Nieuwsbrief Nr. 19 - september 2004

Elsene verslag over het Grafzerkjesbezoek aan deze begraafplaats


Zaterdagmorgen. Angstvallig dienden we af te wachten of de rondleiding doorgang kon vinden. Daags daarvoor had Cecilia Vandervelden mij gebeld met de vermelding dat de rondleiding niet kon doorgaan wegens de verplichting van een aanvraag te doen om, in groep, een Brusselse begraafplaats te bezoeken. Buermans kennende stond die al op scherp om die franskiljons in Brussel eens van antwoord te dienen: in het Nederlands. Gelukkig was alles in orde en was de vertrouwde portier op post. Navraag, later, leerde mij dat er inderdaad een toestemming van de burgemeester nodig is om, in groep, een begraafplaats te bezoeken. Waar gaan we naartoe? Langs de ene zijde willen gemeenten hun dodenakkers promoten als “openluchtmusea” en langs de andere kant maken ze regeltjes om het geïnteresseerden aan begraafplaatsen moeilijk te maken.
 
De rondleiding was een succes.

Niet alleen mochten we twee Nederlandse Grafzerkjes begroeten daarenboven maakte vijf nieuwe Grafzerkjes hun opwachting. Na haar inleiding leidde Cecilia ons langs de vele mooie graven en de grafmonumenten van bekende personaliteiten. We passeerden voorbij de laatste rustplaats van de familie Wielemans-Ceuppens, van de gelijknamige brouwerij, de familie Delacre van wie Pierre Delacre de eerste chocoladefabriek in België stichtte en de familie Delhaize, stichters van de gelijknamige magazijnen. Ernest Solvay, uitvinder van soda, industrieel en filantroop kreeg een monument van de hand van Victor Horta. Eugène Ysaye, componist en violist een bronzen monument van de hand van Constantin Meunier. De personen bekend met het Antwerpse Schoonselhof keken verbaasd op toen zij op het graf van Guillaume Gaffe een monument aantroffen identiek aan het monument Lux-Fierens. Bij het graf van dichter Johan Dautzenbe kregen we een primeur voor de begraafplaats van Elsene. Een nieuwe tandem die nog stukken gaat maken in het funeraire heelal kreeg hier vorm: Cecilia gaf informatie over de dichter en Grafzerkje Marc Coremans droeg een passend gedicht voor. Een paar apart en te volgen. We stonden stil bij het monument voor Louis Hymans, journalist en historicus met een, verdwenen, medaillon van Thomas Vinçotte. De gebroeders Chainaye waren afkomstig van Luik en kregen een monument dat lijkt op het Perron van Luik. Een van de mmosite grafmonumenten stond op het graf van de familie Cauderlier. De mannelijke figuur knipt de levensdraad door. Een beeld van Eugene De Breemaecker. Anne Stricker, stierf op 23-jarige leeftijd. Een beeld van Paul Dubois. Georges Boulanger was generaal. Hij pleegde zelfmoord op het graf van zijn geliefde Marguerite de Bonnemain die, op 35-jarige leeftijd, stierf aan tuberculose. Het graf heeft het opschrift “Ai-je pu vivre 2 ½ mois sans toi”. Mooi toch ? Een eenvoudig graf was voorbehouden aan baron Victor Horta, dé architect van de art-nouveau. Elsene heeft ook een enorm mooi ereperk voor militairen. Rondom dit ereperk treffen we ook een aantal bijzondere grafmonumenten aan voor generaals. In deze omgeving ligt ook Eugène Flagey, advocaat en burgemeester. Vandaar was het nog enkele stappen naar Charles De Coster, schrijver van Tyl Uilenspiegel. Hij kreeg een monument van de hand van E. de Valériola. Een bijzonder typerende stèle kreeg surrealist Marcel Broodthaers.  Onze tocht eindigde bij het, eenvoudige graf voor beeldhouwer Constantin Meunier.  De buildrager aan het Antwerpse stadhuis is van zijn hand.

Voor velen was dit een eerste kennismaking met de begraafplaats van Elsene en iedereen was het er over eens: deze dodenakker is een bezoek overwaard. Veel te weinig bekend. Iedereen komt hier aan zijn trekken: zij die oog hebben voor de aanleg van de begraafplaats, zij die komen om mooie monumenten te bewonderen en zij die “bekende” personen opzoeken.
 

