Nieuwsbrief Nr. 28 - maart 2006

Van Grafzerkjes en Javelboeren “Kuifje” ofte An Hernalsteen maakte een verslag van onze nieuwjaarsuitstap op Schoonselhof


Een kort en bondig, zeer subjectief verslag van een snikhete, zonnige zaterdagnamiddag op ’t Schoonselhof.
28 januari 2006
 
De afwezigen hadden eens te meer ongelijk en veel wijzer zullen ze van dit ernstig stukje kolder niet worden.
 
Noch een merg en been doordringende koude, noch een snijdende wind kon 42 vermetele fanatiekelingen tegenhouden. Na het traditionele academisch kwartiertje van 5 minuten schaarden we ons rond straalkacheltje Jacques, die met bulderende stem iedereen (doden incluis) welkom heette.

Het thema van de wandeling: ” Projecten gerealiseerd dank zij de innige samenwerking tussen Grafzerkjes en Antwerpse leveranciers van bleekwater” werd uitvoerig toegelicht.
We betreurden de onlangs overleden Swa Beerten, bewierookten Marcus Conces. en de niet-intimi onder ons konden eindelijk kennis maken met “onzen” onvolprezen William. Ze werden allen in de ijsbloemetjes gezet.
Spieren verkleumden, vingers kleurden blauw, tenen vertoonden reeds afstervingsverschijnselen, pegeltjes drupten aan wit weggetrokken neuzen. Tijd dus om er de “pas gymnastique” in te zetten. Onder de gedreven leiding van Marc begonnen we aan onze barre overlevingstocht over ’t Schoonselhof.
De eerste die we opgesmukt mochten aanschouwen, was brouwer Carolus Hermans en echtgenote Joanna Kryn. Door een korte maar hevige worsteling met een struik (waarbij de groene onverlaat het onderspit moest delven), had Marc de tombe weer te voorschijn getoverd. Wat ooit dienst deed als knekelput en compostvat van een zwerver blonk nu als nooit tevoren. Maar, oh wat een ontgoocheling, er was geen spat javel op het graf gemorst.
Niet getreuzeld, niet getalmd. Een kranige dame wachtte op ons. Levend had ma Schoeller nooit een voet op Belgische bodem gezet. Pas na haar dood werd ze door de reismicrobe gebeten. Vanuit het verre Duitsland, met een tussenstop op ‘t Kiel, belandde ze uiteindelijk op haar eindbestemming. Leo D’Heu, een goeie ziel, zal haar laatste “hotel” opkalefateren zonder er een druppel javel aan te spenderen. (Ontgoocheling slaat om in diepe wanhoop.)
De volgende, Marc’s eerste liefde, kon niet op het programma ontbreken: François Van Rysselberghe. Bekend als ”de man die zijn volk door één draad leerde telefoneren” of zoals die van ’t Stad het zo mooi zeggen “de man die het electrisch licht aanknipte in de donkere Antwerpse straten”. Marc, nog niet door ervaring wijs geworden, had bij den opkuis de javelfles onaangeroerd thuis laten staan. Ondergetekende werd stilaan radeloos want de titel van de themawandeling bleek langs geen kanten te kloppen.
Tijd nu voor een straf verhaal. Juni 2002 hield het bronzen mannetje van het graf Bertels het voor bekeken en zette het op een lopen. Zoveel lichaamsbeweging niet gewoon zakte hij na luttele meters in elkaar en blies de laatste adem uit. Behulpzame handen vervoerden de stoffelijke resten naar ’t depot. Om te voorkomen dat hij opnieuw de benen zou nemen, schroefde de niet-genoeg-geprezen William onlangs de vluchteling met pinnen en bouten diefstalvrij vast.
Onze voorzitter en maagdekens, dat weten we, dat gaat samen, hand in hand. Het vrijgezellenhart heeft een zwak voor lelieblanke, reine, door het vuur gelouterde zieltjes. Maria ’S Heeren, als moderne heks op de brandstapel gestorven, werd de uitverkoren maagd. Boomstronken en “ de teerbeminde echtgenoot” werden vakkundig gewipt. En hoera, maagden brengen altijd redding want, oef, het verlossende woord javel is ten langen leste toch gevallen.
