Nieuwsbrief Nr. 12 - juli 2003

Limburg verslag van het Grafzerkjesbezoek aan Weert en Roermond


Weert & Roermond:

Wie nu nog niet weet wat Limburgse, let wel Nederlands-Limburgse, gastvrijheid is had maar moeten meekomen naar de tocht naar Weert en Roermond ons aangeboden door de Nederlandse Terebinthvrienden. Niet alleen kregen we een funerair programma voorgeschoteld maar ook aan alle details werd gedacht. Zestien Grafzerkjes werden welkom geheten door de Limburgse voorzitster in Hostellerie Munten te Weert. Naast haar waren enkele Limburgse Terebinthleden aanwezig en Marianne vander Elsen, ambtelijk secretaris vereniging de Terebinth afdeling Limburg. Na enkele warme koppen koffie, want het weer zat niet echt mee, nam Peter Korten, Lid van het Limburgs Geschied en Oudheidkundig genootschap, het woord. Hij gaf een inleiding en zegde ons dat we ons op een funerair interessante plaats bevonden: vlakbij de Hostellerie lag vroeger het kerkhof van het Penitentenklooster. Emile Haanen, historicus, gaf een korte inleiding waarin onze vriend keizer-koster Joseph II met zijn fameus edict weer een belangrijke rol vervulde. In 1789 ging Weert, na de Brabantse revolutie, naar de nieuw ontstane republiek maar het verklaarde zich onafhankelijk. Alle edicten werden ingetrokken maar een jaar later terug ingevoerd. Op de begraafplaats van Weert vertelde Peter Korten over het monument voor de Franse gesneuvelden bij de slag aan de Marne en over de Duitsers die het leven lieten nadat een munitietrein ontplofte.
 
In stoet ging het nadien van Weert naar Roermond. Marianne zorgde zelf voor witte lintjes om aan de antennes van de wagen te bevestigen om alzo een colonne te vormen. Spijtig genoeg is deze werkwijze wel bekend bij de lokale begrafenisondernemers met niet bij de Nederlandse autosnelwegbestuurders. Toch raakten we goed en wel in Roermond waar een broodjesmaaltijd op ons wachtte. Alhoewel geen 100% fit stond Guus Rüsing er toch op om ons rond te leiden op “zijn” begraafplaats. Hij kreeg medewerking van de weergoden want de hemelsluizen bleven dicht. De kwaliteiten van Guus waren een aantal Grafzerkjes reeds bekend, de anderen waren echt onder de indruk van zijn kennis, zijn inzet en het enthousiasme waarmee hij zijn rondleiding kruidde. Hij wees er meermaals op dat het niet alleen van groot belang is om beschermde monumenten te koesteren maar dat er achter vele graven een verhaal schuilt dat het noodzakelijk maakt om ook deze graven voor het nageslacht te bewaren. Zonder zijn informatie zouden wij echt voorbij de plek rododendrons gelopen zijn. Die struiken stonden op de plek waar vroeger Pruisen begraven werden en waar niemand anders wenste begraven te worden. Het simpele houten kruisje voor Bertus, een lokale figuur zou aan onze aandacht ontsnapt zijn zonder Guus. Het monument voor de NSB’er Leendert Willem de Leeuw dient, zoals onze gids terecht opmerkte, voor het nageslacht bewaard te worden omdat er geen 10 zulke graven meer overeind staan in Nederland en om ons ook op dit punt van de geschiedenis te wijzen. Verder passeerden natuurlijk de toppers van de begraafplaats de revue: het wereldbekende “graf met de handjes”, het monument voor de bekende architect Pierre Cuypers, het dodenmasker op het graf van huisarts Wong Lun Hing, de zouaaf Küppers, de enorme grafkapel voor de familie Bongaerts, Louis Guillaume de uit Brugge afkomstige dirigent, twee Joodse afdelingen en het protestantse gedeelte. Eindigen deed Guus in de crypte van de Bisschopskapel.
 
Dit was nog niet het einde van een mooie dag want onze Terebinthvrienden boden ons nog een drankje aan. De Grafzerkjes van hun kant konden niet achterblijven en deden er nog een drankje én een Belgische praline bij. Onze welgemeende dank aan onze Nederlandse “geestesgenoten”. We hebben er echt van genoten en hopen jullie ooit eens op ons grondgebied te mogen ontmoeten. Misschien wel tijdens een van onze Grafzerkjesorganisaties?
 

