Nieuwsbrief Nr. 102 - november 2017

Evere met oog voor vrijmetselaars en Court-Saint-Etienne


In de voormiddag luisterden 17 deelnemers naar de bevlogen gids Jeffrey Tyssens. 

Op het rondpunt stonden we stil bij Adolphe Max, burgemeester van 1909 tot kort voor zijn dood in 1939. Max was altijd vergezeld van zijn hondje en die fox-terrier stond model voor “Bobby” uit de boeken van Kuifje. Dan gaf Jeffrey Tyssens wat duiding over de vrijmetselarij. Hij vertelde onder andere “de vrijmetselarij een besloten kring is waar de inwijding erg belangrijk is en waar de inwijdeling wordt geconfronteerd met symbolen van het bouwvakkersambt en waarbij het voelen, het aanraken van het onbekende belangrijk is. Vrijmetselaars trachten aan een betere wereld te werken, door aan hun eigen “steen” te werken en de stenen dan samen te voegen tot de “tempel der mensheid”, uitgebeeld als de Tempel van Salomon. Wegens de opgelegde beperkingen zetten vrijmetselaars zich af tegen de kerk. Na 1830 wordt de vrijmetselarij “liberaal” en dat scherpt het antiklerikale nog aan.

Op het graf van burgemeester Jules Anspach is geen vrijmetselaarssymboliek aanwezig. Jules Anspach, burgemeester tussen 1864 en 1879, wordt een soort “betonneur” van de Brusselse binnenstad. Zijn opvolger Vanderstraeten was meer bekend om het schandaal van “les petites Anglaises” dan voor politieke verwezenlijkingen. Britse meisjes werden in Parijs en Brussel tewerkgesteld in de prostitutie. Een van die huizen lag over het logegebouw waar Vanderstraeten lid van was maar erger was nog dat een herberg waar de dames “actief” waren door de burgemeester aan de uitbaters was verkocht. Hier ook geen maçonnieke symbolen want hij werd begraven in de kerk. Zijn opvolger als burgemeester was Charles Buls. In tegenstelling tot Anspach was Buls de man van kronkelende straatjes en een gezellige binnenstad. Buls, een bescheiden man met een bescheiden graf, nam ontslag omdat zijn visie op de ontwikkeling van de stad indruiste tegen die van koning Leopold II. 
Pierre-Theodore Verhaegen, advocaat, parlementslid en voorzitter van de Kamer, is, dixit Jeffrey, een vrijzinnige “heilige” geworden want elk jaar op 20 november vieren de studenten “Saint-V”. Bovenaan een beeld van Verhaegen en op de stèle staan een resem maçonnieke tekens. Theodore Verhaegen ging aanvankelijk nog regelmatig naar de mis en op zijn doodsbed wilde de familie hem overhalen om kerkelijk begraven te worden. Op de burgerlijke uitvaart verschenen de maçons massaal en in vol ornaat en vormden zij een begrafenisstoet waar nog jaren over gesproken werd. Er was slechts één familielid op de uitvaart. Vooraan toch een graf met christelijke symbolen maar elk jaar volgt een “symbolische” wraak want op Saint-V legt men massaal kransen en bloemen op dat graf zodat enkel het maçonnieke graf zichtbaar blijft. 
Bij het graf Hector Goffart kregen we een heel gamma vrijmetselaarssymbolen te zien. Naast de passer en de winkelhaak zagen we ook de moker, om de ruwe steen te kappen, en het truweel, om de steen te metselen. De ouroboros ontbrak hier ook niet en de acaciatak. 
Naast dit graf Bert Leën , een Limburgse onderwijzer en journalist. Wanneer de publieke scholen door de katholieken afgeschaft werden trok Leën naar Brussel. Hij werd door Julius Hoste binnengehaald bij “Het Laatste Nieuws” en bouwde een loopbaan op als politiek verslaggever. Op het graf “hij leed en streed voor volk en vrijheid”. Op het graf de passer en de winkelhaak en onderaan, slecht zichtbaar, onderaan ook een nummer van “Het Laatste Nieuws”. 

Joseph Defrenne was advocaat en vrijmetselaar. Hier zagen we een zeldzaam fenomeen: het kruis met de pelikaan. Volgens Jeffrey een verwijzing naar de 18de graad van loge. Eindigen deden we ons bezoek aan de begraafplaats van Evere met het graf voor Paulette Verdoot , geen vrijmetselaar maar wel een graf met Egyptische verwijzingen zoals ze in vrijmetselaarskring wel populair waren. Deze danseres pleegde zelfmoord. Zij danste in de Munt. Jeffrey Tyssens eindigde zijn interessante rondleiding met het corrigeren van een misverstand dat men enkel in het orkest van de Munt kon geraken indien men lid was van de loge. Het is andersom: “je moet eerst in het orkest van de Munt geraken als virtuoos muzikant en dan kon je toetreden tot een loge”. Bijna twee uur hingen de Grafzerkjes aan de lippen van Jeffrey Tyssens wat niet verwonderlijk was want Jeffrey is een vat wetendheid. 

