Nieuwsbrief Nr. 11 - mei 2003

Roeselare verslag van het Grafzerkjesbezoek aan de begraafplaats van Roeselare


Twintig belangstellenden waren present, onder een stralend lentezonnetje. Daaronder 13 Grafzerkjes zodat de lokale pers en de inspanningen van Magda Deldaele toch zorgden voor 7 extra geïnteresseerden voornamelijk ex-leerlingen of collega’s van onze gidse Magda Deldaele. Heel positief ervoer ik het feit dat de stad Roeselare zijn stadsarchivaris afvaardigde om nota’s te nemen voor een film die zij over deze dodenakker gaan maken. Proficiat Roeselare, in de grootstad Antwerpen komen alle lovenswaardige initiatieven van individuen die het goed menen met de begraafplaatsen.
 

Gestart werd bij het monument voor Ferdinand Le Héttet, soldaat die sneuvelde op 19 oktober 1914. Op die dag sneuvelden ontelbare burgers en die dag staat nog steeds in de Roeselaarse analen vermeldt als “schuwe (= verschrikkelijke) maandag. Magda Deldaele wees ons op een historische onnauwkeurigheid: op het grafmonument staat een helm afgebeeld. De eerste infanteriehelmen werden echter eerst in 1915 ingevoerd. Na de Britse militaire begraafplaats trokken we naar de erebegraafplaats met een monument van architect René Doom en beeldhouwer Josuë Dupon, u weet wel de bekende dierenbeeldhouwer actief in het Antwerpse wiens grafmonument zomaar in de container gekieperd werd. Dank u wel mijnheer de schepen met de, met VISA, aangekochte smoking. We stonden ook stil bij het monument voor Helena Korn een joodse dame die naar Roeselare vluchtte en, omdat zij enkel de Duitse taal machtig was, aanzien werd als spionne. Totaal overstuur pleegde ze, in 1940, zelfmoord.
 
Priester Karel Dubois en vriend van Cyriel Verschaeve kreeg een modernistisch graf met opschrift “Vlaanderen hernieuwen in Christus” met daarboven de blauwvoet. Daarnaast het graf van Edmond Denys, aalmoezenier van de seizoensarbeiders. Karel Theodoor De Brouckere-Ritter was notaris en liberaal voorman en kreeg een hoge sarcofaag. Twee prachtige grafkapellen bekroond met sarcofaag bij de families Declercq-Debaene en Declercq-Debal. De familie Seaux, een bekende familie koperslagers, kreeg een enorm  gietijzeren kruis. Joseph Algar, zoon van een welstellend anglicaans dominee en vriend van Guido Gezelle en Hugo Verriest kreeg een neogotisch grafmonument. Top of the bill op deze dodenakker is uiteraard dichter Albrecht Rodenbach (1856-1880). Rodenbach studeerde aan het Klein Seminarie en was een van de verantwoordelijken voor “de groote stooringe”, een studentenopstand tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs. Hij was leider van de Vlaamse studentenvereniging. Hij stierf heel jong aan een slepende longziekte. In het graf liggen ook de ouders van Rodenbach en de trouwe meid Pelagie. Een prachtig beeld van beeldhouwer Jules Lagae, “de verlatene” voorstellend, treffen we aan op het graf van ijzergroothandelaar Verhoestraete-Lagae. Magda Deldaele trok met ons naar wat overblijft van de protestantse begraafplaats. Dit kwam nadat de liberale industrieel Henri Tant protestantse werknemers ronselde in Zeeuws-Vlaanderen en in de Oost-Vlaamse enclave Sint-Maria-Horebeke om zij in zijn textielfabrieken te laten werken. Kunstschilder Alfons Blomme kreeg een mooi opschrift op zijn graf “al wat ik doe is Blomme zijn”. Afgesloten werd bij de grafkapellen van “nieuwmarkters”. Dit zijn handelaars die hun koopwaar van huis tot huis aanboden. Hun grafkapellen zijn opgesmukt met glasramen een altaar met schrijn en kandelaars.
 
Dank aan Magda Deldaele voor haar kennis die zij met ons wou delen. Dankzij u trokken de Grafzerkjes, eens te meer, tevreden huiswaarts.

Een dodenstad en nog veel meer Barcelona, prachtige stad met enkele dodenakkers een bezoekje waard


Barcelona is een stad die een bezoek meer dan waard is. Een prachtige stad waar elkeen aan zijn trekken kan komen. De liefhebber van architecturale hoogstandjes vindt zijn gading in de bouwwerken van Gaudi en zijn tijdgenoten. Amateurs van gotiek kunnen ronddolen in de Barri Gotic met de kathedraal als hoogtepunt. Zij die houden van gezelligheid kunnen flaneren op de Ramblas. De fan van een dierentuin kan hier Sneeuwvlokje, de enige albino gorilla in gevangenschap, met een bezoekje vereren. Maar ook de Barcelonese begraafplaatsen zijn toch belangrijk genoeg om er enkele uren voor uit te trekken.

