Nieuwsbrief Nr. 14 - november 2003

Westhoek verslag van het Grafzerkjesbezoek aan de Westhoek


Alweer een datum die we in gouden letters in onze Grafzerkjesagenda mogen vermelden. Niet alleen was de weermaker ons gunstig gezind maar met een gids als Dominiek Dendooven kon de dag niet meer stuk. Dominiek was op de hoogte van de materie die hij ons voorschotelde en kon, wegens zijn kennis, vlot inspelen op de door de talrijk opgekomen Grafzerkjes gestelde vragen. Gestart werd aan de Menenpoort. Willy Cornelissens, die mij zeer goed verving, mocht 39 Grafzerkjes begroeten. Belangrijk was dat we 18 “nieuwelingen” mochten verwelkomen en dat de Nederlandse inbreng tot drie personen werd uitgebreid. Vandaar ging het naar Bedford House Cemetery, een vrij grote Britse begraafplaats gegroeid rond een verbandpost die gevestigd was in het kasteeltje waarvan de ruïnes nog te zien zijn. 
Hier besprak Dominiek de aanleg van de Britse begraafplaatsen, de Britse grafsteen, de Stone of Remembrance en de Cross of Sacrifice. Vandaar ging het naar de gemeentelijke begraafplaats van Ieper die tijdens de Eerste Wereldoorlog nauwelijks werd beschoten. Dominiek wees ons op de afgeknotte boom van de hand van beeldhouwer Thoris, een lokale vondst. Verder een feniks die uit zijn as verrijst van de hand van Lucien Degeus op het graf van Marc Delfosse en het graf voor prins Maurice von Battenberg, afstammeling van de Britste koningin-moeder.
Langs de Franse militaire begraafplaats Saint-Charles-de-Potyze ging het naar Zonnebeke. Daar ontdekten we de crypte met de kisten van oud-strijders van 1914-1918 en een oud-strijder van 1830. De kisten liggen bloot, wat normaal gezien onwettelijk is. Hilde Viaene, vrijwilligster in Guatemala en aldaar overleden, kreeg een origineel grafmonument. Werner Lagae, beeldhouwer en directeur van de Kunstacademie van Tielt kreeg een monument, gemaakt door een Brugs kunstenaar, uit resten van een oud en vervallen graf waarvan de concessie was verstreken.


Dan kwamen we aan de Britse kers op de taart: Tyne Cot Cemetery. De begraafplaats werd door de Engelse architect Baker aangelegd op de plaats waar tijdens de oorlog een kleine schuur stond. Dat is nog te zien aan het dak van de poort. “Cot” is een afkorting van “cottage”, het Engelse woord voor schuur en de Tyne is een rivier in Noord-Engeland. De grootste Britse begraafplaats bevat 11.856 graven. Duitse bunkers werden in het ontwerp geïntegreerd. Hier kregen ook enkele Duitse soldaten hun laatste rustplaats. Men wou hierbij aantonen dat in de dood iedereen gelijk is zonder onderscheid van ras, geloof of afkomst.

We hielden even halt bij het monument van "Le Canadien", opgericht ter nagedachtenis van de 3.000 doden van de eerste Canadese Divisie die vielen tijdens de tegenaanvallen na de Duitse gasaanval van 22 april 1915. Het monument is van F.C. Clemeshaw. We reden langs het monument voor de Franse aas Georges Guynemer. Deze Franse kapitein jachtpiloot verdween spoorloos na een vlucht boven Poelkapelle op 11 september 1917. Hij behoorde tot het Escadrille des Cigognes (het eskadron der ooievaars), wat duidelijk te zien is aan het bovenste deel van het monument.

Houthulst is het Belgisch militair kerkhof met 1.855 graven van soldaten die praktisch allen sneuvelden in het bevrijdingsoffensief van 28 en 29 september 1918 bij de herovering van het bos van Houthulst. Op 21 oktober 1914 viel het bos van Houthulst ondanks hevige weerstand van de Belgen, de Franse cavalerie en territoriale troepen in handen van de Duitsers. De Belgische soldaten liggen onder eenvormige arduinen monumenten, in de volksmond “kleerkastmodel” genaamd naar de zwaarte van het monument. Achteraan liggen de graven van 81 Italiaanse krijgsgevangen die omkwamen in de Duitse werkkampen van de streek. In de onmiddellijke omgeving is het Houthulstbos waar de ontmijningsdienst dagelijks oude springstof opruimt.


