Nieuwsbrief Nr. 34 - maart 2007

Een onvergetelijke nieuwjaarsbijeenkomst te Brugge Welgevuld programma en geslaagde nieuwjaarsreceptie


Zaterdag 20 januari verzamelden 28 leden van de vzw Grafzerkje, een van hen onderbrak zelfs haar verlof in Frankrijk en onze “bovenrivierse” penningmeester Piet Vernimmen kwam van het verre Den Haag, aan de ingang van de Brugse begraafplaats waar ze werden opgewacht door Geert Gruyaert en Kurt Götze, twee van onze leden maar ook gidsen te Brugge. Twee niet al te grote groepen togen op stap. Na een korte inleiding waaruit bleek dat hier 125 000 personen begraven liggen en de vaststelling dat in den beginne de Bruggelingen niet over deze begraafplaats te spreken waren omdat ze zich buiten de stad bevond bezochten we het lapidarium. Op deze plek worden alle grafzerken, foto’s, gietijzeren kruisen en ander funeraire symbolen voor het nageslacht bewaard nadat ze om een of andere reden van de begraafplaats werden verwijderd. Dit is een knap staaltje van hoe met funerair erfgoed om te gaan. We zagen dat de protestanten, voornamelijk Engelse renteniers, een aparte hoek kregen en dat er slechts één Duits monument overbleef. De militairen werden in Vladslo begraven. Dan was het tijd voor een warme drankje met koekje, welkom omdat de weergoden ons op dat moment niet al te gunstig gezind waren. We konden de beheerder feliciteren met zijn prachtig onderhouden dodenakker. Brugge is ook pionier in het herbestemmen van grafmonumenten. De beheerder vertelde dat men daar reeds 22 jaar mee bezig is en onze gids vulde aan dat alles op de computer staat. Een kandidaat die een grafmonument wil overnemen kan zelf raadplegen welke grafmonumenten beschikbaar zijn en nadat hij zijn keuze maakte mag hij zich, samen met de beheerder, ter plaatse begeven om de toestand van de concessie én de grafkelder met eigen ogen te aanschouwen. Van service gesproken. Momenteel zijn er volgens de beheerder meer dan 40 personen die van deze mogelijkheid een gebruik maakten.
Onze gids, ik zat ik de groep van Geert, vertelde wat over grafsymboliek. Heel interessant want hij vertelde dingen die ik nog niet wist: een leeuw op een grafmonument situeert de aarde, een arend de hemel en zo symboliseert men dat de overledene heerste over hemel en aarde. Ik kende de zeis al als symbool maar wist niet dat ze, naast symbool voor het wegmaaien van het leven, ook symbool stond voor het nieuwe leven dat daar op volgt. We kwamen langs het eenvoudige grafmonument voor Louis Delacenserie, architect van het centraal station van Antwerpen. L. Peel ligt onder een prachtig art deco grafmonument. Geert vertelde ook over de mossen zoals op het graf voor handelaar Antoine Wemaer: een kussen met doodshoofd. 
Hij toonde ook enkele voorbeelden van korstmossen en zegde ook dat “hondsleer” enkel te vinden is op de Brugse begraafplaats, een unicum dus. Geert zegde dat er hier meer dan 60 verschillende soorten mos aanwezig zijn, waarop “een slechte geest van Antwerpen” repliceerde met: en er is maar één soort javel nodig om ze te doen verdwijnen. 
We kwamen langs de laatste rustplaats voor Hendrik Pickery, beeldhouwer en diens zoon beeldhouwer Gustaaf Pickery. Op het graf voor Louis Beernaert een spreuk “onze liefde zal nooit vergaan”. Alle letters werden gebeiteld, behalve de “n” van “nooit” en beschilderd met een blauwe verf zodat “nooit” ooit “ooit” zal worden. Ferdinand D’Hauw, generaal-majoor, kreeg een monument zijn rang waardig. 
Voor het graf voor priester-dichter Guido Gezelle, ontworpen door baron Jean Baptiste Bethune, droeg Geert een van diens gedichten voor. Geneesheer Jacques Olivier Marié De Mersseman kreeg een monument met aangepaste symboliek eveneens ontworpen door baron Jean Baptiste Bethune.
 Op het oude gedeelte troffen we ook de “sispirale grafnaald” van en voor architect Johannes Pitiou aan. Via de militaire afdeling en een monument voor de slachtoffers van de Cavaleseramp met de kabelbaan konden we nog de laatste rustplaats voor minister Achille Van Acker bewonderen vooraleer te eindigen met Achiel Logghe, proost van het werkersverbond.