Montjuich: de necropolis

Montjuich of het Cemeteri del Sud Est is een echte necropolis, een tuinstad voor de doden. Buslijn 38 stopt vlakbij de oude hoofdingang aan de kant van de zee. In het oudste deel zijn ook de mooiste mausolea te bewonderen. De families Batllo, Salvador Bonaplata, Pascual Coll Portabella en Manuel Malagrida Fontanet kregen een laatste rustplaats die kan tellen. Iets verder treffen we op het graf van George St Noble een afbeelding van de fameuze engel van de Staglienobegraafplaats te Genua aan. In het onderste gedeelte ligt ook Lluis Companys, president van de republiek. Hij was naar Frankrijk gevlucht, werd door de Gestapo aan Franco uitgeleverd en in de nabijgelegen Citadel tegen de muur gezet. In de omgeving liggen ook slachtoffers van het oorlogsgeweld begraven. We treffen hier ook de helden van het Catalaanse anarchisme aan: Ferrer, de vrijzinnige schoolmeester die geëxecuteerd werd als vermeent inspirator van de revolutie van 1909. Durruti, de anarchistische leider die in 1937 sneuvelde tijdens het beleg van Madrid. Zijn begrafenis mondde uit in een spontane manifestatie. Door de mensenmassa bereikte de begrafenisstoet slechts laat in de avond de begraafplaats. Het regende zo hard dat hij slechts 's anderendaags kon begraven worden. Ascaso, een van de legeraanvoerders tijdens de burgeroorlog. Franco verbood indertijd gedenktekens op hun graf. Iets hoger een mooi beeld op het graf van Santacrue-Roig. 
Een mooie mozaïek treffen we aan bij Clapers i Berenguer en een modern mausoleum bij Julio Munoz. Hoger op de enorme begraafplaats liggen, zes verdiepingen hoog, muur na muur, in rechthoekige vakken met een siersteen en een glazen raam daarvoor de gewone burgers begraven. Een begrafenis is, voor ons, een eigenaardig zicht. Na de lijkwagen volgt een vorklift. De kist wordt op de vorklift gelegd, terwijl de rouwenden in een cirkel staan, en wordt in de vrije opening geplaatst door twee gemeentewerklieden. Met een siersteen wordt de opening afgesloten. Overal op Montjuich treft men enorme verrijdbare trappen aan om de graven te onderhouden. Andere nabestaanden hebben hun eigen trapladdertje dat ze, na gebruik, vastklinken met sloten en kettingen tegen de bomen.
Enkele andere Cemeteri :

De begraafplaats van Poble Nou, ook genoemd het Cemeteri del Este, staan mausolea van de rijke Barcelonezen. Caralps, Pratmarso en Andres Anglada y Calzada zijn hoogstandjes. Een must voor de funeraire liefhebber is de graftombe van de familie Llaudet Soller. Op het graf staat een beeld van de dood die zijn doodskus op de wang van een naakte jongeling drukt.  De begraafplaats ligt aan de avenida Icaria en de dichtstbijzijnde metro is Llacuna op lijn 4.
Op het wat afgelegen kerkhof van Sant Andreu staan enkele juweeltjes van Jugendstillgraven. De families Marti Ruis, Benguerel, Vintro, een werk van architect Gordomi en Josep Fusté
Saladrigas zijn daar maar enkele voorbeelden van. Het kerkhof ligt in Garrofers een eind stappen van het metrostation Fabra i Puig op lijn 1.

Interessant tussendoortje

 
In het Institut Municipal dels Serveis Funeraris is een prachtig museum gelegen. Het Museo de Carrosses Funebres bevat meer dan twintig koetsen die de door de jaren heen gebezigd werden voor uitvaarten. Juweeltjes van koetsen zoals de Gotica de Imperial en de Gran Doumon zijn hier te bewonderen maar ook enkele antieke lijkwagens. Daarnaast ook nog ceremoniekledij en allerhande accessoires. Het museum, gelegen aan de Sancho de Avila 2, is geopend op weekdagen tussen 10 uur en 13 uur en tussen 16 uur en 18 uur. Op zaterdagen, zondagen en feestdagen enkel in de voormiddag. Het dichtstbijzijnde metrostation is Marina op lijn 1. Ondergetekende hoopt enkel dat de bezoeker meer geluk heeft dan hij. De persoon die mij rondleidde deed dit dik tegen zijn zin, het bezoek moest op een drafje gebeuren want op minder dan 10 minuten stond ik terug op straat, documentatie was niet te verkrijgen op één armzalig foldertje na en fotograferen was verboden.
 
Wat dit laatste betreft, fotograferen op de begraafplaatsen van Barcelona kan slechts na het bekomen van een toelating. De vergunning dient aangevraagd te worden via de Serveis Funeraris de Barcelona, Sancho de Avila 2, 08018 Barcelona.

Uitvaartmuseum Nederlands museum komt er weldra


Nederland krijgt binnenkort zijn uitvaartmuseum. Grafzerkje Wim Vlaanderen is een van de bezielers van het museum dat eind 2003 uit de startblokken zou moeten schieten. In tegenstelling met België zou dit uitvaartmuseum wel toegankelijk zijn voor bezoekers en niet de dada worden van enkele elitaire gegadigden. Grafzerkjes zullen wel weten wat ik daar mee bedoel. Het museum komt bij de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Informatie is te verkrijgen op [email protected].
Marc van Dijk, student aan de Universiteit van Amsterdam interviewde de secretaris
Hans Salemink en schreef een artikel onder de aanhef: Museum van de dood.
De volledige tekst van het artikel:
Bron: Marc van Dijk
[email protected]