Een laatste halte werd gehouden aan het Deutsche Soldatenfriedhof in Langemark. Deze Duitse oorlogsbegraafplaats met 44.294 graven is een ontwerp van Tischler. Een massagraf wordt bewaakt door vier indrukwekkende soldatenfiguren. Het werk is van professor Emil Krieger uit München en moest oproepen tot bezinning. Op het Langemarkse Friedhof bevindt zich ook nog een studentenkerkhof waar 3.000 studenten-vrijwilligers begraven liggen die in oktober 1914 bij de stormloop op Langemark sneuvelden. De begraafplaats is ontstaan uit een Britse begraafplaats. Het poortgebouw werd opgetrokken in rode zandsteen van de Weser en was bedoeld om de overgang te maken van het dagelijkse leven naar de begraafplaats. De namen van de geïdentificeerde gesneuvelden staan gebeiteld in eikenhouten panelen, die de muren bekleden van de ruimte, rechts bij de ingang. De bunkers, rechts, waren vroeger klaproosvelden. Hier staan de namen van de verenigingen die, zowel financieel als manueel, de begraafplaats hielpen aanleggen. Na de Eerste Wereldoorlog bevonden de Duitse soldatengraven zich in heel wat Belgische gemeenten. Kort na de oorlog werden deze graven bijeengebracht op 184 Duitse begraafplaatsen, het merendeel in de Ieperse frontstreek. Op het grondgebied van Langemark alleen al waren er 17 Duitse begraafplaatsen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de Duitse gesneuvelden samengevoegd op vier begraafplaatsen: Menen, Hooglede, Langemark en Vladslo.

Vandaar reden we nog langs Essex Farm Cemetery. Iets na 18 uur eindigde onze tocht vlakbij Grote Markt van Ieper. Woorden van lof voor Dominiek Dendooven waren legio. En niet ten onrechte want iedereen was het erover eens dat ze dankzij hem toch veel informatie hadden opgestoken. Bewijs daarvan de vele mails die ik na onze tocht van tevreden Grafzerkjes mocht ontvangen. Een groot deel van onze groep begaf zich om 20 uur nogmaals naar de Menenpoort om de Last Post bij te wonen.


Boeken over militaire begraafplaatsen van W.O. I:

DE IJZERTOREN: Krachtpatserij of bedevaartsoord, Jan Mortier - DE WESTHOEK EN "DE GROOTE OORLOG": restanten, toeristen en de officiële erkenning, Anne-Marie Delepiere & Martine Huys, Monumenten en Landschappen Nr: 14-4 juli-augustus 1995, ISSN 0770 4948.

VELDEN VAN WELEER, Chrisje & Kees Brants, uitgeverij Nygh & van Ditmar en Dedalus 1996. ISBN 90 388 0274 9.

ZIJ, DIE VIELEN ALS HELDEN (2 delen), Mariette Jacobs, Uitgave provincie West Vlaanderen 1995, D 1992 0248 2.

PRO MEMORIE, MONUMENTEN VOOR DE GROTE OORLOG, Uitgave Ons Heem 1998 nr 4, ISSN 1370 6489.

DEN GROOTEN OORLOG IN DE WESTHOEK, waarin de militaire begraafplaatsen van Lyssenhoek, Langemark, Vladslo, Houthulst en Potyze aan bod komen. Te bestellen bij Westtoer te Brugge, tel. 050/30 55 00. Tip van Philippe Theys.

DE MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN VAN W.O. I IN VLAANDEREN,

deel 1 = Ieper, Sint-Jan, Zillebeke
deel 2 = Boezinge, Brielen, Dikkebus, Elverdinge, Vlamertinge, Voormezele
deel 3 = Groot Poperinge en Noord Frankrijk
deel 4 = Heuvelland, Metsen, Ploegsteerd, Warneton
deel 5 = Belgische en Duitse begraafplaatsen in Vlaanderen
deel 6 = Langemark, Passendale

Te verkrijgen bij Uitgeverij De Krijger, Dorpsstraat 144 te 9240 Erpe-Mere, tel. 053/80 84 49. E-mail: [email protected] Tip van Philippe They

Een Schotse meevaller: Edinburgh Greyfriars een begraafplaats met een geschiedenis


Greyfriars begraafplaats met geschiedenis

Eens een weekeindje Edinburgh meegepikt. Een bezoek gebracht aan het kasteel, genoten van de taptoe en de daarbijhorende culturele activiteiten en niet naar de Schotse hoofdstad getrokken om de funeraire kant van Edinburgh te bezoeken. Maar op mijn tocht door de stad kwam ik toch enkele interessante begraafplaatsen tegen.