‘s Middags bezochten we Court-Saint-Etienne om aldaar in bewondering te staan voor het mausoleum voor Eugène Félicien Albert graaf Goblet d’Alviella (1846 – 1925) . Het is een realisatie van de bekende Brusselse architect Adolphe Samyn. Goblet d’Alviella zijn grootvader was militair, liberaal, antiklerikaal maar hij ging wel nog naar de kerk. Eugène studeerde aan de ULB en behoorde tot de progressieve vleugel van de liberalen. Hij werd hoogleraar godsdienstgeschiedenis. We kwamen enkele sfinxen tegen op onze weg naar het gigantische mausoleum. 
Maar eerst vertelde Jeffrey Tyssens nog wat over de verschillende graden in de vrijmetselarij. De meest bekende zijn de eerste drie vrijmetselaarsgraden: leerling, gezel en meester. Dat wordt de blauwe vrijmetselarij genoemd. Gaat men verder spreekt men over het kapittel, de aeropagus en de hogere initiërende raad. De vierde tot de 18de graad is de rode vrijmetselarij; de 19de tot de 30ste graad behoort tot de zwarte vrijmetselarij terwijl de 31ste tot de 33ste de witte vrijmetselarij is. Het monument is van de jaren 1880 en heeft veel te maken met de reiservaringen van Eugène met de Britten in India. Aan de vier zijden van het mausoleum teksten in Latijn, Sanskriet, Egyptisch en Grieks. Op de hoeken verschillende symbolen. Aan zijde 1 : het Christussymbool met de alfa en de omega; het Judaïsme; het Grieks en het Brahmanisme. Op de volgende zijde : Arabisch en oud-Scandinavisch. Zijde 3 : het Romeins met het symbool voor Jupiter; Germaans met de hamer van Thor; Boeddhisme en het vuuraltaar. Op de laatste zijde : spijkerschrift en Oost-Aziatisch. Aan de pilaren van de binnenzijde vier groepen van drie symbolen: de Phoenix, de Lotus en de Swastika; de vlinder, de zon en korenaren; de ankh = Egyptisch en de toorts omhoog en de toorts omlaag; de zeis, de ouroboros en de sarcofaag met de acaciatak. 
Jeffrey Tyssens wees ons tenslotte op een aantal teksten uit verschillende religies. Meer dan één uur mochten genieten van de kennis van Jeffrey. Moe maar meer dan tevreden keerden we huiswaarts.
Jacques Buermans.
Gelukkig nagekeken en aangepast door Jeffrey Tyssens
 
Foto’s: Tamara Ingels, Mieke Versées, Danielle Schijn & Jacques Buermans.

Rondleiding Joods historisch perk een voltreffer


Het kwam allemaal wat traag op gang de inschrijvingen voor de rondleidingen tijdens de Week van de Begraafplaatsen in Antwerpen. De late communicatie zal daar wel niet vreemd aan geweest zijn. Uiteindelijk, er waren nog een aantal mensen die niet wisten dat er ingeschreven diende te worden, stonden er 28 personen klaar om onder leiding van bestuurslid van vzw Grafzerkje Tamara Ingels een “première” mee te maken: een rondleiding langs de historische perken. 
Tamara had grondig onderzoek gedaan en wist te vertellen dat er in 1828 reeds melding is van een Joods perk op de toenmalige Kielbegraafplaats Drie verschillende verenigingen (Frechie, Shomre Hadass en Machsike Hadass) zorgden aldaar voor de Joodse begravingen. Wanneer de Kielbegraafplaats gesloten wordt, 1936, worden een deel van de Joodse grafconcessies overgebracht naar Schoonselhof. Zo’n 500 concessies worden overgebracht naar de drie Joodse begraafplaatsen in Putte, Nederland. Tamara zegde dat het Joodse perk toen vol grafmonumenten stond. Begin van de jaren 1960 is er een dispuut tussen de stad en de Joodse gemeenschap voornamelijk over de eeuwigdurende concessies en verdwijnen er veel graven. Een deel wordt overgebracht naar Putte, andere monumenten verdwijnen gewoon en de restanten van de lichamen komen terecht in een knekelput. Nico Gunzburg studeerde aan de Brusselse universiteit in 1906 af als dokter in de rechten. Hij zette zich in voor de Vlaamse cultuur. Nico Gunzburg was ook de stichter van het Centraal Beheer van Joodse Weldadigheid en Maatschappelijk Hulpbetoon. Kleinberg overleed in 1943. 
Op de sarcofaag zien we een palmtak ter ere van de persoon, immortellen en een rouwdoek. Wat verder toonde Tamara ons kettingen en ze vertelde die die er zijn om de doden tegen te houden tegenover de levenden. De kettingen staan ook op de grens van leven en dood. Een afgeknotte zuil staat op het graf van iemand die jong overleden is. Vlakbij mekaar liggen Maarten Baan , pianist en accordeonist en Rudy Witt , klarinettist en orkestleider. 
Ondergetekende heeft nog een aantal keren met Rudy samengespeeld. Het Joodse perk wordt overheerst door het mausoleum voor de familie Tolkowsky . Tamara wees op de Joodse jaartelling, een verschil van 3760 jaar met de onze, en op de zalvende handen van de “cohen” , de priester die zijn zegen uitsprak over het monument. Wat verder de laatste rustplaats voor Joseph de Lange , architect. Hij bouwde de synagoog aan de Antwerpse Hoveniersstraat en de synagoog van Oostende maar ook talrijk burgerhuizen in Antwerpen.
Samuel Tolkowsky was diamantair. Zijn echtgenote Elisa Kennes was een befaamde operazangeres. Een prachtig grafmonument met een verwijzing naar het liefdesgedicht “Garde moi sous tes ailes”. Ladislas Herz was dokter te zien aan de slangen op het grafmonument. Bernard Tokkie was directeur van de opera en Vlaamsgezind. Hij werd in volle oorlog hier begraven. 
Dankzij Tamara Ingels waren we weer heel wat wijzer.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte en Jacques Buermans.

