Nieuwsbrief Nr. 10 - maart 2003

Berchem verslag van het Grafzerkjesbezoek aan de begraafplaats van Berchem


Marie Claire Vandersmissen & Edgard Nelissen maakten volgend verslag over hun bezoek aan de Berchemse dodenakker:
 
Zoals gebruikelijk had Jacques weer een bijzonder goede afspraak gemaakt met de weergoden. Hij wachtte zijn grafzerkjes op aan de ingang van de begraafplaats – enkele graden onder nul – maar in een stralende winterzon. Onmiddellijk bleek dat de geleverde inspanningen op publicitair vlak ook  vruchten afwerpen want we konden enkele “nieuwelingen” begroeten voor de rondleiding. Dit bracht het aantal deelnemers voor de voormiddag op ongeveer 20.
Tijdens een korte inleiding schetste Jacques de historiek: De vroegere begraafplaats van Berchem, gelegen rondom de Sint Willebrorduskerk, werd wegens plaatsgebrek reeds vanaf 1829 uitgebreid. Aan het einde van het jaar 1878 werd de gemeente verzocht uit te kijken naar grond om een nieuwe begraafplaats op te richten. Op 30 juni 1883 werd overgegaan tot de aankoop van een perceel op de hoek van de steenweg naar Wilrijk; nu de Koninklijke Laan, en de Oude Baan naar Mechelen, nu de Floraliënlaan. Op 31 december 1883 werd de nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. De laatste uitbreiding in 1933 gaf zijn huidige vorm.  De actuele begraafplaats is 5 hectare groot.
 
Heel wat Art Deco op deze begraafplaats.  Een groot deel van de omliggende gebouwen zijn trouwens ook in deze stijl opgetrokken.
De begraafplaats van Berchem straalt wel iets uit door het feit dat er toch een aantal mooie monumenten staan; je kan echter geen vergelijking maken met het Schoonselhof. Helaas is het onderhoud van de begraafplaats Berchem niet zo bijster goed.  Door dit slechte onderhoud verdween ondermeer de historische grafkapel van de familie Oudenkoven-Huygens. Jacques toonde ons foto’s van hoe het geweest is; dat er zulk een mooi monument uit wit marmer
met een treurende vrouw gemaakt in 1904 door een Italiaans beeldhouwer zomaar kan verdwijnen is werkelijk triest.  De grafkapel van deze kaarsenfabrikanten diende bovendien in de oorlog om Engelse parachutisten te verbergen. Er werd eten gebracht naar deze mensen  door de omwonende bevolking en dat terwijl de Duitsers zich in het nabijgelegen Rucagebouw bevonden!
 
Gelukkig bleven ook een aantal mooie monumenten overeind.  Natuurlijk elk met hun eigen verhaal dat Jacques ons tijdens de rondleiding duidelijk situeerde. Hij was niet te beroerd om deze verhalen te spijzen met diverse foto’s en artikels. Een mooi monument was dat van Ludovicus Fredericus de Merode. Hij onderscheidde zich in de Belgische omwenteling van 1830. Nadat hij de financiële steun had verleend aan de nieuwe voorlopige Belgische regering nam hij dienst als soldaat in het patriottenleger. Tijdens een schermutseling te Berchem werd hij aan het rechterdijbeen gewond en gaf een paar dagen later de geest. De bronzen takken werden door de Lierse kunstsmid Lodewijk Van Boeckel gemaakt. Ander indrukwekkend monument was de grafkapel van de familie Louis Coetermans, diamantair, kunstverzamelaar en consul van Perzië. De toegang wordt bewaakt door twee levensgrote gesluierde wachters van Arthur Pierre uit 1910 die tevens het bronzen beeld vervaardigde. We zagen ook het grafmonument voor architect Jos Bascourt, de man die de Cogels Osylei een gezicht gaf.
 
Ook op deze begraafplaats waren er een aantal vriendelijke  bewoners die ons een miaauw en een aai toebedeelden. Zij zouden eens mee moeten gaan met een rondleiding op de Westerbegraafplaats om de mooie behuizing van hun collega’s “begraafplaatspoezen” te bekijken….. gelijk zouden ze hun overplaatsing naar Gent aanvragen!

Gertrude Stein door Rudy Witse een nieuw gedicht van Grafzerkje Willem Houbrechts


Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over… Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht “Gertrude Stein”. Volgende keer meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan € 7,5. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: [email protected]. Zij moeten de plaat wel zelf komen ophalen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is. 

Gertrude Stein

 

laat het gezegd dat

iemand, als ik, nooit, zou ik, gertrude,

iets zeggen zoals jij het dacht,

stein, nooit, nee, zoals jij.

 

een schouderklop is een schouderklop,

waar, waar ook, waar in parijs

(tiens, oscar, toi aussi, mort déjà?)

of temidden van de rozen –

horen we namen?

 

en was er, als een vage geur

(vaag geurt de taal, toch, nog,

steeds)

pablo en het meesterwerk

jouw. zijn.

 

iets tokkelt niet met de idee

die we tokkelden,

als genieën.

 

Belgian connection op Père Lachaise welke “Belgen” liggen er op de moeder van alle begraafplaatsen?


De Parijse begraafplaats Père Lachaise is door iedereen wel bekend. Wie kuierde er nog nooit rond op deze dodenakker? Maar wist u ook dat er een aantal Belgen begraven liggen op deze enorme necropool? Of dat er mensen begraven liggen die met ons land een, amoureuze, een dichterlijke of andere band hadden? We gaan hier eens dieper op in.
De Belgische inbreng.
 