Vlakbij Princess Street ligt St Cuthbert's. Geen documentatie te bekomen en daarom nogal moeilijk om de daar ter aarde bestelde belangrijke figuren te ontdekken. Hier ligt, ondermeer, John Napier (1550-1617), de uitvinder van de logaritmes. Een Keltisch kruis siert de laatste rustplaats voor Alexander Nasmyth (1758-1840), landschaps- en portretschilder en ingenieur van stoomschepen. Verder treffen we hier de schrijvers Susan Ferrier (1782-1854) en Thomas de Quincey (1785-1859) aan. Enkele imposante graftombes op de laatste rustplaats voor David Dickson (+ 1842) en advocaat Robert Jameson. Hier ligt ook George Kemp (1795-1844), de architect van ondermeer het Scottmonument aan de nabijgelegen Princess Street.

Iets buiten het centrum ligt Dean Cemetery. Hier treft men de tombes voor Hector Mac Donald (1813-1903) en James Steelbar (1830-1904) aan. De bekendste bewoners zijn zeker de gebroeders Patrick Nasmyth (1787-1831), landschapsschilder en James Nasmyth (1808-1890), ingenieur. Hij ontwikkelde een stoommachine.

Aan Candlemaker Row, dichtbij de ingang tot het kasteel, ligt Greyfriars Churchyard. Een beknopt en handig gidsje is aan de ingang te koop. De naam komt van het klooster der Franciscanen dat hier, tot in 1558, stond. De begraafplaats was het toneel van belangrijke gebeurtenissen uit de Schotse geschiedenis. In de kerk werd, in 1638, de “National Convenant” getekend. Na de slag bij Bothwell Bridge, in 1679, werden 1200 Convenanters gevangen genomen. Ze werden op de begraafplaats maandenlang gevangen gehouden in een openlucht concentratiekamp.
 
De zuidzijde van de begraafplaats wordt nu nog steeds “Convenanters’ Prison” genoemd. De eerste die hier begraven werd was, in 1606, John Jackson. De oostelijke en de westelijke muur bevatten een aantal monumenten uit het begin van de 17de eeuw. Onder het monument voor de martelaars liggen een honderdtal overledenen van de oorlog tegen de Convenanters.
We treffen hier ook een aantal prachtige mausolea aan. Een mausoleum uit 1684 siert de laatste rustplaats voor de, in 1681 overleden John Bayne of Pitcarlie. William Adam (1689-1748), architect, brouwer en ondernemer kreeg een mausoleum voor de familie opgericht door zijn zoon in 1753. George Mackenzie of Rosehaugh (+ 1691), een rechter kreeg een mausoleum van de hand van James Smith.
 
Daarnaast zijn er nog prachtige graftombes te ontdekken. Een bloemlezing. George Watson (+ 1723), handelaar. Het familiegraf voor Elisabeth Paton (+ 1676). Monument, opgericht door zijn dochter in 1726, voor William Carstares (+ 1715), predikant. Hugh Cunnigham of Craigend (+ 1705), troonopvolger ten tijde van Queen Anne.
Arts en anatomieleraar James Bortwick of Stow (+ 1676) kreeg een merkwaardig monument met skeletten. Op de laatste rustplaats voor Allan Ramsay (1685-1758), theatereigenaar, dichter en schrijver van “The Gentle Shepherd” vinden we volgend epitaaf “Tho' here you're buried, worthly Allan, We'll ne'er forget you, canty Callan, For while your Soul lives in the sky, Your Gentle Shepherd ne'er can die”. Op Greyfriars ligt ook historicus en dichter George Buchanan (1506-1582).
 
Een geliefde hond:
 
Het meest bezochte graf is dit voor politieman John Gray (1813-1858). Niet omdat Gray zo’n beroemd iemand was maar omwille van zijn hond. De terriër hield 14 jaar de wacht bij het graf van zijn meester. Burgemeester William Chambers redde de hond van de dood door de hondenpenning te betalen en hem een halsband te geven. Toen Bobby, in 1872, stierf  werd hij naast zijn John Gray begraven. Barones Burdett-Coutts was zo getroffen door het verhaal van “The Greyfriars Bobby” dat zij een bronzen beeld bij een drankfontein liet oprichten in de onmiddellijke omgeving van de begraafplaats. 
Meer over de hierboven besproken begraafplaatsen in volgende publicaties:
 
WHO LIES WHERE, a Guide to Famous Graves, Michael Kerrigan, Fourth Estate London 1995, 1 85702 258 0.
 
GREYFRIARS KIRKYARD EDINBURGH, The Society of Friends of the Kirk of the Greyfriars Kirkyard Trust 1996.

Jane Avril door Rudy Witse een nieuw gedicht van Grafzerkje Willem Houbrechts


Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over… Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht “Jane Avril”. Volgende keer meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan € 7,5. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: [email protected]. Zij moeten de plaat wel zelf komen ophalen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is. 