Dat deze funeraire dag een echte meevaller was bleek ook uit de talrijke positieve reacties die ik, via mail, mocht ontvangen. Goed nieuws: Marianne en Guus zijn al in de weer om ons volgend jaar iets soortgelijks voor te schotelen.

Sint Petersburg luister en verval een tocht langs begraafplaatsen


Sint Petersburg luister en verval:

Wie Sint Petersburg bezoekt en zich interesseert voor het funeraire dient zeker niet alle begraafplaatsen aan te doen. Enkele redenen: Novodevitse was zo ontoegankelijk dat ze enkel bereikbaar was na het oversteken van een, nog steeds in gebruik zijnde, spoorlijn en na het verkrijgen van toegang tussen volgroeide bomen en struikenmassa’s. Bij een andere begraafplaats werd de originele toegang gebruikt als een goor servicestation voor wagens en was daar de toegang verspert. De begraafplaats was bereikbaar via een van de ingestorte muren maar bleek een verzamelplaats te zijn van heren die naarstig op zoek waren naar…herengezelschap. Op de communistische begraafplaats van het Alexander Nevskiklooster werd ik aangesproken door een man die zijn hele levensloop vertelde, in gebrekkig Engels, waarop hij mij geld vroeg. Het geld dat ik hem toestak vond hij onvoldoende zodat ik het biljet wegstak en verdween. De gulzigaard kreeg niets. Bolsjeochtinskij en Krasnenskij liggen buiten het centrum van de stad en bevatten geen noemenswaardige “bekenden”.
 
Wil je toch eens weten hoe onverzorgd en vuil de Sint Petersburgse begraafplaatsen erbij  liggen ga dan naar het Nikolskijkerkhof in de nabijheid van het Alexander Nevskiklooster op het eind van de Nevski Prospekt en in de onmiddellijke nabijheid van twee prachtige dodenakkers, waar we verder nog dieper op ingaan. Tussen de bomen en de struiken ziet men de graven nauwelijks, op uitzondering van enkele recente bijzettingen. Prachtige mausolea werden in ruïnes herschapen en de wegen zijn overwoekerd met onkruid. Dit is een staalkaart voor het merendeel der Sint Petersburgse begraafplaatsen.
 
De tsarengraven
 
Gelukkig zijn er enkele uitzonderingen. De Piskarovskoyebegraafplaats, buiten de stad, herbergt niet minder dan 470 000 inwoners van Sint Petersburg en sovjetstrijders die tijdens de blokkade van de stad, tussen 1941 en 1945, gesneuveld zijn. Op deze imposante dodenakker brandt de eeuwige vlam, wordt constant de 7de symfonie van Dimitri Sjostakovitsj gespeeld en staat op het eind van de begraafplaats een enorme bronzen vrouwenfiguur die het vaderland voorstelt met daarachter een granieten gedenkwand met verzen van dichteres Olga Bergholz “Niemand is vergeten en niets is vergeten”.
 
De Sint Peter en Paulusvestiging is de laatste rustplaats voor de Russische tsaren. Bij het betreden van de kerk komen we onmiddellijk bij tsaar Nicolaas II en zijn familieleden terecht. Zij werden in 1918 neergeschoten en begraven in Yekaterinaburg. In de jaren ’90 leidden opzoekingen naar de juiste vindplaats van de lichamen. Op 16 juli 1998 werden ze, in de Petrus en Paulusvestiging, bijgezet bij de andere Romanovs. In de eigenlijke kerk treffen we de andere tsaren aan. Peter I (1672 – 1725) is nog altijd geliefd, getuige de talrijke bloemstukken op zijn witmarmeren graftombe. Opvallend zijn de sarcofagen in rode en groene marmer voor Maria Alexandrovna (1824 – 1880), geboren als prinses van Hesse-Darmstadt en haar echtgenoot Alexander II (1818 – 1881). In een annex van het kerkgebouw treffen nog andere leden van de familie Romanov aan.
 
Alexander Nevskiklooster
 
Vlakbij het reeds vernoemde Alexander Nevskiklooster vinden we de twee mooiste begraafplaatsen van de stad. Er wordt inkom gevraagd en men kan een brochure aanschaffen, voor de Tikhvinbegraafplaats in het Engels en voor het Lazaruskerkhof in het Russisch, waarop de ligging van de personaliteiten staat aangeduid. De Sint Lazaruskerk bevat een aantal funeraire monumenten, een Sint Peterburgs’ atelier Salu, maar op het ogenblik van mijn bezoek was de kerk niet toegankelijk. De openingsuren van de begraafplaatsen zijn trouwens ook erg variabel en gaan dikwijls samen met het humeur van de loketbedienden.