Museum van de dood
Amsterdam, 19 februari - In andere Europese landen bestaan ze al, maar Nederland kent nog geen museum van de dood. De Stichting Nederlands Uitvaartmuseum hoopt daar verandering in te brengen. Als het aan de initiatiefnemers ligt, wordt eind dit jaar een begin gemaakt met de realisatie van het museum op begraafplaats De Nieuwe Ooster in de Watergraafsmeer. De beheerder van het terrein en de stadsdeelvoorzitter zijn enthousiast over de plannen, waaraan de stichting sinds 1990 werkt. Enige probleem tot nu toe: de financiering.
Volgens de website van het museum in oprichting is er in ons land te weinig aandacht voor funeraire zaken: 'Alsof de dood en de rituelen die daarmee verbonden zijn, geen deel uitmaken van onze cultuur.' Hans Salemink, secretaris van de stichting, ziet dan ook een grote toekomst voor het museum. 'De vaste collectie zal in het begin vooral bestaan uit de interessante verzameling die een van de initiatiefnemers heeft aangelegd. Maar we zullen ook thematentoonstellingen houden. Bijvoorbeeld over de doodsbeleving in andere culturen, de geschiedenis van de rouwpostzegel, de rouwadvertentie of het overlijden van bekende personen. Het wordt een levendig museum, met aandacht voor rouwverwerking en educatie voor scholen.
'Het museum wordt gehuisvest in de voormalige directeurswoning op de Amsterdamse begraafplaats De Nieuwe Ooster. Salemink: 'De locatie vormt een unieke combinatie van begraafplaats en uitvaartmuseum. Met De Nieuwe Ooster gaan we activiteiten organiseren, zoals rondleidingen door het historische park en het museum.
'Aan enthousiaste reacties en morele steun hebben de initiators geen gebrek. In het comité van aanbeveling bevinden zich onder meer burgemeester Job Cohen en de voorzitter van stadsdeelraad Oost / Watergraafsmeer, Evert van der Wall. De financiële onderbouwing verloopt een stuk moeizamer, voor het opstarten van het museum is één miljoen euro nodig. Salemink: 'De overheid voert op dit moment een ontmoedigingsbeleid, dus richten we ons in de eerste instantie op particuliere gevers. Als die het goede voorbeeld geven, kunnen gemeente en stadsdeelraad uiteindelijk niet achterblijven.' 
Salemink vindt het geen bezwaar dat het museum met grote uitvaartondernemingen als DELA en Monuta als sponsors een reclamebord van de uitvaartbranche dreigt te worden. 'Daar is volgens mij niets mis mee, relatiemarketing is belangrijk voor de sponsors. Maar we werken ook samen met allerlei organisaties buiten de branche, zoals de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond.
'Het 'rijke Nederlandse uitvaartverleden' wordt volgens de stichting verdrongen door het taboe rond de dood, dat in de tweede helft van de twintigste eeuw zou zijn opgekomen. Dat Nederlanders vorig jaar massaal hun verdriet om Pim Fortuyn en prins Claus uitten, lijkt strijdig met dit beeld. Hans Salemink denkt dat er sprake is van een verandering in onze collectieve rouwverwerking. 'Het taboe rond de dood is de laatste jaren duidelijk minder sterk en de beleving wordt persoonlijker. Begrafenissen van bekende personen hebben de Nederlanders aan het denken gezet. Als mensen door een ernstige ziekte weten dat ze komen te overlijden, denken ze tegenwoordig eerder na over de dood en de begrafenis. Ook de uitvaartwereld zelf heeft daar aan bijgedragen, bijvoorbeeld met de campagne: Is er nog koffie na de dood.
'Het belang van het museum wordt er volgens Salemink niet minder om. 'Het behoud en de verdere uitbreiding van onze collectie is nodig om te voorkomen dat een deel van ons cultureel erfgoed definitief verloren gaat.'

Marc van Dijk, redactie Stad: 'Ik wil begraven worden. Dat vind ik een mooier idee dan in vlammen opgaan. Wel heb ik een donorcodicil. Ze mogen alles van me hebben. Ik geloof niet dat er een hogere macht is - als die al bestaat - die zegt: "Je hebt je organen verspeeld, je komt er niet in!" Met een vriend heb ik een weddenschap over wie er eerder dood zal gaan. De eerste van ons die overlijdt heeft verloren, want de ander mag hem op het NOS journaal zwart maken. Dat ik tegen die tijd een onderwerp voor het journaal ben, daar ga ik wel van uit.'

“De dood en de grafdelver” van de hand van Carlos Schwabe Grafzerkje Marie Claire Vandersmissen stuurde volgende bijdrage


Een winterse avond op het Kerkhof. Aan de takken van de treurwilg hangen nog enkele dode blaadjes. Een paar sneeuwklokjes steken hun kopjes door de sneeuwlaag heen.
Een oude grafdelver heeft zojuist een nieuw graf gegraven als hij zich plots realiseert dat nu zijn eigen tijd gekomen is. De dood heeft deze sneeuwnacht uitgekozen om hem mee te nemen naar gene zijde. 
Carlos Schwabe heeft de dood in een vrouwelijke gedaante voorgesteld. Als een zwarte engel zit ze op de rand van het zojuist gedolven graf. Haar vleugels lijken op twee enorme zeisen. Ze hangen zo ver naar beneden dat ze de grafdelver omvatten in een dodelijke omhelzing. De engel is niet kwaadaardig; zij rukt de oude man niet weg uit het leven maar lijkt hem er vriendelijk op te wijzen dat hij daarvan afscheid moet nemen.  Van schrik laat hij de schop uit zijn handen vallen en grijpt naar zijn hart. Eeuwenlang werd de dood afgebeeld als de man met de zeis maar in het fin de siècle veranderde de dood van geslacht. Plots doemden er overal engelen des doods op. Van lieflijke verschijningen die achter zwarte sluiers minzaam glimlachen tot kwaadaardige heksen onder wier lange haren de holle grijns van een doodshoofd schuilgaat. De dood is vrouwelijk geworden. Deze transformatie toont nog eens hoezeer de preoccupatie met het vrouwelijk kwaad de tijdgeest beheerste. Men was niet alleen geobsedeerd door het zondige en perverse in de vrouw zelf, maar ging zelfs zo ver dat al het kwade vrouwelijk werd. Vampieren, monsters, duivels en besmettelijke ziektes; in het fin de siècle nam alles wat slecht, ziek en fataal was een verleidelijke vrouwelijke vorm aan.
 
Bronvermelding :  catalogus “fatale vrouwen 1860-1910”verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling die van 17 mei tot en met 17 augustus 2003 te zien is in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen

Stukjes Napoleon Rindert Brouwer pleegde een artikel over “stukjes” van de grote Franse keizer.


Naar aanleiding van de Frankrijkreis meldde Rindert Brouwer, dé organisator van funeraire reizen voor de Nederlandse Terebinth, mij dat hij een leuk artikeltje had gepleegd over delen van het lichaam van de grote keizer Napoleon. Lid zijnde van de Grafzerkjes wist hij wel dat een ludiek stukje in de Nieuwsbrief niet zou misstaan en hij stelde voor dat wij het publiceerden. Soms ben ik aan de sportieve zijde en ik vond dat de primeur van het artikel de deelnemers aan de Frankrijkreis toekwam. Nu de reis naar Frankrijk achter de rug is, het verslag staat elders in deze Nieuwsbrief, stuurde Rindert mij het stukje over het stukje, of liever de stukjes, van “Napi” zoals wij deze grote kleine man zijn gaan noemen.