Tere meisjeszielen zijn daarentegen aan onze computervirtuoos Willy niet besteed. Hij heeft een boontje voor familiekwesties. Arthur Pierre, Hermanus Pierre en Guillaume Pierre passeerden de revue waarbij het stilaan doordrong tot de diepgevroren hersenen van de toehoorders dat Pierre niet de voornaam maar wel de familienaam van de uitverkorenen was.
Pas echt brutaal gewekt uit onze winterslaap werden we door het glasheldere bewijs dat de heer Marc Coremans het niet al te nauw neemt met “ den huwelijkschen trouw”. Beenhouwer Henri Van Poyer, bij leven en welzijn, gelukkig in den echt verbonden met boerendochter Ursula Verbeeck werd na zijn dood door Marc’s schavuitenstreken gekoppeld aan de voor hem totaal onbekende Cecile Vaster. Overspel tot in de kist, foei. Een compleet verloren gelopen Nederlander die ondertussen ijverig grafmonumenten zocht in en rond de Aldi kreeg dit schandaalverhaal gelukkig niet te horen. ( Kort nadien vergaven we unaniem Marc’s scheve schaats toen we vernamen dat zelfs zijn familie warm gemaakt wordt voor de redding van het funerair erfgoed)
Om de gemoederen wat te sussen, troonde Jacques, diplomaat in hart en nieren, ons mee naar het monument voor logebroeder Adolf Dumont. Eerst werd “zijnen” Dolf geadopteerd, later werd de concessie door onze voorzitter ingekocht. Met open mond, stoomwolkjes blazend, aanschouwden we de toekomstige laatste rustplaats van onze grote roerganger. Aangezien het hier een kelder voor 2 personen betreft en we onze leider ook wat plezier gunnen, volgt hier een oproep tot vrouwelijke medeliggers. (On)gehuwde dames kunnen nog steeds hun kandidatuur indienen. Een onschuldige hand zal de gelukkige winnares aanduiden. Indien deze oproep geen vruchten afwerpt kunnen we natuurlijk, in extremis, nog altijd Maria ’S Heeren overbrengen. Het zal er daar beneden dan vurig aan toe gaan.
We zwierven van graf naar graf. Ons hoofd begon te tollen van zo’n overweldigend aanbod en ons hart smolt toen we vernamen dat Grafzerkjes ook zwarte familieschapen zoals Jules Pecher en Theo Van Rijswijck met de tederste zorgen omringen. Laatstgenoemde, een volksdichter, dronk graag een glaasje. Willem hief een Schiedamlied aan. Een ware bezweringsformule voorwaar. Vanuit de struiken (die als bij wonder aan de snoei- en ontwortelingsdrang van de Grafzerkjes ontsnapt waren) doken flessen jenever op. De verdwaalde Nederlander die inmiddels ontdekt had dat den Aldi toch ’t Schoonselhof  niet kon zijn, hoefde de jeneverwalmen maar te volgen.
Vanaf dit moment voltrokken zich fantastische mirakels. Jacques’ straalkacheltje metamorfoseerde zich tot frigobox (echt wel nodig bij zo’n verzengende hitte); 1000 liter javel werden over het graf Flamant geplengd; een aannemer zou gratis, kosteloos voor niets het monument Driessens restaureren; een te Remouchamps van zijn fietsje gevallen kereltje had zijn eerste, plechtige communiekostuumpje aan getrokken om opnieuw op zijn vaste stek te staan; Leo Frenssen op zijn bakfiets en in zwembroek reed voor ons uit richting café Nicolopulo, het clubhuis van de Antwerpse Grafzerkjes. 
Nieuwe flessen geestrijke drank werden ontkurkt. De meute, ondertussen aangegroeid tot 88 stuks (of had dit te maken met de licht benevelde toestand van schrijfster dezes ?) werd uitzinnig.
Rond 16u30 lonkte het einddoel, de warmte van de Leuvenaar. Peis en vree daalden opnieuw over ’t Schoonselhof neer. De doden haalden opgelucht adem.
Besluit en samenvatting van al deze onzin ; goe gewerkt mannen en doe zo verder.
Kuifje
   
