Nieuwsbrief Nr. 101 - september 2017

Monumentale Torino ofte een begraafplaats voor ons alleen


We dienden op voorhand een schriftelijke toestemming aan te vragen met een kopij van onze identiteitskaart en dan verkregen we toestemming om op maandag de begraafplaats te mogen bezoeken. Waarom? Wel maandag is de begraafplaats enkel open voor begrafenissen, bezoekers mogen niet binnen? Enkel personen met een toelating tot fotograferen mogen dat wel. Dus we hadden de begraafplaats bijna voor ons alleen. 
Teresa Ferrero was operettezangeres en bekend onder het pseudoniem Isa Bluette. Het monument is een werk van Giacomo Giorgis. Enkele prachtige beelden: Brancatelli. Grosso, Pierino Gilardinien Hofmann. Deze laatste ligt onder een beeldhouwwerk van Leonardo Bistolfi.
Jolanda di Savoia was de eerste dochter van Victor Emmanuel II en Elena van Savoy. Zij is het enige lid van de familie welke hier begraven werd. Prachtig beeld voor Elisabetta Marchionni. Durio ligt onder een werk van Leonardo Bistolfi. 
Rosa Vercellana huwde met Victor Emmanuel II. Het was een morganisch huwelijk (hij huwde in 1869 met iemand van een veel lagere stand) en zij werd gravin van Mirafiori en Fontanafredda. Zij overleed in 1885. Het huis van Savoy verbood dat zij werd begraven in Superga, het pantheon van de familie. Haar kinderen bouwde dan maar een “mini”-pantheon in Mirafiori. Haar stoffelijke resten werden in 1972 naar hier overgebracht omdat het mausoleum veelvuldig te maken had met vandalisme. Men noemde haar “la bela Rosa”. 
In de gaanderij enkele mooie beelden: Gabrioletti. Een werk van Pietro Della Vedova. Guiseppe Barbaroux was politicus en minister onder Carlo Alberto. De begraafplaats bezit ook een Joodse afdeling. Vandaar heeft men ook zicht op Superga. Ricardo Sineo was politicus en minister. Benedetto Brin stichtte de Royal Navy Academy in Livorno. Het beeld is van beeldhouwer Cesare Reduzzi. 
Het monument van de partizanen is een werk van architect C. Molino en beeldhouwer Umberto Mastroianni. Trossarello  en een prachtig monument. In een gaanderij ligt Carlo Sada. Hij was architect van onder andere de eerste uitbreiding van deze begraafplaats. Het is een werk van de bekende beeldhouwer Guilio Monteverde die met veel werk vertegenwoordigd was op Staglieno in Genua. Luigi Bolmilda was bankier en financier. Hij was een van de stichters van de Bank van Turijn. Bij heel veel monumenten op deze begraafplaats staat een verklarende tekst in het Italiaans en in het Engels.
Giovanni Plana was astronoom en mathematicus. Bertoli. Percheddu ligt onder een prachtig beeld van architect Guilio Casanova en beeldhouwer Edoardo Rubino. Prachtig beeld voor Brondelli di Brondello van beeldhouwer Giacomo Ginotti. Annetta Majat Dettoni ligt onder een monument van beeldhouwer Leonardo Bistolfi. Het monument doet denken aan heel veel van de prachtige monumenten op Staglieno. 
Wat verder nog enkele knappe dingen: Dini. Perosino. Graaf d’ Harcourt een werk van beeldhouwer Francesco Gussoni. Ansaldi. Vittone . Giacinto Pacchiotti was chirurg. Een blik op de ondergrondse gaanderijen. 
Je komt hier ook corbillards tegen waar wij maar kunnen van dromen.
Als finale: wat te denken van het kleine optrekje voor tenor Francesco Tamagno. Hij was de belangrijkste tenor van zijn tijd. Met deze “kers op de taart” zat het bezoek er op.

Jacques Buermans
 

Afbeeldingen: Lucienne Broeckx, Edgard Nelissen en Jacques Buermans.