Dan zullen de stenen roepen! Een 11-delige tentoonstelling over funerair erfgoed in Heist-op-den-Berg


Op vrijdag 10 november opende in de kerk van Heist-Goor een unieke tentoonstelling over het funerair erfgoed te Heist-op-den-Berg. De tentoonstelling bestond uit maar liefst 11 verschillende delen, die gelijktijdig doorgaan in alle 11 deelgemeenten van onze Heist-op-den-Berg: in alle 11 kerkgebouwen. En dat aan de vooravond van … 11 november!  
Waarom 11 tentoonstellingen in 11 kerken? 
Sinds 2012 investeert de gemeente Heist-op-den-Berg in een inventarisatie en ontsluitingstraject rond funerair erfgoed, een belangrijke pijler van het beleid rond sterven en begraven in onze gemeente. Onder begeleiding van dr. Tamara Ingels, consulente voor funerair erfgoed en specialist ter zake, kwamen op regelmatige basis werkgroepen samen om de bestaande funeraire parels te beschrijven en te documenteren. De resultaten van dit onderzoek, dat de volgende jaren verder geïmplementeerd wordt op beleidsmatig niveau, worden in de tentoonstelling gedeeld met de burger. Voordien gebeurde dat vooral door middel van de ondertussen bekende en gewaardeerde begraafplaatswandelingen ter gelegenheid van de Europese Week van de Begraafplaatsen (jaarlijks in mei-juni). 
Recent werd ook bekrachtigd dat alle 11 Heistse kerken vanaf nu, naast hun religieuze bestemming, ook een culturele bestemming zullen krijgen. Elke kerk wordt op deze manier een stukje een cultuurhuis, en een tentoonstelling is daar een mooi voorbeeld van – meer nog: het is de aftrap van deze nieuwe manier van kijken naar en omgaan met ons lokaal erfgoed. 
Elke deelgemeente heeft echter zijn eigen geschiedenis of verhaal van hoe de gemeenschap op gepaste wijze afscheid nam van de doden. Een voorbeeld van tentoonstelling werd in 2015 al uitgewerkt met de expo ‘Hallaar in dialoog met de dood’, waar de lokale funeraire cultuur – en de bijzondere graftrommels – met succes in de kijker kon werden gezet. 
Elke deelgemeente droeg dus ook een stukje over de eigen geschiedenis in woord en beeld bij. Ook diverse aspecten over het hedendaagse funeraire beleid werden in de kijker gezet, om zo de burger niet alleen te informeren over het verleden, maar ook over het heden.

Tamara Ingels
 

Sint-Fredeganduskerkhof misschien wel te weinig gekend


Zaterdag 4 november 2017, 14 uur. Gids: Marcel Windey.
 