In de eerste plaats is hier de laatste rustplaats voor componist André - Ernest - Modeste Grétry (1741 - 1813). In zijn jeugd zingt hij in een kerkkoor in zijn geboorteplaats Luik, maar hij houdt dit na een tijdje voor gezien. Tijdens een optreden van een Italiaans operagezelschap maakt hij voor het eerst kennis met de Italiaanse opera. Hij is hiervan diep onder de indruk en besluit in dit genre zijn heil te zoeken. Hij trekt naar Rome om er te studeren en blijft daar tot 1766 en vertrekt dan, via Geneve, naar Parijs doordat de schrijver Voltaire hem daartoe aanspoort. Hij schrijft daar de opera “Les mariages Samnites”, maar dit wordt een mislukking. Na het bestuderen van een van de werken van de componist Monsigny beseft Grétry dat de komische opera zijn bestemming is en hij stort zich vol enthousiasme op het componeren van werken in die stijl. In één jaar tijd levert hij drie stukken, waaronder “Silvain”, die hem roem brengen af. Tijdens zijn verblijf in Parijs boekt hij het ene succes na het andere en hij schrijft ongeveer 50 komische opera’s die zeer gewaardeerd werden door zijn tijdgenoten. “Richard Coeur de Lion” was zijn meesterwerk. Tijdens zijn erebegrafenis op 27 september 1813 houdt de componist Etienne Nicolas Méhul, die naast Grétry begraven ligt, een toespraak in naam van alle aanwezige musici. Het monument voor deze componist bevindt zich in divisie 11.
 
Georges Rodenbach (1855 - 1898), symbolistisch Belgisch dichter. Het, verdwenen, epitaaf vermeldde “Seigneur, donnez-moi donc cet espoir de revivre. Dans la mélancolique éternité du livre”. Ofwel was het de bedoeling van de Vlaamse dichter, schrijver van “Bruges La Morte”, uit 1892, om Christus te vervoegen, ofwel wenste hij te genieten van de onsterfelijkheid die zijn werken hem verleenden. Het marmeren beeld “een wereldlijke verrijzenis” werd in 1902 verwezenlijkt door Charlotte Besnard. Beeldhouwer Albert Roze werd door dit werk geïnspireerd bij het maken van zijn graftombe voor Jules Verne in Amiens, in 1907. Het werk staat op divisie 15
Een merkwaardig grafmonument is dit voor Etienne Gaspard Robertson (1763 - 1837), op divisie 8. Deze natuurkundige, van Luikse afkomst, was in geheel Europa bekend voor zijn experimenten met zinsbetovering, vooral gebruikt in het theater. Robertson was eveneens bezeten van de luchtvaartkunde en hij vond een parachute uit. De beeldhouwer Hardouin heeft deze beide passies van Robertson overgebracht op het monument. Aan weerszijde van dit, met funeraire symbolen versierde monument, vindt men hoogreliëfs. De ene toont een scène van zinsbetovering, de andere het opstijgen van een luchtschip.
Zénobe - Théophile Gramme (1826 - 1901). Deze Belgische elektrotechnicus is in zijn jonge jaren schrijnwerker. In 1856 vestigt hij zich in Parijs, waar hij in een fabriek van elektrische apparatuur aan het werk gaat. In 1867 vraagt hij zijn eerste octrooi aan: hij weet bij wisselstroommachines een verbetering aan te brengen. In 1869 bedenkt hij een collector waardoor de bouw van gelijkstroommachines mogelijk wordt. In 1871 toont hij de eerste dynamo aan de Académie des Sciences. Op het eind van vorige eeuw werd de overledene graag afgebeeld in een familiale sfeer. Dikwijls gezeten en vergezeld van voorwerpen die het mogelijk maken de overledene te identificeren. In 1901 werd Gramme, door beeldhouwer Mathurin Moreau, voorgesteld in een Louis XVI zetel met de dynamo, waarvan hij de uitvinder was, in de hand. Dit alles op divisie 94.
 
Albert Grisar (26-12-1808 Antwerpen - 15-6-1869 Asnières), componist. Debuteerde op 25-jarige leeftijd met “Le marriage impossible”. Verder werken “Gilles ravisseur”, “Les Pocherons”, “Le carilloneur de Bruges”, “Les amours du diable” “La chatte merveilleuse”. Hem vinden we op divisie 71.
 
Zij hebben Belgische “roots”
 
Jacques - Louis David (1748 - 1825). Deze grootmeester van de Franse schilderkunst is zowel de grondlegger van het zogenaamde neoclassicisme als de leermeester van onder meer Antoine Jean Gros, Jean Auguste Dominique Ingres en Auguste Preault. Deze kunststroming grijpt terug naar de klassieke oudheid. Dit blijkt uit de titels van zijn werken “Het gevecht van Minerva met Mars” en “De opvoeding van Achilles”. Zijn werk als schilder kan David goed verenigen met zijn positie als vooraanstaand opinieleider tijdens de Franse Revolutie en het Napoleontische Keizerrijk. Door zijn volledige steun aan Robespierre wordt David, in 1793, meegesleurd in diens val en een jaar later wordt de schilder veroordeeld tot gevangenisstraf in de cellen van het “Palais du Luxembourg”. Uit deze periode stammen “Eed in de Kaatsbaan” en “De Dood van Marat”.  In 1795 ontmoet hij Napoleon die hem tien jaar later tot hofschilder benoemt. De val van Napoleon te Waterloo maakt dat hij dient te vluchten naar Brussel waar hij in ballingschap gaat. Enkel het hart van David ligt op Père Lachaise begraven. Zijn lichaam ligt nog steeds op de begraafplaats van Evere daar de Franse koning Charles X de overbrenging van het lichaam weigerde. Hij was de meest begaafde kunstenaar van zijn generatie. Het bronzen medaillon is van de hand van Normand. Divisie 56.
 
