Nieuwsbrief Nr. 99 - mei 2017

Koksijde Er zijn gidsen en er zijn gidsen


Wat een verschil met de gids in Aarschot. Hier hadden we met Guy Desloovere weer iemand uit de vzw Grafzerkjesfamilie als gids en dat was merkbaar.

Wetende waarover hij sprak en rijkelijk geïllustreerd kon Guy 16 Zerkjes begroeten in het verre Koksijde. Ook drie niet-leden waren aanwezig.
Vroeger bevond er zich een Sint-Pieterskapel ter hoogte van de hoge Blekker. Waar wij ons bevonden stond eerder de Sint-Jan-de-Doperkerk en werden de Koksijdse doden begraven in Veurne. Rond 1830 werd gestart met de bouw van deze Sint-Pieterskerk. Bakker Vierval deed veel goede werken, was lid van de Openbare Onderstand en deed enorm veel voor de IJslandvaarders onder andere door het oprichten van een kapel. Edmond Suber was schoolhoofd en trok tijdens Wereldoorlog I naar Le Touquet-Paris-Plage om daar aan de Vlaamse kinderen les te geven.


Victor Weerbrouck was de eerste strandredder van Koksijde. Evy toonde zijn afbeelding en Guy wist te vertellen … dat de man niet kon zwemmen. Klein detail. Hippoliet Rathe was landbouwer/burgemeester. Achter de Sint-Pieterskerk één der oudst bewaarde graftekens voor pastoor Petrus Foqueur, telg van een welgestelde redersfamilie. Foqueur werd, in 1842, de eerste pastoor van de zelfstandige parochie Koksijde. Hij zou er 42 jaar pastoor blijven. Foqueur kwam voor twee derden tussen in de bouwkosten van de neogotische Sint-Pieterskerk. Hij leefde sober en was vrijgevig voor de armen. In zijn testament schonk pastoor Foqueur al zijn bezittingen aan de kerk. Op zijn grafsteen ontbreekt het kruis: het wordt nu als calvariekruis gebruikt maar er bestaan plannen om het terug te plaatsen.

. Cesar Lootens was pastoor. De bevolking dacht dat hij helderziend was want hij wist op voorhand te vertellen wanneer een schip gezonken was en wie er overleden was. De waarheid was: hij stond in contact met Duinkerke-radio en die stonden op hun beurt in contact met IJsland. Edward Pil  was pastoor en oprichter van een vissersschool van weeskinderen. Hier liggen ook de grootouders van striptekenaar Jef Nys. Gaston Lejeune was architect en ontwierp verschillende woningen in cottagestijl. Ghyselen was landbouwer/burgemeester en hij verloor drie dochters op jonge leeftijd. Een van de oudste grafstenen was die voor Robert Edwards, scheepkapitein.
We stonden stil bij een gedenkplaat voor de 4de Zouaven, keurtroepen uit Noord-Afrika. Franciscus Declercq was landbouwer/burgemeester Dokter Verduyn was oprichter van het Vlaams Studentenverbond en van het VOS, de Vlaamse Oud Strijdersbond. De latere burgemeesters van Koksijde waren geen landbouwers. Firmin Dewulf was hoteleigenaar en Gustaaf Houtsaeger was brouwer.
Op het “carré militaire” liggen hoofdzakelijk Franse gesneuvelden van de Division Grossetti en de marinebrigade van generaal Ronach. Vele van die militairen sneuvelden tijdens de verdediging van de sector Nieuwpoort tussen eind 1914 en midden 1917. De gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog kwamen om tussen juni en augustus 1940. Hier vindt men onder andere zeven moslimgraven met een ander type grafteken. Kapitein Perroquier kreeg een afzonderlijk graf. Louis Van Gastel en Albert Lust waren architect. Lust ging in de leer bij architect Goutsmit en huwde met zijn dochter.
Jean Luypaert was kunstschilder, afkomstig van Vilvoorde. Petrus Coppens werd in 1940 opgeroepen en was een van de vele slachtoffers die vielen op 31 mei 1940 omdat ze tevergeefs trachtten Engeland te bereiken maar de Franse grens bleek gesloten te zijn. Er is ook een ereperk voor de gesneuvelde Koksijdse oudstrijders uit beide wereldoorlogen. Het hardstenen zwaard, een Britse commandodolk, is omringd door eenvoudige kruisjes. Op de gedenkplaat leest men “zij streden voor vorst, vaderland en vrijheid”. Burgemeester Vanbuggenhout oprichter van vakantieverblijven voor Limburgse mijnwerkers, nu Ter Duinen, is de enige waar de echtgenote van bijgezet werd. Wilhelmina Van Dooren was hoofdonderwijzeres bij de B. S. D., de Belgische soldaten in Duitsland, maar zat ook in het gewapend verzet.
Emilie Noulet was letterkundige. Georgette Dufour  ligt in een graf bestaande uit planken. Een van de bekendste figuren op deze begraafplaats is Georges Grard , beeldhouwer. “De zee” maar veel beter bekend als “Dikke Mathilde” is van zijn hand. Maria Vlamijnck  was letterkundige gespecialiseerd in Vlaamse en Spaanse literatuur. Jozef Leye  ligt onder een kalligrafisch monument van de hand van Pieter Boudens. Een molen en brood verwijst naar de activiteit van Maria Surmont.
Aan de aanleg van een aantal urnengraven werd veel aandacht besteed. Achteraan het kerkhof een gaanderij met waterpartij . Deze plaats is bedoeld als meditatieruimte en rustplaats voor de geest. Het water verwijst enerzijds naar het polderlandschap met de vele afwateringskanalen en grachtjes en anderzijds zorgt het voor de afvoer bij een te hoge waterstand. Het water symboliseert ook het leven. De hemel weerspiegelt in het wateroppervlak. Zo wordt de link gelegd tussen het aardse en het transcendente. Georges Vercruijsse  studeerde aan de Antwerpse academie en was directeur in Boom. Onze twee uur durende rondleiding eindigde in de Sint-Pieterskerk bij de gedenkplaat voor pastoor Petrus Foqueur.