Superga hoog op de berg: de crypte van het huis van Savoy


In Turijn liggen de leden van het huis van Savoy op Superga. Een locatie met een barokke kerk bovenop een berg. Men geraakt er uiteraard te voet maar ook met een tandradbaan. Met het trammetje omhoog. Boven, 672 meter boven de zeespiegel, was er een prachtig uitzicht op Superga maar ook op de besneeuwde Alpen.
De barokke kerk werd opgericht tussen 1717 en 1731 met een prachtige koepel. De rondleiding in de koninklijke crypte was verplicht met een gids die enkel Italiaans brabbelde. Gelukkig bezorgde de vriendelijke dame aan de balie een tekst in het Frans of in het Engels waardoor de rondleiding toch min of meer kon gevolgd worden.
In de crypte aartsengel Michaël door Carlo Finelli, een leerling van Canova. Victor Emmanuel II en aan de overzijde Victor Emmanuel I. Centraal in de crypte Carlo Alberto, de koning van Sardinië Hij probeerde Italië te verenigen. Een prachtig beeldhouwwerk voor Carlo Emmanuel II. Filiberto, hertog van Genua, werd als laatste hier bijgezet in 1990. Ook Lydia, gravin van Arenberg, geboren in Brussel ligt hier.
In een aparte crypte Maria Theresia van Toscane, vrouw van Carlo Alberto; Maria Adelaïde van Habsburg, vrouw van de eerste koning van Italië. Zij bleef in het kinderbed, amper 33 jaar; Maria Vittoria, koningin van Spanje. Zij was heel populair en kreeg veel bloemen die nog altijd bewaard worden.
 Victor Amedeo was de stichter van de basiliek, bijgenaamd “de vos” omwille van zijn geslepenheid. 

Jacques Buermans.
 
Afbeeldingen: Jos Donny, Edgard Nelissen en Jacques Buermans
 

Meesterwerk van “onze” Jef Van Leeuw springt er uit


Zondag 27 augustus werd in Beerse het project: “Van Steen tot Beeld” gefinaliseerd. De gemeente opteerde voor een kunstproject rond monumentale kunst. Vier kunstenaars werkten, ter plaatse, aan het Tempelhof elk aan een kunstwerk, startende van een blok arduin of marmer. Het tot stand komen van de kunstwerken kon ter plekke gevolgd worden.
Onder de 100 genodigden bevonden zich zeven leden van vzw Grafzerkje. Zij werden er verwelkomt door onze Jef Van Leeuw in een felgesmaakte toespraak. In zijn rede bedankte hij de gemeente, de talrijke mensen die behulpzaam waren bij dit project en de sponsoren. Ook vergat Jef, charmeur dat hij is, niet om de vrouwen van de kunstenaars bij de hulde te betrekken. Dan stelde Jef kort zijn drie collegae kunstenaars en hun werk voor. 
 Eric Verhelst won in het verleden verschillende prijzen in wedstrijden voor moderne kunst. Voor dit project maakte hij “Communicator of Emotions”, gebaseerd op de schoonheid tussen fysieke spanning en een moment in de tijd. We zagen het werk in juni en nu in afgewerkte toestand. Het is gemaakt uit blauwe hardsteen met aangebrachte stukjes marmer.
Guy Janssen maakte “Steen in beweging”, rond het thema ‘spiraal’ met doorkijk door de steen. Hij bezigde harde steen uit Lyon.
Fons Hapers uit Beerse vervaardigde “Geborgen”, een samengaan van ruwe materie en een zachte uitstraling. Twee tegengestelden die mekaar vinden in een sterke verbondenheid.
Natuurlijk ging onze meeste aandacht uit naar Jef zijn werk en eerlijk is eerlijk: het sprong er toch bovenuit. We konden natuurlijk het project volgen van bij een bezoek, in maart, aan het atelier van Jef. Toen zagen we er de gigantische blok Portugese marmer waar ooit een beeld moest uitkomen. 
We zagen Jef in juni aan het werk bij zijn creatie “De Witte Kauw”. Hij verklaarde zijn creatie nader: “Een jonge handtamme kauw die je onder de bek kietelt, buigt het kopje schuin naar beneden en hij slaat zijn oogleden half naar beneden. De vleugels zakken en hij geeft zich geheel over. Werkelijkheid en fantasie komen samen in dit beeld want het diertje krult zijn “mensenteen” van genot door die strelingen. 
Volgens Jef komen nog andere lichaamsdelen omhoog maar dat kan niet gezien worden door zijn donsvacht! Kijk en bewonder Jef zijn meesterwerk en vergeet vooral niet naar zijn linkse grote teen te kijken. Die van de kauw uiteraard, niet die van Jef!  