Cléo de Merode (1875 - 1966). Deze actrice en danseres had verscheidene tumultueuze liefdesrelaties. Ze was onder meer de maîtresse van Leopold II van België. Zij vond ook een nieuw soort kapsel uit en poseerde voor het werk “la Danseuse” van Jean – Alexandre - Joseph Falguières. Ze snoerde alle criticasters de mond door in het dagblad de Figaro te verklaren: geachte heer directeur, gelieve te noteren dat het werk van Falguières enkel mijn gelaatstrekken heeft en het spijt me dat iedereen denkt dat ik naakt poseerde”. Het beeld op divisie 90 is van de hand van beeldhouwer Périnat, uit 1909.
 
Op divisie 13 ligt Ignace Pleyel een uit Oostenrijk afkomstig componist. Hij vestigde zich, in 1795, in Parijs en stichtte er eerst een muziekuitgeverij, later een pianofabriek. In 1831 huwt hij met Marie Moke, dochter van een Duitse moeder en een naar Frankrijk uitgeweken Torhoutse professor in de linguïstiek. Deze begaafde pianiste brak een verloving met Hector Berlioz af om met Camille Pleyel te huwen. In 1835 zijn ze reeds uit de echt gescheiden. Marie Pleyel, die de familienaam van haar echtgenoot blijft behouden, vestigt zich, in 1842, in Brussel waar zij, in 1875, sterft. Het prachtige grafmonument voor Marie Pleyel bevindt zich op de begraafplaats van Laken.
 
Nog een Belgische kunstenaar.
 
Op divisie 11 ligt Fernand Arbelot. (1880 – 1942) We weten niets over de persoon van Arbelot enkel dat hij voor zijn schoonmoeder, zijn echtgenote en hemzelf een merkwaardig monument liet oprichten. Op dit graf treffen we een prachtige bronzen  mannengisant, Arbelot, met in zijn hand een vrouwenmasker, zijn echtgenote. Het is van de hand van de Belgische beeldhouwer Adolphe Wansart. Het epitaaf vermeld: “Ils furent émerveillés du beau voyage. Qui les mena jusqu’ au bout de la vie”.

Kerkhoven blijven ’s nachts open schepen Pairon past reglement toch aan, na heftige reacties van een aantal Grafzerkjes


Donderdag 30 januari werd ik verrast door een telefoontje van een redacteur van “Gazet van Antwerpen” met de vraag wat ik vond van de beslissing van schepen Pairon om, voor een proefperiode van zes maand, kerkhoven en begraafplaatsen ’s nachts en tijdens de weekeinden open te laten als besparingsmaatregel.
 
Het gaat over een besparing van 22 000 euro. Ik reageerde geschokt en zegde “Ik vrees dat je de deur dan letterlijk voor iedereen openzet, ook voor mensen zonder goede bedoelingen”. Schepen Pairon stelde dat de Berendrecht en Zandvliet allang niet meer afgesloten worden en dat er geen stijging van vandalisme was. Ik reageerde: “Voor de kleinere kerkhoven verwacht ik geen problemen ook al omdat die zich in een gemeente- of dorpskern bevinden zodat er toch nog een grote sociale controle is. Ik houd mijn hart vast voor bijvoorbeeld het Schoonselhof: de monumentale zerken zijn zeer begeerd bij dieven. Als de poort ’s nachts openstaat dan kunnen zij met de wagen gewoon binnenrijden. De poort is nu nog een drempel”. Een aantal Grafzerkjes kropen in hun pen en schreven een lezersbrief.
 
Ikzelf stuurde maar een brief naar schepen Pairon, anders doet hij weer of zijn neus bloedt en verklaart hij weer dat er geen tegenkantingen zijn. Een neerslag van de brief die ik hem stuurde: “Vorige week donderdag was ik even verrast toen ik opgebeld werd door “Gazet van Antwerpen” om mijn visie te geven over een proefproject om kerkhoven en begraafplaatsen gedurende zes maanden niet meer af te sluiten als besparing. Zoals ik de redactie zegde stelt het probleem zich niet zo erg op kleinere kerkhoven maar is dit wel een probleem op het begraafpark Sint Fredegandus en de begraafplaatsen van Berchem en Schoonselhof. Zoals u weet zet ik mij, samen met een aantal anderen, reeds jaren in om belangrijke monumenten te bewaren, nabestaanden aan te zetten hun graven te onderhouden en de bezoekers aan de dodenakker het nodige respect voor het funerair erfgoed bij te brengen.
 
In het verleden werden wij op de begraafplaats Schoonselhof reeds geconfronteerd met de afbraak van een aantal waardevolle monumenten, vandalenstreken op de begraafplaats en zwervers. Dingen die ik u indertijd ook meldde.
 