Op Tikhvin liggen de, voor ons, bekendste bewoners. Fjodor Michaljovitsj Dostoevskij (1821 – 1881), (links) schrijver van “De idioot” en “De gebroeders Karamazov” werd verbannen maar keerde in 1859 terug naar Sint Petersburg. De begraafplaats is de laatste rustplaats voor een aantal componisten waaronder A. K. Glazunov, M. A. Balakirev, C. A. Kui, A. S. Dargomizhskij. De bekendste zijn Michail Ivanovitsj Glinka (1804 – 1857), stamvader van de Russische klassieke muziek. Hij schreef de opera’s “Ivan Susanin” en “Ruslan en Ljoedmila”. Het grafmonument, uit 1960, is van beeldhouwer N. A. Laveretskij en architect I. I. Gornostaev. Nikolaj Andreevitsj Rimskij-Korsakov (1844 – 1908), componist en dirigent. Hij is de auteur van sprookjesachtige en historische opera’s waaronder “Sneeuwwitje” en “Sadko”. Hij ligt hier begraven samen met zijn echtgenote onder een monument, uit 1912, van N. K. Rerich en beeldhouwer I. I. Andreoletti. Modest Petrovitsj Musorgskij (1839 – 1881),  is de auteur van volksdrama’s “Boris Godunov” en “Chovansjtsjina” en van liederen uit het volksleven. Het monument, uit 1885, is van beeldhouwer I. J. Gintsburg en architect I. S. Bogomolov. Pjotr Iljitsj Tsjaikovskij (1840 – 1893), is de auteur van de opera’s “Jevgenij Onegin”, “Mazepa”, “Schoppenvrouw” en “Iolanta” en van de balletten “Het Zwanenmeer”, “De Notenkraker” en “De schone slaapster”. Aleksandr Porfirjevitsj Borodin (1833 – 1887), was eveneens chemicus. Hij was één van de grondleggers van de Russische klassieke symfonie en schreef de opera “Vorst Igor” die, in 1890, voltooid werd door Rimskij-Korsakov en Glazunov. Hier ligt ook Olga Pavlischeva de zuster van dichter Alexander Pushkin.
Aan de overzijde ligt het Lazaruskerkhof. Daar liggen een aantal architecten uit wiens brein vele van de prachtige gebouwen van Sint Petersburg ontsproten. Thomas de Thomon (1754 – 1813), Giacomo Quarenghi (1744 1817), Andrey Zakarov (1761 – 1811), Vasily Stasov (1769 – 1849) en Carlo Rossi (1775 – 1849). Prins en opvoeder Alexander Beloselsky-Belozerksy (1752 – 1809) kreeg, in 1810, een prachtige piramide van de hand van I. Camberlain. Grote monumenten zijn er voor V. A. Patkov – Rozjnov, het hoofd van de Peterburgse stad en voor graaf en regeringslid M. N. Moeravev. Verder liggen hier ook nog gravin Lanskaya, de eerste vrouw van Alexander Pushkin, Leonard Euler (1707 – 1783), een Zwitsers wiskundige en Mikhail Vasiljevitsj Lomonosov (1711 – 1765), natuurkundige, dichter, kunstenaar en historicus. Hij was de eerste Russische academicus, stichter van het eerste chemische laboratorium en initiatiefnemer voor de oprichting van de Moskouse universiteit.
 
Hier liggen de schrijvers.
 