Jacques Buermans.

Begraafplaats Ouderkerk Een funeraire parel aan de Amstel…


en zomervakantie invullen zonder een bezoek aan een begraafplaats, het is voor vele Grafzerkjes onmogelijk. Zo ook voor mij (en mijn gezin). Op weg door Nederland stopten we op een prachtige Joodse begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel. Na een bezoek in rust, sereniteit en bewondering, zetten we onze reis verder. Al dachten we nog regelmatig terug aan die mooie plek. Bij thuiskomst zochten we nog wat meer informatie op. En die benadrukte onze ervaring. De prachtige webstek van deze begraafplaats geeft heel wat bijzondere informatie over deze mooie locatie. Ik ben zo vrij om me even te beroepen op deze website voor het verhaal van deze begraafplaats.
 
Beth Haim, of terwijl Huis des Levens, is gesticht in juni 1614 in Ouderkerk aan de Amstel.  Al 400 jaar worden de leden van de Amsterdamse Portugees-Joodse Gemeente in Ouderkerk aan de Amstel begraven. De begraafplaats, 4 ha groot met ongeveer 28.000 graven, is een Rijksmonument.  Alleen al het feit dat deze plek in de Randstad, buiten het bereik van de oprukkende stad en modernisering is gebleven, maakt haar bijzonder en uniek. Dat zij nog steeds wordt gebruikt betekent dat dit de oudste nog in gebruik zijnde Joodse begraafplaats in de Westerse wereld is.  
 
De eerste Sefardiem die in Nederland aankwamen bouwden eerst een synagoge; hun tweede prioriteit was een begraafplaats. De bestuurders van Amsterdam wilden aanvankelijk geen toestemming geven voor een Joodse begraafplaats, zodat zij gedwongen werden hun doden in Groet te begraven, op ongeveer 50 kilometer van Amsterdam. In 1614 kwam die toestemming er wel, en een eerste stuk grond werd door de gemeente aangekocht. In 1690 en 1691 werd Beth Haim verder uitgebreid.
 
In de bijna vier eeuwen daarna zijn de meeste grafstenen in de grond weggezakt. In de 19de eeuw is de begraafplaats door David Henriques de Castro, een vooraanstaand lid van de gemeente, in kaart gebracht en deels gerestaureerd. Hij haalde de verzakte grafstenen omhoog en stutte de belangrijkste en mooiste stenen met bakstenen om verder wegzakken te voorkomen.
 
In totaal zijn door hem 6.000 grafstenen en tomben opgegraven en in kaart gebracht. De Castro heeft veertien jaar gewerkt aan de restauratie van deze grafstenen. Het resultaat van zijn intensieve onderzoekingen en werkzaamheden legde De Castro vast in het in 1883 gepubliceerde boek Keur van Grafsteenen op de Nederl. Port. Israel. Begraafplaats te Ouderkerk a/d Amstel, nog steeds het standaardwerk over Beth Haim.
 
In 1923 was de begraafplaats bijna vol. Aangezien de Joodse wet verbiedt om doden op te graven, moest er een andere oplossing worden gevonden; een oud gedeelte van de begraafplaats werd met aarde bedekt om meer ruimte te creëren. Men verwachtte toen dat Beth Haim in 1963 opnieuw zou moeten worden uitgebreid. Dat is echter nooit gebeurd, en wel door de verpletterende impact van de Tweede Wereldoorlog en de vervolgingen. Vandaag biedt de begraafplaats nog ruimte voor de komende tachtig jaar.
 
In 1994 werd het David Henriques de Castro-fonds opgericht om het behoud en onderhoud van Beth Haim te financieren.
 