Indien nu de begraafplaats niet meer afgesloten wordt, ’s avonds en tijdens de weekeinden, geeft u de dieven en vandalen als het ware carte blanche. De laatste tijd wordt het Schoonselhof opnieuw geconfronteerd met diefstallen. Indien nu de dodenakker niet meer afgesloten wordt zal dit zeker in de lift zitten. Op de begraafplaats wordt met de wagen gereden zodat eventuele dieven dag en nacht op- en af kunnen rijden om de gegeerde kunstwerken in hun bezit te krijgen. Het probleem in Antwerpen, in tegenstelling met alle andere grote steden, is dat er zelfs tijdens de dag geen enkele controle is. Op de Westerbegraafplaats te Gent en op de begraafplaats Evere te Brussel, begraafplaatsen waar eveneens met de wagen gereden wordt, is er een strenge controle op in- en uitrijdende wagens. In Gent is zelfs een nieuwe toegangsweg aangelegd zodat wagens niet op het oude gedeelte dienen te komen, enkel wie ouder is dan 70 jaar wordt met de wagen op de Westerbegraafplaats toegelaten. In Brussel worden alle nummerplaten genoteerd. Daarenboven is het niet toegelaten, zonder voorafgaandelijke toestemming en met opgave van redenen en controle van de identiteit van de aanvrager, om te fotograferen op deze en nog vele andere dodenakkers. Niets van dat alles in Antwerpen.
 
Wanneer er nu nog “opendeur” gehouden wordt is dit echt een uitnodiging aan het adres van kunstdieven. Bezuinigingen akkoord, maar toch niet op zulke wijze. Daar komt nog bij dat het Schoonselhof tijdens de week geopend en gesloten door de mensen die op de begraafplaats werkzaam zijn. Het is enkel tijdens het weekeinde dat een verantwoordelijke van elders dient te komen om de begraafplaats te openen en te sluiten.
 
Ik ben steeds bereid om mijn steentje bij te dragen om te belabberde financiële toestand van de stad Antwerpen te verlichten. Ik wil, misschien ook voor een proefperiode van zes maand, mij opofferen om zaterdag en zondag de begraafplaats Schoonselhof af te sluiten.
 
Indien de toestand van de stad zo belabberd is vrees ik dat met zulk een kleine besparing de stad niet uit de rode cijfers geraakt. Indien het niet voldoende is vrees ik dat er, in een eerste fase, de beleidsmensen niets tegenhoud om het Openluchtmuseum Middelheim dag en nacht open te laten. Ik mag er niet aan denken dat, wanneer dit toch nog onvoldoende blijkt om de stad uit de rode cijfers te halen, een volgende stap het openstellen, zonder enige controle, van de Antwerpse musea is. U lacht maar de begraafplaats Schoonselhof is ook op een welbepaalde manier een museum. De stad wil altijd zo graag het Schoonselhof promoten als het Antwerpse Père Lachaise. Wel, als ze dat dan willen zorgen ze voor permanente bewaking en strenge controles op in- en uitrijdende voertuigen. Ik verzorg regelmatig rondleidingen op deze, en andere buitenlandse, dodenakkers en ik kan u vertellen dat er overal strenge controle is, dat steeds alle nummerplaten van voertuigen genoteerd worden, dat gidsen verboden is zonder voorafgaandelijke toestemming (behalve de door de begraafplaats gekende gidsen) en dat, op Père Lachaise, ’s nachts constant gepatrouilleerd wordt met honden.
 
Ik kan er inkomen dat deze dingen een extra financiële belasting met zich meebrengen en dat de stad Antwerpen zuinig dient te zijn maar het openlaten, dag en nacht, van het Schoonselhof is, voor mij, echt een stap te ver in de bezuiningsronde van de stad Antwerpen.
 
Hopende dat het niet zo ver dient te komen, dank ik u heer Pairon voor de moeite die u zich getroost om dit epistel te lezen en daar, hopelijk gunstig, op te reageren.
 
Lezersbrief van Grafzerkje Willy Cornelissens in Gazet van Antwerpen van 4 februari:
Blijkbaar is men in het tijdperk van de besparingen in de stad Antwerpen nu zover gevorderd dat men op het afsluiten van de begraafplaatsen aan besparingen wil doen. Een proefperiode van zes maanden waarin onder meer onherstelbare schade kan aangericht worden. Besparingen op een loonkost om 's morgens de poort te openen en 's avonds de poort weer te sluiten. Daartegenover wil men dan wel een politiepatrouille de begraafplaatsen laten controleren. Daar men het heeft over besparingen dient men hieruit te verstaan dat deze patrouille uit vrijwilligers zal bestaan, zonder loonkosten. Of zijn in de toekomst die enkelingen, die met het behoud en de verdere verkommering van waardevolle monumenten zijn begaan, verplicht om aan de poort een wachtpost te voorzien om te voorkomen dat er bij nacht en ontij waardevolle ornamenten verdwijnen. Wie heeft ooit het gezegde verzonnen “De gelegenheid schept de dief”.
Andere Grafzerkjes lieten zich evenmin onbetuigd en stuurden hun grieven naar het kabinet van schepen Pairon. François Philibert schreef het volgende:
 
Begraafplaatsen altijd open!!!
 