Jane Avril

 

april, de korte rilling, de penetrante heupslag.

naar men schrijft prak je bedachtzaam en

in een kuise taal.

ook al molenwiekte je over de dansvloer

als een melinietgranaat.

 

hoe hoedde je deze dwerg die kwijlend,

dronken, gehavend en geschonden tussen je rokken hing.

geen van zijn schilderijen tooide je muren

die, transparant, enkel de wereld toonden

in zijn verwatenheid, zijn schuld, zijn

laaiende vreugde, miserabele troost der dijen.

 

de roffels op de planken waren nog niet afrikaans

van kleur – dat kwam pas later,

toen molens kelders werden, en

walg een deugd.

 

                                                           en jij: een museumstuk, godbetert.

Sons of War Grafzerkje Johan Moeys bezorgde ons volgende tekst


Grafzerkje Johan Moeys bezorgde ons volgende tekst:

Are they worth anything and do they mean a lot
Moving ‘cross the borders, begging to be shot
Will they make it through the night or will they die today
Will they survive or die without anything to say

Protecting our economy and dying for our family
And fighting a nameless foreign force
Protecting our economy and dying for our family
Setting fire to a desert without cause

Here are the sons of war, here are the sons of war
Here are the sons of war
Government’s watchdogs, crawling on all fours

(door Disturbance)

Zonen van de Oorlog:

Zijn ze iets waard en betekenen ze iets
Over de grenzend trekkend, smekend om neergeschoten te worden
Zullen ze de nacht overleven of zullen ze vandaag sterven
Zullen ze overleven of sterven zonder iets te zeggen

Onze economie beschermend en sneuvelend voor onze families
En een naamloze vreemde macht bevechtend
Onze economie beschermend en sneuvelend voor onze families
Een woestijn in brand zetten zonder reden

Hier zijn de zonen van de oorlog, hier zijn de zonen van de oorlog
Hier zijn de zonen van de oorlog
De waakhonden van de regering, op vier voeten kruipend
                

Dodenakker de nieuwste misdaadroman van Piet Teigeler speelt zich af op de begraafplaats Schoonselhof


De Vlaamse schrijver Piet Teigeler maakte een reeks misdaadromans waarin het speurdersduo Carpentier en Dewit een hoofdrol in speelt. Het opmerkelijke van deze reeks is dat ze zich steeds in en om Antwerpen afspeelt en dat vele locaties en personen zeer herkenbaar weergegeven worden. Een aandachtige lezer kan zelfs enkele Grafzerkjes met naam en toenaam in “Dodenakker” aantreffen. Hoe het voorlopig recentste boek tot stand kwam is reeds een verhaal op zich.

Tijdens de voorbereidingen voor een dichterswandeling op de begraafplaats Schoonselhof trokken Willem Houbrechts en ikzelf een aantal keren samen op pad. Willem kent mij en hoorde mij steeds “zeveren” over een schepen van de stad Antwerpen die maar niet bleek te beseffen dat jaarlijks waardevolle monumenten in de containers belanden, over de zwerver die reeds jaren op mijn zenuwen werkt omdat hij eens brand stichtte en zich regelmatig in de wachtzaal ophoudt tot groot ongenoegen van, meestal vrouwelijke, personen die een sanitair bezoek aan de toiletten willen brengen, over filmvandalen die onherroepelijke schade aan de monumenten van de begraafplaats toebrachten en andere “ongure” figuren die zich op “zijn” Schoonselhof onledig hielden. Wat Willem deed besluiten met “gij hebt praktisch met iedereen die hier rondloopt ruzie, straks is er nog iemand die U wil vermoorden. Genoeg voor Willem om zijn vriend, de in Spanje verblijvende misdaadauteur Piet Teigeler, te mailen om hem een onderwerp voor zijn nieuwste romanaan de hand te doen. Piet zag dit wel zitten en bracht, tijdens de boekenbeurs van 2002, een bezoek aan de begraafplaats waar hij een rondleiding kreeg van Willem en mijzelf. De schrijver was enthousiast en stelde enkele gerichte vragen in de aard van: waar kan men hier best een lijk verbergen, hoe raakt men ’s nachts buiten, is de begraafplaats verlicht. Tijdens het scheppingsproces van “Dodenakker” mailde de heer Teigeler mij nog enkele malen om bijkomende informatie te bekomen. Begin oktober 2003 was “Dodenakker” klaar.