    
Daarna was het tijd voor een lichte maaltijd in het “Bargehuis”. Er kon toen al wat bijgepraat worden door de aanwezige leden van de vzw Grafzerkje.

Iets na twee startten 35 leden aan een wandeling “met de dood op de hielen”. Ik koos deze keer voor Kurt als gids. Aan het Zand vertelde die reeds, opgefleurd met de nodige illustraties, over de stadsgalg en het tentoon hangen van moordenaars aan de ingang van de stad. In de Lendestraat toonde hij het huis van Maaike Karrebroek, in 1634 verbrandt na een heksenproces. In Sint Salvator zagen we prachtige 14de eeuwse sarcofagen met fresco’s. In de nog natte pleisterlaag kruiste de schilder de belangrijkste omtreklijnen aan, bracht natuurlijke pigmenten aan en werkte af met zwarte omtreklijnen, zo vertelde Kurt ons.

Iets verder vertelde Kurt het verhaal van een vliegtuig dat in 1938 neerstortte tegen de kerk. Het bleek 12 bommen aan boord gehad te hebben die, gelukkig, niet ontploften. Elf werden er gevonden, de twaalfde bleef zoek. Twintig jaar later werd ze gevonden in de tuin van het bisschoppelijk paleis. Het Sint Janshospitaal, eertijds een militaire bedoening, bleek het oudste in West Europa te zijn. We zagen ook een Christus aan het kruis en onze gids wees op een aantal dingen die niet konden. De nagelen waren in handen en voeten geslagen wat technisch onmogelijk was omdat dan het lichaam zou afscheuren wegens het te grote gewicht en het feit dat de Romeinen de voeten van Christus op een voetsteuntje lieten rusten, kwestie van het lijden nog wat langer te laten duren. Het Sint Janshospitaal bleek ook de geboorteplaats van schrijver Hugo Claus te zijn. Ludovicus Baekelandt, leider van een roversbende, werd na zijn terdoodveroordeling in 1803 in het pestkerkhof alhier begraven. Aan de volgende kerk troffen we een aantal kruisen aan. Ze bleken niets met grafmonumenten te maken te hebben maar het waren kruisen van kerken en kapellen die hier geplaatst werden tijdens de 1e en de 2e wereldoorlog om de Duitsers geen mikpunten te geven. Vandaar ging onze groep naar de Grote Markt waar Kurt nog enkele illustraties boven haalde over de terechtstelling van Baekelandt. In de Meestraat 5 het huis waar dichter Jotie ’T Hooft zelfmoord pleegde door het innemen van een overdosis cocaïne. Op de muren schreef hij, in een roodbruine niet nader te identificeren vloeistof “Dag klein meid! Veel geluk” voor zijn ex-echtgenote Ingrid Weverbergh, dochter van de uitgever. Kurt stelde voor om dit jaar, Jotie overleed in oktober 1977, een bronzen plakkaat te maken om de dichter te herdenken. Als slot had Kurt nog een verrassing in petto: de crypte van Walburgis waar eertijds 85 Jezuïeten in nissen begraven werden en waar nu in een aantal van die nissen rijke dames rusten die in de parochie catechismus gaven. Eindigen deed Kurt met het verhaal van een jongeling met een lederen broek die op bezoek was in een huis waar twee jonge dochter dongen naar de gunsten van de jongeling. Op een zeker moment zagen ze de broek liggen en ze vochten er voor. Ze zagen tot hun ontzetting dat er achteraan de broek een opening was? Het bleek de broek van Satan te zijn met de opening diens staart. Enkele dames uit het gezelschap dachten dat de jongeling zijn broek gewoon achterste te voren had aangedaan. Foei, foei toch dames. 