Als geboren en getogen Hobokenaar, wonende op loopafstand van het Schoonselhof, waardeer ik reeds jaren de schoonheid van dit domein. Een prachtig domein, zowel op gebied van natuur als van funeraire kunst, waarvoor we de Antwerpse vroede vaderen, die het kasteel­domein in 1911 aankochten van de erfgenamen van Jules Moretus om er een schitterende begraafplaats van te maken, dankbaar mogen zijn. En decennialang hebben onze voor­ouders gewerkt om de monumentale grafzerken van het Kiel­kerkhof van de ondergang te redden door ze over te brengen naar het Schoonselhof. Tijd nog moeite werd daarvoor gespaard. Het resultaat van hun inspanningen was dan ook rechtuit schitterend. De lyrische ontboe­zemingen daarover uit die periode zijn interessante lectuur.
Helaas, sommigen van onze huidige generatie schijnen die gevoeligheid voor ons gemeenschappelijk verleden niet meer te bezitten. De eerbied voor onze doden evenals de eerbied voor alles wat waardevol is, neemt af. Wie zei er ook weer: “Een volk zonder geheugen is een volk zonder toekomst”? Al te veel tastbare herinneringen aan ons verleden zijn verdwe­nen.  Laten wij dan toch alstublieft zorg dragen voor wat ons overblijft!
In die optiek las ik tot mijn ontsteltenis in uw krant van vrijdag 31 januari, dat de stad Antwerpen met de gedachte speelt om de begraafplaatsen dag en nacht open te stellen. Mijn beste mensen, kunnen jullie zich voorstellen tot wat dit leiden zou. Ik erger mij reeds lang aan het toelaten op de begraafplaats van autoverkeer overdag. Wat is er gemakkelijker voor kunstdieven dan met hun wagen tot vlakbij het gegeerde voorwerp te rijden en op te laden.  De kans op controle is vrijwel onbestaande. En nu zou dit autoverkeer zelfs ’s nachts moge­lijk worden! Daardoor zou U de poort letterlijk en figuurlijk openzetten voor individuen met minder goede bedoelingen. Buiten diefstallen en vandalenstreken is nog alles denkbaar. Zijn de wegen van het Schoonselhof niet de ideale plaatsen voor joyriding of om te leren auto­rijden?  De doden lopen immers niet in de weg!
Om te kamperen is het Schoonselhof ook een ideale plaats: rustig en door niemand gestoord.  En mobilhomes vinden daar ook een excellente standplaats. Ook een fuif of een drugsfeestje moet kun­nen. De witte tornado’s zullen de bierblikjes wel opruimen. En ook het vieren van de zomer­wende moet kunnen op de graven. Ze doen het wel in Stonehenge! 
Alle gekheid op een stokje, beste mensen, een begraafplaats is een veel te eerbiedwaardige plaats om mee te sollen. Ze dag en nacht openstellen kan gewoon niet. U spreekt in de krant van een extra politiepatrouille om een oogje in het zeil te houden. Daar geloof ik niet in en het Schoonselhof is zo uitgestrekt dat de politie onmogelijk iemand die zich wegstopt kan ontdekken. Vroeger -lang geleden - zag ik altijd een politieagent in het lokaal bij de in­gangspoort. Waar zijn de bewakers nu?
En die besparing van 22.000 euro waar u van spreekt. Ten eerste is dat voor een stad als Antwerpen maar een bagatel, en ten tweede zou het wel eens een veelvoud daarvan aan de stad kunnen kosten in plaats van te besparen. Om de poort ’s morgens te openen en ’s avonds te sluiten zie ik toch de mensen die op het Schoonselhof werken dat doen. Daar kan de stad vol­gens mij weinig of niets besparen.
Volgens Van Dale is de betekenis van het woord “vroed” in vroede vaderen, “wijs”.  Ik wens alle Antwerpenaren dat zij bestuurd mogen worden door vroede vaderen!
 
Grafzerkje Johan Moeys liet zich evenmin onbetuigd:
 
Ik vernam dat de stad Antwerpen besparingen gaat doorvoeren en als maatregelen o.a. de begraafplaatsen niet meer zal afsluiten. Voor mij, lid van de Terebinth (vereniging voor funeraire cultuur), duidt dit op een gebrek aan respect aan de overledenen. Er is nu al zoveel last van vandalen en dieven. Waardevolle kunstwerken worden gestolen, andere gevandaliseerd. De poort staat nu open voor allerlei bizarre nachtelijke rituelen, zoals bij satanische sekten. In Gent heeft men om die redenen besloten om de begraafplaatsen 's nachts af te sluiten. Antwerpen gaat in de omgekeerde richting. Wie gaat er de verantwoordelijkheid nemen als de nabestaanden klacht indienen voor vandalisme of diefstal? 
 
Ten slotte wil ik u het epistel van Grafzerkje Daniël Coninx niet onthouden. Op de hem eigen wijze schreef hij naar schepen Pairon:
 