WAARSCHUWING ; Aan de welwillende lezer die dit gewrocht onder ogen krijgt en ons niet kent. We zijn een deftige en beschaafde vereniging.
Een nuchter, historisch gefundeerd, accuraat verslag kan eventueel altijd bij onze voorzitter opgevraagd worden.
 
Foto’s van Erika Raven. 

La passion Anneke Haasnoot pleegde volgend gedicht


Mijn dichter doet zijn ogen open
En kijkt verwonderd om zich heen
Een engel glimlacht bij een steen
Mijn liefste hoeft niet meer te hopen

Want betere tijden zijn er geen
De paasklokken op aarde luiden
En bij zijn graf wenen zijn bruiden
Ze wanen zich geheel alleen

Dat hoeft niet denkt hij, ik ben vrij
Ik ben verlost van al mijn zorgen
Mijn ziel baadt zich in hemels licht

Ik ben met jullie, wees geborgen
Besef, mijn werkelijke gezicht
Mijn wezen, was iets tussen mij

En ach, die Vent, hoe heette Hij?
 
Anneke Haasnoot

Baltics Rindert Brouwer bezocht de Baltische staten, vierde deel


Ons lid Rindert Brouwer en dé stuwende kracht achter de buitenlandse activiteiten van de Terebinth bezocht de Baltische staten en de begraafplaatsen aldaar. Hij bezorgde ons, in feuilletonvorm, de neerslag van zijn ervaringen.
 
feuilleton deel 4
 
LITOUWEN - TRAKAI
 
     inleiding
 
Trakai
 
De stad Trakai, die 29 km ten westen van Vilnius ligt, was de oude hoofdstad van het Litouwse Rijk en zetel van de grootvorsten. De stad ligt in een schilderachtige omgeving temidden van veel meren en meertjes. De grote toeristische trekpleister van Trakai is het kasteel, dat op een eilandje ligt. Een lange houten brug verbindt het eilandje met het vaste land. Het kasteel dat onder grootvorst Kęstutis (1345-1382) werd gebouwd verviel in 1655 totaal. Het huidige kasteel is helemaal opnieuw in de oude stijl herbouwd.
De weg die naar het kasteel voert is de Karaimų gatvė (Karaïetenstraat), een straat met gekleurde houten huizen. In de huizen wonen de nazaten van de Karaïeten, die in 1397 door grootvorst Vytautas (1350-1430), zoon van Kęstutis, naar Trakai zijn gehaald. De 19e eeuwse huizen zijn in de traditionele stijl gebouwd, dwars op de straat staande en met drie ramen aan de straatzijde.
 
Karaïten
 
Al zo’n zeshonderd jaar wonen er twee Turkse groepen in Litouwen: de Tataren en de Karaïten. De laatsten zijn, met ongeveer 250 personen, de kleinste religieuze groepering in Litouwen.  Beide groepen zijn oorspronkelijk afkomstig van de Krim en behoorden tot een van de oudste Turkse stammen, de Kipchaks, die op hun beurt weer wortels hebben in Mongolië.    De geschiedenis van de Karaïten is sinds 1397 verbonden met Litouwen. Ze zijn destijds met groothertog Vytautas meegekomen naar Litouwen om hem te beschermen en te bedienen. Met het ‘importeren’ van enkele honderden Karaïeten en enkele duizenden Tataren had de groothertog als doel lege gebieden bewoonbaar te maken, steden en kastelen te bouwen en handel en economie te ontwikkelen.
De ongeveer 400 Karaïten hebben zich destijds in Trakai gevestigd, vlakbij de plaats waar Vytautas woonde, in de huidige Karaimų gatvė. Momenteel leven er nog ongeveer 150 Karaïten in Vilnius en 65 (16 families) in Trakai. Ze spreken nog steeds hun eigen taal, welke afgeleid is het van het Turks. Ze wonen nog in houten huizen, hebben hun eigen gebedsruimte, de Kenessa, en hebben hun eigen begraafplaats.
 
Karaïsme
 
Wat is het Karaïsme en hoe waren de Krim-Tataren met het Karaïsme in aanraking gekomen?
De bekendste en meest verspreide theorie zegt dat de karaïtische doctrine is begonnen in Mesopotamië in de 8e eeuw tijdens de dynastie van kalief Abu-Jafar-Abdullah al Mansur, die regeerde van 754-775. Een zekere Anan ben David, zoon van een diaspora-jood, ageerde tegen het rabbinisme en stelde dat alleen de letterlijke tekst van de Thora inspiratiebron van geloof mag zijn. Hij wees alle mondelinge toevoegingen en uitleg van de rabbijnen af, zoals die staan in de Mishna, Talmoed en Halacha. Het woord Karaiet betekent ‘ik lees (de Heilige  Schrift)’. Waar hebben we zoiets eerder gehoord? In feite zien we dergelijke reacties in alle religies terug, denk maar aan Luther met zijn Sola Scriptura, alleen de Schriften, tegenover het Scriptura et Traditio, de Schriften en toevoegingen, van de Rooms-katholieke kerk.
Het  Karaïsme werd sterk beïnvloed door het gedachtengoed van de islam en vond een vruchtbare bodem. Karaïtische missionarissen trokken naar de zuidelijke territoria van het huidige Rusland, destijds befaamd om hun religieuze tolerantie. De missionarissen wisten een aantal Turkse stammen, zoals de Kipchaks in de Krim, te bekeren. En daarmee zijn we terug bij de huidige Karaïten in Litouwen, die afstammelingen zijn van deze Turkse stammen, evenals de Tataren, die islamitisch zijn gebleven.
 

