Nieuwsbrief Nr. 18 - juli 2004

Père Lachaise verslag van Jenny Bonnast over het Grafzerkjesbezoek aan Père Lachaise


Jenny Bonnast gaf ons volgend verslag:
Op het ontiegelijk uur 5u45 is het verzamelen geblazen aan het Plaza Crown Hotel te Antwerpen. Om 6u stipt zet onze bus onder deskundige leiding van chauffeur Armand koers richting Parijs. Jacques  belooft ons -en heeft deze belofte ook kunnen waarmaken- om “zijne kwek” te houden zodat iedereen de gelegenheid krijgt nog een beetje te doezelen. In Péronne kunnen we een deftig ontbijt nuttigen.
 
Daarna ontpopt Jacques zich als een volleerde reisgids.  We krijgen een stadsplan van Parijs, een snelcursus in het gebruik van het metronet, suggesties voor restaurantjes en we worden op het hart gedrukt uit te kijken voor zakkenrollers! Aan ieder die het wil geeft hij praktisch advies over hoe de rest van de dag zoet te brengen. De gebruikelijke “reclame” over de Grafzerkjes ontbreekt natuurlijk ook niet. Daarna komt het programma aan bod; de eerste groep krijgt een rondleiding om 11u, de tweede groep om 15u. Iedereen wordt aangemaand om 7u45 stipt te verzamelen aan de Porte Maillot voor de terugtocht
 
Om 11u start dan effectief de eerste rondleiding.  Wij hebben het voorrecht de begraafplaats te mogen bezoeken exact één dag na de tweehonderdste verjaardag van de opening.  In de namiddag is er dan ook een concert in de herdenkingskapel waar werk uitgevoerd wordt van componisten die hier begraven liggen.
 
Na een korte historische inleiding kunnen we aan onze rondgang beginnen. Père Lachaise biedt aan 1,3 miljoen mensen een laatste rustplaats;  Parijzenaars waar ze ook gestorven zijn, iedereen gestorven in Parijs en concessiehouders. Momenteel worden er 7000 verwaarloosde concessies te koop aangeboden. Anders dan bij ons zijn er concessiehouders die tijdens hun leven de restauratie van hun toekomstige begraafplaats aanvatten. Onderweg komen we er zo een aantal tegen. Bij de selectie van de monumenten die we zullen bezoeken heeft Jacques zich laten leiden door: de beroemdheid van de overledene, de link met België, de symbolen.
 
We starten de rondgang bij het monument van Louis Visconti, architect van het nieuwe Louvre en van de graftombe voor Napoleon in de Dôme des Invalides. Het monument van de beeldhouder J.P. Dantan is een typisch voorbeeld van de romantische stijl. De componist Rossini (De Barbier van Sevilla) heeft een cenotaaf op Père Lachaise, zijn lichaam wordt negen jaar na zijn overleden overgebracht naar Firenze waar hij rust in de Santa Croce.  Hij is bijgelovig en sterft op een vrijdag de 13de…. De dichter Alfred de Musset is verliefd op George Sand en ze reizen naar Italië waar de Musset ziek wordt. Sand begint een relatie met zijn Italiaanse geneesheer en hij keert gebroken naar Frankrijk terug. Hij raakt aan de drank en de ongelukkige liefde blijft het voornaamste thema in zijn werken. Uit zijn gedicht “Lucie” komt zijn laatste wens: “Lieve vrienden, wanneer ik sterf.
Plant dan een wilg op het kerkhof.
Ik houd van zijn treurend lover.
Zijn bleekheid is mij zoet en aangenaam.
En zijn schaduw zal ijl zijn.
Boven de grond waarin ik rust”.
Deze tekst staat op zijn grafsteen. De tragiek wil dat er geen enkele treurwilg overleeft op zijn graf. Het beroemde “Monument voor de doden” van Albert Bartholomé doemt voor ons op; hier bevindt zich het ossuarium van Père Lachaise, de naamloze resten. Albert Bartholomé is aanvankelijk schilder maar na de dood van zijn echtgenote legt hij zich vrijwel exclusief toe op grafstenen en doodsmonumenten.
Op het grafmonument van A. Falguière “de inspiratie” kan men aan de hand van de symbolen (palet en beitel) duidelijk afleiden wat zijn beroep was. I. Hoff is een onderofficier die zich verdienstelijk maakt tijdens het beleg van Parijs in 1870 en het beeld “het kleine Elzaserinnetje” is van A. Bartholdi, de beeldhouwer van het New Yorkse vrijheidsbeeld.
De link met België vinden we terug bij F. Arbelot.  Op zijn graf treffen we een bronzen mannengisant -Arbelot- met in zijn hand een vrouwenmasker; zijn echtgenote.  Dit prachtige beeld is van de Belgische beeldhouwer Adolphe Wansart.
 