Van verschillende kanten wordt mij Uw nieuwste voornemen inzake bezuinigingen onder de aandacht gebracht. Volgens "Gazet Van Antwerpen" heeft U het plan opgevat om gedurende een periode van zes maanden de Antwerpse begraafplaatsen 's nachts en tijdens het weekeinde niet meer af te sluiten.
Dergelijk voornemen vloeit mijns inziens voort uit twee mogelijke oorzaken:
Ofwel heeft U één en ander niet volledig overwogen. Ik ben het met U eens dat er op een kerkhof weinig toezicht op de bewoners nodig is. Die houden zich meestal wel rustig. Op moderne kerkhoven staan daarenboven doorgaans dergelijke misbaksels van zerken dat geen weldenkend kunstrover het in zijn hoofd zal halen om ermee aan de haal te gaan.  De vernielingen die vandalen aan dergelijke zerken kunnen toebrengen kunnen in het beste geval als gerechtvaardigde kunstkritiek bestempeld worden. De teraardebestelden zullen het ongetwijfeld met U eens zijn, aangezien er nog geen enkele over is komen protesteren.
Anders is het gesteld met de historische begraafplaatsen. Een begraafplaats als het Schoonselhof is een historisch monument. Ik kan begrijpen dat U, als lid van een progressieve partij, meer aandacht heeft voor de toekomst dan voor het verleden, (wat uiteraard zeer begrijpelijk is: de bewoners van het Schoonselhof gaan bij de eerstvolgende verkiezingen bijvoorbeeld niet meer stemmen) maar misschien heeft U er niet bij stilgestaan dat de overledenen ook nog nabestaanden hebben. Die zullen het U, naar alle waarschijnlijkheid, niet in dank afnemen als door de door U voorgestelde maatregel de graven van hun (voor)ouders beschadigd worden.
Heeft U er tevens bij stilgestaan dat de bewaking van onze begraafplaatsen nu reeds een lachertje is in vergelijk met andere kerkhoven in België?
Misschien heeft niemand U hiervan in kennis gesteld, maar het openen en sluiten van de begraafplaatsen wordt doorgaans verricht door de aldaar tewerkgestelden. Veel kosten zal U daar dus niet kunnen besparen. Mogelijk kan U voor het weekeinde beroep doen op vrijwilligers: die hebben als enorm voordeel dat ze gratis werken en als bonus hun werk nog graag doen ook.
Ofwel (en dit geloof ik pas als er de nodige bewijzen voor geleverd worden) heeft U een hekel aan begraafplaatsen en ziet U ze liefst zo snel mogelijk verdwijnen.  Het afbreken van de begraafplaatsen is echter politieke zelfmoord.  Het afbreken aan "derden" overlaten is dan een prima oplossing.
Dit mag U enigszins sarcastisch overkomen, maar U zal allicht begrijpen waar ik heen wil.  Uit ondervinding weet ik dat een schrijven gesteld in niet-alledaagse termen de beste kans maakt iemand tot herziening van zijn, mogelijk impulsief, genomen beslissingen. Ik meen uit de krant te hebben begrepen dat het slechts een voorstel betreft, en nog geen concrete beslissing. Ik verzoek U dan ook vriendelijk Uw plan opnieuw te bekijken en de 500€ die deze besparing per jaar kan opbrengen elders te zoeken. Daarvoor zijn in Uw ambt en die van Uw collegae ruimschoots mogelijkheden te vinden. Ik zal U graag assisteren in deze indien U daarvoor mijn hulp nodig zou hebben.
Hopende U hiermede tot heroverweging gestemd te hebben, verblijf ik, geachte heer schepen, met vriendelijke groeten.
Al deze schrijvers kregen ongeveer hetzelfde antwoord van de heer Gab. De Buysscher, kabinetschef van schepen Pairon:
Geachte heer
 
Ook ik was verrast door het krantenartikel. Zoals u weet zijn er ideeën om de begraafplaatsen beter toegankelijk te maken. Dit naast een aantal voorstellen die een betere valorisatie van het funeraire erfgoed mogelijk moeten maken. Verder dan het vastleggen van de principes in administratieve documenten zijn we echter nog steeds niet. Het nieuwe politiereglement moet nog steeds voor de eerste maal aan het college voorgelegd worden. Moet vervolgens naar de gemeenteraad en naar de hogere overheid. 
Verder is er het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen dat dient aangepast na de wijzigingen aan het politiereglement. Hierin lijkt mijn de juiste plaats om zorg te dragen voor de eigenheid van ieder van de begraafplaatsen 
Het is duidelijk dat het laatste woord nog niet gezegd is maar dat de wijzigingen positief zijn. Kritische opmerkingen om nieuwe problemen te voorkomen zijn steeds welkom maar u zal ook al gemerkt hebben hoever de fantasie van sommigen afwijkt van de werkelijkheid.
Voor alle duidelijkheid het besluit van de gemeenteraad van Antwerpen blijft onverminderd van kracht  dit betekent dat de begraafplaatsen gesloten blijven.
Ik hoop verder te kunnen rekenen op een positieve dialoog
 
hoogachtend
voor Erwin Pairon
schepen
gab de buysscher
adviseur 
 
In Gazet van Antwerpen van 11 februari stond volgend artikel:
 
Om diefstallen van grafmonumenten en het heimelijk storten van afval op de begraafplaats Schoonselhof te beletten, blijven de poorten ‘s avonds gesloten. Voor de andere begraafplaatsen handhaaft schepen Erwin Pairon (Agalev) zijn voorstel om de poorten ook na zonsondergang op te houden. Het is alleen wachten op het nieuwe politiereglement.
 
Door de poorten open te houden, bespaart de stad 22.000 euro per jaar. Een aantal mensen, zoals de gids op het Schoonselhof Jacques Buermans, uitte hun bezorgdheid voor het Schoonselhof. Schepen van Begraafplaatsen Pairon komt hen nu tegemoet.
 
“In het huishoudelijke reglement van de begraafplaats Schoonselhof zetten we duidelijk dat de poorten ‘s avonds worden gesloten”, zegt Gab De Buysscher, kabinetschef van schepen Erwin Pairon.“Voor de andere begraafplaatsen wachten we op het nieuwe politiereglement. Daarin staat dan dat de kerkhoven gesloten zijn van zonsondergang tot zonsopgang. Nu is dat tussen 16.30u en 8.30u. De poorten blijven wel open.”
 