STUKJES NAPOLEON

De dood van Napoleon op 5 mei 1821 is door mysteries omgeven. Er deden en doen allerlei complottheorieën de ronde over zijn dood. Ook bestaat er bij sommigen twijfel over of het wel Napoleon was die in 1840 werd overgebracht naar de Dôme des Invalides in Parijs.
Het is wel zo goed als zeker dat Napoleon niet compleet in zijn kist rust.
Napoleon wilde dat men na zijn dood een autopsie op zijn lichaam uitvoerde, opdat voor het geval bij hem daadwerkelijk maagkanker werd vastgesteld, men een middel vond om zijn zoon deze ziekte te besparen.
Bij de autopsie werden verschillende stukjes Napoleon verwijderd.

HET HART VAN NAPOLEON
 
Aan het voeteneinde van Napoleon in de Dôme des Invalides zijn de urnen met zijn hart en ingewanden geplaatst.
Napoleon had tegen zijn adjudant generaal Henri Bertrand de wens geuit, dat men na zijn dood zijn hart, geconserveerd in ethylalcohol, naar zijn echtgenote Marie-Louise in Parma zou brengen: 'Zeg tegen haar dat ik haar teder bemind heb en nooit ben opgehouden haar te beminnen'. De ex-keizerin regeerde in het kleine hertogdom Parma, Piacenza en Guastalla, dat men haar had gelaten bij het verdrag van Fontainebleau. Marie-Louise wees echter dit aandenken van en aan haar dode man af; veel tijdgenoten vonden overigens dat ze dat ook niet had verdiend. Ze had namelijk al twee kinderen, in 1817 en 1819, bij haar opperhofmeester Adam Albrecht Graf von Neipperg en trouwde hem al drie maanden na de dood van Napoleon.
Een van de (on)smakelijke verhalen rond de dood van Napoleon vertelt dat het hart van Napoleon door ratten zou zijn opgevreten, toen de artsen na de autopsie hun middagpauze hielden; het zou toen vervangen zijn door een kalfshart.
 
NB. Napoleon II (1811-1832), de zoon van Napoleon Bonaparte en Marie-Louise van Habsburg ligt hier juist zonder hart. Bij de eerste verbanning van Napoleon in 1814 werd hij door zijn moeder meegenomen naar het hof in Wenen, waar hij op 21-jarige leeftijd aan tuberculose stierf. Hij werd in Wenen in drie delen begraven, zoals gebruikelijk was bij de Habsburgers: zijn lichaam in de Kaisersgruft van de Kapuzinerkirche, zijn hart in de Herzgruft van de Augustinerkirche en zijn ingewanden in de Alte Herzogsgruft in de Katakomben van de Stephansdom. In 1940 werd zijn lichaam door Hitler aan Frankrijk 'geschonken'. Zijn hart en ingewanden bleven in Wenen.
 
DE PENIS VAN NAPOLEON
 
Alhoewel het officiële Britse sectierapport -Napoleon stierf in Britse gevangenschap- daarover niets meldt, schijnt men bij de autopsie de penis van de keizer te hebben afgeknipt. Waar is die penis nu?
 
Op basis van veel literatuur en eigen onderzoekingen heeft Boudewijn Büch (1948-2002) de zwerftocht van de penis van Napoleon weten te reconstrueren.
  • Francesco Antommarchi (1789-1838) was lijfarts van Napoleon en een van de mannen die deelnamen aan de autopsie na de dood van Napoleon op 5 mei 1821. Hij zou de penis hebben afgesneden en hebben doorgegeven aan Napoleons kamerdienaar Louis Etienne 'Ali' Saint-Denis (1788-1856) en de Corsicaanse priester Angelo Vignali (1789-1836), de biechtvader van de keizer. De kamerdienaar meldde in een postuum gedenkschrift dat hij en Vignali 'kleine stukjes van Napoleons lichaam wegnamen tijdens de autopsie'.
  • Lange tijd werd niets meer vernomen. Maar toen kocht in 1924 de bekende boekenantiquaar dr. A.S.W.Rosenbach op een veiling in Londen een aantal spulletjes van kapelaan Vignali, waaronder 'een onplezierig stukje vergaan weefsel, een soort gemummificeerd spierachtig deeltje'.
  • In de Tweede Wereldoorlog kwam het orgaan in bezit van de verzamelaar Donald Hyde.
  • Na zijn dood verkocht de weduwe het aan Rosenbachs biograaf Fleming, die hem ook opvolgde als directeur van het antiquariaat.
  • In 1961 was handschriftenhandelaar Bruce Gimelson de eigenaar.
  • Daarna bewaarde een bibliofiel echtpaar de penis een tijd in een doosje.
  • In 1969 werd de penis geveild bij Christie's als 'een klein, opgedroogd object, elegant omschreven als gemummificeerd spierweefsel, genomen van 's keizers lichaam tijdens de sectie' en bracht 4000 dollar op.
  • In 1977 werd de penis geveild in Parijs en ging voor 6000 francs in andere handen over.
  • In 1992 kocht de Amerikaanse uroloog dr. John Kingsley Lattimer naar eigen zeggen de penis van een Parijse handelaar en nam hem mee naar New York, waar hij deel ging uitmaken van Lattimers collectie 'souvenirs uit de geschiedenis van de duistere kanten van de wereld'
bronnen:
Boudewijn Büch: Steeds verder weg (Amsterdam/Antwerpen 2002).
Armin Dietz: Ewige Herzen. Kleine Kulturgeschichte der Herzbestattungen (München 1998)

Le mur des fédérés door Rudy Witse een nieuw gedicht van Grafzerkje Willem Houbrechts


Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over… Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht “Le mur des fédérés”. Volgende keer meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan € 7,5. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: [email protected]. Zij moeten de plaat wel zelf komen ophalen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is.
 