Voor een korte inhoud en een bespreking citeer ik Fred Braeckman in “de Morgen” (met dank aan Grafzerkje Jenny Bonnast). “Dodenakker” is weer een volbloed Teigeler. De oude commissaris is met ziekteverlof in afwachting dat hij met pensioen gaat en Dewit heeft zijn taak overgenomen. De politie is nu federaal geworden. Carpentier heeft bij zijn afscheid een terriër cadeau gekregen van zijn collega’s, die het hondje Watson hebben gedoopt. Bij een wandeling op het Schoonselhof brengt de hond een menselijk oor mee. Daarna wordt in een vervallen grafkapel ook een lijk ontdekt. De weinige sporen wijzen naar Bosnië-Herzegovina: de kogel die in het lijk zit komt van een Joegoslavisch wapen, ook een doosje lucifers wijst in die richting. Kort daarop volgt nog een tweede moord, nu gaat het om een marginaal die op het Antwerpse kerkhof woont (Neen Grafzerkjes dat ben ik niet - Jacques) Beetje bij beetje wordt duidelijk dat de man zonder oor een gewezen legionair was en dat de tweede dode waarschijnlijk getuige is geweest van de moord. En als nu ook nog op schootsafstand van de eerste moord een Joegoslaaf woont, is de link met de burgeroorlog meteen gelegd. Het complexe verhaal zit knap in elkaar, maar omdat de personages nogal eens van naam veranderen moet je wel goed bij de les blijven. Met “Dodenakker” heeft Piet Teigeler niet alleen een sobere, intelligente en goed geconstrueerde politieroman met een verrassend einde geschreven. Tussendoor krijg je ook een ontroerend liefdesverhaal dat ontdaan van melodrama en meligheid des te sterker overkomt.

Dodenakker van Piet Teigeler is een uitgave van Houtekiet, ISBN 90 5240 735 5. Meer info over werk van Piet Teigeler op www.teigeler.net. Prijs € 14,90
                

Behesjte Zahra Grafzerkje Vera Steenput in Iran


Behesjte Zahra:

Grafzerkje Vera Steenput verbleef zes weken in Iran en kon het niet nalaten om daar een begraafplaats te bezoeken. Zij vertelde mij over haar ervaringen.

Begraafplaats noemt men in het Perzisch "Kabrestan". Stan betekent plaats en Kabre betekent dode.

De begraafplaats die ik bezocht heette Behesjte Zahra. Zahra was de dochter van de profeet Mohammed en Fatima en Behesjt betekent paradijs. Deze begraafplaats is de grootste van Teheran. Het mausoleum voor Khomeini is er tegenaan gebouwd en is één van de drukst bezochte bedevaartsoorden van Iran. Ik heb geen idee hoeveel mensen er begraven liggen maar als je weet dat Teheran 12 miljoen inwoners telt dan kan je je al een klein idee vormen. Maar het beeld wordt waarschijnlijk nog duidelijker met de volgende omschrijving. De begraafplaats is eigenlijk een stad op zich. Er loopt één hoofdweg dwars doorheen. Deze hoofdweg telt 6 geasfalteerde rijstroken: 3 heen en 3 terug. Van deze hoofdweg vertrekken talloze zijstraten. Om iemand terug te vinden wordt er net als bij ons gewerkt met een systeem van nummers. Als je het nummer niet kent ben je reddeloos verloren. Dan is het onbegonnen werk.

Er is een ereperk voor acteurs en actrices, vooral van de film. Dit is een plek die extra veel bezoekers trekt. Verder heb je ook een apart stuk voor de soldaten (ook wel "helden" genoemd ter plaatse) die gesneuveld zijn in de oorlog tegen Irak. In tegenstelling tot de andere graven zijn deze graven rechtopstaande kastjes met foto's en medailles en Iraanse vlaggen erin tentoongesteld. Er liggen vele jongens van 12 à 13 jaar begraven want vooral naar het einde van de oorlog toe werd iedereen ingezet (waar hebben we dat nog gehoord) bijzonder droevig is dat vooral omdat het nog maar zo kort geleden is (1981-1988). Er is ook een klein museum over de oorlog op de begraafplaats maar dat kon ik niet bezoeken omdat het gesloten was die dag. Deze graven zijn ook overdekt met een golfplaten dak terwijl de rest van de begraafplaats onder de brandende zon ligt.


Er is ook wel beplanting. De cipres is een veel voorkomende boom en gekend als symbolische boom op dodenakkers maar dat weet jij natuurlijk wel. Verder zijn er ook grasperken aangelegd en staan er vooral bij de ingang talloze bloemenkraampjes met verse bloemen. Het is me een raadsel hoe die verkopers bij een temperatuur van 48 °C hun bloemen toch nog enigszins acceptabel weten te houden.

