Nieuwsbrief Nr. 38 - november 2007

Anneke Haasnoot “Hang naar humus, niet meer botten”, nieuw gedicht


Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief.
 
HANG NAAR HUMUS
NIET MEER BOTTEN


De bladeren klappen in hun handen
Om hem die is bedekt met mos
Die heeft geleefd in park en bos
Die sliep in steden en op stranden

Zijn bast gekerfd, zijn ziel gerijpt
Is hij nu toe aan kettingzagen
Aan overpeinzing en vertragen
Zij, zoveel jonger nog, begrijpt

Hem bijna, maar haar elfenbanken
Sieren teveel nog buitenkant
Toch noemt hij haar 'n zielsverwant

Want zij vertaalde al zijn klanken
Men snoeide beider binnenkant
Al was hij eerder aangeplant

Maar tussen takoksel en kruin
Vraatwonden, iepspintkevers, puin


Anneke Haasnoot

Oorlogsbegraafplaats Lommel onder een druilerige regen Marc Van Bouwelen maakte een verslag


Marc Van Bouwelen kroop in zijn pen en maakte volgend verslag:
 
Op 29 september bezochten we de militaire begraafplaats van Lommel.
Waarschijnlijk één van de weinige die een educatief centrum en een jeugdhuis heeft ; dat wil aan jongeren de gevolgen van de oorlog tonen. In 1953 ging hier het eerste internationale jeugdkamp door. Duitse en andere jongeren onderhielden de graven maar legden ook contact met de plaatselijke bevolking om verstandhouding op te bouwen tussen de nationaliteiten. Dit onder het motto ‘verzoening over de graven heen’.
Dat werd ook het motto van de Volksbund Deutscher Kriegsgräbenfürsorge dat de begraafplaats beheert. Het is een private organisatie van burgers die na W.O. I de graven van de gesneuvelden wilden onderhouden. Inmiddels heeft ze akkoorden met de Duitse staat die 10 % van de inkomsten subsidieert. De overige komen uit eigen werving maar dalen nu de generatie van W.O. II vermindert. Tijdens W.O. II werd de organisatie even overgenomen door de staat, sindsdien is ze weer in privéhanden.

De bond werkt nu in meer dan 100 landen van de wereld en is na 60 jaar nog steeds bezig met zoeken, identificeren en begraven van de doden. Sinds het openstellen van de grenzen is hij vrij actief in Oost-Europa (tweemaal zoveel Duitsers sneuvelden aan het Oostfront dan in het Westen). Het is nodig de doden snel op te graven, zoniet verdwijnt veel materiaal voor identificatie als souvenir uit de graven.
 
De thematiek blijft actueel, nog steeds vragen familieleden naar namen, of ze vinden bij een toeristisch bezoek toevallig graven waarnaar men lang gezocht heeft bij overheid, Rode Kruis,... Zoeken is nu on-line mogelijk via de website van de VDK.
 
Lommel is de grootste begraafplaats van W.O. II buiten Duitsland, althans in aantal overledenen: 39.107 doden. (Ijsselstein in Nederland is groter in oppervlakte maar er rusten minder gesneuvelden). Het is een verzamelbegraafplaats waar de doden van overal bij elkaar gebracht worden, het gaat niet om soldaten die ter plaatse zijn gesneuveld. Ze zijn individueel begraven, er is geen massagraf. Per 2 graven werd 1 kruisje geplaatst.
De gemiddelde leeftijd van de doden is 26 jaar, wat te verklaren is door de inzet van veel kinderen tegen het einde van de oorlog. De leeftijd varieert van 14 tot 80 jaar, de graden van soldaat tot generaal-majoor. Er rusten ook 63 vrouwen, vooral DRK-Schwester of civiel personeel bij het leger.
 