Voor wie toch nog de moed heeft om op ontdekking te trekken raad ik het Volkovkerkhof aan. Het ligt niet in de onmiddellijke omgeving van een metrostation dus is een rit met de taxi of een stevige wandeling noodzakelijk. Het schrijversgild is hier sterk vertegenwoordigd met Alexander Koeprin, Grigorovitsj (1822 – 1899), Mamin Sibirjak (1852 – 1912), Oespenskij (1843 – 1902), Nikolaj Semjonovitsj Leskov (1831 – 1895). Ivan Sergeevitsj Turgenev (1818 – 1883), schrijver van realistische plattelandsromans en van sociaal-psychologische werken kreeg een grafmonument, uit 1885, van beeldhouwer Zj. A. Polonskaja. Het gedenkteken voor Ivan Aleksandrovitsj Gontsjarov (1812 – 1891), schrijver van sociaal-psychologische romans is van de hand van beeldhouwers V. I. Tatarovitsj en G. D. Jastrebenetskij. Aleksandr Aleksandrovitsj Blok (1880 – 1921), symbolisch dichter kreeg een gedenkteken, uit 1946, van beeldhouwer N. V. Dydykin. Het graf van dichteres en schijfster Olga Bergholz (1910 – 1975) is met aardbeienplanten bedekt. Hier is ook de necropolis van het gezin Uljanov: Uljanova Maria Aleksandrovna (1835 – 1916), moeder van Lenin, Uljanova Elizarova Anna Uljinistjna (1864 – 1935), zuster van Lenin, Uljanova Olga Uljinistja (1871 – 1891), zuster van Lenin. Het gedenkteken, uit 1952, is van beeldhouwer M. G. Manizep en architect V. D. Kirchoglani. Volkov is ook de laatste rustplaats voor Dimitri Ivanovitsj Mendeleev (1834 – 1907), chemicus.  In 1869 werkte hij het periodieke systeem van de elementen uit, één der basiswetten van de chemie. Hij is tevens auteur van meer dan 500 werken en onderzoeken van chemisch-fysische problemen. Tume, was de uitvinder van het optisch glas en Pavlov, de wetenschapper raakte bekend van zijn proeven met honden.
 
Meer over de hierboven besproken begraafplaatsen in volgende publicaties:
 
THE ST LAZARUS SEPULCHRE ST PETERSBURG, Brochure.
 
LAZARUSBEGRAAFPLAATS, Brochure in Russisch.
 
THE ARTISTS’ NECROPOLIS, Brochure in Engels.
 
THE CHURCH OF THE ANNUNCATIONS, Brochure in Engels.
 
ARCHITECTURAL ENSEMBLE OF THE ALEXANDER NEVSKY LAURA, Brochure in Engels.
 
BEGRAAFPLAATSEN VAN SINT PETERSBURG, ISSN 0320 6858 + Summiere vertaling.
 
THE CATHEDRAL OF ST PETER AND ST PAUL, THE BURIAL PLACE OF THE RUSSIAN IMPERIAL FAMILY, Vladimir Gendrikov & Sergei Sen’ko, Liki Rossii St Petersburg 1998. ISBN  5 87417 057 X.
 
THE LAST JOURNEY (16-17 JULY 1998), Liki Rossii St Petersburg 1999. ISBN  5 87417 075 8.

Abélard & Héloïse door Rudy Witse een nieuw gedicht van Grafzerkje Willem Houbrechts


Abélard & Héloïse door Rudy Witse:

Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over… Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht “Abélard & Héloïse”. Volgende keer meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan € 7,5. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: [email protected]. Zij moeten de plaat wel zelf komen ophalen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is.
 
 
Abélard & Héloïse
 
                                                           christi !
 
ik : wonder aanwijsbaar bewijsbaar                          iets wroet in mij als ware het er
wie zegt dit briljanter dan: ik?                                  altijd al geweest. hoe denk ik?
goochelaar? wizzard? wijze? waar                            hoe drink ik ooit genoeg dit woord
ik stop en spreek, scheurt de mist.                            uit zorgvuldig verborgen bekers?
 
                                                           wij: kaarsen die vervluchtigen –
                                                           elk sakrament ontneemt ons wat genade.
                                                           zo spraken wij nooit tot: onze zoon,
                                                           ons verraad weggesmolten in een ander.
                                                           kan weggaan altijd verder weggaan?
 
denkelijk denkt verstand zich wel                            hoe maak ik, liefste jouw verminking
te pletter, tot vermoeienis toe verdroogd                  waar, hoe weiger ik een vraagteken
in ja en nee, waarbij het ja de klokken                      meer? hoe ben jij, in de wereld,
klept en nee het vuur weer naar de lont                    wanneer ik de toekomst veilig
toelokt                                                                       schroef?
 
                                                           had jij, heb ik, konden wij?
                                                           het leven, dat zelfs glinstert zonder
                                                           eros, had onvoldoende woorden die ons
                                                           zegden. je hebt het hoofd neer liefste,
                                                           net nu de lentewind weer nieuwe kapriolen
                                                           blaast. het was niet onze tijd.
                                                           wij hadden tijd. 