Vooral in de Gouden Eeuw werden prachtige marmeren grafstenen met indrukwekkende decoraties en inscripties geplaatst. Op de vier hectare grote begraafplaats liggen tal van vooraanstaande rabbijnen, diplomaten en wetenschappers, onder anderen de schrijver, rabbijn, drukker en uitgever Menasse Ben Israel, de ouders van de filosoof Baruch Spinoza, de arts en weldoener Samuel Sarphati en Maup Caransa, vastgoedondernemer. Ook rabbijn Jacob Sasportas ligt hier, die samen met Menasse Ben israel bij Oliver Cromwell pleitte om de Joden op filosofische en theologische gronden toe te staan zich in Engeland te vestigen. Een van de meest indrukwekkende graven is die van Eliahu Montalto, lijfarts van Maria de Medici. Zijn graf werd geschilderd door onder andere Jacob van Ruysdael.
 
Al deze informatie kan je terugvinden op  http://www.bethhaim.nl/
 


 
Vandaag staan de graven er mooi bij, al is bezoek niet altijd evident door het hoge gras. De graven lagen soms letterlijk tegen elkaar, ook iets dat het betreden van de verschillende perken niet stimuleert. Maar als groene, stille ruimte voor herdenking is dit een prachtig oord om (in ons geval dan toch) even als reiziger halt te houden en te genieten van de schoonheid en de geschiedenis van de plek. En voor wie er graag het nuttige aan het aangename koppelt: verder in de straat is er een klein museum dat nog heel wat informatie geeft over het dorp en de begraafplaats … en enkele mooie plekjes voor een lekkere Hollandse koffie met koek.

Tamara Ingels

Memento Mori. De Begraafplaats als Educatieve Ruimte Een handreiking voor bemiddelaars. Een bijzonder boek over een bijzondere plek om te leren


Begraafplaatsen zijn bijzondere plekken. Ze brengen ons naar de essentie van ons bestaan. Ze zetten ons aan tot het stellen van vragen over de zin van leven en over onze manieren van afscheid nemen en herdenken. Begraafplaatsen brengen mensen samen in een ritueel verband. Ze geven ons een plek om samen naartoe te gaan in de meest donkere uren van ons leven. Maar ze brengen ook ontzettend veel verhalen over mensen samen. 
 
Voor velen, die er hun hart verloren, zijn begraafplaatsen plekken van rust en tomeloze inspiratie. De vele verhalen leren ons iets over de mens en zijn omgang met het leven (en de dood). Daarom is het zo boeiend om ook buiten rituelen om begraafplaatsen te bezoeken: om mensen en hun verhalen te ontdekken. Om te denken over wie ze waren, wat ze verwezenlijkten en hoe ze in het leven stonden. Begraafplaatsen spreken ons over de aard van het leven zelf: goedgevuld, vol ontdekkingen, vol verwondering.
 
Die verwondering is de basis van leren, de basis van educatie. Als we mensen tot verwondering brengen willen ze er meer van weten, er meer over leren, er zich in verdiepen. Je verdiepen in een thema als begraafplaatsen lijkt nogal macaber, maar dat is het allerminst. En het zou absoluut een deel van onze educatie – op elke leeftijd – moeten uitmaken. Want hebben we als mens toch niet enkel en alleen die éne echte zekerheid in ons leven? Dat ene moment waar we nooit aan denken, maar waar we allemaal aan zouden moeten denken? 
 
Gidsen, leerkrachten, begeleiders – die in dit boek samenvattend als bemiddelaars benaderd worden – krijgen vaak vragen over begraafplaatsen. Ze krijgen meer dan eens moeilijke vragen over het leven en moeilijke vragen over de dood. Ze werken dan ook in een heel bijzondere omgeving: een plek die het snijpunt vormt tussen leven en dood. En dat is niet altijd vanzelfsprekend. De professionele bemiddelaar is broodnodig op de begraafplaats. Hij of zij vormt de brug die de andere nog niet kon bouwen of nog niet kon zien. 
 