Het terrein werd na W.O. II gekozen door de Amerikanen : het was groot en vrij. Er lagen al enkele Duitse soldaten uit W.O. I begraven. Het blijft Belgisch grondgebied maar is voor 99 jaar ter beschikking gesteld. De eerste begravingen gebeurden door Duitse krijgsgevangenen onder Brits/Amerikaans toezicht.
 
In 1953 begon de eigenlijke aanleg van het terrein. De 16 hectare werden ingezaaid en beplant met bomen. Men behield de lokale heide maar omgaf het terrein met een gracht tegen het wegwaaien van de beplanting. Het werd ingedeeld in blokken van 600 graven, telkens genummerd. Hier en daar zijn er nog lege plaatsen (de reden is onbekend). Ze worden gebruikt voor (her)begraving van nu nog gevonden Duitse gesneuvelden. Die worden zoals alle andere opgenomen in de uitgebreide registers.
De twee vaste onderhoudsmensen krijgen hulp van de jongeren die de vredeskampen meemaken, en af en toe van een werkploeg van het Duitse leger.
 
Het bezoek aan de begraafplaats zelf begon met het herdenkingsmonument en de onderliggende crypte. Hierin ligt geen gesneuvelde begraven, maar ze dient als bezinningsruimte en voor herdenkingsplechtigheden. Typerend zijn de gouden accenten in de tegels die bij invallend zonlicht een heldere toets geven die de somberheid doorbreekt (en die overigens op vele Duitse begraafplaatsen terug te vinden zijn).
Tussen de graven gaf de gids toelichting over het lot van verschillende gesneuvelde soldaten. Het centrum zocht de geschiedenis van een aantal soldaten op en maakte hiervan een documentatie die o.a. gebruikt wordt bij bezoek van scholen. Dat helpt jongeren te beseffen dat de gesneuvelden mensen waren met vergelijkbare levens, zorgen en dromen, tot de oorlog er een eind aan maakte.
  
Het interessante bezoek eindigde bij het Gingko-boom(pje) dat 50 jaar na het einde van W.O. II geplant werd door Duitse en Belgische schoolkinderen in het kader van een internationale actie voor herinnering en verstandhouding.
Marc Van Bouwelen

Funeralia in het Mexico van midden 19e eeuw Willem Houbrechts ging er iets dieper op in


Willem Houbrechts heeft het over funeralia in het Mexico van midden 19e eeuw:
 
‘Que bonito es el mundo,
Lastima es que yo me muera.’

‘Hoe mooi is de wereld,
hoe spijtig is het dat ik moet sterven.’

Refrein van een lied, gezongen tijdens funeraire processies en begrafenissen in de streek van Uxmal in Yucatan (Mexico). Het wordt gerapporteerd door John L. Stephens, een Amerikaans diplomaat, reiziger, avonturier en ‘archeoloog’ die in 1839 en 1841 reizen ondernam doorheen het Maya-gebied, een beschaving en ruïnes die toen nog grotendeels onbekend waren. Stephens ontdekte heel wat nu overbekende Maya-sites, en hij ‘kocht’ die van Copan in Guatemala zelfs voor 50 $, met het idee om later de mooiste monumenten van de site in handelbare blokken te snijden en naar Amerika te verschepen! In zijn boek ‘Incidents of travel in Yucatan, vol. I’ geeft hij een aantal funeraire inscripties (tot op schedels toe !) in een ‘knokenhuis’ ergens in Yucatan. Misschien iets voor een volgende keer.

Stephens zelf stierf jong (amper 47), ten gevolge van ziektes opgedaan tijdens zijn reizen.
 
Willem Houbrechts

Grafschrift Geert Janssens ontdekte een grafschrift


Ons lid Geert Janssens ontdekte tijdens zijn opzoekwerk aangaande de begraafplaats van Silsburg volgend gedichtje van de hand van dienstdoend Borgerhouts burgemeester Willem Van Rijswijck (1845-1893), zoon van Theodoor Van Rijswijck:
 
“Op den grafsteen van....”
 