OUDE KARAÏTISCHE BEGRAAFPLAATS (14e - 19e eeuw)

Een bord met de tekst Seniosos Karaimų Kapinės XV-XXa. wijst naar de begraafplaatsen van de Karaïten. De oude en de nieuwe Karaïtische begraafplaats ligt in het westelijk deel van Trakai in Užtiltė aan de linkerkant van het zandpad Žalioji gatvė aan de oevers van het Totoriškės meer.
De oude begraafplaats dateert uit de tijd dat de Karaïeten zich vestigden in Trakai op het eind van de 14e eeuw. Het terrein van de oude begraafplaats vormt een onregelmatige driehoek en  bestaat uit twee delen, elk met een eigen ingangspoort. Alle graven zijn noord-zuid georiënteerd, de dode wordt met het gezicht naar het zuiden begraven.
In eerste instantie vonden de begrafenissen plaats in het noordelijke deel tot het pestjaar 1710 en in het zuidelijk deel tot 1932.
Door een eenvoudige ingangspoort, daterend uit de 18e eeuw, kom je op het noordelijke en oudste deel ligt. Het bestaat uit een grasveld, waar in het hoge gras nog her en der een verzonken grafsteen te vinden is. Het zijn eenvoudige graftekens met alleen Hebreeuwse tekst. Later werden op de steen florale en geometrische motieven toegevoegd met epitafen en teksten uit de Heilige Schrift. In het oudste deel ligt Ezra ben Nissan begraven, de karaïtische arts van koning en groothertog John Casimir en zijn familie. Hij stierf in 1666.
Naar het westen toe gaat het grasveld over in een bos, waarin op open plekken grafmonumenten staan. Je komt op dit zuidelijke deel door een ingangspoort, die in 1897 is gemaakt naar een ontwerp van Mikhail Prozorov en A. Griaznov. Na 1710 is duidelijk de invloed van de lokale cultuur te bespeuren en worden de inscipties in het Russisch, Pools en in het Karaïtisch gedaan. De graftekens bestaan niet alleen uit stèles, er zijn ook obelisken en zuilen. Latere graven werden ook wel omgeven met een ijzeren hekwerk. Het geheel is zwaar overwoekerd. Op het zuidelijke deel rusten theoloog Solomon van Trakai (1650-1715) en de hakkans (geestelijke en wereldlijke leiders) Boguslav Kaplanovskiy (1806-98) en Romuald Kobecki (1823-1911). De oude begraafplaats is in zijn geheel een monument en valt onder de verantwoordelijkheid van de Litouwse Republiek.
NIEUWE KARAÏTISCHE BEGRAAFPLAATS (20e eeuw)

Aan de westelijke kant leidt een pad naar de nieuwe Karaïtische begraafplaats. Twee gemetselde pilaartjes met een hek geven toegang tot deze begraafplaats, die er in tegenstelling tot de oude keurig verzorgd uitziet. Er wordt duidelijk nog steeds begraven.
Wat je al zag gebeuren op het zuidelijke en nieuwste gedeelte van de oude begraafplaats, heeft zich hier nog verder doorgezet: de assimilatie van de graftekens en de aanleg van de graven. Uiterlijk is er nauwelijks verschil met de begraafplaatsen van de plaatselijke bevolking. Er staan grafstenen met een bed ervoor, vaak zelfs met bloemen beplant of voorzien van bloembakken. De teksten zijn in het Russisch, Pools en Litouws; Hebreeuws komt niet meer voor. Het enige merkwaardige en afwijkende is, dat de teksten op de achterkant van de grafstenen staan. Als je voor het grafbed staat, kijk je naar een onbeschreven steen.
Centraal op de begraafplaats staat een hoge zwartgranieten obelisk met het medaillon van Eljasz Łopatto (1874-1934).
 
 
Excursie: LITOUWEN - ŠIAULIAI
 
Een van de merkwaardigste curiositeiten van Litouwen is de kruisberg in Šiauliai, geen begraafplaats, maar wel een voorbeeld en uiting van het katholieke geloof in Litouwen.

Ongeveer 17 km ten noorden van de stad Šiauliai verheft zich aan de rivier de Kulpė een heuvel, waarop zich honderdduizenden kruisen van allerlei aard en maat rondom een Mariabeeld scharen.
De kruisberg, waar nog dagelijks kruisen, kruisjes en rozenkransen aan worden toegevoegd, is een nationaal pelgrimsoord en van een hoge symbolische waarde voor het Litouwse onafhankelijkheidsstreven, maar ook voor de volksvroomheid. Hier wordt gebeden, hier worden gunsten gevraagd, hier wordt op belangrijke levensmomenten of uit dankbaarheid voor verkregen diensten een kruisje opgehangen, hier vindt men een uitlaatklep voor zijn noden, hier put men troost. Waar elders een kaarsje wordt opgestoken, wordt hier een kruisje opgehangen. Op het moment dat wij de kruisberg bezoeken, de paden doorkruisen en onze indrukken onder woorden proberen te brengen, is er net een bruiloftsstoet gearriveerd. Het huwelijk wordt opgedragen aan Maria.
Vermoedelijk gaat de traditie al tot de 14e -15e eeuw terug. Het massaal opstellen van kruisen begon na de opstanden van 1831 en 1863 ter ere van de slachtoffers. In 1961 en 1975 probeerden de Sovjets dit unieke monument te vernietigen en ze vernielden meer dan 5000 kruisen. Maar er werden telkens weer nieuwe opgesteld, vooral na de herwonnen onafhankelijkheid. In 1993 bezocht paus Johannes Paulus II de kruisberg, waardoor het plaatsen van kruisjes nog meer werd aangewakkerd. Ter gelegenheid van zijn bezoek werd er een speciaal podium met afdak gebouwd.
Een bizarre, maar bijzondere en unieke plaats.
 