 
Le mur des fédérés
 
ach, geweld loutert niet steeds, hoewel
het goed doet in je bloed en dat van anderen
toont, karmijn, kostbaar, totalitair
vernietigend.
 
als het monster weer zijn tanden wet
(steeds anders: brugse metten, de bastille, woodstock)
en lacht, gehaat, gevreesd –
als het tempeest weer raast en woedt
en moordt en doldraait en bloedt
en doodbloedt,
wie denkt er dan aan gisteren, of morgen?
 
laten we lachen
met de droom die weergaloos de massa bloeit, en
telkens toch tyrannen spuwt: de revolutie éét
haar kinderen niet, maar voedt ze op met
gesel, narrenkap en dwangbuis,
blinde gehoorzaamheid die opnieuw revolutie baart.
laten we lachen dus.
 
honderdzevenenveertig. of meer
of minder. who cares.
zij liggen hier, maar niet zoals zij waren:
lillend van leven, graaiend naar geloof, barstend
van bewustzijn: wij zijn geweest, wij zijn
er geweest.
 
de rij is lang van hen die zelfs niet
wisten dat de kerselaar bestond.
maar enkel droomden.

Awards de winnaars namen hun Grafzerkjesawards in ontvangst


Onder de deelnemers aan de rondleiding op de begraafplaats van Roeselare mochten we de twee winnaars van de unieke, omdat hij slechts éénmalig werd uitgereikt, Grafzerkjesaward begroeten. An Hernalsteen en Rudy D’Hooghe werden, in een voor hun “vreemde”, dus niet de Gentse Westerbegraafplaats, biotoop gefotografeerd. Zij verzekerden ons dat het diploma een mooi plaatsje gaat krijgen.

Grafzerkjes adopteren monumenten Johan Moeys en Willy Cornelissens nemen grafmonumenten onder hun hoede


Grafzerkje Johan Moeys adopteerde twee grafmonumenten op de Gentse Westerbegraafplaats. Rudy D’Hooghe, beheerder van deze dodenakker, pleegde het volgende artikel:

Sedert kort is Grafzerkje Johan de trotse concessiehouder van twee door hem geadopteerde kelders met bijhorend monument die zich bevinden op het 130 jaar oude gedeelte van de Gentse Westerbegraafplaats. Let wel, deze adopties gebeurden in tempore non suspecto wanneer er nog geen sprake van was dat de Westerbegraafplaats de Grafzerkjesaward zou binnenrijven. Johan heeft hier dus zeker niet gehandeld met voorkennis. Dit volledigheidshalve voor de achterdochtige lezer.

Het eerste graf was van de familie De Schepper-Niffle die op 44-jarige, respectievelijk 50-jarige leeftijd overleden in 1917-1918. Het monument dat onmiddellijk opvalt door het prachtig portretmedaillon biedt een romantische aanblik met de typische afgebroken zuil (het jong afgebroken leven) en bestaat voor het overige uit brokstukken. De tekst is veelzeggend : "La guerre n'a épargné de leur foyer que ces quelques pierres qui leur servent de tombeau." In 1922, respectievelijk 1929 werd telkenmale een doodgeboren neefje bijgezet.
Het tweede graf behoort toe aan de familie Klipstein - De Saegher en telt zeven bewoners, er begraven tussen 1882 en 1935. De jongste was 5 maanden, de oudste 95 jaar. De sokkel van dit monument vertoont ernstige breuken. Bovenaan prijkt de van twee verschillende vleugels voorziene zandloper, duif en vleermuis: het leven vervliegt bij dag en bij nacht, bij goed en bij kwaad.  De omkeerheid van de zandloper slaat natuurlijk op het nieuwe leven dat wacht. Ook de bloembak wacht duidelijk op wat nieuw leven, Johan...


Wat meer over het adopteren van graven.

Krachtens artikel 9 van de Aangepaste wet van 20 juli 1971 op de Begraafplaatsen en de Lijkbezorging kan enig belanghebbende een vervallen altijddurende concessie van weleer hernieuwen. De enige reden die een gemeentebestuur kan aanhalen om dit te weigeren, is als blijkt dat de kandidaat concessienemer financieel over onvoldoende middelen beschikt om het monument als een goede huisvader te beheren. Dit kan dus op alle begraafplaatsen in België. Steden als Brugge, Gent en Mechelen beklemtonen deze mogelijkheid door ze in de verf te zetten als “adoptie van een graf”. Maar ook steden die stilzwijgend voorbijgaan aan deze mogelijkheid kunnen een dergelijke aanvraag niet weigeren tenzij om de hierboven aangehaalde reden. Een dergelijke hernieuwing is bovendien kosteloos. De enige kost die kan aangerekend worden, is die van een administratieve zegel om jou de bijhorende concessietitel te verschaffen. In Gent kost die € 3, meestal ligt de prijs ook bij andere gemeenten in die buurt. Juridisch houdt een dergelijke adoptie wel het een en ander in. Voortaan ben jij dus de verantwoordelijke beheerder voor het monument. In die zin dat het je geen rechten verschaft: je kan er dus niet in worden begraven, je kan ook de plaatstoewijzing van de oorspronkelijke concessiehouder niet wijzigen (gesteld dat er nog moet in begraven worden) en je kan ook geen wijzigingen aanbrengen aan het grafteken. (Bijvoorbeeld geen kruisteken plaatsen op het graf van een vrijzinnige) Anderzijds heb je wel de plicht om het monument in goede staat te bewaren voor de komende vijftig jaar. Ook als er een ongeval gebeurt doordat een arduinen kruis bijvoorbeeld neerkomt op de voet van een voorbijganger kan je in eerste instantie aansprakelijk worden gesteld. In Nederland is er hier echter al rechtspraak over die in een concreet geval de aansprakelijkheid toch bij het gemeentebestuur legde.

Het is dus iets dat je niet lichtzinnig mag doen. Het vraagt een stuk verantwoordelijkheid en inzet. In sommige steden kan je op die manier een aantal waardevolle monumenten van de slopershamer redden, maar denk toch ook maar eens na over die verantwoordelijkheid voor de komende vijftig jaar. Gent zelf is de hoeder van ongeveer twintigduizend keldermonumenten verspreid over 18 begraafplaatsen. Vanaf 1993 hebben wij de slopershamer een halt toegeroepen. Inmiddels hadden er zich helaas al heel wat amputaties in onze dodentuinen voltrokken. Dit leidt dan tot een extra storend gezicht door de “glimmertjes” (granieten zerken) die ervoor in de plaats komen. Momenteel wordt er echter behoorlijk conserverend gewerkt. Hoewel je ze niet allemaal kan redden, is het toch een heel lovenswaardig initiatief van diegenen die er een paar onder hun vleugels nemen. Het is soms ook een extra uitnodiging om je wat verder te verdiepen in de geschiedenis van diegenen wiens graftombe jij nu verder wil onderhouden. Wie waren ze? Wat is hun levensverhaal? Dit is vaak een stukje stamboomklimwerk dat behoorlijk bemoeilijkt wordt door de wet op de privacy die onontbeerlijke informatie zoals een adres of een afstamming tot honderd jaar terug afschermt.