Hier sluimert mijn gade
Onder des kruises schijn
En zal ook vroeg of spade
mijn laatste rustplaats zijn

Tante Kato ging op reis en zag het graf van Ayatollah Khomeini


Ruhollah ibn Mustafa Musavi Khomeini * 1902-1989 * Teheran, Iran

Toen begin 1979 én de daarop volgende jaren Ayatollah Khomeini dagelijks in het nieuws kwam heb ik nooit sympathie gevoeld voor de man. Toch beschouwden velen hem als een zeer charismatische figuur en toen we enkele jaren geleden in Iran waren en zijn foto in het straatbeeld zagen, hoorde ik een medereizigster zeggen dat hij toch sterk op Sean Connery leek. Niet de jonge versie van James Bond, maar die van nu. “Leg de foto’s van beide naast mekaar. Je zal wel zien.” Ik heb het nog steeds niet gedaan maar per straathoek vond ik de glimlach van Khomeini minzamer en mooier. We beslisten naar zijn mausoleum te rijden en haalden zijn geschiedenis terug voor de geest.

Ruhollah ibn Mustafa Musavi Khomeini werd in 1902 geboren in het kleine dorpje Khomein bij Isfahan. Khomeini’s grootvader dreef handel met India en daarom werd de familie soms Hindi genoemd, wat aanleiding gaf tot het gerucht dat Khomeini deels van Indische origine was. Zijn vader was functionaris in het Britse imperium en Khomeini studeerde in de voor de sjiieten heilige stad Qom. Later onderwees hij er zelf filosofie en rechtsgeleerdheid. Van zijn privéleven is geweten dat hij in 1927 trouwde en 8 kinderen kreeg. In 1944 publiceerde hij een aanklacht tegen de monarchie. Het land was sinds 1925 in handen van de Pahlavi-dynastie en Khomeini begon steeds meer kritiek uit te oefenen op sjah Muhammad Reza (°1919 †1980; r. 1941-1979), diens westerse hervormingen en de Amerikaanse inmenging. In 1963 werd Khomeini gearresteerd en ter dood veroordeeld. De machtige geestelijken riepen hem onmiddellijk uit tot groot-ayatollah en dat redde zijn leven. Verbanning werd zijn straf. Eerst verbleef hij een jaar in Turkije en van 1965 tot 1978 leefde hij in Najaf, Irak. Hij bleef er politiek actief met lezingen en bandopnames die naar Iran gesmokkeld werden. In het begin werd hij volop gesteund door Irak want zij waren samen tegen het regime van de sjah. Nadat beide landen in 1975 een verdrag sloten kon Khomeini niet langer rekenen op Iraakse steun. Die jaren ging de Savak, de geheime politie van de sjah, drastisch te keer en de situatie in Iran werd uiterst kritiek. Het volk eiste de terugkeer van Khomeini. In plaats daarvan werd hij naar Frankrijk verbannen. In de chique Parijse voorstad Neauphle-le-Château nam hij nog meer cassettebandjes op en kon hij op een grote mediabelangstelling rekenen.

Na de val van de sjah begin 1979 verliet Khomeini Frankrijk en keerde hij terug naar Iran, waar 2 miljoen Iraniërs hem verwelkomden. Qom werd opnieuw zijn hoofdkwartier en hij werd de hoogste geestelijke leider van de Islamitische Republiek Iran. Khomeini kreeg de titel imam waarmee hij met kop en schouders boven alle ayatollahs en groot-ayatollahs uitstak. Het volgende wat we ons allemaal herinneren is de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran op 4 november 1979. Gedurende 444 dagen werden 52 Amerikaanse diplomaten gegijzeld. Wij logeerden in een hotel vlak bij die ex-Amerikaanse ambassade en vanop het dak kon je de tuin en de ommuring zien. Hoeveel perslui hebben hier ooit op het dak gestaan -of beter : mogen staan- om de situatie te aanschouwen en verslag uit te brengen ? Alsof dat nog niet genoeg wereldnieuws was : op 22 september 1980 ging de Iran-Irak-oorlog van start. Die duurde tot 1988 en kende winnaar noch verliezer. Men telde in totaal zo’n 1,5 miljoen slachtoffers. Nog een herinnering ophalen : het fatwa tegen de Brits-Indische schrijver Salman Rushdie wegens diens Satansverzen (1988).