De architect van Père Lachaise, Alexandre Théodore Brongniart, ligt naast zijn zoon Alexandre, geoloog en mineraloog.  Op diens graf prijkt een enorme witte vaas want hij was tevens directeur van de porseleinfabriek van Sèvres. François-Joseph Talma is theateracteur en Nederlander. Bij zijn overlijden blijft het Brusselse “Grand Théatre” 40 dagen gesloten als teken van rouw. De Italiaanse componist Luigi Cherubini wordt gelauwerd door een muze met een harp. De Poolse componist, Chopin heeft een verhouding met George Sand (zie de Musset). Na de scheiding met Sand is hij constant ziek en bang om levend begraven te worden. Hij wil zijn hart uit zijn lichaam om te laten begraven in Warschau. Chopin uit ook de wens begraven te worden in de buurt van zijn vriend de componist V. Bellini. Camille, de zoon van Ignace Pleyel (Oostenrijkse componist) trouwt met Marie Moke. Zij is een beroemde pianiste en breekt haar verloving met Hector Berlioz af om met Camille Pleyel te huwen.  Zij vestigt zich na haar echtscheiding in Brussel waar zij in 1875 sterft en rust in een prachtig monument op de begraafplaats van Laken. De componist Grétry, geboren te Luik is aanvankelijk koorzanger maar boekt in Parijs het éne succes na het andere met komische opera’s.  “Richard Coeur de Lion” is zijn meesterwerk. Vincenzo Bellini (zie Chopin) is componist (“Norma).  Dit is een cenotaaf want zijn lichaam wordt 40 jaar na zijn overlijden overgebracht naar zijn geboortestad Catania op Sicilië. Théodore Géricault is schilder.  Hij ligt ontspannen op zijn zerk; palet en kwast nog in de hand.  Zijn werk “Vlot van Medusa” betekent een mijlpaal in de moderne schilderkunst.  Dit werk is afgebeeld op zijn monument. Adolphe Thiers is journalist, politicus, historicus en staatsman.  Hij is president van de republiek van 1871 tot 1873. Zijn enorme grafmonument wordt slechts één keer per jaar geopend, nl. op 1 november. Thiers ligt in een sarcofaag die identiek is aan het graf van Napoleon Bonaparte. Jacques-Louis David is actief als kunstschilder en opinieleider tijdens de Franse Revolutie. Hij wordt later hofschilder van Napoleon.  Na de val van Napoleon vlucht hij naar Brussel in ballingschap.  Enkel zijn hart ligt hier begraven, zijn lichaam rust nog steeds op de begraafplaats van Evere.  Hij is de meest begaafde kunstenaar van zijn generatie (“De dood van Marat”).
Op het graf van Cino Del Duca (uitgever) prijkt een brons “De maagd die Christus ondersteunt” van Francesco Messina. De sarcofaag van de beeldhouwer Pierre Cartellier werd uitgevoerd door een aantal van zijn leerlingen. Ferdinand Barbedienne zet een procédé op punt om originele werken te verkleinen. We zien hier een buste van Antoine Chapu en bronzen beelden van Alfred Boucher.  Sommige bezoekers kunnen zich er moeilijk van weerhouden de borstjes aan te raken; de linkerborst is duidelijk het meest geviseerd…. Antoine Chapu ontwerpt ook het monument voor Marie d’Agoult.  Ze schrijft onder het pseudoniem Marie Stern en is eigenlijk veeleer beroemd door haar verhoudingen met Goethe en Liszt dan door haar schrijverschap. 
Het monument van de componist George Bizet (Carmen, l’Arlesienne en De Parelvissers) wordt opgericht door zijn vrienden. Het prachtige monument met de vier engelen van Meusnier is van Joachim de Errazu. Jean-François Cail is ingenieur en stichter van een locomotievenfabriek.  De allegorische figuren in steen zijn van Alfred Thiébault. Joseph Eustace Crocé-Spinelli en Henri Sivel sterven als hun luchtballon de Zenith vanop 8600 meter hoogte te pletter stort.  De derde medereiziger Gaston Tissandier overleeft. Het monument is van Jean Dumilâtre. Albert Grisar, geboren in Antwerpen is componist; de sinjoren hebben een straat naar hem genoemd. De kapel van de hand van Eugène Viollet-le-Duc herbergt Charles-Auguste de Morny, graaf, politicus en halfbroer van Napoleon III. Eugène Delacroix is de belangrijkste schilder uit de Franse romantiek.  Hij vraagt en krijgt een eenvoudig monument; een zwarte sarcofaag vergelijkbaar met de graftombe voor Scipio. Naast dit monument kunnen we een vaas bewonderen met in het midden de schilder Leonardo da Vinci, links op de ezel ‘La Joconde” en verder Mona Lisa die poseert voor da Vinci. Rechts zien we François I met daarnaast zijn hofhouding met windhond en dwerg.  Het tafereel speelt zich af in een kasteel aan de Loire (Amboise). We hebben er het raden naar wie hier is begraven. De schrijver Honoré de Balzac rust hier met zijn Poolse echtgenote gravin Hanska.  We zien hier een metalen boek met ganzenveer.  De koperen buste is van David ‘d Angers. Louis Félix de Beaujour is diplomaat en consul. Zijn monument is 16m hoog en 21m breed, deze “schoorsteen” is van François Cendrier.  Een andere naam voor het monument is “de grote penis”. De rustplaats van de familie Diaz-Santos wordt opgericht als dochter Charlotte op 16-jarige leeftijd sterft.  Er wordt één miljoen franse frank (uit 1827) aangeboden aan wie een jaar in de kelder wil verblijven.  Niemand lukt in dit opzet, iedereen wordt gek voor die periode.  Een identiek verhaal doet de ronde bij de graftombe Demidov-Strogonov.
Het graf van Allan Kardec, vader van het Franse spiritisme is het bloemrijkste en meest bezochte van de begraafplaats. De bronzen buste van Romain Capellaro glanst door de vele aanrakingen.  Vrouwelijke adepten willen al wel eens in katzwijm vallen voor het beeld van hun meester; de fanatiekste volgelingen geloven dat zijn ogen open en dichtgaan.  In het verleden vonden er nachtelijke mystieke rituelen plaats. Markies Antoine de Casariera wordt door Isabelle II uit Spanje verbannen omdat hij het kind van zijn vrouw ombrengt; het schaapje heeft immers dezelfde zwarte huidskleur als haar kamerknecht…. Imre Nagy is eerste minister van Hongarije.  Hij wordt in 1958 gefusilleerd in Praag en in een massagraf gedumpt.  “Le bateau de la liberté” is enkel een monument. Hij is later in ere hersteld en in 1989 in Budapest herbegraven met een staatsbegrafenis. De zanger Gilbert Bécaud en de actrice Marie Trintignant (moeder van vier kinderen en omgebracht door haar vriend) liggen langs mekaar begraven. De actrice Sarah Bernhardt is een excentrieke dame.  Zij zeult jaren een doodskist mee waarin ze regelmatig gaat rusten.  Onder haar huisdieren telt ze apen, leeuwen en een krokodil…
Yves Montand (auteur en chansonnier) en Simonne Signoret (actrice) hebben uitgesproken linkse sympathieën. In november ’97 wordt Montand opgegraven om een DNA-test te laten uitvoeren omdat een vermeende dochter (Aurore Drossard) aanspraak wil maken op zijn fortuin. Naast de graftombe worden berken geplant afkomstig van hun domein. Nu komen we aan het crematorium (van Formigé en in dienst sinds 1899). In tegenstelling tot wat men zou denken worden er momenteel slechts 15% van de overledenen gecremeerd;  25% daarvan worden uitgestrooid, 15% krijgen een nis in en van 60% krijgen de nabestaanden de urne mee naar huis.  Dit blijkt een probleem gezien veel mensen er na verloop van tijd geen blijf mee weten…Maria Callas (operadiva) is hier niet begraven maar krijgt een herdenkingssteen; enkele jaren na haar crematie wordt haar as uitgestrooid over de Egeische zee.  Isadora Duncan wordt gezien als één van de belangrijkste grondleggers van de moderne dans.  Zij komt dramatisch aan haar einde als haar rode sjaal verwikkeld raakt tussen de wielen van haar gloednieuwe open Bugatti sportwagen. De rode sjaal siert haar lijkkist.  Haar twee kinderen, Patrick en Deirde, die in 1915 bij een auto-ongeval omkomen rusten in haar nabijheid evenals haar moeder Dora Gray Duncan
De uitvaart van de clown Achille Zavatta gebeurt in een circustent met clowns, muzikanten en acrobaten.  De kist wordt voortgetrokken door twee witte paarden en gevolgd door muzikanten die heel Parijs doorkruisen op weg naar zijn laatste rustplaats. Sommigen worden hier wel gecremeerd maar liggen elders begraven. De filosoof Jean-Paul Sartre en zijn vrouw Simone de Beauvoir liggen op Montparnasse, de cineast François Truffaut ligt op Montmartre, de acteur Jean Gabin wordt op zijn verzoek uitgestrooid over zee
De componist van “Les cloches de Corneville”, Robert Planquette krijgt klokjes ter versiering. Nu is het moment gekomen waarop we het monument van Oscar Wilde kunnen bewonderen.  Hij is Ier en één van de meest toonaangevende Europese dichters en schrijvers van zijn tijd.  Zijn bekendste werk is “Dorian Gray”.  Nadat hij van homoseksualiteit wordt beschuldigd, vlucht hij naar Parijs.  Het grafmonument is geschonken door een anonieme vrouwelijke fan en ontworpen door Jacob Epstein; de sfinx heeft de gelaatstrekken van Wilde.  Het monument werd aanvankelijk als een schandaal bestempelt; het wordt met een zeil afgedekt ofwel is er constant politiebewaking.  Er wordt aan de beeldhouwer gevraagd een bronzen vijgenblad te creëren maar dit verdwijnt spoedig; zijn geslachtsorganen zijn sinds mensenheugenis verdwenen. Op de achterzijde van het monument vinden we citaten uit “The Ballad of the Reading Goal”.  Sinds 1950 ligt hier eveneens Robert Ross, vriend van Oscar Wilde begraven, alhoewel diens naam niet wordt vermeld. Zénobe-Théophile Gramme is Belg en uitvinder van de dynamo. Edith Piaf ondermijnt haar gezondheid met alcohol en verdovende middelen. Ze rust hier met haar derde echtgenoot, Théo Sarapo.  Haar grootste nummers zijn “Milord”, “La vie en rose” en “Non, je ne regrette rien”.
Victor Noir is journalist, notoir vrouwenversierder en republikein.  Hij wordt in 1870 door Pierre Bonaparte, een volle neef van keizer Napoleon III neergekogeld.   Op het proces beweert Pierre Bonaparte dat Noir hem heeft beschimpt en een handschoen in het gezicht geworpen; hij wordt vrijgesproken…Het levensechte monument (compleet met erectie) door Jules Lalou wordt vooral door dames druk bezocht.  Het verhaal wil dat het aanraken van zijn geslachtsdeel de vruchtbaarheid zou vergroten; de bobbel in de broek van het beeld is dan ook altijd flink opgepoetst….
Jean de la Fontaine en Jean Baptiste Molière zijn in 1817 samengebracht met de bedoeling volk te lokken naar de begraafplaats.  Beide sarcofagen (werk van Etienne Godde) zijn leeg alhoewel sommige bronnen vermelden dat de beenderen zich in de sarcofaag zouden bevinden in plaats van in de grond zoals wettelijk verplicht. Antoine-Augustin Parmentier is apotheker en militair; hij introduceert de aardappel in Frankrijk. Rondom zijn graf bevonden er zich dan ook aardappelplanten. Het grafmonument van de hand van Louis Visconti voor Louis-Gabriel Suchet -maarschalk onder Napoleon- spreekt van diens overwinningen.   De waarheid is dat Suchet tijdens de slag om Waterloo de zuidkant moet verdedigen maar rijkelijk te laat komt…Joachim Murat is eveneens maarschalk onder Napoleon. Hij trouwt met Caroline Bonaparte, de jongste zus van Napoleon. Hij krijgt het aan de stok met Napoleon; hij  krijgt enkel het koninkrijk Napels alhoewel hij koning van het Iberisch schiereiland wil worden. Na de nederlaag in Waterloo vlucht hij  naar Corsica waar hij tevergeefs Napels probeert te heroveren. Hij wordt in Italië terechtgesteld.  Caroline hertrouwt met een generaal uit het vroegere leger van Napoleon en wijzigt haar naam in gravin Lipona (anagram van Napoli).