Wordt vervolgd.
Volgende keer: Letland - Riga
 
Rindert Brouwer
© Atelier ‘Terre aarde’
    tekst:   Rindert Brouwer
    foto’s: Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer
 
Wie niet kan wachten op de volgende verhalen: alle verhalen en gegevens zijn verwerkt tot een boekje van 52 bladzijden, met 65 foto’s (zwart-wit).
Het boekje NON OMNIS MORIAR. Begraafplaatsen in de Baltische Staten is te koop voor
€ 7,50. Ofwel incl. verzendkosten: Nederland € 9,00; België € 10,00
[email protected]
www.atelier-terreaarde.nl

Knap staaltje van samenwerking Samenwerking tussen de stad Antwerpen en vzw Grafzerkje


Geregeld werd ik door bezoekers aangesproken dat de beplanting op het grafmonument voor dichter Paul Van Ostaijen op het ereperk van de stad Antwerpen zo stilaan de overhand nam op het prachtige beeld van Oscar Jespers. De verantwoordelijke voor het groen, Willy Van Bergen, werd door mij op de hoogte gebracht. Binnen de twee weken was de klus geklaard. Meer nog de beplanting op een aantal andere graven van het ereperk werd ook aangepakt: August Van Cauwelaert, Lode Craeybeckx en andere Renaat Veremansen. Met het kortwieken van de beplanting kwam ook de beschadiging achteraan het grafmonument va Van Ostaijen veel beter tot uiting. Ik opperde het idee om dat door onze onvolprezen William te laten doen én om van de gelegenheid gebruik te maken om de, steeds beter wordende, samenwerking tussen de stad Antwerpen en onze vzw eens te benadrukken en het lot was mij gunstig gezind: Van Ostaijen verjaarde enkele weken later. Vlug een audiëntie aangevraagd bij schepen Pairon die het idee gunstig genegen was en het nodige deed voor een heuse “herinhuldiging”. 
Onze vzw mocht niet klagen want naast de prominenten wijdden vier dagbladen iets aan het gebeuren én kregen we een verslag op de regionale radio en televisie.
 
Jacques Buermans
 
Foto: Marc Coremans

Montparnasse: moderne kat en moderne vogel Voorsmaakje voor de deelnemers aan de trip naar Montparnasse en de catacomben


Een eenvoudig graf is de laatste rustplaats voor Jean Paul Sartre (1905 – 1980), filosoof bekend van zijn existentialistische ideeën en schrijver van romans en toneelwerken. “Huis Clos” is daarvan misschien wel het bekendste. Zijn levensgezellin Simonne de Beauvoir (1908 – 1986) ligt hier eveneens. Zij schreef autobiografische boeken, essays, romans, novellen en toneelstukken. In haar belangrijkste werk “Le deuxième sexe” analyseert zij de discriminatie van vrouwen. We passeren langs de grafkapel voor Porfirio Diaz, president van Mexico tussen 1876 en 1911. Het graf van  Jacques Aupick (overleden in 1897), generaal bevat tevens de stoffelijke resten van zijn stiefzoon Charles Pierre Baudelaire (1821 – 1867). Deze schrijver. Zijn bekendste bundels zijn “Les fleurs du mal” en “La révolte”. Verder op onze tocht komen we nog een cenotaaf voor Baudelaire tegen. We vervolgen onze tocht en ontmoeten een levensgrote keramieken kat op de laatste rustplaats van Richard Menon. Het is een werk van Nicky de Saint-Phalle. Iets verder Pierre Larousse (1817 – 1875), van de gelijknamige dictionaire. Het grafmonument bevat een buste door Perraud. Een graftombe bedekt met filmbeelden siert de laatste rustplaats voor Henri Langlois (1914 – 1977). Deze stichter van de cinematheek betekende enorm veel voor de waardering van de film. Op onze tocht ontmoeten we Jean Seberg (1938 – 1979). Deze filmactrice werd beroemd met haar vertolking in “A bout de souffle”.
In divisie 6 ligt Eugène Ionescu (1909 – 1994). Deze in Roemenië geboren schrijver laat een gamma toneelstukken achter met als toppers “Rhinoceros”, “Le roi se meurt” en “La Cantatrice chauve”. Een bijzonder grafmonument van de hand van Albert Bartholomé vinden we bij Honoré Champion (1840 – 1909). Het stelt de boekhandelaar gezeten achter zijn bureau voor. Een modern beeldhouwer siert het graf voor Julio Cortazar (1914 – 1984), de in Brussel geboren Argentijnse schrijver. In divisie 7 ligt Antoine Etex (1808 – 1888), beeldhouwer onder een buste van hemzelf. In dezelfde divisie ligt beeldhouwer Henri Laurens (1885 – 1954). Zijn vriendschap met schilder Braque is bepalend voor zijn aantrekking tot het kubisme. “Le Douleur” van zijn hand siert zijn graftombe. Uitgever Jean Hachette (1775 – 1840) ligt in een grafkapel met in de omgeving het grafmonument voor generaal Pierre Hulin (1758 – 1841) de buste is van de hand van beeldhouwer David d' Angers. Jules Sébastien Cesar Dumont d'Urville (1790 – 1841) was ontdekkingsreiziger. Dankzij hem werd de Venus van Milo aangekocht. De buste is van Dantan. In divisie 8 ligt Ossip Zadkine (1890 – 1967) de in Rusland geboren beeldhouwer. Zijn monument voor de vernielde stad, dat in Rotterdam staat, is wel zijn bekendste werk.
 