Imam Khomeini overleed in 1989. Men zegt dat dit de grootste begrafenis ter wereld was. Miljoenen rouwenden verdrongen zich om een stukje van de lijkwade van de “heilige” te bemachtigen. Een helikopter was nodig om de massa uiteen te drijven.
 
Rond Khomeini’s tombe in het arme zuiden van Teheran bouwde men eerst een mausoleum en een hele rist gebouwen werden en worden er nog steeds aan toegevoegd. Wij mochten het mausoleum vrij bezoeken, de aparte ingang voor mannen en vrouwen repecterend. Eens de schoenen uit en de controle gepasseerd konden we ons terug verenigen. Wij vrouwen droegen allemaal een vormloze lange jurk en hoofddoek. Een medereizigster dacht dat haar lange zwarte rok mét split deftig genoeg was. Na enkele strenge blikken heeft zij snel een aantal veiligheidsspelden boven gehaald. Voor de rest liepen we vrij rond en fotografeerden we wat we wilden. In de enorme betonnen hal staat een klein eenvoudig schrijn. Bezoekers stoppen geldbiljetten tussen de gril, zodat de in groen gehulde tombe (018) soms op een tapijt van geldbiljetten rust.
Boven het schrijn hangt een grote kroonluchter en de koepel bestaat uit glasramen met tulpmotieven, het symbool van de Iraanse revolutie en het martelaarschap. Je voelt dat Khomeini de voorkeur gaf aan een verzamelplaats voor groot en klein, voor oud en jong en dat hij geen heil zag in een luxe-mausoleum. Nu zijn er rond het mausoleum al enkele snackbars en winkeltjes, maar er komt een universiteit, een metro én een luchthaven. Als dit ooit afgeraakt, dan wordt het het grootste gebouwencomplex aan deze kant van de aardbol. Wie dit mausoleum wil bezoeken moet 4 juni, Khomeini’s sterfdatum, vermijden. Die dag is er namelijk geen doorkomen aan. Een massa mensen komt Khomeini dan groeten en betreuren.

Vlakbij Khomeini’s mausoleum bevindt zich de grootste begraafplaats van het land. In een schaduwrijk park vindt men de graven van de martelaren die omkwamen in de revolutie en herdenkingsmonumenten voor oa de 400 Iraanse pelgrims die in 1987 de dood vonden tijdens rellen in Mekka waarbij het Saoudi-Arabische leger het vuur opende. Maar het grootste gedeelte wordt ingenomen door de slachtoffers van de Iran-Irak-oorlog. Hier liggen zo’n 200.000 martelaren, de hoogste status voor een soldaat. De graven zijn een bric-a-brac, een volkse kitch. Elk graf lijkt in elkaar geflanst met beperkte middelen. De familie versiert de graven met wimpeltjes, foto’s van de gevallene en van Khomeini.
Verder zijn er blikken en glazen kastjes, lichtjes, kunststofbloemen, speeltjes, noem maar op. Het verdriet om het verlies van een moedige strijder wordt geuit met openbare jammerklachten en gezamenlijke treurnis. Rouwen doe je open en bloot, niet verstopt en uit het zicht van de anderen. Men laat zien dat men zijn geliefde mist en men troost elkaar. Zelfs wij, vreemde bezoekers, toeristen, pottenkijkers werden door de treurenden getrakteerd op snoepjes en watermeloen. De gastvrijheid van de Iraniërs is mateloos.
 