 
Wij durven te hopen dat de brieven die de Grafzerkjes naar schepen Pairon stuurden geholpen hebben. Het is al een begin want bij de andere begraafplaatsen en kerkhoven blijft de schepen bij zijn beslissing om de poorten open te laten. Alsof dieven zich zullen laten afschrikken door een bordje dat zegt dat de kerkhoven gesloten zijn van zonsondergang tot zonsopgang!

Awards de winnaars van de Grafzerkjesawards gaven een reactie


De winnaars van de Grafzerkjesaward gaven volgende reactie.
 
Rudy D’Hooghe was zeer vereerd dat de Westerbegraafplaats uitverkoren is als mooiste begraafplaats en dat An uitverkoren werd als beste gids.
 
An Hernalsteen liet ons weten: Dat “mijn kerkhof” in de prijzen valt, is natuurlijk een veel grotere eer dan het feit dat ik de hoofdvogel afschiet. Ik ben ervan overtuigd dat mijn collega's-funeraire gidsen eveneens puik werk geleverd hebben. Het enige pluspunt en bijgevolg voordeel waarover ik beschik, is mijn entourage. Pauli's landschapstuin is zo overdonderend mooi dat de bezoekers er “mijn klok” gewoon maar bijnemen.
Tot zover An Hernalsteen, niet alleen een puike gidse maar ook nederig en vol lof voor haar collega’s. In een volgende Nieuwsbrief krijgt u fotomateriaal over de overhandiging van de awards aan de winnaars.

Dichter op het graf poëzie op de begraafplaats Schoonselhof


Prachtig initiatief van “Hoboken Literair” naar aanleiding van de “Dag van de poëzie”. Met “Dichter op het Graf” brachten een aantal dichters poëzie op de graven van hun overleden broeders. Zo’n 15 moedigen trotseerden het winterweer maar kregen daar in de eerste plaats een prachtig decor van een besneeuwde begraafplaats Schoonselhof voor in de plaats. De rondleiding verliep aan de chaotische kant. Blijkbaar hadden een aantal dichters op het laatste moment afgehaakt, anderen kwamen rijkelijk laat en er was niet op voorhand afgesproken wie wat waar ging voordragen. 

Eerst werd er halt gehouden aan een boom waar men een “dadaïstische” boodschap vond ter herdenking van René Steylaerts, cafébaas en dadaïstisch kunstenaar. Op het kunstenaarsereperk werden bij de graven van Hugues C. Pernath, Nic Van  Bruggen en de recent overleden dichter Gust Gils gedichten voorgedragen door Tony Rombouts en Jean Emile Driessens. Bij Herman De Coninck droeg Jean Emile een gedicht voor over het kerkhof van Port Cros uit de dichtbundel Schoolslag. Op het ereperk werd lang stilgestaan bij Paul Van Ostaijen. Daar kregen de eerder genoemde dichter het gezelschap van Peter Holvoet Hanssen (zie foto) die hier een “performance” deed met een ode aan de onbekende soldaat. Van Willem Elsschot werd enkel zijn “Moedergedicht” voorgedragen. Bij Gaston Burssens kreeg het gezelschap de hulp (?) van ene Wilfried Houjebek , zijn naam was nog niet zo slecht gekozen, want hij brabbelde te veel en te lang. Dan vond ik Didi de Paris veel beter met proza over Sneeuw. Van dat moment was het gezelschap blijkbaar helemaal de pedalen kwijt en wisten ze echt niet meer wat te doen. Dan maar terug naar het kunstenaarsereperk. Nog een gedicht over Gust Gils en bij het graf van Ferre Grignard werd afgesloten met een gedicht van Tony Rombouts “In de muze”. Peter Holvoet Hanssen deed hier weer een “performance” en Didi de Paris eindigde met iets over het overlijden en de begrafenis van een man van  240 kilogram met een enorme … ge weet wel wat. Humoristisch en sarcastisch. Persoonlijk vond ik dit niet slecht alhoewel sommige mensen daar misschien aanstoot aan konden nemen.

Het idee, “Dichter op het Graf”, is zeker voor herhaling vatbaar maar dan dient er toch eerst een degelijk scenario opgesteld worden zodat de dichters de voorziene twee uur kunnen volmaken zonder te veel uit hun mouw te moeten schudden. De helft van de dichters was mij onbekend maar, op onze Nederlandse vriend na, konden ze mij allemaal wel bekoren met wat zij ten gehore brachten.

Crematorium Brussels crematorium, een fabriek zonder oog voor menselijke gevoelens?


Een donderdagmorgen in februari diende ik een zeer goede vriend naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. Plaats van het gebeuren: het crematorium van Brussel of liever “crématoire de Bruxelles”. Ontvangstpersoneel bij de vleet maar Nederlands spreken: mon oeil. Dit is dus geen alleenstaand feit, Philippe Theys meldde eerder al een soortgelijk wedervaren.
 