Jean Nicolas Gobert is generaal van Napoleon en wordt naar Spanje gestuurd om een opstand neer te slaan.  Het ruiterstandbeeld stelt de dood van deze officier voor die door een kogel wordt getroffen terwijl hij met gebroken zwaard op de vijand inrijdt. Maximillien Sébastien Foy is generaal en vrijmetselaar.  Na de slag van Waterloo bekleedt hij enkele hoge posten onder koning Louis XVIII. Het monument is een antieke tempel van architect Léon Vaudoyer. Claude Chappe is de ingenieur die de telegraaf heeft uitgevonden.  Hij brengt de eerste verbinding tussen Parijs en Rijsel tot stand. Zijn grafsteen is een rotsblok uit lava met daarop een mobiele antenne die nog door Chappe gemaakt werd. Het mausoleum van Elisabeth Demidoff-Strogonoff bestaat uit witte marmer en wordt bekroond door een sarcofaag van de architect Quaglia. Het geslacht Strogonoff bezit een groot aantal zout- en ijzermijnen.  De overlevering wil dat degene die onafgebroken een jaar in de graftombe durft te verblijven een bedrag van twee miljoen roebels krijgt. Voor zover bekend heeft niemand het ooit geprobeerd; zie hetzelfde verhaal bij het graf van Diaz-Santos. Samuel Hahnemann is Duits geneesheer en grondlegger van de homeopathie.  De bronzen buste is van David d’Angers. Casimir Pierre Périer (bankier, parlementair, minister en kabinetsleider) krijgt van het stadsbestuur een gigantisch monument. 
François Vincent Raspail is chemicus, politicus en vrijmetselaar.  Hij is een groot voorstander van de republiek en verblijft regelmatig in de gevangenis.  De gesluierde rouwdraagster (zijn echtgenote) strekt haar hand uit naar Raspail door de tralies heen(een werk van Antoine Etex). Jean Francois Champollion is egyptoloog, archeoloog en vrijmetselaar.  Hij slaagt erin om de hiërogliefen te ontcijferen.  Zijn grafsteen heeft de vorm van een obelisk. Jim Morrison, de zanger van de rockgroep “The Doors”,  sterft aan een overdosis.  Zijn graf wordt druk bezocht door fans die met muziek, drank en jointjes de nabestaanden van de buurgraven teisteren; momenteel is er dan ook constant politiebewaking.  Op het graf de Griekse tekst “Contre le démon intérieur”. Georges Rodenbach, Belgisch dichter heeft een identiek grafmonument als dit van Jules Verne in Amiens.  Zijn bekendste werk is “Bruges La Morte”. Etienne Gaspard Robertson is natuurkundige van Luikse afkomst.  Hij is bekend als theaterillusionist en is uitvinder van de parachute.  De beeldhouwer (Hardouin) heeft deze passies overgebracht op het monument. Alélard en Heloïse worden samengebracht om dezelfde reden als de la Fontaine en Molière, nl. publiek trekken.  De monnik Abélard wordt verliefd op zijn leerlinge Heloïse en zij krijgen een kind.  Daarop wordt Abélard door een oom van Héloïse gecastreerd.  Zij wordt abdis en hij trekt van klooster tot klooster; de briefwisseling tussen de twee is vurig en ontroerend.   Na de dood van Helöise worden zij samen begraven in de kerk van Nogent sur Seine (1164).  In 1497 worden de lichamen gescheiden en aan weerszijden van het koor geplaatst.  Een latere abdis brengt de lichamen weer samen.  Na de Franse revolutie komen de lichamen bij Alexandre Lenoir terecht die een nieuw grafmonument opricht in neogotische stijl en de twee geliefden uiteindelijk samenbrengt op Père Lachaise in 1817.
 