Tante Kato

Allerzielen zoals elk jaar staat ons lid Louis Van Dijck stil bij Allerzielen


Zoals elk jaar staat ons lid Louis Van Dijck stil bij allerzielen:
 
Over dood en begrafenis kletsen als nergens het einde op de loer ligt, het kan in alle luchtigheid. Wie moet verwittigd worden als mij iets overkomt? Familie en kennissen, maar vooral dient O. L. Heer aangesproken met veel aanbeveling. Voor dit laatste reken ik op de vrienden.
 
Elk echtpaar weet zich op weg naar het weduwschap, want het laatste stukje moet één van beiden alleen gaan. Onlangs sprak een weduwe bij het graf van haar pas overleden echtgenoot: “Kamiel, als je bent waar ik denk dat je niet bent, bid dan voor mij; maar als je bent waar ik denk dat je bent, is het beter mij niet te vernoemen.”
 
Op de foto zie je het kerkhof van de Paters Trappisten.
Ze liggen daar vredig in de schaduw van klooster en boom. Tijdens hun leven zweefden zij misschien reeds tussen hemel en aarde. “Ik zou in die hoofden willen kijken. Waar waren ze mee bezig? Welk kruis droegen zij? Ik zou alles willen weten over hun gemiste kansen, hun opgeborgen dromen, hun diepe verlangens, hun valse hoop, hun intens geluk, hun woede, hun stiekeme wensen. Duw daar een kloostermuseum mee vol en ik neem een abonnement!!!” schreef Maria Rosseels.
 
Volgens de Orde – Regel heeft alleen God recht op hun liefde, alhoewel het verlangen naar menselijke genegenheid niet sterft bij het aantrekken van het kloosterhabijt.
 
Ik vernam van een kloosterzuster hoe zij perioden kende waarin zij door inktzwarte tunnels van eenzaamheid liep, terwijl God vér weg was.
 
Voor Paters zal dit wel niet anders zijn.
 
Ik zeg aan ieder die dit leest :

Leef het leven, door te leven
Geniet ervan, elke dag.
 
Louis Van Dijck. Allerzielen 2007

Massale belangstelling voor voordrachtdag prachtig voorbeeld van samenwerking tussen vzw Grafzerkje en de stad Antwerpen


Het idee van onze vzw Grafzerkje om eens een dag te organiseren rond restauratie en inventarisatie van grafmonumenten kende een gigantische bijval. Dit is zeker te wijten aan het feit dat de heer Hendrik De Bouvre, afdelingschef Groen en Begraafplaatsen bij het bedrijf  Stads- en Buurtonderhoud van de stad Antwerpen, er mee zijn schouders onder zette. Niet alleen bezorgde hij ons met Digipolis een prima locatie waar alle mogelijke apparatuur aanwezig was om de voordrachtgevers bij te staan maar ook zorgde hij ervoor dat de stad Antwerpen de vergoeding voor deze sprekerds op zich nam. Langs deze weg wil ik dan ook Hendrik De Bouvre hartelijk danken voor deze erg gewaardeerde geste.
 
De sprekers waren niet de eersten de beste. Er moet mij toch van het hart dat het toch godgeklaagd is dat mensen uit Nederland wild enthousiast zijn over een initiatief als dit en dat de mogelijke “specialisten” uit Vlaanderen Oost Indisch doof blijven wanneer ze verzocht worden om aan zulk een project mee te werken. Meer nog, er kwam ons ter ore dat vanuit bepaalde universiteiten afgeraden werd om de voordracht bij te wonen. Maar ons niet gelaten we waren meer dan tevreden met onze beide Noorderburen die, het moet ook nog eens gezegd worden, hun uiteenzetting illustreerden met voorbeelden uit Vlaanderen waarvoor ze nog eens extra tijd dienden te spenderen om hun voordracht te illustreren met “lokale” voorbeelden.
 