Als inleiding gaf de gids een beknopt historisch overzicht. Hier zijn we op het oudste nog bestaand kerkhof voor Antwerpen en Deurne. Het is waarschijnlijk even oud als de eerste kerk. Al rond 836 was hier een eerste bedehuis, toegewijd aan OLV. Sinds 1450 werd begraven in en rond de kerk. Vanaf 1563 begon men met het noteren van wie begraven werd.
Jozef II verbood teraardebestellingen in de kerken waardoor enkel nog rond de Sint-Fredeganduskerk mocht begraven worden. Napoleon verbood begrafenissen binnen de stadsmuren. Aldus werd het Sint Fredeganduskerkhof een uitverkoren begraafplek voor de Antwerpse burgerij. Tot in de jaren ’20 van vorige eeuw lagen hier uitsluitend Antwerpenaren begraven. Door bijkomende sluitingen van andere kerkhoven werd de druk op Deurne nog groter. In 1874 werd geprobeerd om ‘vreemden’ tegen te houden door het invoeren van een taks, maar dat bleek niet te helpen. Er werd gedacht aan uitbreiding. In 1878 werd dit een eerste keer gevraagd maar werd het niet uitgevoerd. In 1883 gebeurde een volgende aanvraag door de Provinciale Commissie voor Geneeskunde maar dit werd tegengehouden door de Minister van Oorlog omwille van ‘gelegen in militaire zone’. Uiteindelijk gaf hij zijn verzet op. In 1885 kwam een eerste uitbreiding, gevolgd door een tweede in 1899. Een derde uitbreiding gebeurde in 1924 en een vierde in 1929. Op deze manier werd het kerkhof uitgebreid van 2.500 m² naar 6 ha (60.000 m²). In 1958 wou men het kerkhof sluiten, wat in 1973 echter niet doorging. Wel moest de aanpalende Lakborslei worden verbreed waardoor 210 zerken verdwenen. In 1976 werd het kerkhof geklasseerd als dorpsgezicht. Tot 1990 werden de laatste oud-strijders verplaatst naar het Ruggeveld en bleef deze plaats alleen nog een park.
 
De gids sprak over meer dan 1000 monumenten waar verschillende categorieën van beroepen terug te vinden zijn zoals schrijvers, architecten, ingenieurs, enzovoort. Sommige families herbergden 25 overledenen in eenzelfde monument. Aan het rondpunt verdween het Christusbeeld. Daarom wordt de laan nog altijd Christusweg genoemd. 

De groep hield halt aan een eerste zerk van Petrus De Beukelaer, die samen met broer Bernard stichter was van ‘Chicorei De Beukelaer’. Het oude moederke op de verpakking voor chicorei was hun moeder. De La Montagne was kunstschilder. Het grafmonument voor Jan De Laet , één der markantste figuren die hier begraven ligt, is uitgevoerd in gele zandsteen en werd pas opgeknapt. Hij werd volksvertegenwoordiger bij de Meetingpartij en was de eerste die zijn eed in het Nederlands deed (1860). Hij wilde de Nederlandse taal invoeren in het parlement maar ondervond veel tegenstand. Hij lag in conflict met (franstalig) minister Chazal over de levering van soldaten aan Mexico, wat leidde tot een duel met het pistool, wat wettelijk niet meer mocht maar toch doorging. Beiden waren gewond en konden toch nog te voet naar huis. Later werd hen gratie verleend door de koning. 
Jan De Laet was een jeugdvriend van Hendrik Conscience. Andreas De Weerdt was douanier en liedjesschrijver. Het liedje: ‘Blinde Kobe’ werd dikwijls gezongen en het meisje dat hem begeleidde zou op de grafzerk staan. Onder de familie Markelbach was August Delbeke een aangetrouwde die van 1907 tot 1910 minister was en van verschillende vennootschappen deel uitmaakte. Hij was bepleiter van de overname van Kongo-Vrijstaat. Alfons Hertogs was burgemeester in 1906 en overleed in functie (‘in het harnas’) tijdens een turnfeest in 1908 in zaal Harmonie. 
Eugeen Gife was provinciaal architect. Hij bouwde 16 kerken, restaureerde er 50, bouwde 20 gemeentehuizen (waaronder dat van Hoboken), 50 scholen en 4 godshuizen. Zijn zoon Ludovicus volgde hem op. Cogels was eigenaar van kasteel Venneborg. Vier V-bommen vernielden het volledige domein. Op het grafmonument van Guillaume Collin treffen we de Latijnse spreuk: “Hodi mihi, cras tibi” aan. Het betekent: “Vandaag aan mij, later aan U”. Emanuel Passenbronder was geneesheer te Borgerhout.
Jean-August Stellfeld was rechter en verwoed verzamelaar van alles wat oude muziek betrof. De enorme verzameling partituren, boeken en (oude) instrumenten werd aangekocht door de University of Michigan die daar geweldig trots op zijn. Slechts één soort piano (klavecimbel) bleef hier.
Florent Pauwels een bekend burgemeester, volgde Georges Cogels op in 1885. Hij was tabakshandelaar en woonde in Deurne-Zuid. Hij had een grote serre voor bloementeelt en was vader van 9 kinderen. Het grafmonument van Charles Bardoul  bevat de romeinse cijfers “MDXXXII” (wat duidt op “1532”). Deze behoren echter bij het daaronder getoonde wapenschild hoewel betwijfeld wordt of Bardoul wel van adel was. Links naast Charles Bardoul is het verweerde grafmonument van Constantinus Rousseaux, een koopman (steen) en zoon van een steenkapper.
Even verderop, tegen het kerkgebouw, vinden we een tekentafelvormig monument dat om een grondige poetsbeurt vraagt. Het is dat van Jos Schadde . Vader en zoon Deckers , beeldhouwers. Edward, zoon van Frans, maakte het monument voor gesneuvelden met ruiterstandbeeld van Leopold I, dat zich nu in het Antwerps Stadspark bevindt. Frans kreeg de nis boven de stadsfeestzaal voor een beeld, maar dat is er nooit gekomen (de centen). De familie Maquinay was heel bekend in Deurne en bezat Kasteel De Zwarte Arend. Hij handelde in olie met Zuid-Amerika, oorspronkelijk voor de lampen en verspreid in gans België met honden- en paardenkarren in vaatjes van 2 à 3 liter. Later was hij medestichter van Standard Oil (SO) het latere Esso en nu Exxonmobile. Hij had 3 zonen waarvan 2 sneuvelden in de 1ste Wereldoorlog.
Jozef Gevers was een suikerbaron: suikerraffineerder en vervaardiger van suikerbroden. Louis Vrancken was hoofdgeneesheer in Sint Elisabeth die met Van der Meersch ging vechten tegen de Oostenrijkers. Na de slag bij Waterloo was hij werkzaam bij een 20-tal hospitalen. Te Sint Elisabeth was hij bezieler van de koepokinentingen, in opdracht van de burgemeester. Nonnekes die daartegen waren werden uiteindelijk gevangengezet. Jacobus Cleynhens was koster en schoolmeester. Met de zoon was hij eigenaar van een blekerij. De ongeschoeide zusters van de Rosier (Karmelietessen) waren er aanwezig tot 1932 met enkele priesters. Er zijn zeker 50 namen bekend. Familie De Boeck was een beeldhouwersfamilie en maakte vele heiligenbeelden. Jan-Baptist Van Wint was beeldhouwer en ligt hier begraven; De Boeck niet. Het laatste beeld is het Laatste Oordeel. De oudste zerk is deze van de familie Kramp, een bankiersfamilie. De zerk is zeer eenvoudig en dateert van vóor de registratie, die begon in 1886. 