Iets verder ligt schaakgrootmeester Alexandre Alekhine (1892 – 1946). Een prachtige marmeren beeldengroep is “La Séparation du couple”. Een wenende man wiens vrouw, reeds half in het graf, hem een ultiem afscheid toestuurt. Dit beeldhouwwerk van Alix is geen grafmonument, maar werd uit de stad geweerd wegens te obsceen. We komen nu aan bij de toren. Het is een oude molen uit het eind der middeleeuwen die gerestaureerd werd in de 17de eeuw.
 
In divisie 1 ligt Serge Gainsbourg (1928 – 1991). Het graf van deze schrijver van liedjesteksten, zanger en kettingroker is zowat even populair als dit voor Jim Morrison op Père Lachaise. Alleen hebben de bezoekers hier iets meer discipline. Op graf treft men steevast metroticketten, Gitanesigaretten en flessen aan. Mevrouw Zao Wou-Ki (1930 – 1972) was beeldhouwster en ligt onder een wit marmeren beeld van haarzelf. Iets verder ligt François Rude (1784 – 1855), beeldhouwer van onder meer de beelden op de Parijse Arc de Triomphe. Zijn leerling Jean-Baptiste-Paul Cabet vervaardigde de buste.
Een sober graf in divisie 12 is voor schrijver Samuel Beckett (1906 – 1989) Deze uit Ierland afkomstige schrijver schreef in het de Franse taal en kreeg in 1969 de Nobelprijs voor letterkunde. Naast een aantal romans is het toneelwerk “En attendant Godot” een meesterwerk. Tussen de divisies 26 en 27 ontdekken we de cenotaaf voor dichter Charles Pierre Baudelaire. Het is een gisant in de vorm van een Egyptische mummie en zijn buste boven een enorme vleermuis. Een werk van beeldhouwer José de Charmoy.
We steken nu de weg over naar de kleinere afdeling van Montparnasse. In divisie 26 ligt Guy de Maupassant (1850 – 1893), schrijver van novellen. Verder ligt ook de, uit Luik afkomstige, componist en organist César Franck (1822 – 1890). Het medaillon door Auguste Rodin verdween een tijdje geleden. In divisie 28 kolonel Herbinger. De enorme ruiters zijn van de hand van Antoine Etex. Een bronzen engel, van zijn hand, siert de rode obelisk voor Auguste Bartholdi (1834 – 1904). Het “vrijheidsbeeld” in New York en de “leeuw van Belfort” te Parijs zijn van zijn hand. Op het graf voor schilder Gustave Jundt (1830 – 1884) een “kleine Elzasserin” eveneens van Auguste Bartholdi. Een merkwaardige graftombe is die voor Charles Pigeon, de uitvinder van de anti-explosielamp. “Le Lit Conjugal" stelt Pigeon voor half opgericht naast zijn rustende vrouw. Helemaal in de hoek van de begraafplaats ligt Tania Rachevskaia,  het werk “Le Baiser” is een der eerste werken van de Roemeense kunstenaar Constantin Brancusi.
 
We keren terug naar de grote begraafplaats. Een der eerste opmerkelijke monumenten is een enorme vogel. Het modern werk is van de hand van Nicky de Saint-Phalle. In divisie 17 ontdekken we een buste door José de Charmoy op het graf voor Charles Augustin Sainte Beuve (1804 – 1869), schrijver en criticus. Een kapel staat op de laatste rustplaats van Camille Saint Saëns (1835 – 1921), componist van ondermeer “Carnaval des Animaux”. Een originele houten koffer is het grafmonument voor Aristide en Marguerite Boucicaut, stichters van Au Bon Marché en filantropen. Daarmee beëindigen we ons bezoek aan Montparnasse.
Catacomben:
 
Van beroemde Fransen naar naamloze Fransen.