Overal over de begraafplaats verspreid staan open tenten met een heleboel stoelen. Die tenten worden gebruikt voor rouwdiensten. Meestal zijn daar zoveel mensen bij aanwezig dat er te weinig stoelen zijn om iedereen te laten zitten. Overal klinkt rouwmuziek. Meestal zijn het cd's of cassettes die door de boxen gejaagd worden maar af en toe wordt er ook wel gezongen. De muziek is heel klagend en brengt je meteen in de gepaste sfeer. De gewone graven zijn platte rechthoekige stenen; meestal in zwart marmer met opschrift en dikwijls ook een foto: een echte of vaak ook gegraveerd in het marmer. De mensen lopen gewoon over de graven heen omdat ze meestal vlak naast elkaar liggen. Dit wordt niet als oneerbiedig beschouwd. De familie heeft meestal een fles water mee. Die wordt dan over de steen gegoten en er wordt snel gepoetst omdat het water bijzonder vlug opdroogt. Heel de familie zit samen rond het graf en zingt en praat.

Soms worden er bloemen gelegd. Ik zag een man met een gladiool. Heel zorgvuldig nam hij bloem per bloem van de tak af en die bloemetjes legde hij rond de foto van een vrouw. Soms hebben mensen een paraplu bij om zich te beschermen tegen de vlakke zon maar meestal zitten ze daar maar gewoon samen. De vrouwen zijn toch sowieso gesluierd en velen dragen de chador. Er wordt ook fruit uitgedeeld: kleine pruimen of gedroogde dadels of appeltjes. Aan elke voorbijganger wordt het gepresenteerd. Soms zijn het zoete koekjes. Het is zeer onbeleefd om dit aanbod af te slaan. Het betekent immers dat je weigert om te delen in de rouw van de familie. Aanvaarden en opeten is de boodschap. (Er zijn ook drankstalletjes en waterkranen om je dorst te laven en dat is geen overbodige luxe.) Dit wordt niet enkel gedaan voor mensen die onlangs overleden zijn maar ook voor mensen die al 10 jaar of meer dood zijn.

Over eten gesproken: picknicken is in Iran zeer populair; dus ook op de grasperken van de begraafplaats. Tijdens het weekend gaan gezinnen soms gewoon een dagje naar de begraafplaats met aansluitend een bezoek aan Khomeini. Dit is een vorm van ontspanning aangezien er in Iran zoveel vormen van verstrooiing verboden zijn. Tot slot heb ik ook nog een wagen gezien die men "Alam" noemt. Die zat vol jonge mensen die zwaaiden met een soort kunststof zilveren (palm?) takken. Toen werd iedereen zeer droevig. Als je dit ziet betekent dat het om een jonge mens gaat. Het kan ziekte geweest zijn of een verkeersongeval want het verkeer in Iran dat is een verhaal op zich.
          

Allerzielen Grafzerkje Louis Van Dyck schreef mooie woorden neer


Grafzerkje Louis Van Dyck vergastte mij met een, voor deze periode van het jaar, toepasselijke tekst. Ik geef eerlijk toe: ik was aangedaan bij het lezen van deze mooie woorden en wil de Grafzerkjes er deelgenoot van maken.

De landlopers van de kolonie van Wortel onderhielden dit uitgestrekte gebied vlak bij de Nederlandse grens. “Je weet dat schone oord waar de ziel in haarzelve terugkeert en rust geniet” schreef Hendrik Conscience. Op deze plaats liggen de kostgangers van weleer. De landloperij werd afgeschaft en de stakkerds zwermden uit over het land. Bij gebrek aan soldaten valt elke oorlog stil. Hier ziet men geen ineengestuikte “eeuwige vergunningen”. Enkel eenvormige witte kruisjes met een zinken naamplaatje.

Ooit hebben moeders bij het baren van deze mensen geschreeuwd uit angst en pijn. Misschien werden ze zelfs met liefde verwekt en als pasgeborene gekoesterd!

’t Was volop lente toen ik er rondliep en deze foto nam, maar bij de kruisjes is het alsof het alle dagen Allerzielen is; nu novembert het er echt. Na een eindje lopen kwam ik aan het Bootjesven waar ik op een bank een liefde zag openbloeien. We hebben misschien wel allemaal retrogedachten aan de tijd van toen we onze eerste zonde van onkuisheid gingen biechten!?

Bij de waterhoentjes was het een jagen achter mekaar. Alles paarde en paarde terwijl een vogel zijn geërfde melodie floot en daarmee de stilte onderlijnde. Nu gaan we weer de winter in. Zo gaat dat maar door. Steeds een dagje ouder en soms twee.

Dat ’t je welga.
Louis.