Hier staan we even stil bij een prachtig Art Nouveau monument, gerealiseerd door Hector Guimard, de ontwerper van de metro-ingangen van Parijs
 Dit was in een notendop de beschrijving van een uiterst geslaagde rondleiding. Aan de hand van zijn vele anekdotes heeft Jacques ons een stukje van de geschiedenis heel levendig laten herbeleven. Binnen de korte tijdspanne van drie uur hebben wij een schat aan informatie bijeengesprokkeld en erg beklijvende monumenten ervaren. Desondanks heeft hij slechts een tipje van de sluier kunnen oplichten en maakt hij ons nieuwsgierig naar nog veel meer …  Wij beseffen ten volle dat Jacques hier voor ons heel veel voorbereidend werk heeft ingestoken. Dank u wel!
Zoals verwacht stonden we dus om 19u45 stipt allemaal (afgepeigerd) aan de Porte Maillot voor de terugtocht. Vermits we zo een voorbeeldig publiek waren (zouden we anders durven?) heeft Jacques ons beloofd binnen afzienbare tijd –speciaal voor ons, en misschien ook voor jullie?- rondleidingen op Montmartre en Montparnasse te verzorgen. Wij kijken er alvast naar uit!
 
Jenny Bonnast en Jean Donny
 
Noot. Een “madammeke met verstand” ziet direct in Jacques de geboren leider en vraagt hem de weg naar een bepaald graf.   Zonder verpinken en erg behulpzaam zet hij haar op weg. En dit geheel buiten het programma!  (Wij hebben natuurlijk niet gecheckt of hij haar naar de juiste bestemming heeft verwezen….)
 
Noot van Jacques: alhoewel ik een slecht karakter heb stuurde ik deze dame toch naar de door haar gevraagde bestemming.

Londen en the Magnificent Seven de zeven belangrijkste dodenakkers van de Britse hoofdstad


Londen telt niet minder dan 103 begraafplaatsen. Natuurlijk zijn ze niet allemaal een bezoek waard. In de Victoriaanse tijd kenden de Londense begraafplaatsen hun hoogtepunt. In minder dan tien jaar tijd (1833-1841) werden zeven begraafplaatsen gebouwd die bekend werden onder de naam "The Magnificent Seven". Ze zijn niet alle zeven even "magnificent" maar toch geven we hier een overzicht.
 
In 1833 werd Kensal Green gebouwd. Aan de ingang kan men zich een gidsje met plan aanschaffen. Iedere zondag om 14 uur zijn er bezoeken onder begeleiding van een gids. De anglicaanse kapel, in Dorische stijl, en met catacomben, van architect Henry Edward Kendall overheerst het geheel. Verder zijn er nog een kapel, in Ionische stijl, en een colonnade, beide met ontoegankelijke catacomben. De begraafplaats bevat een aantal architectonische hoogstandjes. De Grieks-Egyptische graftombe van circuseigenaar Andrew Ducrow (volgende bladzijde bovenaan links), het achthoekige mausoleum voor de Molyneuxfamilie, het barokke monument met engelfiguren voor Mary Eleanor Gibson (volgende bladzijde bovenaan rechts) en de sarcofaag, getekend door Ludwig Grüner uit Dresden en uitgevoerd in Carraramarmer door Bardi voor prinses Sophia, dochter van George III en slachtoffer van een ongelukkige liefde, zijn een bezoek overwaard. De architecten John Gibson en Henry Edward Kendall, de begraafplaatsenontwerper John Claudius Loudon en Robert William Sievier, directeur van Kensal Green met een prachtig monument van zijn hand, liggen hier. Verder vindt er een aantal bijzondere gasten op de begraafplaats: Jean François Gravelet, die de Niagarawaterval op een slappe koord overstak en onderweg stopte om een omelet te bakken en op te eten, John St John Long, die stierf na het drinken van zijn eigen elixir en James Barry, een vrouwelijke dokter die carrière maakte bij het leger, vermomd als man. De waarheid werd eerst na haar dood ontdekt.
 
Norwood werd in 1838 opgericht. Op eenvoudig verzoek bekomt men een stencil met plan en de bijzonderste monumenten. Het is niet zo indrukwekkend als Kensal Green maar toch loont een bezoek. De mausolea van Henry Tate, suikerhandelaar en stichter van de Tategalerij, en van Henry Doulton, pottenbakker, zijn uit terracotta. Op de Griekse afdeling (volgende bladzijde onderaan) staan er enkele kanjers van monumenten. De Rallifamilie is hier sterk vertegenwoordigd. Italiëkenners of Genuafanaten vinden, na enig zoekwerk, de laatste rustplaats van Henry King. Hij rust hier onder een kopij van de "hypnotiserende" engel van de Staglienobegraafplaats te Genua.
Highgate, het hoogtepunt