Dichtbij metrostation Denfer-Rochereau bevinden zich de catacomben. In het centrum van Parijs lag het “Cimetière des Innocents, vlakbij het tegenwoordige winkelcentrum “Les Halles”. Ten minste 2 miljoen lijken werden daar, tussen 1000 en 1780, begraven. In de tweede helft der 18de eeuw is de stank zo onverdraaglijk dat de overheid besluit het kerkhof te sluiten en de knekels naar elders over te brengen. In 1785 begint een 15 maanden durende opruimactie die de botten van 2 miljoen Parijzenaars naar de catacomben brengt. Na het opruimen van het “Cimetière des Innocents” volgens de resten  van alle andere kerkhoven uit de Parijse binnenstad, waarmee het aantal doden op 6 miljoen komt. Wanneer we de 90 treden naar de catacomben afdalen ontvangen we een “macaber welkom”. “Halt, Dit is het rijk van de dood” werd op bevel van Héricart de Thury, de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de overbrenging van de lijken, op de ingangspoort gebeiteld. Verder kan men nog andere lugubere spreuken lezen zoals “Heden ik, morgen gij” of nog “Stilte! gij stervelingen”. Alles werd met veel gevoel voor ornamentiek opgestapeld. Met schedels maakt men harten en vierkanten. Ellepijpen en bekkens worden tot symmetrische patronen verwerkt. De randen van de knokenverzameling wordt versierd met vingerkootjes. Soms staat de naam van de begraafplaats, van waar de knoken afkomstig zijn, genoteerd.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s Jacques Buermans

Tante Kato Ging op reis en ze zag de Taj Mahal


* Mausoleum gebouwd voor Mumtaz Mahal * gestorven 1631 * Agra, India *

1995. Zonsverduistering in Agra en de wereldberoemde Taj Mahal blijft gesloten voor het publiek. Het effect van de in volle gloed weerkerende zon zou té oogverblindend zijn voor het menselijk oog. Een extra nachtje slapen dus vòòr India’s toeristische trekpleister nummer één kan aanschouwd worden. De Taj Mahal, het bekendste voorbeeld van moslimarchitectuur ter wereld, is duizenden malen gefilmd, gefotografeerd en toch denken velen dat het een paleis of een moskee is, terwijl het een ode aan de liefde is in de vorm van een mausoleum.

Sinds 1526 regeerde de Moghol-dynastie (Perzisch voor Mongool) over India en op het einde van de 16de eeuw werd de hoofdstad naar Agra overgebracht. In 1612 huwde de jonge prins Khurram ene Arjumand Banu Begam. In 1627 volgde hij zijn vader op, nam de titel Shah Jahan (Heerser van de Wereld) en zijn gemalin werd Mumtaz Mahal (Parel of Uitverkorene van het Paleis) genoemd. Mumtaz Mahal overleed na 19 jaar huwelijk bij de geboorte van haar 14de kind. Shah Jahan was zo aangedaan door de dood van zijn lievelingsvrouw dat zijn haar binnen de kortste keren wit werd. Direct na haar dood gaf hij aan de beste architecten de opdracht een mausoleum te bouwen dat alle andere bouwwerken moest overtreffen en tegelijk ‘s werelds meest uitgesproken liefdesmonument worden. Ene Ostad Isa van Shiraz in huidig Iran was de architect van waarschijnlijk het mooiste mausoleum ter wereld.

22 jaar later, we schrijven 1654, was het schrijn klaar. Er hadden 20.000 arbeiders aan gewerkt en er was maar liefst 22 ton witte marmer in verwerkt. Het resultaat mocht er zijn : op een platform aan de Yamuna-rivier leek een gebouw te zweven tegen een achtergrond van blauwe lucht. Wegens de uitgekiende ligging valt totaal geen landschap te bespeuren. Het paradijs op aarde was gecreëerd. Een ware schoonheid met harmonieuze proporties, perfect van vorm en het summum van symmetrie. Rond het centrale gedeelte staan vier minaretten, die lichtjes naar buiten leunen. Mochten ze ooit neerstorten dan zou het grafmonument nooit beschadigd raken. Reliëfs van realistische bloem- en plantmotieven met ingelegde halfedelstenen sieren de muren. De weelderige en kleurrijke decoraties verstoren nooit de eenvoudige en zuivere lijnen van de architectuur.