Met Guy als gids en zijn bevallige “assistente” Evy zaten we op rozen.

 

Jacques Buermans.

 

Foto’s: Leen Otte.

Tijdelijke oplossing voor magazijn vzw Grafzerkje


Jaren geleden kregen we van het afdelingshoofd van de Antwerpse begraafplaatsen in de Neerhoeve van het domein Schoonselhof een ruimte ter beschikking om te gebruiken als magazijn. Gedurende jaren maakten we daarvan gebruik. Men gaat nu over tot het restaureren van die Neerhoeve en daarom moesten we daar weg. Een gelukkige samenloop van omstandigheden maakte dat we in de omgeving over een garage konden beschikken. Eerst dienden nog een aantal kleine werken uitgevoerd worden zoals het aanschaffen en ineensteken van een aantal rekken. Dankzij Leen en haar handige echtgenoot Marc liep dit van een leien dakje. Ondergetekende keek toe en zag dat het goed was. Dan moest al het materiaal en een aantal funeraria, die we ooit nog zouden kunnen opstellen indien er ooit een lapidarium op de begraafplaats Schoonselhof komt, overgebracht worden. Weer was er dezelfde taakverdeling: Leen en Marc aan het werk en ondergetekende als toezichter.

Wanneer de restauratie van de Neerhoeve een feit is werd ons beloofd dat we terug over een ruimte zouden kunnen beschikken. Langs deze weg wil ik dan ook het afdelingshoofd van de begraafplaatsen hartelijk danken voor het jarenlange gebruik van een magazijn.

 

Jacques Buermans.

Herman Van den Reeck: derde peterschap van vzw Grafzerkje


Met het peterschap van het grafmonument voor Herman Van den Reeck  heeft onze vzw Grafzerkje zijn derde peterschap.
In 2011 namen we het peterschap op ons van het grafmonument voor Maria ’s Heeren, het grafmonument werd enkele jaren later door toedoen van onze vzw Grafzerkje herkapt door ons lid, beeldhouwer Jef Van Leeuw. In 2013 was het de beurt om het grafmonument voor Piet Janssens in peterschap te nemen nadat het door de mensen van Levanto helemaal opgeknapt was.
Herman Van den Reeck was student aan de Brusselse universiteit. Hij liep Grieks-Latijnse humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen en was lid van de verboden Vlaamsche Bond. Hij was redacteur voor het activistische tijdschrift "De Goedendag" en ijverde voor de onmiddellijke vernederlandsing van het lager en middelbaar onderwijs in Vlaanderen. Hij werd op de Antwerpse Grote Markt neergeschoten tijdens een door burgemeester Jan De Vos verboden 11 Juliviering. De manifestatie werd in Borgerhout gehouden. Na afloop trokken betogers de stad in. Burgemeester Jan De Vos trok zich wegens ziekte enkele uren terug en droeg het politiebevel over aan eerste schepen Louis Strauss. Die gaf bevel om de vlaggen in beslag te nemen. Er ontstond tumult waarbij een agent lukraak in een groep betogers schoot. Herman Van den Reeck, die een vlag van de meisjesgilde in bescherming wilde nemen, werd dodelijk getroffen en stierf een dag later in het Sint- Elisabethziekenhuis.
Van den Reeck werd met vorstelijke eer begraven. In de begrafenisstoet liepen naast de rouwkoets flaminganten van allerlei slag: Staf De Clercq, Camille Huysmans, Herman Van Puymbrouck, Berten Pil en Alfons van de Perre. Een aantal vooraanstaande Vlaamse dichters schreven een "In Memoriam" en riepen in naam van de "martelaar voor Vlaanderen" op tot verzet. Onder hen waren Paul Van Ostaijen, Marnix Gijsen, Wies Moens en Gaston Burssens.
Voor het grafmonument werd door de kranten "De Schelde" en "Volksgazet" een inschrijving geopend. In enkele weken werd het voor die tijd astronomische bedrag van 25.000 frank bijeengebracht. Voor het grafmonument werd een wedstrijd uitgeschreven. Oscar Jespers diende twee neoplastische ontwerpen in, doch men koos voor het klassiekere ontwerp van de Gentse beeldhouwer Couvreur en architect Delvaux. Pol De Mont sprak op 9 juli 1922 bij de onthulling van het monument op de Kielbegraafplaats.
De grafconcessie was verlopen en vzw Grafzerkje vond het zijn taak om te vermijden dat bepaalde “groeperingen” het monument in peterschap zouden nemen. De mensen van de stad Antwerpen bezorgden en bevestigden, gratis, het peterschapsplaatje.