In het Bargehuis vond dat een korte algemene vergadering plaats waarop ikzelf een kleine “nieuwjaarsbrief” voorlas. Secetaris Willem Houbrechts bevestigde het bestuur van de vzw Grafzerkje en stelde de projecten voor 2007 voor. An Hernalsteen lichtte haar project op de Gentse Westerbegraafplaats toe en gaf ook uitleg bij de rondleidingen voor 2007. Nadat Edgard bevestigd had “dat de financiële toestand van de vzw Grafzerkje meer dan positief was” werden er enkele glazen gedronken en werden de belegde broodjes genuttigd. Er werd nog duchtig nagekaart en de nodige plannen werden ontvouwd om verder op de ingeslagen weg voort te gaan. Iets na 19.30 uur deed de laatste het licht uit constaterende dat eenieder moe maar voldaan huiswaarts was.

 

Jacques Buermans

Anneke Haasnoot “Alleen door ‘t woord”, nieuw gedicht


Anneke Haasnoot zorgt steeds voor de poëtische noot in onze Nieuwsbrief.
 
ALLEEN DOOR T' WOORD

Alleen door je te noemen ben je weer
Alleen door 't woord word je geopenbaard
Verlaat je tijdelijk je Huis en Haard
Voor mij en mijn fossiel geworden zeer

Je wijst me op wat ik in wezen ben
Een wezen dat bestaat uit louter licht
Een wezen dat zich meldt in het gedicht
Een wezen dat ik eindelijk herken

Het heeft mij lief met engelengeduld
Het is afkomstig van wat wij De Hof
Noemen in onze onbeholpen taal

Een weergave in nevelen gehuld
In vergelijking met de godentaal
Is 't aardse taalgebruik ontstellend grof

Je taal is voor ons mensen non-verbaal
Is trillend blad, bloem, wolk en nachtegaal
 
Anneke Haasnoot

Tante Kato ging op reis En ze zag het zag “la Tumba de Pakal”


K’inich Janaab’ Pakal * °603; regeerde 615-683 * Palenque, Mexico

Als je de grootste precolombiaanse grafkamer van Mexico wil zien dan moet je naar Palenque in Chiapas. Of beter : dan “moest je”, want de grafkamer is nu meestal gesloten.  Maar er is een reproductie op ware grootte te bewonderen in het immense antropologische museum van Mexico-stad. Wij hadden nog het geluk om Pakals echte graf te zien in 1994 en toen we onlangs terug in Palenque waren, bekroop mij de zin een stukje te schrijven over die voor ons Europeanen totaal onbekende heerser.

Palenque betekent in het Spaans “omheind terrein” en men begrijpt direct waarom: een broeierig, vochtig regenwoud omringt de majestueuze Maya-ruïnes. In 1746 toonden Maya-indianen de plaats aan een Spaanse priester en vanaf dan begon de bal te rollen : met drastische middelen (zeg maar in brand steken en zelfs met kanon wegschieten van de plantengroei waarbij waardevol stucwerk verloren ging) werd de jungle geruimd. Van onder het woekerend geweld kwamen piramides en tempels te voorschijn, die elk een fantasierijke naam kregen. Maar we houden het bij een trapeziumstructuur, in 9 lagen opgebouwd, die “’Templo de las Inscripciones” genoemd wordt.

Bovenop deze ca. 25 m hoge trappenpiramide staat een tempeltje met inscripties, die zorgde voor de naamgeving. In 1949 ontdekte men in dit  “heilige der heiligen” een toegang tot een trap die helemaal naar beneden liep, een unicum in de Maya-wereld. Het duurde drie jaar om de 66 treden te ontruimen. Moderne archeologie is minder drastisch, men gaat veel voorzichtiger te werk en dus duurt het gewoon langer, maar we spreken wel van 300 ton vulmateriaal dat geruimd moest worden. Toen ontdekte men een gewelf, 9 meter lang, 4 m breed en zo ’n 7 m hoog. Bij de ingang van de grafkamers lagen 5 menselijke skeletten, slachtoffers die hun heer moesten vergezellen naar het hiernamaals. Op de muren staan de 9 Heren van de Onderwereld afgebeeld. Nét onder de begane grond was de sarcofaag ingebouwd, die met een monoliet van 3,8 bij 2,2 m en 5 ton zwaar afgesloten werd. De hele sarcofaag weegt trouwens een goeie 15 ton! Op dàt deksel staat in reliëf Pakals vergoddelijking afgebeeld: zijn afdaling in de onderwereld en zijn wedergeboorte als maïsgod. De Maya’s  plaatsen de schepping van de wereld in -naar onze tijdrekening omgerekend- 3114 BC en de eerste mensen werden uit de maïsstengel geboren. Maïs is dan ook de bron van alle leven en de meest noodzakelijke voeding. In de sarcofaag werd het skelet van Pakal gevonden, het gelaat bedekt met een dodenmasker van jademozaïek en het lichaam versierd met hangers en ringen van de zuiverste jade; alles nu ook in Mexico-stad te bewonderen. Via een slangvormig ventilatiesysteem bleef Pakal verbonden met de levenden. 
Dàt moeten we onthouden!