Conscience op bezoek op Schoonselhof leuke opdracht voor een 12-jarige


Conscience op bezoek op Schoonselhof:

Eind van het schooljaar en de spreekbeurten kwamen eraan. Ik kreeg de vraag van drie knapen uit het middelbaar of ze met mij een interview mochten maken aan het grafmonument voor schrijver Hendrik Conscience in het kader van hun eindwerk. Zo gezegd, zo gedaan en op een prachtige meimiddag bevond ik mij voor het monument van “de man die zijn volk leerde lezen”. De jongelui hadden een en ander voorbereid en lazen hun vraagjes af van hun papiertje. Ik vond het maar een schoolse bedoeling maar dit bracht mij op een idee.
 
Enkele maanden daarvoor had Laura, het dochtertje van mijn beenhouwer, informatie gevraagd over Conscience voor een spreekbeurt. Ik vertelde haar van de ontmoeting met de jongeren en zij vroeg of ik dat met haar eens wilde overdoen. Laura had wel iets meer inspiratie en verkleedde zich in de grote schrijver.
Het leven van de schrijver deed zij, eveneens verkleed, tijdens haar voordracht in de school maar dan vertelde zij dat er jaren later iets eigenaardigs gebeurde: de, reeds jaren, dode schrijver wandelde op de begraafplaats Schoonselhof en ontmoette daar een, misschien nog oudere, man. Zij stapte op de man af en stelde hem een aantal vragen over het overlijden en het begraven van Hendrik. Ik vond het wel leuk en zeker origineel. Ik kreeg de vestimentaire hulp van een heuse goochelaar voor wat de hoge hoed van Conscience betrof en van een helper van Sinterklaas kreeg ik de goed heilig man zijn baard in bruikleen.
 
Voor alle duidelijkheid de “oude man” links is Laura als Hendrik Conscience, de nog veel oudere man rechts is jullie dienaar Jacques Buermans.

Funeraire Terebinthreis Noord-Italië verslag van onze “Grafzerk” ter plaatse, Rudy D’Hooghe


Funeraire Terebinthreis Noord-Italië:

Grafzerkje Rudy D’Hooghe maakte volgend verslag.
 
Enkele dagen voor het vertrek valt eindelijk de dikke voorbereidingsbundel in de bus. Op de voorpagina wenkt een bedroefde en duidelijk niet geslachtloze engel. Venetië, Milaan, Turijn, Genua en Freiburg … het klinkt alvast veelbelovend.
 
Onder een stralende zon vertrekken we zuidwaarts. Na een vermoeiende busrit van twee dagen (via München) zuigen we onze longen vol met het frisse aroma van de Mare Adriatico. De airco in het hotel is welkom. Na een verfrissende douche genieten we van een spaghetti con cozze (mosselen), gevolgd door een vers visje, aan tafel gefileerd en overgoten met die heerlijke Italiaanse olijfolie. Als je dan nog als afsluiter een tiramisu met cappuccino onder je neus krijgt, dan begrijp je, dat die afmattende busrit zo uit je gedachten wegebt. Vanuit de whirlpool op het zonneterras van het hotel overschouw je de zee en waan je je zowaar een mini-uitgave van Neptunus.
 
Na een stevig ontbijt nemen we de vaporetto naar San Michele, het Venetiaans dodeneiland. Gezien je in Italië tussen de 24 uur en de 48 uur na het overlijden dient begraven te worden, wordt er hier ook op zondag begraven. De zon brandt alle gifstoffen uit onze poriën en met het handig plannetje van Arthur zoeken we de, met uitzondering van Stravinsky weinig bekende graven op.
 
De rest van ons Venetiaans verblijf, mogen we zelf invullen. Als je de naam D’Hooghe in het vaandel draagt, breng je natuurlijk eerst en vooral een grondig bezoek aan het voorname Dogenpaleis. Sedert de 6de eeuw tot Napoleon (1797) leidden opeenvolgend 120 Dogen (< Latijn ‘dux’ = leider) deze unieke stadsstaat: la Serenissima Venezia. Het is een rariteit in de Westerse geschiedenis dat een gemeenschap meer dan duizend jaar quasi ongehinderd kan bloeien. Alles stond dan ook ten dienste van la Serenissima, nooit tot heil van één of andere persoon die zichzelf oppermachtig waant. De nuchtere koopmansgeest zal hier zeker niet vreemd aan zijn. Het was onder meer een regel dat iedere koopman na een handelsmissie een geschenk meebracht voor de Serenissima Venezia. En het begint natuurlijk met het gebeente van de Heilige Marcus dat voor de moslimdouaniers verborgen in varkensvlees in 828 uit Alexandrië wordt meegesmokkeld.   In het Dogenpaleis word je letterlijk van alle kanten overdonderd door de meesterhand van Titiaan, alles gewaardeerd ingekaderd in 24-karaat goudwerk, het mocht iets kosten. Naast de San Marco-basiliek bezoek ik ook nog de Frarikerk van de Franciscanen en de San Zanipolo van de Dominicanen. Deze twee kerken mag je hoedanook niet overslaan. Ze illustreren hoe de Dogen opvallend werden gehuldigd, zij het dan wel post mortem. Vanuit de Campanile van de San Giorgio Maggiore kan je nog een laatste arendsblik over de pracht van Venetië werpen om weeral verder te reizen naar de volgende stop: Milano.
 
