Nieuwsbrief Nr. 102 - november 2017

Sint-Fredeganduskerkhof misschien wel te weinig gekend


Zaterdag 4 november 2017, 14 uur. Gids: Marcel Windey.
 
Als inleiding gaf de gids een beknopt historisch overzicht. Hier zijn we op het oudste nog bestaand kerkhof voor Antwerpen en Deurne. Het is waarschijnlijk even oud als de eerste kerk. Al rond 836 was hier een eerste bedehuis, toegewijd aan OLV. Sinds 1450 werd begraven in en rond de kerk. Vanaf 1563 begon men met het noteren van wie begraven werd.
Jozef II verbood teraardebestellingen in de kerken waardoor enkel nog rond de Sint-Fredeganduskerk mocht begraven worden. Napoleon verbood begrafenissen binnen de stadsmuren. Aldus werd het Sint Fredeganduskerkhof een uitverkoren begraafplek voor de Antwerpse burgerij. Tot in de jaren ’20 van vorige eeuw lagen hier uitsluitend Antwerpenaren begraven. Door bijkomende sluitingen van andere kerkhoven werd de druk op Deurne nog groter. In 1874 werd geprobeerd om ‘vreemden’ tegen te houden door het invoeren van een taks, maar dat bleek niet te helpen. Er werd gedacht aan uitbreiding. In 1878 werd dit een eerste keer gevraagd maar werd het niet uitgevoerd. In 1883 gebeurde een volgende aanvraag door de Provinciale Commissie voor Geneeskunde maar dit werd tegengehouden door de Minister van Oorlog omwille van ‘gelegen in militaire zone’. Uiteindelijk gaf hij zijn verzet op. In 1885 kwam een eerste uitbreiding, gevolgd door een tweede in 1899. Een derde uitbreiding gebeurde in 1924 en een vierde in 1929. Op deze manier werd het kerkhof uitgebreid van 2.500 m² naar 6 ha (60.000 m²). In 1958 wou men het kerkhof sluiten, wat in 1973 echter niet doorging. Wel moest de aanpalende Lakborslei worden verbreed waardoor 210 zerken verdwenen. In 1976 werd het kerkhof geklasseerd als dorpsgezicht. Tot 1990 werden de laatste oud-strijders verplaatst naar het Ruggeveld en bleef deze plaats alleen nog een park.
 
De gids sprak over meer dan 1000 monumenten waar verschillende categorieën van beroepen terug te vinden zijn zoals schrijvers, architecten, ingenieurs, enzovoort. Sommige families herbergden 25 overledenen in eenzelfde monument. Aan het rondpunt verdween het Christusbeeld. Daarom wordt de laan nog altijd Christusweg genoemd. 