Shah Jahan werd zwaar ziek en zijn zoon Aurangzeb ambieerde de zonnetroon, bij ons beter bekend als de pauwentroon. In 1658 liet zoonlief zijn vader gevangen zetten in Agra’s Rode Fort. Vanop de terrassen van deze burcht kon iedereen het witte praalgraf zien schitteren. Echter niet voor Shah Jahan, die vol weemoed met de rug naar zijn vrouws laatste verblijf gekeerd zat, maar hij had een minuscuul spiegeltje in de wand laten aanbrengen en de laatste 8 jaren van zijn leven zat hij met geknepen oogjes naar zijn meesterwerk te turen. Door de gevangenneming stak zoon Aurangzeb ook een stokje voor vaders laatste plannen. Shah Jahan wou immers aan de overkant van de rivier een spiegelbeeld van de Taj Mahal bouwen : een perfecte tegenhanger, een tweelingsgebouw uitgevoerd in zwarte marmer. Beide mausolea moesten dan met een brug verbonden worden. Shah Jahan overleed in 1666 en werd naast zijn vrouw begraven. Daarom staat de tombe van Mumtaz Mahal netjes in het midden en die van de vorst er gewoon naast. Het zijn trouwens siertombes, de eigenlijke graven bevinden zich in de crypte er direct onder.

De Taj Mahal, een realisatie van Shah Jahan (1592-1666; regeerde 1627-1658) is het zinnebeeld van de liefde. In de bijgebouwen liggen nog andere vrouwen, dochters, leraressen en vertrouwelingen. Eigenlijk is de Taj een ode aan de vrouw in het algemeen.
De Taj Mahal, zo vaak op afbeelding gezien en toch : als men er in levende lijve voorstaat, overtreft het alle verwachtingen. U bent verwittigd, ook wat de toegangsprijs betreft ! Volgens recente berichten bedraagt die maar liefst 30 € per persoon !


Tante Kato

Weinig respect voor groot man Graf Durlet in Wijnegem verdwijnt


Enige tijd geleden kwam ik in het bezit van een foto van dokter Georges Durlet. Daarom informatie ingewonnen bij ons steunend lid mevrouw Andrea Durlet om de laatste rustplaats van deze man te vernemen. Zoals ik van haar gewoon ben kreeg ik al het nodige toegezonden.
 
Dokter Georges Durlet werd geboren op 1 januari 1873. Hij was de zoon van Victor, architect die op Sint Fredegandus begraven ligt. In december 1900 kreeg hij een aanstelling in het Antwerpse Stuivenbergziekenhuis. In 1905 wordt hij chirurg in dat zelfde ziekenhuis. Georges Durlet zet zich in tijdens de Balkanoorlog in 1912-1913 waar hij, als eerste, huidtransplantaties met succes uitvoerde, en stelt zich nadien ten dienste van het Belgische leger. In 1919 wordt hij benoemd tot heelmeester dienstoverste in het Sint Elisabethziekenhuis tot het eind van zijn mandaat in 1935.
 
Mevrouw Andrea Durlet gaf nog wat “familiale” toelichtingen: “Als kind maakte hij een grote indruk op mij. Hij woonde toen al in Wijnegem in het “Weilandshof”. Hij bezat een paard en in zijn grote tuin stond een sneeuwwit huisje met meubeltjes zoals in de Walt Disneyfilms. Een echt droomland voor mij.”
De familie schonk al zijn medische instrumenten aan de gemeente Wijnegem. Is het daarom niet wraakroepend dat het graf door diezelfde gemeente in 1999 geruimd werd? Een graf voor een persoon als Georges Durlet verdiend toch een beter lot?
 
Jacques Buermans

Père Lachaise – Schoonselhof een confrontatie Derde gedicht uit de dichtbundel van Rudy Witse, ofte Willem Houbrechts


De dichtbundel “Père Lachaise – Schoonselhof een confrontatie” van Rudy Witse, bij vzw Grafzerkje bekend onder de naam Willem Houbrechts, met foto’s van Michel Wuyts is recent verschenen. Hierna een derde gedicht.

 

Nicole Van Goethem (1941 – 2000) (ereperk R)

 

alles zakte wat door.

 

en

 

vermist je niet groot van lichaam was,

was de bodem vlug bereikt,

 

zo nodig.

 

zo dikwijls was dat nodig,

maar meestal

hebben we dat niet gezien.

 

want dit, dit was het belangrijkste :

we hielden van je.

 

bij hoog en bij laag.

 

Rudy Witse

 

Wie de dichtbundel, niet verkrijgbaar in de boekhandel, wenst aan te schaffen, prijs € 20 – verzendingskosten NIET inbegrepen, kan dit doen bij Houbrechts Willem, 03/230 49 26, E-mail: ho[email protected]

Voor alle informatie slechts één adres


Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
telefoon + antwoordapparaat: 03/829 16 03
(vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)

GSM: 0494/47 37 46.
E-mail: [email protected]
www.grafzerkje.be, voor al uw informatie over vzw Grafzerkje
www.schoonselhof.be, voor al uw informatie over de begraafplaats Schoonselhof
www.antwerpsebegraafplaatsen.be, voor al uw informatie over Antwerpse begraafplaatsen