Erger nog was dat dit crematorium een echte fabriek was waar alle respect voor de overledene onbestaand was. Nu kan ik aannemen dat het in Ukkel een drukke bedoening is maar ik veronderstelde toch dat crematie niet enkel was: het op een zo snelle manier verassen van een lichaam. In de aula, waar men de familie kon condoleren, kreeg men niet meer of minder dan 15 minuten toegewezen. Onze “slot”, zoals dat in luchtvaarttermen genoemd wordt, was 11.15 uur en niet 11.14 uur want dan was uw ruimte nog ingenomen door een andere familie. 11.15 uur dus en stipt 11.30 diende de stoet de aula te verlaten, de volgenden stonden ons reed op te wachten, om zich naar de ceremoniehal te begeven. Daar stond een priester, of wat daar toch moest voor doorgaan, de familie op te wachten. Hij stond achter een soort katheder, volgens mij stond hij precies aan de toog op zijn volgende pint te wachten, en hij ratelde een verhaaltje af zonder enige emotie en zonder op eerder welk ogenblik naar de overledene te verwijzen. Het enige persoonlijke dat in de toegemeten tijd kon één lievelingsmuziekstuk van de overledene te gehore brengen en een, korte, toespraak door een neef. Terwijl de familie en de vrienden afscheid namen van de kist met de overledene werden de bloemstukken reeds verwijderd en werden de bezoekers, manu militari, dat wil zeggen alleen in het Frans, kordaat verzocht de ruimte verlaten want de volgende groep stond reeds te wachten. De uitstrooiing zelf was helemaal een lachertje. Het gezelschap werd, door een bediende van het crematorium, dat wil zeggen ook alleen in het Frans, verzocht de asuitstrooiing bij te wonen. De zonen van de overledenen mochten twee bloemstukken uitkiezen, de asse werd uitgestrooid, de bediende groette de uitgestrooide asse en dat was het dan.
 
Nu zit ik altijd op Antwerpen te kappen. Wel, dat ze in het dorp Brussel dan maar eens een kijkje komen nemen. Het crematorium aldaar wordt beheerd door een intercommunale en die mensen leveren prachtig werk. Men wordt daar op een zeer serene keurige manier ontvangen, naar een van de twee aula’s gebracht waar men ruimschoots de tijd krijgt de familie te condoleren. Dan volgt de uitvaartplechtigheid waar ofwel iemand van het crematorium een mooie boodschap voorleest of waar men de familie of de vrienden uitgebreid de tijd geeft om een persoonlijk cachet te geven aan de uitvaartplechtigheid. De verstrooiing, het dorp Antwerpen bezit meerdere strooiweiden waar, via een beurtrol, om de beurt asse verstrooid wordt. De bloemen mogen daar zo lang mogelijk blijven liggen aan de ingang van de strooiweide. 

Funeraire avond Enkele Grafzerkjes verzorgden een funeraire avond


In galerij Gartner & Partner aan de Pourbusstraat op het Antwerpse Zuid vond, tussen 27 februari en 29 maart een tentoonstelling “kerkhofblues” plaats. De galerijhoudster vroeg of wij, de Grafzerkjes, een meerwaarde zouden kunnen geven aan deze tentoonstelling. Daarom dokterden we een funeraire avond uit. Zo’n 50 belangstellenden, waaronder een tiental Grafzerkjes, maakten het gebeuren mee.
 
Grafzerkjes Jenny Bonnast & Jean Donny bezorgden het volgende verslag.
 
De galerij “Gartner & Partner” heeft ons vergast op Kerkhofblues: schilderijen van Erwin De Bie en poëtische teksten van Sabine De Vos. 
 
De teksten van Sabine De Vos - mooi gedrapeerd tussen de schilderijen - waren heel intimistisch en beklijvend. De gedichten spraken van veel respect en van zorg van de levenden voor de doden. De schilderijen van Erwin De Bie kwamen nogal hard en cru over maar werden getemperd door de gedichten.
 
Mieke Versées stelde haar diareeks “Schoonselhof” voor opgeluisterd met gedichten door Grafzerkje Willem Houbrechts die tevens zijn gedichten over Père Lachaise heeft voorgedragen  Dit vormde een mooi geheel.
 
De diareeks sprak over het samenspel van natuur en verval. Prachtige beelden (letterlijk en figuurlijk) wisselden elkaar af. De ganse geschiedenis van de stad Antwerpen passeerde de revue. Ze gaven een goed overzicht van de rijkdom van het Schoonselhof zoals wij het mochten leren kennen.
 
Onze vriend Jacques Buermans heeft de avond afgesloten met een ludieke voordracht met als titel “Humor, horror, tragiek en een vleugje erotiek op de begraafplaats”.
 
De voordracht van Jacques ging in turbotempo vooruit. Hij vertrok op de “opendeurdag” van één van de Londense Victoriaanse begraafplaatsen naar Highgate, vandaar over Père Lachaise naar Wenen, Genua en Milaan om te eindigen in België op Campo Santo en de begraafplaats van Evere en last but not least, wat hadden jullie gedacht?  Ja, ja het Schoonselhof. Jacques heeft hier een schat aan anekdotes verzameld. Misschien is Jacques zo vriendelijk om zijn integrale tekst in het Grafzerkkrantje te publiceren zodanig dat alle grafzerkjes hiervan kunnen genieten?
 
Daarna konden we uitgebreid nakaarten met een glaasje jenever in de hand aangeboden door: alweer Jacques!
 
Met dank aan Jenny & Jean. Jacques gaat de tekst niet in de Nieuwsbrief zetten daar het een voordracht betrof, geïllustreerd met dia’s en daar ik vind dat bij het publiceren van de tekst te veel verloren gaat. Het programma zelf, waar toch nog wat aan geschaafd dient te worden, zou wel kunnen dienen bij een of andere funeraire gelegenheid. Ik denk aan de voorstelling van een boek, bij een tentoonstelling of zelfs bij een Open Monumentendag.