Highgate opende zijn poorten in 1839.  Dankzij "The Friends of  Highgate Cemetery" werd deze begraafplaats van de ondergang gered. In 1975 werden zij eigenaar en sindsdien werden de kapellen en de terrassen gerestaureerd. Voor de Egyptische laan werd geopteerd voor conservatie, de gebouwen bleven in hun oorspronkelijke staat en worden tegen verder verval beschermd in plaats van ingrijpende restauraties uit te voeren. Verder zorgden de "Friends" voor een aanvaardbare combinatie van groen en uitzonderlijke grafstenen. Het oostelijke deel van Highgate is gewoon open. Het westelijke, het interessantste, is enkel onder begeleiding van een gids toegankelijk. Gans het jaar door zijn er tijdens het weekeinde, om het uur tussen 11 en 15 uur, rondleidingen. Tussen april en november zijn er op weekdagen rondleidingen om 12, 14 en 16 uur. Aan de ingang van beide delen kan men zich een plannetje en een keurig verzorgd gidsje aanschaffen.
Het oostelijke deel bevat enkele prachtige mausolea waaronder die voor Donald Alexander Smith en die voor Davison Alexander Dalziel, de stichter van de Pullmancompanie. Verder liggen hier de uitvinder van de cinematografie, William Friese-Greene, en William Foyle, boekhandelaar. De enorme buste van Karl Marx  is bereikbaar door achter hele horden Chinezen en Japanners, met fototoestel en videocamera, aan te hollen. Naar de laatste rustplaats van de filosoof moet men wel even zoeken.
Het westelijke deel is een juweeltje. Naast de kapellen, waar de rondleiding start, is het visitekaartje van de "Friends" de Egyptische laan (bovenaan volgende bladzijde), waar een kanjer van een cederboom het geheel overheerst. De Victorianen imiteerden de Egyptische begraafcultuur en maakten eenvormige grafkamers. In deze "laan van de dood" vindt men onder meer de laatste rustplaats van Radclyffe Hall, schrijfster, die samenleefde met Mabel Veronica Batten, niet zo evident in de preutse Edwardiaanse tijd. Het enorme mausoleum voor Julius Beer,  Duits financier en eigenaar van "The Observer", steekt boven de Egyptische avenue uit. Verder vonden hier nog een aantal bekenden hun laatste rustplaats: Michael Faraday,  bekend van zijn gelijknamige "kooi", Catherine Dickens, echtgenote van de schrijver, en George Williams, stichter van de YMCA.
Highgate herbergt ook  enkele "rare snuiters":  Tom Sayers (links onderaan volgende bladzijde), laatste der "blote-vuist-vechters" kreeg meer dan 100000 mensen op zijn uitvaart. John Atcheler was paardenslachter van koningin Victoria. James Selby, koetsier zette een record neer: Londen-Brighton en terug in minder dan acht uur. Bij zijn begrafenis was er een stoet van 1,5 kilometer lang. George Wombwell (rechts onderaan volgende bladzijde)was de bezitter van een rijdende dierentuin. De leeuw Nero bewaakt zijn graf. Volgens de legende was het beest te lui om te vechten ofwel waren zijn tanden uitgetrokken door Wombwell.
 
Over legendes gesproken, Highgate heeft ook zijn verhalen. Bijvoorbeeld over Thomas Druce, de winkelier die stierf in 1864. Er werd beweerd dat hij een dubbel leven leidde en in werkelijkheid de excentrieke hertog van Portland was. Denkelijk wegens een erfeniskwestie liet zijn vrouw, in 1907, zijn graf openen omdat het doodscertificaat geen handtekening van een dokter bevatte en omdat men veronderstelde dat  er loden gewichten, in plaats van een lichaam, in de kist lagen. Dit bleek niet het geval: de kist bevatte wel degelijk het lichaam van Thomas Druce. Tot slot nog een mooie story. Elizabeth Siddall, vrouw van dichter Dante Rossetti, werd hier in 1862 begraven met enkele gedichten van haar liefhebbende Dante. Na zeven jaar wilde die de manuscripten terug. Het graf werd geopend en het prachtige hoogblonde haar van Lizzie bleek al die jaren verder gegroeid te zijn. Onder haar hoofd lagen de gedichten, die later werden uitgegeven.
Luister en verval
Abney Park werd in 1840 opgericht. Aan de ingang zorgen de vrienden van de begraafplaats voor een plannetje en wordt er een degelijke, maar niet al te overzichtelijke gids te koop aangeboden. De begraafplaats zelf is verzorgd maar de kapel, een kopij van de 14de eeuwse kapel in Bloxham, viel ten prooi aan vandalen.  Bij de ingang vindt men het monument voor Robert Scarborough King, een kolom uit witte marmer. Enkele prachtige beelden van rouwdraagsters sieren hier de graven. Agnes Forsyth, dochter van beeldhouwer James Forsyth, kreeg een gebeeldhouwd medaillon in "Hoog Victoriaanse" gotische stijl. Van alle personen die hier liggen is William Booth, stichter van het Leger des Heils, wel de bekendste. Hier treffen we ook een levensgrote leeuw uit witte marmer aan. Op het graf van Frank Bostock, een menagerist. Het zal onze laatste niet zijn.
 
Brompton Cemetery ontstond eveneens in 1840. Gelegen in de wijk Chelsea ligt deze begraafplaats het dichtst bij het Londense centrum. Achter de kapel kan men zich, tijdens de kantooruren, een handig plannetje aanschaffen. De prachtige catacomben zijn niet toegankelijk. Enkele merkwaardige grafmonumenten zijn de gotische sarcofaag in roze marmer voor Val Cameron Prinsep en het graf in schrijnvorm voor Frederick Richards Leyland (onderaan deze bladzijde). Richard Tauber, de Oostenrijkse operazanger, moet het met een eenvoudig graf stellen maar steeds sieren bloemen zijn tombe. In zijn onmiddellijke omgeving ligt Emmeline Pankhurst, de suffragetteleidster die opkwam voor de vrouwenrechten. Op het graf van John Jackson, "blote-vuist-vechter" die slechts éénmaal verloor na een zware val waarna hij voorstelde om al zittende verder te boksen, vinden we onze derde levensgrote leeuw. Dit werk van Timothy Butler kwam er na een publieke inschrijving. Veilingmeester Samuel Sotheby moet het met een eenvoudig marmeren bas-reliëf stellen.
In Nunhead, opgericht in 1840, is er nog veel werk aan de winkel voor de "vrienden" die  hier sinds 1982 actief zijn. Zij hebben denkelijk weinig of geen middelen ter beschikking om grondige restauraties uit te voeren of om publicaties uit geven. Woensdag- en zaterdagnamiddag is de begraafplaats geopend en de laatste zondag van de maand, om 14 uur, is er een rondleiding, als we het haast onleesbare bord mogen geloven. De kapel en vele graven kregen bezoek van vandalen. Weinig engelenfiguren kwamen heelhuids uit de slag. Toch vinden we hier enkele mooie grafmonumenten zoals het Stearnemausoleum en de graftombe voor John Allan.  Een obelisk als herdenking aan vijf Schotse nationalisten die verbannen werden naar Australië bleef eveneens intact.
 