Ik viel bijna achterover toen ik merkte dat er niet minder dan 70 personen deze voordrachten bijwoonden. Ik zag niet alleen leden van onze vzw Grafzerkje, maar ook leden van lokale heemkundige kringen. Verder waren de mensen van de Antwerpse begraafplaatsen in ruime getale aanwezig en ook de mensen van de stad Antwerpen voelden zich niet te beroerd om eens te komen luisteren. Het kabinet van schepen Lauwers was eveneens vertegenwoordigd waarmee ze toch het signaal geven achter zulke initiatieven te staan. Persoonlijk was ik eveneens gecharmeerd dat er een afvaardiging vanuit Brugge aanwezig was, Brugge op gebied van inventarisatie en restauratie toch een van de meest voorbeeldige leerlingen van de klas.
 
Iets na negen uur opende mevrouw Carolien Van der Star, docente conservatie/restauratie aan het Hoger Instituut voor Architectuurwetenschappen Henry van de Velde te Antwerpen, de dag met een voordracht over “Natuursteen”. Dat haar betoog een schot in de roos was bleek ook uit een aantal vragen die vanuit het publiek werden gesteld. Wat mij hier eveneens plezierde is dat de “mannen van de begraafplaats” gerichte vragen stelden waaruit bleek dat ze toch enorm begaan zijn met hun werk. Tof zo mannen.
 
Na de pauze was het de beurt aan de heer Leon Bok, funerair deskundige, met zijn voordracht “Inventarisatie Grafmonumenten”. Hier ook weer een meer dan aandachtig gehoor. En ook weer een aantal vragen uit het publiek die er op wezen dat iedereen toch begaan was met de materie. Belangrijk om onthouden is dat Leon klaar en duidelijk stelde dat je dient te weten waarvoor je wel inventariseren om te vermijden dat een heleboel nutteloos werk gedaan wordt. Ook wees de heer Bok op de mogelijkheden die de moderne techniek (lap top en digitale camera) bieden.
 
Met een heleboel extra kennis, zeker voor wat mij betreft, werd de voormiddag afgesloten. Ik wil hierbij nogmaals mijn dank uitdrukken aan mevrouw Carolien Van der Star en aan de heer Leon Bok niet alleen voor hun deskundigheid maar ook voor het enthousiasme dat ze tentoonspreidden.
 
14 uur: hoofdingang Schoonselhof. Voor de tweede keer op één dag tijd viel ik achterover, het wordt blijkbaar een gewoonte? Zeker 50 geïnteresseerden daagden op om eens te horen wat de “specialisten” te vertellen hadden. Gelukkig waren én Carolien én Leon aanwezig zodat elk een groep op sleeptouw nam voor een impressie langs een aantal grafmonumenten, waaronder een aantal dat door leden van de vzw Grafzerkje gerestaureerd werden. Wie gedacht had dat Carolien en Leon er zo maar een tochtje langs een aantal grafmonumenten gingen van maken kwam bedrogen uit. Elk monument werd aan hun kritische blikken onderworpen en vaak kregen we te horen, sommigen hoorden dit misschien liever niet, dat er veel te kwistig met Javel werd omgesprongen en dat de hogedruk net iets te omstuimig gebezigd werd. Maar wanneer men specialisten uitnodigt moet men ook met kritiek omkunnen. Leon Bok bood zijn kennis en expertise aan en ik nodigde hem dan ook uit om samen eens te kijken hoe we het tweede “eilandje” kunnen aanpakken, lessen trekkend uit de fouten van het verleden. Iedereen, ook de beide “kenners” beseft dat alles wat gedaan werd door onze leden met de beste bedoelingen gedaan werd maar leren kunnen we allemaal nog.
 
Jacques Buermans
We stapten respectievelijk langs de grafmonumenten van Hermans – Krynn Dupmeier, Van Rysselberghe, Hermanus Pierre, Adolf Dumont, Löwenthal, Jozef Lies, Alexis Van Mechelen en Pierre Bruno Bourla.