De groep hield halt aan een eerste zerk van Petrus De Beukelaer, die samen met broer Bernard stichter was van ‘Chicorei De Beukelaer’. Het oude moederke op de verpakking voor chicorei was hun moeder. De La Montagne was kunstschilder. Het grafmonument voor Jan De Laet , één der markantste figuren die hier begraven ligt, is uitgevoerd in gele zandsteen en werd pas opgeknapt. Hij werd volksvertegenwoordiger bij de Meetingpartij en was de eerste die zijn eed in het Nederlands deed (1860). Hij wilde de Nederlandse taal invoeren in het parlement maar ondervond veel tegenstand. Hij lag in conflict met (franstalig) minister Chazal over de levering van soldaten aan Mexico, wat leidde tot een duel met het pistool, wat wettelijk niet meer mocht maar toch doorging. Beiden waren gewond en konden toch nog te voet naar huis. Later werd hen gratie verleend door de koning. 
Jan De Laet was een jeugdvriend van Hendrik Conscience. Andreas De Weerdt was douanier en liedjesschrijver. Het liedje: ‘Blinde Kobe’ werd dikwijls gezongen en het meisje dat hem begeleidde zou op de grafzerk staan. Onder de familie Markelbach was August Delbeke een aangetrouwde die van 1907 tot 1910 minister was en van verschillende vennootschappen deel uitmaakte. Hij was bepleiter van de overname van Kongo-Vrijstaat. Alfons Hertogs was burgemeester in 1906 en overleed in functie (‘in het harnas’) tijdens een turnfeest in 1908 in zaal Harmonie. 
Eugeen Gife was provinciaal architect. Hij bouwde 16 kerken, restaureerde er 50, bouwde 20 gemeentehuizen (waaronder dat van Hoboken), 50 scholen en 4 godshuizen. Zijn zoon Ludovicus volgde hem op. Cogels was eigenaar van kasteel Venneborg. Vier V-bommen vernielden het volledige domein. Op het grafmonument van Guillaume Collin treffen we de Latijnse spreuk: “Hodi mihi, cras tibi” aan. Het betekent: “Vandaag aan mij, later aan U”. Emanuel Passenbronder was geneesheer te Borgerhout.
Jean-August Stellfeld was rechter en verwoed verzamelaar van alles wat oude muziek betrof. De enorme verzameling partituren, boeken en (oude) instrumenten werd aangekocht door de University of Michigan die daar geweldig trots op zijn. Slechts één soort piano (klavecimbel) bleef hier.
Florent Pauwels een bekend burgemeester, volgde Georges Cogels op in 1885. Hij was tabakshandelaar en woonde in Deurne-Zuid. Hij had een grote serre voor bloementeelt en was vader van 9 kinderen. Het grafmonument van Charles Bardoul  bevat de romeinse cijfers “MDXXXII” (wat duidt op “1532”). Deze behoren echter bij het daaronder getoonde wapenschild hoewel betwijfeld wordt of Bardoul wel van adel was. Links naast Charles Bardoul is het verweerde grafmonument van Constantinus Rousseaux, een koopman (steen) en zoon van een steenkapper.
Even verderop, tegen het kerkgebouw, vinden we een tekentafelvormig monument dat om een grondige poetsbeurt vraagt. Het is dat van Jos Schadde . Vader en zoon Deckers , beeldhouwers. Edward, zoon van Frans, maakte het monument voor gesneuvelden met ruiterstandbeeld van Leopold I, dat zich nu in het Antwerps Stadspark bevindt. Frans kreeg de nis boven de stadsfeestzaal voor een beeld, maar dat is er nooit gekomen (de centen). De familie Maquinay was heel bekend in Deurne en bezat Kasteel De Zwarte Arend. Hij handelde in olie met Zuid-Amerika, oorspronkelijk voor de lampen en verspreid in gans België met honden- en paardenkarren in vaatjes van 2 à 3 liter. Later was hij medestichter van Standard Oil (SO) het latere Esso en nu Exxonmobile. Hij had 3 zonen waarvan 2 sneuvelden in de 1ste Wereldoorlog.
Jozef Gevers was een suikerbaron: suikerraffineerder en vervaardiger van suikerbroden. Louis Vrancken was hoofdgeneesheer in Sint Elisabeth die met Van der Meersch ging vechten tegen de Oostenrijkers. Na de slag bij Waterloo was hij werkzaam bij een 20-tal hospitalen. Te Sint Elisabeth was hij bezieler van de koepokinentingen, in opdracht van de burgemeester. Nonnekes die daartegen waren werden uiteindelijk gevangengezet. Jacobus Cleynhens was koster en schoolmeester. Met de zoon was hij eigenaar van een blekerij. De ongeschoeide zusters van de Rosier (Karmelietessen) waren er aanwezig tot 1932 met enkele priesters. Er zijn zeker 50 namen bekend. Familie De Boeck was een beeldhouwersfamilie en maakte vele heiligenbeelden. Jan-Baptist Van Wint was beeldhouwer en ligt hier begraven; De Boeck niet. Het laatste beeld is het Laatste Oordeel. De oudste zerk is deze van de familie Kramp, een bankiersfamilie. De zerk is zeer eenvoudig en dateert van vóor de registratie, die begon in 1886. 