Vervolgens werden monumenten getoond die tegen de kerk aanleunden waaronder één van de familie Van der Voordt-Van Ham. Zoon Julianus was koopman en één der stichters van de Gazet van Antwerpen (volgens de familie). Waltmannus Van Lissum was de laatste kanunnik van de Sint Michielsabdij. Verder lag een reeks Pastoor-dekens , namen niet vernoemd, waarin links Jozef Hens zou liggen. Hij was één der eersten die tijdens Wereldoorlog 1 Rusland ging helpen. Tegen de kerk staat het oudste monument van Adrianus Van Beynen , pastoor in het huis van Vondelingen en Zinnelozen te Antwerpen, waar zich ook de vondelingenschuif bevond. Vondelingen kregen meestal de naam ‘De Tour’ en de laatste kreeg de naam ‘Joseph Fini”. Nu is daar het Tropisch Instituut
Gerard Le Grelle was de eerste burgemeester in 1831. Oprichter van de ‘Maatschappij van de Christelijke Naastenliefde’ en van een rusthuis voor vrouwen. Pieter Matthias De Ridder was 50 jaar secretaris. Maximiliaan Blommaerts was fabrikant van buskruit. Hij bouwde het bedrijf van zijn vader verder uit. Jean Peyrot was handelaar en eigenaar van het Vleeshuis. De ‘Dames’ van de christelijke scholen en de Zwartzusters van Antwerpen lagen hier begraven sinds 1823. Weggehaald in 2013, na 700 jaren. Bosschaert was wapenschilder en betrokken bij de kinderschuif in de 15de eeuw. Werd in de adel verheven door Maria Theresia en draagt sindsdien de naam ‘de Bosschaert”. De Calvarie boven de zijtoegang tot de kerk is namaak want de oudste originele staat in de kerk. Nog een Cogels-zerk: door familiegroei is niet meer te achterhalen wie er waar ligt. Petrus Gijsels was burgemeester Deurne/Borgerhout (1818-1825). Nog tegen de kerkgevel: een pastoor uit de Franse periode.