Afspraak met tante Kato tot wat een toevallige ontmoeting kan leiden. Grafzerkje kijkt in het dagboek van tante Kato


Steeds op zoek naar nieuwe ideeën voor de Nieuwsbrief van Grafzerkje ontmoette Jacques Buermans zuiver toevallig tante Kato. Toen ik haar vertelde van mijn "funeraire afwijking" bleek dat zij in hetzelfde bedje ziek lag. De eerbiedwaardige dame trekt al jaren doorheen Europa en andere delen van de wereld en kan het niet laten om steeds een begraafplaats of een mausoleum binnen te stappen. Maar er is meer. Tante Kato betreedt niet de reeds door de doordeweekse funeraire fanaat platgetreden paden. Nee, tante Kato klampt zich vast aan één
bijzondere figuur per gelegenheid, zoekt daar de nodige informatie over op en maakt dan in haar dagboek een verslag. Ik, of is het Grafzerkje, moet wel een enorme indruk op haar gemaakt hebben want spontaan stelde ze voor om haar dagboek met ons te delen. Vanaf nu hebben we in elke Nieuwsbrief een afspraak met tante Kato onder het motto "Tante Kato ging
op reis en ze zag".

Tante Kato ging op reis en ze zag het graf van le Facteur Cheval een eerste bijdrage van tante Kato


* Joseph-Ferdinand Cheval * 1836-1924 * Hauterives, Frankrijk *

Wie op weg is naar Zuid-Frankrijk en de rit liever in kortere etappes aflegt zou beslist eens moeten stoppen in Hauterives, ten zuiden van Lyon en Vienne. Het is een aangename en verbazende halte in het mooie golvende landschap van de Drôme.   In dit dorp, dat nu 1300 inwoners telt, was Joseph-Ferdinand Cheval postbode van 1869 tot zijn pensioen in 1896. Zijn dagelijkse bestelronde die hij te voet aflegde was 32 kilometer lang. Wat doet een mens als hij dagelijks uren stapt door dit Drômerige landschap ? Fantaseren. Een ideale wereld creëren. Na zo’n tien jaar dromen stootte hij op een grilllig gevormde steen en vanaf dan begon hij rare keien en merkwaardige stenen te verzamelen. Elke avond, elk vrij moment bouwde hij nu letterlijk aan zijn sprookjeskasteel. Er was plaats voor een moskee, een hindoetempel, een Egyptische tombe en een druïdengraf. Grote historische figuren als Archimedes, Caesar, Socrates en de 4 evangelisten kregen een beeld. In deze feeërieke wereld leefden tussen gesculpteerde cactussen en palmbomen beestjes van de hele wereld : slangen, krokodillen leeuwen, enz... 33 jaar (tot 1912) bouwde de eenvoudige facteur aan zijn fantastische wereld. Het bouwwerk zou uiteindelijk 300 vierkante meter groot en 12 meter hoog worden. Géén is sant in eigen land ! Het dorp haalde de schouders op bij de aanblik van zoveel extravagantie. Maar de heren van de stad bewonderden zijn werk en moedigden de eigenzinnige schepper aan. Een jonge dichter gaf hem in 1904 al de inspiratie voor de naam “Palais Idéal”.


Wat doet een koppige tachtigjarige die zijn droom, zijn levenswerk verwezenlijkt heeft maar er niet kan in begraven worden ? Zeker niet van een welverdiende rust genieten ! In 1914 kon hij een eeuwigdurende concessie krijgen op de gemeentebegraafplaats. Gedurende acht jaar bouwde hij aan het familiegraf dat hij “le Tombeau du Silence et du Repos sans Fin” noemde. De tombe, veel kleiner dan zijn titanenwerk, was echter groot genoeg om als laatste rustplaats voor de familie Cheval-Richaud te dienen.

Nu trekt het dorpje jaarlijks 140.000 toeristen die het inmiddels beroemde paleis komen bewonderen. Weinigen genieten van de wandeling naar de begraafplaats op ongeveer 1 kilometer buiten de dorpskom. Het graf van le Facteur Cheval is die wandeling waard. Het lijkt of een groot kind met plasticine heeft zitten spelen en er met grote naïviteit een rustplaats uit kantwerk, krulletjes en kroontjes geboetseerd heeft.