Een must in Milano is de Dom, de Scala, het Castello en vanzelfsprekend kunnen onze evajaanse reisgenoten moeilijk weerstaan aan de overdaad van modezaken. Ik moet eerlijk bekennen dat onze noorderburen hier heel gedisciplineerd mee weten om te gaan, het was integendeel één van de mannelijke collega’s die zich in de hogere modesferen liet meedeinen.
 
Een aantal van onze groep twijfelen geen seconde om ondanks de zengende hitte van 37°C toch een ganse dag te besteden aan het adembenemende Cimitero Monumentale. We komen er niet echt uit of dit nu de mooiste Europese begraafplaats is, dan wel die van Genua.
 
Ik start op de overweldigende galerij waar je wordt gedragen door de prachtigste marmeren engelen die één en al sensualiteit uitstralen. Enkel je plakkerig zweet houdt je voeten op de grond. Een zweem van licht parfum komt heupwiegend voorbij en je blijft je afvragen hoe deze Italiaanse schonen er toch maar in slagen om er ondanks deze tropische temperaturen er zo welgezind, lichtvoetig, heupwiegend, welriekend en vooral stralend blijven uitzien. Het zal aan de genen schelen, denk je, terwijl je vermoeid je zweet met je doordrenkte zakdoek afveegt.!
Natuurlijk staan we ook eens stil bij het alom gekende, levensgrote Laatste Avondmaal dat als grafzerkje dienst doet voor Campari. Er wordt beweerd dat hijzelf wordt afgebeeld als Christus, terwijl zijn raad van beheer de apostelen zijn en Judas, de verrader, zou Martini zijn, de concurrent. Si non e vero, buono trovata of iets dergelijks, wat betekent: als het niet waar is, dan is het toch goed gevonden. Rekening houdend met de geprezen Italiaanse bescheidenheid, kan dit dus best. Als je trouwens wat rondkijkt, merk je wel meer van dit Italiaans trekje. Kleine begraafplaatskathedraaltjes compenseren het verlies van begraven te kunnen worden in kerk of kathedraal. Een groep Duitse 18-jarige scholieren spiegelen zich één voor één in het reflecterend glas van de vele kapelletjes. Afhankelijk van onze leeftijd kennen we als begraafplaatsbezoeker blijkbaar verschillende funeraire invalshoeken.
 
Na Milaan volgt Turijn. Een veel te kort bezoek. Eerst krijgen we een interessante rondleiding in het crematorium. Hier wordt de as in één van de vier “niet-vergeetputten” gestrooid en belandt zo via ondergrondse waterstromen uiteindelijk in de Po. Een origineel idee. Door vooral plaatsgebrek stimuleert de Italiaanse overheid sterk de crematie. Momenteel kiest slechts 3 % van de Italianen voor crematie. Plaatsgebrek leidt ertoe dat de wetgever enkele initiatieven nam. Zo is crematie kosteloos en moet elke stad van meer dan 100.000 inwoners over een crematorium beschikken. Er zijn eveneens plannen om meer dan 8 miljoen bewoners van eeuwige graven te ruimen en cremeren. Wie niet akkoord gaat, dient een nieuwe concessietermijn te betalen. Eén van de meest verregaande wettelijke maatregelen tegenover de eeuwige vergunningen van weleer. Ik kan mij voorstellen dat dit in de praktijk nog niet direct zo een vaart zal lopen, zeker niet in Italië waar beenderputten niet eens bespreekbaar zijn. Na het verlopen van de concessie worden de resterende beenderen nog steeds netjes in een knekeldoosje gestopt dat in een muurnis een plaats krijgt. Het lijkt op onze columbariumnissen, maar het zijn dus wel degelijk knekelhuisjes. Voor een blik op de begraafplaats zelf rest er slechts een half uurtje, dus dan maar een Japans vluggertje.
Na Turijn naderen we langs een prachtige baai Genua. Genua valt op door zijn vele kronkelende middeleeuwse steegjes. De begraafplaats zelf, Il Staglieno, strekt zich met zijn 160 ha uit over een bergflank. Waar je ook loopt, je wordt overmand door imponerende graftekens. Ook hier weer vallen vooral de beeldhouwwerken in de gaanderijen van het Campo Santo op. Nieuwere gedeeltes zijn echter ondermaats onderhouden. Voor de huidige generaties doden is er geen fanclub weggelegd.
 