In 1841 kwam Tower Hamlets tot stand. Momenteel is de begraafplaats, dichtbij de Theemsrivier, in een park herschapen. Wandelaars en joggers zijn hier dus geen uitzondering. Op geregelde tijdstippen zouden hier wandelingen, maar dan eerder voor de natuurliefhebbers, ingericht worden.  Een kopij van een Middeleeuws marktkruis siert het graf van Joseph Westwood, scheepsbouwer.
 
The Magnificent Seven zijn zeker een bezoek waard. Er zit hier ook wel kaf tussen het begraafplaatsenkoren, maar begraafplaatsfanaten komen hier toch aan hun trekken. 

Duitsland & Denemarkenreis Jacques Buermans pleegde volgend verslag over de Terebinthreis van 3 tot 10 juli


Ik produceerde volgend reisverslag. Natuurlijk zult u het moeten doen met mijn, soms, sarcastische opmerkingen maar gedenk dat ik echt van de trip genoot.
 
Zaterdag 3 juli: Vroeg dag voor iedereen. De Belg Cecilia en de Vlaming Rudy hadden al een treinrit achter de rug wanneer ze met mij, per wagen, naar Breda trokken. Carlo, Antwerpenaar maar woonachtig in Wallonië, werd door zijn dochter naar de startplaats gevoegd. Daar vervoegden de “Zeeuwse meisjes” ons. Na een ommetje via Groningen, de Nederlandse spoorwegen zijn zo mogelijk nog slechter dan de Belgische, was de groep, 37 in totaal, compleet. Niettegenstaande we 700 kilometer dienden te overbruggen werden we reeds een eerste maal op onze funeraire wenken bediend. Friedhof Riensberg in Bremen was keurig aangelegd, rijk aan bloemen met hier en daar een kanjer van een mausoleum, zo kennen we de Duitsers weer. De eerder verloren tijd werd ingehaald en rond 19 uur bevonden we ons in “the middle of nowhere” maar wel in een prachtig hotel met diner in buffetvorm.
 
Zondag 4 juli: Na een uitstekend ontbijt reden we richting boot. Na anderhalf uur varen op een rustige zee bereikten we Amrum. Een lokale busmaatschappij bracht ons naar de begraafplaats van de naamlozen. Een eenvoudige kruis sierde het graf van deze drenkelingen. Vandaar naar het Sankt Clemenskerkhof. Links van de ingang bevonden zich 30 “sprekende grafstenen”. Zij vertelden ons een heel verhaal over de overledene. Terug op het vasteland trokken we naar Lunden waar we, rond de Sint Laurentiuskerk een aantal “geslachtenzerken” konden aanschouwen, een soort van familieclans die zich op een bepaald ogenblik verenigden in de Ditmarsche boerenrepubliek. In Friedrichstadt was er funeraire keuze te over: menorieten, remonstranten, lutherianen, joden en katholieken iedereen vond hier zeker zijn gading. Daarnaast was het stadje een bezoekje meer dan waard. Na nog een afzakkertje in  Husum waar het storm liep voor het graf van dichter Theodor Storm.
 
Maandag 5 juli: Richting Schleswig getrokken. In de Sankt Petridom ligt Frederik I van Denemarken onder een marmeren grafmonument van Antwerpenaar Cornelis Floris, een prachtig staaltje van vakmanschap. Op wandelafstand ligt Holm. De begraafplaats vormt hier het middelpunt van de gemeenschap. Vandaar trokken we naar Denemarken. Onderweg vonden enkele Terebinthers het nodig om een soort Nederlands songfestival te organiseren waarbij enkele liederen ten beste werden gebracht waaronder iets dat leek op Vagina Vanitatum. The points of the Belgian jury waren aan de lage kant: zij werden immers in hun slaap gestoord. Odense bracht ons de Sint Knudskerk. Blikvanger was de Ahlefeldtskapel, een werk van Thomas Quellin. In de crypte vonden we de heiligschrijnen voor koning Knud en zijn broer Benedikt die in 1066 de marteldood stierven. Ook een aantal grafzerken lagen hier waaronder die voor “Hartenkoning”, Brigitte Raskin schreef er een boek over, Christian II. Na de lunchpauze trokken we naar Kopenhagen. Eerste funerair item was een bezoek aan de crypte van de Christianskerk. Niet zo bekende personen kregen hier toch een indrukwekkende laatste rustplaats. Na het hotel opgezocht te hebben was er tijd voor Tivoli, het oudste pretpark ter wereld in het centrum van Kopenhagen. Not my cup of tea.
 
Dinsdag 6 juli: Eerste stop op deze vierde dag was Roskilde. In de kathedraal bezochten we de koningsgraven. Misschien niet zo overweldigend dan Parijs of niet “te veel van dat alles” zoals in Londen maar net genoeg sarcofagen om te bewonderen. Nogal wat anders dan de saaie bedoening in Laken. Uitschieters in Roskilde waren Christian 4, 5, 6 en 9 en Frederik 2 en 8. Missen kun je enkel met het nummer want ze heten allemaal Christian of Frederik. Het mausoleum van de laatst bijgezette Frederik 9 kon mij echt niet bekoren.
Boven: koning Christian V in Roskilde. Rechts onder: sprookjesverteller Hans Christian Andersen in Assistens en links onder Eriksen, de beeldhouwer van de kleine zeemeermin. Hij ligt op de Kopenhaagse Westerbegraafplaats
Vandaar terug naar Kopenhagen om de Assistens, hulp, begraafplaats te bezoeken. Wat opviel was de keurig onderhouden begraafplaats. Al wat we tot nu toe bezochten, in Duitsland en in Denemarken was tot in de puntjes verzorgd. Als Vlaamse beleidsmensen hier eens een kijkje zouden komen nemen én voldoende middelen uittrekken om personeel voor onderhoud te voorzien zou Vlaanderen niet altijd zo negatief in de belangstelling komen. Assistens herbergt ook een aantal grote namen: sprookjesschrijver Hans Christian Andersen, Nobelprijswinnaar Niels Bohr en filosoof Kierkegaard. Wat hier ook opviel was een hoekje voor jazzmusici. Tof, zou kunnen ze samen nog wat jammen na sluitingstijd. Na de middag naar de Westerbegraafplaats, met zijn 54 hectare de grootste Deense dodenakker. Weer keurig onderhouden met waterpartijen een urnentuin met waterpartij en een antiek tempeltje waar men, via rechthoekige poorten en metalen platen naartoe kan. Hier ligt Eriksen, de beeldhouwer van misschien wel Kopenhagens belangrijkste attractie: de kleine zeemeermin. Ook Knud Rasmussen, de Poolvorser kreeg een mooi modern grafmonument. Filmactrice Asta Nielsen, in Vlaanderen bekend door een gedicht van Paul Van Ostaijen, werd begraven in een “graf der onbekenden”.
 