Hoe een steentje rollen kan ...

Anneke Haasnoot via Grafzerkje Piet Vernimmen kunnen we kennismaken met deze dichteres


Grafzerkje Piet Vernimmen stuurde mij een aantal gedichten door. Daaronder een gedicht dat onmiddellijk zijn aandacht trok over de begraafplaats Père Lachaise. Ik contacteerde de dichteres Anneke Haasnoot en verkreeg van haar de toestemming om het gedicht “Ici repose” te publiceren voor Grafzerkje. Anneke Haasnoot zegde mij ook dat ze in de toekomst nog meer gedichten uit de funeraire sfeer zal toesturen waarvoor nu al mijn hartelijke dank. Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Ici Repose een eerste gedicht van Anneke Haasnoot


De resten die op de begraafplaats treuren
-Ooit vleesgeworden in verleden tijd-
Houden zich schuil achter smeedijzeren deuren
In grond die ik voorlopig liever mijd

Chopin, Piaf, Bécaud liggen bedolven
Onder de bloemen van een stil publiek
Het schuifelt schoorvoetend om de muziek
Die ‘t leven deze drie wist af te kolven

Père Lachaise, de oude Jezuïet
Wiens naam de Stad der Doden waardig draagt
Kon deze uitgebreidheid niet bevroeden
Uit vele kelen welt ‘het is geschied’

Naast Wilde en Proust heeft het de Heer behaagd
Tot zich te nemen repen stof, bebloede
Vel over been trekt deze voort in brons
De Seine kent als Styx vele Charons

Wilde’s tombe is geschonden want verslonden
Door meer dan duizend rode vrouwenmonden

Een koude dag in mei- stil stadsgebied
Een handkar, vodden en een Jiddisch lied

Anneke Haasnoot

Een middag op Schoonselhof Grafzerkje Mathilde Goelen was bij de herinhuldiging van Maria ’S heeren en maakte een gedicht


Grafzerkje Mathile Goelen was aanwezig op de herinhuldiging van het grafmonument voor Maria ’S heeren en schreef volgend gedicht.
Een middag op Schoonselhof:
 
Ze was jong en beeldig mooi
haar naam was Maria S’ heeren
voor een lichtstoet in feestelijke tooi
het is reeds meer dan 100 jaar geleden.
 
Als sneeuwkoningin zou ze triomferen
hoog in het witte ijspaleis
niets kon haar daar deren
men was op alles voorbereid
 
Het liep anders dan verwacht
de praalwagen vatte vuur
er werd geblust met man en macht
haar leven was van korte duur
 
Als een koningin werd ze begraven
kreeg een praalgraf ter ere
voor haar jonge leven, amper 18 jaar
nu rust zij hier al ruime tijd in vrede.

Zwerver Schoonselhof wordt al jaren geteisterd door een zwerver. Ultiem middel: de pers


Reeds van in 2001 heeft de begraafplaats Schoonselhof een ongenode gast: een zwerver. Deze persoon heeft zich de wachtzaal als “zijn” verblijfplaats toegeëigend. In de beginne heeft hij regelmatig de toiletruimte met uitwerpselen besmeurd. Daarop sloten de mensen van de begraafplaats de wachtzaal  maar dit kon hem niet tegenhouden: hij sloeg gewoon de ruit uit. Een gesprek met de man is onmogelijk want in de wartaal die hij uitkraamt gaat het steeds over de duivel die hem stuurde. Volgende citaten kreeg ik te horen van de Antwerpse politie: “dit is toch normaal. Men heeft Merksplas gesloten. Waar moet zo’n man nu anders heen?” of “buiten enkele winkeldiefstallen doet die man toch niets verkeerd?” of op mijn vraag om de man op te pakken vroeg men mij “heeft hij u al fysiek aangepakt want dan kunnen we hem oppakken” waarop ik repliceerde dat ik hem wel eens op mijn gezicht wilde laten slaan, moest dit een oplossing zijn. Waarop de dienaars van de wet: “neen want dan is dat met voorbedachte raden”.
 