Het hergebruiken van een keldergraf.

Wat soms wordt verward met adoptie is het hergebruiken van een graf met overname van het bestaande monument. In dit geval wordt de kelder leeg gemaakt voor de nieuwe bewoners. Het hergebruiken van een keldergraf met monumentovername is wel niet afdwingbaar tegenover de gemeentebesturen. Brugge was daar koploper mee, sedert 28 december 1995 past ook Gent deze fantastische mogelijkheid toe en in Mechelen komt het vaak zelfs goedkoper uit dan een concessie op een nieuwe kelder omdat oude kelders een lagere concessieprijs kennen. De voordelen hiervan zijn duidelijk: het is een lovenswaardig initiatief naar het funerair patrimonium toe, er zijn geen uitbraakkosten, de nieuwe concessienemer spaart de aankoop uit van een nieuw zielloos “glimmertje” en komt vaak te rusten in een benijdenswaardige omgeving. Zou je nog twijfelen?”

Willy Cornelissens blijft niet achter:

Grafzerkje Willy Cornelissens, die zijn sporen reeds verdiende met zijn inzet voor het in ere herstellen van het grafmonument voor schilder Theodoor Verstraete op het Antwerpse Schoonselhof, deed eveneens zijn duit in het zakje. Alhoewel het geluk deze keer aan zijn zijde stond.

Zoals velen misschien reeds weten is Willy de Webmaster van de www.schoonselhof.be site. Niet alleen levert hij prachtig werk voor de Grafzerkjes door ons programma en een Selectie van de Nieuwsbrief met het nodige fotomateriaal op de site te zetten maar ook voor mij door het Schoonselhof én de rondleidingen aldaar populair te maken. Ook kregen een aantal grafmonumenten de nodige aandacht. Het aantal zal nog toenemen maar alles kost de nodige tijd. Ik bezorgde Willy een aantal foto’s om de tekst van de graven te illustreren. Eén daarvan was het monument Pierre-Pellens met een prachtig beeld van de hand van Arthur Pierre. Langs de neus weg vroeg Willy of de concessie niet over te nemen was, dus adoptie zoals Rudy hiervoor reeds beschreef. Ik zegde hem dat ik er voor vreesde maar dat ik toch de vraag eens zou stellen aan de mensen van de administratie van de begraafplaats Schoonselhof. Ik was verbaasd maar de concessie was over te nemen. Willy deed het nodige, in Antwerpen kost u dat € 7,5, en is nu de gelukkige bezitter van een prachtig monument dat hij, wanneer het weder het toelaat, gaat opknappen. Dus alweer positief nieuws.


Willy verzamelde zelf de volgende informatie:

“Het grafmonument van Hermanus Pierre-Pellens bevindt zich op perk Y, rij 17/2. Het werd samen met de lichamen van zijn overleden echtgenote Joanna Fransisca Pellens en haar zuster Maria Henrica Pellens van de Kielbegraafplaats naar het Schoonselhof overgebracht. Zijn echtgenote Joanna Fransisca overleed op 15 december 1914, 47 jaar oud en haar zuster Maria Henrica overleed op 29 mei 1915, 40 jaar oud. Na zijn overlijden werd het lichaam van Hermanus Pierre op 5 november 1941 op het Schoonselhof bijgezet. Het grafmonument met een sierlijke vrouwenfiguur is een ontwerp van Arthur Pierre, tevens broer van Hermanus Pierre. Arthur Pierre is gekend om zijn funerair beeldhouwwerk en is hier op het Schoonselhof rijkelijk vertegenwoordigd.”

Nacht van de geschiedenis op Sint Fredegandus veel interesse van dit avondlijk initiatief


Drie Grafzerkjes en zo’n 80-tal andere geïnteresseerden verzamelden op dinsdag 25 maart aan het begraafpark Sint Fredegandus te Deurne. Voor de eerste maal werd, in samenwerking met het Davidsfonds, de Nacht van de Geschiedenis ingericht. Een schot in de roos zeker wanneer men rekening houdt met de belangstelling. Keerzijde van dit succes was dat de deelnemers het moesten stellen met één gids, Ludo Peeters, en één heks, Sibylle Snoeck. Gewapend met brandende fakkels togen de groepen op pad. De Grafzerkjes hadden het voordeel dat ze meestapten met Ludo Peeters, de stuwende kracht achter de VZW Turninum – de lokale heemkundige kring die zich al 27 jaar inzet voor het Sint Fredeganduskerkhof. Eerst vertelde hij de geschiedenis en dan op pad. Eerst werd haltgehouden aan het monument voor August Jansens, drukker en uitgever van werk van Conscience. Daarnaast een monument in art nouveaustijl volgens Peeters een obelisk met bronzen asurnen. Op het kruispunt het mooie monument voor volkszanger Andreas De Weerdt met een medaillon van Albert Mauquoy en een beeld van de hand van Frans Joris. Grafzerkje Johan Moeys fotografeerde het beeld in de avondlijke uren.  Aan de overzijde het enorme grafmonument met zittende leeuw voor Jan De Laet, letterkundige en volksvertegenwoordiger. Bij de kerk het grafmonument voor Albert Maquinay, stichter van American Petroleum Company.  Verder tegen de kerkmuur de grafkelder voor Waltmanus Van Lissum, kanunnik van de Sint Michielsabdij, burgemeester Legrelle en Jan Celens. Via Constance Teichman, de engel van Vlaanderen en Henriette Janssens, ballerina met een beeld van de stervende zwaan ging het naar de tumulusgrafheuvel waar Sibylle Snoeck ons opwachtte. Toen was het pikdonker en ik vrees dat de tweede groep die met Ludo Peeters op stap ging weinig van de monumenten gezien heeft. Die fakkels zijn goed maar niet om grafmonumenten toe te lichten. Er was wel een verantwoordelijke van het Davidsfonds met grote schijnwerper in het gezelschap maar die ging mee met onze groep en heb ik niet weten schijnen tijdens de gehele rondgang.
 