Pakal begon in 675 zijn mausoleum te bouwen: eerst de crypte en later de piramide er omheen. De crypte is een knap staaltje stutwerk, wat ook nodig was om de druk van de steenmassa van de hele piramide te kunnen torsen. Taaie jongens, die Maya’s. Ze wisten van wanden! Pakals zoon en opvolger vervolledigde de bouw. Rond 740 kwam de dynastie in verval en gedurende 1000 jaar kreeg het tropische regenwoud vrij spel. De ontdekking van Pakals graf was in de eerste plaats belangrijk voor de geschiedenis van Palenque maar dankzij deze ontdekking kregen archeologen ook een beter inzicht in de betekenis van de Maya-piramiden in het algemeen. Het verging Pakals graf zoals met vele eeuwenoude afgesloten ruimtes, die plots geopend werden: vochtproblemen en zwetende toeristen berokkenden zoveel schade dat besloten werd de grafkamer nog heel beperkt te openen. Met onze excuses voor de door ons veroorzaakte verontreiniging zo’n 13 jaar geleden.

In 1994 werd vlak naast Pakals mausoleum een graf van een vrouw gevonden. Zijzelf en haar sarcofaag waren met rode verf bewerkt en daarom kreeg het de naam “Tumba de la Reina Roja”. Men wilde maar al te graag geloven dat de Rooie niemand minder was dan Pakals echtgenote of eventueel zijn moeder. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de dame in kwestie ongeveer 100 jaar vroeger leefde en helemaal geen familie was. Wég verhaaltje.

Er doen nog andere grapjes de ronde: als je de tekening van Pakals grafsteen een kwartslag draait, dan lijkt hij wel op een moto te zitten, die met de vlam in de pijp vooruit stormt.  Zo ontstaan fabeltjes over leven op andere planeten, over het hervonden Atlantis en nog veel meer fantasierijke toestanden. Maar ‘t is zo prachtig en vrolijk dat ik het wel even moest aanhalen. 
 

Als u bijgelovig bent, nog dit: volgens de Maya’s wordt de wereld vier maal gecreëerd en vier maal vernietigd. De eerstvolgende keer dat een cyclus eindigt is op 21/12/2012. Ik geloof  er niets van! Het stemt niet overeen met mijn zin voor orde en spelen met numerologie. Ofwel is het 20/12/2012 ofwel 21/12/2112. Die tweede mogelijkheid zullen wij niet meer kunnen checken! Maar die eerste datum schrijf ik alvast in mijn agenda.
 
Tante Kato

Père Lachaise – Schoonselhof een confrontatie Negende gedicht uit de dichtbundel van Rudy Witse, ofte Willem Houbrechts


De dichtbundel “Père Lachaise – Schoonselhof een confrontatie” van Rudy Witse, bij vzw Grafzerkje bekend onder de naam Willem Houbrechts, met foto’s van Michel Wuyts is recent verschenen. Hierna een negende gedicht.

 

de stille onbekende (perk Y)

 

tijd geen verdrijf.

niet iets wat moeiteloos, oppervlakkig

verplaatst kan worden. wat je met een klein,

voorzichtig duwtje ouderwets knus comfortabel verzetten

kan: zo gaat-ie wel goed.

 

nee.

 

tijd is ernstig. is geschiedenis.

is oude steen, vermolmd hout,

vervuilde verf, vergruist cement,

de weeë geur van door iedereen

vergeten, net niet tot stof vergane

boeken die je opnieuw ontdekt. tijd is

een doodgezwegen wapen. tijd is

wreed, van gisteren hedendaags.