Begin augustus ging hij helemaal uit de bol. Hij bedreigde mensen die naar de toilet wilden gaan en, tijdens een avondwandeling, liep hij spiernaakt rond in de wachtzaal. Dames die naar het toilet wilden kregen de schrik van hun leven. Laatste mogelijkheid: de pers.
Het artikel uit Gazet van Antwerpen en het artikel uit De Nieuwe Gazet. Deze reporter krijgt wel de prijs voor het beste “afschrijven” van een krantenartikel. 

Melatenfriedhof te Köln een mooi onderhouden Duitse begraafplaats


Een daguitstap naar Keulen  is, voor de liefhebbers van het funeraire, slechts volledig met een bezoek aan het Melatenfriedhof. Gelegen aan de Aachenerstrasse is de begraafplaats makkelijk te bereiken met tram 1 of 7, na een rit met de metro tot aan de Neumarkt.  De naam komt van “Zu den Maladen”, en de begraafplaats werd opgericht na Napoleons decreet van 1804. Men vindt hier prachtige monumenten van bekende, en voor ons minder bekende, figuren. Een gidsje helpt bij het ontdekken van het vele fraais dat hier te zien is.

Keuls water:

Vlakbij de ingang treffen we de laatste rustplaats voor de familie Farina aan. Johann Maria Farina was niemand minder dan de uitvinder van het beroemde Keulse water. Een graf ontworpen door Ferdinand Franz Wallraf vinden we voor priester Michael DuMont. Een bijzonder monument is dit voor de Pruisische majoor Friedrich Anton Florian von Seydlitz. (volgende bladzijde links boven)   Een antieke helm en een gietijzeren zwaard bevinden zich in de onmiddellijke omgeving van een, meer dan 220 jaar oude, plataan, de oudste boom van de begraafplaats. De vereniging “Himmel und Aäd” nam het peterschap over het Jugenstillgraf voor Friedrich Wilhelm Paas waar. Het biedt plaats aan 96 urnen voor slachtoffers van aids en kanker. Een lovenswaardig initiatief. Daarnaast vinden we het gedenkteken voor de gevallen Keulse soldaten uit het leger van Napoleon. Een monument van beeldhouwer Wilhelm Albermann siert het graf van Caspar Broelsch. Wat verscholen ligt het familiegraf Adenauer. Het is onder meer de laatste rustplaats voor een broer en twee zusters van de voormalige Bondskanselier en andere familieleden waaronder conservatrice Hanna Adenauer. Konrad Adenauer ligt hier niet. Zijn laatste rustplaats is het Waldfriedhof te Rhöndorf. Een obelisk van elf meter hoog met een reliëf van de hand van Peter Jozef Imhoff treffen we aan op het graf voor president Daniel Heinrich Delius. Een doodsgenius van de hand van dezelfde beeldhouwer siert het graf voor Caspar Hamm. Twee zuilen met Corinthische kapitelen flankeren een engel, van de hand van R. Cauer, op het grafmonument voor Friedrich Johann David Herstatt. Een modern werk van Friedrich Engstenberg en genaamd “10 cm über dem Rhein” treffen we aan op het graf voor Charly Niedieck, bassist in verschillende jazzformaties. Een reliëf van Anton Werres, Christus die een doofstom kind geneest, vinden we bij Johann Joseph Gronewald, directeur van de doofstommenschool. Een beeld van de treurende weduwe van Heinrich Feith is van de hand van de Nederlander Jan Glissmann. Een beeld “La Douleur”, naar een ontwerp van hemzelf, siert de laatste rustplaats voor beeldhouwer Franz Anton Lohr.

De Millionenallee:

Nu bevinden we ons op de “Millionenallee”. de naam verwijst uiteraard naar de talrijke enorme grafmonumenten die zich op deze centrale weg bevinden. Het laatste werk van Wilhelm Fassbinder vinden we op het graf voor Heinrich Dahmen. Wilhelm Ludwig Deichmann, bankier ligt onder een werk van architect Hermann Otto Pflaume en beeldhouwer Wilhelm Albermann. Gustav Brandt kreeg een marmeren vrouwenfiguur van de hand van beeldhouwer Wilhelm Fassbinder. (volgende bladzijde onderaan) Franz Clouth, eigenaar van een rubberfabriek, kreeg een Jugendstillmonument van de hand van Rudolf Bosselt. Karl Funke-Kaiser, stichter van Europaverzekeringen en Gertud Funke-Kaiser liggen onder een modern werk “Verticale” van Roberto Cordone. Een antieke sarcofaag door leeuwen geflankeerd en van de hand van Hugo Dunkel is de tombe voor bankier Louis Hagen. Georg Meistermann, beeldhouwer ligt onder een werk van hemzelf. 