Sibylle kon mij niet zo bekoren. Haar uitleg was verre van duidelijk. De helft van de tijd moest ze op papiertjes spieken en, doordat ze de groep nog eens opsplitste in kleine groepjes om de tumulus te beklimmen, wist ze niet meer wat ze aan wie verteld had. Ik ergerde mij ook aan het feit dat in haar ogen heksen door de eeuwen heen alleen maar goede dingen gedaan hebben en dat heksenvervolging afgedaan werd als “een geschiedkundige vergissing”.

“De laatste reis” en “Sint Fredegandus, van begraafplaats tot begraafpark” Grafzerkje Johan Moeys bezocht de beide tentoonstellingen


“De laatste reis” is een archeologische kijk op dood en begraven. In deze tentoonstelling zal aan de hand van archeologische gegevens een overzicht geboden worden van 25 eeuwen begrafeniscultuur in Antwerpen.
 
In de tuin is een documentaire tentoonstelling gepland onder de titel “Sint Fredegandus: van begraafplaats naar begraafpark”. Hierbij zal het Deurnese Sint Fredeganduskerkhof in de kijker geplaatst worden.
 
Beide tentoonstellingen zijn te bewonderen in het stedelijk informatiecentrum archeologie en monumentenzorg aan de Kloosterstraat 15 te Antwerpen. Zij zijn voor het publiek te bezichtigen tot 31 augustus 2003.  
 
Grafzerkje Johan Moeys bezocht de beide tentoonstellingen en ziehier zijn commentaar:
 
Ik bezocht de funeraire tentoonstellingen in Antwerpen (25 eeuwen begraven in Antwerpen en St-Fredegandus van begraafplaats tot begraafpark). Het viel wat tegen: slechts één zaaltje met enkele voorwerpen. Het gedeelte over Sint Fredegandus was zo mogelijk nog kleiner: enkele gedichten in de tuin en een bord met het chronologische verloop van de geschiedenis van St-Fredegandus. Het enige positieve was dat de inkom gratis was.
 
Dus Grafzerkjes kom niet klagen dat je niet verwittigd waart.

Reactie van Grafzerkjes


Grafzerkje Johan stuurde het volgende funerair doordenkertje:
 
"Waarom wordt het deksel van een doodskist zo stevig vastgeschroefd?"
 
Grafzerkje Philippe Theys gaf, naar aanleiding van het artikel Belgian connection op Père Lachaise in de vorige Nieuwsbrief volgende aanvulling:
 
Voor wie nog meer "inside" informatie wil over Jacques-Louis David  kan ik je melden dat het woonhuis (of beter gezegd de ruïne die ze op dit ogenblik nog is !!) waar de grootmeester zijn laatste adem uitblies te bekijken valt in de Leopoldstraat te 1000 Brussel. Dit is het straatje achter de Muntschouwburg - tussen de Wolvengracht en de Schildknaapstraat. Op de gevel kan men nog op een marmeren plaat lezen dat in dit huis de schilder Jacques-Louis David gewoond heeft. Het huizenblok staat al meer dan 20 jaar ombewoond en wacht op ofwel renovatie of, wat zeker zal gebeuren, afbraak en vervanging door een nieuw complex.
 
Ikzelf ontdekte iets vreemds tijdens het bezoek aan de begraafplaats van Roeselare:
 
Tijdens onze rondleiding werd ik opgeschrikt door een, nogal lawaaierige, groep mensen die, naar ik eerst veronderstelde, een bezoek brachten aan de oude begraafplaats. Wanneer de groep onze groep naderde bleken het Franstaligen te zijn. Een van hen droeg een asurne onopvallend achter zijn rug verborgen! Dieven van urnen? Zou kunnen maar dan loop je toch niet midden in de dag met een urne de gehele begraafplaats rond. Mensen die een, eerder naar huis genomen, urne willen herbegraven? Ook niet zo evident lijkt mij. In dat geval wendt men zich toch tot de beheerder of de verantwoordelijke die de klus, zo discreet mogelijk, klaart. Andere Grafzerkjes die het tafereel aanschouwden begonnen te gissen. Ik denk dat ik de oplossing gevonden heb: het was een begraafplaatsfanaat (waarom geen Grafzerkje of een Terebinther) die het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld. En die vroeg aan zijn vrienden om hem van tijd tot tijd eens mee te nemen op hun uitstapje naar een of andere dodenakker. Bij de Grafzerkjes heb ik al een slachtoffer gevonden voor het geval mij iets overkomt: Rudy D’Hooghe is zo vriendelijk om mij, in mijn asurne uiteraard, regelmatig mee te nemen op een tocht doorheen zijn Westerbegraafplaats of op een Grafzerkjesactiviteit. Bij deze vraag ik dan ook vriendelijk aan Rindert Brouwer of ik mij kan inschrijven voor de funeraire Terebinthreis van 2044? Ik beloof hem plechtig, alhoewel dit in mijn geval geen grote zekerheid biedt, dat ik mij ga gedragen en dat ik tevreden ben met een plaatsje in het bagageruim van Ruud zijn autobus. Maar liefst niet naast de oploskoffie dit om vergissingen te voorkomen. Als dat moest kunnen? Ik kijk er al naar uit.
 
Op 16 april kreeg ik enkel mailtjes van Grafzerkjes die mij op VTM in de nieuwsuitzendingen over de verkiezingen in het gezelschap van Patrick Janssens, de misschien toekomstige burgemeester van Antwerpen zagen:
 
Sommigen vroegen zich af of ik sympathieën voor de SP-a zou hebben. Mijn zoon kreeg deze vraag en beantwoordde de vraagstellers heel kordaat met: “mijn vader heeft geen sympathieën voor iemand, hij is tegen alles”. Volgens mij sloeg hij spijkers met koppen. Wat ik wel kwijt wil is dat Patrick Janssens, die ik enkele weken voordien op het Schoonselhof ontmoette, bijna 15 minuten naar mij luisterde en dat ik de gelegenheid kreeg om hem te vertellen dat de schepen eerst begraafplaatsen wil “saneren” in plaats van eerst een beleidsplan op te stellen. Janssens vond ook dat dit een foutieve volgorde is. Baat het niet, schaadt het niet.