Op de terugweg brengen we een ochtendlijk bezoek aan een niet meer gebruikte begraafplaats in Freiburg (17de - 19de eeuw). Een mooi groen parkje met een schare stille getuigen van hoe het eens was. Een Duits echtpaar ontbijt in de warme ochtendzon op hun terrasje uitkijkend over deze oase, een man komt er zijn krant op een bankje lezen, een ander komt er joggen, een dame laat de hond uit. Dit alles lijkt in vredige harmonie met de resterende graftekens. Een vlijtige merel huppelt met een bundeltje stro naar zijn nest. Nieuw leven kondigt zich aan, ook op deze ogenschijnlijk dode akker …
 
Wie er zin in heeft gekregen: volgend jaar verkennen onze Nederlandse vrienden Hamburg en Denemarken. Zeker aan te bevelen!

Reactie van Grafzerkjes reactie na Frankrijkreis. Bescherming Schoonselhof ?


Reacties van Grafzerkjes:

Grafzerkjes Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer stuurden de deelnemers aan de Frankrijkreis een dankwoord. Voor de Vlaamse én Belgische deelnemers kwam er nog een kattebelletje: “Een extra groet en dank voor de Vlaamse, cq Belgische, inbreng is hier wel op zijn plaats. We mogen ze wel, die Zuiderburen. Groetjes en tot ziens.”
Reactie: “We mogen ze wel die Zuiderburen”: dan kennen ze ons nog niet. Alle gekheid op een stokje: het doet toch goed te vernemen dat samenwerking tussen Nederlanders en Belgen mogelijk is. Ik heb dat altijd al voor mogelijk gehouden. Ook de Nederlandse vrienden waren dit idee meer dan genegen. Spijtig genoeg waren er in het verleden personen, die we niet kunnen vernoemen anders zijn zij alweer op hun zeeeer lange tenen getrapt, die daar geen heil in zagen. Zij huldigden de, misschien wel politieke (?), slogan “eigen belang eerst”.
 
Op 3 april stuurde ik een brief naar minister Van Grembergen om hem op de hoogte te brengen van het afbreken van ontelbare belangrijke grafmonumenten op de begraafplaats Schoonselhof. Ik wees hem op het feit dat, reeds in 1997, aan de VZW Epitaafvoorzitter Marcel Celis én inspecteur voor Monumenten & Landschappen de belangrijkheid van het beschermen van een aantal perken op de begraafplaats Schoonselhof aangetoond werd. Op 4 april ontving ik een mail van de heer Kerrinckx, raadgever monumentenzorg, dat hij aan de afdeling Monumenten en Landschappen gevraagd heeft om hem een stand van zaken in dit dossier te bezorgen. Op 18 juni kreeg ik volgende mail: “Ik kan u meedelen dat een groot deel
van de stedelijke begraafplaats Schoonselhof reeds als landschap werd beschermd op 30 december 1942, met name het kasteel, een gedeelte van het kasteelpark en de begraafperken 1, 3, 4, 6, 7 en A tot K. Gelet op de waardevolle landschappelijke aanleg van de niet beschermde perken L tot Z en van het hier aanwezige funeraire erfgoed dringt een uitbreiding van de bescherming zich op. De afdeling Monumenten en Landschappen verrichtte daarom
reeds een aantal plaatsbezoeken, het laatste pas in april 2003. De begraafplaats zal als gevolg daarvan nog in de loop van 2003 al monument worden beschermd, deels omwille van de landschappelijke aanleg, deels omwille van de cultuurhistorisch en artistiek belangwekkende grafmonumenten.”
Reactie: Dit klinkt natuurlijk als muziek in de oren. Maar er zit toch een meer dan fameuze adder onder het gras. Het beschermen van het domein omwille van zijn landschappelijke aanleg zal geen probleem vormen. Bij het gedeelte “cultuurhistorisch en artistiek” aspect heb ik toch nog enkele bedenkingen. Dit kan maar wanneer er een instantie zich voor inzet, een orgaan dat niet betrokken is bij de stad Antwerpen maar wel kaas heeft gegeten van het bewaren van, funerair, interessante grafmonumenten. En daar wringt het schoentje. VZW Epitaaf zou daar de geknipte instantie voor zijn maar wij weten ook hoe weinig interesse zij voor Antwerpse dodenakkers betonen. De Werkgroep Antwerpse Begraafplaatsen, indertijd in het leven geroepen om de Antwerpse belangen bij VZW Epitaaf te verdedigen, is momenteel een éénmans-, of liever éénvrouws-, vereniging. Welke mogelijkheden zijn er dan nog? Grafzerkje profileert zich als een ludiek groepje, zonder enige officiële functie. VZW Turninum behartigt de belangen van het Sint Fredeganduskerkhof te Deurne en staat, volgens mij, niet te springen om het Schoonselhof er nog bij te nemen. De Terebinth levert prachtig werk maar is een Nederlandse vereniging en ik zie niet dat de Vlamingen bereid zijn om Nederlanders als waakhond op een Antwerpse begraafplaats toe te laten. Wordt vervolgt. In ieder geval stuurde ik de heer Kerrinckx een mail met de vraag wat hij denkt van een controleorgaan. Ik vrees dat hij natuurlijk VZW Epitaaf of de Werkgroep Antwerpse Begraafplaatsen als deskundige zal aanwijzen maar, misschien voorbarig, deed ik hem een voorstel om Grafzerkje als deskundige aan te stellen. Moest hij enkel een VZW als contactpersoon willen aanvaarden zal dit in een volgende Nieuwsbrief besproken worden.