De familie von Recklinghausen kreeg een beeld van de hand van Peter Joseph Imhoff. De gevallen soldaten van de oorlog 1870-1871 kregen een monument van de hand van Anton Werres. Müngersdorff een honinghandelaar ligt onder een uit hout gesneden monument met bijen in de hoofdrol.
Hier vond Albert Richter, een wielrenner door de Nazi’s neergeschoten werd zijn laatste rustplaats. De velodroom in Keulen werd naar hem genoemd. Een mozaïek siert het graf voor kunstenaar Antonio Gobbo. Het meest markante graf is dit voor Johann Müllemeister. (vorige bladzijde bovenaan rechts) De “Sensenmann”, de man met de zeis, is een beeld  van de hand van August Schmiemann. Volgens bepaalde bronnen wordt dit monument als afschrikmiddel voor stoute en ongehoorzame kinderen gebezigd. Vlakbij ziet men kikkers op de laatste rustplaats voor Johann en Willy Steinnus, een familie van steenhouwers. Een beeld van Georg Grasegger siert het graf voor Peter Josef Thelen, wijnhandelaar. Een prachtige beeldengroep met engelen kreeg brouwer Peter Joseph Früh. Beeldhouwer Josef Moest  rust onder een werk naar een ontwerp van hemzelf terwijl aan de voeten van het graf voor Wilhelm Pütz een putti zijn opwachting maakt. Een monument in de vorm van een tandrad, van de hand van beeldhouwer Ludwig Gies, bekroont de laatste rustplaats voor Hans Böckler. De uit Luik afkomstige fabrikant van treinwagons Julius van der Zypen kreeg een mausoleum van Xavier Bry. Een beeldhouwwerk in de stijl van Constantin Meunier, een werk van Wilhelm Fassbinder treffen we aan bij Alfred Sauer terwijl een afbeelding van prima ballerina Anna Pavlova siert de laatste rustplaats voor Theo Pauls, maker van balletschoenen. Afbeelding van Anna Pavlova van Josef Bayer. Een modern werk van Wolfgang Nestler treffen we aan bij Dadakunstenaar Johannes Theodor Baargeld. Een Iraans graf kreeg Ferdoss Schamai Khatibi. Komiek, tekenaar en zanger Arno Faust kreeg op zijn graf al zijn attributen van zijn rijk gevuld leven : de gitaar, het papier, de hand met de schrijfpluim en de raaf die een traan plengt, als allegorie voor de smarten van de gehele wereld.
 
Een toemaatje:
 
Wanneer er nog wat tijd rest in Keulen is een bezoek aan de Sint Ursulakerk aangewezen. Hier vindt men de “Goldene Kammer”. In deze “gouden kamer” werden, vanaf 1643, menselijke beenderen zo opgestapeld dat de tekst “Maria – S. Ursula pro nobis ora – S. Etheri ora pro nobis – Jesus corona martirium” leesbaar is. In de ruimte treft men eveneens 122 reliekbustes aan. De oudste dateren van de 13e eeuw, de jongsten uit de 17e eeuw. Tevens zijn hier zo’n 700 schedels tentoongesteld. Het altaar, uit 1643, met de Ursularelikwieën wordt aan Jeremias Geisselbrunn toegeschreven. Wegens de aan gang zijnde restauratiewerken is de “Goldene Kammer” slechts een beperkt aantal uren toegankelijk voor het publiek. De Sint Ursulakerk bevindt zich op 5 minuten wandelafstand van de Keulse Dom. Dus eerst even de juiste openingsuren nakijken ter plaatse of informeren bij de Toeristische Dienst, vlak over de Dom gelegen.
 