 

zijn wij alle dagen

wel voldoende thuis?

 

Rudy Witse

 

Wie de dichtbundel, niet verkrijgbaar in de boekhandel, wenst aan te schaffen, prijs € 20 – verzendingskosten NIET inbegrepen, kan dit doen bij Houbrechts Willem, 03/230 49 26, E-mail: [email protected]

Begraafpark Sint Fredegandus, positief vervolg Gunstig gevolg voor vzw Turninum


Ons lid en voorzitter van vzw Turninum de heemkundige kring van Deurne die zich onder meer als jaren inzet voor Sint Fredegandus, Ludo Peeters was een meer dan tevreden man toen hij ons meldde dat de stad Antwerpen de vzw Turninum vraagt om aan alle belangstellenden het volgende te willen mededelen. Een resultaat dat er mag zijn nadat de vzw Turninum gedurende meer dan 30 jaar actie voerde.
 
De dienst stads- en buurtonderhoud meldt ons dat er voor het niet beschermde deel van het begraafpark Sint Fredegandus door nabestaanden GEEN concessieverlengingen meer dienen aangevraagd daar er GEEN ZERKEN MEER GESLOOPT WORDEN ZOLANG ZE IN AANVAARDBARE  STAAT WORDEN GEHOUDEN DOOR DE NABESTAANDEN . Dus in wezen wordt het ontruimen gestopt! Voor het beschermde deel gelden vanzelfsprekend de regels van de bescherming.
 
Dit is een positief resultaat dat zeker in grote mate verkregen werd door de inzet van de vzw Turninum. Nu maar hopen dat men hetzelfde doet met andere bestaande begraafparken (Jules Moretuslei Wilrijk) en toekomstige begraafparken (Sint Rochus Deurne).

Herinhuldiging grafmonument Voor Victor Driessens


Woensdag 31 januari 2007 zal in de analen van onze vzw Grafzerkje met gouden letters geschreven worden. Op die datum had de herinhuldiging van het grafmonument voor Victor Driessens, stichter van het Nationaal Toneel, plaats.
 

Even terug in de tijd: Aanvang 2005 beslist de, eind 2004, opgerichte vzw Grafzerkje (we bestonden reeds van 2001 maar werden dan een vzw) om eens te zien of we geen grotere projecten konden verwezenlijken dan voorheen het geval was. (we deden toen enkel kleine restauraties die we zelf aankonden en zelf bekostigden) Al van bij de aanvang vonden we dat bij een groter project het grafmonument voor Victor Driessens daarvoor in aanmerking kwam. Redenen: Victor Driessens was de pionier van het Nederlandstalig toneel in Antwerpen; het monument verkeerde in zeer slechte staat wegens verplaatsing, blootstelling aan de elementen, onoordeelkundige restauratie in het verleden; het monument stond op een centrale plaats op de begraafplaats: vlak over Hendrik Conscience.
 