Woensdag 7 juli: Laatste dag op Deens grondgebied en een, funerair, rustige dag. Kort na de middag zaten we na een boottocht terug op Duits grondgebied met een bezoek aan de begraafplaats van Lübeck. De Burgtorbegraafplaats was niet zo uitzonderlijk, na vijf dagen treedt een soort “verzadiging” op, maar Rindert zorgt toch steeds van iets extra’s. Op de erebegraafplaats, in een bos gelegen, ontdekten we grafmonumenten en herdenkingsmonumenten voor Duitse gevallenen van beide wereldoorlogen. Vandaar naar Hamburg waar als toetje, dat taalgebruik krijg je wanneer je met “leuke” Nederlanders optrekt, een rondrit op de begraafplaats Ojendorf, met zijn 94 hectare de eerste grasveldbegraafplaats van Duitsland gemaakt werd.
 
Donderdag 8 juli: Dagje Ohlsdorf. De voormiddag werd doorgebracht in de bus om deze 405 hectare grote kanjer te bezoeken. Her en der werd eens gestopt. Bij oorlogsgedeelten zegde Rindert “dat we hetgeen we gingen bekijken op onze dienden in te laten werken”. Sommigen onder ons hadden daar zo stilaan een eigen interpretatie aan gegeven. In de aard van “er is geen bal te zien”. Het viel op dat Nederlanders veel meer belang hechten aan die oorlogen dan wij Belgen en dan hebben wij er zelfs twee meegemaakt. Misschien is dat de reden dat wij dat meer relativeren. Ook maken onze Noorderburen constant vergelijkingen tussen verschillende geloofsovertuigingen. Wij liggen daar echt niet wakker van. Dan was het tijd om het  boekenwinkeltje bijna te plunderen. Grappig om zien was dat de oude vrouwelijke bediende het op een bepaald moment niet meer zag zitten en om hulp ging smeken bij haar overste. Deze dame ging echter onverstoord voort met hetgeen zij bezig was: eten gevolgd door het lezen van een damesmagazine. Dat is Duitsland op zijn best: ieder heeft zijn taak en een hogere treedt niet ter hulp wanneer een lagere in de shit zit. Ook commercieel denken is anders. De namiddag brachten de “die hards” door op eigen kracht, bij sommigen was de kracht ver te zoeken. Heel veel groen maar, verhoudingswijze weinig interessante monumenten, enkele enorme mausolea niet te na gesproken. ’s Avonds bleef ondergetekende in dezelfde sfeer. Hij bezocht de musical “Tanz der Vampire”.
 
Vrijdag 9 juli: Rustig begonnen met het Ottenserfriedhof waar dichter Klopstock, die niet in een kerk begraven wilde worden en daarmee een trendzetter bleek, begraven is. Aan de Koningstraat konden we, Rindert krijgt alle deuren open, de Joodse begraafplaats bezoeken. Dit keer een meevaller zeker omdat er vele sefardische joden begraven liggen. Op een aantal vlakke stenen zagen we prachtige funeraire symbolen. Daarnaast waren er ook sarcofaagachtige grafbedekkingen. Het akenazische gedeelte bevatte voornamelijk stèles.
Volgende halte was de Sint Michaelskerk. Niet alleen bezochten we de crypte met het graf van componist Carl Philipp Emanuel Bach maar we beluisterden ook de drie verschillende orgels die de kerk rijk is. Na de middag trokken de “die hards” nog naar Bahrenfeld, de begraafplaatswijk. In Diebsteich waren kleurrijke zigeunergraven te bewonderen. In Bornkamp troffen we een lapidarium aan. Holstenkamp was niets bijzonders alleen vielen hier, zoals elders, de verzorgde, onderhouden, graven op. Als laatste bezochten we het Menorietenkerkhof waar 40 grafzerken uit een oude begraafplaats een nieuwe bestemming kregen. Heel veel van die families waren afkomstig uit Nederland wat uit de opschriften kon afgeleid worden.
 
En dan was er het afscheidsfeest. Blijkbaar waren er wat problemen om een geschikt lokaal te vinden. Een maaltijd in een oud crematorium ging uiteindelijk niet door. Niet getreurd dank zij Rindert en Ruud konden we dineren vlakbij Ojendorf, het nieuwe crematorium. Een resem toespraken werden gehouden en in naam van de Belgische deelnemers sprak Cecilia een woordje. Dat Gent en Antwerpen in Vlaanderen liggen namen we er maar bij. O ja, gegeten werd er ook.
 
 
 
 
Zaterdag 10 juli: Zwaar gepakt, iedereen zeulde wel enkele extra boeken mee sommigen hadden tussen al hun aangekochte boeken nog een klein plaatsje gevonden om wat kledij op te bergen werd de terugreis aangevat. Laatste funerair gegeven werd in Bremen bezocht: de Bleikeller waren een achttal mummies ons laten op te wachten. Er bleef nog tijd over om de binnenstad van Bremen te bezoeken en dan ging het richting Nederland. Rindert zorgde nog voor een kwisje en alhoewel ondergetekende de Nederlanders een kans wilde geven door een van de vijf vragen onbeantwoord te laten ging de eerste prijs naar Rudy uit Gent en de derde prijs naar mijzelf. Iets later dan voorzien en na onderweg enkele keren afscheid genomen te hebben in respectievelijk Zwolle en in Utrecht kwamen we aan in Breda. Daar namen we afscheid van de Zeeuwse meisjes en van de état-major van de Terebinthreizen, Lia en Ruud en Jeannette en Rindert, en reden we terug richting Antwerpen. We voelden ons onmiddellijk weer thuis wegens de opeenvolgende wegwerkzaamheden.
 
Noten:
- een funeraire reis met Rindert en Jeannette je weet waar dat voor staat vooraleer je er aan begint: tot in de puntjes verzorgd en met oog voor de kleinste details. Rindert vertelt en wandelt met het purpere vlaggetje voorop, Jeannette sluit de rij met dito paars vlaggetje. Bij elk vertrek is zij het die haar “schapen” telt. Programma: gevuld , voor sommigen té gevuld met een funeraire afwisseling waar over nagedacht is.
- voor velen werd het tijd dat de reis afgelopen was. Kapotte knieën waren er legio, de algemene vermoeidheid sloeg toe maar het ergst was een vrouwelijke deelnemer er aan toe: zij was ernstig gewond aan beide ellebogen, een gevolg van het drummen om overal als eerste bij te zijn om een foto te nemen.
 