Meer over de hierboven besproken begraafplaatsen in volgende publicaties:
 
LEBENDIGE VERGANGENKEIT: Künstler, Kunstwerke, Kölner auf dem Friedhof Melaten, Uitgave Pulheim: Schuffelen 1997, 3 929769 43 3.
 
MELATEN, Mythos und legenden, Ayhan Demirci, Wienand Verlag Köln, 3 87909 455 1.
 
MELATEN Kölner Gräber und Geschichte, Josef Abt, Joh. Ralf Beines, Celia Körber-Leupold, Greven Verlag Köln,  3 7743 0305 3.
 
ST. URSULA IN KOLN, Helmut Fussbroich, Rheinische Kunststätten, 3 88094 701 5.
 
HISTORISCHE FRIEDHOFE IN DEUTSCHLAND, OSTERREICH UND DER SCHWEIZ, Matthias Gretzschel, uitgeverij G. Callwey München 1996. ISBN 3 7667 1233 0.

Middelheim, een meevaller op alle gebied een prachtige middag dank zij Grafzerkje Swa Beerten


Swa Beerten, een van de laatst bijgekomen Grafzerkjes, was onze groep zo genegen dat hij aanbood om, volledig gratis, ons een rondleiding te geven in het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim. Mensen die Swa Beerten niet kenden, wat een gemis in uw opvoeding, kan ik vertellen dat Swa reeds jaren zijn sporen verdiend als stadsgids. De laatste tijd neemt het Middelheim een belangrijke plaats in in zijn gidsbeurten. Dus met Swa als gids en een mooi weertje zaten we op rozen.
 
Aan de ingang werden we opgewacht door een van de meest populaire burgemeesters van Antwerpen: Lode Craeybeckx. Een beeld van de hand van Vic Gentils. Onmiddellijk wisten we welk vlees we met de heer Beerten in de kuip hadden. Hij vertelde details niet alleen over de persoon van Craeybeckx maar ook over de wijze waarop het beeld tot stand kwam. Swa wees ons daarop en ik veronderstel dat vele van zijn toehoorders verrast waren enerzijds door diens kennis en anderzijds dat zij het beeld, zonder Swa, nooit zo zouden bekeken hebben. Hetzelfde deed zich voor bij een beeld van Renoir. Swa vroeg zijn gehoor wat ze in dit beeld zagen. Enkel toen hij zegde dat we het veel te ver gingen zoeken en dat kinderen op zijn vraag spontaan “een blote madam” antwoordden wist Swa dat Grafzerkjes een nog moeilijker publiek zijn dan kinderen. Maar daar bleef het niet bij. We ontdekten een appel en water en dan bleek het niet zo maar een “blote madam” te zijn maar een Venus Vitrix en Swa vertelde daar een heel verhaal bij. Bij “het zotte geweld” van Rik Wouters kregen we het hele verhaal van Isadora Duncan te horen. Ook bij Henri Moore’s “koning en koningin” vertelde Swa dingen die hij ons met ontzag deden luisteren naar zijn rijke kennis. Constantin Meunier, Oscar Jespers en Marc Macken bewezen dat ook de Belgische beeldhouwkunst niet te onderschatten is en zeker op het Middelheim hun plaats verdiende. Swa liet ons eveneens kennismaken met de “Franse drie”: Rodin, Bourdelle en Maillol met respectievelijk het bekende beeld voor Balzac, Heracles de boogschutter, waaraan Swa een persoonlijke anekdote koppelde en “de rivier”. Bij het beeld “eindeloze kronkel” van de Zwitser Max Bill toverde Swa een heel arsenaal uit zijn boekentas waaruit degelijk bleek dat de kronkel van onze Max heel goed functioneerde bij het verwezenlijken van zijn werk. Swa, moest ge ooit opteren voor een carrière als goochelaar: uw broodje is gebakken. (grapje) Nu ernstig: Swa je hebt mij, en naar ik hoop ook meerdere Grafzerkjes, op een namiddag meer bijgebracht dan ik had durven dromen. Het is dankzij mensen als jij dat beeldhouwkunst en zeker moderne beeldhouwkunst dichter bij de gewone man komt.
 
Voor alle informatie slechts één adres:
 
Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
tf + antwoordapp. + fax: 03/829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)
E-mail: [email protected]
www.schoonselhof.be