt hier dan ook weer een meerwaarde.
 
Wat kan de vzw Grafzerkje bijdragen aan de vvv Tessenderlo vzw? Een eerste aanzet werd al gegeven met het plaatsbezoek en het opmaken van een verslag. In een latere fase zijn we bereid, indien nodig, om ons gezamenlijk standpunt te komen verdedigen en uiteen te zetten aan personen van de gemeente. De vzw Grafzerkje verbindt er zich toe om zich achter dit lovenswaardig initiatief te scharen en wil, concreet, ook een helpende hand toesteken bij de start van het uiteindelijke project.
 
Langs deze weg wenst vzw Grafzerkje de vvv Tessenderlo vzw te danken dat ze bij ons te raden ging om hen te adviseren en wenst de vvv Tessenderlo vzw alle succes toe om dit lovenswaardig initiatief tot een goed eind te brengen.
 
Jacques Buermans


 
* Voor alle informatie slechts één adres:
 
Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
telefoon + antwoordapparaat: 03/829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)
GSM: 0494/47 37 46.
E-mail: [email protected]
www.grafzerkje.be