Zorg voor nabestaanden Grafzerkje Monique Dujardin schreef een artikeltje over rouwverwerking


Grafzerkje Monique Dujardin, die haar sporen verdiende in de rouwverwerking, schreef op mijn verzoek een artikeltje over de zorg voor nabestaanden. Dit is een aspect waar velen nog nooit of zeker veel te weinig bij stilstaan.

November is de maand waar alle aandacht gaat naar de begraafplaatsen. Zorg voor begraafplaatsen, zorg voor momenten, zorg voor onderhoud van de omgeving waar de doden rusten, …… het zijn zeer belangrijke bekommernissen.

Maar ook zorg voor nabestaanden verdient aandacht.

Het overkomt de 'rouwende mens' dikwijls: veel volk bij de uitvaart en ook de weken daarna. Het oprechte meeleven van vrienden en bekenden doet deugd. Men voelt zich gedragen en gesteund om de eerste moeilijke tijd van afscheid en verlies door te geraken. Dan echter begint het lange, vaak uitzichtloze rouwen. De kring van meelevende mensen wordt snel kleiner. Een eind verder staan zij meer en meer alleen. De telefoon rinkelt minder, de deurbel lijkt stom. Weinigen durven nog vragen of het wel gaat. Op het werk moet men evenzeer vooruit, soms alsof er niets gebeurd is. Het leven moet immers verder gaan, de economie moet draaien. Ondertussen leven nabestaanden met het gevoel dat het leven voor hen is stilgevallen en geen perspectief meer te bieden heeft. Men voelt zich alleen en verloren met zijn verdriet. Soms zou men zo graag zijn verhaal nog eens willen vertellen … aan anderen nog eens zeggen hoe 'zeer' het nog steeds doet.

De zorg voor het emotionele verwerkingsproces van de nabestaanden is ook de zorg van Rouwzorgvlaanderen. Wil je meer weten over ontmoetingsgroepen, literatuur, werking van rouwgroepen, surf dan naar www.rouwzorgvlaanderen.be.

Allerheiligen, allerzielen Grafzerkje Mathilde Goelen vergast ons op een passend gedicht


Grafzerkje Mathilde Goelen vergastte ons met een, voor deze periode van het jaar, toepasselijk gedichtje met bijbehorende foto van de begraafplaats van Keerbergen.

Allerheiligen, allerzielen
jaarlijkse traditie
mensen gaan en mensen komen
leggen bloemen bij hun doden

grafzerken, mooi onderhouden
nabestaanden rouwen
zij graven in hun herinnering
en voelen nog de vereniging

er is droefheid soms bij wijlen
als mensen alleen achter blijven
ooit zullen ook wij zijn
zoals zij nu zijn.

Funerair mopje gevonden op Find a Grave en (vrij) vertaalt


An zit op een terras aan de Palinghuizen te Gent, vlakbij de Westerbegraafplaats een koffie te drinken wanneer ze een begrafenisstoet aan zich voorbij ziet trekken. Eigenaardig want tegenwoordig is een begrafenisstoet waarbij mensen achter een lijkwagen lopen geen dagelijkse kost. De stoet die voorbijtrok was ook ongewoon. Een zwarte corbillard werd gevolgd door een tweede lijkwagen, achter de tweede een dame met een pitbull aan de leiband. Iets verder volgden meer dan 200 vrouwen, allen achter mekaar op één lijn.
 
An aanschouwde met ongeloof het schouwspel, trok haar stoute schoenen aan en begaf zich naar de dame met de hond. Volgend gesprek ontspon zich:
“Mijn innige deelneming, mevrouw en verontschuldig mij voor mijn nieuwsgierigheid maar ik zag nog nooit een dergelijke begrafenisstoet. Wiens begrafenis is dit, als ik vragen mag?” vroeg An.
“Mijn echtgenoot ligt in de eerste lijkwagen” vertelde de rouwende vrouw.
“Wat overkwam hem?” vroeg An.
“Mijn hond viel hem aan en doodde hem”
“En wie ligt er in de tweede corbillard?” vroeg An.
“Mijn schoonmoeder, zij wilde mijn echtgenoot ter hulp snellen maar de pitbull viel haar aan”
Er volgde een moment van stilte. Toen vroeg An “Mag ik uw pitbull eens uitlenen?”
“Sluit maar aan, achteraan de rij” besloot de rouwende.
 
Reactie: bestaande locaties en personen ontstonden louter uit het brein van de persoon die de vertaling maakte.

Grafzerkjes op radio en TV rond Allerheiligen, Grafzerkjes paraat


Zoals steeds rond de periode van Allerheiligen komen begraafplaatsen en alles wat daarmee verband houd aan bod op radio en televisie. Meer en meer worden Grafzerkjes aangezocht om kun wedervaren te vertellen. Meer en meer, in de eerste plaats dankzij de website van Grafzerkje Willy Cornelissens, doet men een beroep op ons. Een overzicht.