Vzw Grafzerkje zal zorg dragen voor zijn peterschap.
 
Jacques Buermans.
 
Foto’s: Leen Otte

Fadimahana


Dit is een oeroud ritueel dat op Madagaskar in stand wordt gehouden om de overledenen te eren
En op deze manier in contact te komen met hun overleden geliefden, volgens de malagasiers.
Kort samengevat komt het neer op het heropgraven van de overledenen, waarbij deze onder begeleiding van een orkest (mpihira ghasy) en het nodige voedsel en drank  stoetsgewijze, voorzien van nieuwe gewaden naar een nieuw en nu definitief graf worden begeleid. Dit gebeurd meestal ongeveer 2 jaar na het overlijden. Op het nieuwe graf worden aloalos of grafpalen geplaatst, waarbij de elementen van de paal verwijzen naar de overledene. De ganse cyclus neemt een drietal dagen in beslag en wordt door de ganse familie en bekenden uitbundig gevierd, met enorme kosten tot gevolg.
Dit is vooral in de hooglanden zoals Merina en Betsileo van toepassing, en heeft zowel voor als nadelen
De malagasiers geloven dat het vereren van de voorouders hen bescherming biedt
Een droom van een van de familieleden, kan inzicht geven in wat de overledene vraagt….bvb droomt de weduwe over een mantel, dan zal er een mantel voor de overleden echtgenoot gekocht worden en na de opgraving rond het lijk worden gelegd Na een uitgebreide  maaltijd met de voltallige familie wordt het oude graf geopend  en worden de doden stoetsgewijs en dansend rondgedragen.
Iedereen probeert de doden aan te raken, onvruchtbare vrouwen eten een stukje van de lijkwade.
Deze voorouderverering zorgt voor een zeer hechte familiale band , en ligt zelfs aan de basis van een minder grote trek naar de steden, omdat er voor de nabestaanden moet gezorgd worden. En Magash welke uitgesloten wordt van het dodenritueel van de familie is zeer zwaar gestigmatizeerd. Deze Fadimahana zorgt voor een culturele eigenheid over bijna gans Madagaskar
De Fadimahana kost echter veel geld , wat misschien beter kan gebruikt worden voor de echte ontwikkeling van het land.  Ook de staat heft belastingen op deze opgravingen. Verder worden er waanzinnige bedragen besteed aan de nieuwe graven,  ook al de gebruiksvoorwerpen van de overledene mogen niet meer worden gebruikt.  Het land van de voorvaderen mag ook niet meer verkocht worden…wat de economische ontwikkeling afremt.
Verder is dit ritueel omgeven door Fadys of taboes……welke van graf tot graf, van plaats tot plaats,  kunnen verschillen…dus buitenlander wees voorzichtig en informeer je eerst .
Het Famadihana is dus zowel een zegen als een vloek voor dit prachtige land. Voorlopig heb ik nog geen tekenen gezien dat dit gecommercializeerd wordt zoals bvb traditionele dansen in andere landen….maar dat het iets speciaal is , daar kan je van op aan.

Ooievaars


Ooievaars associëren we vooral met geboorte en brengers van nieuw leven. Maar hier zocht een ooievaarskoppeltje een geschikte broedplaats op de begraafplaats van Muizen.
 
In het Mechelse schrikken ze totaal niet meer op van deze prachtige vogels . In 1990 werden drie koppeltjes in dierentuin Planckendael geïntroduceerd. Sindsdien groeide de populatie uit tot meer dan honderd individuen in het dierenpark zelf maar ook daarbuiten. Ze leven in het wild en zoeken hun voedsel bij elkaar in de hele regio. Je ziet ze hoog cirkelen in de lucht en als er gras wordt gemaaid dalen ze af en wandelen ze de weiden af op zoek naar een kikkerbilletje of andere lekkernijen. Voor de winter trekken de meesten naar het zuiden.
Een jong koppeltje startte eind maart met hun bouwproject op het fraaie calvariekruis, centraal op het stemmige kerkhof. Het Christusbeeld zet zijn schouders onder de takken die het indrukwekkende nest vormen. Natuurpunt hoopt dat het nest zal voldoen want normaal is het rond van vorm, hier heeft het bouwend koppeltje een meer rechthoekig grondplan moeten afwerken.
Een mooi contrast tussen leven en dood, volgens buurtbewoners nog nooit gezien maar een nieuwe attractie waar veel bezoekers op afkomen. Ooievaars zijn nesttrouwe vogels, wat inhoudt dat ze elk jaar naar hetzelfde nest terugkeren. Wordt dus vervolgd !

Eddy Van Leuven
 
Karel Polet