We hebben met de restauratie van dit grafmonument enorm veel bijgeleerd. Enkele “wapenfeiten” om dit te illustreren. We hadden het lumineuze idee om aan het Toneelhuis, gevestigd in de Bourlaschouwburg, te vragen om een urne waarin toneelliefhebbers geld konden steken te plaatsen. Nadat wij, onze secretaris Willem Houbrechts en ikzelf, toestemming vroegen aan de heer schepen Pairon dienden we aan de Raad van Beheer van het Toneelhuis toestemming te vragen. De technische directeur was ons idee zeer genegen alleen dienden wij voor de urne en de noodzakelijke teksten te zorgen. Het was nogal dringend wegens nog drie premières tijdens het aan gang zijnde toneelseizoen en de daarmee gepaard gaande enorme volkstoeloop, dixit de directeur. Twee dagen later stonden we met urne en tekst bij die directeur … twee maand en drie toneelpremières verder werd de urne geplaatst. We staken, u kent dat van het kleine visje uitwerpen om grotere vissen te vangen, wat geld in de urne. Enige tijd later bleek … dat er meer geld uit verdwenen was dan er ooit was ingestoken. Einde van het “urneverhaal” en alweer een ervaring rijker. Een tweede afknapper kregen we toen we een offerte voor de restauratie van het grafmonument vroegen en de eerste offerte € 980 bedroeg. De pers meldde onze intenties en daarop kwamen twee personen die zich eveneens geroepen voelden om ook een offerte in te dienen. De tweede was ten bedrage van € 2500, de derde € 5500. Ik vond ze, om zachtjes uit te drukken, nogal uiteenlopend. De stad Antwerpen had een consulante architectuur en die zou mij wel raad kunnen geven. Ik maakte een afspraak, vertelde onze intenties en schoof de eerste offerte naar haar toe. Ze bekeek ze, schoof ze terug naar mij en zegde “maak er een vliegertje van, dit heeft niks te maken met een offerte”. De tweede offerte werd ook naar haar geschoven en kwam terug met de melding “leg dit erbij”. De offerte van € 5500 was al een stap in de goede richting volgens haar en aan de hand van deze offerte dienden we een aantal andere bedrijven aan te schrijven. We deden dit maar de offertes werden er niet goedkoper op. Toen kwamen we in contact met de heer Carlos Van Hecke, van de firma Verstraete-van Hecke, die ter plaatse kwam kijken en over ons zegde “ha, jullie zijn dus die fameuze grafzerkjes”. Hij bekeek het grafmonument samen met architect Sander Peters en zegde droogweg “ik vind jullie sympathieke gasten en vind het lovenswaardig wat jullie doen, ik doe dit wel gratis voor jullie. Even dachten we dat we droomden maar neen, in oktober 2006 startte de restauratie van het grafmonument Driessens op begraafplaats Schoonselhof onder de kundige leiding van architect Sander Peters, van de firma A.R.A.B.. De vzw Grafzerkje financierde de gedenkplaat waarop dit vermeld wordt.
 
Terug naar 31 januari. De nieuwe schepen voor begraafplaatsen, de heer Guy Lauwers, ging graag op onze uitnodiging in om bij de herinhuldiging aanwezig te zijn. Cultuurschepen Heylen, die onze vzw en hetgeen wij uitspoken zeer genegen is, was er ook. Leuk was ook dat de heer Guy Cassiers, artistiek directeur van het Toneelhuis, de plechtigheid met zijn aanwezigheid opluisterde. De dienst protocol van de stad Antwerpen zorgde ervoor dat wij ons niets dienden aan te trekken. Naast het feit dat de verantwoordelijke voor de herinhuldiging van de dienst protocol, mevrouw Denise Verdijck, zorgde dat wij niet moesten instaan voor drankjes en het personeel om de bediening te verzorgen zorgde zij ervoor dat de hele plechtigheid op wieltjes liep. Er werd een vlag in de Antwerpse kleuren over het grafmonument gedrapeerd, er werd een spreekgestoelte met geluidsinstallatie voorzien en alles was klaar om de genodigden gepast te ontvangen. Ondergetekende ging tijdens zijn toespraak even in op de doelstellingen van onze vzw Grafzerkje en secretaris Willem Houbrechts dankte de gulle “sponsoren”, lichtte het project Driessens toe en lichtte al een tip van de sluier op voor wat onze toekomstige projecten betreft. Schepen Heylen nam dan het woord. Hij vertelde kort over de figuur van Victor Driessens en verzekerde ons dat we over niet minder dan € 5000 mogen beschikken om grafmonumenten te restaureren. Hij diende het nog even te bekijken maar schepen Heylen maakte zich sterk dat die betoelaging geen eenmalig feit zou zijn maar op jaarlijkse basis zou verstrekt worden. 
Dan was het tijd om de twee schepenen te verzoeken om het grafmonument voor Victor Driessens te herinhuldigen. Na de nodige ho’s en ha’s togen de aanwezigen naar de hal van het kasteel Schoonselhof om daar een glas te heffen op deze, en de toekomstige, verwezenlijkingen van onze vzw Grafzerkje. Tijdens een informele babbel met schepen Lauwers konden we een audiëntie bij de schepen versieren om samen met zijn deskundigen eens rond de tafel te gaan zitten om te zien hoe we in optimale omstandigheden verder kunnen werken. De toekomst ziet er goed uit.
 