De gezusters Baers : één van hen, Maria, was stichter en eerste voorzitster van de vrouwengilde (nu Femma) en was de eerste vrouwelijke senator in België. Margriet was dokter in de wijsbegeerte en directrice in de Jozef de Bomstraat (hogeschool voor vrouwen). Zij droeg bij tot de vernederlandsing in het onderwijs. Leefde van 1889 tot 1922. Ludovicus Robert was goudsmid en behoorde bij een hoveniersfamilie. Jules Hofman was architect en bouwde onder andere de synagoog in de Oostenstraat. ‘de Murat’ was een adellijke familie en kwam uit Gent. Petrus Lambo was familie van Napoleon II. Constance Teichmann , de Antwerpse Goede Engel, deed aan liefdadigheid met geld dat van de fabricatie, in Wetteren, van buskruit kwam. Een kleine gedenkplaat op het grafmonument herinnert aan haar. Goethals-Legrelle (Ernest en Louise-Marie)hadden familiebanden met Augustinus Snieders. De zoon was hier begraven. De VTB liet hem overbrengen naar het Schoonselhof. Voor het overbrengen van mevrouw Snieders was geen geld. Zij bleef hier.
Frans Baeckelmans was architect van Stuivenberg. Zijn zoon Joseph werd terechtgesteld door de Duitsers wegens spionage. Charles Henri Dumortier was fabrikant van schoonheidsproducten (zeepproducten). Cogels was de laatste eigenaar van Boekenbergh en verkocht het aan verkavelaars. In Deurne gebeurden verkavelingen terwijl Borgerhout daar niet aan toegaf. Het kasteel ‘Te Boelaer‘ is nu wel gesloopt. Henriette Janssens maakte deel uit van het ballet van Vlaanderen (beeld met stervende zwaan). Theodoor Teichmann was ingenieur te Parijs. Antoinette Kramp was zijn echtgenote. Zij en twee schoonzonen (waaronder Alphonse Belpaire) liggen hier begraven. De dochters liggen in de buurt. Marie Belpaire ligt begraven naast de voornoemde familie.
Tot 1990 lagen hier oud-strijders. 1514 stoffelijke resten werden verplaatst naar het Ruggeveld. In 1947 was hier een herdenking van gedeporteerden naar concentratiekampen waarvan de meesten nooit meer terugkwamen, waaronder een korps van 31 politieagenten (waarvan slechts 8 terugkwamen). Zelfs burgemeester Schneider was daar ook bij en kwam nooit terug.
 
Rond 15u29 kwam de groep terug aan de inkompoort en eindigde het geleid bezoek. De groep dankte de gids.
 
Veerle Audenaert en Frans Van de Vondel
 
Foto’s: Erna Lombaert en Leen Otte.

Bismarck mausoleum


In het vredige Friedrichsruh, Schleswig Holstein, staat het mausoleum voor één van de grootste Duitse staatsmannen Vorst Otto von Bismarck, hertog van Lauenburg.
Je kan best je auto parkeren aan het stemmige Bismarckmuseum waar je de combitickets kan kopen. Aan het mausoleum is die mogelijkheid er niet. 
Het museum geeft een mooi overzicht op een neutrale wijze van het leven en werk van Otto von Bismarck. Het is gelegen aan de overkant van het kasteel dat hij bewoond heeft en waar zijn nazaten nu nog steeds wonen. Van het museum is het ong. 10 minuten wandelen tot aan het mausoleum.
Door het Gasteiner-verdrag kwam het hertogdom Saksen-Lauenburg in Pruisen. Bij de Duitse éénwording in 1871 kreeg Bismarck het Sachsenwald als een geschenk van keizer Wilhelm I. De kanselier bouwde Friedrichsruh uit als rustplaats voor zijn oude dag door te brengen. Hijzelf zou de plaats van zijn graf hebben uitgekozen. 
Otto von Bismarck (1/4/1815 Schönhausen-30/7/1898 Friedrichruh) werd door Keizer Wilhelm II aan de kant geschoven als Rijkskanselier. Het begin van enkele plagerijen tot op dag van de begrafenis zelf.
Keizer Wilhelm II vond het plotseling nodig om een spoorlijn aan te leggen die vlak tussen het geplande mausoleum en het kasteel te laten aanleggen. En zo gebeurde het ….
Bij het overlijden van de kanselier had de keizer overwogen om Bismarck te begraven in de Furstengruft” van de Berlijnse kathedraal.  Dit kwam aan de oren van Theodor Fontane, die een gedicht schreef "Wo Bismarck liegen soll” dat vier dagen later verscheen in de kranten. Alle plannen van Keizer Wilhelm II voor een pompeuze staatsbegrafenis werden zo gekelderd. 
Bismarcks zoon, Herbert von Bismarck, gaf de opdracht aan architect Ferdinand Schorbach om de grafkapel te bouwen. De neo-romaanse stijl (01) van een achthoek is overgenomen van het mausoleum van Theodoric in Ravenna.  Zes maanden na zijn dood, werden de kisten van Otto von Bismarck en zijn vrouw, die voorlopig begraven waren bij Varzin, plechtig herbegraven in een gezamenlijke begrafenis. Ze werden gelegd in twee sarcofagen van Unterbergermarmer in de kapel op 16 maart 1899. 
De keuze van de datum van herbegrafenis was weer niet toevallig. Het was de datum dat Keizer Wilhelm I elf jaar eerder werd begraven in zijn in het mausoleum van paleis Charlottenburg te Berlijn.
Niet tegenstaande deze datum daagde de Duitse keizer Wilhelm II en zijn vrouw met een grote entourage op.
Tot tweemaal toe zal even slikken geweest zijn voor Keizer Wilhelm II. De eerste maal bij het naar binnentreden van de kapel waar de busten van Bismarck en Keizer Wilhelm I staan opgesteld en een tweede maal toen Keizer Wilhelm II de krans ging neerleggen voor het graf. Hij kon niets anders lezen dan de ingebeitelde woorden: "Ein treuer deutscher Diener Kaiser Wilhelms I."
De kapel bestaat uit twee delen. Het toegankelijke bovenste gedeelte waar de kapel en het graf van de Duitse staatsman te zien is. Dit bereik je via een trap waar nog altijd zijn buste als die van keizer Wilhelm I je opwachten. 
Het onderste gedeelte is de crypte van de latere vorsten von Bismarck en helaas niet toegankelijk. Hier liggen oa zijn Herbert von Bismarck en kleinzoon Otto von Bismarck begraven. 
Iets voorbij de kapel liggen er nog graven van broers en Op de site rond de kapel is ook het graf van Gottfried von Bismarck-Schönhausen. Deze was lid van de SS en na de aanslag op Hitler werd hij in een concentratiekamp opgesloten op verdenking van medeplichtigheid. Hij overleefde het maar kwam later om het leven samen met zijn vrouw in 1949 bij een auto-ongeval.
Het meest recente graf is dat van graaf Gottfried Alexander Leopold von Bismarck-Schönhausen (19 September 1962 – 30 June 2007) . 
Hij is de tweede zoon van de huidige vorst Ferdinand en zijn Belgische vrouw gravin Elisabeth Lippens. Hij werd in Ukkel geboren en doorliep vele exclusieve scholen. Hij was een graag geziene gast op de Londense jetsetfeestjes. In 2007 werd hij dood teruggevonden in zijn Londense flat. Hij zou gestorven zijn aan een overdosis cocaïne maar daarnaast leed hij ook aan hepatitis B en C en HIV.
 