“De overhaaste begrafenis” van de hand van Antoine Wiertz Grafzerkje Marie Claire Vandersmissen stuurde volgende bijdrage


Antoine Wiertz (°Dinant 1806 –Brussel 1865) is een wat omstreden kunstenaar uit de Belgische romantiek.  Hij hield van het spectaculaire en schilderde vaak reusachtige doeken.¨Wiertz beeldde niet alleen dramatische onderwerpen uit maar durfde ook, naast morbide en erotische onderwerpen, afgrijselijke taferelen op te voeren die een onverbiddelijk humanistisch pleidooi vormden.
De meningen over het werk van Wiertz zijn dan ook sterk verdeeld: banaal excentriek, megalomaan, …
Naast schilder was hij ook een krachtig beeldhouwer en tekenaar, als letterkundige  zeer productief.
 
Het verschrikkelijke contrast tussen leven en dood kan je terugvinden in zeer vele van zijn werken; eigenlijk was hij erdoor geobsedeerd….
Griezelig romantische litteratuur trok hem in hoge mate aan, vandaar dat de werken  van Edgard Allan Poe hem sterk inspireerden.  Het afgebeelde werk “de overhaaste begrafenis” zou trouwens gemaakt zijn na het lezen van het gelijknamige kortverhaal van Poe “the Premature Burial”.
 
Wiertz studeerde aan de kunstacademie in Antwerpen en won trouwens rond de Belgische onafhankelijkheid de gerenommeerde ‘Prix de Rome’.
In 1850 bouwde de Belgische staat in de Brusselse Leopoldwijk voor Wiertz een atelier-museum.  Als tegenprestatie ontving de Belgische overheid na zijn overlijden alle werken die zich in zijn atelier bevonden.
Nu nog altijd op dezelfde plaats te bewonderen.
In 1854 geschilderd op doek.  Volgens Wiertz’ normen op een eerder bescheiden afmeting van 1,60 op 2,35 meter.  Naast de donkere kleuren groen, zwart en bruin hanteerde hij ook oranje-geel en wit.
 
De roman “The Premature Burial” van de Engelse schrijver/dichter Poe zorgde voor de inspiratie van het schilderij “de overhaaste begrafenis”.  Poe, die in 1849 overleed, heeft het schilderij dan ook nooit gezien maar hij zou ongetwijfeld het oproepen van deze vurige nachtmerrie-achtige scène goedgekeurd hebben.  Dit thema stond immers centraal in meer dan één van zijn werken.  Wiertz en Poe werkten immers beiden rond dezelfde gemeenschappelijke obsessie; een extreme staat van bewustzijn; zichtbaar geromantiseerd in een eerder griezelige sfeer.  Deze obsessie is ook terug te vinden in andere werken van Wiertz zoals “de mooie Rosine”.
 
Voor wie nog meer werken “life” wil gaan bekijken:

Het Antoine Wiertz Museum 
Vautierstraat 62, 1050 Brussel