Naast onze dank naar de heren Carlos Van Hecke en Sander Peters, die deze klus klaarden, de twee schepenen voor hun aanwezigheid en hun interesse in onze vzw Grafzerkje, mevrouw Verdijck van de dienst protocol van de stad Antwerpen voor haar rimpelloze organisatie, de mensen van de administratie van de begraafplaats voor hun eindeloze hulp dient ook de, karig, aanwezige pers bedankt te worden. Zoals steeds konden we rekenen op de mensen van Radio2 die een reportage maakten voor de regionale uitzending en, zo kunnen we nu reeds stellen, onze “huisredacteur van de Gazet van Antwerpen” Hugo Wilri die zoals we van hem gewoon zijn een prachtig artikel wijdde aan deze gebeurtenis. De Nieuwe Gazet stuurde een fotograaf en het plaatste een artikel met foto in de vrijdagkrant.
 
Jacques Buermans

Vergadering 12/03/07 klassering Schoonselhof als monument + vergadering 15/03/07 met schepen Guy Lauwers Twee vergaderingen waarop vzw Grafzerkje meer dan zijn stempel drukte


Onze secretaris Willem Houbrechts maakte het verslag van twee voor ons interessante vergaderingen:
Op maandag 12/3 namen Jacques Buermans, Marc Coremans en Willem Houbrechts deel aan een vergadering op begraafplaats Schoonselhof met vertegenwoordigers van het stadsbestuur van Antwerpen, beambten van de begraafplaats en vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap voor Onroerend Erfgoed en voor Monumenten en Landschappen. Besproken werden de modaliteiten voor de bescherming van Schoonselhof als monument (de bescherming als landschap is al een feit, de bescherming als monument is voorlopig, maar zou binnen de zes maanden al dan niet definitief moeten worden). vzw Grafzerkje legde een plattegrond voor met daarop aangeduid de perken of de delen van perken die voor bescherming in aanmerking komen. Ook werd gediscussieerd over wat en hoe er nog mag en kan na de eventuele definitieve klassering als monument. Voor de eventueel geklasseerde delen zullen er dan machtigingen aangevraagd moeten worden (waarbij verzekerd werd dat die binnen de dertig dagen komen of geweigerd worden) maar langs de andere kant  wordt het dan ook mogelijk om subsidiëring te verkrijgen. Een en ander wordt bestudeerd door de bevoegde diensten en personen en voor het einde van 2007 zou er over deze materie volledige klaarheid moeten bestaan. Wij wachten af.
Op donderdag 15/3 namen dezelfden deel aan een vergadering ten stadhuize met de nieuwe schepen voor begraafplaatsen Guy Lauwers, op zijn uitnodiging en in de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de schepenen van cultuur, onderwijs en de bestuurscoördinator algemene functie. In feite was het een kennismakingsvergadering, maar enkele concrete punten kwamen toch op tafel :

- de € 5000,- ons beloofd door Cultuur zullen op de rekening van de vzw gestort worden. Het gebruik dient later verantwoord.

- wat betreft de restauratie van het graf van stadsarchitect van Mechelen (opera, stadsfeestzaal, aanleg Schoonselhof) zal schepen Lauwers de firma aanspreken die thans de stadsfeestzaal heropbouwt (Marleen Dewolf).

- er wordt bekeken of via de tewerkstellingscel van schepen Voorhamme (onderwijs) jonge laaggeschoolde werklozen of probleemjongeren kunnen ingeschakeld worden bij kleine restauratie- en herstellingswerken.

- er moet voor elke Antwerpse begraafplaats een beheersplan komen. De vzw zal bij het opstellen van deze beheersplannen betrokken worden.

- er zal duidelijker bepaald worden welke retour wij aan eventuele sponsors van grotere restauratieprojecten mogen aanbieden (plakkaat enz.)

- er wordt werk gemaakt van duidelijker waarschuwingsplakkaten bij verwaarlozing en voor het insluitingsprobleem van auto’s op Schoonselhof.

- er komt een betere coördinatie tussen de initiatieven van stadsbestuur, districten en diverse stadsdiensten.
Er mag gezegd worden dat deze eerste contactname met het nieuwe Antwerpse stadsbestuur zeer positief geweest is. Hopelijk wordt dit nu ook gevolgd door concrete resultaten!