Dit boek wil alle bemiddelaars – maar in feite alle geïnteresseerden – inzicht geven over het potentieel dat vervat zit in de begraafplaats als ruimte om te leren. De meesten zien de begraafplaats enkel als plek om te leren over de dood. Dit boek kijkt verder en toont door middel van heel diverse insteken wat educatie ons allemaal kan bieden. Dit boek toont aan dat de begraafplaats inzetbaar is in onderwijs, in alle vormen van educatie, in alle vormen van leren. Het laat ons inzien wat er allemaal kan in overeenstemming met de primaire functie van de ruimte en laat diegenen die professionele bemiddelaars zoeken voor een begraafplaatsbezoek ook stilstaan bij de kwaliteiten die je mag verwachten van een professionele bemiddelaar in dit versteende werkveld. Het boek kwam tot stand vanuit de praktijk van bemiddelaars en experten. Naast de vakkennis van de experten kan je er ook heel veel inspiratie voor werkvormen en bemiddelingswijzen in vinden als aanknopingspunt. De unieke samenwerking tussen maar liefst 13 auteurs maakt dit boek tot een handboek, een inspiratieboek, een leesboek, voor iedereen die de begraafplaats eens door heel andere ogen wil zien. Samen bewijzen ze dat de begraafplaats wel degelijk bestaansrecht heeft als ruimte voor educatie. 
 
Auteurs: Tamara Ingels (red)., met bijdragen van: Walter Brems, Marleen De Ceuckelaire, Cathérine Harotte, Gustaaf Cornelis, Christoph De Spiegeleer, Lin Verbeemen, Joke Den Haese, Patrick Van den Nieuwenhof en Mario Baeck.

Tamara Ingels
 
 

Een foto van onze Noorderbuur Wim Vlaanderen De kleinste begraafplaats van Nederland


Slechts 1 grafsteen ligt op deze Joodse begraafplaats in Olst (Gelderland). Er was hier ooit een kleine Joodse gemeenschap.
Toen ze zich in Olst vestigden vroegen ze een stuk grond voor een begraafplaats (Beth Haim) aan. Ergens ver in de weilanden kregen ze een stuk grond. In de korte tijd dat de joden daar woonden is er slecht 1 begrafenis geweest van een Joodse vrouw.
Later werd de begraafplaats gesloten. De bomen die je ziet waren vroeger een beukenhaag. Doordat ze niet meer werden geknipt werden het bomen en zag de begraafplaats eruit als een bosje.
Op de achtergrond van de foto zie je bungalows. Pas toen die daar werden neergezet kwam het begraafplaatsje weer in beeld en het is nu een gemeentelijk monument.

Begraafplaats Zwijndrecht een foto van fotograaf Patrick Janssens


Toen ik het graf zag, met als plaats van overlijden de Mont Blanc, was mijn eerste gedacht dat het om een ongeval van een bergbeklimmer zou kunnen gaan. Ik besloot het toch verder uit te zoeken, met een verrassend resultaat. Geen andere verwijzingen naar de speciale omstandigheden van overlijden zijn te zien op het graf.
 
 
Het blijkt te gaan om het slachtoffer van een vliegtuigcrash.
Vlucht 101 van Air India vertrok in Bombay/India (nu Mumbai) met voorziene tussenlandingen te Delhi, Beirut en Geneve bestemming Londen.
Bij de nadering van Genève liep het fout, er volgde een fatale crash tegen de Mont Blanc op ongeveer 100 meter onder de top.
Volgens mijn opzoekingen liggen de wrakstukken nog steeds ter plaatse, ik heb geen inlichtingen gevonden die erop wijzen dat lichamen geborgen werden, het graf in Zwijndrecht is dus vermoedelijk leeg.
Pas in 2008,  42 jaar na de crash, werden door alpinisten stukken die bij het vliegtuig horen gevonden. In augustus 2012 werden opnieuw dingen gevonden. In september 2013 werd door een alpinist een metalen doos gevonden met daarin edelstenen ter waarde van 300000 $, die eigendom was van van een passagier.
Juni 2014 werd een camera gevonden van een passagier gevonden, de film was echter te zwaar beschadigd om de foto’s te kunnen ontwikkelen.
 
Enkele dagen geleden zijn, ik denk voor het eerst, lichaamsdelen van slachtoffers uit het ijs vrijgekomen, die ook gevonden werden, zo berichtte dit nieuwsartikel:
http://www.lemessager.fr/faucigny/51-ans-apres-le-crash-du-boeing-707-le-glacier-des-ia933b937n185726#

Op YouTube zijn films in verband met de crash, navolgend de links:
https://www.youtube.com/watch?v=ezMSJ5CKpn0
https://www.youtube.com/watch?v=c1MF8DzMXY0
https://www.youtube.com/watch?v=3P2aU7TpCcs
https://www.youtube.com/watch?v=-sQoRejzDUo
 
www.janssens-patrick.com

Foto Walter Brems Over funeraire symboliek...