Geert Janssens
 

Eenzame overlijdens


Buiten de begrafenisondernemer met zijn twee helpers heeft slechts 1 persoon de kist gevolgd. Een groet aan de vrijwillige begeleiders van eenzame begrafenissen.
’t Ergste is natuurlijk in eenzaamheid te leven, ziek te zijn en te sterven. Jaren geleden schreef ik over de zoete wraak van een dame die uitdrukkelijk liet vermelden dat er geen koffietafel voorzien werd na haar begrafenis omdat iedereen tijd genoeg had gehad, tijdens haar ziekte, om koffie te komen drinken. Daar zit veel logica in.
Sommigen vinden het verwonderlijk dat er geen tekens komen uit het hiernamaals, al zijn daar weleens afspraken over. Misschien begrijpen wij hun signalen niet!? Zoals de libel die boven hen vliegt voorheen één van hen was.
Sterven blijft mysterieus en wat daarna al helemaal. Bij een dode staat voor de familie de wereld stil! Buiten draait alles gewoon verder!
We spreken over een ‘dodenakker’ nochtans is daar ook veel leven. Het krioelt er van de konijntjes en mollen. Op die gewijde plaats hebben ze de Bijbelse boodschap “gaat en vermenigvuldigt u” goed begrepen.
Tussen de graven lopend ziet met klaarder de betrekkelijkheid van het werk van de uitslovers. Ze behalen wel ronkende titels maar feitelijk blijven het doodgewone stervelingen.
Toon Hermans filosofeerde als volgt:
“Hier is niemand klein of groot
Hier is iedereen even dood
Niemand kleinste, niemand grootste
Hier is echt niet één de doodste”
Louis van Dyck (2-11-2017)

Louis van Dyck:

In een begeleidend briefje schreef Louis: “deze tekst werd ruime tijd vooraf geschreven want nu laten mijn ogen mij in de steek. Ze kijken ook al 88 jaar in de wereld! Onmogelijk voor mij nog teksten neer te pennen. Dit is dan de laatste tekst die je van mij zult ontvangen. Ik heb steeds met veel genoegen geschreven. Lezen en schrijven vallen weg naar ik heb nog tal van andere bezigheden. Het ga jullie goed! (Louis).

Louis is reeds van in den beginne (juli 2001) lid van Grafzerkje en sinds 2003 mochten we jaarlijks een “allerheiligentekstje” ontvangen. Louis onderhoud ook al jaren een aantal graven. Ik wil langs deze weg Louis Van Dyck voor zijn jarenlange inzet voor Grafzerkje en ik hoop dat hij nog lang van het leven mag genieten. “Louis, je zijt een topkerel met een gouden hart”!

Jacques Buermans.