Frankrijkreis Grafzerkjes Marie Claire Vandersmissen & Edgard Nelissen maakten een verslag van de Terebinthreis


Grafzerkjes Marie Claire Vandersmissen & Edgard Nelissen bezorgden volgend ooggetuigenverslag van de Frankrijkreis ingericht door de Terebinth. Doordat ik hen achter de veren zat, tijdsnood ziet u, hebben ze niet de tijd gekregen om het verslag tot in de details uit te werken.
 
“Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit herhaalden dit jaar hun reis van vorig jaar naar de funeraire cultuur van Frankrijk. Dit gebeurde opnieuw onder auspiciën van de Terebinth. Dat het goed ging zijn wisten we al van collega Rudy D’Hooghe die vorig jaar al de eer en het genoegen had om deel te nemen. Zijn verslag verscheen in het grafzerkje van Hamme.
 
Funeraire cultuur en begraafplaatsen vormden het thema en dat hebben we, samen met een dertigtal andere enthousiaste mensen, ook geweten!
Niettegenstaande een indrukwekkend aantal begraafplaatsen werd dit nooit een sleur.  De reisleiding slaagde er immers in om meer dan voldoende variatie op thema te brengen.
 
We gaan het niet allemaal (kunnen) noemen. Maar toch even enkele impressies.
 
De begraafplaats la Madeleine in Amiens is een grote romantische tuin waar natuur en architectuur, verval en restauratie, een mooi evenwicht gevonden hebben. Wij hoorden regelmatig terechte verwijzingen naar het zo bekende Highgate in Londen.
Als toetje zagen we er bovendien het graf van Jules Verne.  Het is ons nog altijd niet duidelijk of hij in dan wel uit zijn graf aan het kruipen was. 
 

De dag voordien logeerden we in de prachtige stad Arras met een helaas minder fraai kerkhof. De stelling dat de Franse begraafcultuur aan het vervlakken is, werd hiermee een duwtje in de rug gegeven. Het kerkhof van Reims zou dit later nog verder bevestigen.
 
In Parijs keken we vanuit onze hotelkamer recht op het kerkhof van Montmartre met zijn mooie kastanjebomen. Een bezoek aan het gerenommeerde Père Lachaise vormde uiteraard een must, net zoals de catacomben in de buurt van Montparnasse, met de resten van ruim 6 miljoen mensen. We ontdekten er ook door ons nog niet gekende pareltjes van kerkhoven zoals het artistieke en rijke Passy, met de Eiffeltoren op de achtergrond, en het nog kleinere Saint-Vincent aan de voet van de Sacré Coeur.

Last but not least, werd er een bezoek aan een zeer gastvrije André Chabot ingelast.
Hij verzorgde een schitterende diavoorstelling over internationale grafmonumenten. Door Rindert Brouwer aangevuld met gesproken teksten. Om vingers en duimen af te likken.
 
In Asnières, bij Parijs, werd net voor 1900 de eerste dierenbegraafplaats ter wereld aangelegd. Louter voortgaand op haar benaming “cimetière des chiens” zou het moeten gaan om een hondenkerkhof. Maar hier, net naast de Seine, liggen zelfs schapen, parkieten, paarden en zoveel meer eens geliefde huisdieren begraven.
 
Architectuur werd tijdens onze reis hoog in het vaandel gedragen.
 
We bezochten immers niet enkel de prachtige gotische kathedralen van Amiens en Reims. We aanschouwden ook de pracht en praal van de basiliek van Saint Denis. Een koninklijke begraafplaats die best kan omschreven worden als het belangrijkste museum voor funeraire beeldhouwkunst in Frankrijk.
 
Het Panthéon, een voormalige tempel/kerkgebouw, werd de laatste rustplaats voor vele beroemde Franse persoonlijkheden. Een bezoek aan deze locatie kon dan ook niet uitblijven.
 
Natuurlijk brachten we ook een bezoekje aan Napoleon in de Dôme des Invalides.
En een avondlijke begeleide rondrit door het verlichte Parijs mocht ook niet ontbreken.
 
Bij start en einde van onze 7-daagse was er veel aandacht voor de eerste wereldoorlog.
Waarbij de militaire begraafplaats van Vimy op de eerste dag ons net iets meer aansprak dan Verdun, dat op de voorlaatste dag geprogrammeerd stond.
Op beide plaatsen werden we geconfronteerd met omgewoelde terreinen waar honderdduizenden doden vielen om enkele meters “strategisch” terrein te winnen.
De rauwe situatie van de oorlog kon je echt voelen tijdens een wandeling in de loopgraven en het ondergrondse fort van Douaumont.
 
Het bezoek aan de begraafplaats rond het oude kerkje van Marville was een unieke belevenis.  Een prachtige heuvellocatie waar bewaard gebleven middeleeuws funerair erfgoed in combinatie is gebracht met dit van vandaag. (zie foto volgende bladzijde met ossuarium op het kerkhof van Marville) De ideale plaats om een schitterende 7-daagse te sluiten en de terugreis naar Eindhoven aan te vatten.
 

Een aanrader voor de nabije toekomst wordt dan ook zonder twijfel de volgende reis naar het noorden van Duitsland en Denemarken!
U mag rekenen op:
een professionele en attente organisatie door Jeannette en Rindert
een zeer uitgebreide en gedetailleerde voorbereidingsbundel die ruim op voorhand beschikbaar is
een leuke groep van Nederlanders en Belgen.”
 
De “Vlaamse” Grafzerkjes gekiekt aan de begraafplaats van Saint Vincent te Parijs. Lin Verbeemen, Johan Moeys, Jacques Buermans, Marie Claire Vandersmissen en Edgard Nelissen.