Het begon al op woensdag 29 oktober. Albrecht Wauters liet, in het programma “Koffers & Co”, Rindert Brouwer opdraven. Die vertelde hem over de, voor hem, belangrijke dodenakkers. In de korte tijdspanne die hem aangemeten werd stond Rindert ook stil bij zijn favoriete begraafplaats: de begraafplaats van Eindhoven, waar hij reeds zijn “laatste plekje” voorbehouden heeft.

Ik kreeg een telefoontje van omroep West Vlaanderen met de vraag of er bij de Grafzerkjes Westvlamingen zaten. Grafzerkje Martin Desmedt ging op de vraag in om, op vrijdag 31 oktober, een praatje te maken.

Op vrijdag 7 november waren er de hele dag opnames voor het televisieprogramma “Afrit 9”. Toen “Hepitaaf” nog bestond werd ik eens opgebeld door een stagiaire van dat programma met de vraag “of het mogelijk is dat er een vereniging bestaat die begraafplaatsen bezoekt?” Op mijn bevestigd antwoord legde ze de hoorn in, denkelijk ter plaatse dood gevallen van het verschieten. Enkele weken geleden belden zij mij op met dezelfde vraag. Ik stelde voor om iets rond de Grafzerkjes te maken maar zij verkozen om een portret van mijzelf te maken.

Ik kan jullie verzekeren dat zo’n opname een hele bedoening is, zeker als de televisiemensen te maken krijgen met een moeilijk mens gelijk ik. Eerst zat er een dame zich vol te stouwen met gebakjes terwijl naarstig nota’s nemend over al de locaties waar zij opnames wenste te maken. Ze kwam al direct van een kale reis terug toen ik zegde dat ze bij mij thuis niets te zoeken had. Nadat ze drie uur lang notities nam vroeg ik haar of het een uitzending van een uur betrof. Verontwaardigd zegde ze dat het slechts zes minuten ging duren. Ik antwoordde dat ze stof had voor een uitzending van drie uur. De week daarop kwam degene die de reportage ging maken mee tijdens een rondleiding. Hij vroeg doodleuk of ik wat in de archieven van de begraafplaats kon snollen zodat zij dat konden filmen. Ik zegde hen dat ik er niet aan dacht omdat ik een vertrouwensrelatie heb met de mensen van de begraafplaats en die niet door een televisieopname wilde verknoeien. Dan vroeg hij mij om op een laddertje te staan om “mijn monument” op te kuisen. Ik repliceerde dat dit dan wel de laatste opname zou worden daar ik niet gemaakt ben om op een ladder te staan. Toen ook dit niet lukte vroeg hij mij “of ik het nog wel zag zitten”. Ik pareerde “ik wel, maar zie jij het nog zitten?

De dag van de opname heb ik anderhalf uur met een blauw emmertje en een oranje schupje bloempjes geplaatst op mijn monument. Ik was precies kabouter Plop in het grote bos. De reportagemaker heeft volgens mij vroeger nog bij de politiediensten gewerkt want hij stelde acht tot tien keer dezelfde vraag en hoopte dat ik eens een “uitspraak” zou doen zodat die dan kan uitgezonden worden. Om twaalf uur, na drie uur rondzeulen, stelde hij voor om eens een praatje te gaan maken met de hoveniers van de begraafplaats “want dat kwam tof over”, zo zegde hij. Ik zegde dat hij dat maar moest doen want dat het juist etenstijd was en ik die mensen niet wilde storen. In de namiddag, tijdens een rondleiding die ze meemaakten ging het iets vlotter omdat ik vooraf had gezegd dat ik geen drie maal hetzelfde zou doen. In totaal hadden ze drie uur film en dit alles voor zes minuten uitzending. Ik moet eerlijk zeggen dat ik van VRT een andere mentaliteit had verwacht. Het was precies sensatiezoekerij. Ik dacht in een opname voor Jambers te zitten. Ik heb er, eerlijk gezegd, geen goed oog in. Uitzending op maandag 24 november.

Lin Verbeemen stelt tentoon we waren aanwezig bij de vernissage


Niet minder dan vijf Grafzerkjes waren aanwezig op de vernissage van de eerste tentoonstelling van Lin Verbeemen. 


Maria Claire & Edgard, Jenny, Johan en ikzelf waren daar om haar bij te staan in die moeilijke momenten. Leen Van de Plas deed de inleiding en beschreef Lin als een gedreven ziel enthousiast en leergierig. In haar werk treft men licht en schaduw aan. Zij tast het onderwerp af en zet er haar stempel op.