De op grafmonumenten veelvuldig aanwezige mysterieuze symbolentaal  afgestorvenen, over hun plaats in de samenleving, over hun geluk en verdriet, hun liefdes, over ‘de spiegel van hun leven’ dus… 
Symbolen die subtiel verwijzen naar hun persoonlijk filosofisch- of religieus denken, die refereren naar tijdens het leven verworven eretitels, naar pronkerige en hoogmoedige status of een simpel maar eervol beroep, naar roem of blufferige heldhaftigheid, naar pure onschuld, verloren liefde of tevergeefs gekoesterde hoop, naar vergankelijkheid, naar de fragiliteit 
van het leven, het onontkoombare einde of naar een utopische illusie op het eeuwig leven. Graag wil ik in korte bewoordingen met enkele voorbeelden de diepere betekenis van deze beeldtaal en haar oorsprong (summier) belichten.
 
 
 
Het haast blinde vertrouwen in de gedachte dat het aardse leven slechts een vluchtige passage kan zijn naar een amper te definiëren, maar alleszins gelukzaliger hiernamaals, blijft één van die onuitputtelijke en intrigerende facetten in vele culturen. Die symbolische tocht tussen de wereld der levenden en die der doden toont ons ook hoe vergelijkbaar en eensluidend heidense en de ons meer vertrouwde christelijke symbolen wel zijn. Dat veel van onze (nu haast vergeten) symbolen hun oorsprong vinden in oudere culturen, en dit niet alleen bij Grieken en Romeinen, mag ons niet verwonderen.
 
Ik hoop met de later volgende korte symboolduidingen te kunnen bijdragen tot een beter begrip van- en een boeiende zoektocht naar- de nog steeds veelvuldig aanwezige zinnebeelden op onze kerkhoven, oude begraafplaatsen, maar ook intra muros onze oude kerken, die we vaak mogen beschouwen als musea van hoogstaande funeraire kunst...

Begraven in de kerk mag niet meer


Tijdens elke inleiding van een rondleiding op een begraafplaats vraagt de gids of hij meer moet vertellen over Jozef II en zijn Edict op het verbod te begraven in kerken en of wij dat kennen. Iedereen knikt dan volmondig ja, want elke rechtgeaarde Grafzerker kent dat Edict als zijn broekzak. Of toch niet? Waar komt het vandaan? Wat staat er precies in? Wie was Jozef II? Een poging om hier wat verlichting te brengen.
 