Vervolgens werden monumenten getoond die tegen de kerk aanleunden waaronder één van de familie Van der Voordt-Van Ham. Zoon Julianus was koopman en één der stichters van de Gazet van Antwerpen (volgens de familie). Waltmannus Van Lissum was de laatste kanunnik van de Sint Michielsabdij. Verder lag een reeks Pastoor-dekens , namen niet vernoemd, waarin links Jozef Hens zou liggen. Hij was één der eersten die tijdens Wereldoorlog 1 Rusland ging helpen. Tegen de kerk staat het oudste monument van Adrianus Van Beynen , pastoor in het huis van Vondelingen en Zinnelozen te Antwerpen, waar zich ook de vondelingenschuif bevond. Vondelingen kregen meestal de naam ‘De Tour’ en de laatste kreeg de naam ‘Joseph Fini”. Nu is daar het Tropisch Instituut
Gerard Le Grelle was de eerste burgemeester in 1831. Oprichter van de ‘Maatschappij van de Christelijke Naastenliefde’ en van een rusthuis voor vrouwen. Pieter Matthias De Ridder was 50 jaar secretaris. Maximiliaan Blommaerts was fabrikant van buskruit. Hij bouwde het bedrijf van zijn vader verder uit. Jean Peyrot was handelaar en eigenaar van het Vleeshuis. De ‘Dames’ van de christelijke scholen en de Zwartzusters van Antwerpen lagen hier begraven sinds 1823. Weggehaald in 2013, na 700 jaren. Bosschaert was wapenschilder en betrokken bij de kinderschuif in de 15de eeuw. Werd in de adel verheven door Maria Theresia en draagt sindsdien de naam ‘de Bosschaert”. De Calvarie boven de zijtoegang tot de kerk is namaak want de oudste originele staat in de kerk. Nog een Cogels-zerk: door familiegroei is niet meer te achterhalen wie er waar ligt. Petrus Gijsels was burgemeester Deurne/Borgerhout (1818-1825). Nog tegen de kerkgevel: een pastoor uit de Franse periode.

De gezusters Baers : één van hen, Maria, was stichter en eerste voorzitster van de vrouwengilde (nu Femma) en was de eerste vrouwelijke senator in België. Margriet was dokter in de wijsbegeerte en directrice in de Jozef de Bomstraat (hogeschool voor vrouwen). Zij droeg bij tot de vernederlandsing in het onderwijs. Leefde van 1889 tot 1922. Ludovicus Robert was goudsmid en behoorde bij een hoveniersfamilie. Jules Hofman was architect en bouwde onder andere de synagoog in de Oostenstraat. ‘de Murat’ was een adellijke familie en kwam uit Gent. Petrus Lambo was familie van Napoleon II. Constance Teichmann , de Antwerpse Goede Engel, deed aan liefdadigheid met geld dat van de fabricatie, in Wetteren, van buskruit kwam. Een kleine gedenkplaat op het grafmonument herinnert aan haar. Goethals-Legrelle (Ernest en Louise-Marie)hadden familiebanden met Augustinus Snieders. De zoon was hier begraven. De VTB liet hem overbrengen naar het Schoonselhof. Voor het overbrengen van mevrouw Snieders was geen geld. Zij bleef hier.
Frans Baeckelmans was architect van Stuivenberg. Zijn zoon Joseph werd terechtgesteld door de Duitsers wegens spionage. Charles Henri Dumortier was fabrikant van schoonheidsproducten (zeepproducten). Cogels was de laatste eigenaar van Boekenbergh en verkocht het aan verkavelaars. In Deurne gebeurden verkavelingen terwijl Borgerhout daar niet aan toegaf. Het kasteel ‘Te Boelaer‘ is nu wel gesloopt. Henriette Janssens maakte deel uit van het ballet van Vlaanderen (beeld met stervende zwaan). Theodoor Teichmann was ingenieur te Parijs. Antoinette Kramp was zijn echtgenote. Zij en twee schoonzonen (waaronder Alphonse Belpaire) liggen hier begraven. De dochters liggen in de buurt. Marie Belpaire ligt begraven naast de voornoemde familie.
Tot 1990 lagen hier oud-strijders. 1514 stoffelijke resten werden verplaatst naar het Ruggeveld. In 1947 was hier een herdenking van gedeporteerden naar concentratiekampen waarvan de meesten nooit meer terugkwamen, waaronder een korps van 31 politieagenten (waarvan slechts 8 terugkwamen). Zelfs burgemeester Schneider was daar ook bij en kwam nooit terug.
 
Rond 15u29 kwam de groep terug aan de inkompoort en eindigde het geleid bezoek. De groep dankte de gids.
 
Veerle Audenaert en Frans Van de Vondel
 
Foto’s: Erna Lombaert en Leen Otte.