Persoonlijke noten:
- kan iemand mij een T-shirt , XXL, bezorgen met  daarop”IK HAAT GROEN”? Voor de Vlaamse Grafzerkjes voor alle duidelijkheid NIET “ik haat Groen!” alhoewel ik er voor durf uit te komen dat ik hun gedachtengoed allerminst onderschrijf maar dan begeef ik mij op het o zo gladde politieke vlak. “Ik haat groen” dus. Nu verzorg ik reeds gedurende jaren een gedoogbeleid ten opzichte van dat groen, ik ben niet zo extreem dat ik alle bomen met een cirkelzaag te lijf ga, maar er zijn grenzen. Het is er voor wat mij betreft “over” wanneer je dagelijks tot in den treure geconfronteerd wordt met enkele Terebinthers die je kennis willen verrijken met een verklaring over bloeiwijze van de “pissebloemus ordinarus” of het voortplantingsgedrag van de “kriekebomus kakkerijus” om maar te zwijgen over de fragiele behandeling van het “mossus trapterniopus”. Volgens Rudy, mijn kompaan op deze trip is het allemaal goedbedoeld. Hij stelt “om iemand van zijn allergie af te brengen bestaat er een therapie waarbij de zieke een overaanbod van zijn allergie over zich gegoten krijgt. De ideale wijze om hem over deze allergie af te zetten.” Bij mij is dit tot op heden niet gelukt.
- zondagmorgen: terug naar de realiteit van elke dag. Groot was mijn verwondering toen ik zondagmorgen niet ontwaakte bij een welgevuld ontbijtbuffet maar bij de aanblik van een lege koelkast.

Boulevard Cornelissens-Coremans een feit Een verslag van grafzerkje Mieke Versées


1 min 45 sec, zendtijd die ATV besteedde aan de herinhuldiging op het Schoonselhof op 14 juli. Jammer, maar Jacques kan zich toch een gelukkig man prijzen.   Feestelijk vond ik het.

Stipt startte die dag de stoet met al dat "schoonsel"volk richting Maria 's Heeren. De zon liep ook mee. Het graf lag er gesluierd met een rood-witte vlag bij. Toen iedereen zijn plaatsje gevonden had, opende Jacques met zijn gebruikelijke geestdrift de feestelijkheden. Duidelijk en overtuigend zette hij uiteen waar Grafzerkje voor staat. Met een figuurlijk bloemetje bedankte hij tevens iedereen die deze restauratie hielp realiseren.
Brigitte Raskin en de schepenen Heylen, Pairon en Van Peel onthulden daarna het monument.
Prachtig!!

Schrijfster Raskin kreeg het woord en onderhield ons uitgesponnen over haar binding met het droevige verhaal van de Maagd van Antwerpen. Ik beken dat het me moeite kostte om geboeid te blijven, maar toch leerde ik wel iets bij over de politiek van toen en over het engelenbeeld Electra aan de Innovation. Vandaar trokken we richting Cornelissens-Coremansboulevard. Het straatje ligt er volledig hersteld in zijn oude glorie bij dankzij de inzet en het enthousiasme van voornoemden. Ook hier een plechtig moment wanneer de prominenten het lint doorknippen.
Grafzerkje Willem benadrukte in zijn toespraak eveneens het belang van het behoud en restauratie van ons funerair erfgoed. Met verwijzing naar de verwaarlozing van het Victor Driessensmonument, legde hij de vinger op de zere plek. En ja, waarom niet wat van onze opcentiemen en belastingen gebruiken voor onderhoud en restauratie van het Schoonselhof? Wat mij betreft, met plezier zelfs. Ondertussen maakte de zon plaats voor de regen, echt kerkhofweer. Die weerhield noch schepen Heylen noch schepen Pairon ervan hun duit in het speechzakje te doen. Al dat luisteren en praten maakt je natuurlijk dorstig. Geen nood, de jenever lokte ons naar het kasteel, voor een gepaste afsluiter van een geslaagde namiddag. Voor mezelf onthoud ik dat de schepenen belangstelling toonden maar dat financiële steun niet voor de hand ligt. Hopen maar dat de interesse geen ééndagsvlieg blijkt.
Ik zie het Schoonselhof als een openluchtmuseum met een schat aan geschiedenis en schitterende kunstwerken. Ik zou daar nog lang van willen genieten.

Mieke Versées

Boulevard Cornelissens-Coremans en Maria ’S heeren pers besteedt ruimschoots aandacht aan Grafzerkje


 We mochten niet klagen over de belangstelling die we kregen.
 
In de eerste plaats omdat we niet minder dan drie schepenen van de stad Antwerpen mochten begroeten op deze bijeenkomst. Je moet natuurlijk weten wanneer je zulk een bijeenkomst organiseert en hoe je dit, misschien niet op een “protocolaire” wijze, aanpakt. Tel daarbij de niet te onderschatten meerwaarde die schrijfster Brigitte Raskin, geheel belangloos, aan het evenement gaf. En, zeker niet te onderschatten, de enorme aanwezigheid van mensen van de begraafplaats, een afvaardiging van de bloemisten en Grafzerkjes die, sommigen zelfs vanuit Nederland, de verplaatsing maakten. Ik telde niet minder dan 62 aanwezigen.
 
Radio 2, regionale uitzendingen Antwerpen, besteedde in haar nieuwsuitzending van 17.30 uur een item aan de herinhuldiging en zond het interview met Brigitte Raskin uit. ATV, de regionale televisiezender, liet mij aan het woord en toonde beelden van de heringehuldigde rij grafmonumenten. Spijtig genoeg niets van het monument voor Maria ’S heeren.
 
Gazet van Antwerpen publiceerde een goed geschreven artikel van de hand van Hugo Wilri, met een erbarmelijke foto. In De Nieuwe Gazet een degelijk artikel met een mooie foto. Het Nieuwsblad had voor mij de meest treffende foto.
Een slechte geest, geen Grafzerkje dus, zegde mij dat hij dat hij dacht dat ik mij inzette om grafmonumenten te redden en, door bovenstaande foto, nu eindelijk weet wat ik werkelijk uitspook: letterlijk achter de vrouwen aanzitten. Neen waarde “slechte geest” ik sta daar te controleren of ze, achter mijn rug om, geen grafmonumenten afbreken. Foei, foei, zulke slechte gedachten.



Voor alle informatie slechts één adres:
 
Jacques Buermans
Frieslandstraat 4, bus 6
2660 HOBOKEN
 
tf + antwoordapp. + fax: 03/829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/829 16 03)
E-mail: [email protected]
www.schoonselhof.be