Om iets te kunnen verbieden moet het eerst toegelaten zijn. Waar komt het idee vandaan dat er mensen in een kerk mogen begraven worden? In 785 had het 5de Concilie van Paderborn plaats. Daar beslisten de hoge heren dat christenen niet meer gecremeerd mochten worden. De verplichting tot begraven werd ingevoerd. Uiteraard in gewijde grond. De kerk en de (kerk)hof zijn een gewijde grondeenheid. Begraven worden zo dicht mogelijk bij het altaar was het ideale. Personen van aanzien of vermogen mochten tegen vergoeding in de kerk begraven worden. Hoe meer invloed/geld, hoe dichter bij het altaar. Ze mochten ook een grafteken of epitaaf oprichten. De gewone/arme sterveling kreeg een plaatsje buiten. Op den hof: het kerkhof. Deze kon zich meestal geen grafteken veroorloven. De kerkhof was ook een boomgaard en een marktplaats. De ruimte was beperkt, en werd regelmatig omgewoeld voor verse begravingen. Eeuwige rust was dus relatief. De kerkhof was exclusief voor katholieken. Andersdenkenden mochten naar het “jodenkerkhof”, protestanten hadden hun eigen tuin. Bij oorlogsgeweld en epidemieën moesten noodbegraafplaatsen ingericht worden. Tenslotte moest er ook een armenkerkhof zijn.
Eind achttiende eeuw was er in de kerken en de kerkhoven een nijpend plaatsgebrek. Niet-aflatende graafwerken was het gevolg. De kerk was onderhevig aan een steeds dreigend instortingsgevaar. Er hing tevens een doordringende geur door het rotten van de lijken en het regelmatig openen van de kerkvloer. Lodewijk XVI van Frankrijk vaardigde op 10 maart 1776 zijn Ordonnance Royal uit. Gevolgd op 26 juni 1784 door Jozef II van de Oostenrijkse Nederlanden met zijn Keizerlijk Decreet.
Keizer Jozef Benedictus (Jozef II) werd geboren op 13 maart 1741 en overleed 20 februari 1790 in Wenen, Oostenrijk. Van 1765 tot 1790 was hij Keizer van het Heilige Roomse Rijk, en van 1780 tot 1790 de Heerser van de Habsburgse Monarchie. Zijn eerste echtgenote Isabella van Parma stierf aan de pokken. Zijn tweede echtgenote Maria Josepha van Beieren had een chronische huidziekte. De keizer had twee kinderen: Maria Theresia van Oostenrijk en Christina, die stierf bij de geboorte.
Het was de periode van het verlicht absolutisme. De keizer voerde moderniserende hervormingen door. Voortaan zouden de boeren geen lijfeigenen meer zijn. Hij maakte de kerk ondergeschikt aan de staat. Bij de keuze van de paus heeft hij invloed uitgeoefend, en zorgde zo voor de opheffing van de Jezuietenorde. Met het Tolerantie-edict van 1781 kwam er godsdienstvrijheid. Niet-katholieken - zoals joden en protestanten - krijgen gelijke toegang tot openbare ambten en mogen hun religie vrij beoefenen. Het hofceremonieel schafte keizer Jozef II af. Voortaan geen kniebuigingen meer, geen Pruisisch uniform maar Spaanse gewaden, de hofdignitarissen worden niet meer onderhouden op kosten van de staat, en alleen op nieuwjaarsdag zal er nog een gala-ontvangst zijn. Tenslotte had hij een grote invloed op het strafrecht. Zijn bijnaam werd keizer-koster. Hij voerde het burgerlijk huwelijk in. Zorgde voor de opheffing van de "contemplatieve" of de "onnutte" kloosters en ontbond de broederschappen. De vrijmetselarij werd gelegaliseerd. Verder sloot hij bedevaartplaatsen en reduceerde het aantal kerkelijke feestdagen. Hij bepaalde zelfs het aantal kaarsen in de kerk.
"Edict van den Keyser angaende de begraefenissen. 
Het begraeven in eene Kerk, Kapelle, Bidplaets of ander bedekt Gebouw wordt verboden."
"Art IV: Daer zullen buyten den omtrek der Steden en buyten de Vlecken ofte Borgten, Kerckhoven worden opgerecht in de welcke alleen het zal georloft esen te begraeven." schreef de Keizer op 26 juni 1784.
Vanaf 1 november 1784 was het verboden te begraven binnen de stads- en dorpskernen. Er kwam een verplichting buiten de de steden en dorpskernen gemeentelijke begraafplaatsen aan te leggen. En de protestanten hadden recht op een eigen perk, of zoniet, een afzonderlijke begraafplaats.
Twintig jaar later was Napoleon genoodzaakt om de zaken opnieuw onder de aandacht te brengen, met wat toevoegingen. Met het Keizerlijk Decreet van 12 juni 1804 bleef het verboden te begraven in bedehuizen. Iedereen diende een individueel graf te krijgen, gedaan met de anonieme massagraven. De gemeenten krijgen voortaan het recht begraafplaatsen aan te leggen, mits goedkeuring van de overheid. Deze begraafplaatsen staan dan onder toezicht van de gemeentebesturen. Artikel 10 stipuleert dat particulieren een perceel grond kunnen verwerven en er een monument mogen oprichten, en dit voor onbeperkte duur (maw de eeuwigdurende vergunning).
Met deze korte opfrissing kunnen we nu onze gidsen overdonderen met onze kennis en kunnen we in eer en geweten zeggen dat we "Jozef II en zijn edict" kennen.
 
Johan Moeys
 

Grafzerkjes kwamen onderweg ook dit tegen…


.