Oogverblindend Paarup Wat je al niet tegenkomt op reis in Denemarken


Tekst en foto’s: Guy Mollet
 
Op rondreis door Denemarken rijden wij per toeval door het dorp Paarup. Het ligt in het centrum van Fyn, enkele kilometers ten noordwesten van Odense. 
Het is oktober, de wit geschilderde kerk is verblindend mooi. Zij is gebouwd op een heuvel, de begraafplaats paalt eraan, enkele trappen lager. 
Bij ons is het een zee van stenen met hier en daar een stukje groen. 
Hier overweegt het groen, de graven zijn omringt door een lage haag, op elke plek ligt een kleine natuursteen, sereniteit. Hier en daar stenen mussen of een witte duif, de bloemen zijn echt, plastiek is taboe. De grinten paden zijn onlangs geharkt, het oogt Japans. 
Als ik de keuze had, lig ik liever hier dan in een monumentale grijze pretentieuze granieten kapel.
 
Meer informatie op onderstaande Blogs:
http://duquelu.wordpress.com
http://grafzerken.wordpress.com
 

Patrick ging al een kijkje nemen in Lier voor de volgende rondleiding Een foto van fotograaf Patrick Janssens


Het verhaal: 
Gezien de weersvoorspelling met ochtendmist was het mijn bedoeling om ter plaatse te zijn omstreeks zonsopgang: wat ook lukte.
Om 4 uur in de ochtend opgestaan, om 05u20 in Brasschaat op de bus naar Antwerpen en vandaar de trein naar Lier. Van het station in Lier nog een kilometer of twee te voet en dan foto’s maken.
Meerdere foto’s kan je vinden via deze link op de site van Patrick
http://www.janssens-patrick.com/recent-lier-mechelpoort/

Funeraire symboliek: De hond


Sinds de klassieke oudheid staat de hond (die reeds bekend stond als attribuut van de Fenicische moedergodin Astarte), symbool voor onvoorwaardelijke trouw, onderwerping en waakzaamheid. Honden pronken van oudsher aan de voeten van edelen op vele exuberante praalgraven, waarbij de hazewind expliciet verwijst naar het adellijk recht voor de jacht, een privilege wat maar al te graag onderstreept werd, ook na de dood…
 
Binnen de ons vertrouwde mythologieën is hij als hellehond (bewaker van de onderwereld) en als gids van de doden, de schimmen of zielen bekend. Zoals Garmr, de hellehond uit de Noordse mythologie staat Kerberos (Cerberus), de driekoppige hond (met een slangenstaart), in de Griekse- en Romeinse mythologie als grommende wachthond aan de poorten van het schimmenrijk, de Hades. Als grafgift begeleiden hondenschedels (o.a. in Tongeren en Mannhagen) dan weer de laatste rustplaats van heersers uit ver vervlogen tijden. De hond als zielen- of schimmen begeleider of als gids in de onderwereld is in veel culturen een vast gegeven. De symboliek die de hond met de dood verbindt heeft meestal een positieve geladenheid. Zijn veronderstelde verbondenheid met de geestenwereld maakte hem tot ideale gids in het hiernamaals of in de onderwereld.
 
 www.walterbrems.be
Een trouwe hond aan de voeten van Margaretha van Bourbon op haar monumentale graftombe - sculp.: atelier van Conrad Meit (Worms 1480 - Antwerpen 1550) naar een ontwerp van Jan van Brussel - Monastère Royal de Brou - Bourg-en-Bresse (F)

Nederland was het laatste land met verbod op begraven in de kerk Een foto van onze Noorderbuur Wim Vlaanderen


Pas in 1929 kwam het Koninklijk besluit met verbod op het begraven in de kerk. Per ingang van 1930 moest iedere gemeente of stad met meer dan 1000 inwoners een begraafplaats hebben buiten de bebouwde kom.
Er waren echter voorname personen (Nieuwlichters) met als voorzitter de Zwitserse arts Perrenot die zich al veel eerder verzetten tegen deze “kerkvloerontreiniging” en in den Haag legde men zelf in 1780 een begraafplaats aan in de duinen en noemde deze Ter Navolging.
 
 Bij de ingang van deze begraafplaats is een steen in de muur gemetseld  met de Latijnse en Nederlands tekst:
 
“Mijn rottende overblijfselen moeten verre van de stad liggen Daar ik levend vermeed  iemand te benadelen wens ik zulks ook na mijn dood niet te doen”
 
Een of andere betweter was het duidelijk niet eens met de Latijnse tekst en veranderde deze zelf met viltstift.
 
De begraafplaatsen van Tiel, Hilversum en Wijk bij Duurstede volgden het voorbeeld van deze arts.
 

Eenvoud en aandacht



Eenvoud en aandacht 

wie er te ruste is gelegd is niet zichtbaar

In de dood is elkeen (H)ERKEN-BAAR   


Begraafplaats Laulne (Haute Normandie - augustus 2017)

Foto: Johan Herreman, Horebeke ...